CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220207 10b Bijlage Wegenbeleidsplan 2021-2024 .pdf

Beeldvormende vergadering 7 februari 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wegenbeleidsplan15.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

De post Onvoorzien is bedoeld om de kosten te dekken in relatie tot: 1. Teerhoudend asfalt. 2. Zinkverontreiniging in de fundering of de berm.

6.2.4

Uitstel onderhoud

Het risico bij het uitstellen van onderhoud is kapitaalvernietiging en onveilige situaties. Bij het uitstel van onderhoudsmaatregelen voorbij de planperiode worden de werkzaamheden niet op het meest optimale moment uitgevoerd. Hierdoor zijn later zwaardere en daardoor duurdere onderhoudsmaatregelen nodig dan oorspronkelijk gepland. Ook kunnen onveilige situaties ontstaan met als gevolg mogelijke aansprakelijkheidstellingen.

6.2.5

Nieuwe wegbeheersystematiek

De kosten in dit wegenbeleidsplan zijn met behulp van het beheersysteem bepaald op basis van de wegbeheersystematiek, zoals beschreven in CROW publicatie 147 – Wegbeheer 2011. In 2019 is er een optimalisatie van deze publicatie verschenen met de nieuwe naam Wegbeheer 2019. De verwachting is dat deze optimalisatie in 2021 is ingevoerd in het beheersysteem. Daar waar bij Wegbeheer 2011 de inspectieresultaten de basis vormen voor de kosten van groot onderhoud voor de korte (1-2 jaar) en middellange termijn (3-5 jaar), is bij Wegbeheer 2019 alleen de korte termijn (1-2 jaar) gebaseerd op de inspectieresultaten en worden de kosten voor de middellange termijn bepaald aan de hand van cyclische kosten. Het risico daarbij is dat de kosten hoger zullen uitvallen, dan waar nu vanuit is gegaan. Na invoering van de nieuwe wegbeheersystematiek in het beheersysteem zullen de financiële effecten daarvan, indien noodzakelijk, worden gerapporteerd.

28 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

7 •

•

•

•

• • •

AANBEVELINGEN Financiële inrichting: Het maken van een heldere scheiding tussen kosten ten laste van de exploitatie, voorziening en investeringen: • Voor het geconstateerde achterstallig onderhoud geeft de BBV aan, dat daarvoor een aparte voorziening Achterstallig onderhoud moet worden ingesteld. Achterstallig onderhoud waarmee onveilige situaties worden gecreëerd en waarbij sprake is van kapitaalvernietiging dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een redelijke termijn hersteld te worden. • Voor het groot onderhoud wordt geadviseerd om een voorziening groot onderhoud in te stellen. Het is daarbij wel van belang dat er een actueel beheerplan aanwezig is. • Het advies is om de levensduur verlengende maatregelen te financieren vanuit het budget reconstructie en rehabilitatie, aangezien dit allen investeringen betreffen en daarmee volgens de regelgeving van de BBV per 1-1-2017 moeten worden geactiveerd. Het verdient de aanbeveling om voor de daaraan gekoppelde kapitaallasten een bestemmingsreserve kapitaallasten te vormen. Een bestemmingsreserve kapitaallasten moet van voldoende omvang zijn om de kapitaallasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken.

Opslagpercentages: • VAT-kosten: Bij het beschikbaar stellen van de benodigde budgetten wordt geadviseerd om ook rekening te houden met de benodigde kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht. Deze VAT-kosten (18%) zijn bij het vorige wegenbeleidsplan niet inzichtelijk gemaakt en ook niet apart beschikbaar gesteld. Klein onderhoud: we adviseren om het percentage dat de hoogte van de kosten voor klein onderhoud bepaalt (nu 6,5%), meer in lijn te brengen met de bandbreedte zoals deze binnen de CROWwegbeheersystematiek wordt geadviseerd. Op basis van de verdeling van de omvang van verhardingstypen en wegtypen bedraagt de bandbreedte daarvoor circa 10-15%. Indexering: De beschikbare budgetten zijn de afgelopen planperiode gelijk gebleven en niet geïndexeerd. We adviseren om de maatregelprijzen periodiek te indexeren. Ter vergelijk: conform CBS-statline Grond-, weg- en waterbouw (GWW) zijn de prijzen voor gesloten verhardingen met 26,7% gestegen en voor de open verhardingen met 11,4% gestegen ten opzichte van het jaar 2016 (ten tijde van het opstellen van het vorige wegenbeleidsplan). Bij het beschikbaar stellen van de benodigde budgetten niet uitgaan van zogenaamde “ingroeimodellen”. Areaaluitbreiding: Het verplicht opstellen van een beheerparagraaf bij een nieuw project of ontwerp, dat de consequenties voor het beheer en onderhoud inzichtelijk maakt.

De uitvoering van het project vindt pas doorgang als daar ook structureel onderhoudsbudget tegenover staat. Integraliteit: Zoeken naar de mogelijkheid om werk met werk te maken door afstemming met andere disciplines (riolering, verkeer, woningbouwcorporaties).

29 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

BIJLAGE A – VERKLARENDE WOORDENLIJST Achterstand

1. Verschijnsel dat de schade op wegvakonderdelen de richtlijn met meer dan één inspectieklasse heft overschreden. 2. Verschijnsel dat onderhoud aan wegvakonderdelen naar voorbij de planperiode zijn geschoven.

Basisplanning en -begroting

Planning en begroting waarbij onderhoudsmaatregelen zijn gepland overeenkomstig de technische noodzaak.

Beheer

Systematisch plannen, budgetteren, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn een object blijvend zijn functie te laten vervullen.

Beheersysteem

Het geheel van gegevensinwinning en bewerking om te komen tot een meerjarenplanning en begroting.

Beleidsthema

Thema dat van belang is voor het beleid ten aanzien van de kwaliteit van de verharding (dat wil zeggen voor de veiligheid, duurzaamheid, het comfort en het aanzien).

Budget

De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het uitvoeren van onderhoud.

Budgetplanning en begroting

Planning en begroting, waarbij onderhoudsmaatregelen zijn verschoven als gevolg van opgelegd budget of gestelde prioriteiten.

