CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

202111108 04 RB Belastingverordeningen 2022.pdf

* Raadsvergaderingen 8 november 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingmaatregelen 20229.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente

eijsden-margraten Aan de gemeenteraad

Raadsvoorstel Onderwerp Belastingverordeningen 2022 Beslispunt(en) Vaststellen van de onderstaande verordeningen: 1. De verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022; 2. De verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2022; 3. De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022; 4. De verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2022; 5. De verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2022. 6. De verordening op de heffing en invordering van (water)toeristenbelasting 2022; 7. Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.

Toelichting-----------------------------------------------------------------------------------------------------Aanleiding / motivering In de programmabegroting 2022-2025 worden voorstellen gedaan betreffende de aanpassing van de verordeningen. Voor 2022 blijven de tarieven van de volgende verordeningen gelijk: rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, (water)toeristenbelasting. Voorde afvalstoffenheffing en reinigingsheffing, wordt voorgesteld de tarieven wel te verhogen. Verder zijn de verordeningen nog door de BsGW gescreend en is gebleken dat aanpassingen van redactionele aard noodzakelijk zijn. De aanpassingen zijn dan ook in de onderliggende verordeningen doorgevoerd. De verordeningen onroerende zaakbelastingen, en de legesverordening zullen in de december aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. Daarnaast treft u de regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten aan. Op verzoek van de BsGW is deze regeling opgesteld om zodoende op een plek de informatie over kwijtschelding bijeen te hebben. De belastingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend is overigens ongewijzigd. Er wordt alleen kwijtschelding verleend voor het vastrecht van de afvalstoffenheffing. Rioolheffing De tarief is voor 2022 gelijk gehouden aan het tarief voor 2021. Wel zijn zoals in de inleiding is aangegeven aanpassingen van redactionele aard doorgevoerd.

Daarnaast is in de verordening formeel de vrijstelling opgenomen voor percelen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinnings-samenkomsten van levensbeschouwelijke aard. In de praktijk werden deze percelen al niet aangeslagen echter door een omissie was dit nog niet formeel in de verordening verwerkt. Hondenbelasting Ook voor de hondenbelasting is het tarief gelijk aan het tarief voor 2022. Ook hier zijn aanpassingen van redactionele aard doorgevoerd.

1

Afvalstoffenheffing In verband met kostenstijgingen en de kostendekkenheid van de afvalstoffenheffing stellen wij u voor de tarieven voor het vastrecht van een- en meerpersoonshuishoudens en de kiloprijs van het restafval te verhogen. Een en ander is gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rd4. Vooruitlopend op de realisatie van een ondergrondse inzamelsysteem zijn in deze verordening ook de tarieven hiervan opgenomen.

1g

Begroting 2021

Begroting 2022

Stijging

Voorstel

Vastrecht per jaar 1 persoonshuishouden

€ 130,00

€ 133,50

€3,50

Vast recht per jaar meerpersoons huishouden

€ 175,00

€ 180,00

€5,00

GFT afval

Gratis

Gratis

Restafval

€0,26

€0,27

€0,01

Per lediging van container van 40 liter

€0,75

€0,75

€0,00

Per lediging van container van 140 liter

€2,10

€2,10

€0,00

Per lediging van container van 240 liter

€2,75

€2,75

€0,00

Per aanbieding ondergronds inzamelsysteem

€ 1,60

€ 1,60

€0,00

Toehstenbelasting Het tarief van de toeristenbelasting is voor 2022 gelijk gehouden aan het tarief van 2021. Voor 2023 wordt voorgesteld het tarief te verhogen naar € 2,00 en de hieruit verkregen meeropbrengst te storten in een landschapsfonds/natuurontwikkeling. Ook in deze verordening zijn aanpassingen van redactionele aard doorgevoerd. Forensenbelasting Het tarief van de forensenbelasting wordt voor 2022 niet verhoogd. Wel is een opbrengst stijging te verwachten als gevolg van de stijgende huizenprijzen. Hiertegen over staat echter dat geconstateerd is dat meer forensen zich in onze gemeente laten inschrijven om zo de forensenbelasting te omzeilen. In onze begroting is dan ook geen rekening gehouden met een opbrengst stijging van de forensenbelasting. Daarnaast zijn ook hier aanpassingen van redactionele aard doorgevoerd. Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten In deze regeling zijn de kwijtscheldingsvoorwaarden opgenomen welke eerst per verordening werden vermeld. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor het vastrecht van de afvalstoffenheffing. Relatie met bestaand beleid en strategische visie / integraliteit De verordeningen zijn conform de uitgangspunten bij de begroting 2022-2025 opgesteld.

