CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210525 15c bijlage 2 raadsvoorstel - Beantwoording gestelde vragen tijdens Lijn-50 bijeenkomst d.d. 1 maart.pdf

* Raadsvergaderingen 1 juni 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bouwstenennotitie Omgevingsvisie Lijn 501.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nog niet besproken/behandelde vragen tijdens de Lijn 50-bijeenkomst over de Bouwstenennotitie Omgevingsvisie, d.d. 1 maart 2021 1. Frans Derksen (Gulpen-Wittem) 1.1. Kunnen de scholen alsnog achteraf benaderd worden (omdat dit vanwege Corona niet meer is gelukt)? Uiteindelijk zijn zij de inwoners van de toekomst en zullen zij de dragers van onze regio zijn. In fase 2 van de totstandkoming van de omgevingsvisie lijn50 bestaat er nog volop gelegenheid om te participeren. Daarbij zullen we wederom actief contact leggen met de scholengemeenschap en het verenigingsleven. Scholengemeenschap Sophianum heeft reeds aangegeven hiervoor open te staan en haar medewerking daaraan te verlenen. Door het participatietraject in fase 1 zijn er reeds warme contacten ontstaan en kunnen we daarvan ook in fase 2 wederom gebruik maken. 1.2. We zitten in Lijn-50 verband, maar kunnen onderdelen per gemeente meer naar voren komen dan bij de collegae gemeenten? Bijvoorbeeld zorg in Gulpen-Wittem. We zouden deze resultaten graag ontvangen.Uit de kwalitatieve analyse is gebleken dat er slechts heel beperkt en marginaal verschillen tussen de gemeenten bestaan. Er is sprake van een grote gemene deler wat betreft de opbrengst van de online-bevraging. 2.

Gino Luchesi (Vaals) 2.1 Euregio en Omgevingsvisie? Kunt u de link uitleggen? Met de Omgevingswet dienen we toch zorg te dragen voor een integrale beleidsaanpak in het ruimtelijk domein op nationaal niveau? Ondanks dat onze omgevingsvisie primair gericht is op de lijn50-regio betekent dat niet dat we in de omgevingsvisie geen invloeden van euregionale ontwikkelingen kunnen of mogen betrekken. Juist deze euregionale ontwikkelingen en potenties kunnen de keuzes die de lijn50-regio gaat maken beïnvloeden. Daarnaast heeft de internationale/euregionale positie en kansen van de regio er mede toe geleid dat we door het Rijk zijn aangewezen als NOVI-gebied in het kader van de Nationale Omgevingsvisie. 2.2 Wat wil men nu? Rust en ruimte? Of werkgelegenheid? Men wil jonge mensen aantrekken/behouden. Denkt u dat die blijven zonder dat hier voldoende werkgelegenheid is? Hoewel er sprake kan zijn van verschillende toekomstperspectieven hoeven deze elkaar niet per definitie te bijten. Ook wanneer het accent gelegd wordt op rust en ruimte, biedt dat kansen voor bepaalde typen van bedrijvigheid die juist daarin hun verdienmodel kunnen vinden. Denk aan de branche toerisme en recreatie en alle beroepen die daar weer aan vast hangen. De plaatselijke bakkers draaien een groot deel van hun omzet via toerisme.

2.3 Weten de ontwikkelaars van de Einsteintelescoop (ET) niet dat we precies binnen ons gebied een aardbevingsgebied hebben? Het consortium dat zich bezig houdt met de Einsteintelescoop is op de hoogte van het feit dat de lijn50-regio/euregio gelegen is in een gebied met seismische activiteit. Er komen weliswaar aardbevingen voor, doch deze zijn echter incidenteel van aard en daardoor niet nadelig van invloed op de eventuele komst van de ET. Verstoringsbronnen (o.a. trillingen, geluid) die daarentegen een structureler karakter hebben zijn wel onwenselijk. Zuid-Limburg is juist vanwege zijn bodemstabiliteit uitermate geschikt voor de ET. De aardbevingen rondom Aken en de Feldbiesszone hebben geen nadelige invloed op de metingen die de ET gaat verrichten en kunnen juist heel goed worden uitgefilterd. Daarnaast kan de ET ook veel werkgelegenheid voor ZuidLimburg opleveren waar ook de lokale ondernemers weer van kunnen profiteren. 3. Franklin Boon (Eijsden-Margraten): 3.1 De woonwensen, die nogal radicaal zijn en tot op heden in onze plannen onherkenbaar, zijn deze door de respondenten aangegeven of voor hen ingevuld? Er zijn verschillende typen woonwensen kenbaar gemaakt variërend van meer traditionele woonvormen voor voor starters en senioren, maar daarentegen ook woonwensen die tegemoet komen aan nieuwe woonvormen zoals tinyhouses, ecolodges, off-the-grid-woningen etc. 4.

Hanne Koenen (Eijsden-Margraten): 4.1 In hoeverre kan ons groenaanbod ‘wisselgeld’ zijn voor energieopwekking? In beginsel kan dat principe wel als uitgangspunt ingebracht worden in de wijze waarop het energievraagstuk kan worden benaderd. Het RES-proces is daarvoor het geschikte platform.

