20210601 18 RB Masterplan Poort van het Heuvelland .pdf
Tekst van het document
gemeente
eijsden-margraten
Aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Onderwerp Bestuursopdracht Masterplan Poort van het Heuvelland Beslispunt(en) 1. Het college (middels de bestuursopdracht) opdracht geven om conform de Bestuursopdracht Poort van het Heuvelland te komen tot een Masterplan voor de Poort van het Heuvelland en dit ter vaststelling aan de raad voor te leggen op 28 september 2021; 2. € 70.000 te dekken uit de algemene reserveen de begroting conform te wijzigen.
Toelichting--------------------------------------------------------------------------------------------------------Aanleiding/ motivering In 2019 is het proces om te komen tot een Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Meschopgestart. De eerstestap die gezetis, is het vaststellen van een visie voor het gehelegebied, alsmede het duiden van een aantal ontwikkellocaties/ ontwikkelthema’ s. Op 25 augustus jl. heeft uw raad de Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Meschvastgesteld alsmede zijn een aantal ontwikkellocaties/ thema’s benoemd. Aangegeven is dat na vaststelling van de visie deze ontwikkellocaties/ thema’s verdervorm worden gegeven en dat per ontwikkelingsgebied een uitvoeringsprogramma wordt opgesteld. In dit voorstel wordt ingegaan op de aanpak van één van de ontwikkellocaties, zijnde de Poort van het Heuvelland. Zoals in de Raadsinformatiebrief van 26 februari jl. aangegeven heeft dit gebied, gezien de veleontwikkelingen die er spelen ( sporthal, LTS gebouw, Missiehuis, Keerpunt etc.) hoge prioriteit. Het gebied vraagt om een integrale ontwikkeling. In de genoemde raadsinformatiebrief hebben wij u medegedeelddat ons college in december 2020 aan Prof. Ir. Jo Coenen opdracht heeftgegeven voor het opstellen van een Masterplan.
Een plan met aandacht voor velethema’s die leven in het gebied en waarbij alle functies in beschouwing worden genomen, zoals bijvoorbeeld, cultureelerfgoed, wonen, werken, natuur, landschap, recreatie, landbouw, geologie en mobiliteit. Een plan gericht op het vergroten van de kwaliteit van het gebied. plangebied ZCT/
\tr.
1
In de gebiedsvisie is inzake de Poort van het Heuvelland het volgende meegegeven: • • • • • •
•
•
•
•
•
•
•
De N278 vormt samen met de omliggende bebouwingscomplexen en de terreinen de Poort van het Heuvelland De kernkwaliteiten Nationaal Landschap worden hier op fraaie wijze gepresenteerd aan de weggebruiker Een diervriendelijkefiets/ voetgangersbrug over de N 278 zou op architectonische wijze uitdrukking kunnen geven aan de poortfunctie van dit weggedeelte. Het gebied heeftde karakteristieken van een stad-landzone en zou als zodanig verder ontwikkeld moeten worden. Herontwikkeling en herbestemming van delen van het gebied zijn daarbij noodzakelijk, sloop kan een uitkomst zijn. De kern van de ruimtelijkekwaliteit van het gebied wordt gevormd door het voormalige Missiehuis, landgoed Heerdeberg en het architectonisch ensemble van het Keerpunt, huize Sint Gerlach en de voormalige dienstwoningen opgetrokken uit kalksteen. De verspreid liggende gebouwen laten zich in tweehoofdcategorieën verdelen: Devotie en geologie. Dezegebouwen zijn bepalend voor de identiteit van het gebied en zouden daarom op zorgvuldige wijze geïntegreerd moeten worden in het toeristisch-recreatieve netwerk. Een netwerk dat het verhaal van het landschap verteld.
Gebruiksfuncties van bebouwing die bijdragen aan de instandhouding van het cultureel erfgoed zijn toegestaan, denk hierbij aan wonen, diensten, zorg, MKB, horeca, sport, toerisme en recreatie( ook intensieve en/of verblijfsrecreatie) Van nieuwbouw is pas sprake indien dit essentieelis voor het welslagen van de herbestemming van de bestaande bebouwing of het amoveren van incourante bebouwing en de nieuwbouw een wezenlijke kwaliteitsbijdrage levertaan de Poort van het Heuvelland Een herziening van verkeersstromen en de ontsluiting van het gebied kan bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, daarnaast kan heroriëntatie van verkeersstormen bijdragen aan de verkeersveiligheiden het herstel van de laanstructuur van de N278. De Poort van het Heuvelland biedt mogelijkheden voor een op het OV-netwerk aangesloten natuurtransferium dat als een belangrijkste toeristisch-recreatievestartpunt voor het Middenterras fungeert. De agrarische overgangszone (langs bovenzijde hellingbossen) kan een bijdrage leveren aan klimaatadaptie/ drinkwaterwinning, denk hierbij aan de aanleg van topkammen, grasbanen, hemelwaterbuffers, maar ook stroken waar geen gewasbeschermingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Natuurwaarden zijn welkom binnen deze zone, maar de gebruiksfunctie blijft agrarisch.
Een groot deel van het gebied is waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied. Uitgangspunt is hier reductie van het risico op vermesting en verontreiniging van het grondwater.
