20220207 06c Bijlage 2 Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Grijzegraaf ong. Mesch Gemeente Eijsden-Margraten
Bestemmingsplan Grijzegraaf ong. Mesch Gemeente Eijsden-Margraten
Onderdeel:
Regels
IDN-nummer:
NL.IMRO.1903.BPKOM6245KGONG-VG01
Projectnummer:
M202928
Status:
vastgesteld
Datum:
4 januari 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 11
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
13 15 22 25 27 29 31 33
Agrarisch met waarden 1 Agrarisch met waarden 2 Wonen Waarde - Archeologie Waarde - Archeologie 4 Waarde - Landschapselement Waarde - Recreatieve ontsluitingsstructuur Waterstaat - Erosie
Hoofdstuk 3 Algemene regels
35
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel
35
Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
36 37 38 39 42 43
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
45
Artikel 18 Artikel 19
45 46
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Bepalen parkeerbehoefte
Regels
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
3
4
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Grijzegraaf ong. Mesch' met identificatienummer NL.IMRO.1903.BPKOM6245KGONG-VG01 van de gemeente Eijsden - Margraten. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan huis gebonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6 agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis: agrarisch getinte activiteiten van ondergeschikte betekenis, die niet vallen onder het regime van de Wet milieubeheer. 1.7 ambacht(elijke): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht.
1.8 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur met bijbehorende bevestigingconstructie ten behoeve van telecommunicatie, radio en televisie en andere vormen van communicatie waar een antenne-installatie voor benodigd is. 1.9 antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
5
1.12 bed and breakfast: een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristisch-recreatieve activiteit aan maximaal 8 personen, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Onder een bed and breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.13 bedrijfsactiviteiten: vormen van bedrijf vergelijkbaar met of zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen als Bijlage 1 bij de regels, conform de bijlage uit de brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). 1.14 begane grond: de eerste bouwlaag boven het peil. 1.15 bestaande bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan (legaal gerealiseerd) op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning. 1.16 bestaand gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals dat bestaat en is toegestaan (legaal gebruik) op het tijdstip dat het plan of betreffende planonderdeel rechtskracht heeft gekregen. 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.19 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.22 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw/kelder, zolder, dakopbouw of setback. 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel.
6
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
1.25 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.27 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten: het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis gebonden beroep, gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteit zodanig is dat als deze in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.28 cultuurhistorische waarden: de bestaande historisch gegroeide bebouwing en inrichting, het bodemarchief, de verkavelingspatronen, de infrastructuur, de waterlopen en poelen en de historische onderdelen, waaronder solitaire elementen, ruimtelijke clusters en groenzones.
1.29 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen en/of verhuren van goederen aan personen die die goederen kopen/verhuren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten. 1.31 erf- en terreinafscheiding: De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf dan wel perceel of van de openbare ruimte. 1.32 escortbedrijf: een natuurlijk persoon, groep van personen, en/of rechtspersoon die prostitutie aanbiedt, die uitgeoefend wordt op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte of woning. 1.33 gastouderschap: kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie, na tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Een geregistreerde gastouder verzorgt de opvang op het eigen woonadres of op het adres van één van de ouders. Als de opvang bij de ouders plaatsvindt, kunnen daar ook kinderen van andere ouders worden opgevangen. 1.34 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste gebouw valt aan te merken.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
7
1.36 horeca: een bedrijf of instelling, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of waarin zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd. 1.37 kantoor: een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijke administratieve aard. 1.38 kunstwerk (civieltechnisch): product van de techniek, vooral (in de weg- en waterbouw) werk dat van andere materialen is vervaardigd dan uitsluitend aarde en zand, zoals tunnels, bruggen en sluizen. Een wegvak of een deel van de spoorbaan worden op zichzelf niet tot de kunstwerken gerekend. 1.39 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.40 landschapselementen: ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een (agrarische) productiefunctie. 1.41 maaiveld: de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.