Gevolgen-----------------------------------------------------------------------------Burgerparticipatie, toelichting en verantwoording nvt Financiële en personele aspecten, incidenteel / structureel, begrotingspost De financiële gevolgen zijn vertaald in de concept programmabegroting 2022-2025. Planning, uitvoering en evaluatie Beeldvormende vergadering 01-11-2021 Besluitvormende vergadering 8-11-2021

2

Communicatie Na vaststelling via de gebruikelijke kanalen.

Maatschappelijke effecten Nvt Privacy Nvt Risico’s Het niet aanpassen van de verordeningen kan leiden tot nietigheid van de verordeningen.

Het college van Eijsden-Margraten De gemeentesecretaris, De voorzitter,

Drs. M.A.G. Gerits

Drs. G.J.M. Cox

3

i gemeente

eijsden-margraten

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Eijsden-Margraten gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op de behandeling in de Beeldvormende vergadering en Raadsvergadering

Besluit: Vaststellen van de onderstaande verordeningen: 1. De verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022; 2. De verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2022; 3. De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022; 4. De verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2022;** 5. De verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2022. 6. De verordening op de heffing en invordering van (water)toeristenbelasting 2022; 7. Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten. ** Aangehouden tot december 2021.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 november 2021

4

Bijlage 1

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING EIJSDEN-MARGRATEN 2022

Artikel 1 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt: a) gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; Toelichting begrip rioolstelsel: Het begrip gemeentelijke riolering is veel ruimer dan alleen de riolering op zich. Het gaat om alle voorzieningen die worden getroffen om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba’s). b) verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafval water, hemelwater, grondwater of oppervlakte water. Toelichting begrip water: Onder het begrip water vallen alle verschillende soorten water. In de zorgplichten van artikel 228a Gemeentewet worden meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst van het water. De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer of Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere toelichting.

Artikel 2 - Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a) de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b) de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen ofte beperken. Artikel 3 - Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven: a) van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b) van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, of persoonlijk recht, gebruikt verder te noemen: gebruikersdeel. 2.

Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel wordt: a) gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b) b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

1

Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; 0. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel o bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 - Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar: 2. Het eigenarendeel; een vast bedrag per perceel. 3. Het gebruikersdeel; een vast bedrag per perceel voor zover het aan kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd uitgaat boven 300 m3. 4. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande gebruiksperiode, naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.

Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid water door herleiding bepaald naar een periode van 365 dagen. 5. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 6. De op de voet van het vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. 7. Voor zover de gegevens als bedoeld in het vierde lid van dit artikel niet bekend zijn wordt het waterverbruik van gemeentewege bepaald op 50 m3 per perceel.

Artikel 6 - Vrijstelling Van de belasting bedoeld in artikel 3 zijn vrijgesteld de percelen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinnings-samenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige percelen die dienen als woning. Artikel 7 - Belastingtarieven 1. Het eigenarendeel bedraagt € 280,00 2. Het gebruikersdeel bedraagt € 125,00 Artikel 8 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

2

Artikel 10 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tiidsqelanq 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in datjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van het vorig lid, wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 - Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Marg raten.

Artikel 13 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Eijsden-Margraten 2021 vastgesteld bij raadsbesluit van 18 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Eijsden-Margraten 2022”.

3

BIJLAGE 2

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING EIJSDENMARGRATEN 2022

Artikel 1 - Belastbare feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 - Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 - Vrijstellingen 1.

2.

In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentie en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c. die verblijven in een hondenasiel; d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; f. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging.

