CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20211206 11b Bijlage Verordening Wmo .docx

Beeldvormende vergadering 6 december 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Verordening Wmo 202223.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015, versie 2022 Gemeente Eijsden-Margraten

Inhoudsopgave Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015, versie 2022

3

Hoofdstuk 1: begripsbepalingen Artikel 1. Definities

3 3

Hoofdstuk 2: melding en onderzoek Artikel 2. Melding hulpvraag Artikel 3. Cliëntondersteuning Artikel 4. Persoonlijk plan Artikel 5. Vooronderzoek Artikel 6. Gesprek Artikel 7. Verslag

5 5 5 5 5 5 6

Hoofdstuk 3: Proceswaarborgen voor cliënt Artikel 8. Second opinion, klachtregeling Artikel 9. Periodiek onderzoek en nazorg

7 7 7

Hoofdstuk 4: Aanvraag en beschikking Artikel 10. Aanvraag Artikel 11. Criteria voor een maatwerkvoorziening Artikel 12. Inhoud beschikking

8 8 8 9

Hoofdstuk 5: persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming Artikel 13. Regels voor pgb Artikel 14: weigering persoonsgebonden budget Artikel 15: uitbetaling en controle van het persoonsgebonden budget Artikel 16. Regels voor financiële tegemoetkomingen

10 10 11 12 12

Hoofdstuk 6: bijdrage aan voorzieningen 13 Artikel 17. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en financiële tegemoetkomingen 13 Artikel 18. Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen 14 Hoofdstuk 7: kwaliteit en toezicht Artikel 19. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Artikel 20. Veiligheid, kwaliteit en rechtmatigheid

14 14 15

Hoofdstuk 8: herziening, intrekking, terugvordering, voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Artikel 21. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Artikel 22. Opschorting betaling uit het pgb

15 16

Hoofdstuk 9: waardering mantelzorgers Artikel 23. Jaarlijkse waardering mantelzorgers

17 17

Hoofdstuk 10: medezeggenschap en inspraak Artikel 24. Betrekken van ingezetenen bij het beleid

17 17

Hoofdstuk 11: overige bepalingen Artikel 25. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Artikel 26. Evaluatie Artikel 27. Nadere regels en hardheidsclausule Artikel 28. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

17 17 18 18 18

Hoofdstuk 12: slotbepaling Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel

19 19

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 2 van 50

15

Toelichting Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, versie 2022

20

Algemeen

20

Artikelsgewijs

22

Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Melding hulpvraag Artikel 3. Cliëntondersteuning Artikel 4. Persoonlijk plan Artikel 5. Vooronderzoek Artikel 6. Gesprek Artikel 7. Verslag Artikel 8. Second opinion, klachtregeling Artikel 9. Periodiek onderzoek en nazorg Artikel 10. Aanvraag Artikel 11. Criteria voor een maatwerkvoorziening Artikel 12. Inhoud beschikking Artikel 13. Regels voor pgb Artikel 14: weigering persoonsgebonden budget Artikel 15. Uitbetaling en controle van het persoonsgebonden budget Artikel 16. Regels voor financiële tegemoetkomingen Artikel 17. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en financiële tegemoetkomingen Artikel 18. Regels voor bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen Artikel 19. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Artikel 20. Veiligheid, kwaliteit en rechtmatigheid Artikel 21. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Artikel 22. Opschorting betaling uit het pgb Artikel 23. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Artikel 24. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Artikel 25. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Artikel 26. Evaluatie Artikel 27. Nadere regels en hardheidsclausule Artikel 28. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

22 22 23 24 24 24 25 26 26 27 27 28 29 31 31 32 32 33 33 34 35 36 37 37 38 41 41 42

Bijlage 1: tarieven persoonsgebonden budgetten Wmo

43

Bijlage 2: grondslag en duur van de eigen bijdrage (CAK)

44

Bijlage 3: vaststelling eigen bijdragen voor gebruikers van maatschappelijke opvang en vrouwenopvang

46

Bijlage 4: richtlijn bestedingsmogelijkheden persoonsgebonden budget

49

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 3 van 50

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015, versie 2022 De raad van de gemeente Eijsden-Margraten; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, [eerste, tweede,] derde en zevende lid, [2.1.5, eerste lid,] 2.1.6, [2.1.7, 2.3.6, vierde lid,] en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 [en artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015]; gezien het advies van de Adviesraad Ondersteuning & Participatie Eijsden-Margraten; overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en

opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving; besluit vast te stellen de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Eijsden-Margraten, versie 2022.