CROW

Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water en Wegenbouw en Verkeerstechniek.

Gedragsmodel

Model van het gedrag van een schadeontwikkeling in de tijd.

Groot onderhoud

Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een groot gedeelte van het oppervlak van een wegvak planmatig worden uitgevoerd, met als doel de verharding weer aan de richtlijnen te laten voldoen.

Kapitaalvernietiging

Verschil tussen de kosten van uitgesteld onderhoud en kosten van tijdig onderhoud (bij asfaltverhardingen).

Klein onderhoud

Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een beperkt gedeelte van het wegvak worden uitgevoerd. De maatregelen zijn deels preventief en deels bedoeld om de verharding in goede staat te houden.

Korte termijn

Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 1-2 jaar.

Kwaliteit

Mate waarin een verharding voldoet aan de gestelde (technische) richtlijnen of (functionele) doelstellingen.

Kwaliteitsniveau

Aanduiding van de kwaliteit van de verharding, uitgedrukt in de termen Voldoende, Matig en Onvoldoende.

Lange termijn

Planning voor de periode van meer dan 5 jaar.

Levensduur

Verwachte levensduur van een object of een onderhoudsmaatregel, berekend tot het moment waarop een onderhoudsrichtlijn wordt overschreden.

Levensduur verlengend groot onderhoud

Onderhoudsmaatregelen die tot doel hebben de levensduur van een weg met minimaal 25 jaar te verlengen. Deze vorm van onderhoud wordt vaak toegepast bij doorgaande wegen in het buitengebied (Bruisterboschweg, Voerenstraat en de Keerestraat)

Maatregelgroep

Groep van gelijksoortige onderhoudsmaatregelen. 30 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Maatregeltoets

Beoordeling in situ van de door het systeem gegenereerde maatregel en planjaar, inclusief afstemming met andere plannen.

Middellange termijn

Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 3-5 jaar.

Planjaar

Jaar waarin een onderhoudsmaatregel wordt voorzien.

Planperiode

Periode waarin onderhoud op een wegvakonderdeel is voorzien.

Rafeling

Het verdwijnen van stenen (met een doorsnede groter dan 2mm) uit het oppervlak van asfalt.

Reconstructie/ Herinrichting

Bij een reconstructie wordt niet alleen het complete weglichaam, het asfalt, de fundering, trottoirs, parkeervakken vervangen, maar wordt ook de inrichting aangepast. Is binnen de gemeente onderdeel van de vervangingsinvesteringen.

Rehabilitatie/ Vervanging

Bij rehabilitaties wordt de verhardingsconstructie, na het doorlopen van een groot onderhoudscyclus, aan het einde van de technische levensduur (50 jaar voor asfaltverhardingen) op het oorspronkelijke structurele en kwalitatieve gebruiksniveau gebracht. Is binnen de gemeente onderdeel van de vervangingsinvesteringen.

Restlevensduur

Verwachte levensduur van een verharding vanaf het moment van beoordeling tot het moment waarop de norm wordt overschreden.

Richtlijn

Waarde van een schade in ernst en omvang waarbij binnen 1 tot 2 jaar onderhoud noodzakelijk is.

Samenhang

Mate waarin de verhardingsmaterialen met elkaar zijn verbonden of waarin zij zijn samengevoegd. Heeft voornamelijk invloed op de instandhouding van de verharding.

Schadebeeld

Bepaalde zichtbare, typerende vorm waarin schade aan de dag treedt. Voor de eenvormigheid van de schadecatalogus worden de onderdelen kantopsluiting, afwatering, berm en parkeerstrook/ bushalte om praktische redenen als schadebeeld aangeduid.

Textuur

Geometrische beschrijving van vorm, grootte en rangschikking van de oneffenheden van het (weg)oppervlak, op de schaal van de korrelafmeting. In de macrotextuur komt de ruwheid van het wegoppervlak tot uitdrukking, die van de afzonderlijke korrels in de microstructuur. Heeft voornamelijk invloed op veiligheid in gebruik en instandhouding van de wegverharding.

Variabele gegevens

De variabele gegevens betreffen de kwaliteit van het in beheer zijnde areaal en bestaan uit inspectiegegevens en metingen.

Vaste gegevens

De vaste gegevens beschrijven wat de wegbeheerder in beheer heeft en worden in principe eenmalig vastgelegd.

VAT

Interne kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht

Verhardingstype

Groep van gelijksoortige wegverhardingen; er wordt onderscheid gemaakt in de verhardingstypen asfalt, elementen en cementbeton.

Verhardingssoort

Onderverdeling binnen een verhardingstype.

Vervangingsinvesteringen

Zie reconstructie en rehabilitatie

Visuele inspectie

Is het herkennen, beoordelen en eenduidig vastleggen van zichtbare schades. De weg wordt op technische gronden bekeken en de schades worden in kwalitatieve en kwantitatieve zin, dat wil zeggen naar ernst en omvang, beoordeeld. De resultaten van de objectieve beoordeling geven een beeld van de conditie van de weg. De verharding wordt beoordeeld op: 1. Textuur (rafeling).

31 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

2. 3. 4. 5.

Vlakheid (dwarsonvlakheid, oneffenheden). Samenhang (scheurvorming). Kantstrook (randschade). Diversen (o.a. zetting).

Vlakheid

Mate waarin het dwars- en lengteprofiel voldoet aan de normen voor verticale vervorming. Heeft voornamelijk invloed op de veiligheid in het gebruik en in stand houding van de wegverharding.

Waarschuwingsgrens

Waarde van een schade waarbij binnen 3 tot 5 jaar onderhoud noodzakelijk is.