In de gebiedsvisie is opgenomen dat een Masterplan moet worden opgesteld waarbij in de basis wordt gekeken naar de infrastructuur. Deze infrastructuur heeft in dit gebied meerderefuncties die even belangrijk zijn, wil het gebied zich uniform als Poort van het Heuvelland kunnen presenteren. Dit is randvoorwaardelijk .Het stedenbouwkundige en landschappelijke aspect komt niet op de eerste plaats, maar is wel van evident belang. Met dit aspect wordt de herkenbaarheid en onderlinge samenhang benadrukt. Deze herstructurering / ontwikkeling van dit gebied, wordt gekenmerkt als een gebiedsontwikkeling en vraagt om een integrale samenhangende aanpak met daaraan gekoppeld te zijner tijd een realistisch uitvoeringsprogramma. Dit mede omdat het een gebied is dat ook op het gebied van cultuurhistorie en geologie als zeerwaardevol mag worden beschouwd. Om beter te duiden hoe wij dit proces aansturen, wordt onderstaand kort ingegaan op wat Gebiedsontwikkeling is en welkefasen een gebiedsontwikkelingsproces doorloopt.
2
Gebiedsontwikkeling is de kunst van het verbinden van functies, disciplines, partijen, belangen en geldstromen met het oog op de ontwikkeling of transformatie van een gebied1 . Kenmerkend voor een gebiedsontwikkeling is: • dat het proces en de inhoud onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; • dat er veelverschillende partijen betrokken zijn: overheden, ontwikkelaars, maatschappelijke organisaties, bewoners en omwonenden; • dat het vaak gaat om een combinatie van publieke en private belangen; • dat samenwerking tussen overheden en marktpartijen daardoor onvermijdelijk is. Denk alleen al aan de benodigde grondtransacties, publiekrechtelijke kaders en de planuitwerking nog voordat de daadwerkelijke realisatie kan starten; • dat er ten minste één belang en een daaraan gehechte partij met investeringsmiddelen nodig zijn; • dat er sprake is van een lange looptijd; • Dat deze altijd in een context plaatsvindt met (externe) effecten op het gebied daarbuiten. Voor de aanpak van een gebiedsontwikkeling worden, in de meestegevallen, de volgende fasen doorlopen: Fase 1: De initiatieffase. Gebiedsontwikkelingen kunnen een verschillende achtergrond hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit marktinitiatieven met een grond- of vastgoedpositie, maar ook beleidsvoornemen en initiatieven die worden ingediend door zowel professionele als niet professionele partijen.
De initiatieffase is bedoeld om te onderzoeken of de gebiedsontwikkeling gewenst is, welkepartijen betrokken willen/ kunnen worden. De vaststelling van de Gebiedvisie Middenterras Bemelen-Mesch en het daarin benoemde projectfiche Poort van het Heuvelland kan als resultaat beschouwd worden van een initiatieffase. Fase 2 : De haalbaarheidsfase Dezefase is intensief en complex en valt uiteen in een drietal subfasen elk met eigen deelresultaten: a. De definitiefase aan de kant van de overheid met als product de beleidsmatige, planologische andere publiekrechtelijke randvoorwaarden van generiekeaard.
en
b. De ontwerpfase aan de kant van de marktpartij met als product het ontwerp dat past binnen resultaat van de definitie fase.
het
c. De voorbereidingsfase aan de kant van de marktpartij met als product het realisatieplan als uitwerking van het ontwerp. De subfasen lopen vaak door elkaar heen, maar markeren wel de gescheiden verantwoordelijkheden van overheid en markt. Dezefase kenmerkt zich door “tekenen en rekenen”. Fase 3: Realisatiefase. De realisatiefaseis gericht op de daadwerkelijke gebiedsontwikkeling, zoals vastgelegd tijdens de haalbaarheidsfase. Bij de aanvang van dezefase is duidelijk wie wat en wanneer gaat doen. Dit wordt vastgelegd in een tussen partijen te sluiten Realisatieovereenkomst. Fase 4: De beheerfase. De gebiedsontwikkeling is afgerond en gaat over in het beheer van het gebied.
1 Friso de Zeeuw: Zo werkt gebiedsontwikkeling 2017
De aanpak De gebiedsontwikkeling Poort van het Heuvelland kent hoge prioriteit en is van grote importantie. Het is een cultuurhistorisch en geologisch interessant gebied. Een gebied dat ook doorsneden wordt een grote verkeersaderzijnde de N278. Dit vergt derhalve ook een zeerzorgvuldige aanpak. De vraag die nu voor ligt is hoe we dit project verdergaan organiseren om de gewenste integrale kwaliteit van het gebied te bereiken, waarbij voldoende aandacht is voor de genoemde componenten ( o.a. cultuurhistorie, geologie, infra, landschap, flora en fauna, infra etc.) Wij zijn als college van start gegaan maar willen, gezien de importantie van deze ontwikkeling, uw raad bij deze gebiedsontwikkeling uitdrukkelijk betrekken. Daarom stellen wij uw raad voor om ons college middels de bijgevoegde bestuursopdracht (bijlage 1), een opdracht te geven voor de verdere aanpak van deze gebiedsontwikkeling. Het Masterplan is een stap in fase 2 (Haalbaarheidsfase), waarin de richting, alsmede de beleidsmatige kaders en randvoorwaarden voor de inrichting van het gebied worden neergelegd. Prof. Ir.