HOOFDSTUK 1: BEGRIPSBEPALINGEN ARTIKEL 1. DEFINITIES In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; 2. algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning 3. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; 4. besluit nadere regels: Besluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente EijsdenMargraten, versie 2022; 5. bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; 6. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; 7. cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 4 van 50

ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; 8. fraude: het met opzet verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens waarvan het voor de belanghebbende, waaronder mede begrepen de zorgaanbieder, redelijkerwijs duidelijk moet dat deze informatie van invloed kan zijn op het recht, op de hoogte of de duur van een (maatwerk)voorziening. 9. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; 10. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; 11. ingezetene: cliënt die het hoofdverblijf heeft in de gemeente Eijsden-Margraten; 12. maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: a. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, b. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, c. ten behoeve van beschermd wonen en opvang; 13. melding: melding van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; 14.

ondersteuningsplan: de schriftelijke verslaglegging van de adviezen, verwijzingen en afspraken die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt naar aanleiding van zijn melding, alsmede de beoogde resultaten en de evaluatie daarvan; 15. persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; 16. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; 17. sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoud 18. verslag: een weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet; 19. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 20. formele hulp: hulp die wordt geleverd door een zorgaanbieder die: a. als zorg verlenende organisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel conform de vereisten van de Handelsregisterwet 2007 en niet behoort tot het sociaal netwerk van de aanvrager, of; b. staat ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) en niet behoort tot het sociaal netwerk van de aanvrager; c.

een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is die beschikt over een modelovereenkomst waarin de arbeidsrelatie is vastgelegd en niet behoort tot het sociaal netwerk van de aanvrager. 21. informele hulp: hulp die wordt geleverd door een persoon, die niet onder de definitie van formele hulp valt. 22. voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; 23. financiële tegemoetkoming: wijze van verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een forfaitair of gemaximeerd bedrag. 24. budgethouder: een ondersteuningsbehoevende aan wie ingevolge de verordening maatschappelijke ondersteuning een persoonsgebonden budget is toegekend, dan wel diens wettelijk vertegenwoordiger. Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 5 van 50

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet of de Algemene Wet Bestuursrecht. Alle bedragen die in deze verordening worden genoemd zijn inclusief BTW, tenzij anders is vermeld.

HOOFDSTUK 2: MELDING EN ONDERZOEK ARTIKEL 2. MELDING HULPVRAAG 1. Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. 3. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. ARTIKEL 3. CLIËNTONDERSTEUNING 1. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op gratis en onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis en onafhankelijke cliëntondersteuning. ARTIKEL 4. PERSOONLIJK PLAN 1. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. 2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in het eerste lid aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6. ARTIKEL 5. VOORONDERZOEK 1.

Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 2. De cliënt verschaft het college, voor of tijdens het gesprek, alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3. Als de cliënt en zijn situatie genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

ARTIKEL 6. GESPREK 1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 6 van 50

mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie of cliëntondersteuner, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling van de cliënt en het probleem of de hulpvraag; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g.

de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de noodzaak om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken. 3. Als de hulpvraag en de situatie van cliënt genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overeenstemming met de cliënt afzien van een gesprek. 4. De cliënt is op basis van artikel 2.3.8, derde lid van de Wmo 2015 verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wmo 2015.

Hieronder begrepen is de aanwezigheid van de cliënt en/of diens vertegenwoordiger bij het gesprek. Op het moment dat de cliënt en/of diens vertegenwoordiger aangeeft zelf niet te willen deelnemen aan (onderdelen van) het onderzoek dient er een zorgvuldige beoordeling plaats te vinden in hoeverre dit redelijkerwijs noodzakelijk is. In voorkomende gevallen wordt in het verslag verplicht aandacht besteed aan onderstaande punten. Daarbij zijn de volgende aspecten van belang: a. de motivatie van cliënt (of diens) vertegenwoordiger waarom hij niet wil deelnemen aan het onderzoek; b. de mogelijkheden om op een andere manier voldoende informatie over de situatie van de cliënt te verkrijgen; c. de gevolgen voor de cliënt.

