20210525 12a RV GR BsGW - Begroting 2022.docx
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Onderwerp GR BsGW - Ontwerpbegroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 Beslispunt(en) Als zienswijze kenbaar maken dat de raad niet kan instemmen met de ontwerpbegroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 BsGW
Toelichting Aanleiding / motivering Op 11 februari heeft de gemeente de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerp-meerjarenbegroting 20222026 van de BsGW ontvangen, met het verzoek deze aan de raad aan te bieden en eventueel een zienswijze hierover naar voren te brengen. Relatie met bestaand beleid en strategische visie / integraliteit Per 1 januari 2015 is de gemeente toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling BsGW. Dientengevolge behoort de BsGW tot de verbonden partijen van de gemeente
Gevolgen Burgerparticipatie, toelichting en verantwoording De BsGW heeft de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerp-meerjarenraming 2022-2026 aangeleverd. Financieel effect ontwerpbegroting 2022 Naast een sluitende begroting is een van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van de BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming. Vanaf 2017 is de groei- en nazorgfase van de eerste vijf jaar voorbij en ligt de focus op stabilisatie en kwaliteit. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van de bezuinigingen volgens de BsGW (vooralsnog) bereikt. Net als in de begrotingen 2018 tot en met 2021 zijn in voorliggende begroting 2022 dan ook de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen. Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: Loonindexering € 298.000; Indexering goederen en diensten € 130.000; Proceskostenvergoeding € 960.000; Regieportaal € 333.000. De netto-kosten worden op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. 1
Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Het berekende weerstandsvermogen komt hiermee op € 1,33 miljoen en behoeft daarmee aanvulling van € 140.000. Voor onze gemeente komt de bijdrage uit op € 441.000. De aanvulling van het weerstandvermogen bedraagt voor onze gemeente € 3.000. Belangrijkste ontwikkelingen ontwerpbegroting 2022-2026 Loonontwikkeling en indexering goederen en diensten: Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering van ICT-leveranciers.
Proceskosten: Door ontwikkelingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming proceskosten - door het afschaffen van een zogenaamde Fierensdrempel die stelde dat bij minimale waardeverschillen de waarde gehandhaafd diende te blijven - is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZ-bureaus om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde waarbij deze bureaus de tegemoetkoming in de proceskosten kunnen opstrijken. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen de hoogte van de kostenvergoeding en de restitutie van belastingbedragen. Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zien we juist in 2020 een forse stijging. Het aantal ingediende bezwaren steeg met bijna 50% en de bezwaren via een gemachtigde stegen met ruim 75%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met ruim 20% ten opzichte van 2019. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een NCNP (No-Cure No-Pay)-bureau of andere gemachtigden. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025 is ingeschat op € 2,08 miljoen.
Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no-cure, no-pay bureaus juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. De waardebepaling als zodanig wordt als kern van het probleem bestempeld. De onderzoekers zijn van mening dat de no-cure, no-pay bureaus met hun handelwijze willen ‘profiteren’ van de vigerende wet- en regelgeving. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd. Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een internetconsultatie over een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter.
Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40% als de burger procedeert met bijstand van een advocaat. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. Deze wijzigingen kunnen leiden tot hogere proceskostenvergoedingen voor de burger die gelijk krijgt bij de bestuursrechter. Vooralsnog 2
worden geen extra kosten voorzien en wordt hiermee geen rekening gehouden in onderliggende begroting. Ten aanzien van de beheersing van de proceskosten heeft de BsGW tot en met 2020 de volgende acties ondernomen. Bestuurlijk -1- Haagse lobby a. Brief van de gemeenten Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en Venlo aan de VNG (2018) b. Participatie in onderzoeken vanuit de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de grote samenwerkingsverbanden naar oneigenlijke toepassing proceskostenregeling door nocure-no-pay bedrijven Procesmatig -2- Ontwikkeling intake en afhandel portal voor bezwaren (versnellen intake en verbetering afhandeling van bezwaren) -3- Verbeteren datakwaliteit bestanden van zowel de WOZ als BAG gegevens door mutatiedetectie en kwaliteitsverbetering -4- Herijking van het waarderingsmodel, controle van de herwaardering volgens het 4-ogen principe en aanstelling kwaliteitsmedewerkers voor controles en verbeterprocessen2 -5- Vereenvoudiging indienen bezwaar via Mijn BsGW -6- Voormelding WOZ; vooroverleg met grote belanghebbenden waaronder de woningcorporaties.