Wegtype

Benaming voor een weg met bepaalde kenmerken, die een aanduiding kunnen zijn voor de functie, het gebruik of het beheer van de weg. 1. Hoofdwegen, zoals (stads)autosnelweg en autoweg. 2. Zwaarbelaste wegen, zoals (stads)autosnelweg en provinciale weg. 3. Gemiddeld belaste wegen, zoals drukkere waterschapsweg, stadsontsluitingsweg, busbaan en industrieweg (gebiedsontsluitingswegen). 4. Licht belaste wegen, zoals rustige waterschapsweg, buurtontsluitingsweg, parallelweg en landbouwweg (erftoegangswegen buiten de kom). 5. Wegen in woongebied, zoals woonstraat, woonerf, parkeerterrein en wijkstraat (erftoegangswegen binnen de kom). 6. Weg in verblijfsgebied, zoals voetpaden, trottoirs, plein, winkelerf 7. Fietspaden, dit betreft de (vrij liggende) fietspaden

Tabel 17 Verklarende woordenlijst

32 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

BIJLAGE B – TOELICHTING KADERS Grondwet Volgens Artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van wegen past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Wegenwet De Wegenwet heeft betrekking op alle openbare wegen en vereist van de beheerder dat alle binnen het gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen welke door het Rijk, de provincie of het Hoogheemraadschap worden onderhouden, in goede staat verkeren. Daarbij maakt de wet onderscheid tussen het beheer van wegen en de onderhoudsplicht van wegen. De wegbeheerder heeft in het algemeen de onderhoudsplicht van de wegen die zij in beheer heeft. De Wegenwet vereist verder van de beheerder 'goed rentmeesterschap'. Daarbij wordt de beheerder verplicht om voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Dit betekent dat de wegbeheerder ervoor moet zorgen dat het kapitaal dat in de wegen is geïnvesteerd, in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud. Ook verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratie instrument, waarin voor openbare wegen buiten de bebouwde kom wordt aangegeven, wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn.

Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek (BW) dat van kracht is geworden op 1 januari 1992, is de aansprakelijkheid geregeld voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Ten opzichte van het oude BW is de bewijslast omgedraaid. Indien de beheerder aansprakelijk wordt gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg, dient deze beheerder aan te tonen dat hij de visuele inspectie en het onderhoud van de wegen (inclusief voet- en fietspaden) met optimale zorg uitvoert. Met andere woorden: de beheerder moet kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de weggebruiker te beperken en dat hij structureel aan monitoring en onderhoud doet. Alleen op die manier is het risico van aansprakelijkheidstelling door weggebruikers terug te dringen. Onontbeerlijk voor een overtuigende bewijsvoering zijn daarbij preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer. De mate waarin aan de onderhoudsplicht moet worden voldaan, hangt af van de functie van de weg en de verwachting die de weggebruiker heeft op grond van het feitelijke beeld van de weg. Jurisprudentie heeft inmiddels uitgewezen dat het kwaliteitsniveau “5” (zeer slecht) volgens de oude CROW Wegbeheersystematiek vermeden moet worden.

Daar deze vijfschaal inmiddels niet meer wordt gebruikt, zal het begrip “onderhoudsachterstand” als grens worden aangehouden. Als gevolg van het BW met daarin het aangepaste aansprakelijkheidsrecht, is het aantal klachten en daarmee het aantal aansprakelijkheidsstellingen toegenomen. Er is een maatschappelijke verandering waarneembaar waarbij de wegbeheerder ook in de toekomst rekening dient te houden met een groeiend aantal aansprakelijkheidsstellingen. Landelijk wordt gesproken over een verdubbeling van de schade. Een bijkomende trend is het feit dat letselschadeadvocaten op basis van no-cure-no-pay mogen gaan werken. Een verdere groei van het aantal aansprakelijkheidsstellingen zou kunnen ontstaan. Geaccepteerde schade Het CROW heeft door middel van publicatie 185, 'Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte' richtlijnen gegeven voor kwaliteits- en veiligheidsaspecten. Hierin wordt aan de hand van 'geaccepteerde schade per wegoppervlak' aangegeven, wat de uitgangspunten kunnen zijn voor de wegbeheerder. Deze normen voor geaccepteerde schade komen overeen met de richtlijnen in CROW-publicatie 147 Wegbeheer. De voorgestelde basiskwaliteit (R) is afgeleid van deze richtlijnen. Beleidsprofiel R staat voor het referentieniveau. Dit is het minimale, in Nederland gangbare kwaliteitsniveau en is de feitelijke ondergrens van maatschappelijk aanvaard beheer.

33 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Verantwoord beheer Het doel van de gemeente moet zijn adequaat beheer te verrichten en op deze wijze claims te voorkomen. Dit kan gerealiseerd worden door te werken conform de richtlijnen voor wegbeheer (CROW 147) en het 'Handboek Aansprakelijkheid Beheer Openbare Ruimte' (CROW 185). De CROW-richtlijnen zijn opgesteld met het uitgangspunt dat groot onderhoud structureel wordt uitgevoerd. De richtlijn heeft een 'standaard CROW-invulling', waarbij ervan wordt uitgegaan dat onderhoud wordt uitgevoerd op het technisch optimale moment. Te laat uitvoeren kan betekenen dat verkeersonveilige situaties ontstaan met als gevolg een verhoogde kans op aansprakelijkheidsstellingen. Voor asfaltverhardingen komt door te laat uitvoeren van onderhoud daar nog kapitaalvernietiging bij. Schadenormen Het kwaliteitsniveau voor een bepaald wegtype kan worden vertaald naar maximaal toelaatbare schade. Deze schadenormen zijn een gelijkschakeling van: •

•

•

De uitgave van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 'Slim beheer van Kapitaalgoederen' (bestuurlijk); Hierin is omschreven dat verantwoord beheer moet worden uitgevoerd op basis van de wegbeheersystematiek waarbij een minimaal niveau wordt nagestreefd en claims zoveel mogelijk worden voorkomen. CROW-publicatie 185, 'Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte' (juridisch); Dit handboek omschrijft de richtlijnen, waaraan de verhardingen moeten voldoen om claims te voorkomen. De beschreven richtlijnen zijn gebaseerd op de wegbeheersystematiek, zoals omschreven in CROWpublicatie 147. CROW-publicatie 147, 'Wegbeheer' (technisch); deze publicatie beschrijft op welke wijze de wegverhardingen binnen een gemeente moeten worden beheerd, zodat sprake is van verantwoord beheer.