Artikel 4 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 - Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 80,00 b. voor een tweede hond € 85,00 c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 90,00 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 600,00. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.

1

Artikel 6 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsqelanq 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 - Termijnen van betaling. 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.

Artikel 11 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting Eijsden-Margraten 2021, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 18 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting Eijsden-Margraten 2022”.

2

BIJLAGE 3

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2022. Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Artikel 1 - Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ‘gebruik maken’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer; b. kalenderdag: dag volgens de kalender van 0 tot 24 uur; c. huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens; d. bedrijfsafval: afval, afkomstig van kantoren, winkels en diensten, gelegen in de woonkernen alsmede van agrarische bedrijven, scholen en verenigingen, dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen; e. overig bedrijfsafval: afval, dat niet van een huishouden afkomstig is en zich qua aard, omvang en samenstelling van huishoudelijk afval onderscheidt; f. grof huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens die door aard, omvang of hoeveelheid niet door de inzameldienst, als genoemd in hoofdstuk 6 en 7 van de tarieventabel, periodiek worden ingezameld; g. verzamelcontainer: een voorziening voor de inzameling van huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval ten behoeve van meerdere huishoudens; h.

verzamelplaats: een door de raad aangewezen plaats niet bij de percelen van de bewoners maar nabij de percelen waar de verzamelcontainer verblijft. Hoofdstuk 2 - Afvalstoffenheffing Artikel 3 - Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het-gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 - Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e.

het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. 1

Artikel 5 - Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een perceel. Artikel 6 - Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 - Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele en halve eenheden. 3. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing, genoemd in hoofdstuk 1, artikel 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel. 4. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na lediging. 5. Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, artikel 1.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 6.

Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg- of containerherkenning- of containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel voor alle betrokken percelen voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8. 7. Het forfaitair gewicht per perceel als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende perceel vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totaal aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. 8. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld. 9.

Voor percelen die aangewezen zijn op het gebruik van verzamelcontainers, zoals bedoeld in artikel 1, sub e van de Afvalstoffenverordening gemeente Eijsden-Margraten 2011 wordt, in afwijking van het in de bovenstaande leden van dit artikel gesteld, een vast belastingbedrag in rekening gebracht zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van de tarieventabel. Artikel 8 - Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 3,4 en 6 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

2

Artikel 9 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsqelanq

1.

De belasting als bedoeld in Hoofdstuk 1 onderdeel 1.1.sub a en b en Hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting bedoeld in de hoofdstuk 1, onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 en in de hoofdstukken 3, 4 en 6 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6. Belastingbedragen, zoals bedoeld in de hoofdstukken 1 tot en met 4 van de tarieventabel, van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 7. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen bedoeld in de hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 4.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk 3 - Reinigingsrechten Artikel 11 - Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 12- Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

3

Artikel 13- Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. 2. 3. 4.

5.

6.

7.

8.

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele of halve eenheden. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per bedrijfspand wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing genoemd in hoofdstuk 5 onderdeel 5.2.1 en 5.2.2 van de tarieventabel. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per bedrijfspand wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na de lediging. Voor de berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 5, onderdeel 5.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto.

Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg- of containerherkennings- of containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per bedrijfspand voor alle betrokken bedrijfspanden voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8. Het forfaitaire gewicht per bedrijfspand als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende bedrijfspand vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totale aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitaire gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel op 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld.

Artikel 14 - Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten die per belastingjaar worden geheven is het belastingtijdvak gelijk aan een kalenderjaar. Artikel 15 - Wijze van heffing 1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag. Artikel 16 - Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdqelanq 1. De rechten als bedoeld in hoofdstuk 5, onderdeel 5.1 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel volle twaalfde gedeelten als er in dat jaar na de aanvang van de heffingsplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde rechten voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar weer gebruik maakt van de dienst. 5. Belastingbedragen, van minder dan €5,00 worden niet geheven. 6.

Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

4

Artikel 17 - Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk 4 - Aanvullende bepalingen Artikel 18 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten. Artikel 19 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten EijsdenMargraten 2021” en de bijbehorende tarieventabel, beide vastgesteld bij raadsbesluit van18 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Eijsden-Margraten 2022.