ARTIKEL 7. VERSLAG 1. De cliënt ontvangt een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Indien er een ondersteuningsplan wordt opgesteld geldt dat als verslag van het onderzoek. Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 7 van 50

2. Binnen 15 werkdagen na het gesprek verstrekt het college het verslag aan de cliënt. 3. De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt over dit verslag zullen als bijlage aan het verslag worden toegevoegd. De cliënt zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen 7 werkdagen wordt geretourneerd. 4. Als de cliënt tekent voor gezien, geeft hij daarbij tevens aan wat de reden is waarom hij niet akkoord is.

HOOFDSTUK 3: PROCESWAARBORGEN VOOR CLIËNT ARTIKEL 8. SECOND OPINION, KLACHTREGELING 1. Cliënt kan eenmaal verzoeken om een herbeoordeling van zijn melding door een andere medewerker, voor de gevallen dat cliënt en de medewerker niet tot overeenstemming komen over de inhoud van het ondersteuningsplan. 2. De herbeoordeling vindt plaats op verzoek van de cliënt: a. door een medewerker van het sociaal team of, b. door een medewerker van een andere gemeente in de regio Maastricht-Heuvelland of c. door een door de gemeente aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 3. De herbeoordeling vindt plaats binnen 14 dagen na indiening van het verzoek. 4. Binnen 15 werkdagen na het onderzoek verstrekt het college het verslag aan de cliënt. Wanneer de herbeoordeling leidt tot een aanpassing van het oorspronkelijke ondersteuningsplan treedt dit plan hiervoor in de plaats. 5. Aan de herbeoordeling van zijn melding zijn voor cliënt geen kosten verbonden. 6. Het verzoek om een herbeoordeling laat onverlet de mogelijkheid van cliënt om een aanvraag in te dienen. 7. Het verzoek om een second opinion heeft geen opschortende werking. 8. Voor de afhandeling van klachten in het kader van de uitvoering van de verordening is het gemeentelijk klachtenreglement in het kader van de Verordening interne klachtbehandeling gemeente Eijsden-Margraten van toepassing.

ARTIKEL 9. PERIODIEK ONDERZOEK EN NAZORG 1. Het college onderzoekt minimaal om de drie jaar of er aanleiding is een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet te heroverwegen. 2. Het college onderzoekt in gevallen waarin de melding is afgesloten met een ondersteuningsplan uiterlijk 6 weken na verzending van dit plan, al dan niet steekproefsgewijs, of het daarin beoogde doel wordt bereikt. 3. Afwijking van de in het eerste lid genoemde termijn is mogelijk rekening houdend met de situatie van de cliënt, de aard van de ondersteuning en de vorm waarin deze wordt verstrekt

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 8 van 50

HOOFDSTUK 4: AANVRAAG EN BESCHIKKING ARTIKEL 10. AANVRAAG 1. Een aanvraag als bedoeld in 2.3.5. van de wet kan niet worden gedaan eerder dan het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen een termijn van zes weken na de melding. 2. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag indienen bij het college. 3. Een aanvraag dient altijd schriftelijk te worden ingediend. 4. De cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening, verstrekt het college desgevraagd terstond een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 5. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. 6. Het college zal een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven ARTIKEL 11. CRITERIA VOOR EEN MAATWERKVOORZIENING 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. De volgende soorten maatwerkvoorzieningen kunnen worden onderscheiden: a. Hulp bij het huishouden b. Woonvoorzieningen, waaronder een tegemoetkoming in de verhuiskosten c. Lokale vervoersvoorzieningen d. Rolstoelvoorzieningen e. Begeleiding individueel f. Begeleiding groep g.

Persoonlijke verzorging in de vorm van begeleiding bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen h. Kortdurend verblijf i. Beschermd wonen en (maatschappelijke) opvang. 3. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of b.

ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, een

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 9 van 50

4.

5.

6.

7.

passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was en de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.

Het college kan in het besluit nadere regels stellen ten aanzien van de beoordeling van de aanspraak. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een maatwerkvoorziening.

ARTIKEL 12. INHOUD BESCHIKKING 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura, als pgb of als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt en indien van toepassing welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is, c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb dient te worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb en f. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten. 4.

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat de financiële tegemoetkoming dient te worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van de financiële tegemoetkoming; c. wat de duur is van de verstrekking waarvoor de financiële tegemoetkoming is bedoeld; Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 10 van 50

d. de wijze van verantwoording van de besteding van de financiële tegemoetkoming en a. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten.