De drie bovengenoemde stukken hanteren dezelfde normering, waardoor er een koppeling ontstaat. De CROW-richtlijnen zijn opgenomen in het wegbeheersysteem en zodoende zijn bovengenoemde uitgangspunten gewaarborgd en is er sprake van verantwoord beheer. Voorwaarde daarbij is wel dat alle maatregelen, die door het wegbeheersysteem in de planning wordt voorgesteld, tijdig zullen worden uitgevoerd. Wegenverkeerswet Deze wet bevat zowel bepalingen voor weggebruikers als voor beheerders. De Wegenverkeerswet verwacht van de wegbeheerder, dat hij streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen borgen. Deze wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker. Daarnaast dienen de éénmaal genomen maatregelen zodanig te worden gehandhaafd, dat de weggebruiker zich op de situatie kan instellen. Hieruit blijkt het belang van goed beheer en onderhoud van verkeersvoorzieningen en verkeersmaatregelen. Wet Milieubeheer In de Wet Milieubeheer is aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt. Deze stoffen, die in dit kader kunnen vrijkomen bij de aanleg van en het onderhoud aan wegen, mogen niet zonder beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor secundaire grondstoffen die in de wegenbouw worden toegepast.

Deze materialen mogen wel worden gebruikt indien ze worden aangewend overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit. Code Milieu Verantwoord Wegbeheer In een brief d.d. 25 juni 2008 heeft het ministerie van VROM alle wegbeheerders in Nederland aangeschreven om de Code Milieu Verantwoord Wegbeheer te ondertekenen. Het betreft de volgende punten: • •

Inzicht in het wegenbestand over de aanwezigheid van teer; Het door middel van onderzoek ontdekken van teer in wegverhardingen en wegfunderingen voorafgaand aan reconstructie of sloop; 34 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

•

Het selectief verwijderen van teerhoudende lagen en het rechtstreeks voor thermische verwerking afvoeren van het vrijgekomen TAG naar een vergunde inrichting.

De wegbeheerders hanteren hierbij voor de omgang met vrijkomend asfalt de CROW-Richtlijn 210: “Omgaan met vrijkomend asfalt – aandacht voor de teerproblematiek”. De werkwijze in de gemeente Eijsden-Margraten sluit aan bij deze code. Bij het plegen van onderhoud aan de asfaltverharding wordt projectmatig bekeken of er sprake is van teerhoudend asfalt. Bij het constateren van teer wordt vervolgens overgegaan tot het selectief verwijderen hiervan. Net als alle andere vrijkomende materialen wordt ook teerhoudend asfalt afgevoerd naar een erkende inrichting. Wet Geluidshinder (Wgh) De wetten en regels voor het bestrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie zijn sinds het einde van de jaren zeventig vastgelegd in de Wet geluidshinder. Hierin staat bijvoorbeeld wanneer de geluidsbelasting moet worden getoetst. Voor het wegverkeer is dit onder andere bij de aanleg van een nieuwe weg, de bouw van nieuwe woningen en wanneer er wijzigingen aan de weg plaats vinden. Daarnaast is vastgelegd hoeveel decibel geluid in deze situaties is toegestaan. Wanneer een overschrijding van de norm wordt geconstateerd bij de toetsing, moeten er maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting terug te brengen. Sinds 1981 werd de voorgeschreven methode om wegverkeerslawaai te berekenen of meten vastgelegd in een Reken- en Meetvoorschrift.

In 2002 is het Reken- en Meetvoorschrift vervangen door het Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002). Een reden voor het opstarten van een herziening was de wens en noodzaak om met geluid reducerende wegdektypen te kunnen rekenen. Daarnaast bestond de indruk dat de geluidsemissie van het huidige voertuigpark inmiddels behoorlijk afwijkt van de geluidsemissie van de voertuigen waarop de RMW is gebaseerd. Bij de wijziging van de Wet geluidshinder van 2007 is het tot dan toe vigerende Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002) vervangen door de bijlage III behorende bij het Reken- en Meetvoorschrift geluidshinder 2006. Voor het grootste deel is deze gelijk aan het RMW 2002. Nieuw is de toevoeging van de rekenregel voor een middenscherm. Arbeidsomstandighedenwet (Wet Arbo) Alle werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht tot het uitvoeren van arbeidsomstandighedenbeleid, het opstellen van een meerjarenplan daarvoor en het uitbrengen van een jaarverslag. Het beleid moet zijn gericht op zowel veiligheid, gezondheid, welzijn als milieu. Daarnaast moet worden voldaan aan het Bouwprocesbesluit. Dit is een uitwerking van de EG-richtlijn “Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiel bouwplaatsen”.

Voor de wegbeheerder betekent dit in hoofdzaak het opstellen van bestekanalyses of arboprojectrisico-inventarisaties en het zorgdragen voor het opstellen van Veiligheids- en Gezondheidsplannen (V&G-plannen). In het kader is ook de CROWpublicatie “Maatregelen bijwerken in uitvoering” van toepassing. Daarnaast of eigenlijk ook wel daarbij geldt dat we als wegontwerper verantwoorde keuzes moeten maken in de ontwerpen. Niet alleen moeten we bedenken of dat wat we ontwerpen aangelegd kan worden, maar ook of dat, met aandacht voor de arbeidsomstandigheden waaronder veilig werken, later onderhoud aan de weg kan worden uitgevoerd. Besluit Asbestwegen Milieubeheer Besluit van 8 september 2000, houdende regels voor wegen waarin asbest bevattend materiaal is verwerkt (Besluit asbestwegen Wms). Als asbest in het verleden als verharding voor toegangswegen, kavelpaden of erven is gebruikt, kan dit risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Dit is vooral het geval als het asbest onvoldoende is afgedekt. Asbestvezels kunnen door het berijden van de weg, pad of erf loskomen en opstuiven. Als deze vezels worden ingeademd, ontstaat er een verhoogde kans op een asbestziekte. Vooral direct omwonenden lopen een verhoogd risico. In 2000 is vanwege de risico’s voor de volksgezondheid het Besluit asbestwegen milieubeheer van kracht geworden.