Jo Coenen heeft aangegeven de volgende stappen te doorlopen: Stap 1: Inventarisatie en definitiefase: Het onderzoeksgebied en de beoogde doelen worden vastgesteld; Stap 2: Middels aansluiting van stakeholders wordt de visie verder uitgewerkt; Stap 3: Prioritering van de ruimtelijkecomponenten in een fysiek ruimtelijk raamwerk vindt plaats; Stap 4: Er komt een voorlopige visie op infrastructurele, monumentale, landschappelijke, sociaal maatschappelijke, stedenbouwkundig componenten. Dit wordt (globaal) op haalbaarheid doorgerekend, waardoor vervolgens het fysiek ruimtelijk raamwerk op haalbaarheid wordt aangescherpt; Stap 5: Afronding. Beleidsdocument gereeden wordt afgestemd met bestuur en gecommuniceerd. Vervolgstappen worden bepaald. Prof. Ir. J. Coenen zal in zijn Masterplan niet alleen kwalitatieve inbreng leveren maar ook rekenen, zodat ook duidelijk is wat het kost om deze gebiedsontwikkeling vorm te geven. Ook is gebleken dat onderbouwende onderzoeken nodig zijn om het Masterplan te verrijken. Zo is Bureau Verbeek op dit moment betrokken bij het Masterplan voor wat betreft de landschappelijke component en is een eerste quick scan verricht voor de verkeerstechnischeaspecten.
Om tot een goede integrale aanpak te komen en ook keuzeste maken wordt verwacht dat nog nadere onderbouwingen/ onderzoeken nodig zijn in de fase tot en met de vaststelling van dit Masterplan, zoals bijvoorbeeld een waardestelling van de historisch waardevolle gebouwen/ ensembles in het gebied, voor zover nog niet voorhanden, een ecologisch onderzoek (verbinding Schiepersberg en Savelsbos), alsmede de financiële doorrekening van mogelijke scenario ’s. In bijgevoegde bestuursopdracht
is hiermeede start van dit proces weergegeven.
Na vaststelling van het Masterplan zullen in een uitvoeringsdocument de vervolgstappen en de te bereiken resultaten concreter worden neergelegd. Ten behoeve van de uitvoering zullen wij ook met private partijen alsook met mede overheden afspraken moeten vastleggen over hun inbreng bij de uitvoering van de plannen. Dit zal uiteindelijk leiden tot het afsluiten van een Realisatieovereenkomst met partijen, waarna daadwerkelijk tot realisatie kan worden overgegaan. De bestuursopdracht richt zich op de haalbaarheidsfase, waarbij de eerstestap is het komen tot een Masterplan voor het gebied. Wij zullen vervolgens uw raad meenemen om te komen tot een uitvoeringsdocument, waarin de stappen tot aan realisatie worden omschreven. Ook de inbreng van mede-overheden, initiatiefnemers en andere stakeholders is dan duidelijk omschreven alsmede de rol en verantwoordelijkheid van een ieder. 4
Relatiemet bestaandbeleiden strategische visie/ integraliteit Programma 1: Mens en samenleving (1.3 Kerntaak cultureleidentiteit, erfgoed verankerd in ruimtelijke ontwikkelingen) Programma 2: Landschap en landbouw (2.1.1. Borgen van de kwaliteit van het Zuid-Limburgse Landschap) Programma 4: Wonen (4.01 Realiseren woningbouwplannen) Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch,vastgesteld door de raad 25 augustus 2020
Gevolgen ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------Burgerparticipatie, toelichtingen verantwoording Het op te stellen Masterplan geeft de hoofdlijnen voor de ontwikkeling van dit gebied aan In het kader van de Gebiedsvisie Middenterras is een uitgebreid participatietraject doorlopen en zijn meningen en wensen kenbaar gemaakt. Hiervan wordt ook in dit traject kennis genomen. Prof. Ir. Coenen heeft in de door hem aangegeven inventarisatie en definitiefase vervolgens met vele van de stakeholders in het gebied gesproken om op te halen wat zij belangrijk vinden in het gebied. Ook heeft hij gesproken met initiatiefnemers van plannen in het gebied. Daarnaast zal het concept Masterplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd, zodat een iederalsnog de gelegenheid heeftom ideeën en suggesties in te brengen. Na vaststelling van het Masterplan zal in het Uitvoeringsdocument blijken welkeonderdelen worden opgepakt en zal ook voor die onderdelen de vorm van participatie omschreven zijn, waarbij wij ervan uitgaan dat afhankelijk van het initiatief/ onderdeel het kan gaan van informeren tot aan zelf organiseren. Financiëleen personeleaspecten, incidenteel/ structureel,begrotingspost Prof. Ir. Coenen is gestart met de inventarisatiefase.
