CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20211103 02 TVW concept v1.pdf

Raads Thema Bijeenkomsten 3 november 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raads Thema Bijeenkomst Warmtevisie en Afvalstoffenverordening en plaatsingsplan ondergrondse containers9.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Concept 1.0

TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE EIJSDEN-MARGRATEN 2022-2030 Concept 1.0

❑Geschreven door: ❑Driven by Values ❑22 oktober 2021

Concept 1.0

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Uitgangspunten

6

3

De opgave

8

4

Sociaal-maatschappelijk traject

11

5

Technische analyse

14

6

Van strategie naar uitvoering

33

7

Conclusie

38

8

Bijlage

41

Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend. De beschikbare informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld en wordt verondersteld betrouwbaar te zijn. Driven By Values is, evenals betrokken organisaties, niet aansprakelijk voor eventueel geleden schade door onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van handelen op grond van informatie uit dit rapport.

2

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Inleiding Nederland, en daarmee ook Eijsden-Margraten, stopt uiterlijk in 2050 met het gebruik van fossiele brandstoffen (zoals aardgas) voor de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Daarmee voldoet EijsdenMargraten in de toekomst aan de internationale, Europese en nationale doelen om de opwarming van de aarde te beperken. Dat vraagt om veel investeringen en een andere wijze van wonen, leven en werken.

De directe aanleiding om een Transitievisie Warmte (TVW) op te stellen is dat dit in internationaal verband is afgesproken. Met het klimaatakkoord van Parijs committeerden bijna 200 landen zich aan de opgave om te streven naar een maximale opwarming van 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, liefst zelfs maximaal

1,5 graad. Op deze manier, zo is onderzocht, zullen de gevolgen van klimaatverandering relatief beperkt blijven. Nederland heeft dit streven met het Nationale Klimaatakkoord omgezet in formele afspraken en wetten. Eén van die afspraken is dat alle Nederlandse gemeentes uiterlijk 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Maar naast de wettelijke verplichting zijn er meer redenen waarom gemeente Eijsden-Margraten het belangrijk vindt om een TVW op te stellen. Aardgas kwam altijd vooral uit Groningen, maar het leidde daar wel tot aardbevingen. Op dit moment komt veel aardgas uit het buitenland, waardoor we sterker afhankelijk zijn van geopolitieke ontwikkelingen voor onze energie. Verder

helpt

de

overgang

naar

duurzame

warmte

om

de

energierekening te beperken en het risico op energiearmoede te beperken.

Vaals en Gulpen-Wittem

Tot slot is het milieu gebaat bij minder fossiele brandstof. Klimaatverandering is reeds genoemd en was de directe aanleiding, maar de uitstoot van een cv-ketel heeft bijvoorbeeld ook een negatieve impact op de luchtkwaliteit.

In het traject om tot een Transitievisie Warmte te komen, heeft de gemeente Eijsden-Margraten samen opgetrokken met de gemeenten Vaals en Gulpen-Wittem. De warmtetransitie is nog nieuw en

De Transitievisie Warmte schetst welke oplossingen met de kennis van

daarom zijn de mogelijkheden samen verkend. Op

nu op grote schaal toepasbaar lijken te zijn. Tot 2030 kan met redelijke

die manier kan een warmtetransitie met een lokaal

zekerheid gezegd worden hoe gebouwen zonder aardgas verwarmd

fundament gerealiseerd worden. Ook hebben de

zouden kunnen worden en welke concrete stappen de gemeente

drie gemeenten veel overlap en gelijkaardige

daarvoor moet zetten. Voor de periode tot 2050 moeten we rekening

bebouwing, wat een samenwerking logisch maakt in

houden met een grotere onzekerheidsmarge beschrijft de visie alleen

de uitvoeringsfase.

hoofdlijnen.

4

Concept 1.0 Proces Deze Transitievisie Warmte Eijsden-Margraten is tot stand gekomen middels een iteratief proces waarin adviesbureau Driven by Values de (technische) potenties voor de gemeente heeft doorgenomen met de gemeentelijke interne organisatie. Daarnaast zijn de netbeheerder en woningbouwcorporaties geraadpleegd ter reflectie op de haalbaarheid van de (technische) opties en heeft er communicatie richting de inwoners plaatsgevonden. De warmtetransitie is immers geen objectief technisch verhaal, maar een maatschappelijke transitie met technische kaders. Hoe EijsdenMargraten deze transitie, weliswaar binnen de nationale en regionale richtlijnen, vorm zal geven, hangt van veel factoren af. Gelukkig hoeft nu nog niet overal een oplossing voor te zijn. Technieken blijven zich ontwikkelen en over vijf jaar ziet de wereld er mogelijk heel anders uit.

Deze Transitievisie Warmte zal dan ook elke vijf jaar geactualiseerd worden.

Leeswijzer Deze transitievisie begint na een inleiding (hoofdstuk 1; dit hoofdstuk) met de uitgangspunten (hoofdstuk 2). Na de uitgangspunten komt de opgave aan bod (hoofdstuk 3): met welke warmtevraag heeft Eijsden-Margraten te maken en wat houdt de opgave in? We gaan kort in op de sociaal-maatschappelijke context (hoofdstuk 4) en de mogelijke oplossingen om panden aardgasvrij te maken bespreken we daarna samen met de potentieanalyse (hoofdstuk 5). Vervolgens eindigen we met een plan voor de uitvoeringsfase (hoofdstuk 6) en een conclusie (hoofdstuk 7).

5

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Uitgangspunten Er zijn diverse technische mogelijkheden om woningen zonder aardgas te verwarmen. Ook in de wijze waarop de gemeente deze transitie regisseert zijn veel keuzes te maken. Daarom worden onderstaande uitgangspunten als leidraad aangehouden bij het vaststellen van deze visie en het beleid dat daaruit voortvloeit. Milieu en duurzaamheid

Regionale samenwerking

Eijsden-Margraten vindt het belangrijk om haar

Juist omdat de warmtetransitie zo ingewikkeld en ingrijpend is, zal

steentje bij te dragen aan milieu en duurzaamheid

regionale samenwerking belangrijk worden. Dit doen we al als het

in

aankomt op duurzame energie: we werken samen met de provincie, met

Nederland.

bijvoorbeeld

Hiervoor over

lopen

duurzame

al

plannen,

energie

en

Nieuwe Energie in Limburg en met stichting Dubbel Duurzaam. Voor de

gemeentelijke gebouwen. Deze bevorderen een

warmtetransitie hebben we de handen al ineengeslagen met

beter en duurzame leef-, woon- en werkomgeving.

buurgemeenten Vaals en Gulpen-Wittem. En we werken natuurlijk in

De warmtetransitie wordt ook onderdeel van dit

RES-verband samen met Zuid-Limburg binnen de Regionale Structuur

pakket. Weliswaar wordt het een moeilijke transitie,

Warmte.

maar ook een erg belangrijke op weg naar een duurzame leef-, woon- en werkomgeving.

Behoud van natuur en cultuur In de regio Maastricht Heuvelland wordt er bij het opwekken

van

duurzame

gehouden

met

het

energie

mooie

rekening

Limburgse

heuvellandschap. Hierdoor zal in de regio zonneenergie

een

belangrijkere

rol

krijgen

dan

windenergie. Echter moet niet alleen de natuur, maar ook de cultuur beschermd worden. Onze gemeente beschikt over veel rijksmonumenten en andere beeldbepalende panden. Bij het isoleren en aardgasvrij

maken

van

deze

historische

bouwwerken

is

van

belang

om

het

het

gezichtsbepalende aanzicht van onze kernen niet uit het oog te verliezen.

7

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

De opgave Zowel onze gemeente als onze inwoners staan voor een ingrijpende transitie. Meerdere redenen maken dat in de toekomst onze warmtevoorziening duurzaam moet zijn, maar anders dan in de transitie naar aardgas toe, ligt het alternatief nu niet voor de hand. De gemeente Eijsden-Margraten wordt regisseur van deze warmtetransitie, een rol die nieuw is voor de gemeente. Toch is het belangrijk om stappen te gaan zetten om Nederland uit de onderste regionen van de Europese duurzaamheidslijst te krijgen en om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen. De urgentie is hoog.

