CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20211214 07a RV Belastingmaatregelen 2022.docx

* Raadsvergaderingen 14 december 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Belastingverordeningen 202215.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.3.4

2.3.4.1 2.3.4.2 2.3.4.3 2.3.4.4 2.3.4.5 2.3.4.6

2.3.4.7

2.3.4.8

€

178,86

178,86

€

626,72

626,72

€

626,72

626,72

€

2.709,30

2.709,30

€

626,72

626,72

€

1.587,14

1.587,14

€

1.587,14

1.587,14

€

1.587,14

1.587,14

€

626,72

626,72 28

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking, Bijlage 2 BOR art.4): indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking, Bijlage 2 BOR art.

4, lid 11) indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

2.3.4.9

Indien binnen één aanvraag voor omgevingsvergunning 2.3.4.1 en/of 2.3.4.2 en/of 2.3.4.3 van toepassing zijn, wordt de zwaarste (duurste) procedure in rekening gebracht.

2.3.4.10

Indien de bouwkosten van een bouwwerk< € 5.000,00, bedragen de legeskosten voor de ruimtelijke procedure als bedoeld in 2.3.4.1 of 2.3.4.2 maximaal

€

178,86

178,86

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een bouwwerk met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk.

€

626,72

626,72

€

169,56

169,56

€

169,56

169,56

€

169,56

169,56

2.3.5 2.3.5.1

2.3.5.1.1

2.3.6 2.3.6.1

2.3.6.1.1 2.3.6.1.2

2.3.6.2

2.3.6.3

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef onder b van de Wabo in samenhang met de provinciale Erfgoedverordening of de Erfgoedverordening gemeente Eijsden-Margraten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: Voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument: Voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of artikel [20] van de Erfgoedverordening gemeente Eijsden-Margraten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: Indien een aanvraag ex artikel 2.3.6.1

wordt beoordeeld door de Welstandscommissie,

29

2.3.6.4

2.3.7 2.3.7.1 2.3.7.1.1

2.3.7.2

2.3.7.2.1

2.3.7.3

2.3.7.4

2.3.8

monumentencommissie of de dorpsbouwmeester wordt het in 2.3.6.1 opgenomen tarief per beoordeling verhoogd met: Indien de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.3.6.1 betrekking heeft op het aanbrengen van zonnepanelen op rijksmonumenten. Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief: in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b en/of c, van de Wabo: Indien een aanvraag ex artikel 2.3.7.1 wordt beoordeeld door de Welstandscommissie, monumentencommissie of de dorpsbouwmeester wordt het in 2.3.7.1 opgenomen tarief per beoordeling verhoogd met Indien de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.3.7.2 betrekking heeft op beeldbepalende panden, bedraagt het tarief: Archeologisch bodemonderzoek Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.3.6.1 tot en met 2.3.7.1.1 wordt het tarief verhoogd met, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk of ander werk waarvoor krachtens wettelijk voorschrift deze slechts kan worden afgehandeld wanneer een

archeologisch bodemonderzoek wordt beoordeeld: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan een ontheffing als bedoeld in artikel 6.12, zesde lid van de Wet ruimtelijke ordening wordt verleend, wordt het tarief verhoogd met: Deze verhoging vindt geen toepassing indien de met de ontheffing gepaard gaande kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald. Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening

€

156,80

156,80

€

0,00

0,00

€

169,56

169,56

€

156,80

156,80

€

0,00

0,00

€

349,58

349,58

€

155,65

155,65

€

138,22

138,22 30

2.3.8.1

2.3.9 2.3.9.1

2.3.10 2.3.10.1

2.3.11

2.3.11.1 2.3.11.2

2.3.12 2.3.12.1

of artikel 2.12 (maken, aanleg en veranderen van een uitweg) van de A.P.V. een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: Indien van toepassing worden de tarieven verhoogd met de tarieven genoemd in de tarieventabel behorende bij de verordening diensten openbare weg Eijsden-Margraten 2012. Aanleggen of veranderen weg Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief

€

138,22

138,22

Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van een houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 (Vellen Houtopstanden) van de A.P.V. een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief.