Tijdens deze fase is gebleken dat om het gebied op de juiste manier te ontwikkelen als het ware sprake is van het herontdekken/ herstructureren van het gebied, waarin voor de toekomst duidelijk richting gegeven moet worden aan de rode( wonen/ economie), groene (cultuurhistorie/ geologie/landschap/ flora en fauna/ ecologie) en blauwe (water/ infra) componenten, waarbij ook de kwaliteit van de genoemde componenten moet toenemen en waarbij ook de uitspraken zoals gedaan in het Manifest Buitengebied meegenomen worden. Tijdens deze inventarisatie is dan ook gebleken dat niet alleen de inzet van Prof Ir. Coenen in dit stadium essentieelis, maar ook onderbouwende onderzoeken nodig zijn om het Masterplan te verrijken. Zo is Bureau Verbeek op dit moment betrokken bij het Masterplan voor wat betreft de landschappelijke component en is een eerstequick scan verricht voor de verkeerstechnischeaspecten. Om tot een goede integrale aanpak te komen en ook keuzeste maken wordt verwacht dat nog nadere onderbouwingen/ onderzoeken nodig zijn in de fase tot en met de vaststelling van dit Masterplan, zoals bijvoorbeeld een waardestelling van de historisch waardevolle gebouwen/ ensembles in het gebied, voor zover nog niet voorhanden, een ecologisch onderzoek ( verbinding Schiepersberg en Savelsbos), alsmede de financiële doorrekening van mogelijke scenario ’s.
Voor de Poort van het Heuvelland is voor 2021 een budget beschikbaar van: 50.000,--. ( 30.000,-655004 Poort van het Heuvelland en 20.000 6810012 Middenterras). Dit budget is niet toereikend voor het afronden van het Masterplan op een zodanige manier dat op basis hiervan een go/ no go gegeven kan worden voor het vervolg. De verwachting is dat voor nadere onderbouwingen t.b.v. het Masterplan een aanvullend budget nodig is van 70.000,- Dit is dan voor afronding tot en met de vaststelling van het Masterplan. Zoals aangegeven is in de begroting 2021-2024 niet voldoende budget voorhanden om het Masterplan Poort van het Heuvelland uit te voeren. Zoals uit de planning blijkt - vaststelling 5
Masterplan door de raad in september - is het hierdoor niet mogelijk de vraag om extra middelen mee te nemen in de nog op te stellen uitgangspuntennotitie (kadernota) 2022-2025. Wij stellen u derhalve voor de benodigde middelen te dekken uit de algemene reserve,te meeromdat ook nog de mogelijkheden van een GREX worden onderzocht. Eventuele positieve resultaten vloeien dan weerterug naar de algemene reserve. Planning, uitvoeringen evaluatie Februari 2021: Inventarisatiefase Februari - april 2021
Betrekken stakeholders en andere betrokken partijen. Tevens betrekken raad bij de voorbereiding van het Masterplan. Wat vindt de raad belangrijk en wat willen zij graag terugzien.
3 mei 2021
Raadsinfo sessie inzake opzet Masterplan.
Mei -juni 2021
Eersteconcept fysiek-ruimtelijkraamwerk conform
Juni 2021
Aanscherping Concept, na inwinning diverse adviezen op haalbaarheid Aanlevering Concept Masterplan door prof. Ir. Jo Coenen
Juni 2021
Raadsinfo sessie inzake concept Masterplan
Juni-juli 2021
Masterplan naar buiten toe als concept communiceren alsmede ter inzage leggen.
September 2021
Vaststelling Masterplan door raad / inclusief go/ no go op de onderdelen
offerte Prof. Ir. Jo Coenen
Beeldvormende vergadering op 17-5-2021. Besluitvormende vergadering op 25-5-2021. Communicatie In het voortraject, t.b.v. de inventarisatie zijn/ worden gesprekken gevoerd met stakeholders en betrokken partijen/ initiatiefnemers. Er wordt niet breed opgehaald. Dit is gebeurd bij de Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch. Flet concept Masterplan wordt ter inzage gelegd zodat hierop een reactie kan worden gegeven. Reactieszullen bij vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Maatschappelijke effecten Flet gebied Poort van het Fleuvelland wordt ontwikkeld op een integrale wijze, met voldoende aandacht voor de ontsluiting van het gebied, voldoende aandacht voor de N278, die om een opwaardering vraagt alsmede met voldoende aandacht voor het versterken van de kernkwaliteiten van het gebied en met voldoende aandacht voor de overgang tussen stad en land. Risico’s De bestuursopdracht richt zich op een stap in de haalbaarheidsfase en eindigt met een beleidsdocument alsmede met een go/no go ten aanzien van te nemen vervolgstappen. Voldoende aandacht is nodig om betrokken partijen meete nemen in het proces en voldoende draagvlak te creëren, met name ook omdat keuzesgemaakt moeten worden tussen het al dan niet toelaten van bepaalde activiteiten en functies. Daarnaast moeten de resultaten van het Masterplan realiseerbaar en uitvoerbaar zijn.
