20211206 09f Bijlage ruimtelijke onderbouwing .pdf
Tekst van het document
Omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats In opdracht van Walpot Uitvaartzorg
NL.IMRO.1903.ROislambegrplaats-0001 ONTWERP 18 mei 2021
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V. Maastricht
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
5
Inleiding
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging projectgebied
5
1.3
Vigerend bestemmingsplan
7
1.4
Verklaring van geen bedenkingen
10
1.5
Melding activiteitenbesluit milieu
11
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
12
2.1
Kenmerken Islamitische begraafplaatsen
12
2.2
Inrichting Islamitische natuurbegraafplaats
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.2
Provinciaal beleid
13
3.3
Gemeentelijk beleid
19
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
20
4.1
Wet op de Lijkbezorging
20
4.2
Archeologie
20
3
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
4.3
Ecologie
21
4.4
Landschap
26
4.5
Water
28
4.6
Verkeer en parkeren
33
4.7
Milieuaspecten
34
4.8
Kabels en leidingen
37
4.9
Rooilijnenbeleid langs A2
38
Hoofdstuk 5
Ruimtelijke aanvaardbaarheid
39
5.1
Afwijkingen project
39
5.2
Ruimtelijke aanvaardbaarheid
39
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
40
6.1
Economische uitvoerbaarheid
40
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
40
Bijlagen
41
Bijlage 1
Archeologisch vooronderzoek
42
Bijlage 2 begraafplaats
Rapport structuurontwerp Islamitische
Bijlage 3
Inrichtingsplan
84
Bijlage 4
Vooronderzoek bodem
86
44
4
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Walpot Uitvaartzorg heeft het voornemen om een Islamitische natuurbegraafplaats te realiseren bij het uitvaartcentrum gelegen aan de Pisartlaan 8 te Eijsden. Bij een Islamitische natuurbegraafplaats wordt uitgegaan van eeuwige begraving. Het is voor de Islamitische geloofsgemeenschap belangrijk dat de begraafplaats een 'eigen' plek is waar de naleving van de Islamitische voorschriften is gegarandeerd. Daarnaast kent een Islamitische begraafplaats het principe van een besloten ruimte; de ommuurde tuin. Door een islamitische natuurbegraafplaats te realiseren in deze regio, wordt voorzien in een langgekoesterde wens vanuit de Islamitische geloofsgemeenschap naar een eeuwige rustplaats. De locatie van het uitvaartcentrum bestaat uit meerdere groene 'kamers'. Walpot Uitvaartzorg realiseert de Islamtisiche natuurbegraafplaats in de meest zuidwestelijk gelegen kamer en sluit daarbij aan bij de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden. De reeds bestaande meidoornhagen rondom de locatie worden aangevuld om tegemoet te komen aan het principe van de "ommuurde tuin". In dat kader zullen deze hagen ook doorgroeien tot ca. 2 meter hoogte. De aanwezige bosbeplanting aan de zuidzijde dient mede als afscherming van de A2. De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
De gemeente Eijsden-Margraten kan op basis van artikel 2.10 lid 1 onder c en lid 2.12 lid 1 onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de aangevraagde omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het vigerende bestemmingsplan. Het voorliggende document vormt daarvoor de benodigde ruimtelijke onderbouwing.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is onderdeel van het terrein behorende bij Uitvaartcentrum Walpot. Het Uitvaartcentrum ligt ten zuidoosten van de kern Eijsden in een natuurlijke omgeving waardoor het rust en kalmte uitstraalt. Het uitvaartcentrum is goed bereikbaar via de A2, afslag 57 Oost Maarland en vervolgens de Rijksweg volgend richting Pisartlaan.
5
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Projectgebied (witte lijn) op het terrein van Uitvaartcentrum Walpot aan de Pisartlaan.
Ligging in groter verband Het gebied rond Uitvaartcentrum Walpot wordt ruimtelijk-landschappelijk bepaald door: de A2 met de aanvullende bosbeplanting in het zuidoosten; Het openbare park-/bosgebied op de heuvel en de doodlopende Ir. Rocourstraat aan de zuidwestzijde; De agrarische velden en de nieuw beplante Pisartlaan aan de noordzijde met daarachter de sportvelden. Het Uitvaartcentrum is gelegen in de landschappelijke groenzone langs de A2 en de Rijksweg. Deze gevarieerde zone bestaat uit bospercelen, akker- en weilanden, parken en boomgaarden. De zone verbindt het agrarisch buitengebied ten zuiden van de kern Eijsden en de 'Zinkwit' met de agrarische akkerbouw- en weilanden en boomgaarden ten noorden van de kern, bij Oost-Maarland en Rijckholt. Het Uitvaartcentrum Walpot is op natuurlijke wijze ingepast in deze zone en sluit naadloos aan op de kenmerken van het Limburgse heuvellandschap. De locatie van het uitvaartcentrum omvat meerdere groene 'kamers'. De meest zuidelijk gelegen groene 'kamer' is nog beschikbaar en biedt ruimte voor de realisatie van een Islamitische natuurbegraafplaats als eeuwige rustplaats. De locatie sluit goed aan bij het principe van de "ommuurde tuin" door de hagen rondom en de bosbeplanting aan de zuidzijde, die tevens dient als afscherming van de A2.
6
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Impressie locatie (richting zuidoosten)
Impressie locatie richting (richting noorden, (Pisartlaan))
Impressie locatie (richting zuiden, A2)
Impressie locatie richting La Memoire
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het projectgebied geldt het vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Eijsden, vastgesteld op 27 april 2010. Op de beoogde locatie van de natuurbegraafplaats geldt de enkelbestemming 'Natuur'. Daarnaast geldt een viertal dubbelbestemmingen; 'Waarde – Archeologie', 'Waarde – Ecologie', 'Waarde – Landschapselement' en 'Waterstaat-Erosie'. Tevens liggen de gebiedsaanduidingen 'Geluidzone – industrie' en 'Vrijwaringszone – weg' gedeeltelijk op de beoogde locatie.
7
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied
Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onder- en bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; bestaand agrarisch gebruik, met daaraan ondergeschikt: extensief recreatief medegebruik; doeleinden van lijkbezorging in de vorm van een strooiveld en columbarium, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - strooiveld', respectievelijk 'specifieke vorm van natuur - strooiveld/columbarium'; wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de regels in artikel 40.3 van het vigerende bestemmingsplan in acht worden genomen. Op de tot 'Natuur' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.