5

TARIEVENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2021. Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6

Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing verzamelcontainers per belastingjaar Gewaarmerkte luierafvalzak Overige tarieven afvalstoffenheffing Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar Tarieven gemeenschappelijke miiieuparken.

6

Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1 - Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar 1.1

1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3

De belasting bedraagt per perceel, per belastingjaar, indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: a. eenpersoonshuishoudens b. meerpersoonshuishoudens Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 lid a en b bedraagt de belasting voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder artikel 1.1 van dit hoofdstuk bedraagt de belasting voor percelen die gebruik maken van een ondergrondsinzamelsysteem per aanbieding

2021

2022

€ €

130,00 175,00

133,50 180,00

€

gratis

gratis

€

0,26

0,27

0,75

0,75

€

2,10

2,10

€

2,75

2,75

€

1,60

1,60

€

Hoofdstuk 2 - Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing verzamelcontainers per belastingjaar 2.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, gebruik makende van een verzamelcontainer:

€ 232,00

232,00

Hoofdstuk 3 - Gewaarmerkte luierafvalzak 3.1

Gewaarmerkte luierafvalzakken zijn verkrijgbaar per zak op de door het college vastgestelde verkooppunten tegen een tarief van

€

0,50

0,50

€

35,00

43,50

€

175,00

180,00

€

gratis

gratis

€

0,26

0,27

Hoofdstuk 4 - Overige tarieven afvalstoffenheffing 4.1

De belasting voor de inzameling op afroep van grof huishoudelijk afval als bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Eijsden-Margraten" bedraagt, € 43,50 per aangeboden eenheid, van maximaal lm3.

Hoofdstuk 5 - Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Het recht per bedrijfspand, per belastingjaar bedraagt voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval Onverminderd het bepaalde in artikel 4.1 bedragen de rechten voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram

7

5.2.3

Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging

€

0,75

0,75

€

2,10

2,10

€

2,75

2,75

Hoofdstuk 6 - Tarieven gemeenschappelijke milieuparken. 6.1

6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3

6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7 6.2.8 6.2.9 6.2.10 6.2.11 6.2.12 6.2.13 6.2.14 6.2.15 6.2.16

6.2.17 6.2.18 6.2.19 6.2.20

6.3.1 6.3.2 6.3.2.1 6.3.2.2 6.3.2.3 6.3.2.4 6.3.2.5

Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 1 tot en met 4 bedraagt de belasting voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: Gratis Maximaal Afgewerkte (motor-)olie 20 liter Asbest en asbestgelijkend materiaal dat voldoet maximaal 35 m2 aan inpakspecificaties (zie website Rd4) Autobanden (max. 20 inch, 4 stuks) zonder velg Max. 20 inch, max. 4 stuks onbeperkt Best-tas onbeperkt Elektronische apparatuur (ook defecte) Frituurvet en -olie onbeperkt Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik) lekvrij en onbeperkt onbeschadigd Gips (geen cel- of gasbeton) onbeperkt Harde kunststoffen onbeperkt Kerstbomen onbeperkt Klein Chemisch Afval (accu’s, batterijen, etc.) onbeperkt Kringloopspullen (schoon - heel - compleet) onbeperkt Metaal onbeperkt onbeperkt Motorbanden zonder velg Papier en karton onbeperkt Piepschuim (Polystyreen, alleen witte onbeperkt verpakkingspiepschuim. Gekleurde, vervuilde en grijze piepschuim hoort bij restafval.