1.42 maatschappelijke en culturele voorzieningen: educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijsvoorzieningen, sportvoorzieningen, recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsmede horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.43 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.44 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.45 (openbare) nutsvoorziening: een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater, het openbaar vervoer of het wegverkeer en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation.
1.46 onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen, niet zijnde een kruipruimte.
8
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
1.47 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf. 1.48 paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining. 1.49 perceel: een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register, de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt. 1.50 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.51 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf - waaronder begrepen een erotische massagesalon - een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, alsmede bedrijven die hun bedrijf voeren geheel of gedeeltelijk in overwegend seksueel geaarde dienstverlening, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.52 site sharing: het delen van antenne-opstelpunten (bouwwerken of antennedrager). 1.53 stedenbouwkundig beeld: ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen. 1.54 vloeroppervlak: het oppervlak van alle van dat gebouw deel uitmakende ruimten, inclusief kelder, onderbouw en/of verdiepingen. 1.55 voorgevellijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, tot aan de perceelsgrenzen. 1.56 voorgevelrooilijn: a. de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd, tot aan de perceelsgrenzen; b.
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw, die naar de weg of het openbare groen is gekeerd, tot aan de perceelsgrenzen. 1.57 vrijstaand(e bebouwing): bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet zijn gebouwd in de perceelsgrens. 1.58 woning/wooneenheid: een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouding, met de daarbij behorende niet voor bewoning bestemde bergingen, stallingsruimten alsmede kantoor- en/of praktijkruimten, welke in de woning worden opgericht dan wel daaraan worden aangebouwd.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
9
1.59 zijdelingse perceelsgrens: begrenzing van het perceel aan de zijkanten van de bebouwing, niet gericht naar de weg of openbaar groen. 1.60 zolder: ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
10
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Wijze van meten
2.1.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.1.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.1.3 het bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel of bouwvlak, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.1.4 de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.1.5 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.1.8 de hoogte van een bouwlaag: de afstand tussen de scheidende vloerdelen gemeten van bovenkant afgewerkte vloer tot bovenkant afgewerkte vloer. 2.1.9 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.1.11 peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
11
b.
plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang.
2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,50 meter.
12
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden 1
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d. e. f. 3.2
agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek, waaronder begrepen landschappelijke openheid en het behoud van landschapselementen in de vorm van hoogstamboomgaarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, onder andere ter plaatse van de aanduiding 'water'; ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik; extensief recreatief medegebruik. Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a.
1. 2. 3. 4. 5. b. 1. 2. 3. 4. 5. 6. c.
kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de belangen van natuur en landschap, waaronder begrepen de openheid van het landschap en de landschapselementen in de vorm van hoogstamboomgaarden, met dien verstande dat: het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2,00 meter mag bedragen; de bouwhoogte ten hoogste 3,00 meter mag bedragen; bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt; ter plaatse van de aanduiding 'water' geen recreatieve voorzieningen mogen worden gebouwd.
veldschuren/schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, mits er wordt voorzien in een afdoende landschappelijke inpassing, met dien verstande dat: er per perceel van 1.000 m2, of aaneensluitende percelen die gezamenlijk een oppervlak van minimaal 1.000 m2 hebben en van één kadastrale eigenaar zijn, maximaal 1 schuilgelegenheid is toegestaan; de goothoogte ten hoogste 2,50 meter mag bedragen; de bouwhoogte ten hoogste 3,50 meter mag bedragen; de oppervlakte van de veldschuur/schuilgelegenheid ten hoogste 18 m2 mag bedragen; er geen binnen- en buitenopslag mag plaatsvinden, met uitzondering van binnenopslag van voer en stro; ter plaatse van de aanduiding 'water' geen veldschuren/schuilgelegenheden mogen worden gebouwd. erf- en terreinafscheidingen, in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,50 meter.