€

83,05

83,05

€

41,47

41,47

€

41,47

41,47

€

83,05

83,05

Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.13 (Opslag voertuigen, vaartuigen, mest afvalstoffen enz.) van de A.P.V. een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: Projecten of handelingen in het kader van de Wet Natuurbescherming Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het

31

2.3.12.2

2.3.13

2.3.13.1

2.3.13.2

2.3.13.2.1 2.3.13.2.2 2.3.14

2.3.14.1

2.3.14.2

2.3.15

natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten, als bedoeld in de Wet Natuurbescherming, bedraagt het tarief: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in de Wet Natuurbescherming. bedraagt het tarief: Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, uitgezonderd een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), bedraagt het tarief: behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: Als het een gemeenschappelijke verordening betreft Als het een provinciale of waterschapsverordening betreft

€

83,05

83,05

€

156,80

156,80

€

160,32

160,32

€

83,05

83,05

Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft; Beoordeling bodemrapport/Hogere grenswaarde Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het 32

2.3.15.1 2.3.15.2 2.3.15.3 2.3.15.4

2.3.15.5

tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport Een milieukundig bodemrapport wordt beoordeeld en een nader onderzoek dan wel een nadere procedure vereist is, verhoogd met voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor het beoordelen van de resultaten van een archeologisch bodemonderzoeksrapport en een nader onderzoek dan wel een nadere procedure vereist is Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een Hogere waarde ingevolge de Wet geluidhinder (akoestisch onderzoek)

2.3.16 2.3.16.1

Advies Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: de werkelijke kosten die door het aangewezen bestuursorgaan of andere instantie hiervoor in rekening worden gebracht, worden doorbelast bij de aanvrager.

2.3.17 2.3.17.1

Verklaring van geen bedenkingen Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied als bedoeld artikel 2.7, lid 2 van de Wet Natuurbescherming, waarvoor Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg een verklaring van geen bedenkingen dient te geven of te weigeren ingevolge artikel 2.27, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

2.3.17.1.1 2.3.17.1.2

€

156,80

156,80

€

222,97

222,97

€

349,58

349,58

€

627,22

627,22

€

339,02

339,02

€

627,22

627,22

33

het van toepassing zijnde tarief zoals opgenomen in paragraaf 2.6 van de vigerende Tarieventabel behorende bij de vigerende Legesverordening van de Provincie Limburg inzake het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied als bedoeld in artikel 2.7, lid 2 van de Wet Natuurbescherming. Dit tarief bedraagt: a. Landbouw en overige b. Industrie c. Infrastructuur Leges worden niet geheven voor: Het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning in het kader van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied betrekking hebbende op evenementen en het beheer van een Natura-gebied. 2.3.18 2.3.18.1

2.3.18.2

2.3.19 2.3.19.1

2.3.19.2

€ € €

2.529,15 12.563,55 18.837,65

2.529,15 12.563,55 18.837,65

Huisnummerbesluit Indien als gevolg van het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3 een huisnummerbesluit noodzakelijk is, bedraagt het tarief hiervoor Voor het in behandeling nemen van een verzoek om aanpassing, toevoeging of verwijdering van een of meerdere huisnummers, bedraagt het tarief

€

250,00

250,00

Vergunningsvrij toets Indien bij het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3 blijkt dat de activiteit(en) vergunningsvrij is (zijn) dan bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van deze aanvraag In tegenstelling wat in artikel 2.3.19.1 is vermeld, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het kappen van bomen als bedoeld in artikel 2.3.10, die vergunningsvrij blijkt te zijn

€

100,00

100,00

€

50,00

50,00

40%

40%

Hoofdstuk 4

Vermindering

2.4.

Indien de aanvraag omgevingsvergunning valt onder het “proefproject kwaliteitsborging" en als gevolg hiervan de Bouwbesluittoets en het toezicht door een hiertoe gecertificeerde marktpartij worden uitgevoerd in plaats van de gemeente, bedraagt de vermindering van de in artikel 2.3.1 verschuldigde leges: De vermindering is niet van toepassing op

€

250,00

34

artikel 2.3.1.2 (toetsing welstand c.q. monumentencommissie) Indien het legesbedrag minder dan of gelijk is aan € 250,00 bedraagt wordt geen korting in mindering gebracht. Hoofdstuk 5

Teruggaaf

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanlegof sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, wordt een deel van de leges teruggegeven. Een bedrag minder of gelijk aan € 250,00 wordt niet terug gegeven. De teruggaaf bedraagt: indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken en binnen 24 weken na het in behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; indien de aanvraag wordt ingetrokken na 24 weken na het in behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.1.1

2.5.1.2

2.5.1.3

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanlegof sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, wordt een deel van de leges teruggegeven, mits binnen 6 maanden na verlening geen gebruik is gemaakt van de vergunning. De teruggaaf bedraagt:

75%

75%

40%

40%

20%

20%

10%

10%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Een bedrag minder of gelijk aan € 250,00 wordt niet teruggegeven. 2.5.3 2.5.3.1

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een omgevingsvergunning 35

voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, wordt een deel van de leges teruggegeven. De teruggaaf bedraagt:

2.5.3.2

2.5.4

2.5.4.1

2.5.4.2

2.5.5 2.5.5.1

2.5.5.2

2.5.6

10%

10%

187,99

187,99

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Restitutie geldt niet voor de leges voor externe advieskosten, advertentiekosten en leges met betrekking tot de in 2.2.1 opgenomen bedragen. Een bedrag minder of gelijk aan € 250,00 wordt niet teruggegeven. Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Teruggaaf als gevolg van niet in behandeling nemen van de aanvraag Omgevingsvergunning voor bouw-, aanlegof sloopactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning niet in behandeling is genomen daar deze niet voldoet aan de wettelijke vereisten zoals deze zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht, de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend. Een bedrag minder of gelijk aan € 250,00 wordt niet teruggegeven. De in 2.5.1.1 t/m 2.5.4.1 bedoelde teruggaaf heeft geen betrekking op de minimale legeskosten, externe advieskosten, advertentiekosten en leges met betrekking tot de in 2.2.1, 2.3.1.2, 2.3.3.1 t/m 2.3.3.9 opgenomen bedragen.

Legeskosten intrekking van de aanvraag omgevingsvergunning op advies van de vergunningverlener Indien er sprake is van intrekking van de aanvraag om omgevingsvergunning en het intrekken van de aanvraag het gevolg is van een advies van de vergunningverlener om de aanvraag omgevingsvergunning in te trekken dan bedraagt het tarief Met dien verstande dat de verschuldigde legeskosten voor deze aanvraag om omgevingsvergunning komen te vervallen

€

De in 2.5.5.1 genoemde kosten zijn exclusief externe advieskosten en leges met betrekking op 2.2.1, 2.3.1.2, 2.3.12, 2.3.13, 2.3.17 en 2.3.18 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de 36

2.5.6.1

onderdelen 2.3.17 en 2.3.18.1.1 wordt geen teruggaaf verleend. Restitutie bij weigeren omgevingsvergunning Indien een omgevingsvergunning, die voorziet in projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied, door de Gemeente wordt geweigerd, als gevolg van het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen met betrekking tot dit onderdeel door Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager plaats van 75% van de geheven leges van de aanvrager. Restitutie bij intrekking aanvraag Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning, die voorziet in projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied, door de aanvrager wordt ingetrokken alvorens daarop door de Gemeente is beschikt, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager als volgt plaats: a. indien het verzoek tot intrekking is gedaan binnen zes maanden na datum van ontvangst van de aanvraag bij de Gemeente, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager plaats van 50% van de geheven leges van de aanvrager. b. indien het verzoek tot intrekking is gedaan zes maanden na datum van ontvangst van de aanvraag bij de Gemeente, vindt restitutie plaats door de Gemeente aan de aanvrager van 25% van de geheven leges van de aanvrager.

Leges worden niet geheven voor: Het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning in het kader van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied betrekking hebbende op evenementen en het beheer van een Natura-gebied.

Hoofdstuk 6

Bestemmingswijziging zonder activiteiten/kwaliteitscommissie

2.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening Bij een procedure in het kader van het kwaliteitsmenu bij de kwaliteitscommissie

2.6.2

2.6.3

€

3.845,75

3.845,75

€

2.709,30

2.709,30

37

2.6.4

worden de werkelijke kosten die door de kwaliteitscommissie in rekening worden gebracht, door belast bij de aanvrager Indien een aanvraag als bedoeld onder 2.6.1 of 2.6.2 wordt ingetrokken door de aanvrager voordat het ontwerp ter inzage is gelegd bedraagt het tarief 50% van de legeskosten onder 2.6.1 of 2.6.2.

Hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde beschikkingen

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: Een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor zover daarvoor niet elders in deze titel een tarief is opgenomen Voor een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de Leegstandswet voor het tijdelijk verhuren van leegstaande woningen en gebouwen

2.7.1

2.7.2

€

250,00

250,00

€

149,82

149,82

38

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijnen

Hoofdstuk 1

Horeca

3.1.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3, van de Alcoholwet Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30a (bijschrijven of doorhalen leidinggevende) van de Alcoholwet Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 (verandering van op de vergunning vermelde inrichting) Alcoholwet

3.1.2

3.1.3

3.1.4

Hoofdstuk 2

Organiseren evenementen of markten

3.2.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 (Evenementen) van de A.P.V.: a) met een totaal bezoekersaantal 500 of minder b) met een bezoekersaantal van meer dan 500

Versie 2021

Versie 2021

€

184,52

184,52

€

43,36

43,36

€

126,21

126,21

126,21

€ €

83,05 206,74

83,05 206,74

€

0,00

0,00

€

0,00

0,00

€

83,50

83,50

€

104,75

104,75

€

125,25

125,25

De volgende tarieven zijn enkel van toepassing indien er sprake is van een A, B of C evenement zoals bedoeld in de Handreiking Aanpak Evenementen Veiligheidsregio Zuid-Limburg. 3.2.2

3.2.2.1 3.2.2.2 3.2.2.2.1 3.2.2.2.2 3.2.2.2.3 3.2.2.2.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning: als bedoeld in artikel 2:25 (Evenementen) van de A.P.V.: Voor een A-evenement: Voor een B-evenement met een totaal bezoekersaantal van 1.000 of minder, en de aanvraag wordt ≥ 26 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 13 weken en < 26 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 8 weken en < 13 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 4 weken en < 8 weken voor de aanvang van het evenement ingediend

39

3.2.2.2.5 3.2.2.2.6 3.2.2.3 3.2.2.3.1 3.2.2.3.2 3.2.2.3.3 3.2.2.3.4 3.2.2.3.5 3.2.2.3.6 3.2.2.4 3.2.2.4.1 3.2.2.4.2 3.2.2.4.3 3.2.2.4.4 3.2.2.4.5 3.2.2.4.6

en de aanvraag wordt ≥ 2 weken en < 4 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 2 weken voor de aanvang van het evenement ingediend Voor een B-evenement met een totaal bezoekersaantal van meer dan 1.000 en de aanvraag wordt ≥ 26 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 13 weken en < 26 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 8 weken en < 13 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 4 weken en < 8 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 2 weken en < 4 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 2 weken voor de aanvang van het evenement ingediend Voor een C evenement en de aanvraag wordt ≥ 26 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 13 weken en < 26 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 8 weken en < 13 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 4 weken en < 8 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 2 weken en < 4 weken voor de aanvang van het evenement ingediend en de aanvraag wordt ≥ 2 weken voor de aanvang van het evenement ingediend

€

146,15

146,15

€

167,00

167,00

€

0,00

0,00

€

206,75

206,75

€

258,45

258,45

€

310,10

310,10

€

361,80

361,80

€

413,50

413,50

€

1.803,20

1.803,20

€

2.254,00

2.254,00

€

2.704,80

2.704,80

€

3.155,60

3.155,60

€

3.606,40

3.606,40

€

4.057,20

4.057,20

€

Hoofdstuk 3

Prostitutiebedrijven

3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: Een exploitatievergunning of wijziging van een explotatievergunning als bedoeld in 3:4 (sexinrichtingen) van de A.P.V. Voor een sexinrichting Voor een escortbedrijf

€ €

184,52 184,52

184,52 184,52

Kinderopvang/gastouders Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: het inschrijven van een nieuwe gastouder/gastouderadres/gastouderbureau/ kinderdagverblijf in het LRK

€

153,53

153,53

3.3.1 3.3.1.1 3.3.1.2 Hoofdstuk 4 3.4 3.4.1

40

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN FORENSENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2022

Artikel 1 – Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2 – Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam “forensenbelasting” wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 – Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 – Maatstaf van heffing a. De belasting wordt berekend naar een vast bedrag per gemeubileerde woning, bedoeld in artikel 1. b. De belasting wordt tevens berekend naar de waarde welke aan de gemeubileerde woning toegekend en wel als volgt: 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.

In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel 5 – Belastingtarief 1. De belasting bedraagt € 533,00 per jaar per gemeubileerde woning. 2. De belasting in het eerste lid wordt vermeerderd met, 1,07% van de waarde als bedoeld in artikel 4, lid b. Artikel 6 – Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 – Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2. Artikel 9 – Termijnen van betaling 41

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 – Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.

Artikel 11 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting Eijsden-Margraten 2021, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 18 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening forensenbelasting Eijsden-Margraten 2022”.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=a70bf109-6f8d-483f-a47b-c0b954f38241