Volgens dit besluit is het verboden een onbedekte asbesthoudende weg of erf in het bezit te hebben. Financiële verordening 2017 Eijsden-Margraten 35 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

In de financiële verordening, vastgesteld d.d. 20 december 2016, zijn voor het kapitaalgoed wegen de volgende relevante punten opgenomen: • De begroting en jaarstukken richten we in conform het Besluit Begroting en Verantwoordingprovincies en gemeenten (BBV). De begroting is opgebouwd uit paragrafen en programma’s. • Het college biedt voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar de begroting ter vaststelling aan de raad aan. • De raad autoriseert uiterlijk 15 november voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar de baten en de lasten per programma door middel van het vaststellen van de begroting. • Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. • De bestuursrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering, het bijstellen van het beleid en een overzicht met bijgestelde ramingen. • In de programmabegroting vermelden we in de investeringsstaat de nieuwe investeringen en het bijbehorende investeringskrediet. • De nieuwe investeringen worden met het vaststellen van de begroting geautoriseerd • Bij investeringen die de raad niet bij het vaststellen van de begroting heeft geautoriseerd, hanteren we de volgende uitgangspunten: a. Het college biedt investeringen kleiner dan € 50.000 bij de tussentijdse bestuursrapportage ter vaststelling aan de raad aan; • b.

Het college biedt investeringen groter dan € 50.000 ter vaststelling aan de raad aan, voordat zij verplichtingen hiervoor aangaat, bovendien geeft zij de financiering en dekking aan. • Het college stelt een nota op met nadere regels ten aanzien van activeren, waarderen en afschrijven in overeenstemming met het BBV. • Het college stelt een nota op met nadere regels ten aanzien van reserves en voorzieningen. Nota waardering en afschrijven 2017 Eijsden-Margraten • Investeringen met een gebruiksduur van drie jaar of minder en/of en verkrijgings- of vervaardigingsprijs van € 10.000 of minder, activeren we niet maar brengen we ten laste van de exploitatie. • We activeren investeringen met maatschappelijk nut altijd. Jaarlijks bekijken we of er extra afschrijvingen op investeringen met maatschappelijk nut mogelijk zijn. • Bijdragen aan activa in eigendom van derden activeren we indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 van het BBV. Jaarlijks bekijken we of er extra afschrijvingen mogelijk zijn. • De geactiveerde vaste activa schrijven we in principe af tot nihil. We hanteren alleen een restwaarde bij een actief, daar waar een budgethouder een reële inschatting kan geven. • We passen de componentenmethode alleen toe bij investeringen als er wezenlijke verschillen zijn in afschrijvingstermijnen én het een substantieel deel van de investeringen betreft.

• In principe hanteren we de lineaire afschrijvingsmethode. Indien we hiervan afwijken, lichten we dit toe bij de jaarrekening. • We hanteren de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in bijlage 1: Materiele vaste activa: • Wegen: aanleg/ reconstructie: 50 jaar. • Wegen: levensduur verlengend: 25 jaar. • In incidentele gevallen is afwijking van de afschrijvingstermijnen, zoals beschreven in bijlage 1 van deze notitie mogelijk, mits gemotiveerd. • Het College stelt de te hanteren afschrijvingstermijn vast voor activa, die niet in bijlage 1 is opgenomen. • De afschrijvingen starten per 1 januari volgende op het jaar van ingebruikname. • Voor de rentetoerekening hanteren we het omslagpercentage. • De rentetoerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde op 1 januari.

36 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

BIJLAGE C – CROW WEGBEHEERSYSTEMATIEK

Figuur 5 Wegbeheersystematiek

Hieronder zijn een aantal van de stappen uit bovenstaande figuur kort toegelicht. Vaste gegevens

Allereerst worden de vaste gegevens in het wegbeheersysteem gezet. Onder de vaste gegevens wordt verstaan de verzameling van gegevens betreffende gebieden, wegen, wegvakken, wegvakonderdelen, verhardingssoorten, wegtypen, oppervlaktes e.d. Variabele gegevens (inventarisatie en inspectiegegevens) De variabele gegevens vormen naast de vaste gegevens de input voor het wegbeheersysteem. Hoe meer de variabele gegevens zijn afgestemd op de lokale situatie des te betrouwbaarder de uitkomsten van het systeem zullen zijn. De variabele gegevens betreffen onder andere: •

Eenheidsprijzen; 37 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

• •

Maatregelmatrix CROW, waarin een relatie wordt gelegd tussen de betreffende maatregelgroep en de daaraan gekoppelde gewenste maatregel; Inspectiegegevens, die door middel van een globale visuele weginspectie door een onafhankelijke inspecteur zijn uitgevoerd.

Richtlijnen, gedragsmodellen en waarschuwingsgrenzen Nadat de inspectiegegevens zijn ingelezen in het wegbeheersysteem, worden de resultaten getoetst aan richtlijnen, rekening houdende met gedragsmodellen en waarschuwingsgrenzen. Basisplanning en -begroting Aan de hand van de beoordeling wordt met het wegbeheersysteem voor een planperiode van 5 jaar bepaald: • •

•

Welke onderhoudsmaatregelen jaarlijks genomen moeten worden; Wanneer deze maatregelen moeten worden uitgevoerd. Daarbij zijn er een aantal mogelijkheden: • Korte termijn (planjaar 1 of 2). • Middellange termijn (planjaar 3-5). • Lange termijn (> 5 jaar). Wat de kosten van deze onderhoudsmaatregelen zijn.