Er is een krappe planning aangehouden tot en met vaststelling van het Masterplan, die de nodige druk op het proces legt. Dit houdt in dat veel aandacht besteed moet worden aan communicatie en zoals eerdergesteld creëren van voldoende draagvlak. Zonder draagvlak is het plan niet uitvoerbaar Flet college van Eijsden-Margraten De gemeentesecretaris,
De voorzitter,
Mari-An Gerits
Dieudonné Akkermans 6
gemeente
eij sden-margr at en
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeenteEijsden-Margraten gelezen het voorstel van burgemeesteren wethouders; geletop de behandeling in de Beeldvormende vergadering en raadsvergadering;
Besluit: 1.
2.
Het college opdracht geven om conform de Bestuursopdracht Poort van het Heuvelland te komen tot een Masterplan voor de Poort van het Heuvelland en dit ter vaststelling aan de raad voor te leggen op 28 september 2021; € 70.000 te dekken uit de algemene reserveen de begroting conform te wijzigen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 juni 2021.
7
BESTUURSOPDRACHT: Gebiedsontwikkeling Poortvan het Heuvellandfase 1: Masterplan Bestuurlijk opdrachtgever: Bestuurlijk opdrachtnemer Coördinerend wethouder: Programmain begroting:
Startdatum: Beoogde einddatum:
Raad College van burgemeester en wethouders Wethouder Dreessen Programma 1: Mens en samenleving (1.3 Kerntaak culturele identiteit, erfgoed verankerd in ruimtelijke ontwikkelingen) Programma2: Landschapen landbouw(2.1.1. Borgen van de kwaliteit van het Zuid-Limburgse Landschap) Programma4: Wonen (4.01 Realiseren woningbouwplannen) Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch 25 augustus2020 Fase 1: januari2021 Fase 1: oktober 2021
AANLEIDING In 2019 is het proces om te komen tot een Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Meschopgestart. In dit project is uitgegaan van een gefaseerdeaanpak. De eerstestap was gericht op het vaststellen van een visie voor het gehelegebied, alsmede het duiden van een aantal ontwikkellocaties/ ontwikkelthema ’s. Op 25 augustus jl. heeftde raad de Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Meschvastgesteld alsmede zijn een aantal ontwikkellocaties/ thema’s benoemd. De gebiedsvisie legt met name de nadruk op de ruimtelijkekarakteristiek van het landschappelijke raamwerk en een zonering van gebruiksfuncties in het gebied. Ook is aangegeven dat na vaststelling van de visie deze ontwikkellocaties/ thema’s verdervorm worden gegeven en dat per ontwikkelingsgebied een uitvoeringsprogramma wordt opgesteld. Een aantal ontwikkelthema ’s zijn al opgepakt door derden. Poort vanhet Heuvelland Een van de ontwikkelgebieden betreft de Poort van het Heuvelland. Gezien de veleontwikkelingen in die gebied ( sporthal, LTS gebouw, missiehuis, Keerpunt etc.) is hoge prioriteit aan dit gebied toegekend. Poortvan het Heuvelland
! Si?I Futuurzonfr/ goudgtocrttmtiwmnc manschalq jqrarl^h cidmurland^chap •x&p aqrjnschiuhuuriïoiici'ïjp
''uptrc voor(pafcuur /voedjolI
NaiUtikSQQQ CDnctf-rtrall^obled «rbll/irt<ywtle fciKitl-Mir-dl ■.I.kIv .* iluipvpivi:lil
m rijJt\nKrra-rwrl De N278 vormt samen met het aanliggende gebied de Poort van het Heuvelland. De N278 is de entree naar het Heuvelland. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg (reliëf, groen karakter, cultuurhistorisch erfgoed, contrast tussen open en besloten) zijn hier allemaal voorhanden maar het ontbreekt aan samenhang en presentatie hiervan. Om meerbetekenis te kunnen geven aan die gebied als uithangbord van Nationaal landschap Zuid-Limburg is het noodzaak om de ruimtelijkekwaliteiten te ordenen en te verbinden zodat meersamenhang en herkenbaarheid ontstaat. Vanwege functiewijzigingen en leegstand van ( cultuurhistorisch waardevol) vastgoed is een integrale visie op herontwikkeling nodig.
In het projectfiche Poort van het Heuvelland ( bijlage 1) is de probleemstelling voor de Poort van het Heuvelland weergegevenen is aangegeven dat een integrale visie op herontwikkeling nodig is. Deze integrale visie moet als basis dienen voor de herontwikkeling van het gebied. Een herontwikkeling die opgepakt moet worden, samen met betrokken partijen, stakeholders en mede-overheden. Een herontwikkeling/ herstructurering die gekenmerktwordt als een gebiedsontwikkeling. Bij deze gebiedsontwikkeling wordt de navolgende fasering aangehouden: Fase 1: Initiatieffase Fase 2: Haalbaarheidssfase ( op te splitsen in definitiefase van de kant van de overheid alsmede ontwerp en voorbereidingsfase aan de kant van (markt)partijen) Fase 3: Realisatiefase Fase 4: Beheersfase Deze bestuursopdracht richt zich op fase 2. De resultaten van fase 2 vormen de input voor fase 3: de Realisatiefase. Om invulling te geven aan de definitiefase is aan Prof. Ir. Jo Coenen opdracht gegeven om een Masterplan voor het gebied op te stellen. Dezefase eindigt op het moment dat het Masterplan, zoals op te stellen door prof. Ir. J. Coenen wordt vastgesteld door de raad, en de contouren voor het Uitvoeringsprogramma zichtbaar zijn. Prof. Ir. J. Coenen zal in zijn Masterplan niet alleen kwalitatieve inbreng leveren maar ook rekenen, zodat ook duidelijk is wat het kost om deze kwaliteit te bereiken.