De Transitievisie Warmte onderzoekt de opgave

Commerciële dienstverlening 166

voor onze gemeente om aardgasvrij te worden. Dat wil zeggen, de situatie waarin de gebouwde omgeving geen aardgas meer gebruikt. Hoeveel

Publieke dienstverlening 84

CO2-emissie valt daarmee te besparen? In EijsdenMargraten valt een groot deel van de CO2-uitstoot toe te wijzen aan de gebouwde omgeving. Van de

totale uitstoot van de gebouwde omgeving (72.602 ton CO2) zijn woningen met ongeveer 69% de grootste vervuilers. Zie ook figuur 3.1. De totale energievraag in de gemeente EijsdenMargraten is 2.511 terajoule (TJ), waarvan 995 TJ onder de gebouwde omgeving valt. Hierbinnen zijn Woningen 725

woningen de grootste energieverbruikers met ongeveer 73%. Met besparing, isolatie en duurzame alternatieven

voor

aardgas

kan

de

fossiele

Figuur 3.1: Energievraag (TJ) binnen de sector gebouwde omgeving.1

warmtevraag verkleind worden. Een combinatie van deze maatregelen moet ervoor gaan zorgen dat de warmtevraag aan de ene kant afneemt (besparing

Een terajoule, afgekort TJ, is een eenheid om energie in uit te

en isolatie) en aan de andere kant duurzaam wordt

drukken. Eén terajoule komt ongeveer overeen met het jaarlijkse

ingevuld. In de eerste fase van de warmtetransitie

energiegebruik van 25 huishoudens in Eijsden-Margraten. In dit

tot 2030 kan dus ook een combinatie van

rapport zal terajoule (TJ) gebruikt worden als rekeneenheid, omdat

warmtevraagreductie

deze zich het meest leent voor de grote schaal van energievraag

en

(aardgasvrij) worden ingezet.

duurzame

warmte

waarmee de gemeente te maken heeft.

9

Concept 1.0 De route(s) naar 2030 Hoe kan de gemeente hier dan invulling aan geven? Zoals blijkt uit figuur 3.2 zouden er tot 2030 jaarlijks gemiddeld 224 woningen

Een ander uiterste is om geen enkel pand aardgasvrij te maken, maar van alle panden de warmtevraag te verlagen middels besparing en

isolatie: in dat geval zou overal ongeveer 25% besparing

gerealiseerd

gedragsverandering,

moeten

worden

via

efficiëntie-verbeteringen,

Aantal Woningen [#]

geheel aardgasvrij moeten worden om aan de nationaal gemiddelde doelstelling van 20% aardgasvrije panden in 2030 te komen.

12 000 10 000 8 000 6 000 4 000

isolatie en soortgelijke stappen. Eijsden-Margraten kiest voor een tussenvorm worden waarbij deels

2 000 0 2021

wordt ingezet op volledig aardgasvrij maken waar mogelijk,

in

combinatie

met

isoleren

hernieuwbare warmtebronnen waar verstandig.

en

2026

2031

2036

2041

2046

Jaartal Figuur 3.2: De afbouw van aardgasvoorziening voor woningen, illustratief.2

10

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Sociaal-maatschappelijk traject Niet alleen de technische, maar vooral ook de sociaal-maatschappelijke transitie verdient aandacht. Een landelijke gemeente als Eijsden-Margraten is bij uitstek afhankelijk van inwoners die zelf met een individuele oplossing aardgasvrij(-ready) willen worden bij gebrek aan mogelijkheden voor een warmtenet. Communicatie naar en participatie van inwoners in de warmtetransitie moeten ervoor zorgen dat deze transitie gaat ‘leven’ in de samenleving. Daarnaast zijn diverse samenwerkingspartners belangrijk.

Visie

Uitvoering

In het traject om tot deze visie te komen zijn we reeds twee keer in

Richting de uitvoeringsfase, die in 2022 start, is de

contact geweest met onze inwoners. Op 10 mei 2021 was er de (online)

gemeente voornemens om het participatiespoor te

informatiebijeenkomst over de warmtetransitie met een kleine 50

intensiveren. Tussen november 2021 en januari

kijkers. Deelnemers hebben ondertussen een aantal vragen kunnen

2022 wil de gemeente een enquête breed

invullen, zoals ‘welke warmteoplossing lijkt jou het meest geschikt voor

verspreiden onder de inwoners om informatie op te

je eigen woning?’ en ‘hoe kan de gemeente jou helpen?’. Hieruit blijkt

halen die kan helpen het uitvoeringsprogramma

dat de deelnemers vooral heil zagen in de individuele warmtepompen en

vorm te geven. Zo wensen wij meer inzicht te

dat ze met name behoefte hebben aan objectieve informatie over

krijgen in beweegredenen van mensen om wel of

subsidies, leningen, isolatie en warmtepompen. Daar ligt dus een opgave

niet een warmtepomp te kopen, welke informatie-

voor de gemeente.

en ondersteuningsbehoeftes inwoners hebben en

Aan de avond werd vervolg gegeven op 12 juli 2021. Inwoners konden zich aanmelden voor een meedenksessie deze avond. Hoewel de

of er lokale initiatieven opgezet kunnen worden om collectieve voordelen te behalen.

opkomst lager was dan bij de informatiebijeenkomst, is het een

De uitkomsten van deze enquête worden samen

interessante avond geworden. Deelnemers gaven met name aan dat de

met

gemeente een trekkersrol moet pakken op het gebied van communicatie

gepresenteerd aan de inwoners in januari of

en dat het kan helpen om koplopers in de spotlight te zetten.

februari 2022. Vanaf dat moment gaat de gemeente

de

definitieve

Transitievisie

Warmte

aan de slag met het concretiseren van een uitvoeringsprogramma. Tussentijds wordt te allen tijde gezorgd voor een actuele en complete website waarop inwoners alle informatie kunnen vinden (eventueel deels in de vorm van doorlinks) over duurzaamheid, isolatie, energiebesparing en aardgasvrij wonen.

12

Concept 1.0 Tabel 4.1: Belangrijkste partners in de warmtetransitie.

Andere samenwerkingspartners

Partij

De woningcorporaties hebben als ambitie dat de

Betrokkenen

woningen in 2026 gemiddeld energielabel B

349 panden, 64.000m² woonoppervlak.

hebben, dit is later dan gemiddeld in Nederland. Op Servatius

dit moment zijn gemeente en corporaties in overleg over

de

manier

waarop

zij

elkaar

in

Opmerkingen

de

Ambitie: gemiddeld label B in 2026. Vanaf 2026 staan grote renovaties gepland.

warmtetransitie kunnen versterken, zowel voor de sociale huurvoorraad in de gemeente als mogelijk ook voor omliggende bebouwing en bewustwording

Woningcorporatie

Woonpunt

321 panden, 52.000m² woonoppervlak. Ambitie: gemiddeld label B in 2025.

in bredere zin. Ook kan de beoogde verduurzaming van de landbouwsector kansen met zich meebrengen.

Maasvallei

Hiervoor moet overlegd worden met agrariërs. Er is

56 panden, gebouwd na 2009. Alle woningen hebben energielabel A.

reeds een bedrijfsinitiatief met betrekking tot de

mogelijkheden voor de inzet van biomassa. Ook ondernemers en bedrijven willen we helpen

Netbeheerder

Enexis

met de transitie. Daarnaast zijn er nog veel meer partners die een rol gaan spelen in de transitie. We hebben nu geen uitgebreide stakeholderanalyse uitgevoerd,

maar

we

betrekken

Landbouwers

uiteraard

stakeholders actief zodra ze op het netvlies komen.

Andere sectoren Bedrijven(terreinen)

13

Afstemming werkzaamheden, zie ook hoofdstuk 5

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Technische analyse Welke technische mogelijkheden en beperkingen zijn er in Eijsden-Margraten met betrekking tot de warmtetransitie? Het overheidsorgaan Expertisecentrum Warmte (ECW) onderscheidt vijf oplossingsrichtingen (zogenaamde strategieën) waarmee gemeenten de weg naar een aardgasvrije toekomst kunnen bewandelen. In dit hoofdstuk analyseren we de potentie van diverse strategieën en de aanwezige bronnen voor Eijsden-Margraten.