3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub a onder 5 en 3.2.1 sub b onder 6 ten behoeve van de bouw van kleinschalige recreatieve voorzieningen of veldschuren/schuilgelegenheden ter plaatse van de aanduiding 'water', mits: a.
de waterhuishoudkundige belangen, gehoord het waterschap, niet onevenredig worden aangetast;
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
13
b. 3.4
wordt voldaan aan de bouwregels zoals opgenomen in 3.2.1. Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Onder verboden gebruik wordt tenminste verstaan het gebruik van de grond voor en/of als: a. b. c.
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik. het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen binnen de fruitteeltsector die leiden tot schadelijke effecten, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone', vanwege het garanderen van een goed woon- en leefklimaat.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c.
d. e.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0,30 meter en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het verwijderen van kleine landschapselementen, waaronder hoogstamboomgaarden; het bebossen van gronden.
3.5.2 Uitzonderingen Het in lid 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
3.5.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 3.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
14
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden 2
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 De voor 'Agrarisch met waarden 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek; bescherming van aangrenzend natuurgebied; kleinschalig agrarisch gebruik, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overig - concentratiegebied hoogstamboomgaarden';
met daaraan ondergeschikt: f. g. h. i.
ontsluiting van de afzonderlijke percelen; recreatief medegebruik; geluidwerende voorzieningen in de vorm van een geluidwal; voor wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de regels in artikel 40.3 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, in acht worden genomen.
4.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 44 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op de tot 'Agrarisch met waarden 2' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 4.2.2 Omheiningen en/of erfafscheidingen Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat: a.
de hoogte ten hoogste 1.50 m mag bedragen.
4.2.3 Bestaande bebouwing Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor bestaande, in het verleden op legale wijze tot stand gekomen bebouwing, welke in de bestaande situering, vorm en omvang mag worden gehandhaafd.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
15
4.3
Ontheffing van de bouwregels
4.3.1 Ontheffing kleinschaligerecreatieve voorzieningen en voederbergingen of voederruiven voor wild Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het oprichten van kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: a. b. c. d.
het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2.00 m mag bedragen; de nokhoogte ten hoogste 3.00 m mag bedragen; bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
4.3.2 Ontheffing veldschuren/schuilgelegenhedenvoor vee Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het oprichten van veldschuren/schuilgelegenheid voor vee, ter plaatse van de aanduiding 'overig - concentratiegebied hoogstamboomgaarden', en uitsluitend ten behoeve van met het agrarisch gebruik van het buitengebied overeenkomend gebruik, mits er wordt voorzien in een afdoende landschappelijke inpassing, passend binnen het concentratiegebied met hoogstamboomgaarden, en in compensatie van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden, die verloren gaan of kunnen gaan, overeenkomstig de eisen die zijn gesteld in de POL-uitwerking BOM+, met dien verstande dat: a. b. c. d.
het oppervlak van gebouwen per bouwperceel van ten minste 1 ha. maximaal 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2.50 m mag bedragen; de nokhoogte ten hoogste 3.50 m mag bedragen; gebouwen plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
4.3.3 Ontheffing tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen containervelden, boogkassen en regenkappen, mits: in het geval de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke boogkassen en tijdelijke regenkappen na ontheffing meer dan 10% van de totale teeltoppervlakte van een bedrijf uitmaakt, vooraf advies is verkregen van de adviescommissie BOM+; omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; de ontheffing niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, zoals aangegeven op de kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen behorende bij de provinciale 'Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen'; de ontheffing geen betrekking heeft op hellingen met een hellingspercentage van meer dan 4%, volgens de bij de herziening 'Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen' behorende kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen; zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, met dien verstande, dat: a.