Tevens is het verboden op of in de tot 'Natuur' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; […] het geheel of gedeeltelijk verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen; het scheuren van grasland; het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van de aanwezige houtopstanden.
8
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
De werken of werkzaamheden als bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Waarde - Archeologie De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen.
Het is verboden op of in de tot 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarden', zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 cm wordt gewijzigd; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; […] het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; […] Waarde - Ecologie De voor 'Waarde – Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en versterking van de samenhang tussen abiotische (niet-levende natuur) en biotische (levende natuur) kenmerken van de betreffende plangebiedsdelen.
Het is verboden op of in de tot 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het bebossen van gronden; het scheuren van grasland, voor zover het betreft waardevolle graslandvegetaties; […]. Waarde - Landschapselement De voor 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. Het is verboden op of in de tot 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden, uitsluitend voor zover als klein landschapselement of steilrand aangeduid op de kaart kleine landschapselementen (bijlage 2 bij de regels van het vigerende bestemmingsplan), zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen
9
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het vellen, rooien, slopen, dempen, egaliseren of verwijderen van kleine landschapselementen, dan wel het verrichten van werkzaamheden, die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van kleine landschapselementen tot gevolg hebben; het verwijderen of afgraven van steilranden of het verrichten van andere grondwerkzaamheden die een aantasting hiervan inhouden of kunnen inhouden. Waterstaat- Erosie De voor 'Waterstaat - Erosie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het bestrijden en voorkomen van: bodemerosie en wateroverlast; het verloren gaan van het voortbrengend vermogen van de bodem; de aantasting van het grondwaterpakket.
Het is verboden op of in de tot 'waterstaat - erosie' bestemde gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het rooien en/of verwijderen van opgaande begroeiing (met een hoogte van 0.30 m of meer) op graften en landschapselementen, in de vorm van groenstroken, grasbanen, bermen en hagen of daarmee vergelijkbare elementen; het ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; het afgraven van grond, indien door de afgraving de kans op bodemerosie en/of wateroverlast toeneemt; het aanbrengen van verhardingen op gronden steiler dan 10%. Geluidszone - industrie Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mag uitsluitend worden gebouwd nadat is aangetoond dat wordt voldaan aan de voor het industrielawaai geldende normering. Vrijwaringszone - weg Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' is het rooilijnenbeleid van Rijkswaterstaat van toepassing.
In het kader van dit rooilijnenbeleid mag: binnen een zone van 0-50 m uit de as van de dichtstbijzijnde rijbaan (waartoe ook de toe- en afritten behoren) geen bebouwing opgericht worden, tenzij het bebouwing betreft ten behoeve van de bestemming 'verkeer'; binnen een zone van 50-100 m uit de as van de dichtstbijzijnde rijbaan (waartoe ook de toe- en afritten behoren) eerst worden gebouwd, nadat vooraf overleg is gevoerd met en overeenstemming is bereikt met de wegbeheerder, i.c. Rijkswaterstaat. De aanleg van een islamitische natuurbegraafplaats is niet toegestaan binnen de bestemming 'Natuur' en daardoor strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
1.4
Verklaring van geen bedenkingen
Het College van burgemeester en wethouders kan ten behoeve van de verwezenlijking van een project een omgevingsvergunning verlenen in strijd met het bestemmingsplan. Het wettelijk kader wordt sinds 1 oktober 2010 gevormd door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In deze wet wordt aangegeven dat voor onderhavig project de benodigde omgevingsvergunning voorzien dient te worden van een ruimtelijke onderbouwing. De bevoegdheid tot het verlenen van de vergunning ligt bij het College van burgemeester en wethouders. Op de voorbereiding van de vergunningverlening is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
10
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
(Awb) van toepassing met daarbij vermeld een aantal afwijkende voorwaarden. Voordat de vergunning kan worden verleend dient een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad te zijn ontvangen, tenzij het project valt binnen een categorie van gevallen waarvoor de raad heeft besloten dat geen verklaring nodig is. De gemeenteraad van Eijsden-Margraten heeft categorieën van gevallen aangewezen, echter de realisatie van een natuur begraafplaats staat niet op de betreffende lijst, zodat een verklaring van geen bedenkingen nodig is.
1.5
Melding activiteitenbesluit milieu
De voogenomen Islamitische natuurbegraafplaats is gelegen op gronden die deel uitmaken van een zogenaamde categorie B-inrichting. Dit betekent dat een melding Activiteitenbesluit moet worden ingediend. Deze melding is samen met de aanvraag voor de omgevingsvergunning ingediend.
11
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Kenmerken Islamitische begraafplaatsen
Het is voor de Islamitische geloofsgemeenschap belangrijk dat de begraafplaats een 'eigen' plek is waar de naleving van de Islamitische voorschriften is gegarandeerd. Daarnaast is een Islamitische begraafplaats een besloten ruimte; het principe van de ommuurde tuin. Alvorens de natuurbegraafplaats wordt ingewijd moet er zekerheid bestaan dat de grond schoon is; er mag niet eerder in begraven zijn. Binnen de Islam wordt een uitbundige grafcultuur niet gewaardeerd en dat vindt zijn weerspiegeling in de aanwezige beplanting, die sober is, en de grafbedekking, die veelal ontbreekt. De graflegging dient richting Mekka te geschieden. De overledene wordt in principe in een lijkwade op zijn rechterzij, kijkend naar Mekka begraven.
2.2
Inrichting Islamitische natuurbegraafplaats
De Islamitische natuurbegraafplaats zal in de meest zuidelijk gelegen groene 'kamer' van het Uitvaartcentrum komen te liggen. Vanaf de centrale parkeerplaats is de natuurbegraafplaats via het bestaande kiezelpad te bereiken. Bij de entree van de natuurbegraafplaats wordt aangegeven dat het een Islamitische begraafplaats betreft. Direct bij de entree wordt een reinigingsplek ingericht van waaruit men de begraafplaats kan betreden. Centraal op de natuurbegraafplaats wordt een bezinningsplek ingericht, die in de warme zomermaanden overdekt kan worden met een (schaduw)doek. De begraafplaats zal bestaan uit een open grasveld, met een weide-karakter, met meidoornhagen rondom als afscherming en om op een landschappelijk passende wijze invulling te geven aan het principe van de ommuurde tuin. Verder zullen er (inheemse) bomen ter beschutting en als schaduwplek en diverse (inheemse) planten en struiken op de natuurbegraafplaats worden aangeplant. De hoofdpaden bestaan uit een lichte kleur kiezel. De paden tussen de grafvelden zijn onderdeel van het natuurlijke grasveld. De inrichting van de Islamitische begraafplaatst gaat uit van 3 herkenbare, ruimtelijke systemen die over elkaar worden gelegd. A. De lineaire structuur van de grafvelden met de tussenliggende graspaden die georiënteerd zijn naar Mekka. B.