-7- Flitsbezwaar procedure; telefonisch rechtstreeks contact met de taxateur voorkomt WOZbezwaren die anders via een NCNP bureau worden ingediend -8- Afspraken met NCNP-bureaus om de proceskostenvergoeding te reduceren/beperken -9- Interventiefase; extra toetsen van een bezwaar voordat een NCNP beroep instelt dringt het aantal beroepsschriften terug en reduceert de daarbij behorende proceskostenvergoeding Communicatie -10- Inzet gedragsdeskundige om potentiële bezwaarmakers eerst met BsGW te laten contacten -11- Verbetering leesbaarheid en layout aanslagbiljet -12- Verbetering website BsGW (meer vraaggericht) -13- Jaarlijks vindt voor het versturen van de WOZ-aanslagen een mediacampagne plaats -14- Samenwerking in VNG-Onderzoek naar effectiviteit communicatie eerdere aanslagcampagnes Lopende acties 2021 Bestuurlijk -15- a. Onderzoek minister Dekker naar mogelijke oneigenlijke toepassing verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het rapport hierover is medio februari 2021 gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. b. Initiatief van de heer Smits (Roerdalen), als lid van de VNG commissie, voor een Limburg brede motie voor de algemene ledenvergadering van de VNG c.
De heer Aarts (Maastricht) brengt de schrikbarende stijging van de proceskosten nog eens onder de aandacht bij de Tweede Kamercommissie en doet navraag naar de resultaten van het onderzoek en de daaruit voorvloeiende voorstellen en besluiten. Procesmatig De ondernomen acties worden ook in 2021 voortgezet. Communicatie De ondernomen acties worden ook in 2021 voortgezet. -16- Vernieuwd / vereenvoudigd aanslagbiljet -17- Nudging op aanslagbiljet: door het plaatsen van een opvallende memo (zgn ‘Post-It’) bij de WOZ-waarde op het aanslagbiljet worden potentiele bezwaarmakers gestimuleerd eerst contact op te nemen met BsGW. Via de flitsbezwaarmethode kan hiermee bezwaar – al dan niet via een ncnp-bureau - worden voorkomen -18- Prominente aandacht op website (extra kader en extra landingspagina met toegevoegde in formatie over WOZ-waarde en waardebepaling) 3
- 1 - Animatiefilmpje voor raadsleden voor beter begrip over oorzaak en achtergrond proceskosten en hen ambassadeurs te laten zijn voor BsGW - 2 - Presentatie aan DB-, AB leden en Accountmanagers over de proceskosten -19- Toelichting op aanslag bij die gemeenten die deelnemen aan de Lokale Lastenmeter Toekomstige acties 2022 E.V. Bestuurlijk -20- Intensiveren Haagse lobby (gericht lobbytraject; gesprekken met bestuurders, politici en ambtenaren Procesmatig -21- Uitbreiding voormelding WOZ-waarde (pilot ‘voorlopige aanslag’ in afstemming met Waarderingskamer) -22- Optimalisatie datakwaliteit via state of the art methodieken -23- Uitbreiden BsGW-website met beslisboom ter afweging of bezwaar indienen zin heeft Communicatie -24- Evaluatie communicatiecampagne (i.s.m. Zuyd Hogeschool) -25- Nadere analyse gedragsbeïnvloeding en imago BsGW (i.s.m. Zuyd Hogeschool) Stimuleringsregeling Vanaf 1-1-2017 is het voor medewerkers vanaf 10 jaar voor hun AOW-leeftijd mogelijk om minder te gaan werken met het oog op strategisch formatiebeheer nu en in de toekomst. De maatregel behelst compensatie salaris en pensioenopbouw tot het moment dat de deelnemende medewerker de AOWgerechtigde leeftijd bereikt en uitstroomt.
Medewerkers kunnen gebruik maken van de regeling vanaf 2017 tot en met 2020,waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen) uitstroom uiterlijk 2029. De stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. De belangrijkste redenen zijn een versnippering van fte’s, toename van het aantal parttimers naast het feit dat het een kostbare regeling is. Waarderen op gebruiksoppervlakte: Project Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Voor de transitie van inhoud naar gebruiksoppervlakte hebben de gemeentelijke deelnemers BsGW verzocht de regie van dit project op zich te nemen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Dit traject is eind 2021 afgerond. Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Zoals hiervoor aangegeven is er vanaf 1 januari 2022 een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens.