16
containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boogkassen en regenkappen, voor zover deze niet binnen het bouwvlak van een agrarische bouwkavel opgericht kunnen worden, enkel mogen worden opgericht op aan de agrarische bouwkavel aansluitende gronden, indien en voor zover niet gelegen binnen de dubbelbestemming beekdal; bij de ontheffing worden de voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te gebruiken gronden vastgelegd;
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
b.
c. d. e.
f.
indien vanuit agrarische en/of landschappelijke motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan de bestaande agrarische bouwkavel niet mogelijk is, containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van regenkappen en boogkassen ook op verder gelegen gronden mogen worden opgericht, waarbij geen zelfstandige bouwkavel mag ontstaan; de hoogte van boogkassen ten hoogste 2.50 m mag bedragen; de hoogte van regenkappen ten hoogste 4.00 m mag bedragen; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen aanwezig mogen zijn, als deze daadwerkelijk in gebruik zijn, met een maximum van 6 maanden per jaar. Op momenten dat de teeltondersteunende voorzieningen niet in gebruik zijn, dienen deze te worden verwijderd; bij een negatief advies van de adviescommissie BOM+ slechts ontheffing mag worden verleend, nadat Gedeputeerde Staten hiermee hebben ingestemd.
4.3.4 Ontheffing hagelnetten Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits: a. b.
c.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting van de beleving van het landschap, zoals die wordt bepaald door het reliëf rond de beek- en droogdalen, de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, ontstaat of kan ontstaan, dan wel door landschappelijke inpassing op een wijze die overeenstemt met de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, een en ander kan worden voorkomen; voldaan wordt aan de 'Beleidsregel hagelnetten', zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 maart 2004, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader,
met dien verstande dat: a. b. c.
bij de ontheffing de voor hagelnetten te gebruiken gronden worden vastgelegd; de hagelnetten niet door mogen lopen tot aan de grond; de hoogte van hagelnetten ten hoogste 4.00 m mag bedragen.
4.3.5 Procedure ontheffing Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van ontheffing de in artikel 42 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, gegeven procedure. 4.4 Specifieke gebruiksregels Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 38 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, wordt tenminste verstaan het gebruik van de grond voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g. h.
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege of ligplaats en speelweide of volkstuin; het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; terrein voor het aanbrengen, het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; voor het opslaan van mest(stoffen), waaronder het opslaan van mest in mestzakken;
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
17
i. j. k. l. m.
4.5
nieuwvestiging van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; bedrijfswegen ten behoeve van het agrarisch bedrijf; het bebossen van gronden. het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen binnen de fruitteeltsector die leiden tot schadelijke effecten, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone', vanwege het garanderen van een goed woon- en leefklimaat. Ontheffing van de gebruiksregels
4.5.1 Ontheffing voor militaire oefeningen Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het houden van militaire oefeningen, mits agrarische en landschappelijke waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 4.5.2 Ontheffing voor kamperen op de boerderij Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, in combinatie met een aangrenzend functionerend agrarische bedrijf, mits: de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten van het aangrenzend functionerend agrarisch bedrijf; de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de activiteiten niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, dan wel onevenredige aantasting van bestaande natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden; de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; kamperen alleen plaatsvindt tijdens het kampeerseizoen; buiten het kampeerseizoen geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn; in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien binnen de aangrenzende bestemming 'agrarisch - bedrijf'; de afstand tot bestaande
kampeerterreinen en campings ten minste 500 m bedraagt; de afstand tot de erfgrens van naastgelegen woningen tenminste 50 m bedraagt; het kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast in de omgeving, overeenkomstig de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; bij beëindiging van het agrarisch bedrijf het kamperen op de boerderij wordt beëindigd, uitgezonderd de situatie dat de kinderen van degenen, die het agrarisch bedrijf laatstelijk uitoefenden, het kamperen op de boerderij mogen voortzetten, met dien verstande dat: a. b. c.
bij de ontheffing het voor het kamperen op de boerderij te gebruiken perceelsgedeelte en het daarop te realiseren maximum aantal kampeerplaatsen worden vastgelegd; maximaal 15 standplaatsen per locatie aanwezig mogen zijn; op de standplaatsen mogen geen chalets, trekkershutten of stacaravans worden geplaatst; sanitaire voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak van het aangrenzende agrarisch bedrijf mogen worden opgericht.
4.5.3 Procedure ontheffing Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van ontheffing de in artikel 42 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, gegeven procedure.