De gebogen hoofdpadenstructuur vanaf het entreeplein die een bezinningsplek vormen en de verschillende parallel lopende graspaden toegankelijk maken. Uiteindelijk monden deze uit in de zogenaamde rustplekken aan het einde van het de paden. C. Enkele solitaire boomgroepen die verdeeld staan over de omsloten tuin (Faradis) die voor beschutting zorgen en het geheel een kenmerkend 'weide' karakter geven. Met de vestiging van een Islamitische begraafplaats in de meest zuidwestelijk gelegen landschapskamer kan door de groene, sobere inrichting een extra schakel in de groene landschapszone worden gemaakt en ontstaat een betere verweving met het park-bosgebied aan de zuidwestzijde van de locatie. Voor Uitvaartcentrum Walpot is het belangrijk dat de begraafplaats aansluit bij de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden en dat het één geheel vormt. Voor het inrichtingsplan voor de Islamitische natuurbegraafplaats wordt verwezen naar paragraaf 4.4 .
12
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 11 September 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De definitieve NOVI is een instrument van de op 1 januari 2022 in werking tredende omgevingswet en vervangt onder meer Het Nationaal Milieubeleidsplan, de Rijksnatuurvisie 2014 en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland, tot het jaar 2050. Binnen deze ontwikkeling wordt steeds ingezet op het werken aan vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor deze prioriteiten geldt steeds dat er zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Het kernbegrip bij deze maatregelen is omgevingskwaliteit: dat wil zeggen dat ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit centraal staan. Daarnaast worden in de NOVI drie afwegingsprincipes onderscheden die een 'omgevingsinclusief' beleid waar moeten borgen: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3.
Afwentelen wordt voorkomen De ontwikkeling die met deze omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het rijk. Er kan zelfs gezegd worden dat er goed ingespeeld wordt op het eerstgenoemde afwegingsprincipe: het combineren van functies gaat boven envkelvoudige functies, aangezien de aanwezige natuurfuncties behouden en versterkt zullen worden en gecombineerd met de maatschappelijke functie van een Islamitische natuurbegraafplaats.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014)
Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten van Limburg het POL 2014 vastgesteld en is het plan in werking getreden. Dit is de opvolger van het POL 2006 en de aanvullingen daarop. In het plan staat de toekomst van Limburg beschreven op het gebied van wonen, verkeer, energie, infrastructuur, detailhandel, bedrijventerreinen, water, natuur, landschap, landbouw en ondergrond. Het POL is in samenwerking met de gemeenten en regionale partners opgesteld en heeft vier wettelijke functies: 1. 2. 3. 4.
Structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening) Provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer) Regionaal waterplan (Waterwet) Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer)
De centrale ambitie uitgesproken in het POL is het creëren van een voortreffelijk grensoverschrijdend
13
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
leef- en vestigingsklimaat. De belangrijkste uitdagingen hierin zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Een van de Limburgse principes is dat in plaats van scheiding van functies verweving juist de vitaliteit en aantrekkelijkheid van gebieden kan vergroten, het leidt ook tot meervoudig ruimtegebruik. Uiteraard moeten functies elkaar niet in de weg zitten, bijvoorbeeld vanwege hun milieu-impact. Een voorbeeld van een kans is verweving van wonen, landbouw en toerisme in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De ontwikkeling die met deze omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt sluit aan bij die principe, aangezien de aanwezige natuurfuncties behouden en versterkt zullen worden en gecombineerd met de maatschappelijke functie van een Islamitische begraafplaats. Zilvergroene natuurzone Het plangebied is gelegen binnen het structuurvisiegebied "Zilvergroene natuurzone". De zilvergroene natuurzone bestaat uit landbouwgebieden waar grote kansen liggen voor ontwikkeling van natuurwaarden. In de zilvergroene natuurzone staat het benutten van kansen voor natuur centraal.
Dit wordt enerzijds bevorderd via subsidies voor agrarisch natuurbeheer – waarbij in 2016 overgegaan is op prestatieafspraken met collectieven – en anderzijds via het plaatselijk voor maximaal 50% cofinancieren van natuurprojecten, die een bijdrage leveren aan een robuust natuurnetwerk en aan instandhouding van prioritaire bedreigde soorten.
Uitsnede kaart 1 Zonering Limburg - Zilvergroene natuurzone (lichtgroen) met projectgebied (rood omlijnd)
Binnen de zilvergroene natuurzone wordt tevens ingezet op behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden als onderdeel van de landschappelijke waarden. Natuurcompensatieverplichtingen worden mede ingezet om areaaluitbreiding van natuur in zilvergroene natuurzones te realiseren. Daarnaast zal de provincie - zowel in zilvergroene natuurzone als in bronsgroene landschapszone - regionale en lokale initiatieven faciliteren. BeschermingsgebiedNationaal Landschap Zuid-Limburg Uit de kaart "Landschap en cultuurhistorie" blijkt dat het projectgebied tevens binnen de zone "Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg" is gelegen. Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg vormt landschappelijk een logisch onderdeel van het grensoverschrijdende Drielandenpark. Het Drielandenpark is ook de naam van een platform voor samenwerking in de Euregio Maas-Rijn: tien publieke overheden uit België, Duitsland en Nederland, waaronder de Provincie Limburg, werken sinds 2001 samen om de open ruimte te behouden en te versterken, steeds in relatie met de omliggende stedelijke gebieden.
14
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
De provincie heeft in haar beleid tien kernwaarden toegekend aan het Nationaal Landschap Zuid-Limburg om te komen tot behoud, beheer en ontwikkeling van het Nationaal Landschap en een vergroting van de belevingsmogelijkheden. De tien kernwaarden bestaan uit vier landschappelijke kernkwaliteiten (reliëf, cultuurhistorisch erfgoed, groen karakter en open-besloten).
Uitsnede kaart 2 Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg (groene arcering) met projectgebied (rood omlijnd)
Onderhavig voornemen betreft een ontwikkeling die ziet op een uitbreiding van een bestaande functie die landschappelijk wordt ingepast. In het beleid wordt aangegeven dat initiatieven in deze zone worden gefaciliteerd, wanneer er aan het kwaliteitsmenu wordt voldaan (zie paragraaf 3.2.5).
