CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210525 14c EM - Beleidskader zonne- en windenergie.docx

* Raadsvergaderingen 1 juni 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg (RES-ZL 1.0)7.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSKADER ZONNE- EN WINDENERGIE

Datum: 14 april 2021 Versie: concept 1.0 Auteur: A.T. Pathuis, (Driven by Values)

1

INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING

3

2. INLEIDING

4

2.1. AANLEIDING 3. TOTSTANDKOMING BELEIDSKADER

4 6

3.1. PARTICIPATIETRAJECT

6

3.2. SCOPE

7

3.3. AFWEGINGEN

7

4. BELEID 4.1 UITGANGSPUNTEN 5. KADERS

9 9 11

5.1 RELATIE TOT DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE

11

5. 2 BESTAAND GEMEENTELIJK BELEID

11

6. UITVOERING

12

7. BIJLAGEN

13

BIJLAGE 1: UITGANGSPUNTEN VOOR DE ONTWIKKELING VAN GROOTSCHALIGE ZONNE- EN WINDENERGIE

13

BIJLAGE 2: SAMENVATTING PARTICIPATIETRAJECT BELEIDSKADER ZONNE- EN WINDENERGIE 18 OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN SUGGESTIES

22

BIJLAGE 3: KAART GROOT FORMAAT

23

2

1. Samenvatting Dit beleidskader zonne- en windenergie beschrijft het beleid met betrekking tot de opwek van grootschalige zonne- en windenergie binnen de gemeente Eijsden-Margraten. Het is tot stand gekomen als gevolg van een zorgvuldig participatieproces waarbij de ambtelijke organisatie, inwoners, belangenorganisatie (o.a. natuur, milieu, toerisme), het bedrijfsleven en de gemeenteraad zijn betrokken. In samenspraak met deze belanghebbenden is getracht een zorgvuldige afweging te maken omtrent de belangrijkste aspecten van zonne- en windenergie in het buitengebied. Dit betreft: ■ De landschappelijke impact; ■ De bijdrage aan duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente; ■ Verdeling van lasten en lusten; ■ Locatieaspecten zoals de omvang van het project en of deze te centreren op een beperkt aantal locaties of te verspreiden over de gemeente. ■ Draagvlak Alle aspecten in overweging nemende wegen de impact van zonne- en windenergie op het landschap, de landschappelijke kenmerken en (cultuurhistorische) waarden zwaarder dan de opwek van duurzame elektriciteit middels zonne- en windenergie. Dit resulteert in het volgende beleidsuitgangspunt: het buitengebied in de gemeente is uitgesloten voor zonne-energie op land.

Met betrekking tot windenergie is op basis van beschikbare analysekaarten van het Nationaal Programma RES geconcludeerd dat alleen een gebied ten zuiden van Eijsden mogelijkheden biedt voor wind-, en eventueel zonne-energie als die juridisch en ruimtelijk haalbaar is. Deze haalbaarheid wordt tijdens de uitvoering van dit beleid verder onderzocht. Op het moment dat hier in de toekomst windenergie gerealiseerd wordt, biedt dit beleidskader de mogelijkheid om de opwek van windenergie in combinatie met zonne-energie te bewerkstelligen, om zo het principe van multifunctioneel ruimtegebruik toe te passen. Dit principe overschrijdt dan de uitsluiting van het buitengebied voor zonne-energie voor deze specifieke locatie. In plaats van de opwek van zonne- en windenergie in het buitengebied is de gemeente voornemens om in te zetten op het terugdringen van de energievraag door het stimuleren van energiebesparende maatregelen, zoals het isoleren van woningen en utiliteiten. De opwek van duurzame elektriciteit middels zonne-energie dient in eerste instantie plaats de vinden op de daken van gebouwen (zon-op-dak). Dit beleidskader is een aanvulling op de bestaande klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2040 en is leidend in de bijdrage van de gemeente aan de Regionale Energiestrategie.

3

2. Inleiding 2.1. AANLEIDING Met de ondertekening van het Klimaatakkoord op 18 september 2015 in Parijs maakt de wereldgemeenschap een belangrijke stap naar wereldwijde en concrete acties om vergaande klimaatverandering tegen te gaan. Over de hele wereld stijgt de bewustwording over het onderwerp en wordt de urgentie gevoeld om lokaal actie te ondernemen. Het Nederlandse Klimaatakkoord geeft een nationale doelstelling voor het terugdringen van broeikasgassen met 49 procent in 2030 en 95% in 2050. Een belangrijke strategie om dit doel te bewerkstelligen is de opwek van hernieuwbare elektriciteit. De twee beste technieken die momenteel beschikbaar zijn om dit te bewerkstelligen zijn zonne- en windenergie. Het Nationaal klimaatakkoord definieert een doelstelling voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit van 35 TWh op land en 49 TWh op zee in 2030. Gezamenlijk moet dit goed zijn om 70% van de nationale elektriciteitsbehoefte in 2030 duurzaam in te vullen. Deze opgave wordt momenteel regionaal vormgegeven door middel van de Regionale Energiestrategie.

Figuur 1: transitie van ons energiesysteem

De bredere context voor het vraagstuk van duurzame energie is een veranderend energiesysteem in Nederland. Kenmerkend voor deze energietransitie is het uitfaseren van het gebruik van fossiele brandstoffen en hiervoor in de plaats inzetten op de opwek van duurzame energie. Daarnaast vindt er een verandering plaats van een vraag gestuurd systeem naar een aanbod gestuurd systeem, waarbij met name de opwek van elektriciteit niet langer centraal plaatsvindt in een aantal energiecentrales, maar in de vorm van zonne- en windenergie meer en meer decentraal opgewekt wordt. Op 29 september 2021 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten ingestemd met de concept Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg (RES ZL). Met dit raadsbesluit heeft de gemeenteraad het college van B&W verzocht tot het opstellen van dit beleidskader zonne- en windenergie. Aanleiding voor dit verzoek waren de opgenomen zoekgebieden voor zonne- en windenergie in de concept RES ZL. Deze zoekgebieden, die gebaseerd zijn op de technische potentie voor de gemeente, geven een beeld van de gemeente waarin er een grote technische potentie is voor zonne-energie op bestaande landbouwgronden. Echter, deze technische potentie houdt geen rekening met de wensen van de omgeving en het draagvlak voor het daadwerkelijk realiseren van zonne- en windenergie.