18
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
4.6
Aanlegvergunning
4.6.1 Het is verboden op of in de tot 'Agrarisch met waarden 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
e.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen met meer dan 0.30 m en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het kappen van hoogstamboomgaarden ter plaatse van de aanduiding 'overig – concentratiegebied hoogstamboomgaarden'; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het aanbrengen van hoog opgaande beplanting anders dan ten behoeve van de ecologische structuur of de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap.
4.6.2 Het in 4.6.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
4.6.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in dit 4.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 4.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. 4.6.4 Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van een aanlegvergunning de in artikel 42 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, gegeven procedure. 4.7
Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1 Wijziging in de bestemming 'agrarisch-bedrijf”of 'agrarisch-paardenhouderij' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'agrarisch-bedrijf' of 'agrarisch - paardenhouderij' met aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - productiegerichte paardenhouderij' als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, ten behoeve van: de vestiging van nieuwe grondgebonden agrarische bedrijven respectievelijk productiegerichte paardenhouderijen; de vergroting van bestaande grondgebonden agrarische bedrijven respectievelijk productiegerichte
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
19
paardenhouderijen; de vergroting van bestaande niet grondgebonden agrarische bedrijven; mits: het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf of een volwaardige paardenhouderij dan wel een bedrijf dat zich overtuigend in de richting van volwaardigheid ontwikkelt; de locatie niet is gelegen binnen de dubbelbestemmingen 'waarde - beekdal' en 'waarde - ecologie'; de wijziging niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, dan wel onevenredige aantasting van bestaande natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de POL-uitwerking BOM+, met dien verstande, dat: de maximale oppervlakte van de nieuwe bouwkavel in beginsel 1,5 ha mag bedragen. Van deze maat kan, gehoord de desbetreffende dienst van de Provincie Limburg, worden afgeweken indien door toepassing van de POL-uitwerking BOM+ de omgevingskwaliteit ten minste evenredig wordt vergroot; bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 4 respectievelijk 5 van deze regels als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied, vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden.
4.7.2 Wijziging in de bestemming 'natuur' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'natuur' als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, ten behoeve van de aanleg van nieuwe natuur, mits: aangrenzende waarden en belangen, waaronder het agrarische belang, niet onevenredig worden geschaad; de aanleg van de nieuwe natuur past binnen de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); de aanleg van nieuwe natuur in de vorm van bebossing uitsluitend is toegestaan op gronden met de dubbelbestemming 'waarde - ecologie'; wijziging van de bestemming van gronden ten behoeve van realisering van de POG of het Groenstructuurplan mag eerst plaatsvinden als is aangetoond dat wijziging van de bestemming van gronden ten behoeve van realisering van de EHS niet mogelijk is of in het kader van een compensatieopgave onvoldoende resultaat oplevert, met dien verstande dat: a.
bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 16 van deze regels als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden.
4.7.3 Wijziging in de (dubbel)bestemming 'water' of 'waterstaat – meanderzone' of 'waterstaat waterlopen' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de (dubbel)-bestemming 'water', 'waterstaat – meanderzone' en 'waterstaat - waterlopen', gehoord het waterschap, ten behoeve van het aanleggen van watergangen, waaronder regenwaterbuffers, en het herinrichten van bestaande watergangen, mits: de noodzaak daartoe in het kader van een adequaat waterhuishoudkundig beheer is aangetoond; natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); ruimtelijke inpassing in het landschap verzekerd is;
20
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
het herinrichten plaatsvindt binnen een zone met een breedte van 5 m rondom de bestaande loop van de watergang, met dien verstande dat: a.
bij de wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 21, 32 respectievelijk 35 van deze regels als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden.