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. In 2014 is de Omgevingsverordening uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dit hoofdstuk bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd opgenomen. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het projectgebied is gelegen binnen het milieubeschermingsgebied "Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg" en de zone "Zilvergroene natuurzone". BeschermingsgebiedNationaal Landschap Zuid-Limburg In artikel 2.8.2.
van de omgevingsverordening is aangegeven dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg, een beschrijving bevat van: de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten in het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg zijn: het reliëf, het open-besloten karakter, het groene karakter en het cultuurhistorisch erfgoed en zijn uitgewerkt in "Kernkwaliteiten Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg".
15
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Zilvergroene natuurzone In artikel 2.13.2 van de omgevingsverordening is aangegeven dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Zilvergroene natuurzone, een beschrijving bevat van: de in het projectgebied voorkomende kernkwaliteiten; de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan; en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten in de Zilvergroene natuurzone zijn: het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch e rfgoed en het reliëf en zijn uitgewerkt in "Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone". De betreffende toelichting is opgenomen in paragraaf 4.4.
3.2.3
Provinciale Omgevingsvisie Limburg (ontwerp)
Op 15 december 2020 heeft Gedupeerde Staten van de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie (POVI) Limburg vrijgegeven voor vaststelling. Naar verwachting wordt de Omgevingsvisie in april 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De POVI Limburg geeft aan hoe de provincie Limburg uitdagingen op het gebied van gezondheid en veiligheid, veranderingen in de samenleving als gevolg van demografische ontwikkelingen en individualisering wilt aanpakken, maar ook de relatie tussen overheid en samenleving, ontwikkelingen met betrekking tot het klimaat, de aanstaande energietransitie, een landbouwtransitie, digitalisering en de circulaire economie zijn belangrijke onderwerpen. De POVI Limburg is een integrale langetermijn visie die voor de periode 2021 tot 2030-2050 laat zien hoe de provincie richting willen geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen. Uit de eerder genoemde onderwerpen onderscheidt de omgevingsvisie drie hoofdopgaven: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied b. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie 3. Klimaatadaptatie en energietransitie Toekomstige afwegingen dienen gemaakt te worden op basis van de vier Limburgse principes: 1. 2. 3. 4.
Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Meer stad, meer land. Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden; boven- én ondergronds.
De voorgestelde ontwikkeling gaat niet in tegen deze principes en sluit zelfs goed aan bij het eerstgenoemde principe. Een Islamitische begraafplaats vervult namelijk een behoefte vanuit een specifieke groep uit de samenleving, die momenteel niet vervuld wordt. Op deze manier draagt de voorgestelde ontwikkeling bij aan een meer inclusieve samenleving. Zonering De omgevingsvisie gaat uit van een algemene zonering, waarin hoofdtypen en categorieën onderscheden worden op basis van de kenmerken van verschillende zones. Onderhavig gebied behoort tot het hoofdtype Landelijke gebieden en tot de categorie Groenblauwe mantel.
16
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Uitsnede kaart 2: Limburgse principes met de Groenblauwe mantel (groen) en het projectgebied (rood omlijnd)
Groenblauwe mantel De gebieden die voorheen, in de POL2014, behoorden tot de bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone, zijn in de omgevingsvisie vertaald naar de groenblauwe mantel. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar de provincie goede combinatiemogelijkheden zien voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. De omgevingsvisie is onderverdeeld in enkele thema's. Relevant voor onderhavig gebied zijn de thema's Natuur en Landschap. Natuur Er wordt op het gebied van natuur gekozen voor drie speerpunten: 1. Kwaliteits- en kwantiteitsimpuls voor natuur 2. Faunabeheer en soortenbescherming 3. Betrokkenheid en draagvlak natuur en landschap De voorgestelde ontwikkeling sluit goed aan bij deze speerpunten, vooral bij de laatstgenoemde. De provincie streeft naar een vermaatschappelijking van natuur en landschap, wat inhoudt dat burgers en bedrijven bijdragen aan het beheer van natuur en landschap.
De voorgestelde ontwikkeling past goed binnen deze gedachte, aangezien de natuurlijke waarde van het terrein gewaarborgd wordt en in sommige opzichten zelfs versterkt, terwijl de aanleg en het onderhoud uitgevoerd wordt door Uitvaartcentrum Walpot. Landschap De kernopgave in het thema landschap is het behouden en versterken van kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgse landschap, waaronder de groenblauwe mantel, (verbrede) Nationale Parken, Nationaal Landschap-Zuid Limburg en stad-landzones. Binnen de groenblauwe mantel geldt dat ontwikkelingen mogelijk zijn, mits de kernkwaliteiten (het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf) behouden blijven of versterkt worden. Daarnaast is van belang dat de verbindings- en bufferfunctie voor de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg gefaciliteerd worden. Voor de stad-landzone geldt dat de provincie meer samenhang wil creëren tussen stedelijk gebied en
17
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
buitengebied; een natuur- en cultuurrijk landschap dat begint bij de 'achterdeur'en doorloopt tot in het landelijke gebied. Er wordt gestreefd naar robuust landschappelijk raamwerk waarbinnen aanwezige of beoogde stedelijke en economische functies een plek kunnen krijgen. De voorgestelde ontwikkeling past binnen dit provinciale streven, aangezien de stedelijke functie van een naturbegraafplaats wordt opgevangen in een gebied dat haar natuurlijke en landschappelijke waarden behoudt.
3.2.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De ladder stelt enkele vragen om te bepalen of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Functies die in de jurisprudentie worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, zijn: accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium; accommodaties voor religie zoals een kerk of moskee; accommodaties voor cultuur zoals bijvoorbeeld een museum; accommodaties voor leisure zoals een hotel of bioscoop; accommodaties voor recreatie. Hoewel een natuurbegraafplaats een maatschappelijke functie vervult, is hier geen sprake van een stedelijke ontwikkeling omdat er geen bebouwing wordt toegevoegd. Zodoende is er geen sprake van een accommodatie en wordt de vraag: “is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?” met nee beantwoord. Dit lijkt aanvankelijk misschien een insignificant verschil, maar het doel van de ladder van duurzame verstedelijking is om leegstand tegen te gaan.