Het eindresultaat daarvan is een CROW Basisplanning en –begroting. Na 2 jaar vindt er een actualisatie plaats op basis van nieuwe inspectieresultaten. Maatregeltoets In de stap volgend op de Basisplanning wordt de meerjaren onderhoudsplanning en begroting afgestemd of verfijnd. In deze werkstap vindt de integrale afstemming plaats met geplande (onderhouds)projecten en andere disciplines (o.a. riolering) en worden de resultaten van de verplichte maatregeltoets verwerkt. Gemuteerde basisplanning De planning en bijbehorende begroting, die na de afstemming ontstaat, wordt ook wel de gemuteerde basisplanning en –begroting genoemd. Dit is de planning die is afgestemd op de lokale en specifieke situatie. Budgetplanning De laatste stap in het wegbeheerproces is het toetsen of de geplande onderhoudskosten kunnen worden gefinancierd met het beschikbare budget. Indien dit niet haalbaar is, zal de budgetplanning de meest optimale alternatieve planning opstellen, behorend bij het opgegeven budget. Daarbij worden maatregelen naar achteren geschoven in de planning of zelfs buiten de planperiode verplaatst. Hierdoor zullen er hogere kosten ontstaan als gevolg van het uitstellen van onderhoud, waarbij kapitaalvernietiging niet wordt uitgesloten. Klein onderhoud Tijdens de weginspectie kan ervoor gekozen worden dat de weginspecteur optioneel “klein onderhoud” schades op neemt.

Dit zijn ernstige schades maar in een te kleine omvang om als schadecijfer te noteren voor het groot onderhoud. Voor de gemeente Eijsden-Margraten is een klein onderhoudsinspectie uitgevoerd parallel aan de globale visuele inspectie. Dit als input voor het werkpakket van de buitendienst.

38 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

BIJLAGE D – INSPECTIESYSTEMATIEK De inspectiemethodiek is beschreven in CROW-publicatie 146b - “Handleiding globale visuele inspectie”. Tijdens de inspecties wordt de conditie van de weg vastgelegd, waarbij de voorkomende schades zijn beoordeeld op omvang (Zeer gering, Gering, Enig en Groot) en ernst (Licht, Matig en Ernstig). Bij de kwaliteitsbeoordeling is onderscheid gemaakt in de verschillende verhardingstypen. De scheiding wordt aangebracht, omdat de vervolgschade bij asfaltverhardingen in korte tijd de hele verharding kan aantasten. Bij de elementenverhardingen is dit risico minder groot. In deze bijlage is per verhardingstype de mogelijk voorkomende schade aangegeven (onderstaande tabel). Tevens is aangegeven wat het effect van de schade is op de beleidsthema’s, wat de oorzaak is van de schade en wat de gevolgen zijn voor de gebruiker en voor de verhardingsconstructie. Schadegroep

Asfalt

Elementen

Cementbeton

Textuur

Rafeling

-

-

Vlakheid

Dwarsonvlakheid Oneffenheden

Dwarsonvlakheid Oneffenheden

Oneffenheden

Samenhang

Scheurvorming

Voegwijdte

Scheurvorming

Waterdichtheid

-

-

Voegvulling

Verhardingsrand

Randschade

-

-

Diversen

Zetting

Zetting

Zetting

Tabel 18 Schadebeelden bij de globale visuele inspectie

Hieronder zijn de schadebeelden, met uitzondering van de facultatieve schadebeelden, bij asfalt- en elementenverhardingen benoemd. Deze twee verhardingstypen beslaan 100% van het totale verharde wegenareaal. Schadebeelden asfalt Bij de asfaltverhardingen wordt onderscheid gemaakt in de schadegroepen textuur, vlakheid en samenhang. Textuur In de schadegroep Textuur komt de schade Rafeling voor, als gevolg van defecten aan het asfaltoppervlak (steenverlies). Deze schade heeft een negatief effect op: • Veiligheid (lagere stroefheid, langere remweg, afwijkend rijgedrag, ruitbreuk). • Comfort (discomfort). • Geluidhinder (verhoging geluidsniveau). • Structurele waarde (verkorting levensduur). Rafeling komt voor in de schadegroep textuur, waarbij stenen groter dan 2 mm uit het oppervlak verdwijnen. Dit treedt vaak op bij scheurvorming en plaatsen die lang nat blijven. Als de schade zich met betrekking tot de textuur negatief verder ontwikkelt, ontstaan er grotere gaten, waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Vlakheid Vlakheid of, beter gesteld, onvlakheid is tevens een voorbeeld van een oppervlakteschade. De oorzaak van de schade ligt echter dieper in de constructie, waardoor niet meer kan worden volstaan met een simpele onderhoudsmaatregel. Bij deze schadegroep komen de schadebeelden dwarsonvlakheid en oneffenheden voor.

Dwarsonvlakheid Een verticale vervorming van het dwarsprofiel van de weg met een lengte van minimaal 5 meter. Een veel voorkomend voorbeeld van dwarsonvlakheid is spoorvorming.

39 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Dwarsonvlakheid heeft een negatief effect op: • •

Veiligheid (instabiel rijgedrag, aquaplaning). Comfort (plasvorming, fietsers, voetgangers).

De verschijningsvormen van dwarsonvlakheid zijn spoorvorming en langssleuven. De steilte van de flank is bepalend voor de diepte van de oorzaak: • • •

Flauw >> oorzaak in zandbed. Minder flauw >> oorzaak in fundering. Steil >> oorzaak in bovenlagen.

De oorzaken van onvlakheid zijn veelal: • Instabiliteit. • Naverdichting. • Onderdimensionering. • Te lichte kantopsluiting (bij elementenverharding). Oneffenheden Plaatselijk voorkomende, verticale vervormingen van de verharding met een oppervlakte kleiner dan 5 m2. Voorbeelden zijn plaatselijke verzakkingen, hoogteverschillen als gevolg van boomwortelgroei of gefundeerde elementen, die niet mee zakken zoals inspectieputten en duikers. Oneffenheden hebben een negatief effect op: • • •

Veiligheid (langere remweg, ladingverlies, afwijkend rijgedrag). Comfort (discomfort, resonanties). Duurzaamheid (toename dynamische belastingen -> verkorting levensduur).

De oorzaken van oneffenheden zijn veelal: • • • • •

Heterogeniteit. Onderdimensionering. Naverdichting. Reparaties. Lekke riolering.

Samenhang Schade, die zich manifesteert in de vorm van scheuren in lengterichting en/of scheuren in lengterichting en dwarsrichting, die onderling verbonden zijn. In het laatste geval is er sprake van craquelé. De oorzaak van de scheurvorming zit diep in de constructie. Veel scheuren beginnen zelfs aan de onderkant van het asfalt. Dit houdt in dat dit type schade alleen goed hersteld kan worden door de gehele constructie te vervangen. Scheurvorming heeft een negatief effect op: •

Duurzaamheid.