4.7.4 Wijziging in de bestemming 'wonen' Burgemeester en Wethouders kunnen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' de bestemming wijzigen in de bestemming 'wonen', ten behoeve van de realisering van woningen, mits: aangrenzende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en belangen, dan wel functies niet onevenredig worden aangetast of in hun mogelijkheden beperkt; de toename van het aantal woningen past binnen het woningbouwprogramma behorende bij de Regionale Woonvisie, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader; de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), met dien verstande dat: a. b. c.
ten hoogste 4 woningen mogen worden gebouwd; de situering en omvang van de woningen zal worden vastgelegd door het aangeven van bouwvlakken; bij wijziging voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 22 van deze regels als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden.
4.7.5 Procedure wijziging Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid de in artikel 42 gegeven procedure als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
21
Artikel 5
Wonen
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van mantelzorg, aan huis gebonden beroepen en gastouderschap; b. tuinen, erven en verhardingen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis. en de daarbij behorende voorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op de voor ‘Wonen’ aangewezen gronden mogen uitsluitend hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen. 5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. 1. 2. 3.
Hoofdgebouwen mogen uitsluitend in het aangeduide bouwvlak worden gebouwd; Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand' mag uitsluitend het aangeduide type worden gebouwd; Nieuwbouw van woningen alsmede het toevoegen van woningen in bestaande bebouwing is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw; De voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn dan wel op een afstand van niet meer dan 5 meter daarachter; De goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)‘ is aangegeven; De bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)‘ is aangegeven; Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; Gebouwen mogen met een kap of plat dak worden afgedekt.
In geval van een kap bedraagt de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60°; De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ mag aan beide zijden niet minder dan 2,50 meter bedragen; De bouwgrens grenzend aan het openbaar gebied mag uitsluitend worden overschreden met een erker of luifel, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: De oppervlakte mag niet meer bedragen dan maximaal 4 m²; De diepte mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
22
Bijbehorende bouwwerken mogen zowel ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ als in het bouwvlak worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; In afwijking van het bepaalde onder a en b mogen bestaande overkappingen/carports buiten de aanduiding 'bijgebouwen' en/of op een afstand van minder dan 3 meter achter de voorgevellijn van het
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
d.
e. f.
g. h.
hoofdgebouw worden gehandhaafd en ter plaatse worden herbouwd. Het aanduidingsvlak ‘bijgebouwen’ mag per bouwperceel voor niet meer dan 50% worden bebouwd, met dien verstande dat het oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per bouwperceel niet meer mag bedragen dan het oppervlak van het bouwvlak op het betreffende bouwperceel. Bijbehorende bouwwerken mogen in niet meer dan één bouwlaag worden gebouwd, waarbij de goothoogte niet meer dan 3,50 meter mag bedragen. De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 7,00 meter, met dien verstande dat in de perceelsgrens de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De afstand van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot andere gebouwen op hetzelfde bouwperceel mag niet minder bedragen dan 1 meter. Bijbehorende bouwwerken dienen in de zijdelingse perceelsgrens of op een afstand van niet minder dan 1 meter tot de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a.
b.
De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen, met uitzondering van de erfafscheidingen die zich voor de naar de weg gekeerde bouwgrens bevinden, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3,00 meter bedragen.
5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van: a. b. 1. 2.
3. c.
1. 2. 3. 4. 5.4
het bepaalde in 5.2.2 onder h voor het toestaan van een andere dakhelling indien geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt. het bepaalde in 5.2.2 onder a ten aanzien van het overschrijden van de zijdelingse bouwgrens, met dien verstande dat: de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3,00 meter mag bedragen; de overschrijding van de zijdelingse bouwgrens niet meer dan 4,00 meter mag bedragen, mits: ten behoeve van de verkeersveiligheid voldoende afstand tot de bestemming ‘Verkeer’ wordt aangehouden; geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt. ten aanzien van het gestelde onder 1 en 2 geen gebruik kan worden gemaakt van een algemene afwijkingsbevoegdheid van 10%. het bepaalde in 5.2.3 onder a en b en overkappingen/carports toestaan buiten de aanduiding 'bijgebouwen' en/of op een afstand van minder dan 3 meter van de voorgevellijn van het hoofdgebouw en/of vóór de voorgevellijn van het hoofdgebouw, met dien verstande dat: de afstand van de overkapping/carport tot de bestemming 'Verkeer' niet minder dan 5,00 meter mag bedragen; de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bouwperceel niet meer mag bedragen dan het oppervlak van het bouwvlak op het betreffende bouwperceel; de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,50 meter; geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld mag plaatsvinden.