In 2020 zijn gemeenten en BsGW in overleg gegaan hoe de beheerfase (feitelijk de voorloper op de samenhangende objectenregistratie SOR,) ingericht dient te worden en hoe het beheer op termijn wordt belegd. Regieportaal Een regieportaal is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. De samenhang tussen beide administraties blijft zo kwalitatief op peil, gegevens blijven 1 op 1 lopen en er is realtime inzicht in de verschillende databronnen. Het portaal is dus zowel voor de gemeenten, de op GEO-gebied aan de gemeente gerelateerde samenwerkingsverbanden, als ook voor BsGW van belang en voor alle partijen te benaderen en te gebruiken. De totale kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn begroot op € 1 miljoen en zullen (vooralsnog tot en met 2024) worden opgenomen in de (meerjaren)begroting 2022 en via de 4
kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de gemeentelijke deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten. Mutatiedetectie Voor het in beheer krijgen en houden van de WOZ-administratie is enkel de stroom van bouw- en sloopvergunningen vanuit de gemeenten of gegevenshuizen inmiddels onvoldoende. Onder andere door vergunningsvrije (en illegale) bouw en sloop en in de toekomst de werking van het omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet, zijn andere inwinningstechnieken noodzakelijk geworden. In het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is voor elke gemeente eenmalig een WOZ-mutatiedetectie uitgevoerd. WOZ-mutatiedetectie betreft het op basis van luchtfoto’s, obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Deze wijzigingen worden gestructureerd aangeleverd zodat deze automatisch verwerkt kunnen worden in de WOZ-administratie. Het beter inzichtelijk hebben van de mutaties door het uitvoeren van de WOZ-mutatiedetectie draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens vanuit het project Waarderen op gebruikersoppervlakte actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd.
Visie op Dienstverlening In het Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP) is aangegeven dat voor de BSGW een visie op dienstverlening en een bijbehorend dienstverleningsconcept wordt opgesteld. In de visie wordt aangegeven hoe we via verschillende kanalen onze klanten willen bedienen. Aandachtspunten uit de klantenmonitor worden hierin meegenomen. In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. In 2021 wordt, via een afzonderlijk traject, ook een visiedocument opgesteld met betrekking tot de dienstverlening aan deelnemers inclusief dienstverleningsnormen. De eventuele kosten zullen binnen de begroting van BsGW worden opgevangen. Informatievoorziening en ICT De BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact zal krijgen op de bedrijfsvoering van de BsGW. De interne processen en informatievoorziening van de BsGW dienen op deze ontwikkelingen afgestemd te worden. Onderstaand volgt een toelichting op deze ontwikkelingen: Collectieve Infrastructuur Aansluiten bij deze ontwikkeling is alleen maar mogelijk wanneer de BsGW beschikt over een betrouwbare, veilige en robuuste IT-infrastructuur.
Ontwikkelingen die hiervoor zorgen zijn: De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) de Gemeentelijke Gemeenschappelijke infrastructuur (GGI) Common Ground De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen waarmee overheidsorganisaties hun primaire processen kunnen inrichten. Denk onder meer aan Mijn Overheid, Berichtenbox en eHerkenning. Door vanuit de gebruiker te redeneren, wordt in kaart gebracht en onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is, hoe regie wordt georganiseerd en hoe met GDI voorzieningen de processen verbeterd worden. De GGI is een veilige digitale infrastructuur, aangesloten op andere beveiligde overheidsnetwerken, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden beter, veiliger en makkelijker wordt. De GGI wordt fasegewijs en projectmatig ontwikkeld, zodat kan worden ingespeeld op landelijke veranderingen zoals de Omgevingswet. De GGI vormt de technische basis waarin toegewerkt wordt naar een gemeentelijke cloud, die uiteraard is aangesloten op de landelijke GDI. De Common Ground is een informatiekundige visie die de modernisering van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering mogelijk maakt. Betrokkenen krijgen directe toegang tot gedeelde informatiebronnen. Ze versnelt de ontwikkeling van dienstverlening en bedrijfsvoering door het omarmen van nieuwe technologie.