Flopak verpakkingsschuimpjes horen niet bij piepschuim) PMD (kleine plastic verpakkingen, metalen onbeperkt verpakkingen en drankenkartons) Snoei- en tuinafval onbeperkt Textiel Verpakkingsglas wit en bont onbeperkt Vlakglas (schoon, geen gewapend glas, geen onbeperkt autoruiten) Tegen betaling Grof vuil en houtafval categorie C 0,00 - 0,25m3 0,26 - 0,50m3 0,51 - 1,00m3 1,01 - 1,50m3 1,51 - 2,00m3

Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 8

€ € € € €

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis gratis gratis gratis

gratis gratis gratis gratis

gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis

gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis gratis

gratis gratis

7,90 15,80 31,60 47,40 63,20

8,05 16,10 32,20 48,30 64,40

6.3.2.6 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 6.3.7 6.3.8 6.3.9 6.3.10 6.3.11 6.3.12 6.3.13 6.3.14 6.3.15 6.3.16

Voor ieder 0,50m3 meer dan 2,00m3 Huishoudelijk restafvalzak zak 50 liter Huishoudelijk GFT afval zak 50 liter Dakleer, Schoon puin, mag maximaal 10% vervuiling bevatten Vervuild puin Bouwafval (ongesorteerd) Schone grond Vervuilde grond Houtafval A/B (eerste 2 keer gratis) Auto- en motorbanden max 20 inch met velg, (max 4 stuks) Auto- en motorbanden met of zonder velg, vanaf 20 inch (max 4 stuks) Vrachtwagenband met of zonder velg (max 2 stuks) Tractorband met of zonder velg (max 2 stuks) Matrassen (matrassen schoon en droog aanbieden) Geen bedrijfsafval * Onder de noemer grof tuinafval wordt ook verstaan alle groenafval afkomstig uit tuinen zoals gras, bladeren, onkruid en loof.

9

Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per stuk

€ € € € € € € € € € €

15,80 1,60 1,60 31,60 10,00 90,00 90,00 15,00 90,00 15,00 1,60

16,10 1,63 1,63 32,20 10,20 90,00 90,00 15,40 90,00 15,00 1,60

Per stuk

€

3,50

3,50

Per stuk Per stuk eenpersoons tweepersoons

€ € € €

15,00 22,00 7,90 15,80

15,00 22,00 8,05 16,10

BIJLAGE 4 VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN FORENSENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2022

Artikel 1 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2 - Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam “forensenbelasting” wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, erop meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 - Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 - Maatstaf van heffing a. De belasting wordt berekend naar een vast bedrag per gemeubileerde woning, bedoeld in artikel 1. b. De belasting wordt tevens berekend naar de waarde welke aan de gemeubileerde woning toegekend en wel als volgt: 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.

In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel 5 - Belastingtarief 1. De belasting bedraagt € 560,00 per jaar per gemeubileerde woning. 2. De belasting in het eerste lid wordt vermeerderd met, 1,12% van de waarde als bedoeld in artikel 4, lid b. Artikel 6 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.

1

Artikel 9 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten. Artikel 11 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting Eijsden-Margraten 2021, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 18 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening forensenbelasting Eijsden-Margraten 2022”.

2

Bijlage 5

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2022.

Artikel 1 - Belastbaar feit Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 - Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers 3.

van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welke verblijf forensenbelasting is verschuldigd; 4. van degene die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt; 5. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd; Artikel 4 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak. Artikel 5 - Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december bepaald op 2,5; 2. het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht: a. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober, wordt bepaald op 60; b. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 december, wordt bepaald op 80; Artikel 6 - Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,70.

1

Artikel 7 - Belastingtijdvak 1. Voor de belastingen genoemd in artikel 5 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel 8 - Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 - Aanslaqqrens 1. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 10 - Termijnen van betaling 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 4. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 11 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.

Artikel 12 - Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 - Digitale aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamen-werking Gemeenten en Waterschappen. Artikel 14 - Inwerkingtreding en citeertitel 1.

De “Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Eijsden-Margraten 2021’’ vastgesteld bij raadsbesluit van18 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Eijsden-Margraten 2022”.

2

Bijlage 6

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2022.

Artikel 1 - Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles; c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; d. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel 2 - Belastbaar feit Terzake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel 3 - Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.

Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel 4 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degene, die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano’s, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; 2. waarvoor de gemeente belastingen heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; 3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 4. een persoon die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt.

Artikel 5 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. 1

Artikel 6 - Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,70. Artikel 7 - Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel 8 - Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 - Aanslaggrens 1. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 11 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten. Artikel 12 - Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=af2f1810-c01d-4ef3-933e-63da8a8a829b