HOOFDSTUK 5: PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN FINANCIËLE TEGEMOETKOMING ARTIKEL 13. REGELS VOOR PGB 1. Verstrekking van een pgb vindt plaats op basis van een door aanvrager opgesteld en door het college geaccordeerd budgetplan. In het plan staat hoe de budgethouder zijn hulp wil organiseren, wie deze hulp gaat leveren en op welke manier de kwaliteit van de hulp en de veiligheid van de aanvrager zijn geborgd. Het plan bevat alle informatie ten aanzien van: a. de te treffen voorziening en het beoogde doel, b. de voorgenomen uitvoering daarvan, c. de kwalificaties van de uitvoering, d. een motivering waarom hij een persoonsgebonden budget wenst, e. de aan de uitvoering verbonden kosten, f. in het plan staat als voorwaarde geformuleerd dat de hulpverlener calamiteiten dient de melden bij de toezichthouder genoemd in artikel 20 en medewerking moet verlenen aan onderzoek door deze toezichthouder aangaande rechtmatigheid, kwaliteit en veiligheid. 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3. De hoogte voor een pgb: a. is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld en door het college vastgesteld plan zoals beschreven in lid 1; b.

wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. 4. De hoogte van een pgb voor een zaak wordt bepaald: a. op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt middels een contract tussen college en leverancier, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.. b. Als de zaak een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. c. indien de zaak geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt de hoogte gebaseerd op ten hoogste de door het college goedgekeurde goedkoopst adequate offerte indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. 5.

De hoogte van een pgb voor dienstverlening wordt bepaald:

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 11 van 50

6.

7.

8.

9.

a. op ten hoogste de kostprijs van de dienstverlening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt middels een contract tussen college en leverancier, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting. b. Afhankelijk van de ondersteuningsvorm en onverminderd het bepaalde in sub a van dit lid, hanteren we voor dienstverlening een tarief per uur (individuele dienstverlening), per dagdeel (groepsbegeleiding) en/of per etmaal (verblijf), indien van toepassing tevens gespecificeerd naar mate van complexiteit. Een overzicht van de toepasselijke tarieven is opgenomen in bijlage 1. Onverminderd het bepaalde in dit artikel geldt bij de inzet van het persoonsgebonden budget voor informele hulp: a. dat de hulpverlener in alle gevallen dient te beschikken over een verklaring omtrent gedrag en b. dat als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimaal opleidingsvereiste is, de hulpverlener over de desbetreffende kwalificatie beschikt. Onverminderd het bepaalde in dit artikel geldt dat de hoogte van een pgb voor informele hulp wordt bepaald: a. Afhankelijk van de ondersteuningsvorm hanteren we voor dienstverlening een tarief per uur (individuele dienstverlening), per dagdeel (groepsbegeleiding) en/of per etmaal (verblijf).

Een overzicht van de toepasselijke tarieven is opgenomen in bijlage 1. Onverminderd het bepaalde in dit artikel is de richtlijn bestedingsmogelijkheden persoonsgebonden budget van toepassing zoals opgenomen in bijlage 4. Het college kan in individuele situaties afwijkende bestedingsmogelijkheden toestaan. Indien van toepassing worden deze vastgelegd in de beschikking. De persoonsgebonden budget tarieven voor de dienstverlening en informele hulp in het kader van de Wmo 2015 worden, jaarlijks, met ingang van 1 januari, geïndexeerd conform het CPIindexcijfer, alle huishoudens (reeks 2006=100). De aanpassing zal worden berekend op basis van de jaarmutatie van de maand juli en wordt afgerond op één decimaal. Indien deze bedragen wijzigen draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

ARTIKEL 14: WEIGERING PERSOONSGEBONDEN BUDGET 1. Een persoonsgebonden budget is uitsluitend mogelijk voor maatwerkvoorzieningen. 2. Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als: a. in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet; b. het bieden van een keuze voor het persoonsgebonden budget negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorzieningen in natura; c. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; d. Indien de verwachting is dat een voorziening noodzakelijk is voor een periode die korter is dan de technische levensduur van de voorziening in natura. e. het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager geen redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag kan maken, of f. het ernstige vermoeden bestaat dat hij niet in staat is de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken uit te voeren. g. de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid en rechtmatigheid onvoldoende is gegarandeerd. Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 12 van 50