Aangezien onderhavige ontwikkeling geen nieuwe bebouwing voor stelt, kan ook niet beargumenteerd worden dat deze bebouwing elders leegstand stimuleert. Omdat de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats niet valt onder 'stedelijke ontwikkeling' is een een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van de rechtbank van 18 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2015:448) over een vergelijkbare natuurbegraafplaats.
3.2.5
Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM)
Op 12 januari 2010 hebben Gedeputeerde Staten van Limburg het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) vastgesteld, deze werd in 2012 geactualiseerd tot de huidige versie. Het doel van het LKM is om gemeenten en provincie een instrumentarium in handen te geven om noodzakelijke of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met gewenste kwaliteitsverbetering van datzelfde buitengebied. Om dit doel te bereiken dienen gemeenten het kwaliteitsmenu op gemeentelijk niveau uit te werken in het gemeentelijke beleid en toe te passen. Het Limburgs Kwaliteitsmenu is van toepassing in het gehele buitengebied van Limburg. Dat zijn de gebieden buiten de bebouwde kom. De vraag of het kwaliteitsmenu van toepassing is, is van twee factoren afhankelijk. Namelijk of de ontwikkeling ligt in een gebied waarvoor het kwaliteitsmenu geldt en of het een ontwikkeling betreft waarvoor het kwaliteitsmenu van toepassing is. Het Limburgs Kwaliteitsmenu geeft hiervoor het kader. In het gemeentelijke kwaliteitsmenu wordt dit nader uitgewerkt. Ontwikkelingen waarvoor het Limburgs Kwaliteitsmenu geldt, zijn die met (nieuwe) functies die een nieuw ruimtebeslag leggen op het "maagdelijke" buitengebied en/of met nieuwe verstening en verglazing gepaard gaan.
Het gaat daarbij zowel om situaties waarbij de bestemming gewijzigd wordt van een 'landelijke' naar een 'stedelijke' bestemming als om situaties waar door de bestemmingswijziging (bijvoorbeeld door toevoegen van een bouwvlak) mogelijkheden voor nieuwe bebouwing, verstening en
18
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
verglazing ontstaan. Dit is niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling, aangezien er bij de aanleg van een natuurbegraafplaats noch sprake is van gewijzigde bestemming, noch van nieuwe bebouwing, verstening of verglazing. Ook legt de ontwikkeling geen nieuw ruimtebeslag op het buitengebied met een nieuwe functie omdat bij een natuurbegraafplaats de natuurlijke functie in stand wordt gehouden.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013 (GKM)
Het GKM van de gemeente Eijsden-Margraten is gebaseerd op het LKM. De provincie heeft de Limburgse gemeenten geadviseerd om de uitgangspunten en drempelvoorwaarden van het LKM door te vertalen in een eigen GKM. De provincie heeft het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden – Margraten 2013 goedgekeurd. De gemeente Eijsden-Margraten hecht veel waarde aan haar buitengebied. De gemeente streeft er naar de kwaliteiten van het buitengebied te beschermen en te verbeteren en kwaliteitsverlies van het buitengebied tegen te gaan. De gemeente beoogt daarom met haar eigen Kwaliteitsmenu een balans te vinden tussen de instandhouding en verbetering van de kwaliteiten van het buitengebied enerzijds en de mogelijkheden voor ontwikkelingen anderzijds. Omdat bij onderhavige ontwikkeling geen sprake is van nieuwe bebouwing, verstening of verglazing en de aanwezige natuurlijke waarde louter versterkt wordt, heeft het GKM hier geen betrekking op.
3.3.2
Erfgoedverordening gemeente Eijsden-Margraten 2013
Op 18 december 2012 heeft de gemeenteraad tevens de 'Erfgoedverordening gemeente Eijsden-Margraten 2013' vastgesteld. Samen met de archeologische beleidskaart vormt de Erfgoedverordening het toetsingskader bij archeologie. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan.
19
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Hoofdstuk 4
4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Wet op de Lijkbezorging
Op 7 maart 1991 is de Wet op lijkbezorging vastgesteld. Deze wet reguleert wat er met een lichaam van een overleden persoon moet gebeuren na dood te zijn geboren of na te zijn overleden. De laatste versie van deze wet geldt vanaf 1 augustus 2018. Hoofdstuk 3 van de wet geeft de regels omtrent begravingen. Begraving geschiedt op een begraafplaats. Het is verboden een begraafplaats, die niet op de voet van het bepaalde bij of krachtens de Wet op lijkbezorging is aangelegd of in gebruik genomen, als zodanig ter beschikking te stellen of te gebruiken. Begraafplaatsen worden onderscheden in gemeentelijke en bijzondere begraafplaatsen. Een bijzondere begraafplaats kan slechts worden aangelegd en in stand gehouden door een kerkgenootschap dan wel door een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon. Voor het aanleggen of uitbreiden van een bijzondere begraafplaats, zoals de Islamitische natuurbegraafplaats, wordt slechts de grond gebruikt, die daartoe door de gemeenteraad is aangewezen. Burgemeester en wethouders kunnen maatregelen voorschrijven, welke nodig zijn teneinde de grond geschikt te maken om als begraafplaats te dienen. Voor het in gebruik nemen van een bijzondere begraafplaats of van een deel daarvan is de toestemming van burgemeester en wethouders nodig. Deze toestemming wordt slechts geweigerd, indien niet aan de wettelijke voorschriften is voldaan.
4.2
Archeologie
Uit de gemeentelijke archeologische beleidskaart blijkt dat ter plekke van het projectgebied sprake is van zowel waarde 4 (olijfgroen): gebieden met een hoge verwachting (trefkans) als van waarde 5 (groen): gebieden met een middelhoge trefkans.
20
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Uitsnede archeologische beleidskaart
In de Erfgoedverordening is opgenomen dat: voor gebieden met een middelhoge verwachting een verstoringsoppervlakte van 1.000 m² en een diepte van 0,50 meter als ondergrens voor archeologisch onderzoek gelden; voor gebieden met een hoge verwachting een verstoringsoppervlakte van 500 m² en een diepte van 0,50 meter als ondergrens voor archeologisch onderzoek gelden. Gelet op deze trefkans wordt momenteel voor het projectgebied een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.