Dit Masterplan wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
DOEL Het ontwikkelen van het gebied Poort van het Heuvelland op een integrale wijze, met voldoende aandacht voor de ontsluiting van het gebied, voldoende aandacht voor de N278, die om een opwaardering vraagt alsmede met voldoende aandacht voor het versterken van de kernkwaliteiten van het gebied en met voldoende aandacht voor de overgang tussen stad en land
RESULTATEN 1. Een integraal Masterplan waarin samenhangis tussen infrastructuur,stedenbouw en landschapen dat samen met partijen in het gebied totstand komt. 2. Aan de hand van integraal Masterplan go/no gomoment 3. De contourenvan een (uitvoerings)programma gericht opinfrastructuur,stedenbouw en landschap opbasis van dit integraal Masterplan, waarin de rol en inbrengvan betrokken en te betrekken partijen geduid wordt. 3. Een samenwerking met private partijen en overheidspartijen om het Uitvoeringsprogramma verder vorm en inhoudte geven en tot stand te brengen.
RISICOPROFIEL (kritische succesfactoren) Risico: Midden Deze bestuursopdracht richt zich op de haalbaarheidsfase en eindigt met een beleidsdocument alsmede met een go/no go ten aanzien van te nemen vervolgstappen. Voldoende aandacht is nodig om betrokken partijen meete nemen in het proces en voldoende draagvlak te creëren, met name ook omdat keuzes gemaakt moeten worden tussen het al dan niet toelaten van bepaalde activiteiten en functies.
De aansturing van dit Masterplan geschiedt door de Stuurgroep Poort van het Heuvelland. Daarnaast moeten de resultaten van het Masterplan realiseerbaar en uitvoerbaar zijn. Er is een krappe planning aangehouden tot en met vaststelling van het Masterplan, die de nodige druk op het proces legt. Dit houdt in dat veel aandacht besteed moet worden aan communicatie en zoals eerdergesteld creëren van voldoende draagvlak. Zonder draagvlak is het plan niet uitvoerbaar.
Randvoorwaarden De raad geeftopdracht aan het college binnen realiseren.
de randvoorwaarden
het gestelderesultaat te
Financieel Voor de Poort van het Heuvelland is voor 2021 een budget beschikbaar van: 50.000,-. ( 30.000,655004 Poort van het Heuvelland en 20.000 6810012 Middenterras). Dit budget is niet toereikend voor het afronden van het Masterplan op een zodanige manier dat op basis hiervan een go/ no go gegeven kan worden voor het vervolg. Voor nadere onderbouwingen t.b.v. het Masterplan wordt een aanvullend budget beschikbaar gesteld van 70.000,- . Tevens spant het college zich in om dit te plaatsen op de versnellingsagenda van de provincie te plaatsen ( Kader kwaliteit Limburgse Centra) waardoor naast commitment ook financiële inbreng van de provincie gegenereerdkan worden. Organisatie Raad Stelt het Masterplan Poort van het Heuvelland vast. De raad wordt betrokken bij dit Masterplan door informatiesessies. Algemene informatie / stand van zaken met betrekking tot het budget krijgt de raad middels de tweemaandelijkseinformatiebrief Gebiedsvisie Middenterras. College van burgemeesteren wethouders Het college van burgemeesteren wethouders neemt besluiten die nodig zijn met het oog op de voortgang van het proces alsmede neemt besluiten over stukken die voorgelegd worden aan de raad Stuurgroep De stuurgroep bepaalt de richting in het proces en bewaakt het proces om te komen tot een Masterplan. De stuurgroep geeftakkoord op het vrijgeven van documenten voor consultatie en besluitvorming.
De Stuurgroep bestaat uit Een coördinerend portefeuillehouder, tevens zijnde portefeuillehouder Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Milieu, Monumenten/cultureel erfgoed en Vergunningen, zijnde wethouder Dreessen De portefeuillehouder Landschap, Immaterieel/cultureelerfgoed, Toerisme en Recreatie,zijnde wethouder Jacobs De adjunct-directeur, Francois Kool. De stuurgroep wordt ondersteund door de projectmanager. Prof. Ir. Jo Coenen neemt in zijn rol als adviseur deel aan de Stuurgroepvergadering. Andere deskundigen worden als dat nodig is uitgenodigd om in de hoedanigheid van adviseur, de Stuurgroep te adviseren.