Om een sociaalmaatschappelijke afweging te kunnen maken of, waar en onder welke voorwaarden zonne- en windenergie een plaats zou kunnen krijgen in de definitieve RES ZL 1.0 dient de technische potentie te worden getoetst aan beleidsuitgangspunten voor zonne- en windenergie. Omdat bestaand beleid ontoereikend is om dit te doen, is besloten tot het opstellen van dit beleidskader zonne- en windenergie. Daarnaast bestaat er een sterkte behoefte om de omgeving hierbij nadrukkelijk te betrekken middels een participatietraject. Het beleidskader zonne- en windenergie is niet alleen van belang voor het bepalen van het RES 1.0 bod van de gemeente Eijsden-Margraten. Het schept met de opgesteld beleidsuitgangspunten duidelijkheid voor inwoners,

4

bedrijven, belangenorganisaties en marktpartijen die zonne- en windenergie willen ontwikkelen. Het beleidskader zonneen windenergie geeft aan welk standpunt de gemeente inneemt ten opzichte van de ontwikkelingen voor zonne- en windenergie en welke plaats deze ontwikkelingen binnen de gemeente nu en in de toekomst innemen.

5

3. Totstandkoming beleidskader 3.1. PARTICIPATIETRAJECT Op 3 november 2020 heeft het college van B&W ingestemd met het plan van aanpak: beleidskader zonne- en windenergie. In dit plan van aanpak is een participatietraject beschreven om te komen tot het opstellen van dit beleidskader. Bijlage 2: Samenvatting participatietraject beleidskader zonne- en windenergie geeft een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en bijbehorende uitkomsten. Het participatietraject was zowel procesmatig als inhoudelijk dusdanig ingericht dat een grote verscheidenheid aan belangen en standpunten gehoord kon worden. Procesmatig zijn er aparte bijeenkomsten georganiseerd voor de ambtelijke organisatie, het college van B&W, de gemeenteraad, inwoners en belangenorganisaties. Inhoudelijk was de insteek dat er kennisoverdracht plaatsvond over het onderwerp door (een) expert(s), deelnemers inhoudelijk verdiepende vragen konden stellen en er ruimte was voor een gesprek/ discussie over de te maken afwegingen voor dit beleidskader1. De onderstaande tijdlijn geeft een overzicht van de bijeenkomsten binnen het participatietraject.

Figuur 2: chronologische weergave van de bijeenkomsten in het participatieproces

De consultatie met het college van B&W op 23 februari 2021 resulteerde in een inhoudelijk aanpassing van het proces ten opzichte van de uitgangspositie van het participatietraject. Initieel was het proces erop gericht om te bepalen of, waar, en onder welke voorwaarden grootschalige zonne- en windenergie ontwikkelingen kunnen plaatsvinden binnen de gemeente Eijsden-Margraten. Tijdens de consultatie gaf het college van B&W, na het maken van haar afweging, onder andere aan geen mogelijkheden te zien voor zonne-energie op landbouwgronden in het buitengebied (buiten de bebouwde kom). Daarnaast verzocht het college van B&W om dit standpunt in het resterende traject te communiceren naar de betreffende belanghebbenden (inwoners, de gemeenteraad en belangenorganisaties). Het standpunt van het college van B&W beantwoorde de vraag of er in de toekomst ruimte was voor zonne-energie op land met een duidelijk nee. Het communiceren van deze boodschap in het resterend traject had een begrijpelijke impact op de discussie over de voorwaarden waaronder zonne- en windenergie mogelijk een plek zouden kunnen krijgen in de gemeente. Desalniettemin heeft het participatietraject geresulteerd in uitgangspunten voor grootschalige zonne- en windenergie op land (zie bijlage 1: uitgangspunten voor de ontwikkeling van grootschalige zonne- en windenergie).

Een bijkomend resultaat is het vergroten van de het kennisniveau en bewustzijn van de betrokken doelgroepen met betrekking tot de energietransitie en daarbinnen specifiek het onderwerp ‘duurzame opwek’. Aanvullend zijn er interessante inzichten verkregen over de mogelijke kansen die zonne- en windenergie in de toekomst kunnen bieden, maar ook over de zorgen die spelen onder de verschillende belanghebbenden.

Met uitzondering van de masterclass voor inwoners. Deze vond plaats in de vorm van een webinar. Inwoners hadden de wel mogelijkheid om vragen te stellen maar er was geen mogelijkheid tot discussie. Standpunten werden opgehaald middels een poll. 1

6

3.2. SCOPE Dit beleid is van toepassing op de ontwikkeling van grootschalige zonne- en windenergie op land. De definitie voor ‘grootschalige’ is voor zonne-energie een zonneweide van ≥2,5 hectare en voor windenergie een of meerdere windturbines met een ashoogte van ≥80 meter. Met de term ‘op land’ worden grondgebonden projecten bedoeld. Zonne-energie op daken of overkappingen van bijvoorbeeld infrastructuur en parkeerplaatsen valt buiten de scope van dit beleid2.

3.3. AFWEGINGEN Om de voorwaarden te bepalen voor de opwek van zonne- en windenergie zijn vijf thema’s gebruikt in het participatietraject (zie figuur 3). Hierbij is het accent gelegd op de thema’s ‘sociaal-maatschappelijk’ en ‘ruimtelijk en omgeving’. Binnen elk van de thema’s staan een aantal afwegingen centraal om te komen tot voorwaarden en uitgangspunten (zie bijlage 1: uitgangspunten voor de ontwikkeling van grootschalige zonne- en windenergie).

Figuur 3: De vijf thema's in het participatietraject.

De centrale afwegingen zijn: ■ De impact van zonne- en windenergie op het landschap ten opzichte van de opwek van duurzame elektriciteit: Zonne- en met name windenergie hebben een impact op het landschap. De impact van windturbines is grotendeels visueel en bereikt een grote afstand. Zonneweiden daarentegen leggen een groot beslag op de beschikbaar ruimte, met name op landbouwgrond. Hiertegenover staat de bijdrage die wordt geleverd aan de duurzaamheidsdoelstelling, de invulling van de toekomstige elektriciteitsvraag op een duurzame manier en een bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering. ■ De mogelijkheid tot het mitigeren van de nadelige effecten ten opzichte van het benutten van baten: Ten dele kan de impact van zonne- en windenergie op landschap worden gemitigeerd door landschappelijke inpassing. Een zonneweide kan bijvoorbeeld onttrokken worden aan het zicht doormiddel van een haag, houtwal of bomenrij. Door middel van multifunctioneel ruimtegebruik kan ook agrarische activiteit bij de opwek van windenergie blijven bestaan, of mogelijk worden gemaakt. Zonne-energie biedt ook kansen voor natuurontwikkeling via een natuur-inclusieve zonneweide. Echter zullen er altijd aspecten blijven die niet gemitigeerd kunnen worden, zoals de visuele impact van een windturbine en het landbeslag van een zonneweide.

Hierbij moet worden afgewogen in welke mate mitigerende maatregelen voldoende kunnen zijn of de baten geoptimaliseerd kunnen worden. Uit de discussies bleek dat deze afweging veelal afhankelijk was van de locatie en ander randvoorwaarden.

2 De uitgangspunten voor de ontwikkeling van grootschalige zonne- en windenergie kunnen echter wel (deels) van toepassing zijn op niet grondgebonden initiatieven voor zonne-energie.