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van opstallen voor: a. b.
ambachtelijke en/of industriële doeleinden; detail- en/of groothandel;
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
23
c. d. e.
horecadoeleinden; verblijfsrecreatieve doeleinden; opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
5.4.2 Aan huis gebonden beroep Binnen de bestemming ‘Wonen’ is de uitoefening van aan huis gebonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. b. c. d.
De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 80 m². Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. Detailhandel is niet toegestaan. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
5.4.3 Realiseren van voorzieningen voor huisvesting van familie Binnen de bestemming ‘Wonen’ is het realiseren van voorzieningen voor de huisvesting van ouders, kinderen of andere familieleden in (bij)gebouwen, onderdeel uitmakende van de woning, toegestaan, mits: a. b. c. d. e. 5.5
het geen vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; dit niet leidt tot het creëren van een zelfstandige woning; de totstandkoming van een goed woonklimaat in de betreffende (bij)gebouwen gegarandeerd kan worden; de betreffende (bij)gebouwen na het beëindigen van het huisvesten van de betreffende persoon, opnieuw onderdeel gaan uitmaken van de reeds bestaande woning; het maximaal toegestane oppervlak aan bijbehorende bouwwerken niet wordt overschreden. Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Lichte bedrijvigheid Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitoefenen van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. b. c. d. e.
De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 80 m². Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. Detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel. De activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorieën 1 en 2 van Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
5.6 Sloop Het uitvoeren van sloopactiviteiten ter plaatse van de bestemming 'Wonen' is pas toegestaan, nadat is aangetoond dat er geen sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen in de te slopen bebouwing.
24
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
6.1.1 De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 6.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 44 als bedoeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden. 6.2 Bouwregels Op de tot 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag uitbreiding van de bebouwing en bijbehorende verharding met meer dan 2.500 m², dan wel uitbreiding van de bebouwing binnen een afstand van 50 m tot archeologisch waardevolle terreinen of waarbij anderszins archeologische waarden in het geding zijn, uitsluitend plaatsvinden nadat door middel van archeologisch vooronderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden in het geding zijn, dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld. 6.3
Aanlegvergunning
6.3.1 Het is verboden op of in de tot 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarden', zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 cm wordt gewijzigd; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; het bebossen van gronden, met dien verstande dat een aanlegvergunning enkele kan worden verleend ter plaatse van de dubbelbestemming 'waarde – ecologie'; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.
6.3.2 Het in 6.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
25
a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd;
6.3.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien de in bedoelde gronden aanwezige oudheidkundige sporen niet dan in geringe mate worden of kunnen worden aangetast of als de mogelijkheid bestaat tot het doen van voorafgaand wetenschappelijk onderzoek of het doen van oudheidkundige waarnemingen. 6.3.4 Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van een aanlegvergunning de in artikel 42 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden, gegeven procedure.
26
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Artikel 7
Waarde - Archeologie 4
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 7.2 Bouwregels a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 7.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 3. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2 . 7.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 20.2 onder a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn. c.
Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a kan voorts worden verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1 Verbodsbepaling Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
grondwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen van het waterpeil; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
27
7.4.2 Toepassingsbereik Het verbod, als bedoeld in lid 7.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d. e. f. g.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 500 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; er reeds een aanlegvergunning, ontgrondingvergunning of omgevingsvergunning is verleend; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
7.4.3 Voorwaarden aan de vergunningverlening Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 7.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.
28
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Artikel 8 8.1
Waarde - Landschapselement
Bestemmingsomschrijving
8.1.1 De voor 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. 8.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 44 van het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 27 april 2010 door de voormalige gemeente Eijsden. 8.2