4.3
Ecologie
Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is een quickscan Wet natuurbescherming (hierna Wnb) uitgevoerd om zicht te krijgen op mogelijk voorkomende beschermde flora en fauna en mogelijke consequenties voor het voornemen. De quickscan bestaat uit een onderzoek, toetsing en advies. Effecten in het kader van de gebiedsbescherming, onderdeel zijnde van de Wnb zijn in de quickscan niet meegenomen. Beschrijving projectgebied Het projectgebied betreft een enigszins verruigde weide die grotendeels omheind wordt door een meidoornhaag. In het projectgebied zijn verspreid over het terrein diverse bomen aanwezig (zoete kers, eik, plataan en haagbeuk). In de zuidelijke punt van het plangebied is ook een bosschage aanwezig met deze bomensoorten. Ingreep Het doel van het voornemen is een Islamitische natuurbegraafplaats te realiseren middels landschappelijke omvorming van het projectgebied. De exacte werkzaamheden zijn nog niet vastgesteld. Er wordt daarom uitgegaan van een worst-case scenario waartoe de volgende werkzaamheden behoren: Aanvullen en waar nodig aanplanten van meidoornhagen rondom de natuurbegraafplaats als
21
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
afscherming. De uiteindelijke hoogte bedraagt twee meter om de gedachte van de 'ommuurde tuin' vorm te geven; Opening in bestaande meidoornhaag maken als toegang van het gebied (maximaal 2,50 meter breed); Hoofdpaden aanleggen in kiezelstenen en de paden tussen de graven blijven gras; Aanplant van inheemse bomen voor beschutting en schaduwplekken, aansluitend op bestaande structuren. Incidentele aanplant van uitheemse bomen die passen bij een Islamitische natuurbegraafplaats (bv. moerbeiboom); De graven worden gemarkeerd met een platte grafsteen van basalt in het grasperk; Het beheer van de natuurbegraafplaats heeft een natuurlijke, ecologische insteek; In de nieuwe situatie zal de drukte bij het uitvaartcentrum niet toenemen doordat het terrein dezelfde functie blijft vervullen. Er zullen daarbij nooit twee herdenkingsdiensten tegelijkertijd op de natuurbegraafplaats plaatsvinden. Ook is een deel van de crematies verplaatst naar Maastricht sinds de opening van het Crematorium aldaar. Planning De exacte planning is nog niet vastgesteld. De entree, hoofdpaden en grafvelden worden zo snel als mogelijk aangelegd. Eind februari/begin maart worden reeds de nieuwe meidoornhagen aangeplant. De activiteiten op de natuurbegraafplaats zelf vinden het hele jaar door plaats.
Er wordt voor de toetsing aan de Wet natuurbescherming van een - worst-case - uitgegaan, zodat de grootste impact van de ingreep op beschermde soorten, voor zover aanwezig en relevant in beeld wordt gebracht. Hiermee worden alle eventuele vervolgstappen vanuit ecologie inzichtelijk gemaakt. Methode en resultaten De quickscan omvat een bureau- en veldonderzoek. Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (januari 2016) en www.verspreidingsatlas.nl. Tevens is een quickscan flora en fauna die is uitgevoerd in het kader van eerdere ruimtelijke ontwikkelingen op het terrein geraadpleegd (Arcadis, 2016, Quickscan Flora- en faunawet uitbreiding crematorium Walpot, 19 december 2020, ref. E07091.000219). Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 22 januari 2021 door een ecoloog van Arcadis. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: 8°C, 2 Bft., licht bewolkt. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied (lees: habitats) inzicht wordt verkregen van de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten.
Denk hierbij aan landschappelijke elementen die geschikt zijn als groeiplaats, verblijfplaats, foerageergebied en/of verbindingszone. Tijdens het veldbezoek is daarnaast gekeken of sporen aanwezig waren van beschermde soorten. Hieronder is per soortgroep de aanwezigheid danwel geschiktheid van de habitat beschreven. In tabel 1 is per soortgroep de conclusie weergegeven of en zo ja, welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn binnen het plangebied, op basis van zowel het bureauonderzoek als veldbezoek. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van broedvogels zonder jaarrond beschermd nest (NDFF). Met het veldbezoek zijn echter wel waarnemingen gedaan van vink, zwarte kraai en koolmees. In de wijdere omgeving zijn wel waarnemingen bekend van soorten gebonden aan een stedelijke omgeving (ekster en kauw), boerenland (groene specht, spreeuw, witte kwikstaart en zwarte kraai) en
22
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
bossen (braamsluiper, grasmus, merel, roodborst etc.). Deze soorten, met name de soorten van bossen kunnen tot broeden komen in de aanwezige meidoornhagen en/ of de aanwezige bomen. Het plangebied kan ook foerageergebied voor al deze soorten bieden. Broedvogels met jaarrond beschermd nest In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermd nest (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn ook geen waarnemingen van deze soorten gedaan. In de wijdere omgeving zijn wel waarnemingen bekend van soorten als blauwe reiger, buizerd, huiszwaluw, boerenzwaluw, huismus en gierzwaluw. Het plangebied vormt voor deze soortgroep echter geen geschikte broedplaatsen. Hiervoor is het gebied te open en biedt het te weinig dekking of is geen geschikte bebouwing aanwezig. Foerageergebied is voor deze soorten mogelijk wel aanwezig. Grondgebonden zoogdieren In en rondom het plangebied zijn waarnemingen bekend van grondgebonden zoogdieren, namelijk das, haas, konijn en vos (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn graafsporen van konijn en das aangetroffen. De das, haas, konijn en vos zijn waargenomen in en rondom het plangebied. Daarbij wordt voornamelijk het bos ten zuiden en de groene zone aan de zuid en westrand van het terrein van Walpot gebruikt door deze soorten.
Het plangebied vormt door de afwezigheid van voldoende structuur of dekking enkel foerageergebied voor deze soorten. Voor de das zal het plangebied deels primair foerageergebied vormen. In de nabije omgeving, het bos ten zuidwesten, is namelijk een dassenburcht aanwezig. Deze soort is voor zijn foerageergebied afhankelijk van o.a. natte graslanden die in het plangebied aanwezig. De aanwezigheid blijkt ook duidelijk uit de aanwezige graafsporen en mestputjes van de das. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn goed herkenbaar en zijn niet aangetroffen binnen het plangebied zelf. Dit geldt tevens voor andere algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als reeën, marterachtigen en kleine knaagdieren. Diverse muizensoorten (vermoedelijk veldmuis, rosse woelmuis en bosmuis) hebben wel verblijfplaatsen in het plangebied. Vleermuizen Er zijn geen waarnemingen in het plangebied van vleermuizen bekend. Ten zuidwesten van het plangebied, langs de bosrand zijn vanuit transect-tellingen waarnemingen bekend van voornamelijk gewone dwergvleermuis en enkele laatvliegers (NDFF). In het plangebied zijn geen boomholten of gebouwen met voor deze soorten geschikte openingen aanwezig. Verblijfplaatsen zijn daarmee in het plangebied uitgesloten. Wel zijn mogelijk vliegroutes en foerageergebied aanwezig voor soorten die in de nabijheid (omliggende bossen en woonkern van Eijsden) aanwezig zijn.