7

■ De verdeling van de lusten en de lasten: De lasten worden met name bepaald door de verandering op de leefomgeving en de impact op het landschap. De lusten nemen vaak de vorm aan van financiële compensatie, bijvoorbeeld via de uitgifte van aandelen of obligaties of het opzetten van een omgevingsfonds. Daarnaast wordt er ingezet op natuurverbetering, educatie of een vorm van korting op de elektriciteitsrekening. Hierbij kunnen omwonenden, inwoners maar ook de gemeente financieel profiteren. De afweging van of deze lusten opwegen tegen de lasten die een inwoners, omwonende, de gemeente of een belangorganisatie ervaart worden vaak op individueel niveau gemaakt. ■ De omvang en de concentratie: Hierbij is de afweging tweeledig; enerzijds over de maximale omvang van met name zonneweides en anderzijds of de ontwikkeling geconcentreerd moet worden in een beperkt gebied of verspreid over de gemeente. Met betrekking tot de omvang bestaat er een redelijk grote mate van consensus dat zonneweiden niet te groot konden zijn (maximaal 20 hectare) . De afweging tussen het verspreiden of het concentreren is in essentie een afweging tussen wie de lasten draagt. Bij het concentreren is er sprake van een hogere ‘overlast’ in een beperkt gebied terwijl verspreiden leidt tot lasten voor een grotere groep. ■ Het draagvlak van omwonenden en inwoners.

Om te komen tot de ontwikkeling van zonne- en windenergie is een bepaalde mate van draagvlak nodig van de omgeving. Hierbij is een belangrijke afweging of dit draagvlak aanwezig is of mogelijk gemaakt kan worden. Deze afweging is deels afhankelijk van de afwegingen op de eerder genoemde punten. Hierbij is het van belang dat lasten en lusten eerlijk verdeeld worden en dat de negatieve impact beperkt blijft door bijvoorbeeld het beperken van de omvang van een opweklocatie, of het centreren ervan in een gebied met weinig bebouwing. Daarnaast is het moment waarop en de mate waarin de omgeving wordt betrokken van groot belang voor het creëren van draagvlak.

8

4. Beleid Bovenstaande afwegingen zij op verschillende manieren ter sprake gekomen in het participatietraject. Zowel ambtelijk, als bestuurlijk is er bijvoorbeeld met behulp van een GIS applicatie onderzocht wat de ruimtelijke impact is van een bepaalde doelstelling als deze met zonne- en/of windenergie zou worden ingevuld. In andere woorden hoeveel windturbines of hoeveel hechtere zonneweide hiervoor nodig is en wat eventueel geschikte locaties zijn. Hierbij is ook een scenario onderzocht waarbij alle natuurzones (goudgroen, zilvergroen en bronsgroen) uit het Provinciaal Omgevingsplan (POL, 2014) zijn uitgesloten. In het opstellen van onderstaande uitgangspunten die het beleid voor grootschalige zonne- en windenergie bepalen is het standpunt van het College van B&W uiteindelijk zwaarder gewogen dan de overige verkregen inzichten in het participatietraject.

4.1 UITGANGSPUNTEN De gemeente Eijsden-Margraten hanteert de volgende uitgangpunten met betrekking tot grootschalige zonne- en windenergie. ■ Voordat er grootschalige zonne- en windenergie op land wordt gerealiseerd, zet de gemeente eerst in op energiebesparende maatregelen en isolatie. Hierdoor wordt de elektriciteitsvraag verminderd; ■ Vervolgens sluit de gemeente aan bij de voorkeursvolgorde van de zonneladder van de Provincie Limburg, waarin voorkeur wordt gegeven aan zonne-energie op dak, gevolgd door onbenutte terreinen in het bebouwd gebied; ■ Zonne-energie op land in het buitengebied is niet toegestaan; ■ Voor windenergie beschikt de gemeente over één gebied3 waar windenergie eventueel technische en juridisch mogelijk zou kunnen zijn. Dit gebied zal nader worden onderzocht; ■ Mocht dit gebied in de toekomst geschikt blijken voor windenergie en de gemeente besluit tot vergunningverlening, dan zou bij uitzondering in dit gebied ook een mogelijkheid zijn tot de opwek van zonne-energie. Voorgaande uitgangspunten hebben tot consequentie dat er in de nabije toekomsten geen grootschalige zonneenergieontwikkelingen zullen plaatsvinden en dat de mogelijkheid voor windenergie wordt onderzocht. Hiermee respecteert de gemeente de huidige functies in het buitengebied. Een vertaling van deze uitgangspunten op kaart is weergegeven in figuur 4.

Een grote versie van deze kaart kan gevonden worden in bijlage 3 van dit document. Naast bovenstaande beleidsuitgangspunten stelt dit beleid geen verdere voorwaarden en criteria vast voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie. Echter kunnen deze wel worden opgesteld als uitkomst van het participatietraject. Bijlage 1 geeft uitgangspunten die op basis van het participatietraject een weerspiegeling zijn van de afwegingen die de betrokken belanghebbenden hebben gemaakt. Er zijn twee redenen waarom dit is opgesteld ondanks dat eerder genoemd beleid expliciet aangeeft zonne-energie niet toe te staan. Ten eerste is het mogelijk de gemeente Eijsden-Margraten in de toekomst besluit haar beleid te herzien. Ten tweede laat het beleid de mogelijkheid tot de ontwikkeling van windenergie. In dat geval kunnen de uitgangspunten in bijlage 1 ook van toepassing zijn op de realisatie van een zonneweide in combinatie met windenergie.

3 Gebaseerd op de analysekaarten van het Nationaal Programma RES

9

Figuur 4: kaart met potentiegebied windenergie, natuurzones en potentie zon-op-dak en braakliggend terrein.

10

5. Kaders 5.1 RELATIE TOT DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE De RES 1.0 Zuid-Limburg is een strategisch visie document waarin 16 Limburgse gemeenten, de provincie Limburg en het waterschap een bod doen voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit in 2030. Eijsden-Margraten is onderdeel van de sub-regio Maastricht-Heuvelland. Het gemeentelijk bod is derhalve onderdeel van het bod van de sub-regio. De exacte inbrengt van de gemeente in het bod van de sub-regio en de RES-ZL is op het moment van het opstellen van dit beleid nog niet vastgesteld. Echter is het bod dat ter besluitvorming wordt voorgelegd in lijn met dit beleid. De gemeente Eijsden-Margraten brengt twee zoekgebieden in op braakliggend terrein en zet in op de realisatie van zon-op-dak (daken groten dan 285 m2). Er worden geen zoekgebieden ingebracht voor zonne- of windenergie op land. De RES wordt tweejaarlijks herijkt. In 2023 wordt de RES 2.0 opgesteld, in 2025 de RES 3.0 enzovoort. De RES is geen juridisch planologisch kader waarmee principeverzoeken of initiatieven bij voorbaat kunnen worden uitgesloten. Met dit beleid wordt echter naast bestemmingsplannen wel een kader geboden op basis waarvan initiatieven kunnen worden afgewogen. In het traject tot RES 2.0 zal er in regionaal verband onder leiding van de Provincie Limburg en de Stuurgroep RES ZuidLimburg een landschappelijk verdiepingsonderzoek plaatsvinden.