Planning De bestuursopdracht wordt uitgevoerd conform de navolgende planning Februari 2021 Inventarisatiefase Masterplan Februari - april 2021
Betrekken stakeholders en andere betrokken partijen bij het Masterplan. Tevens betrekken raad middels informatiesessie
Mei 2021
Eersteconcept fysiek-ruimtelijk raamwerk gereed
Mei-juni 2021
Aanscherping Concept, na inwinning diverse adviezen op haalbaarheid Aanlevering Concept Masterplan door prof. Ir. Jo Coenen
Juni 2021:
Raad informeren over concept Masterplan middels een informatiesessie
Juni-juli 2021
Masterplan naar buiten toe als concept communiceren alsmede ter inzage leggen.
September 2021
Vaststelling Masterplan door raad / inclusief go/ no go op de onderdelen
COMMUNICATIE/ INFORMATIE In het voortraject, t.b.v. de inventarisatie zijn/ worden gesprekken gevoerd met stakeholders en betrokken partijen/ initiatiefnemers. Er wordt niet breed opgehaald. Dit is gebeurd bij de Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch. Flet concept Masterplan wordt ter inzage gelegd zodat hierop een reacties kunnen worden gegeven en suggesties kunnen worden gedaan. Dezeworden bij de vaststelling aan de raad voorgelegd.
PARTICIPATIE Het op te stellen Masterplan geeftde hoofdlijnen voor de ontwikkeling van dit gebied aan. Prof. Ir. Coenen heeft in de door hem aangegeven inventarisatie en definitiefase met veel stakeholders en initiatiefnemers in het gebied gesproken. Daarnaast zal het concept Masterplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd, zodat een iederalsnog de gelegenheid heeftom ideeën en suggesties in te brengen. Na vaststelling van het Masterplan zal in het Uitvoeringsdocument blijken welkeonderdelen worden opgepakt en zal ook voor die onderdelen de vorm van participatie omschreven zijn, waarbij wij ervan uitgaan dat afhankelijk van het initiatief/ onderdeel het kan gaan van informeren tot aan zelf organiseren.
(mee)beslissen coproduceren adviseren raadplegen informeren
SOCIAL RETURN Binnen dit project wordt wel/geen social return toegepast
AANDACHTSPUNTEN Andereaandachtspunten • • • •
Relatie met andere projectfiches Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch/overlap benutten. Relatie met plannen op Maastricht grondgebied, grenzend aan dit gebied. Relatie tot het centrum Cadier en Keer, herontwikkeling/ woningbouwprogramma. Relatie tot Omgevingsvisie Onderstaand wordt de relatie tot de Omgevingsvisie aangegeven:
Maatschappelijk draagvlak
Bijlage 1:
Financieel economisch haalbaar
Gebiedsvisie MiddenterrasBemelen-Mesch
1. Poort vanhet Heuvelland Een groot aantal bewoners en bezoekers van Zuid-Limburg maakt gebruik van de N278 als entreetot het heuvelland of als Onter)regionale verbindingsroute naar verdergelegen gebieden. Het gebied tussen Maastricht en Cadier en Keervormt daarbij het grote uithangbord waarbij de kernkwaliteiten aan de weggebruiker gepresenteerd worden en daarmee een referentiezijn voor het gehelegebied. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg zijn hier allemaal voorhanden. Reliëfin de vorm van de dalwand van het Maasdal, Cultuurhistorie in de vorm van de rijksmonumentale gebouwen, Groene karakter in de vorm van het Savelsbos, de opgaande landschapselementen en de hamsterkernleefgebiedenen Afwisseling open besloten in de vorm van de beslotenheid rondom de wand van het Maasdal, de markante uitzichten en de openheid van het gebied tussen Maastricht en de dalwand. Activiteiten van bewoners, ondernemers, verenigingen en instellingen dragen al dan niet in onderlinge samenwerking bij aan de duurzame instandhouding van deze kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten vormen op hun beurt een ruimtelijk kader voor het ontplooien van nieuwe activiteiten binnen dezeomgeving. Juist aan de samenhang en presentatie van de kernkwaliteiten schort het bij het betreden, dan wel doorkruisen van dit gebied.
Om meerbetekenis te kunnen geven aan dit gebied als uithangbord van Nationaal Landschap Zuid-Limburg is het noodzaak om de ruimtelijkekwaliteiten te ordenen en te verbinden zodat meersamenhang en herkenbaarheid ontstaat. Vanwege functiewijzigingen en leegstand van vastgoed verdient dit gebied een integrale visie op herontwikkeling. Welkefuncties moeten behouden blijven en welkefuncties kunnen toegevoegd worden? De N278 vormt een fysieke en verkeerskundigebarrière tussen de afzonderlijke delen binnen dit gebied zo blijkt ter plekke en uit het participatietraject. Deze barrière doet afbreuk aan de ruimtelijkesamenhang en beleving van het gebied. Als gevolg hiervan is de ontsluiting van de afzonderlijke delen binnen het gebied onoverzichtelijk en daardoor onveilig. Indien een herontwikkeling van het totale gebied aan de orde is, is een herziening van de verkeerskundigesituatie sowieso aan de orde.