Daarbij zullen de soorten de heggenstructuren in het plangebied volgen als vliegroute. De luwte die hiermee ontstaat, samen met de spaarzaam aanwezige bomen kunnen als foerageergebied dienen. Flora Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten flora in of binnen 200m van het plangebied bekend (NDFF). Het plangebied betreft een enigszins verruigd grasland met extensief maaibeheer. Op basis van aanwezige soorten is het vermoeden dat het grasland ook bemest wordt. Door de dichte grasmat en bemesting zijn er geen gunstige groeiomstandigheden voor beschermde soorten flora in het plangebied aanwezig. Amfibieën Er zijn geen waarnemingen van amfibieën in het plangebied bekend (NDFF). Eromheen (200m) zijn waarnemingen bekend van de bruine kikker, gewone pad en meerkikker. Het plangebied bevat geen oppervlaktewater. Hiermee zijn voortplantingsfuncties van amfibieën uit te sluiten. In het plangebied is weinig dekking en struweel aanwezig. Daarmee is het landbiotoop voor deze soorten hoogstens marginaal. De directe omgeving, met name het bos ten zuidwesten van het plangebied vormt ideaal landbiotoop voor deze soorten. Door hun algemene voorkomen en grote actieradius kunnen deze
23
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
soorten niet worden uitgesloten. Het gaat daarbij hoogstens om marginaal landbiotoop. Aanwezigheid van dieren zal daarmee hooguit incidenteel zijn. Beschermde soorten zijn uit te sluiten op basis van afwezigheid van voortplantingsbiotoop en de vele barrières die deze soorten moeten overkomen (wegen, predatoren) om vanaf voortplantingswater in het plangebied te komen. Reptielen In de omgeving van het plangebied (200m) zijn geen waarnemingen bekend van reptielen (NDFF). Het plangebied vormt geen geschikt habitat voor deze soorten. Deze soorten zoeken verstoringsarme gebieden met daarin een structuurrijke vegetatie. Deze zijn niet aanwezig in het plangebied. Op basis van afwezigheid van waarnemingen en ongeschiktheid van het plangebied voor deze soorten zijn reptielen uitgesloten. Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Daarmee is de aanwezigheid van beschermde soorten vissen uitgesloten. Ongewervelden In het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde ongewervelden bekend. Buiten het plangebied zijn wel waarnemingen van de bosbeekjuffer, bruin dikkopje en veldparelmoervlinder bekend. Deze en andere beschermde soorten stellen strenge eisen aan hun leefgebied zijnde stromend helder water en warme kalkgraslanden, rottend dood hout en bepaalde boom-, plantsoorten (waardplanten).
Deze kenmerken zijn niet te vinden binnen het plangebied waarmee functies voor ongewervelden zijn uitgesloten. Tabel: Conclusies aanwezigheid en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het plangebied per soortgroep.
Effectbeschrijvingen toetsing
24
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
In de onderstaande tabel is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen. Tabel : Effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden.
*) In de provincie Limburg geldt een (tijdelijke) vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren (met uitzondering van de das) en algemeen voorkomende amfibieën. Deze zijn in de toetsing daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt, zoals voor alle soorten, wel nog de zorgplicht. Door de werkzaamheden worden mogelijke enkele verbodsbepalingen van de Wnb overtreden: Art. 3.1 lid 1 en lid 2 ten aanzien van het mogelijk doden van broedvogels zonder jaarrond beschermd nest en het opzettelijk vernielen van nesten bij werkzaamheden gedurende het broedseizoen. Verstoring van individuen leidt niet tot een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding; Art. 3.5 lid 2 ten aanzien van het verstoren van foeragerende vleermuizen en/ of vleermuizen op vliegroute; Art. 3.10 lid 1b ten aanzien van het mogelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das door afbreuk van essentieel foerageergebied. Mitigatieplan De beschreven negatieve effecten op soorten en daarmee overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb moeten zoveel als mogelijk gemitigeerd te worden. Dit kan door de volgende maatregelen te nemen: Voer de werkzaamheden volledig uit buiten het broedseizoen; in de periode vanaf 15 september t/m februari.
Hiermee wordt de verstoring van vleermuizen voorkomen en verstoring en doden van broedvogels met en zonder jaarrond beschermd nest. Voer de werkzaamheden enkel uit tussen zonsopkomst en zonsondergang. Hiermee wordt de verstoring van vleermuizen volledig voorkomen en wordt verstoring van de das ook voorkomen. Behoud functies van het gebied voor beschermde soorten volledig en leg dit vast in het inrichtingsplan. Dit betekent dat er géén verlichting op het terrein mag worden toegepast (of enkel vleermuisvriendelijke verlichting) en dat het terrein toegankelijk moet blijven voor soorten middels openingen onder de meidoornhagen of eventuele hekwerken die geplaatst gaan worden.
25
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Uitgangspunt daarbij is dat het terrein in de uiteindelijke situatie een meerwaarde biedt voor de aangetroffen soorten. Met het toepassen van deze mitigerende maatregelen worden de verbodsbepalingen volledig gemitigeerd. Daarbij is uitgegaan van de worstcase situatie dat de mogelijke aanwezige beschermde soorten daadwerkelijk voorkomen in het plangebied. Conclusie Middels mitigerende maatregelen zijn de negatieve effecten volledig te mitigeren. Mits deze maatregelen volledig in te passen zijn, is het voornemen om een Islamitische natuurbegraafplaats te realiseren niet ontheffingsplichtig in het kader van de soortenbescherming Wnb. Deze conclusie is opgesteld op basis van wat hiervoor is beschreven onder werkzaamheden en planning. Wijzigingen in planning, fasering, uitvoermethode of geheel nieuwe activiteiten in afwijking van het voornemen, dienen vooraf getoetst te worden door een ecoloog. Deze kunnen immers ook (nieuwe) negatieve effecten hebben op de mogelijk aanwezige flora en fauna. Ecologische onderzoeken en te treffen maatregelen zijn gebonden aan specifieke perioden voor uitvoering. Om ongewenste uitloop te voorkomen, is het daarom noodzakelijk om wijzigingen zo vroeg mogelijk in beeld te brengen en te communiceren met een ecoloog.