Common Ground is geïnitieerd en wordt uitgevoerd door gemeenten en gemeentelijke organisaties zelf. De VNG faciliteert deze ontwikkeling. 5
I -visie In 2020 is een I-visie ontwikkeld. De I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Naast een visie is er ook een visie en strategiedocument voor de afdeling IPA zelf opgesteld. Deze twee documenten gecombineerd geven een duidelijk beeld over de I-strategie van BsGW en de wijze waarop de afdeling IPA wordt geherstructureerd. Dit is verwoord in het document “oplegnotitie I-visie en I-strategie BsGW”. Tevens wordt een stappenplan opgesteld met activiteiten en projecten om de opgestelde visie in de komende jaren vorm te geven. Harmonisatie Op dit moment zijn veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief automatisering hieromheen, ingewikkeld. Maatwerk, workarounds en meer zijn hiervoor nodig. De hoofdopgave van standaardisering gaat om de vraag ‘Hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers’. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ De inzichten die bij de eerste stappen van dit gehele proces verkregen worden, zullen een belangrijke rol spelen in de aanbesteding van de belastingapplicatie die BsGW in 2022 moet aanbesteden.
Omdat het hierbij steeds meer gaat over SaaS-oplossingen (software als een service, waarbij workarounds en aanpassingen niet mogelijk of niet wenselijk zijn), is tijdig inzicht van belang. Gezien het feit dat er liefst 13 scenario’s zijn uitgewerkt als mogelijke kostenverdeelmethode bij de start van BsGW, zal het nog een opgave worden om te komen tot herijking van de huidige kostenverdeelsystematiek. Het advies vanuit BsGW is om een eventuele nieuwe kostenverdeelmethode door een externe partij op te laten stellen. Qua moment van herijking adviseert BsGW om dit pas te doen op het moment dat alles rondom harmonisatie zijn beslag heeft gekregen en het basispakket een feit is. Daarmee ontstaat namelijk de kans om de nieuwe verdeelmethodiek toe te passen op een (in de toekomst) lagere bijdrage en is het eenvoudiger de heroverweging te maken als er meer voordeel te verdelen is. Mogelijke ontwikkelingen De volgende mogelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bedrijfsvoering en de kosten van BsGW, maar zijn niet opgenomen in de begroting 2022: Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 In het kader van belastingvereenvoudiging is op 21-12-2016 de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 aangenomen, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Dit is een rijksregeling die zijn weerslag kan hebben op diverse andere regelingen, zoals de Invorderingswet 1990.
Tot 2017 was er een aparte rechtsgang met betrekking tot eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding, namelijk administratief beroep bij het bestuursorgaan. Dit betekent dat dit de enige (en laatste)mogelijkheid was ten aanzien van deze twee procedures. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 wordt aangesloten op de reguliere rechtsbescherming. Dit betekent dat er in eerste instantie bezwaar ingediend kan worden en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter (bij de rechtbank (in eerste aanleg), gerechtshof (in hoger beroep)en de Hoge Raad (in cassatie)). De Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is een rijksregeling. Indien deze wijzigingen ook voor decentrale overheden worden geformaliseerd, leidt dit tot extra werkzaamheden bij BSGW. Er worden immers extra rechtsbeschermingsstappen in de procedure ingebouwd: bezwaar, hoger beroep en cassatie. Daarnaast zal dit naar verwachting leiden tot een (forse)toename van de proceskosten-vergoedingen. In de huidige situatie kan geen aanspraak worden gemaakt op de proceskostenvergoeding, dit is wel het geval indien de procedures onder de reguliere rechtsbescherming van bezwaar en beroep (rechtbank)gaan vallen.
Daarnaast leidt deze nieuwe wetgeving wellicht tot een nieuwe markt voor de zogenaamde beroepsmatige gemachtigden (eventueel op `no cure,no pay' basis) om namens burgers bezwaar/beroep te maken waarbij deze gemachtigden de tegemoetkoming in proceskosten als mogelijke inkomsten zien. Vanwege eenvoud en eenduidigheid voor de belastingbetaler hebben de decentrale overheden sinds jaar en dag als uitgangspunt bij formele invorderings-en kwijtscheldingswetgeving dat zij het beleid van het Rijk volgen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. De reactie van de commissie Invordering van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op de wet is dat deze weliswaar voorziet in een verbetering van de rechtsbescherming voor de verzoeker en een eenduidige werkwijze van afdoening ten opzichte van andere werkprocessen, maar dat de voorgestelde wijziging een forse (werk)druk met zich mee zal brengen bij zowel de kwijtschelding verlenende organisaties en de rechterlijke macht. 6
De beoogde inwerkingtreding voor de lokale overheden betreffende het onderdeel wijziging rechtsbescherming bij verzoeken uitstel van betaling en kwijtschelding was 1 januari 2019 maar is inmiddels opgeschort naar op zijn vroegst 1 januari 2022. In de huidige begroting van BsGW zijn dan ook geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen. Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister Het invorderingsproces gaat wijzigen Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel nu de Ombudsman vaststelt dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. Om mensen met schulden beter te helpen, is op 1 januari 2021 de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking getreden. De beslagvrije voet – het bedrag waar schuldeisers niet aan mogen komen – blijkt in de praktijk vaak te laag te worden vastgesteld. Veel mensen met schulden komen daardoor onder het absolute bestaansminimum terecht, ook omdat schuldeisers niet van elkaar weten dat ze beslag leggen op hetzelfde inkomen. De nieuwe wet moet hier verandering in brengen. VNG Realisatie heeft in een Impactanalyse onderzocht wat de Wvbvv gaat betekenen voor gemeenten en welke acties zij moeten ondernemen om volgens deze wet te gaan werken.