Probleemstelling •
•
• ■ • •
• • •
De golfbaan is gelegen op een unieke locatie in het landschap. De aanwezige beplantingen zijn nog redelijkjong, zodat de aansluiting van de groenstructuren op de karakteristiek van het omringende landschap nog enigszins onduidelijk is. Niet-golfers ervaren de golfbaan als een vreemd, niet passend elementin het landschap en missen uitzicht over het Maasdal vanaf het wandelpad. Landgoed Keerderbergheefteen nieuwe eigenaar en wacht op een nieuwe invulling van het gebouwencomplex. Een gedeeltevan het complex is nog als verzorgingshuis in handen van de oorspronkelijk eigenaar. De noord-zuid ontsluiting in het gebied voor wandelaars, maar ook voor natuur, is niet optimaal. In oost-west richting vormt de N278 geen optimale route voor fietsers en wandelaars, medevanwege de steileopgang naar Cadier en Keer. De ontsluiting van de diverseterreinen via de N278 en de kern Cadier en Keeris onoverzichtelijk en weinig representatief. De weg fungeert als doorgaande weg buiten de bebouwde kom met hoge verkeerintensiteit,terwijl langs de weg ook een reeks uitritten van privékavels, langsparkeren en bushaltes aanwezig is. De weg voelt als een barrière tussen het gebied zuidelijk en het gebied noordelijk van de weg. Het gebied kent een herbestemmingsopgave voor meerdereen deels rijksmonumentale bouwblokken (sporthal, voormalige LTS, Keerpunt).
Het gebied heeft een verrommeld en afgeschermd karakter waarbij de oorspronkelijke samenhang tussen de rijksmonumentale gebouwen verloren is gegaan.
Kansen,bedreigingen,trendsen ontwikkelingen • • • • ■ • • • • • • •
Vergoten van de herkenbaarheid en samenhang van de Poort van het Heuvelland an sich; Vergroten van de herkenbaarheid en samenhang van de kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Zuid-Limburg; Vergroten ruimtelijke samenhang en thematiek tussen de verschillende delen binnen het gebied; Vergroten van de verkeersveiligheidt.a.v. de ontsluiting van het gebied m.b.t. de huidige status quo; Vergroten van de verkeersveiligheidta.v. de ontsluiting van het gebied i.r.t. een eventueleherontwikkeling van het gebied; Onbalans in de omgevingsdynamiek vormt een bedreiging voor het functioneren van het gebied; Huidige status quo is verkeerskundig discutabel; Eventuele herontwikkeling gebied verergertde verkeerskundigesituatie; Het niet ingrijpen in de verkeerskundigesituatie beperkt ontwikkelpotentie gebied; Ontwikkelen vanuit de overtuiging: fysiek ingrijpen als middel, niet als doel; Natuur inclusief ontwerpen; Ontwerpen vanuit een gebiedspropositie; Verdieping op de 'why' op micro, meso en macro niveau.
Wat gaanwe doen?
Ideeënen suggesties vanbelanghebbenden en belangstellenden » • • • •
• • • • •
• • • • •
• •
•
Verbeteren uitzichtvanafwandelpad over golfbaan Verbeteren landschappelijke inbedding/uitstralinggolfbaan Herbestemming Keerderberg Verblijfsrecreatie realiseren bij golfbaan Ruimtelijke samenhangaanbrengen Problematiek ontsluiting gebied aan weerszijden N278onder aandacht RL brengen Verbinding maken voorfietsers en voetgangersover/onder de N278 Verbeteren oversteekbaarheid N278 Verbeteren ontsluiting aan weerszijden N278 Natuurgebieden Savelsbos en Schiepersberg aaneenschakelen Slopenofherbestemmen sporthal/ LTS Sporthallandschappelijkinpassen Opwaarderen ofverwijderen stadscampingMaastricht Verkooplokaalgeteelde groente en fruit Groene invulling omgeving't Keerpunt Uitbreiden SOVSO met ambachtschool Éénrobuustcentrum vooralles wat de gemeente te bieden heeft (AgroLeisure Park) Ruimtelijke samenhangaanbrengen
het gebied zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden qua thematiek. Het niet of onvoldoende ingrijpen in èén van de gebiedsdelen maakt investeringen in overige gebiedsdelen onrendabel. De basisbehoefte van het gebied bestaat uit het organiseren van de infrastructuur op alle niveaus. De secundaire behoefte bestaat uit een ruimtelijk kader waarbinnen de verhoudingen tussen stedenbouw en landschap worden gedefinieerd. In dit kader kan ook het sociale aspect van ontmoeting en de relatie tussen de verschillende gebiedsdelen worden opgenomen. Concreet betekent het bovenstaande dat voor dit gebied een integraal masterplan moet worden opgesteld waarbij in de basis gekeken wordt naar de infrastructuur. Deze infrastructuur heeft in dit gebied meerdere functie die even belangrijk zijn, wil het gebied zich uniform als Poort van het Heuvelland kunnen presenteren. Dit is randvoorwaardelijk. Het Stedenbouwkundige en Landschappelijk aspect komt niet op de eersteplaats, maar is wel van evident belang. Met dit aspect wordt de herkenbaarheid en onderlinge samenhang benadrukt.
Het gebied vraagt om een integrale herontwikkeling. De afzonderlijke delen van
POTENTIËLE PROJECTPARTNERS Gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht, provincie Limburg Terreineigenaren rondom de N278 Staatsbosbeheer en Stichting het Limburgs Landschap