40 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Schadebeelden elementen Vlakheid Net als bij de asfaltverhardingen komen ook bij elementenverhardingen dwarsonvlakheid en oneffenheden voor. Onvlakheid op een klinkerweg wordt veroorzaakt door een verzakking in de fundering van de weg. Op de weg ontstaan waterplassen, die hinder opleveren voor de gebruikers van de weg. Elementenverhardingen slijten ook (onder andere breuk van de stenen). Deze schade wordt niet meegenomen tijdens de globale inspectie aangezien deze schade geen invloed heeft op de technische kwaliteit van de verharding. Hierboven zijn de oorzaken en gevolgen van de verschillende schadebeelden behandeld. De consequenties worden pas duidelijk als wordt gekeken naar de kwaliteit van de verhardingen binnen de beheergrenzen. In onderstaande tabel is schematisch aangegeven, hoe de vertaling van inspectiecijfers (de codering bij de schadeklasse G t/m E3) naar planperiode (uitvoeringsjaar) en kwaliteitsoordeel plaatsvindt voor een willekeurig schadebeeld, wegtype en verhardingstype. Daarnaast is ook de vertaling naar andere CROWkwaliteitsniveaus gemaakt.

Tabel 19 Vertaling inspectiegegevens naar planperiode en kwaliteitsoordeel

Een waarschuwingsgrens/ richtlijn ligt altijd tussen twee schadeklassen in. In de praktijk wordt de schadeklasse na de waarschuwingsgrens/ richtlijn als dusdanig aangeduid.

Kwaliteitsbeoordeling Voldoende

CROW 380 A+/A

Matig

Planjaar

Omschrijving

> 5 jaar

Op basis van de geconstateerde schade wordt geen onderhoud verwacht op de korte en middellange termijn.

Jaar 3-5

Waarschuwingsgrens is overschreden. Op basis van de geconstateerde schade wordt onderhoud verwacht op de middellange termijn.

Jaar 2

Richtlijn is overschreden. Onderhoud op korte termijn is noodzakelijk.

Jaar 1

Richtlijn is ruimschoots overschreden, er is sprake van achterstallig onderhoud. Onderhoud op zeer korte termijn is noodzakelijk.

B

Onvoldoende

C

Onvoldoende D

Tabel 20 Vertaling kwaliteitsbeoordeling naar planjaar

41 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

BIJLAGE E – ANALYSE KWALITEIT Kwaliteit per verhardingstype Naast een overall kwaliteit is het mogelijk om de kwaliteit gedetailleerder inzichtelijk te maken. Zodat inzichtelijk wordt waar het achterstallig onderhoud nu het meeste voorkomt. Indien de kwaliteit per wegtype in beeld wordt gebracht dan valt op dat de elementenverhardingen (B) en betonverhardingen (A) voldoen aan het ambitieniveau. Met name de asfaltverhardingen dragen dus bij aan de overall kwaliteit van C. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien circa 2/3 deel van het beheerareaal uit asfaltverhardingen bestaat.

Figuur 6 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype conform CROW 380 (90% lijn)

Kwaliteit per wegtype Onderstaande figuur toont de kwaliteit per wegtype. Daaruit valt op te maken dat wegtype 4 (licht belaste weg) en 5 (weg in woongebied) kwaliteitsniveau C hebben en daarmee niet voldoen aan het ambitieniveau (B).

Figuur 7 Kwaliteitsbeoordeling per wegtype conform CROW 380 (90% lijn)

42 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Kwaliteit per verhardingstype en wegtype Interessanter is het dan nog om de kwaliteit te beschouwen op basis van de combinatie verhardingstype en wegtype.

Figuur 8 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype en wegtype conform CROW 380 (90% lijn)

Uit bovenstaande figuur kan geconcludeerd worden dat de volgende combinaties niet voldoen aan het ambitieniveau: • Wegtype 3 (gemiddeld belaste weg) met een betonverharding (D). • Wegtype 4 (licht belaste weg) met een asfaltverharding (C). • Wegtype 5 (weg in woongebied) met een asfaltverharding (C). • Wegtype 6 (weg in verblijfsgebied) met een asfaltverharding (C). Indien de aan te pakken verhardingsoppervlakken worden beschouwd dan valt op, dat de meeste winst is te behalen in het wegwerken van de onvoldoende kwaliteit (C en D) bij de wegtypen 4 en 5 uitgevoerd in een asfaltverharding. 800.000 700.000 600.000 500.000

D

400.000

C B

300.000

A+ A

200.000 100.000 0 2

4

5 Asfalt

6

7

2

3

4

5

6

Cementbeton

7

3

4

5

6

7

Elementen

Figuur 9 Kwaliteitsbeoordeling per wegtype conform CROW 380 [m2]

43 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Kwaliteit asfalt per wegtype en verhardingssoort De 90% lijn toont aan, dat de hoogste percentages met achterstallig onderhoud zich bevinden bij de wegen voorzien van een oppervlakbehandeling. Oppervlakbehandelingen worden toegepast bij rafeling, lichte scheuren of om de stroefheid te verbeteren. Oppervlakbehandelingen zijn goedkoper dan een traditionele deklaag (DAB of SMA), maar hebben daarnaast wel een aanzienlijk kortere levensduur. Circa 26% van het totale beheerareaal van de gemeente heeft een oppervlakbehandeling als bovenlaag.

Figuur 10 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype, wegtype en verhardingssoort conform CROW 380 [%]

Indien de oppervlakken worden beschouwd dan is de grootste omvang met achterstallig onderhoud terug te vinden bij de oppervlakbehandelingen bij wegtype 4 en 5 uitgevoerd in een asfaltverharding.