Overzicht warmtestrategieën Het Expertisecentrum Warmte (ECW) heeft vijf hoofdstrategieën geformuleerd om aardgasvrij te worden. Onder elke hoofdstrategie valt nog een flink aantal sub-oplossingen. Zoals tabel 5.1 en figuur 5.1 illustreren, onderscheiden de voorkeursstrategieën van het instituut zich op basis van twee variabelen: • Is er dichte bebouwing of staan gebouwen ver uit elkaar? Bij dichte bebouwing is een collectieve oplossing gunstig, individuele oplossingen passen juist bij ruimer opgezette bebouwing. • Is het pand goed geïsoleerd, en daarmee geschikt voor lage temperatuurverwarming? In bijlage 2 is een uitgebreid overzicht van alle sub-oplossingen opgenomen. Welke strategie de meeste potentie heeft voor welke

panden in Eijsden-Margraten is berekend met behulp van de Values. Deze analyse op pandniveau is diepgaander dan oorspronkelijk bedoeld met de Transitievisie Warmte, maar noodzakelijk om goed onderbouwde keuzes te kunnen maken. Met behulp van zeven

S4/S5 Hernieuwbare gassen

S2

HT

Transitietool Aardgasvrij, een analysemodel van adviesbureau Driven by Warmtenet HT/MT-bron

variabelen wordt voor ieder pand de kansrijkheid van iedere strategie type eigenaars en energielabel. Zie bijlage 2 voor verdere toelichting. Voor iedere woning wordt de beste strategie weergegeven op een kaart. Hierbij is een ondergrens gehanteerd, voor sommige panden is (nog)

S1

S3

Individuele elektrische warmtepomp

Warmtenet LT-bron

LT

berekend. Variabelen zijn onder andere bouwjaar, warmtedichtheid,

geen van de strategieën realistisch. Dat betekent niet dat het technisch onmogelijk is die panden aardgasvrij te maken, maar wel dat de kosten (te) hoog zouden oplopen of dat het om andere redenen nu niet realistisch wordt geacht.

Individueel

Collectief

Figuur 5.1: Elke ECW-strategie is individueel of collectief en op hoge of lage temperatuur.

15

Concept 1.0 Tabel 5.1: De voorkeursstrategieën van het ECW.5 Dit is een versimpelde weergave, de realiteit is complexer. Strategie 1

Strategie 2

Strategie 3

Strategie 4/5

Individuele elektrische warmtepomp

Warmtenet HT/MT-bron

Warmtenet LT-bron & MTaflevering

Hybride warmtepomp met groengas/waterstof

Temperatuur niveau

LT

HT

LT

HT

Vereist energielabel

B

D

B

D

elektriciteitsnet

warmtenet

warmte(+ e-)net

gas(+ e-)net

Techniek Individueel of collectief

Primaire warmte infrastructuur

Het doel van deze analyse is niet om per woning te beslissen wie welke oplossing moet kiezen. De gebruikte data is daarvoor ook niet gedetailleerd genoeg. De analyse helpt wel om clusters te bepalen voor (collectieve) oplossingen. Ook helpt deze aanpak om inzicht te krijgen in de verhouding tussen de diverse oplossingen per kern. Tot slot geeft de analyse inzicht in de grootte van de opgave in Eijsden-Margraten en de potentie die er is.

S1 Nieuw

Individuele Elektrische warmtepomp

Dunbevolkt

S4/S5 Oud Is het gebied dichtbevolkt of dunbevolkt?

Hernieuwbare gassen

Is het pand oud of nieuw?

S3 Nieuw

Warmtenet LT-bron

Dichtbevolkt

S2 Oud

Warmtenet HT/MT-bron

Figuur 5.2: Een flowchart met een simpele indicatie voor de voorkeursstrategieën van de ECW, illustratief.

16

Concept 1.0 Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp Wat is het? De individuele elektrische warmtepomp verwarmt een pand door warmte uit de bodem, ventilatieretourlucht of de buitenlucht te halen. Door slimme technieken kan uit lucht of water van bijvoorbeeld maar 10 graden toch genoeg warmte gehaald worden om te douchen en je huis te verwarmen. Omdat een warmtepomp niet veel warm water ineens kan maken, is een opslagvat (boiler) nodig. Een warmtepomp verbruikt elektriciteit. Met één kWh elektriciteit kan een warmtepomp 2 tot 5 kWh warmte maken. Het gasnet is niet langer nodig voor panden die van deze oplossing

gebruik

gaan

maken.

Wel

moet

eventueel

het

elektriciteitsnetwerk worden verzwaard.

Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW

Voor welke panden is het geschikt? Een elektrische warmtepomp maakt water op een relatief lage temperatuur (ongeveer 30 tot maximaal 55 °C). Bij een traditionele cv-ketel wordt het water in de radiatoren tot 90 °C verwarmd. Een pand moet daarom heel goed geïsoleerd zijn om het voldoende te kunnen verwarmen en moet voorzien worden van speciale radiatoren of van vloerverwarming. De isolatie maakt dat deze oplossing bij bestaande woningen vaak duurder is dan alternatieven. Daarom is een warmtepomp vooral geschikt voor nieuwere

woningen (ongeveer vanaf bouwjaar 2000) of oudere woningen die al heel goed geïsoleerd zijn. Omdat met deze technologie warmte uit omgevingslucht en bodem gehaald wordt, kan deze strategie nagenoeg overal toegepast worden, ook daar waar geen warmtebronnen beschikbaar zijn. Dit betekent wel dat het elektriciteitsnet zwaarder belast wordt. Als veel woningen een individuele elektrische warmtepomp krijgen, is verzwaring noodzakelijk. Dit is één van de redenen dat de warmtevisie met netbeheerder Enexis wordt afgestemd. Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat veel modellen ook kunnen voorzien in de toenemende koudevraag ten gevolge van steeds warmere zomers.

Wat betekent dit voor de gemeente? De individuele elektrische warmtepomp is een individuele oplossing, huishoudens kunnen onafhankelijk van elkaar een warmtepomp nemen. Centrale regie is alleen noodzakelijk als de warmtepompen gebruik maken van bodembronnen. Meerdere bodembronnen dicht bij elkaar kunnen elkaar ongewenst opwarmen of afkoelen. Daarom moeten afspraken gemaakt worden als meerdere bronnen bij elkaar in de buurt komen. Warmtepompen zijn duurder en ingewikkelder dan cv-ketels. Veel mensen hebben moeite overzicht te krijgen van alle verschillende bronnen en technieken. Onafhankelijke informatie en praktische hulp bij de keuze kan de drempel verlagen om een warmtepomp aan te schaffen en welk type.

17

Concept 1.0 Strategie 2/3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Wat is het? Een warmtenet levert collectief warmte aan meerdere panden. Het is ook wel bekend als stadsverwarming. Afhankelijk van de temperatuur van

de

bron

van

het

warmtenet

zijn

er

hoge,

lage

of

middentemperatuur-warmtenetten. Hoe hoger de aanvoertemperatuur is, hoe kleiner de kans dat er aanpassingen nodig zijn aan de radiatoren en isolatie in een woning. Bij aanvoertemperaturen lager dan zo’n 60 graden is aanvullend een installatie nodig om het risico op legionella in warm water te beheersen. Dit kan bijvoorbeeld een kleine ‘boosterwarmtepomp’ zijn, die het water extra verwarmt.

Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW

De bron bepaalt de temperatuur. Restwarmte van een elektriciteitscentrale is bijvoorbeeld van hoge temperatuur, terwijl met

aquathermie meestal geen temperaturen van meer dan 50 graden gemaakt kunnen worden.

Voor welke panden is het geschikt? Het gasnet wordt bij deze oplossing vervangen door een warmtenet waar warm water doorheen wordt gepompt. Deze leidingen vormen de grootste kostenpost bij deze strategie. Perfect voor deze oplossing lenen zich dus panden die dicht bij elkaar staan (bijvoorbeeld in het centrum van een stad of wijken met hoogbouw). Voor matig geïsoleerde panden is een hoge temperatuurbron nodig, voor nieuwe panden volstaat een lagere temperatuurbron. Daarnaast is deze oplossing eenvoudiger te realiseren als er minder verschillende eigenaren zijn, bijvoorbeeld omdat in de wijk veel bezit is van een woningcorporatie. Bij een warmtenet is niet of nauwelijks een investering nodig in de gebouwen zelf en hoeven de bewoners ook weinig zelf te regelen: ze worden volledig ontzorgd. Een nadeel voor de bewoners is dat er, uitgaande van de in Nederland gebruikelijke gesloten warmtenetten, geen keuzevrijheid is. Deze oplossing is alleen rendabel als een grote groep woningen min of meer tegelijk op het net aansluit: er is daardoor minder mogelijkheid op een natuurlijk moment (cv-ketel gaat kapot, verhuizing) te wachten. Koppelkansen in de openbare ruimte kunnen daarentegen juist goed benut worden.