4.4
Landschap
Inleiding Het uitvaartcentrum is gelegen in de landschappelijke groenzone langs de A2 en de Rijksweg. Deze gevarieerde zone bestaat uit bospercelen, akker- en weilanden, parken en boomgaarden. Het uitvaartcentrum is op natuurlijke wijze ingepast in deze zone en sluit naadloos aan op de kenmerken van het Limburgse heuvellandschap Met de vestiging van een Islamitische natuurbegraafplaats in de meest zuidwestelijk gelegen landschapskamer kan door de groene, sobere inrichting een extra schakel in de groene landschapszone worden gemaakt en ontstaat een betere verweving met het park-bosgebied aan de zuidwestzijde van de locatie. Het rapport structuurontwerp Islamitische begraafplaats is opgenomen in Bijlage 2 en het inrichtingsplan in Bijlage 3. Kernkwaliteiten Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg (deelgebied Maasdal) en maakt onderdeel uit van het Landschapstype dalbodem. In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg is het gebied aangewezen als Zilvergroene natuurzone. Het unieke karakter van het Nationaal Landschap dient hersteld, onderhouden en doorontwikkeld te worden. Daarbij ligt de focus op tien kernwaarden. De tien kernwaarden bestaan uit vier landschappelijke kernkwaliteiten aangevuld met zes sociaal-economische waarden.
Om de Islamitische begraafplaats zo goed mogelijk in te passen in de ruimtelijke structuren van het Zuid-Limburgse landschap, is getoetst aan de vier landschappelijke kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap-Zuid Limburg in het projectgebied. De twee belangrijkste binnen het projectgebied voorkomende kernkwaliteiten bestaan uit de kernkwaliteiten 'groen karakter' en 'contrast open-beslotenheid'. Deze karakteristieke visueel-landschappelijke waarden worden gevormd door de in het projectgebied voorkomende bomen en beplantingen: de aanwezige laanstructuur van de Pisartlaan. de aanwezige bosbeplanting langs de A2. de glooiingen en bosbeplanting van de ˜Tiende Vrij". de al aanwezige landschapskamers van Walpot met o.a. hoogstamfruitbomen en meidoornhagen.
26
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Er hoeven geen bomen of beplantingen te worden verwijderd. Daarmee zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Binnen het projectgebied is op de volgende wijze omgegaan met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten. Door de consequente toepassing van meidoornhagen wordt het visueel ruimtelijke karakter versterkt. Hierdoor onstaat een aantrekkelijk gebied waarin open en besloten gebieden elkaar afwisselen. Daarnaast worden solitaire grove dennen (naast de al aanwezige eiken en prunussen) teogevoegd die passen binnen de karakteristieke soorten van het Limburgse landschap. Ook zorgen de dennen voor het groenblijvende karakter jaarrond, hierdoor is de fijnstof opname zeer hoog. De toevoeging van groenblijvende heesters (Rhododendrons) in het projectgebied zorgen voor extra nest- en schuilgelegenheid voor vogels en kleinere fauna. Het geheel is visueel aanstrekkelijk en geeft meerwaarde voor het Zuid-Limburgse landschap. Inrichtingsplan Voor Uitvaartcentrum Walpot is het belangrijk dat de begraafplaats aansluit bij de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden en dat het één geheel vormt. Op en rond de begraafplaats wordt zoveel mogelijk uitgegaan van streekeigen beplanting, zoals de voor Zuid-Limburg kenmerkende meidoornhagen om percelen te begrenzen en bomen die thuishoren in het Limburgse landschap.
Daarnaast komen er ook uitheemse accenten als Rhododendrons en klimrozen die weer passen binnen de Islamitische cultuur. Deze soorten dragen samen allemaal bij aan de biodiversiteit en ecologische processen in dit gebied. Het is voor de Islamitische geloofsgemeenschap belangrijk dat de begraafplaats een 'eigen' plek is waar de naleving van de Islamitische voorschriften is gegarandeerd. Daarnaast is de Islamitische begraafplaats een besloten ruimte; het principe van de omsloten tuin (Faradis). De gehele begraafplaats wordt begrensd door meidoornhagen, met als toegangspoort een spijlenhekwerk met een nader te bepalen symbool of tekst uit de Koran. Direct bij de entree wordt een ruime reinigingsplek ingericht van waaruit men de begraafplaats kan betreden. Het concept gaat uit van 3 herkenbare, ruimtelijke systemen die over elkaar worden gelegd: 1. Een lineaire structuur van de grafzones die georiënteerd zijn naar Mekka. 2. De gebogen hoofdpadenstructuur vanaf het entreeplein die een bezinningsplek vormen en de verschillende parallel lopende graspaden toegankelijk maken. Uiteindelijk monden deze uit in de zogenaamde rustplekken aan het einde van het de paden. Het gebogen 3. Enkele solitaire boomgroepen die verdeeld staan over de omsloten tuin (Faradis) die voor beschutting zorgen en het geheel een kenmerkend 'weide' karakter geven.
27
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Structuurontwerp Islamitische begraafplaats
Vogelvluchtimpressie Islamitische begraafplaats
4.5
Water
Het doel van de Watertoets is in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. In de watertoets kijken we naar de volgende aspecten: hemelwater; oppervlaktewater; grondwater en vuilwater en droogweerafvoer waarvan het resultaat wordt vastgelegd in deze waterparagraaf.
28
omgevingsvergunning Islamitische natuurbegraafplaats (ontwerp)
Regelgeving en beleidskader Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft tot doel om de kwaliteit van de Europese wateren in een goede toestand te brengen en te houden. Waterbeheer op het niveau van stroomgebieden is daarbij het uitgangspunt, waarbij het stroomgebiedbeheerplan een belangrijk instrument is. In 2015 heeft Nederland de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen naar de Europese Commissie gestuurd: voor de Rijn, de Schelde, de Maas en het Eems-Dollardestuarium. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Limburg, dat onderdeel uitmaakt van het stroomgebied van de Maas. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens 'een hoger doel' niet anders kan (notitie Gevolgen van de KRW voor fysieke projecten in en om het water, ministerie van Verkeer en Waterstaat, maart 2006). Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het Rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent.