20211214 10c BP Groot Welsden 72-72a - Toelichting.pdf
Tekst van het document
Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, waarbij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten wordt toegestaan. Voorbeelden van dergelijke objecten zijn woningen, ziekenhuizen, scholen, hotels en restaurants. Situatie plangebied inzake Bevi / risicovolle inrichtingen Binnen straal van circa 1 kilometer rondom onderhavige plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen. Transportroutes gevaarlijke stoffen Binnen straal van circa 1 kilometer rondom onderhavige plangebied is geen sprake van transportroutes van gevaarlijke stoffen. Transportleidingen gevaarlijke stoffen Op circa 450 meter ten oosten en ten zuiden van het plangebied is een ondergrondse buisleiding in beheer bij de DPO (Defensie Pijpleiding Organisatie) aanwezig. Circa 830 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een ondergrondse buisleiding van de Gasunie. Ten laatste zijn op circa 900 meter westelijk van het plangebied twee ondergrondse buisleidingen van de Gasunie gesitueerd. Uit de overzichtskaart zoals opgenomen in het 'Uitvoeringsbeleid externe veiligheid' van de gemeente Eijsden-Margraten blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen de 100% letaliteitsgrens alsook niet binnen de 1% is gelegen van één of meerdere leidingen.
Op voorhand mag worden geconcludeerd dat vanwege voorliggende planontwikkeling geen significante toename van het groepsrisico zal optreden en er geen onoverkomelijke belemmeringen zullen zijn in het kader van het aspect externe veiligheid.
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
33
Uitsnede kaart overzicht leidingen met aanduiding plangebied (bron: 'Uitvoeringsbeleid externe veiligheid') 5.5.4 Conclusie externe veiligheid Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico's in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de planontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
34
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
Hoofdstuk 6
Overige ruimtelijke aspecten
Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie en cultuurhistorie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.
6.1
Archeologie en cultuurhistorie
6.1.1 Archeologie Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Daaromtrent zijn in de Erfgoedwet bepalingen opgenomen die de gemeenteraad in acht moet nemen. Onderhavig plangebied is volgens de gemeentelijke archeologische monumenten- en verwachtingskaart gesitueerd in een gebied aangeduid als 'Monumenten van hoge waarde, niet beschermd volgens de Monumentenwet'. Binnen deze gebieden dient bij bodemverstoringen dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld én een verstoringsoppervlak van meer dan 250 m² archeologisch onderzoek te worden verricht naar eventuele archeologische (ondergrondse) waarden.
Uitsnede monumenten- en verwachtingskaart met aanduiding plangebied Door het planvoornemen worden inpandig drie woningen en vier vakantiewoningen toegevoegd. Deze worden voorzien in de bestaande bebouwing, waarbij geen sprake is van graafwerkzaamheden voor de aanleg van kelders en/of funderingen. In de buitenruimte zullen ten behoeve van het voornemen in totaal 14 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Daarbij zal het bestaande reliëf worden gerespecteerd, waardoor geen maaiveldswijzigingen meer dan 0,30 meter zullen plaatsvinden. Ook zullen de uit te voeren werken maar een beperkte diepte hebben. Op basis van de Erfgoedwet geldt echter de verplichting dat, indien tijdens toekomstige graafwerkzaamheden desondanks archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden aangetroffen, deze per direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Eijsden-Margraten.
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
35
6.1.2 Cultuurhistorie De bebouwing ter plekke van onderhavig plangebied is aangeduid als Rijksmonument (Monumentnummer: 34718 'Welsderhof'). Mede vanwege deze Rijksmonumentale status is een bouwhistorisch onderzoek verricht door Coen Eggen (oktober 2020). Dit onderzoek is na overleg met de gemeente en Monumentencommissie aangevuld (december 2020). De rapportages zijn bijgevoegd als Bijlage 7. Aan de hand van de rapportages heeft op 15 december 2020 een locatiebezoek plaatsgevonden door de Monumentencommissie. Aan de hand daarvan heeft deze commissie in een advies aangegeven dat er aan de hand van de rondgang en stukken voldoende basis bestaat voor verdere toetsing van concrete bouwplannen. Ook dit advies is opgenomen in Bijlage 7. 6.1.3 Conclusie archeologie en cultuurhistorie Gelet op vorenstaande vormt het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
6.2
Kabels en leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het eventueel nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
6.3
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 6.3.1 Parkeren Bij het realiseren van nieuwe (gebruiks)functies dient de parkeerbehoefte hiervan inzichtelijk te worden gemaakt. Deze parkeerbehoefte dient in beginsel op eigen terrein te worden gerealiseerd. Het voor parkeren beschikbare buitenterrein is zodoende leidend. Volgens de te hanteren normen dient voor een parkeerplaats een afmeting te worden aangehouden van 5 meter bij 2,5 meter. Het voornemen is om, naast het omvormen van de voormalige bedrijfswoning in een reguliere burgerwoningen, drie huurwoningen en hier recreatiewoningen inpandig te realiseren. Middels het facetbestemmingsplan 'Parkeren Eijsden-Margraten' heeft de gemeente per specifieke gebruiksfunctie parkeernormen voorgeschreven. Vooraleerst kan voor de tot burgerwoning om te vormen bedrijfswoning uit worden gegaan van het woningtype 'koop, vrijstaand'. Voor deze woningtypologie in het niet-stedelijke buitengebied dient een parkeernorm van minimaal 2,0 en maximaal 2,8 parkeerplaatsen te worden toegepast.
36
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
Parkeernorm woningtype 'koop, vrijstaand' De beoogde drie eenheden voor permanente bewoning in de linkervleugel van onderhavige carréboerderij kunnen het beste worden geschaard onder het woningtype 'huur, etage, midden/goedkoop'. Voor deze woningtypologie in het niet-stedelijke buitengebied dient een parkeernorm van minimaal 1,0 en maximaal 1,8 parkeerplaatsen te worden toegepast.
Parkeernorm woningtype 'huur, etage, midden/goedkoop' Voor recreatiewoningen zijn geen parkeernormen opgenomen. In z'n algemeenheid wordt voor dergelijke woningtype een parkeernorm gehanteerd van 0,5 parkeerplaats per slaapplaats ofwel 1 per slaapkamer. Het voornemen is om vier-persoons recreatiewoningen te realiseren, op basis waarvan rekening dient te worden gehouden met een parkeerbehoefte van (maximaal) 2 parkeerplaatsen per vakantiewoning. Op grond van vorenstaande bedraagt de minimale parkeerbehoefte vanwege het voornemen 13,0 parkeerplaatsen en de maximale parkeerbehoefte 16,2 parkeerplaatsen. In de tabel hierna wordt dit samengevat weergegeven.
Tabel berekening minimale en maximale parkeerbehoefte De parkeerbehoefte dient te worden opgevangen binnen de eigen perceelsgrenzen. Het is mogelijk om ter
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
37
plekke van onderhavige locatie op een ruimtelijk aanvaardbare wijze en met respect voor de Rijksmonumentale bebouwing in totaal te kunnen voorzien in 14 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarbij zijn 6 parkeerplaatsen voorzien op de binnenplaats, 3 parkeerplaatsen aan de straatzijde, en 5 parkeerplaatsen aan de achterzijde van de bebouwing. In de volgende figuur is de situering van de parkeerplaatsen weergegeven.
Situatietekening parkeerruimte op eigen terrein Met het realiseren van 14 parkeerplaatsen op eigen terrein kan worden voorzien in de berekende theoretische minimale parkeerbehoefte (13 stuks) vanwege het voornemen. De gemiddelde bezettingsgraad van recreatiewoningen in Limburg is in de zomer het hoogst en bedraagt dan op basis van Toeristische Trendrapportage Limburg 2016-2017, opgesteld door ZKA Leisure Consultants, circa 61%. Het is dan ook niet aannemelijk dat de recreatiewoningen continue bezet zullen zijn. Bovendien zullen in z'n algemeenheid gezinnen gebruik maken van de recreatiewoningen, die veelal met 1 auto zullen komen. Gelet op vorenstaande mag dan ook worden geconcludeerd dat met het realiseren van 14 parkeerplaatsen op eigen terrein in voldoende mate in de parkeerbehoefte wordt voorzien, waardoor parkeerproblemen in het openbare omliggende gebied niet behoeven te worden verwacht. 6.3.2 Verkeer Naast het kunnen voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein dient beoordeeld te worden of het toevoegen van de eenheden gevolgen heeft voor de verkeersstructuur, -doorstroming, -afwikkeling, en -veiligheid. In eerste instantie behoeven geen nieuwe in-/uitritten op de openbare weg te worden gerealiseerd. Gebruik kan worden gemaakt van de bestaande aansluitingen.
Als verkeersgeneratie per woning kan worden uitgegaan van circa 6 tot 8 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Voor een vakantiewoning kan een gelijke verkeersgeneratie worden aangehouden. Het
38
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
realiseren van 7 (extra) eenheden impliceert een verkeersgeneratie van circa 42 tot 56 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal op de Groot Welsden. Op voorhand wordt de berekende verkeersgeneratie niet belemmerend geacht voor de ontwikkeling. Gelet op de inrichting van de weg Groot Welsden alsook de huidige (lage) verkeersintensiteiten ter plekke zullen geen problemen in de verkeersdoorstroming, -afwikkeling, en -veiligheid optreden. 6.3.3 Conclusie parkeren en verkeer Gelet op vorenstaande vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
6.4
Waterhuishouding
6.4.1 Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). 6.4.2 Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden.
Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 6.4.3 Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de 'digitale watertoets' ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is.
Omdat voorliggend planvoornemen een inpandige verbouwing van een monument voorziet en de totale oppervlakte van het plangebied (ongeveer 1.700 m²) niet reikt tot de ondergrens (2.000 m²), is geen sprake van een waterschapbelang en is het doorlopen van de watertoets niet noodzakelijk. Ten aanzien van de afvoer van afval- en hemelwater vinden in beginsel geen veranderingen plaats ten opzichte van de bestaande situatie.
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
39
6.4.4 Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
6.5
Natuurbescherming
6.5.1 Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Blijkens de kaart 'Natuur' van het POL2014 is onderhavig plangebied niet gelegen binnen het Nationaal Natuur Netwerk en een Natura2000 gebied.
Uitsnede kaart 'Natuur' POL2014 met aanduiding plangebied 6.5.2 Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg Aan de hand van de kernkwaliteiten van het landschap, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2014, wordt beschreven op welke effecten voorliggend planvoornemen heeft op de kernkwaliteiten en op welke wijze deze kwaliteiten worden beschermd dan wel versterkt. Schaalcontrastvan zeer open naar besloten Het ter plekke aanwezige schaalcontrast wordt niet aangetast. Het voorliggende planvoornemen voorziet om middels een inpandige verbouwing een aantal woningen en vakantiewoningen in een Rijksmonument te realiseren. Ter plekke is geen sprake van nieuw ruimtebeslag op het open buitengebied. Er wordt geen nieuwe bebouwing en/of verharding toegevoegd. Derhalve vinden geen wijzigingen plaats. Het groene karakter De bestaande beplanting in en rond het plangebied zal worden gehandhaafd en worden uitgebreid (WELKE UITBREIDING?), waardoor de verharding in het plangebied, voornamelijk ten behoeve van parkeren, met groen wordt omgeven, waardoor het groene karakter binnen het plangebied wordt versterkt. Reliëf en ondergrond De beoogde ontwikkeling heeft hoofdzakelijk betrekking op het inpandig verbouwen van de ter plekke aanwezige bebouwing ten behoeve van het planologisch wijzigen van het gebruik van agrarisch naar (recreatief) wonen.
Bij dit bouwplan wordt het bestaande reliëf gerespecteerd.
40
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
Rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed De bebouwing op de locatie Groot Welsden 72/72a betreft de Rijksmonumentale hoeve 'Welsderhof'. Ten hoeve van voorliggend voornemen is een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd, waarmee de monumentale waarden van het pand in kaart zijn gebracht. Het bouwplan wordt ter advies voorgelegd aan de Monumentcommissie. Daarmee wordt beoogd de monumentale waarden van de bebouwing te behouden en mits mogelijk weer zichtbaar te maken, waardoor deze waarden worden behouden en versterkt. 6.5.3 Natura2000 Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden, zal uit een uit te voeren toets moeten blijken of het planvoornemen zowel in aanlegfase als gebruiksfase mogelijk vergunningplichtig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Effecten kunnen in beginsel alleen optreden door zogenaamde externe werking, waarbij veranderingen en activiteiten binnen het plangebied kunnen leiden tot veranderingen van de milieusituatie in de natuurgebieden; in onderhavig plan betreft dit de uitstoot van stikstof als gevolg van het plan. Voor projecten, zoals onderhavig plan, betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist als gevolg van de uitstoot van stikstof tijdens de gehele realisatie- en gebruiksfase.
Blijkt uit bovenstaande beoordeling dat geen natuurvergunning is vereist, dan kan volstaan worden met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Het aspect natuur vormt dan geen belemmering voor de uitvoering van het project. Ten behoeve van onderhavige planontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd, daarbij uitgaande van het realiseren van 10 eenheden. De rapportage van betreffend onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8. Op grond van dat onderzoek is gebleken dat zowel in de realisatie- als de gebruiksfase géén sprake is van stikstofdepositie op stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden. De depositie is nergens hoger dan 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen met zekerheid worden uitgesloten. 6.5.4 Flora en fauna Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Ter plekke wordt een Rijksmonumentaal boerderijhoeve met schuren inpandig verbouwd tot enkele woningen en vakantiewoningen. Omdat het oude schuren/stallen betreft, kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat inpandig ter plekke geen (beschermde) flora en fauna aanwezig zijn.
Derhalve is door Ecoplanning een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 9. 6.5.5 Conclusie gemeentelijk woonbeleid Naar aanleiding van het uitgevoerdeliteratuuronderzoek en het veldbezoek is in de rapportage van de quickscan aanbevolen om nader onderzoek te verrichten naar de eventuele aanwezigheid van rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen en huismussen. Op grond van dat nader onderzoek kan worden bepaald of al dan geen ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. 6.5.6 Conclusie natuurbescherming Het aspect natuurbescherming vormt, met inachtneming van het te verrichten nadere onderzoek en eventuele ontheffingsaanvraag, geen belemmering voor voorliggend voornemen.
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
41
6.6
Duurzaamheid
Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zullen verder worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen.
42
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).
Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. De gemeente Eijsden-Margraten sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Het verhaal van kosten is dan ook anderszins verzekerd.
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
43
7.2
Planschade
Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Eijsden-Margraten sluit een planschade-verhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade komen dan ook niet voor rekening van de gemeente.
44
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
Hoofdstuk 8
Planstukken
Het bestemmingsplan 'Groot welsden 72-72a' van de gemeente Eijsden-Margraten bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding.
8.1
Algemeen
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Toelichting, regels en verbeelding
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan. 8.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat:
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
45
1.
2.
3.
4.
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Bestemmingen Voorlopige bestemmingen Uit te werken bestemmingen Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingssregels Algemene wijzigingsregels Verwezelijking in de naaste toekomst Algemene procedureregels Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Daarbij zijn tevens de bestemmingsregels op grond van het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening' als uitgangspunt genomen. 8.2.3 Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer.
Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities
46
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
47
48
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
Hoofdstuk 9 procedure 9.1
Vooroverleg, inspraak en formele
Inleiding
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen.
9.3
Inspraak
Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Eijsden-Margraten beschikt over een inspraakverordening. Uitgaande van deze verordening behoeft geen inspraak te worden gehouden en kan direct overgegaan worden tot de formele bestemmingsplanprocedure.
9.4
Formele procedure
9.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a
49
6. 7.
kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf ...-...-2021 tot en met ...-...-2021 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.
50
bestemmingsplanGroot Welsden 72-72a