ARTIKEL 15: UITBETALING EN CONTROLE VAN HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET 1. Het persoonsgebonden budget wordt niet uitbetaald op de bankrekening van de budgethouder, maar op rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank. Budgethouders hebben een trekkingsrecht op basis van het toegekende persoonsgebonden budget. 2. In afwijking van het eerste lid kan het college besluiten eenmalige persoonsgebonden budgetten uit te keren op een andere rekening dan die van het servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank. Uitbetaling vindt ook in deze gevallen in principe achteraf plaats. 3. Het trekkingsrecht op basis van een persoonsgebonden budget geldt in beginsel per kalenderjaar. 4. In individuele gevallen kan worden afgeweken van het bepaalde in het derde lid. 5. De Sociale verzekeringsbank controleert vooraf de zorgovereenkomst(en) tussen de budgethouder en zijn zorgverlener arbeidsrechtelijk. 6. Het college controleert vooraf de zorgovereenkomst op de afspraken zoals overeengekomen in het budgetplan. 7. Het college kan, achteraf, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar, de verstrekte persoonsgebonden budgetten, middels een steekproef controleren. 8.

Het college kan op basis van een steekproef een verdere controle uitvoeren aan de hand van door de budgethouder te overleggen relevante, originele en gedateerde facturen en/of betaalbewijzen en/of een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. 9. In verband met de in lid 8 van dit artikel genoemde controle dient de budgethouder gedurende een periode van 3 jaar bewijsstukken te bewaren van de besteding van het persoonsgebonden budget. 10. Indien, met de in dit artikel genoemde bescheiden niet of niet volledig de adequate besteding van het persoonsgebonden budget aangetoond kan worden of bij gebleken misbruik dan wel aanwending van het persoonsgebonden budget ten behoeve van andere zaken dan waartoe dit is toegekend, kan het college bij gebleken misbruik (fraude) het al verstrekte persoonsgebonden budget geheel of ten dele intrekken en terugvorderen. In de overige gevallen kan het college het persoonsgebonden budget geheel of ten dele intrekken. 11. Ingeval een persoonsgebonden budget voor een eenmalige aanschaf vooraf wordt uitbetaald, controleert het college de besteding hiervan achteraf. Cliënt dient binnen 3 maanden na verstrekking van het persoonsgebonden budget desgevraagd een originele nota te kunnen overleggen. Het vastgestelde persoonsgebonden budget betreft een maximum vergoeding.

Indien de ingediende nota lager is dan het toegekende PGB, zal het PGB worden gelijkgesteld met het bedrag vermeld in de nota. 12. Bij overlijden van de cliënt zal het persoonsgebonden budget voor periodieke dienstverlening worden stopgezet per eerste dag van de maand volgend op de maand van overlijden.

ARTIKEL 16. REGELS VOOR FINANCIËLE TEGEMOETKOMINGEN 1. Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken. De hoogte van deze tegemoetkoming bedraagt per jaar: a. € 1.138,-- voor het gebruik van een (eigen) auto; b. € 1.138,-- voor het gebruik van een taxi; c. € 1.707,-- voor het gebruik van een rolstoeltaxi; d. € 704,-- voor het gebruik van een bruikleenauto e. € 2.145,-- voor het aanpassen van een auto, rekening houdende met het hiertoe bepaalde in de nadere regels, zoals bedoeld in lid 6 van dit artikel;

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 13 van 50

f. € 1.611,-- voor verhuis- en (her)inrichtingskosten. 2. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal € 3.755,--, welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar. 3. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een woningaanpassing is conform de nadere regels, zoals bedoeld in lid 6 van dit artikel. 4. De financiële tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van een woonruimte, niet zijnde woonverblijf, bedraagt maximaal € 3.375,-- ten behoeve van maximaal één woning. 5. De in dit artikel vermelde of bedoelde bedragen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd conform het CPI-indexcijfer alle huishoudens (reeks 2015=100). De indexatie wordt berekend op basis van de jaarmutatie van de maand juli en wordt afgerond op één decimaal. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. 6. Het college stelt nadere regels ten aanzien van de in dit artikel genoemde financiële tegemoetkomingen.

HOOFDSTUK 6: BIJDRAGE AAN VOORZIENINGEN ARTIKEL 17. BIJDRAGE IN DE KOSTEN VAN MAATWERKVOORZIENINGEN, PGB’S EN FINANCIËLE TEGEMOETKOMINGEN 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2. De bijdrage dan wel het totaal van de bijdragen is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. (Vervallen per 1.1.2022) 4. Er geldt geen eigen bijdrage: a. voor rolstoelen; b. voor de verhuiskostenvergoeding die wordt verstrekt als een financiële tegemoetkoming; c. voor personen tot 18 jaar met in achtneming van het bepaalde in lid 8 van dit artikel; d. Bij aanpassingen in collectieve ruimte(n) in die gevallen waarbij het individueel gebruik daarvan door de cliënt niet geborgd is. 5.

