CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20211011 05f BP Europapark Bijlage Quick scan Ecologische waarden.pdf

Beeldvormende vergadering 11 oktober 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Europapark Gronsveld2.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT

Opdrachtgever:

Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT

Datum: 25 november 2020

Slokker Vastgoed bv Postbus 55 1270 AB Huizen

Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

Opgesteld door: M.J.M. Coenen Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het uitgevoerde quickscanonderzoek Ecologische Waarden voor de sloop en beoogde nieuwbouwlocatie genaamd Plan Europapark in Gronsveld, zie figuur 1.

Figuur 1: Onderzoekslocatie Europapark, Gronsveld

 06 462 55 985  info@ecolybrium.nl www.ecolybrium.nl

KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01

Aanleiding Het voornemen is om op deze locatie (voormalig restaurant) een nieuw appartementencomplex te bouwen. Vanwege deze ingreep is het noodzakelijk om zicht te krijgen op mogelijke effecten ten aanzien van beschermde natuurwaarden. Deze noodzaak is verplicht vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Om vast te stellen of er effecten op beschermde natuurwaarden optreden en/of te verwachten zijn is de ingreeplocatie op 6 november onderzocht en is er beoordeeld in hoeverre de locatie geschikt is voor beschermde natuurwaarden. Voorts is er een aanvullende literatuurstudie uitgevoerd op kantoor naar het mogelijk voorkomen van soorten. Hierbij zijn de relevante verspreidingsatlassen geraadpleegd, zie bijlage 1. De bevindingen van dit veldbezoek zijn hieronder uitgewerkt. Het terrein in de huidige situatie bestaat uit een kleine schuur (metselwerk) met een dak van kleitegelpannen, de fundamenten (incl. kleine kelderruimte) van het voormalige restaurant, parkeerplaatsen en een klein deel van het parkachtige gebied. Het gebied ten oosten van de ingreeplocatie bestaat uit een parkachtig gebied, met vijverpartijen, gazons, en bijzondere bomen en struiken. Voorts is er nog een klein schuurtje aanwezig aan de zuidzijde van onderzoekslocatie, wat heel erg vervallen is.

Foto 1: schuurtje met de kleitegelpannen

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

2

Foto 2: Zicht op de ingreeplocatie

Aanwezigheid natuurwaarden Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) In de nog resterende bebouwing is het aanwezig zijn van beschermde nestlocaties geheel uit te sluiten. De bebouwing is geenszins geschikt voor soorten als huismus, gierzwaluw en andere gebouw-bewonende broedvogels, omdat er geen geschikte invliegopeningen zijn voor gierzwaluwen en vanwege het ontbreken van geschikte broedplekken voor huismussen. Er is een weliswaar een pannendak (kleitegelpannen) aanwezig, echter is er nergens sprake van dakbeschot waar huismussen nesten kunnen bouwen onder de dakpannen, zie foto 1. Dergelijke situaties zijn geheel ongeschikt voor huismussen en gierzwaluwen om te nestelen. Ook in de vervallen schuur zijn geen nesten aanwezig of te verwachten die jaarrond beschermd zijn. In de omliggende parkachtige omgeving komen naar verwachting meerdere soorten vogels voor die het gebied gebruiken om te broeden. Dit kunnen ook soorten zijn met jaarrond beschermde nesten zoals sperwer en ransuil. Echter zullen de werkzaamheden niet leiden tot een vernietiging van jaarrond beschermde nesten, omdat deze nesten niet binnen de ingreeplocatie aanwezig zijn, maar mogelijk in de bomen rondom de ingreeplocatie. Effecten op broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn treden iet op, omdat deze geen geschikte broedplekken hebben binnen de ingreeplocatie.

Om verstoring van de aanwezige broedvogels te minimaliseren adviseren we om de meest verstorende werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode van vogels (globaal vanaf half maart- half juli). In het kader van de Wet natuurbescherming zijn verdere onderzoeken en/of maatregelen (zoals het aanvragen van een ontheffing) niet aan de orde. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

3

Vleermuizen Het gebouw ten noorden, met de kleitegelpannen, heeft nergens geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. Het gebouw is daarmee geheel ongeschikt voor vleermuizen. De kopse kanten van het gebouw, waarop de kleitegelpannen bevestigd zijn, bevat evenmin geschikte invliegplekken voor vleermuizen. Het pand is dan ook geheel afgesloten voor vleermuizen. Het vervallen schuurtje aan de zuidzijde vormt eveneens geen geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. De schuur is flink doorgerot en de vochtplekken laten zien dat het klimaat in deze schuur niet stabiel is. Het aanwezig zijn van spinnenrag terplekke van de openingen boven de deur (ter plekke van het dakbeschot) vormt eveneens een ongeschikte plek voor vleermuizen om gebruik te maken van de schuur. Onder de fundamenten van het voormalige restaurant bevindt zich een kleine kelderruimte die mogelijk dienst kan doen als winterverblijf voor vleermuizen. Uit het onderzoek van 6 november (waarbij deze ruimte is onderzocht) zijn echter geen overwinterende dieren aangetroffen. Dit komt waarschijnlijk door de beperkte oppervlakte ervan, maar nog meer door het ontbreken van voldoende geschikte wegkruipmogelijkheden. Er zijn overigens wel soorten aangetroffen (dagvlinders en nachtvlinders (4 dagpauwogen en 3 hopsnuituilen)) die onder vergelijkbare omstandigheden overwinteren. Dit impliceert feitelijk wél dat het geschikt is.

Gelet op het feit dat vleermuizen ook gedurende de winterperiode actief kunnen worden (voor enkele soorten is het dan paartijd), is het niet uit te sluiten dat er geen vleermuizen gebruik maken van de kleine kelder. Om te voorkomen dat er onverhoopt toch overwinterende vleermuizen verstoord worden adviseren we hierbij om de sloopwerkzaamheden van de fundering en de kelder uit te voeren buiten de overwinteringsperiode, of voorafgegaan door een ecologische inspectie. Opgemerkt dient te worden dat wanneer er toch vleermuizen aangetroffen worden, gedurende de winterperiode, de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden, waarbij tevens de wettelijke plicht ligt om te voorzien in het aanleggen van een nieuwe overwinteringsplek voor vleermuizen (bijvoorbeeld door het aanleggen van een “ijskelder” in het park nabij). De ingreeplocatie zelf maakt voorts geen onderdeel uit van essentieel jachtgebied of van een primaire vliegroute, daar er op de locatie zelf geen sprake is van goed ontwikkeld jachtgebied dichte bomenstructuur, hogere struikbeplanting of een laanbeplanting). Effecten op essentiële foerageergebieden en primaire vliegroutes treden daarmee dan ook niet op.

Ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen kan gesteld worden dat er vooralsnog geen verblijfplaatsen aangetroffen en/of te verwachten zijn in de schuren, maar dat de kelder in potentie wél geschikt is als winterverblijf. We adviseren dan ook om een ecologische controle (gedurende de winterperiode en voorafgaande aan de sloopwerkzaamheden) uit te laten voeren om de functie van winterverblijf uit te kunnen sluiten. Het gebied rondom de ingreeplocatie vormt wel een optimaal jachtgebied vanwege de aanwezigheid van hoog opgaande bomen en struiken van verschillende soorten. Dit groen blijft geheel intact en de sloop zal derhalve niet leiden tot een aantasting van het foerageergebied van vleermuizen. Gelet op de ligging van de locatie, in de regio, kan het gebied dienstdoen voor meerdere soorten vleermuizen als jachtgebied.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

4

Foto 3: er zijn geen geschikte plekken voor vleermuizen om te dienen als vaste rust- en verblijfplaats

Foto 4: de kelder vormt een geschikt winterverblijf voor vleermuizen, ondanks het kleine formaat

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

5

Foto 5: overwinterende hopsnuituilen worden tegenwoordig veelvuldig waargenomen in verblijfplaatsen waar ook vleermuizen prima kunnen overwinteren

Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de fundamenten van het restaurant groeien geen bijzondere en of beschermde plantensoorten. De mergelblokken die overal aan de basis van het voormalige pand gebruikt zijn als bouwsteen vormen (zeker die plekken aan de noordzijde) prima plekken voor bijzondere soorten als tongvaren en steenbreekvaren om te groeien. Deze zijn echter ook niet aangetroffen. De varens die op de mergelblokken groeien betreffen allemaal algemeen voorkomende soorten (met name mannetjesvaren). Overige bijzondere planten, zoals wilde marjolein of rapunzelklokje, zijn ook niet aangetroffen op de locatie. Een goed ontwikkelde bloemrijke vegetatie (zoals schraal grasland en kruidenruigtes) is eveneens niet aanwezig. Op een locatie is muurvaren aangetroffen tussen de mergelblokken. Deze soort is niet zeldzaam, maar betreft hier wel een typische muurplant. De werkzaamheden leiden dan ook niet tot vernietiging van groeiplekken van beschermde en/of bijzondere planten. Effecten op beschermde en/of bijzondere vaatplanten zijn geheel uit te sluiten.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

6

Foto 6: muurvarens op de muur naast de schuur met de kleitegelpannen

Foto 7: mannetjesvarens groeien op verschillende plekken tussen de mergelblokken

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

7

Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden, zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten terplekke van de ingreeplocatie. Hiervoor zijn geen optimaal ontwikkelde leefgebieden aanwezig. De locatie is toegankelijk voor steenmarters, echter zijn er geen aanwijzingen gevonden die doen vermoeden dat de soort er een verblijfplaats heeft. Er zijn geen latrines, krabsporen, vraatresten en dergelijke aangetroffen. De overwinterende dagvlinders en nachtvlinders die zijn aangetroffen zijn niet beschermd. Echter om deze soorten een kans te geven zich verder voort te planten adviseren we om de sloop van de fundamenten uit te voeren na de winterperiode, als deze soorten hun overwinteringsperiode beëindigd hebben. Effecten op overige soortgroepen zijn dan ook geheel uit te sluiten.

Conclusies  Terplekke van de onderzoekslocatie komen geen broedvogels voor met jaarrond beschermde nesten. Vanwege het aanwezig zijn van een goed ontwikkeld broedbiotoop ten noorden van de ingreeplocatie adviseren we om de meest verstorende werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (half maart-half juli);  Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig aan en in de bewoning, met uitzondering van de kleine kelder. Deze ruimte kan door vleermuizen in gebruik zijn als overwinteringsplaats. Om hier zekerheid over te krijgen is het te adviseren hier eenmaal per wintermaand een controle te laten uitvoeren om vastgesteld te krijgen of er vleermuizen aanwezig zijn die deze locatie toch op enig moment als winterverblijfplaats gebruiken.  Er is alleen sprake van goed ontwikkeld jachtgebied ten noorden van de ingreeplocatie, waar een goed ontwikkeld en hoogopgaande structuur van diverse bomen en struiken aanwezig is. Dit jachtgebied blijft geheel intact en nader onderzoek naar het gebruik door vleermuizen is dan ook niet noodzakelijk. Primaire vliegroutes (zoals laanelementen) zijn echter niet aanwezig op de locatie.

Nader zomeronderzoek naar vleermuizen is dan ook geheel niet benodigd;  Ter plekke van de ingreeplocatie is het voorkomen van andere beschermde soorten zoals, planten, libellen, dagvlinders, vissen, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden geheel uit te sluiten. Effecten treden daarmee niet op;  Om effecten op overwinterende vleermuizen in beeld te krijgen adviseren we om de kelder eens per maand (tot en met maart) eenmaal per maand te laten controleren op overwinterende vleermuizen;  In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er verder geen effecten op beschermde soorten optreden en dat daarmee geen knelpunten optreden in het kader van de Wet natuurbescherming;

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

8

Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www.waarneming.nl (NDFF) www.natuurgegevensprovincielimburg.nl Hustings F., van der Coelen J., van Noorden B., Schols R. & Voskamp P. 2006. Avifauna van Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Buggenum, H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders (redactie), 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties, Maastricht. Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). - Nederlandse Fauna 7.

Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Huizenga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Plan Europapark Gronsveld (ons kenmerk: 20-748)

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=7ec8e618-c1c7-4af8-9bbe-3db3d468e3ba