Figuur 11 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype, wegtype en verhardingssoort conform CROW 380 [m2]

44 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

BIJLAGE F – UITGANGSPUNTEN MEERJARENBEGROTING De basisbegroting vanuit het beheersysteem bevat de volgende uitgangspunten: Exclusief • • • • • • • •

Kosten voor klein onderhoud. Reconstructies/ herinrichting. Rehabilitatie. Kapitaalslasten. BTW. Jaarlijks inflatiepercentage. Kosten Voorbereiding, Administratie en Toezicht (VAT) Onvoorzien

Inclusief • Kosten voor groot onderhoud • Eenheidsprijzen prijspeil 2020 inclusief opslagpercentages (bron: beheersysteem): • Verkeersmaatregelen: 5%. • Uitvoeringskosten: 7%. • Algemene bedrijfskosten: 8%. • Winst en risico: 4%. Noot De inspectieresultaten zijn aangeleverd door een extern bureau, dat via de opdrachtgever apart opdracht heeft gekregen voor het uitvoeren van een globale visuele inspectie. De inspectieresultaten vormen de basis voor de financiële gegevens van het groot onderhoud in dit beleidsplan. Eenheidsprijzen De volgende eenheidsprijzen zijn de basis voor de bepaling van de meerjarenplanning en -begroting. Maatregel

Maatregelprijs

Asfalt en fundering vervangen, wegtype 1 en 2

103,46

Asfalt en fundering vervangen, wegtype 3,4 en 5

72,08

Asfalt en fundering vervangen, wegtype 3,4 en 5 (rood)

90,62

Asfalt en fundering vervangen, wegtype 6 en 7

51,22

Asfalt en fundering vervangen, wegtype 6 en 7 (rood)

62,66

Asfaltverharding vervangen (gem. 10 cm) (specifiek voor fietspaden)

43,13

Asfalt vervangen (rood) (gem. 10 cm)

54,95

Frezen (gem 4 cm) + aanbrengen tussen- + deklaag (gem 8 cm)

41,66

Frezen (gem 4 cm) + aanbrengen deklaag (gem 4 cm) (rood)

50,16

Aanbrengen deklaag (gem. 4 cm)

23,50

Aanbrengen deklaag (gem. 4 cm), rood asfalt

37,23

Deklaag vervangen of ZOAB vervangen

19,43

Aanbrengen dunne deklaag

10,02

45 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Aanbrengen dunne deklaag (rood)

20,62

Aanbrengen dubbele oppervlakbehandeling

6,81

Aanbrengen dubbele oppervlakbehandeling (rood)

7,03

Aanbrengen enkele oppervlakbehandeling

4,23

Aanbrengen enkele oppervlakbehandeling (rood)

7,00

Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak

2,14

Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak + aanbrengen enkele opp.beh.

6,36

Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak + aanbr.enkele opp.beh.(rood)

9,12

Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak (rood)

3,51

Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak

2,60

Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbrengen dubbele opp.beh.

9,40

Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbr. dubbele opp.beh.(rood)

9,61

Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbrengen enkele opp.beh.

6,82

Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbr. enkele opp.beh.(rood)

9,58

Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak (rood)

4,43

Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak

5,18

Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak (rood)

7,24

Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag

15,08

Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag (rood)

25,67

Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak

6,70

Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak (rood)

9,44

Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen nieuwe deklaag

30,71

Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen nieuwe deklaag (rood)

38,94

Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag

16,53

Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag (rood)

27,12

Frezen 8 cm + tussenlaag (oab) + aanbrengen deklaag

42,26

Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 1 en 2

109,06

Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 3, 4 en 5

77,68

Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 3, 4 en 5 (rood)

96,22

Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 6 en 7

56,82

Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 6 en 7 (rood)

68,26

46 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Aanbrengen profileer deklaag (gem. 3,5 cm)

23,31

Aanbrengen profileer deklaag (gem. 3 cm) (rood)

38,78

Uitvullen + deklaag (4 cm)

30,42

Uitvullen + deklaag (rood) (3,5 cm)

49,36

Tabel 21 Eenheidsprijzen Asfalt (Bron: beheersysteem Gemeente Eijsden-Margraten)

Maatregel

Maatregelprijs

Cementbeton + fundering vervangen/beuken + overlagen

73,56

Cementbeton vervangen/beuken + overlagen

61,22

Gedeeltelijk plaatvervanging/oppersen/frezen

40,50

Klein onderhoud cemenbetonverharding

10,13

Ophogen + nieuwe constructie

79,91

Plaatselijk repareren en voegen vullen

23,29

Tabel 22 Eenheidsprijzen Beton (Bron: beheersysteem Gemeente Eijsden-Margraten)

Maatregel

Maatregelprijs

Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) betonsteen

6,56

Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) betontegels

4,39

Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) gebakken steen

6,80

Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) sierbestrating

11,95

Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) betonsteen

13,93

Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) betontegels

10,45

Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) gebakken steen

14,33

Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) sierbestrating

22,92

Herstraten (100% van het oppervlak) betonsteen

29,23

Herstraten (100% van het oppervlak) betontegels

22,27

Herstraten (100% van het oppervlak) gebakken steen

30,35

Herstraten (100% van het oppervlak) sierbestrating

47,54

Herstraten + fundering vervangen (betonsteen)

53,56

Herstraten + fundering vervangen (betontegels)

47,22

Herstraten + fundering vervangen (gebakken steen)

61,36

Herstraten + fundering vervangen (sierbestrating)

77,80

47 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

Ophogen + herstraten (betonsteen)

46,83

Ophogen + herstraten (betontegels)

40,48

Ophogen + herstraten (gebakken steen)

54,62

Ophogen + herstraten (sierbestrating)

71,06

Tabel 23 Eenheidsprijzen Elementen (Bron: beheersysteem Gemeente Eijsden-Margraten)

48 van 49

WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

COLOFON WEGENBELEIDSPLAN 2021-2024

KLANT Gemeente Eijsden-Margraten AUTEUR Jeroen Verhoef PROJECTNUMMER D080201.000060 ONZE REFERENTIE D10015674:65 DATUM 16 december 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

VRIJGEGEVEN DOOR

Jaap van de Gevel Projectmanager

Jeroen Verhoef Senior adviseur Assetmanagement

Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=87ead45b-dd16-44c7-a3dd-25c18f5b2d7c