In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor collectief vervoer van €0,85 per gerezen zone plus één opstapzone, prijspeil 2022; het tarief wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van Landelijke Tarieven Index (LTI). 6. De kostprijs van een maatwerkvoorziening, pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van de inning van eigen bijdragen wordt als volgt vastgesteld: a. Op basis van het overzicht van de toepasselijke tarieven zoals is opgenomen in bijlage 2. b. De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 14 van 50

voorziening in natura, indien van toepassing inclusief onderhoud en reparatie, zoals door het college aan een door haar gecontracteerde leverancier zou worden betaald. c. De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 en geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte. 7. De bijdrage voor beschermd wonen(zorg in natura) , maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt berekend en vastgesteld op het toegestane maximumbedrag conform het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015. 8. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de in bijlage 3 opgenomen instanties vastgesteld en geïnd. 9. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. ARTIKEL 18.

REGELS VOOR BIJDRAGE IN DE KOSTEN VAN ALGEMENE VOORZIENINGEN 1. Een cliënt is een door het college vastgestelde bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van: a. Niet van toepassing 2. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

HOOFDSTUK 7: KWALITEIT EN TOEZICHT ARTIKEL 19. KWALITEITSEISEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning, waaronder informele zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 15 van 50

2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen. 3. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn. 4. Het college kan in overeenkomsten en bij subsidieverlening aanvullende eisen stellen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten, goed werkgeverschap, de klachtregeling en medezeggenschapseisen daaronder begrepen. 5. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. ARTIKEL 20. VEILIGHEID, KWALITEIT EN RECHTMATIGHEID 1. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 3.

Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 4. De toezichthoudende ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 5. Toezicht en handhaving gericht op rechtmatigheid wordt verricht door de gemeentelijke Sociale recherche via Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland. Het college treft hiertoe een nadere regeling.

HOOFDSTUK 8: HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING, VOORKOMING EN BESTRIJDING TEN ONRECHTE ONTVANGEN MAATWERKVOORZIENINGEN EN PGB’S EN MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK VAN DE WMO 2015 ARTIKEL 21. VOORKOMING EN BESTRIJDING TEN ONRECHTE ONTVANGEN MAATWERKVOORZIENINGEN EN PGB’S EN MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK VAN DE WMO 2015 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb of financiële tegemoetkoming zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 16 van 50

3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt langer dan 2 maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of f. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt; g. wijzigingen in het landelijk en/of gemeentelijk beleid hier aanleiding toe geven. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5.

Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, waaronder de zorgaanbieder, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 7. Ingeval van fraude zoals genoemd in het vijfde lid, kan het college een zorgaanbieder uitsluiten van verdere dienstverlening

ARTIKEL 22. OPSCHORTING BETALING UIT HET PGB 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname indien de cliënt langer dan 2 maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.

HOOFDSTUK 9: WAARDERING MANTELZORGERS ARTIKEL 23. JAARLIJKSE WAARDERING MANTELZORGERS 1. Het college draagt zorg voor een jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van personen in de gemeente Eijsden-Margraten.

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 17 van 50

2. De bestaat uit de betaling van een geldbedrag van maximaal €200,-, per huishouden op aanvraag toe te kennen aan de in Eijsden-Margraten thuiswonende zorgvragers. 3. Per woonadres wordt maximaal één waardering toegekend. 4. Het college bepaalt bij nadere regeling het subsidieplafond, de verdeelregels, de aanvraagprocedure en de criteria om voor een mantelzorgwaardering in aanmerking te komen.

HOOFDSTUK 10: MEDEZEGGENSCHAP EN INSPRAAK ARTIKEL 24. BETREKKEN VAN INGEZETENEN BIJ HET BELEID 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

HOOFDSTUK 11: OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL 25. VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT LEVERING VOORZIENING DOOR DERDEN 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht;

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 18 van 50

b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen, aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening, instructie over het gebruik van de voorziening, onderhoud van de voorziening, en verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. sociaal wijkteams). 4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. ARTIKEL 26. EVALUATIE 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk ARTIKEL 27. NADERE REGELS EN HARDHEIDSCLAUSULE 1.