5. Fon Kistermann (Gulpen-Wittem): 5.1 Op het Sophianum hebben we leerling panels/- platforms die zijn heel gemakkelijk bereikbaar via de teamleiders. Makkelijk voor een bevraging. In fase 2 van het traject zullen we hiervan gebruik maken. Zie verder ook de beantwoording van vraag 1.1. 6. Constance Kerremans (Gulpen-Wittem): 6.1 Ik mis aandacht voor cultuur. Moet integraal deel uitmaken van leefomgeving en toeristisch aanbod. Cultuur is zeker door onze burgers naar voren gebracht in de onlinebevraging en zit ook verweven in de verschillende toekomstperspectieven. Wij zullen desondanks het cultuuraspect nadrukkelijker tot zijn recht laten komen in het document. 7. Jean Weling (Eijsden-Margraten): 7.1 Beschikken we over bestuurlijk instrumentarium om deze beelden te realiseren? Voor een groot deel zullen we de uitvoering van de toekomstperspectieven samen met onze burgers en maatschappelijke partners ten uitvoer moeten brengen. Daarom is het belangrijk dat bij de keuze voor een toekomstperspectief in fase 2 zoveel mogelijk mensen zich hierin herkennen en er breed maatschappelijk draagvlak aanwezig is. De gepresenteerde toekomstperspectieven vragen elk om een bepaalde vorm van governance. Deze governance bestaat uit een samenspel van (bestuurs)cultuur, structuur, samenwerkingsverbanden, werkwijze en acties. Samen met de beschikbare juridische instrumenten (o.a.

omgevingsvisie, omgevingsplan) kan vervolgens gestuurd worden op het realiseren van de wenselijke beelden. Daarnaast zijn deze beelden / perspectieven niet statisch, maar zullen ze gedurende de (realisatie)tijd bijgesteld kunnen/moeten worden; de wereld staat niet stil en de gepresenteerde beelden kunnen dientengevolge aan verandering onderhevig zijn. Daarbij moeten we inspelen op kansen/ontwikkelingen die we nu nog niet kennen en tegelijkertijd rekening houden met grenzen zoals beschikbaar juridisch instrumentarium en beschikbare budgetten. De omgevingsvisie is een dynamisch document en de uitvoering daarvan zal dus ook de nodige flexibiliteit moeten betrachten. 8. Cor Hanssen (Eijsden-Margraten): 8.1 Communicatie over grenzen heen moet twee kanten op. Ook van onze buren naar ons toe. Bijvoorbeeld uitbreiding vliegveld Bierset. Hoe kunnen we die communicatie verbeteren? Een van de belangrijkste aspecten van de Omgevingswet betreft het vormgeven van een nieuw governance-model dat nodig is om op basis van een andere werkwijze en besturingssystematiek de maatschappelijke doelen beter te kunnen bereiken. Daar hoort ook een goed afgestemde participatie- en communicatiestrategie bij waarbij, in onze euregio, vanzelfsprekend ook de internationale betrekkingen van belang zijn. 9.

Maria Janssen (Eijsden-Margraten): 9.1 Wat is mogelijk voor Lijn-50 als de landelijke wetgeving daarvoor nog geen ruimte biedt? Denk aan aanpakken schaalniveau, prikkels voor kleinschalige landbouw. De omgevingswet biedt straks mogelijkheden om binnen de bandbreedtes van deze wet ook lokale afwegingen te maken / bestuurlijke ruimte te creëren voor aanscherping (of versoepeling) van landelijke regels. 10. Wien Hendriks (Gulpen-Wittem): 10.1 Wellicht een tip voor de collega raadsleden van E-M en Vaals om de ontwikkelingen te volgen van de pilot Boerderij van de toekomst in de buurt van Trintelen. De uitkomsten van de pilot boerderij van de toekomst kunnen straks ook input vormen voor de omgevingsvisie en de wijze waarop het landbouwvraagstuk c.q. de transformatie van de landbouw aangepakt kunnen worden. 11. Kirsten Packbiers (Vaals): 11.1 Kan er aan de hand van de vragen en resultaten niet toch een soort van doorvertellen gemaakt worden? Zoals ik al zei: Het lijkt soms tegenstrijdig zou een interessante basis voor een nieuwe bijeenkomst. Met de afronding van fase 1 van de omgevingsvisie

(bouwstenennotitie) start feitelijk ook gelijk fase 2 (omgevingsvisie). In fase 2 kunnen de toekomstperspectieven verder uitgewerkt worden waarbij schijnbare tegenstellingen in perspectieven nader belicht zullen worden.

12. Thijs Jussen (Vaals): 12.1 Neem de landschapsvisie van 2009 van Wageningen mee als opzet voor een nieuwe inrichting van ons landschap. Bestaande beleidsdocumenten die actualiteitswaarde bezitten en waardevol zijn voor het vervolgtraject vormen eveneens bouwstenen voor de omgevingsvisie en de doorvertaling richting omgevingsplan. 13. Sacha Vos / Rene Nijssen (Gulpen-Wittem): 13.1 Zou ik de uitslagen van Gulpen-Wittem kunnen ontvangen? Met betrekking tot de bouwstenennotitie. Antwoorden van bijlage 2. De uitslagen van de enquête zitten in een zogenaamde database die enkel met speciale technische software bruikbaar is. Pantopicon heeft derhalve de uitslagen in een voor u eenvoudig te raadplegen document opgemaakt en dat document stellen wij u bijgaand graag beschikbaar. Wel betreffen dit gegevens op lijn50-niveau en niet per gemeente. Uit de kwalitatieve analyse is gebleken dat er slechts heel beperkt en marginaal verschillen tussen de gemeenten bestaan. Er is sprake van een grote gemene deler wat betreft de opbrengst van de online-bevraging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=ad7588bd-c1a2-489d-82af-d89ff400def9