Wat betekent dit voor de gemeente? De gemeente heeft een grote rol bij het aanleggen van een warmtenet. Een grote groep gebouwen moet gelijktijdig gemobiliseerd worden. Dit betekent dat centrale sturing onmisbaar is. Daarnaast is de gemeente onder de nieuwe Wet Collectieve Warmte (Warmtewet 2.0 in de volksmond) de enige aangewezen partij om een warmtekavel formeel toe te wijzen aan een exploitant. Dit gaat middels een aanbesteding. Transparantie over de maatschappelijke kosten en organisatie zijn cruciaal om een warmtenet te laten slagen.

18

Concept 1.0 Wat is hernieuwbaar gas? (biogas, groengas en waterstof) Biogas is een energiedrager die gemaakt wordt door organisch restafval te verwerken tot gas. Deze brandstof haalt hoge temperaturen bij verbranding (1.960 °C7) en is dus ook erg geschikt voor industriële processen. Biogas is vooralsnog echter schaars, en moet dus worden verdeeld onder diverse sectoren. Wanneer biogas geschikt wordt gemaakt om direct in het aardgasnetwerk in te voeden, spreekt men van groengas. Waterstof is ook een energiedrager met een hoge dichtheid en wordt opgewekt middels een proces genaamd elektrolyse. Bij voorkeur wordt dit proces uitgevoerd met duurzame elektriciteit, maar vooralsnog wordt dit grotendeels gedaan met fossiele energie. Grootschalige, duurzame productie van waterstof staat nog in de kinderschoenen. Net als groengas moet waterstof verdeeld worden tussen de gebouwde omgeving en andere sectoren. Daarbij is de verwachting dat met name de industrie aanspraak zal willen maken op groengas en waterstof. Voor industriële toepassingen zijn er namelijk minder alternatieven voorhanden dan voor woningen. Dat heeft te maken met de benodigde aflevertemperatuur van de warmtebron.

Strategie 4/5: hernieuwbare gassen Wat is het? De minst ingrijpende oplossing voor bewoners is om groengas (S4) of waterstof (S5) in het bestaande gasnetwerk in te voeden. Net als bij aardgas zorgt een cv-ketel voor verwarming en warm water. Voordeel is dat panden niet extra geïsoleerd hoeven te worden om met hernieuwbare gassen verwarmd te worden. Vanuit oogpunt van comfort en woonlasten kan het uiteraard wel wenselijk zijn te isoleren, maar technische noodzaak is er niet. Ook aanpassingen aan de installatie zijn niet nodig (groengas) of zijn heel beperkt (waterstof).

Voor welke panden is het geschikt? Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW

Groengas is momenteel beperkt beschikbaar. Waterstof als warmtebron moet zelfs nog ontwikkeld worden. Tot 2030 is deze

strategie daarom niet geschikt om toe te passen, anders dan in pilots. Ook daarna zal er naar verwachting niet genoeg hernieuwbaar gas zijn om op grote schaal gebouwen te verwarmen. Zeer waarschijnlijk zal dit de oplossing worden die leidt tot de hoogste energierekening, omdat hernieuwbare gassen naar verwachting heel duur zullen worden.

19

Concept 1.0 Hybride strategieën Wat is het? Bij een hybride oplossing worden meerdere warmtebronnen gecombineerd. In de praktijk betekent dit meestal een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. Een kleine warmtepomp zorgt het grootste deel van het jaar voor verwarming. De cv-ketel levert extra vermogen bij een piek in de warmtevraag. Het voor warm tapwater komt volledig van de cv-ketel. Deze combinatie is (veel) goedkoper dan een volledig elektrische warmtepomp. Bovendien is de oplossing ook toepasbaar in woningen met wat minder goede isolatie. De warmtevoorziening is dan nog niet geheel duurzaam, maar het grootste gedeelte van de tijd wel. Een hybride warmtepomp kan zo’n 50% van het aardgasgebruik reduceren. Daar komt wel elektriciteit voor in de plaats, de CO2-reductie is daarom ongeveer 20%. In de praktijk is deze hybride opzet de enige realistische toepassing van groengas of waterstof in de gebouwde omgeving, gezien de schaarste en kosten van deze hernieuwbare gassen.

Voor welke panden is het geschikt? Dankzij de back-up van de cv-ketel, kan met een hybride installatie vrijwel iedere woning verwarmd worden. De oplossing is het meest rendabel bij panden met redelijke isolatie. Volledig ongeïsoleerde woningen hebben te vaak ondersteuning van de ketel

nodig. Over het algemeen is de CO2-reductie natuurlijk het hoogst bij zo goed mogelijk geïsoleerde woningen: dan hoeft de cv-ketel het minst vaak bij te springen. Dit is dus de beste oplossing voor woningen die op korte termijn nauwelijks voldoende geïsoleerd kunnen worden voor een volledig elektrische warmtepomp. Omdat er nog aardgas verbruikt wordt, is op termijn nog een laatste stap nodig naar aardgasvrij. Na 2030 kan het aardgas mogelijk vervangen worden door hernieuwbaar gas, zoals groengas of waterstof. Een andere optie is om op termijn over te stappen op een volledig elektrische warmtepomp. Dat wordt mogelijk doordat extra isolatie is toegevoegd of omdat warmtepompen in de toekomst waarschijnlijk hogere temperaturen kunnen maken. Door de tussenstap van een hybride oplossing kunnen de benodigde kosten en inspanningen over een langere tijd gespreid worden, waardoor de transitie beter beheersbaar wordt en natuurlijke momenten aangegrepen kunnen worden om geleidelijk over te gaan op een duurzame warmteoplossing. Voorbeelden zijn overgaan op elektrisch koken als de gaskookplaat aan vervanging toe is, vloerverwarming aanleggen bij renovatie van de vloer en dakisolatie aanbrengen als het dak gerenoveerd wordt. Ook zullen de kosten voor technologieën als warmtepompen en LT (lage temperatuur)-afgiftesystemen naar verwachting verder afnemen in de tijd.

Tot slot levert een hybride warmtepomp al op korte termijn voordeel, omdat de investering meestal snel kan worden terugverdiend met een lagere energierekening.

Wat betekent dit voor de gemeente? Het gasnet blijft in stand. Net als een individuele elektrische warmtepomp, is dit een oplossing die iedere woningeigenaar zelf kan aanschaffen. De gemeente kan ervoor kiezen deze oplossing aan te moedigen.

20

Concept 1.0 Isoleren

Welk energielabel is nodig?

In alle gevallen is het verstandig om gebouwen tot een minimaal niveau

Energielabels

te isoleren. Isolatie leidt tot een hoger wooncomfort en een lagere

energiezuinigheid van een gebouw. Een gebouw

energierekening. Bij elke warmtestrategie is isolatie daarom een zinvolle

met goede isolatie, een zuinige ketel of

stap. Bij sommige strategieën is een minimale hoeveelheid isolatie ook

zonnepanelen heeft een goed label. In de

echt noodzakelijk om technisch haalbaar te worden.

warmtetransitie worden energielabels vaak

Meer specifiek is de watertemperatuur van de warmteoplossing

gebruikt als maat voor de hoeveelheid isolatie.

belangrijk. Een cv-ketel maakt water van 75-90 °C. Een warmtepomp of

Daar is het energielabel echter oorspronkelijk

lage-temperatuurwarmtenet maakt water van maximaal zo’n 50 °C. Om

niet voor bedoeld. Een ongeïsoleerd huis met

de woning dan nog comfortabel warm te houden is veel isolatie nodig.

heel veel zonnepanelen kan hetzelfde label

ECW stelt label B als minimum, in de praktijk worden vaak nog hogere

halen als een heel goed geïsoleerd huis met een

eisen geadviseerd. Deze mate van isolatie kan in een bestaande woning

oude geiser en gaskachel. Gebruik energielabels

niet altijd worden terugverdiend (binnen 30 jaar). Daarnaast zijn speciale

daarom alleen als grove indicatie van de

grote radiatoren of vloerverwarming nodig. Bij strategie 1 (individuele

energiezuinigheid, en niet als meetinstrument

elektrische warmtepomp) en 3 (lage-temperatuurwarmtenet) is dus

voor de isolatie van een individuele woning. In

altijd hoogwaardige isolatie nodig als voorwaarde om te kunnen

plaats daarvan is een schillabel een betere

functioneren.

indicator.

zijn

een

maat

voor

de

Ook bij de midden-temperatuur (50 tot 70 °C) is extra isolatie en het plaatsen van grotere radiatoren noodzakelijk. De hoeveelheid warmte die een radiator kan afgeven halveert, als de watertemperatuur daalt van 90 naar 70 °C. En ook bij hybride verwarming is

isolatie zeer wenselijk. Bij een slecht geïsoleerde woning is ondersteuning van de cv-ketel te vaak nodig om de warmtepomp nog goed zijn werk te kunnen laten doen. Anders dan bij lage-temperatuuroplossingen, is de extra isolatie voor midden-temperatuur en hybride oplossingen vaak ook financieel rendabel om toe te voegen. De exacte isolatiegraad en het label zijn afhankelijk van de exacte temperatuur en het afgiftesysteem. Midden-temperatuur komt voor bij warmtenetten (S2). Bij hoge-temperatuurwarmtenetten (S2), bij groengas (S4) en waterstof (S5), is een hoge aanvoertemperatuur over het algemeen mogelijk en is de isolatie dus vooral nodig voor comfort en woonlastenbeperking.

De isolatiestandaard Op 18 maart jongstleden heeft toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren de Tweede Kamer geïnformeerd over een nieuwe ‘isolatiestandaard’ voor bestaande woningen. Hierin zou voor alle woningen een minimaal isolatieniveau worden opgelegd, dat afhankelijk is van het bouwjaar van de woning. Dit minimale niveau is hoger dan wat nodig is voor strategieën met hoge of middentemperatuur. Het is nog niet helemaal bekend of en in welke vorm de isolatiestandaard zal worden verplicht. Wel is al duidelijk dat voor de derde ronde van de proeftuinen aardgasvrije wijken vereist wordt dat woningen aan de standaard voldoen. De verwachting is dat er steeds meer situaties komen waarin isolatie van bestaande woningen door de landelijke overheid geëist wordt.

21

Concept 1.0 Koeling9 Traditioneel worden woningen in Nederland vrijwel niet actief gekoeld. Maar door de opwarming van de aarde wordt het in de zomer vaker en langer heet. In 2019 werd voor het eerst in de moderne geschiedenis een temperatuur van 40 graden gemeten in Nederland. De verwachting is dat dit steeds vaker zal gebeuren. Ook het aantal hittegolven neemt toe. Het KNMI stelde in de hele twintigste eeuw 16 hittegolven vast. Deze eeuw, die pas 21 jaar oud is, zijn er al 13 hittegolven geweest. Die warmte is niet alleen vervelend, maar kan met name voor kwetsbare personen ook gevaarlijk zijn. Door de vergrijzing, die in Eijsden-Margraten groter is dan gemiddeld in Nederland, komen er meer 65-plussers die relatief meer last hebben van hitte. Het gevolg van deze trends is dat er steeds meer behoefte ontstaat aan actieve en passieve koeling van gebouwen. Passieve koeling is koeling die geen energie gebruikt, zoals zonwering of nachtventilatie. Actieve koeling is koeling met airconditioning of koelmachines. Zoals al blijkt uit de term ‘warmtetransitie’, is de energievraag voor verwarming in woningen veel hoger dan die voor koeling. De koelbehoefte voor woningen is 1 tot 5% van de warmtebehoefte. Desondanks verdient deze relatief nieuwe opgave aandacht binnen de warmtetransitie.

Bij de keuze voor alternatieven voor aardgas kan ook gekeken worden naar de mogelijkheden tot koelen. Veel warmtepompen kunnen ook koelen, terwijl dit met een warmtenet meestal niet gaat. Maar ook bij bouwkundige aanpassingen is aandacht voor koeling nodig. Bijvoorbeeld door zonwering te plaatsen, isolatie en ventilatie te combineren en eventueel overstekken toe te voegen. Daarnaast kan de gemeente op grotere schaal aanpassingen doen om de koelbehoefte te beperken. In een groene omgeving met weinig bestrating kan de temperatuur op een zomerse dagen meerdere graden lager worden door verdamping en schadus van het groen.

22

Concept 1.0 Analyse resultaten Welke mogelijkheden en beperkingen zijn er in Eijsden-Margraten met betrekking tot de warmtetransitie? Voor de realisatie van elk van de besproken strategieën is er een bepaalde warmte-infrastructuur en isolatiegraad van de panden nodig. Zo vraagt strategie 1, de individuele elektrische warmtepomp, het meest van het elektriciteitsnetwerk. De warmtenetten van strategie 2 en 3 hebben een (rest)warmtebron nodig om het warmtenet te voeden, zoals industriële restwarmte, een biomassacentrale, geothermie- of aquathermie-bron. Ook een collectieve elektrische oplossing valt hieronder. Voor strategie 4 en 5, de hybride warmtepomp met groengas of waterstof, moet er op termijn voldoende hernieuwbaar gas beschikbaar zijn – al kan deze strategie op korte termijn ook prima in combinatie met aardgas. In dit hoofdstuk analyseren we de potentie van de vijf strategieën voor Eijsden-Margraten.

Welke strategie de meeste potentie heeft op welke locaties

in

Eijsden-Margraten

hangt

af

van

verschillende factoren. Dit kunnen technisch-

Tabel 5.2: De volgende factoren worden meegenomen de analyse van de potentie van elke warmtestrategie:

economische of sociaal-maatschappelijke factoren

Het bouwjaar van het pand is grotendeels bepalend voor de

zijn, of allebei. Om een beeld te krijgen van de Bouwjaar

kansen en beperkingen bij het aardgasvrij maken van de gemeente Eijsden-Margraten, is een analyse uitgevoerd

naar

de

potentie

van

elke Hoe beter een pand is geïsoleerd, des te kleiner de Energielabel

pandniveau.

technische analyse maar neemt ook kwalitatieve Warmtevraag

aspecten in beschouwing. De variabelen samen bepalen per pand hoe geschikt het is voor de

Nationale

hernieuwbaar-gasoplossingen. Een kaartweergave

kosten

van een aantal van deze parameters op een kaart

De warmtevraag heeft invloed op de geschiktheid voor HT- of LT-oplossingen.

nationale kosten van iedere oplossing. Dit is een optelsom van de maatschappelijke kosten en kosten voor de eindgebruiker. Dit geeft een indicatie van de betaalbaarheid in een specifieke wijk.

staat in de bijlage. Vervolgens wordt op basis van diepgaand

oplossing. Energielabel is hiervoor niet de ideale maat, maar is

De ECW heeft op wijkniveau een inschatting gemaakt van de

individueel elektrische, hybride, warmtenet- en/of

meer

warmtevraag en des te groter de geschiktheid voor een LT-

de enige maat die van alle woningen geschikt is.

Deze inschatting betreft dus niet alleen een harde,

resultaten

realiseren en de geschiktheid voor specifieke warmtetechnieken.

warmtestrategie. Deze analyse is uitgevoerd op

deze

kostprijs om een bepaalde mate van isolatie te kunnen

naar Dichtheid

clusteruitvoering op pand- of buurtniveau gekeken.

De adressendichtheid en de warmtedichtheid bepalen of een collectieve oplossing mogelijk is in een gegeven wijk of buurt. Een collectieve oplossing is haalbaarder in wijken met enkele

Type eigenaar eigenaars (bijvoorbeeld woningcorporaties) dan in wijken met veel pandeigenaars Sommige strategieën vergen een grote investering van de Investeringsmogelijkheid

woningeigenaar, andere oplossing vergen investeringen van andere partijen, bijvoorbeeld in infrastructuur. Met deze parameter wordt meegewogen of inwoners in staat zijn zelf een grote investering op te brengen.

23

Concept 1.0 Potentieoverzicht warmtestrategieën

Interpretatie van de analyseresultaten

Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de analyse op wijk- en buurtniveau is weergegeven in figuur 5.1 en tabel 5.3. Het landelijk karakter van Eijsden-Margraten is duidelijk zichtbaar aan de hand van de spreiding van panden en buurtschappen. In figuur 5.2 en figuur 5.3 staan gedetailleerde kaarten van Eijsden en Margraten waarop de potentie per pand wordt weergegeven. Overige gedetailleerde potentiekaarten staan in bijlage 3.

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de analyseresultaten per pand en de daadwerkelijke warmteoplossing die per pand geïmplementeerd gaat worden. Pandspecifieke kenmerken kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dan voor naastgelegen identieke panden toch verschillende warmteoplossingen als potentievol geïdentificeerd worden. Dit wordt veroorzaakt door verschillen in bijvoorbeeld de

bereidheid of investeringsmogelijkheden van inwoners om duurzame warmteoplossingen te realiseren. Of er inderdaad verschillende warmteoplossingen geïmplementeerd gaan worden voor dergelijke

Er blijkt aanzienlijke potentie te zijn voor beide

vergelijkbare panden, is nader te bepalen aan de hand van

individuele oplossingen: de individuele elektrische

bijvoorbeeld de voorkeuren van de gemeente, de financiële

warmtepomp

hybride

haalbaarheid, bottom-up initiatieven en de uitvoeringsstrategie. De

warmtepomp. 58% van de panden in de gemeente

analyseresultaten vormen dus een eerste stap op weg naar de

heeft hiervoor volgens de transitietool potentie. Tel

bepaling van warmtestrategieën voor pandclusters, buurten of

daar nog

wijken.

en

een

de

individuele

warmtenetpotentie (op

hoge

temperatuur) van 5% bij op en 63% van alle panden in de gemeente zijn volgens het analysemodel geschikt om tot 2030 aardgasvrij te maken – of, in het geval van de hybride warmtepomp, in elk geval deels aardgasvrij. De overige 37% is aangemerkt als zijnde ‘potentieloos’. Dat betekent niet dat deze panden niet aardgasvrij kunnen worden: het kan wel degelijk. Maar volgens het analysemodel zijn de benodigde

investeringen

in

deze

Tabel 5.3: overzicht van de potentie van elke duurzame warmtestrategie in warmte-energie (TJ). Kanttekening: de totale warmtevraag in dit figuur is berekend met behulp van kentallen uit de Startanalyse en wijkt af van de warmtevraag bekend bij het CBS. Deze afwijking heeft geen invloed op de percentages.

gevallen

simpelweg nog te groot. Deze panden zullen dus grotendeels pas na 2030 aardgasvrij worden, maar

Aantal geschikte panden

Warmtestrategie

isolatie. Dat is altijd goed, ook als er nog aardgas gebruikt wordt, en kan ervoor zorgen dat bij de volgende iteratie van de Transitievisie Warmte wél potentie is.

[%]

[-]

kunnen al wel slim en rendabel investeren in HT-warmtenet

Collectief

491

5%

LT-warmtenet

Collectief

49

0%

Individuele elektrische warmtepomp

Individueel

2.585

24%

Hybride hernieuwbare gassen

Individueel

3.693

34%

Alleen isoleren

Individueel

4.062

37%

24

Concept 1.0

Figuur 5.3: De potentie van warmteoplossingen in de gemeente Eijsden-Margraten. De cirkeldiagrammen geven het aantal panden per potentievolle oplossing aan. De grootte van de cirkeldiagrammen is een maat voor het totaal aantal panden in elk dorp. De getallen geven het absoluut aantal panden aan.

25

Analyseresultaten

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 Concept 1.0

Figuur 5.4: De potentie van warmteoplossingen voor panden in het dorp Eijsden. De individueel elektrische oplossing heeft potentie en er is matige potentie voor hybrideoplossingen. Verder is er matige potentie voor een warmtenet.

Figuur 5.5: De potentie van warmteoplossingen voor panden in het dorp Margraten. Voornamelijk individueel elektrische en hybride warmtepompen hebben potentie.

26

Analyseresultaten

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 Concept 1.0

Figuur 5.6: De potentie van strategie 1.

Strategie S1: individuele elektrische warmtepomp Een deel van de panden kan al snel van het aardgas af met een individuele elektrische warmtepomp, waar nodig in combinatie met isolatie van de panden. Het gaat dan om de vooral nieuwe panden die al relatief goed geïsoleerd zijn, liefst met energielabel B of beter. De meest opvallende concentratie van gebouwen in deze gemeente is te zien in Eijsden, waar een nieuwere wijk staat. Ook panden met een lager energielabel (bijvoorbeeld C of D) kunnen met investeringen in isolatie gereed worden gemaakt voor deze oplossing. Ongeacht het label geldt voor de meeste woningen dat er een aanpassing nodig is aan het afgiftesysteem (radiatoren of vloerverwarming) en dat elektrisch koken nodig is om het gas volledig uit de woning te kunnen verwijderen. Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat veel types ook kunnen koelen. Dit werkt wel vooral in combinatie met vloerverwarming, bij toepassing van radiatoren zijn de koelmogelijkheden beperkt. Met behulp van PVzonnepanelen kan (een deel van) de elektriciteitsvraag van de warmtepomp worden ingevuld. Naast geschiktheid van de panden (vraag) is de geschiktheid van de bodem en infrastructuur beoordeeld om iets te kunnen concluderen over de potentie voor volledig elektrische warmtepompen.

27

Concept 1.0 Elektriciteitsnet Warmtepompen vragen extra elektriciteit, wat betekent dat de belasting op het stroomnet hoger wordt. In sommige gevallen moet hiervoor het net worden verzwaard. Netbeheerder Enexis heeft indicatieve berekeningen gemaakt voor diverse scenario’s om een inschatting te geven van de hoeveelheid kabels en onderstations die verzwaring vragen. In het scenario dat de helft van de gebouwen wordt voorzien van een warmtepomp is op één plaats in de gemeente een extra onderstation nodig. Door de gehele gemeente zijn kabelverzwaringen nodig, ook in de wijken van Eijsden waar ook daadwerkelijk potentie is voor

deze hoeveelheden warmtepopen voor 2030. Zie figuur 5.7. Dit betekent dat het belangrijk is om plannen

en

ontwikkelingen

tijdig

met

de

Figuur 5.7: Ruwe inschatting van benodigde extra kabels bij het scenario dat 50% van de gebouwen een elektrische warmtepomp aanschaft.

netbeheerder af te stemmen, bijvoorbeeld ook omdat in Cadier de komende jaren grootschalige rioolwerkzaamheden verwacht worden. Door goede afstemming

wordt

voorkomen

dat

de

weg

meerdere keren open moet.

28

Concept 1.0 Bodemgeschiktheid Warmtepompen halen hun warmte uit de omgeving. Dat kan de

buitenlucht

zijn,

maar

ook

de

ondergrond.

De

mogelijkheden voor dat laatste zijn in Eijsden-Margraten beperkt. Ongeveer 70% van het oppervlak van de gemeente is drinkwaterwingebied. Dat betekent dat er een verbod is om tot het grondwater te boren. Het winnen van bodemwarmte is daardoor niet of nauwelijks mogelijk. Overigens vallen de twee grootste

kernen

Eijsden

en

Margraten

buiten

dit

verbodsgebied en zijn daar dus wel mogelijkheden voor bodemwarmte. Ten tweede is de bodem in een groot deel van de gemeente technisch niet zo geschikt voor WKO. Naast de gebieden waar boren verboden was, zijn hierdoor ook Margraten en

Noorbeek niet zonder meer geschikt voor alle types warmtepompen.

Figuur 5.8: Geschiktheid voor gesloten WKO, in grijs het waterwingebied

Figuur 5.9: Geschiktheid voor open WKO, in grijs het waterwingebied

29

Concept 1.0

Figuur 5.10: De potentie van strategie 2 en strategie 3.

Strategie S2/S3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Als landelijke gemeente heeft Eijsden-Margraten weinig potentie voor een warmtenet. In de kern van Eijsden is enige potentie te zien op de kaarten. Dit betreft echter weinig panden, slechts enkele honderden. Zelfs als die allemaal aansluiten op één warmtenet, is dit aan de krappe kant om tot een rendabele businesscase te kunnen komen. Potentie voor warmtenetten met lage temperatuur afgifte is nagenoeg nul en daarom op de kaart ook niet zichtbaar.

30

Concept 1.0 Lokale beschikbaarheid van warmte De bebouwing van Eijsden-Margraten leent zich dus niet voor grootschalige warmtenetten. Om het beeld completer te maken, is ook gekeken naar beschikbare bronnen voor warmtenetten. Hieruit blijkt dat er wél warmte beschikbaar is, als om wat voor reden toch naar een collectieve oplossing gekeken wordt, bijvoorbeeld op kleine schaal, wellicht in Eijsden. Biomassa Biomassa kan makkelijker dan andere warmtebronnen worden verplaatst. Biomassa die in deze gemeente beschikbaar is, kan dus eventueel ook worden ingezet voor andere locaties. Er is veel discussie over de duurzaamheid en fijnstofuitstoot van biomassa. Daarom is alleen bekeken hoeveel biomassa er in de gemeente is die ontstaat uit snoeiafval. Dat is 58 TJ per jaar, voldoende voor zo’n 1.000 woningen. Industriële restwarmte Er zijn twee bedrijven met een grote hoeveelheid restwarmte met een temperatuur boven de 50 graden: PQ Silicas BV en Umicore Nederland BV. Daarnaast zijn er meerdere kleine bedrijven die theoretisch warmte beschikbaar hebben op lagere temperaturen, zoals supermarkten.