In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt

ARTIKEL 28. INTREKKING OUDE VERORDENING EN OVERGANGSRECHT 1. De “Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 2019” wordt ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 2019, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 2019, en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 2019, wordt beslist met inachtneming van die verordening. 5. Een krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 2019, toegekende voorziening geldt als voorziening toegekend krachtens deze verordening

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 19 van 50

HOOFDSTUK 12: SLOTBEPALING ARTIKEL 29. INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 2022”.

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 20 van 50

Toelichting Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, versie 2022 ALGEMEEN Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). De Wmo 2015 maakt onderdeel uit van de bestuurlijke en – met toepassing van een budgetkorting – financiële decentralisatie naar gemeenten van een aantal taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ). Deze taken zijn toegevoegd aan het takenpakket dat al bij gemeenten lag onder de ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning. Hierbij is deels voortgeborduurd op de weg die met die wet al was ingezet. Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociale netwerk, vervolgens zal waar nodig de gemeente in aanvulling hierop hem in staat stellen gebruik te maken van een algemene voorziening of – als dat niet volstaat – een maatwerkvoorziening waarmee een bijdrage wordt geleverd aan zijn mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij.

Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorg of met hulp van zijn sociale netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 valt. De Wmo 2015 en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom - in hoofdlijnen vast. Want waar het recht op compensatie dat bestond onder de ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning is komen te vervallen, wordt een recht op een zorgvuldige, tweezijdige procedure daartegenover gesteld. Bovendien heeft het college het wettelijk verankerd proces op punten nader aangevuld in deze verordening, ten gunste van de aanvrager/cliënt op basis van ervaringen voorafgaand aan de Wmo2015 en tijdens de uitvoering van de voorloper van de nu voorliggende Verordening.

Een dergelijke procedure die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal telkens tot een juist eindoordeel moeten leiden; ondersteuning waar ondersteuning nodig is. Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. De Wmo 2015 en deze verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal echter in de regel namens het college gedaan worden (in mandaat) door deskundige consulenten, ambtenaren of bijvoorbeeld aanbieders. Waar in deze verordening en in de wet ‘het college’ staat, Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2019 - Pagina 21 van 50

kan het college deze bevoegdheid namelijk mandateren aan ondergeschikten dan wel nietondergeschikten op grond van de algemene regels van de Awb. Op grond van artikel 2.6.3 van de wet kan het college de vaststelling van rechten en plichten van de cliënt echter alleen mandateren aan een aanbieder. Zie voor de definitie van ‘aanbieder’ de toelichting onder artikel 1 van de wet. Deze beperking geldt alleen voor mandatering aan niet-ondergeschikten. Het college kan de vaststelling van rechten en plichten ook aan ondergeschikten mandateren. De Wmo 2015 schrijft in artikel 2.1.3, eerste lid, voor dat de gemeente per verordening de regels dient vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het verplichte gemeentelijk beleidsplan met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning.

Bij verordening dient overeenkomstig de artikelen 2.1.3, tweede en derde lid, 2.1.4, derde en zevende lid, en 2.1.6 van de Wmo 2015 in ieder geval bepaald te worden: • op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt; • op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; • welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, inclusief eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten; • ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten vereist is; • ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn vereist is; • op welke wijze ingezetenen, waaronder cliënten of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij uitvoering van de wet, voorstellen voor beleid kunnen doen, gevraagd en ongevraagd advies kunnen uitbrengen over verordeningen en beleidsvoorstellen, worden voorzien van ondersteuning en deel kunnen nemen aan periodiek overleg; • op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb worden berekend; en • op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de

gemeente. Ook dient de gemeente overeenkomstig de artikelen 2.1.3, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wmo 2015 per verordening regels te stellen: • voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, en van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet; • ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. Daarnaast kan de gemeente op grond van de artikelen 2.1.4, eerste en tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.7 en 2.3.6, derde lid, van de Wmo 2015: • bepalen dat cliënten voor algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, en maatwerkvoorzieningen een bijdrage verschuldigd zullen zijn; • de hoogte van de bijdrage voor de verschillende soorten van voorzieningen, ook wanneer de cliënt de ondersteuning zelf inkoopt met een persoonsgebonden budget, in de verordening verschillend vaststellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=9eaf760d-3d90-45cf-bb1a-c921627d1271