In deze studie wordt het volgende meegenomen: ■ Een kwalitatieve landschappelijke beschrijving van het grondgebied Zuid-Limburg in landschapstypen, landschappelijke en cultuurhistorische kernwaarden, kwetsbaarheden, etc.. Met speciale aandacht voor het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. ■ Op basis van de landschappelijke beschrijving vindt een beargumenteerde uitspraak op hoofdlijnen plaats over de kwetsbaarheid en toepasbaarheid van zonne-energie in Zuid-Limburg. Het resultaat is een kwetsbaarheid en kansenkaart voor Zuid-Limburg vanuit landschappelijk oogpunt voor zonne-energie. ■ Op basis van de landschappelijke beschrijving worden voor Zuid-Limburg de kwetsbaarheden voor windturbines beschreven en wordt op basis daarvan via ontwerpend onderzoek de mogelijkheden voor de plaatsing van de huidige generatie windturbines met een hoogte van 120 tot 150 m masthoogte en een tiphoogte van 200 tot 250 m uitgewerkt. Dit gebeurt aan de hand van een aantal scenario’s/plaatsingsstrategieën. De uitkomsten van deze studie zullen het RES traject informeren maar dienen mogelijk ook tot aan aanvulling van dit beleid.

5. 2 BESTAAND GEMEENTELIJK BELEID De gemeenteraad van Eijsden-Margraten heeft op 20 februari 2018 het klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2040 vastgesteld. Hierin spreek de gemeente de ambitie uit om in 2040 energieneutraal te zijn. Energieneutraal houdt in dat het totale energieverbruik hernieuwbaar wordt ingevuld. Dit beleid is geen vervanging van het reeds vastgestelde klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2040, maar een aanvulling hierop specifiek gericht op zonne- en windenergie. Op 18 maart 2021 heeft de gemeente het Manifest Buitengewoon Buitengebied vastgesteld. Dit is tot stand gekomen naar een uitgebreid participatietraject. Het Manifest beschrijf een richtinggevende uitgangspunt die van belang zijn voor dit beleid, namelijk: Binnen de Regio Zuid-Limburg verkennen wij gezamenlijk met andere gemeenten hoe wij invulling kunnen geven aan onze energieopgave (Regionale Energiestrategie). Daarnaast omarmen wij kleinschalige en innovatieve energieoplossing Dit uitgangspunt sluit aan bij het niet toestaan van grootschalige zonne-energie in het buitengebied. In het algemeen stuurt het manifest op het versterken van ons kleinschalig landschap en de kwaliteit van rust als kenmerk voor onze streek vergroten en verder verankeren.

Een andere belangrijke conclusie uit het manifest is de aandacht voor een gebiedsgerichte aanpak waarbij voor elke gebied gekeken wordt naar de verschillende functies en hoe deze met elkaar gecombineerd kunnen worden. Duurzame energie is één van deze functies. De uitgangspunten beschreven in het Manifest Buitengewoon Buitengebied worden verder uitgewerkt in het kader van de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

11

6. Uitvoering De volgende uitvoerende stappen vloeien voort uit dit beleid. 1.

Ontwikkelen aanpak energiebesparing.

Energiebesparing is een essentieel onderdeel van dit beleid en van het eerder opgestelde klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2040. Om dit te bewerkstelligen is een aanpak nodig. Met name de warmtetransitie kan hier een grote bijdrage aan leveren. 2.

Ontwikkelen aanpak voor stimulering zonne-energie op grote daken

De gemeente zet middels dit beleid in op het realiseren van zonne-energie op grote daken. Om dit te bewerkstelligen dient een uitvoeringsplan te worden opgesteld. 3.

Haalbaarheidsstudie windenergie.

Er dient een haalbaarheidsstudie te worden uitgevoerd naar locatie die vanuit de NPRES analysekaarten mogelijk lijkt voor de ontwikkeling van windenergie. Deze studie moet bepalen of alle wettelijke normen volledige zijn opgenomen in de NPRES analysekaarten, moet aanvullend bepalen of er beperkingen zijn vanuit het vliegveld Luik, te bepalen of er nog overige beperkingen zijn vanuit België. Mochten er geen aanvullende beperkingen zijn dan kan de studie aangeven hoeveel windturbines hier zouden kunnen komen te staan en hoe de route tot realisatie eruit ziet. 4.

Verankering in omgevingsvisie en omgevingsplannen.

Dit beleidskader dient te worden verankerd in het instrumentarium van de omgevingsvisie en de omgevingsplannen. 5.

Volgen ontwikkelingen nieuwe technieken.

De Gemeente Eijsden-Margraten houdt de ontwikkelingen van nieuwe technieken nauwlettend in de gaten. Dit betreft technieken, zoals, bijvoorbeeld kernenergie en/of waterstof die in de toekomst beschikbaar kunnen worden gemaakt voor de opwek en/of opslag van hernieuwbare energie. Op het moment dat deze technieken economisch rendabel en met beperkt negatieve effecten op het landschap kunnen worden gerealiseerd zal de gemeente overwegen om deze mogelijkheden te benutten.

12

7. Bijlagen BIJLAGE 1: UITGANGSPUNTEN VOOR DE ONTWIKKELING VAN GROOTSCHALIGE ZONNEEN WINDENERGIE Deze bijlage geeft de uitgangspunten voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van grondgebonden zonneweides en windparken in de gemeente Eijsden-Margraten. De gemeente wil regie voeren waar deze ontwikkelingen gerealiseerd worden. Dit document benoemt hiervoor de uitgangspunten. De uitgangspunten beschrijven de voorwaarden waaronder initiatiefnemers van duurzame energieopwekking binnen de gemeente aan de slag kunnen. Door middel van dit kader kan een afgewogen keuze worden gemaakt voor een concreet initiatief. Het kader heeft geen betrekking op het plaatsen van zonnepanelen aan of op gebouwen. De gemeente stimuleert dergelijke initiatieven binnen de geldende regels van het bestemmingsplan en bijvoorbeeld welstandseisen. De uitgangspunten die zijn opgenomen bakenen af onder welke voorwaarden de gemeente de realisatie van wind- en zonneparken toelaat, op het moment dat ze hiervoor een voorkeursgebied openstelt. Het beoordelen van initiatieven is sterk gekoppeld aan de voorgestelde locatie van een initiatief. Dit is maatwerk. In dit kader zijn voorwaarden geformuleerd die voor elk project of initiatief gelden.

Daarnaast zijn er ook projectoverstijgende uitgangspunten geformuleerd, die bijvoorbeeld het initiatief relateren aan de bijdrage aan de totale opgave voor de energietransitie voor de gemeente, of aan andere ontwikkelingen en opgaven (koppelopgaven). De uitganspunten kennen de volgende categorieën: ■ Projectoverstijgende uitgangspunten ■ Ruimtelijke/ omgevingsuitgangspunten ■ Sociaal-maatschappelijke uitgangspunten ■ Uitgangspunten voor proces en uitvoerbaarheid Figuur geeft een samenvatting van de uitgangspunten weer, die vervolgens hieronder worden toegelicht.

13

Figuur 5: samenvatting van alle uitgangspunten

Projectoverstijgende uitgangspunten Naast het bekijken van de plannen per project, worden ook projectoverstijgende afwegingen gemaakt voor de plannen die worden ingediend. Hierin wordt gekeken naar de samenhang tussen de verschillende projecten. Er wordt dus niet alleen individueel getoetst of het gebied een dergelijk plan kan dragen, maar ook collectief. Dit kan ook betekenen dat gevraagd wordt aan sommige initiatiefnemers om samen te werken aan één plan voor dat gebied. Het centrale uitgangspunt is dat de gemeente Eijsden-Margraten verduurzaming van het energiesysteem ten doel heeft met het openstellen van gebieden voor zonne- en/of windenergie. Hieronder staan de projectoverstijgende uitgangspunten opgesomd: 1.

De opwek van hernieuwbare elektriciteit is belangrijk voor een toekomstbestendig energiesysteem.

Per plan wordt bekeken hoe deze in het landschap past (zie ruimtelijk). Daarnaast wordt de onderlinge samenhang en de ruimtelijke kwaliteit in zijn geheel voor de gemeente in ogenschouw genomen. 2.

Per plan evalueren we de impact op de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente als geheel en de relatie met gemeentelijke en regionale opgaven.

De energietransitie is een opgave voor iedereen: overheid, ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners. Uitgangspunt voor het ontwikkelen van zonnevelden en windparken is dan ook: samen realiseren 3.

Het proces is gericht op eigenaarschap en participatie van de omgeving

Uitgangspunten ruimtelijk/ omgeving

14

Het landschap verandert en ontwikkelt zich in de loop der tijd. De ruimtelijke uitgangspunten zijn erop gericht om te sturen op wat we willen behouden in het landschap en waar we wat willen ontwikkelen. Bij de ontwikkeling van zonneweides en windparken moet rekening worden gehouden met de karakteristieken van het landschap, de landschapstypen en de kenmerken van de leefomgeving. Hieronder worden de uitgangspunten voor inpassing in de ruimte opgesomd. 4.

Natura 2000 gebieden en goudgroene natuurzones (POL2014) zijn uitgesloten voor windparken en zonneweides.

De locaties waar zonnevelden en windparken wel of niet ontwikkeld mogen worden zijn gebaseerd op wettelijke of beleidsmatige uitsluitingsgebieden en voorkeursgebieden. Uitsluitingen voor windparken en zonnevelden zijn Natura 2000 gebieden en goudgroene natuurzones. Daarnaast is het stedelijk gebied niet geschikt voor grootschalige opwek door grondgebonden zonne- of windenergie. Het stedelijk gebied is wel geschikt voor zon-op-dak, maar daar richt dit ruimtelijk kader zich niet op. Zon op dak vereist andere ruimtelijke overwegingen dan grondgebonden zonnevelden. Verder gelden voor windturbines nog de uitsluitingen voor milieu- en veiligheid4. 5.

De ontwikkeling van zonneweides en windparken vindt alleen plaats in voorkeursgebieden.

Een voorkeursgebied is een gebied dat door de gemeente is aangewezen voor de ontwikkeling van zonne- en/of windenergie. Principe verzoeken voor ontwikkelingen binnen het voorkeursgebied zullen de door de gemeente in behandeling worden genomen. 6.

De initiatiefnemer toont aan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Voor elk plan wordt aangegeven hoe een goede inpassing kan plaatsvinden in het landschap. Dit is maatwerk per locatie. Hierbij is het van belang dat de ontwikkeling aansluit bij de landschappelijke kwaliteiten van de locatie en de natuurhistorische waarden. De initiatiefnemer stelt hiervoor een landschapsinrichtingsplan op. Hierin wordt ook gekeken naar de samenhang met andere projecten in het gebied, zodat een samenhangend landschappelijk beeld ontstaat. Bij de ontwikkeling van wind- en zonneparken moet rekening worden gehouden met de karakteristieken van de landschapstypen. Het plan dient te zijn voorzien van een zichtlijnenstudie en een 3D-visualisatie die goed inzicht geeft in de visueel ruimtelijke aspecten. 7.

Het initiatief sluit aan bij de maat en schaal van de omgeving: de initiatiefnemer stemt af met de gemeente over een goede inpassing.

De schaalgrootte van zonneparken is afhankelijk van het type gebied. Hiervoor wordt een bovengrens aangehouden van maximaal 20 hectare. De grootte van een zonneweides is maatwerk, maar het uitgangspunt is dat het past bij de schaal van het landschap. De initiatiefnemer stemt met de gemeente af over een goede inpassing in het landschap. 8.

Windturbines moeten worden geconcentreerd. Voor zonneweides is de keuze tussen concentreren of verspreid toestaan afhankelijk van de schaal van het gebied/ de locatie.

Windturbines worden bij voorkeur geconcentreerd geplaatst. In tegenstelling tot bij windparken is er bij zonneweides geen specifieke voorkeur voor verspreid realiseren of geconcentreerd realiseren. Wanneer meerdere initiatieven op aangrenzende locaties worden ingediend, heeft het de voorkeur om deze gezamenlijk te ontwikkelen. Sociaal-maatschappelijke uitgangspunten Om de omgeving te betrekken in de planvorming zijn er twee soorten van participatie: proces- en financiële participatie. Met procesparticipatie wordt een traject bedoeld waarin de inwoners en omwonenden vroegtijdig worden betrokken in de planvorming van de ontwikkeling. Met financiële participatie de manier waarop er financieel profijt wordt gegenereerd. Dit sluit aan bij de trend die in ruimtelijke ordening al jaren aan de gang is: van toetsingsplanologie (de omgeving wordt geïnformeerd over plannen via een formele vergunningprocedure) naar uitnodigingsplanologie, waarin de omgeving actief betrokken wordt.

4 Handboek risicozonering windturbines – RVO 2014

15

9.

Het streven is 50% lokaal eigendom.