Andere bronnen Geothermie is warmte diep uit de aarde. Er loopt momenteel een landelijk onderzoek (SCAN) om de potentie hiervan inzichtelijker te maken. Daarnaast kan oppervlaktewater, rioolwater of drinkwater worden ingezet voor lage temperatuur warmtenetten. De potentie van deze aquathermie bedraagt een paar honderd TJ, maar is zeer sterk afhankelijk van de afstand tussen de het betreffende water en bebouwing. Als deze kanttekening meegenomen wordt, is er niet of nauwelijks potentie voor aquathermie in Eijsden-Margraten.

31

Concept 1.0

Figuur 5.11: De potentie voor hybride warmtepompen

Strategie hybride (met op termijn mogelijk hernieuwbare gassen) Voor het grootste deel van de panden heeft een hybride oplossing – een elektrische warmtepomp gecombineerd met een gasgestookte cv-ketel de grootste potentie. Dit betekent dat deze panden niet op korte termijn van het aardgas afgehaald kunnen worden, maar dat het aandeel aardgas in de warmtevoorziening sterk verkleint door de inzet van de hybride warmtepomp. Deze oplossing is door de gehele gemeente zichtbaar. Ook in het buitengebied is dit de dominante oplossing (maar vanwege de lage bebouwingsdichtheid minder goed te zien op de kaart). Dit komt omdat de bebouwing in heel Eijsden-Margraten ruim opgezet is en omdat er overal in de gemeente panden staan die moeilijk of erg duur zijn om voldoende te isoleren om meteen naar een volledig elektrische warmtepomp over te kunnen stappen. Lokale beschikbaarheid biogas Om met een hybride strategie op termijn volledig aardgasvrij te worden, is biogas een mogelijke oplossing. Andere oplossingen zijn waterstof (tot 2030 zeker niet beschikbaar, daarna waarschijnlijk extreem schaars) of een definitieve andere oplossing aan het einde van de levensduur van de hybride installatie. Biogas1 kan lokaal worden geproduceerd uit mest (115 TJ), reststromen gras en groenvoedergewassen (312 TJ), reststromen akkerbouw (128 TJ per jaar) en GFT-afval (4 TJ).

Dit brengt het totaal aan energie uit biogas op 559 TJ, genoeg om bijna 20.000 woningen met een hybride warmtepomp van groengas te voorzien. Hierbij moet wel worden aangetekend dat deze stromen ook andere mogelijke toepassingen kennen, zoals als grondverbetering. Op dit moment zijn er nog geen productie-installaties voor groengas in de gemeente. Wel is in 2020 een SDE-subsidie afgegeven voor zo’n project, dat op dit moment nog gerealiseerd moet worden.

32

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Van strategie naar uitvoering De meest potentievolle warmteoplossingen zijn geïdentificeerd. Nu is het zaak om de ‘technische’ kennis om te zetten in een uitvoerbare routekaart. In de eerste plaats is het verstandig om inwoners te helpen isoleren en te stimuleren een warmtepomp aan te schaffen. Wellicht is het een goed idee al een pilotbuurt op te starten om ervaring op te doen. En de gemeente kan ook een trekkersrol oppakken als het bijvoorbeeld gaat om het produceren van groengas. Er zijn ideeën genoeg, maar hoe veel er uitgewerkt kunnen worden hangt af van ambitieniveau en beschikbare middelen.

Scenario 1: business as usual In het business as usual-scenario wordt uitgegaan van enkel en alleen autonome groei. Dat betekent 800

dat de gemeente geen (aanvullende) acties opstart

700

aardgasvrije panden. Alle winst die in dit scenario behaald wordt komt dus voort uit energiezuinigere

installaties, nationale (subsidie)programma’s en individuele inwoners die duurzaamheid belangrijk

Gasgebruik (TJ)

om te zorgen voor meer aardgasreductie of meer

600 500 400 300 200

vinden. Dit scenario gaat uit van de autonome trend

100

in gasverbruik in de woningen in de periode 2008-

0

2019 en verwacht hier een voorzichtige versnelling

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

in. Dat is goed voor: -

10 tot 18 procent aardgasreductie

-

0 tot 2 procent aardgasvrije panden

Figuur 6.1: De autonome trend temperatuurgecorrigeerd.

in gasverbruik

(TJ) van woningen,

Hierbij is de hybride warmtepomp nog niet als aardgasvrije oplossing gerekend, ervan uitgaande dat dit op korte termijn met name panden zal betreffen die een warmtepomp combineren met aardgas. Dat verklaart voor een deel het lage percentage aardgasvrije panden bij een business as usual. Hier vallen immers, bij gebrek aan een collectieve oplossing, alleen volledig elektrische warmtepompen onder. Verder is het percentage aardgasreductie in dit scenario nog vrij hoog. Dat heeft met een aantal zaken te maken. Allereerst zorgen diverse ontwikkelingen, zoals landelijke subsidies, stijgende aardgasprijzen en groeiende bewustwording, voor beter geïsoleerde huizen en minder aardgasverbruik. Daarnaast worden cv-ketels steeds efficiënter – hierdoor valt het aardgasverbruik bij hetzelfde gebruik lager uit.

34

Concept 1.0 Scenario 2: gemiddelde doelstelling De nationaal-gemiddelde doelstelling streeft naar 20% van alle woningen in Nederland aardgasvrij in 2030. Dit is geen verplichting voor gemeenten. Zoals we in het eerste scenario al zagen is er een behoorlijke pilotwijk nodig (voor Eijsden-Margraten ongeveer een met 2.500 woningen) die geheel aardgasvrij wordt, zij het middels een warmtenet of met een elektrische warmtepomp. Dit is onrealistisch omdat er geen potentie voor een warmtenet in de gemeente is en inwoners bij individuele oplossingen nog altijd een eigen keuze hebben te maken. Het ligt dus voor de hand om niet naar aardgasvrij te kijken, maar naar aardgasreductie. In het gemiddelde scenario komt de gemeente ongeveer uit op: -

15 tot 35 procent aardgasreductie

-

1 tot 7 procent aardgasvrije panden

Dit scenario komt op om en nabij de 25 procent aardgasreductie uit. Daar is dan ook wel een aardige inspanning van de gemeente voor nodig. De

precieze

invulling

wordt

verder

uitgewerkt

in

een

uitvoeringsprogramma, maar denk aan veel informatievoorziening,

Scenario 3: pro-actief en ambitieus

campagnes, informatieavonden, inspelen op natuurlijke momenten, één

In het proactieve en ambitieuze scenario gaat de

pilotbuurt, faciliteren van collectieve acties, samenwerking met

gemeente verder dan gemiddeld. Dat betekent ook

stakeholders en het aanbieden van ondersteuning op woningniveau.

meteen dat er in de periode van 2030 tot 2050

Dit gemiddelde scenario vraagt een jaarlijkse investering van minimaal € 711.000,- volgens onderzoek van AEF.12

relatief minder werk verzet hoeft te worden. Het in scenario 2 voorgestelde programma intensiveert hier: de gemeente werkt actief samen met ambassadeurs, de communicatiecampagne komt letterlijk naar elke voordeur toe, de gemeente biedt zelf financiële en/of subsidiemogelijkheden aan, er komt een tweede en wellicht zelfs derde pilotwijk, de

gemeente

innovatieve

ontwikkelt

technieken,

de

zelf

groengas

gemeente

en

werkt

intensiever en met meer stakeholders samen en de gemeente geeft actief sturing aan de markt om te zorgen dat er genoeg lokale installateurs en experts zijn. In dit scenario ziet het resultaat er ongeveer als volgt uit:

35

-

25 tot 55 procent aardgasreductie

-

5 tot 21 procent aardgasvrije panden

Concept 1.0 In Eijsden-Margraten is het lastig, zo niet onmogelijk, om aan de nationaal-gemiddelde doelstelling van 20% aardgasvrij in 2030 te voldoen. Het uitgangspunt is namelijk dat groengas en waterstof nog niet of onvoldoende beschikbaar zijn voor woningen op deze termijn. Dan blijft er maximaal 29% potentie over voor oplossingen die wel geheel aardgasvrij zijn: de elektrische warmtepomp en het warmtenet op hoge temperatuur. Een warmtenet voor het centrum van Eijsden lijkt gezien de kleine omvang niet erg realistisch en het nadeel aan de individuele elektrische warmtepomp is dat de gemeente mensen niet kan (noch wil) dwingen om een dergelijke individuele keuze te maken. Zoals uit scenario 3 al bleek, zal naar alle waarschijnlijkheid zelfs het meest ambitieuze scenario niet tot 20% aardgasvrije panden. Logischer is, zelfs al blijft er op die manier een grotere opgave liggen voor de periode 2030 tot en met 2050, dat de gemeente inzet

op aardgasreductie. Door middel van isolatie bestrijden we energiearmoede, bereiden we woningen voor om na 2030 wél van het aardgas af te gaan en met de hybride warmtepomp kunnen we in veel woningen het aardgasverbruik halveren met een relatief makkelijke stap. In principe streeft de gemeente er hierbij naar om het gemiddelde scenario te volgen en de projecten op te starten zoals beschreven in tabel 6.1. De meeste van deze projecten zullen in 2022 nog uitgewerkt en geconcretiseerd moeten worden. De kern van het (nog verder uit te werken) uitvoeringsprogramma is dat de gemeente inwoners stimuleert en helpt om duurzame stappen te zetten en hier verschillende projecten voor opstart. Hoe intensiever dit gebeurt, hoe meer inwoners aan de slag zullen gaan met isolatie en warmtepompen. Een belangrijk onderdeel van dit traject is het opstarten van (minimaal) één pilotwijk. Dit biedt de gemeente de kans om ervaring op te doen met het verduurzamen van één wijk of buurt en kan ambassadeurs in de gemeente creëren. Het uitvoeringsprogramma zal in 2022 verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd.

36

Concept 1.0 Tabel 6.1: Uitvoeringsprogramma, nog uit te werken in 2022. Nog meer aanvullende projecten en zoveel mogelijk integraliteit zijn wenselijk.

Wat

Wanneer

Doelgroep

Link leggen met lopende milieu- en duurzaamheidsprojecten van de gemeente

Lopend

Gemeentebreed

Complete en actuele website

Lopend

Gemeentebreed

Enquête

Lopend

Gemeentebreed

Woningadvies op maat aanbieden (zoals reeds gebeurd met project Dubbel Duurzaam)

Lopend

Gemeentebreed

Verduurzamen eigen vastgoed (voorbeeldrol)

Lopend

Gemeentebreed

Informatiebijeenkomst presentatie Transitievisie Warmte richting inwoners

K1 in 2022

Gemeentebreed

Online inlogtool voor persoonlijk verduurzamingsadvies

2022

Gemeentebreed

Uitwerken van een ambassadeursprogramma

2022 – 2025

Gemeentebreed

Ontwikkeling van groengas onderzoeken

2022 – 2025

Gemeentebreed

Haalbaarheidsstudie warmtenet Eijsden

2022 – 2025

Gemeentebreed

Isolatiecampagnes en bewustwordingscampagnes

2022 – 2025

Gemeentebreed

Natuurlijke momenten monitoren en plan uitwerken om deze te benutten

2022 – 2025

Gemeentebreed

Faciliteren en ontzorgen van inwoners, bijvoorbeeld via een collectieve inkoopactie

2022 – 2025

Gemeentebreed

Eén pilotwijk selecteren om ervaring op te doen met isolatie en (hybride) warmtepompen

2022 – 2025

N.t.b.

Actieve samenwerking met woningcorporatie(s)

2022 – 2030

Gemeentebreed

Integrale positie van de warmtetransitie in de interne gemeentelijke organisatie

2022 – 2030

Gemeentebreed

Samenwerken in regionale programma’s in Lijn 50en Maastricht Heuvelland-verband

2022 – 2030

Gemeentebreed

37

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Conclusie Het is duidelijk dat de meest kansrijke warmteoplossingen voor Eijsden-Margraten hybride en volledig elektrische warmtepompen zijn. Daarnaast is isolatie voor alle gebouwen een zinvolle ingreep om voor te bereiden op een eindsituatie zonder aardgas én om meteen al aardgas te besparen. Een klein warmtenet in Eijsden kan ook een interessante oplossing zijn, ondanks dat deze naar verwachting niet rendabel zal zijn vanuit een technisch-economisch perspectief. Deze potentie is op zichzelf nog geen routekaart voor de gemeente richting 2030. Daarom is in het vorige hoofdstuk werk gemaakt van een aantal ideeën voor de uitvoering. Dit laatste hoofdstuk tracht alles bij elkaar te brengen en samen te vatten.

Tabel 7.1: Potentie voor aardgasvrije alternatieven in de gemeente.

Alternatief

Potentie

-

Het elektriciteitsnet moet verzwaard worden voor deze oplossing. De elektriciteitsvraag neemt toe, dus is er ook meer duurzame opwek nodig. Er is nationale subsidie beschikbaar voor inwoners die een warmtepomp aanschaffen.

0%

-

N.v.t.

5%

-

Een haalbaarheidsstudie zou moeten uitwijzen of dit kansrijk zou kunnen zijn.

-

Groengas is schaars en zal dat naar verwachting blijven. Dit kan dus alleen in combinatie met een hybride warmtepomp gebruikt worden. Waterstof is tot 2030 niet grootschalig beschikbaar. Na 2030 is nog maar de vraag of dat wel zo zal zijn. Op korte termijn is deze oplossing dus in de praktijk een hybride warmtepomp met aardgas (en dus niet aardgasvrij). Er is nationale subsidie beschikbaar voor inwoners die een (hybride) warmtepomp aanschaffen, op Prinsjesdag is uitbreiding van deze regeling aangekondigd

Individuele elektrische warmtepomp

24%

Warmtenet op lage temperatuur Warmtenet op hoge temperatuur Groengas (+ warmtepomp)

34%

Waterstof (+ warmtepomp) Geen geschikt alternatief (alleen isoleren)

Opmerkingen

-

37% -

Ook een belangrijke groep, zowel om energiearmoede te voorkomen als om de woning wel geschikt te maken voor een alternatief in de TVW 2.0. Er is nationale subsidie en een provinciale lening beschikbaar voor isolatie.

39

Concept 1.0 De opgave is simpel, maar complex. In 2050 zullen alle woningen in de gemeente aardgasvrij moeten zijn. Dat is een flinke opgave, want nagenoeg alle gebouwen in de gemeente gebruiken op dit moment aardgas voor hun warmtevoorziening en tapwater (en soms ook om te koken). Het ECW heeft vijf technische oplossingen gekenmerkt als geschikte grootschalige alternatieven voor aardgas. In deze rapportage is de potentie van elk van deze vijf geduid voor Eijsden-Margraten. Zie ook tabel 7.1. Naast deze alternatieven voor aardgas is isolatie soms nodig, maar altijd verstandig. De gemeente is voornemens om inwoners te stimuleren om te verduurzamen, hen hierbij te helpen en zoveel als mogelijk te ontzorgen. Het doel is om hiermee ten minste 20% aardgasreductie te bereiken tot 2030. Eijsden-Margraten pakt haar regisseursrol serieus op en helpt inwoners met isoleren en warmtepompen aanschaffen. Deze plannen worden in 2022 verder uitgewerkt. In 2026 verschijnt de volgende versie van de Transitievisie Warmte, waarin wordt teruggeblikt op de activiteiten die volgens tabel 6.1 vóór die tijd zijn uitgevoerd en worden nieuwe technieken en innovaties meegenomen wanneer het ECW deze geschikt acht.

40

Concept 1.0

Concept 1.0

Concept 1.0

Bijlage 1 – Bronnen 1

Klimaatmonitor, 2016-2019

https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energiegebruik/

2

Gemeente tabellen, ECW, 2020

https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/

3

Kerncijfers wijken en buurten, CBS, 2018

https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/30/kerncijfers-wijken-en-buurten-2018

4

Strategiefactsheets, ECW

https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/strategiefactsheets/default.aspx

5

‘Adiabatic Flame Temperatures’, The Engineering ToolBox

https://www.engineeringtoolbox.com/adiabatic-flame-temperature-d_996.html

6

Hybride warmtepomp, ECW, 2020

https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+gebouwmaatregelen/hybride+warmtepomp+nieuw/defau lt.aspx

7

Ontwikkeling van koudevraag van woningen, RVO, 2018

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=702a9aa6-103c-4455-8693-dc9634c2d0b8