De uitgangspunten voor (financiële- en proces) participatie hebben ten doel dat er een eerlijke verdeling is van de lusten en de lasten in de directe omgeving van de opweklocatie. Hierbij dient te worden aangesloten bij uitgangpunten vanuit het Klimaatakkoord dat er gestreefd dient te worden naar 50% lokaal eigendom. 10. Eén of meerdere van de volgende vormen van (financiële) participatie worden toegepast: omgevingsfonds, aandelen, certificaten, deelname energiecoöperatie, etc. De vormen van financiële participatie worden niet voorgeschreven. Eén of meerdere van de volgende vormen van (financiële) participatie worden toegepast: omgevingsfonds, aandelen, obligaties, certificaten, korting op de energiefactuur etc. Financiële participatie is een belangrijk manier om baten terug te laten vloeien naar de omgeving. Hierbij is het van belang dat ook inwoners met een kleine beurs gebruik kunnen maken van mogelijkheden om te participeren. 11. Procesparticipatie: de initiatiefnemer betrekt omwonenden, grondeigenaren en belanghebbenden vroegtijdig in de planvorming. Door als initiatiefnemer/ ontwikkelaar met de omgeving een dialoog te voeren, wordt lokaal eigenaarschap ontwikkeld. Hiermee wordt bedoeld zowel letterlijk eigenaarschap, bijvoorbeeld door een vorm van financiële participatie toe te passen.

Maar ook figuurlijk eigenaarschap: gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opgave van de energietransitie. De initiatiefnemers zoekt afstemming met de gemeente over het betrekken van partijen binnen de gemeente en presenteert haar aanpak in de vorm van een communicatie- en participatieplan. 12. Het project voegt meerwaarde toe in het gebied In het traject van het betrekken van de omgeving wordt gezamenlijk bepaald hoe de lasten en de lusten verdeeld worden. En welke meerwaarde de ontwikkeling kan bieden aan het gebied. Met deze meerwaarde kunnen twee dingen bedoeld worden. Of een financiële meerwaarde (profijt voor de omgeving, zoals beschreven in uitgangspunt 10), of het verbeteren van de kwaliteit van de omgeving. Dit is maatwerk voor de specifieke locatie. Voor de betreffende locatie geeft de initiatiefnemer aan hoe binnen het initiatief invulling gegeven wordt aan meerwaarde: hoe de functie van het gebied wordt versterkt, dan wel de verbinding met andere opgaven voor de specifieke locatie.

Voorbeelden van meerwaarde zijn (niet limitatief): ■ De mate en manier van meervoudig ruimtegebruik; ■ De maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken; ■ De maatregelen die worden getroffen om de omgeving ruimtelijk en functioneel te versterken; ■ De mate waarin koppelkansen met andere opgaven zoals klimaatadaptatie en sanering boerenbedrijven worden benut; ■ De bijdrage die wordt geleverd aan maatschappelijke doelen; De meerwaarde die wordt toegevoegd in het gebied wordt beschreven door de initiatiefnemer in een profijtplan. In het profijtplan worden de volgende aspecten beschreven:

■ De vorm van financiële participatie die wordt toegepast; ■ De inrichting van het proces (onder andere wie mag meepraten en wie beslist over opbrengsten verdeling); ■ De wijze van informatieverstrekking (iedereen dezelfde informatie); ■ Inzicht in de boekhouding van het project (tenminste hoofdlijnen kosten en baten); ■ De verdeling van de baten op hoofdlijnen tussen grondeigenaren, investeerders en omgeving; Daar waar mogelijk gaat het betrekken van de omgeving verder dan het alleen informeren of meedenken over het ontwerp van een zonneweide of windpark. Initiatieven waarbij meerwaarde wordt geleverd aan de omgeving hebben een significant grotere kans om positief beoordeeld te worden. In het traject van dialoog met de omgeving heeft de gemeente een faciliterende en meedenkende rol. De initiatiefnemer toont aan hoe hij de omgeving betrekt door in de verkennende fase aan te geven hoe de omgeving in het opstellen van het plan wordt betrokken middels een

16

communicatie en participatieplan. Daarnaast wordt een participatieplan uitgewerkt voor de planfase tot en met exploitatie. Uitgangspunten voor proces en uitvoerbaarheid De onderstaande voorwaarden hebben betrekking op de inrichting van het proces en de (technische) uitvoerbaarheid van het project. 13. In overleg met de netbeheerder wordt aangetoond dat er voldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet. De initiatiefnemer levert bewijs dat de opgewekte elektriciteit kan worden geleverd, worden opgeslagen of worden omgezet in een energiedrager. Dit bewijs wordt geleverd doordat in de verkennende fase van het initiatief contact is met de netbeheerder en grondeigenaren. 14. De initiatiefnemer levert bewijs dat er opgewekte elektriciteit kan worden geleverd, worden opgeslagen of worden omgezet in een energiedrager. En dat met de grondeigenaren een overeenkomst bestaat. Het bewijs van de overeenkomst tussen initiatiefnemer en de grondeigenaren is van belang om de haalbaarheid van het project te toetsen. In de keuzes die gemaakt worden in de transitie van ons energiesysteem, zijn de maatschappelijke kosten van de ontwikkeling een afweging. Locatiekeuze van ontwikkelingen hebben ook te maken met de mogelijkheden vanuit de energie infrastructuur.

Door het combineren van ontwikkelingen op een locatie (bijvoorbeeld wind en zon), en/of door een combinatie met energieopslag, worden de maatschappelijke kosten van bijvoorbeeld netverzwaring op verschillende plekken beperkt. 15. Meervoudige elektriciteitsopwekking (combinatie van duurzame opwek, en/ of met energieopslag) heeft de voorkeur. Ruimte is schaars, en daarom gaan ruimtelijke ontwikkelingen gepaard met goede afwegingen en keuzes over invulling van onze ruimte. Dit is ook het geval bij ontwikkelingen voor zonneweides en windparken. 16. Meervoudig ruimtegebruik (combinatie van doelen of opgaven, zoals het verbeteren van biodiversiteit en energieopwekking op één locatie) heeft de voorkeur. Zoals genoemd in uitgangspunt 15: ruimte is schaars. Er bestaat een voorkeur om ruimtegebruik te combineren. De hierboven genoemde combinatie van de opwek van elektriciteit door zonne- en windenergie hier een voorbeeld van. Een andere combinatie voor meervoudig ruimtegebruik is het combineren van duurzame energieopwek met het versterken van de natuur: in het plan zijn dan bijvoorbeeld maatregelen meegenomen die de biodiversiteit bevorderen of er wordt uitgegaan van de principes van een natuurinclusieve zonneweide. Een derde voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik is duurzame opwek in combinatie met een agrarische functie.

Dit is zeker mogelijk voor windenergie, aangezien deze wat betreft fysieke ruimte (niet het milieutechnische oppervlakte), redelijk beperkt is. Maar ook voor zonnevelden zijn combinaties mogelijk. Bijvoorbeeld door gewassen te telen die gecombineerd kunnen worden, zoals fruitteelt.

17

BIJLAGE 2: SAMENVATTING PARTICIPATIETRAJECT BELEIDSKADER ZONNE- EN WINDENERGIE Op 3 november 2020 heeft het college van B en W ingestemd met het plan van aanpak: beleidskader zonne- en windenergie. In dit PVA is een participatietraject beschreven om te komen tot het opstellen van een beleidskader zonne-en windenergie. Deze samenvatting geeft een overzicht van de uitkomsten van dit traject dat heeft plaatsgevonden tussen december 2020 en maart 2021. Er volgt eerst een korte beschrijving van de uitgevoerde activiteiten. Vervolgens worden de uitkomsten van de opinie van verschillende doelgroepen samengevat. Daarna worden de kansen en zorgen die tijdens het participatie traject door verschillende doelgroepen zijn aangekaart beschreven. Tot slot worden een aantal aandachtspunten benoemd.

Uitgevoerde activiteiten De volgende activiteiten zijn digitaal uitgevoerd als onderdeel van het participatietraject om te komen tot een beleidskader zonne- en windenergie. Ambtelijke werksessies: 10 december 2020, 11 februari 2021, 25 februari 2021 Voor de ambtelijke werksessies heeft een brede ambtelijke vertegenwoordiging deelgenomen. Hierbij is aansluiting gevonden bij de werkgroep omgevingsvisie. Op deze manier is getracht een veelzijdigheid aan perspectieven mee te laten denken over dit onderwerp. Tijdens de eerste werksessie is ingegaan op de context en de doelstelling van het beleidskader zonne-en windenergie in combinatie met kennisoverdracht over zonne- en windenergie. Vervolgens vond een brainstorm plaats over de kansen, risico en afwegingen die van toepassing zijn op zonne- en windenergie. Deze brainstorm is vastgelegd in een mindmap. Deze mindmap diende als input voor de volgende werksessies. Op 11 februari 2021 vond de tweede bijeenkomst plaats. Hierbij zijn in detail de ruimtelijke aspecten en afwegingen voor zonne-en windenergie besproken. In werksessie 3 (25 februari) is vervolgens verder ingegaan op de aspecten participatie en profijt. Workshop college B en W: 23 februari 2021 Onderwerp van deze workshop was een presentatie over de stand van zaken van de Regionale Energiestrategie (RES) en de relatie tot het beleidskader zonne-en windenergie.

Vanuit het startpunt van het concept RES bod zijn met het gebruik van een interactieve GIS kaart vervolgens de mogelijkheden van drie scenario onderzocht. De scenario’s waren; 1. Invulling geven aan het concept RES bod middels zonne- en windenergie in het buitengebied op landbouwgronden; 2. Een scenario voor zonne- en windenergie waar de natuur en landschap de ruimte krijgt en natura2000, goudgroen-, zilvergroene- en bronsgroene natuur zijn uitgesloten; 3. Een afweging tot het clusteren van zonne- en/of windenergie in één gebied of deze verspreid over de gemeente toestaan. Uitkomsten workshop college B en W Als uitkomst van de workshop heeft het college besloten tot het volgende standpunt m.b.t. tot zonne-en windenergie:

18

■

Allereerst moet er ingezet worden op isolatie en energiebesparende maatregelen;

■

Vervolgens dient er prioriteit gegeven te worden aan zon-op-dak;

■

Zonne- en windenergie in het buitengebied is niet toegestaan;

■

Het gebied waar het juridisch mogelijk is om windenergie op te wekken tussen Eijsden en de Belgische grens dient nader te worden onderzocht;

■

Als hier in de toekomst windenergie wordt opgewekt kan dit worden gecombineerd met zonne-energie om meervoudig ruimtegebruik te benutten.

Masterclass inwoners: 3 maart 2021 De insteek van deze masterclass was om inwoners en geïnteresseerden binnen de gemeente Eijsden-Margraten te informeren over zonne-en windenergie en een objectief beeld te geven van de voor- en nadelen van deze technieken. Via de gemeentelijke kanalen, zoals de digitale nieuwsbrief en een aankondiging in de Etalage, is de masterclass onder de aandacht gebracht. Daarnaast hebben 467 personen een uitnodiging ontvangen via e-mail. Dit zijn personen die in de enquête van de RES toestemming hebben gegeven om benaderd te worden voor verdere informatie en betrokkenheid bij de energietransitie. Uiteindelijk hebben 182 personen zich ingeschreven. Op de avond zelf waren er 129 unieke kijkers. Ook hebben 39 personen de webinar op een later moment nog teruggekeken. Deelnemers konden in een chat venster vragen stellen. Een deel van deze vragen is tijdens de webinar behandeld. De overige vragen zijn middels een Q&A document dat is toegevoegd aan de gemeentelijk RES-webpagina na afloop beantwoord. Raadsthemabijeenkomst: 5 maart 2021 De opzet van de raadsthemabijeenkomst bestond uit drie delen: 1. inzicht geven in de stand van zaken omtrent de RES en het duiden van de het concept RES-bod als een startpunt voor de discussie rondom uitgangspunten voor het beleidskader zonne-en windenergie; 2. kennisoverdracht over zonne- en windenergie; 3.

Discussie over de landschappelijke, ecologische en participatieaspecten van zonne- en windenergie. Vergelijkbaar met de workshop van het college B en W is ook hier gebruik gemaakt van een interactieve GIS kaart om de ruimtelijk impact te visualiseren. Door het gebruik van een peiling middels Mentimeter en aan de hand van een aantal discussievragen is input opgehaald bij de aanwezige raadsleden over uitgangspunten en criteria voor het beleidskader. Bijeenkomst externe stakeholders: 10 maart 2021 Op 10 maart is er gesproken met vertegenwoordigers lokale en regionale organisaties en belangenverenigingen. Hiervoor zijn in totaal 30 organisaties uitgenodigd, waaronder jongerenorganisaties, landbouworganisaties, natuur- en milieuorganisaties, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, toerisme en zorg en welzijn. Uiteindelijk waren er 8 partijen aanwezig. Hierbij waren natuur- en milieuorganisaties nadrukkelijk vertegenwoordigd. Tijdens de bijeenkomst is kort de achtergrond en de aanleiding toegelicht waarna er een inhoudelijk discussie heeft plaatsgevonden gericht op de aspecten landschap, participatie en profijt.

Uitkomsten Opinie Bij elke doelgroep die deel heeft genomen aan het participatietraject zijn vragen gesteld ten opzichte van de voorkeur ten aanzien van verschillende aspecten voor zonne- en windenergie. Voor ambtenaren, raadsleden, en externe stakeholders is hierbij gebruik gemaakt van Mentimeter. Voor inwoners is de poll functionaliteit van de webinar applicatie gebruikt. Het college is niet op deze manier gevraagd voor haar opinie omdat deze middels het doorlopen van een aantal scenario’s is vastgelegd in het standpunt van het college. Er is getracht om gedurende het traject dezelfde vraagstelling voor te leggen aan de verschillende doelgroepen. Echter, met voortschrijdend inzicht is de vraagstelling voor sommige groepen iets aangepast ter verduidelijking of nuancering. De uitkomsten zijn geïnterpreteerd als onderdeel van deze samenvatting.

19

Onderwerp/vraag

Ambtelijk

Raad

Inwoners

Externe stakeholders

Er zijn mogelijkheden voor zonne-

Wel mogelijkheden voor

Duidelijke voorkeur dat er

Deze vraag is niet gesteld aan

Weinig mogelijkheden voor

energie in of nabij…

bronsgroene natuur en het

mogelijkheden zijn in het

inwoners.

zonne-energie in of nabij natuur.

1. natura2000;

heuvelland.

heuvelland.

2. goudgroene natuur;

Nauwelijks mogelijkheden voor

3. zilvergroene natuur;

goudgroene, zilvergroene en

4. bronsgroene natuur;

natura2000 gebieden.

5. het heuvelland; De ontwikkeling van een

Vergt een zorgvuldige

Duidelijke voorkeur (60%) voor

Vergt een zorgvuldige

Vergt een zorgvuldige

zonneweide in relatie tot natuur…

landschappelijke inpassing op

vergt een zorgvuldige

landschappelijke inpassing

landschappelijke inpassing op

1. is een bedreiging;

basis van landschappelijke

landschappelijke inpassing

(64%)

basis van landschappelijke

2. biedt kansen voor

waarden. Deze wordt niet gezien

waarden. Deze wordt meer gezien

natuurontwikkeling;

als een bedreiging.

als een kans dan een bedreiging

3. vergt een zorgvuldige landschappelijke inpassing; Duurzame opwek in het

Duidelijke voorkeur voor het

Duidelijke voorkeur voor

Vraag niet in deze vorm gesteld

Lichte voorkeur voor verspreid

buitengebied…

concentreren in 1,2 of 3

concentreren in 1,2 of 3

aan inwoners maar opgesplitst

toestaan t.o.v. concentreren.

1. concentreren in 1,2, of 3

gebieden.5

gebieden

over windenergie en zonne-

gebieden

energie

2. verspreid toestaan; 3. niet toestaan. Zonneweide tot … hectaren zijn

Duidelijke voorkeur voor kleine

Duidelijke voorkeur voor

Voorkeur voor tot 10 hectare

Unanieme voorkeur voor 2-10

toelaatbaar.

zonneweiden 2 - 10 hectare of

zonneweiden tussen 0 en 20

(39%) en geen (37%)

hectare

1. geen

aangegeven dat de omvang niet

hectare.

2. 2-10

uitmaakt.

3. 10-50 4. meer dan 50 5. de omvang maakt niet uit.

5 De optie niet toestaan was niet beschikbaar

20

De omgeving moet kunnen

Duidelijke voorkeur voor de

De locatie, landschappelijke

Duidelijk voorkeur voor locatie

Voorkeur voor anders namelijk

participeren over…

locatie.6

inpassing en inrichting en de

en landschappelijke inpassing

… alle opties.

inzet van de opbrengsten.

en inrichting

1. de locatie; 2. de landschappelijke inpassing; 3. de landschappelijke inrichting; 4. de inzet van de opbrengsten; 5. anders namelijk...; Wat is de voorkeur voor vormen

Duidelijke voorkeur voor een

Duidelijke voorkeur voor korting

Deze vraag is niet gesteld aan

Lichte voorkeur voor aandelen,

van financiële participatie?

omgevingsfonds

op de energiefactuur/ aanschaf

inwoners.

omwonendenregeling en

1. aandelen;

zonnepanelen en

2. omwonendenregeling;

omgevingsfonds.

omgevingsfonds.

3. omgevingsfonds; 4. obligaties; 5. korting of de energiefactuur/ aanschaf zonnepanelen; 6. anders namelijk…; Zonne-energie in het

1. Is voor mij geen optie (33%);

buitengebied...

2. Ja, mits de voorwaarden goed zijn (48%); 3. Dit moet mogelijk zijn (19%);

Windenergie in het buitengebied...

1. Is voor mij geen optie (48%); 2. Ja, mits de voorwaarden goed zijn (39%); 3. Dit moet mogelijk zijn (13%);

6 Deelnemers konden alleen één optie te selecteren.

21

Kansen ■ Ten opzichte van intensieve akkerbouw zijn er kansen voor verbetering van de natuur- en ecologisch waarden. ■ Zonne-energie kan worden toegestaan in een gebied dat landschappelijke als minder waardevol wordt gezien en de opbrengsten kunnen dan worden gebruikt om elders landschappelijke waarden of natuur te verbeteren. ■ Duurzame energie kan toerisme versterken. De toeristen die naar de regio komen doen dit om van de natuur te genieten. Op het moment dat Eijsden-Margraten zich positioneert als een duurzame gemeente kan ze hierdoor meer toeristen trekken. Ze verblijven bijvoorbeeld op locaties die duurzame lokale elektriciteit gebruiken. ■ Voor agrariërs bieden zonne- en windenergie interessante financiële mogelijkheden. ■ Zelf ontwikkelen van zonne- en windenergie als gemeente is een kans en heeft als voordelen dat: ■ De lusten niet wegvloeien naar buitenlandse investeerders; ■ De opbrengsten komen ten goede van de gemeenschap; ■ Er geen winst hoeft te worden gemaakt en er daardoor meer ruimte is voor landschappelijke inrichting; ■ De gemeente houdt de regie; ■ Grondspeculatie wordt voorkomen. ■ Zonne-energie ontwikkelen kan ook als een burgerinitiatief. Dit zorgt voor meer draagvlak en komt de sociale cohesie ten goede.

Zorgen ■ Aantasting van de landschappelijke kenmerking en waarden door zonne- en windenergie: ■ Veroorzaakt door geen goede landschappelijke inpassing; ■ Realisatie op een locatie waar het niet past; ■ Onvoldoende rekening gehouden met de unieke kenmerken van het landschap. ■ Energieontwikkeling zet het toerisme onder druk. Toerisme is als sector economisch zeer belangrijk voor de regio. Toeristen komen naar Zuid-Limburg voor de natuur, het landschap en de cultuur. Op het moment dat er 1%-2% minder toeristen komen heeft dit economisch een significante impact. ■ De opbrengsten van zonne- en windenergie verdwijnen naar buitenlandse investeerders. ■ Het beleid voor zonne-en windenergie moet passen binnen de kaders van Buitengewoon Buitengebied. ■ De infrastructuur is niet aanwezig en/of niet tijdig gereed voor zonne- en windenergie. ■ Er te veel weerstand/ te weinig draagvlak onder inwoners.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN SUGGESTIES ■ Zorg dat het beleidskader aansluit bij de zonneladder van de Provincie Limburg. ■ Het is lastig om uit te leggen aan de samenleving dat er een zonneweide komt als niet eerst, of tegelijkertijd ook de daken worden benut voor de opwek van zonne-energie. Volgordelijkheid doet ertoe. ■ Zonne-energie inpassen in het landschap is maatwerk. Er zijn wel degelijk mogelijkheden maar hiervoor moet per landschapstype worden onderzocht wat de voorwaarden zijn. Maak een ontwerptypering per landschap.

22

BIJLAGE 3: KAART GROOT FORMAAT

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=96cb1afd-c1aa-4960-a980-50c3bf5b5931