Een achterliggende ambitie is ook meer en eerder contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Hier gaan de kosten zoals de te investeren tijd in maatwerk voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de gemeenten, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverlening trajecten worden voorkomen. Verbreding beslagregister Gekoppeld aan het programma ‘Verbreding beslagregister’ werkt de staatssecretaris aan het wetsvoorstel ‘Stroomlijning keten voor derdenbeslag’. Inmiddels is de internetconsultatie gesloten en worden de reacties verwerkt. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties en deurwaarders informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. Op basis van deze informatie kunnen zij bij de vaststelling van de beslagvrije voet en bij het leggen van beslag beter rekening houden met reeds lopende beslagen en verrekeningen. Dit zorgt in het verlengde van de nieuwe beslagvrije voet voor een betere borging van het bestaansminimum van de schuldenaar.
Herziening beslag- en executierecht De “Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht” beoogt het bestaansminimum van schuldenaren te beschermen, beslag en executie efficiënter te maken en te voorkomen dat beslag en executie uitsluitend als pressiemiddel worden ingezet. De wet is op 1 oktober 2020 in werking getreden. De nieuwe wet betekent dat nogal wat wijzigingen in het invorderingsbeleid en uitvoeringsproces moeten worden doorgevoerd. Naast deze wetswijzigingen en landelijke ontwikkelingen staan ook nog op het programma de uitbreiding van de toepassing van de overheidsvordering en de recentelijk geïntroduceerde ‘betalingsvordering’: een (vereenvoudigd) derdenbeslag door de ambtenaar belast met de invordering waarbij inzet van de belastingdeurwaarder niet altijd meer noodzakelijk lijkt. Bovenstaande ontwikkelingen hebben naar verwachting (financiële) gevolgen voor de begroting 2022 van BsGW. Meer inzicht op de (financiële) effecten hiervan wordt in de loop van 2021 verwacht, mede ingegeven door het feit dat er mogelijk een overgangstermijn in de wet wordt opgenomen.
Op basis van de huidige contouren is echter al evident dat, wil BsGW tegemoetkomen aan deze wettelijke eisen, er investeringen gedaan moeten worden in specifieke software en gegevensuitwisseling (€ 250.000,-), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Gezien het maatschappelijke belang is BsGW momenteel met de VNG, de kredietbank Limburg en de SVB in gesprek om de kaders te verkennen. Naar verwachting zal BsGW na de zomer van 2021 in overleg gaan met de deelnemers. 7
Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente Als gevolg van COVID-19 zijn in 2020 op verzoek van de deelnemers van BsGW verschillende maatregelen genomen om met name de ondernemers, die zijn getroffen door deze pandemie, te ontzien, zoals: • kosteloze betalingsherinnering, •
coulance met betrekking tot aanvraag betalingsregeling,
•
lage invorderingsrente (0,01% in plaats van 4%).
Dit heeft geresulteerd in een lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente in 2020 van minimaal € 800 duizend. De gevolgen van COVID-19 op de langere termijn zijn op dit moment moeilijk in te schatten en daarom ook niet meegenomen in de begroting. Mocht er bestuurlijk worden gekozen om (een deel van) de COVID-maatregelen te continueren, dan heeft dit uiteraard gevolgen voor de begroting van BsGW, tot uitdrukking komend in lagere opbrengsten vervolgingskosten Verruiming gemeentelijk belastinggebíed Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk, is het aantal taken waar de gemeenten voor staan toegenomen, terwijl bij die verschuiving de financiële ruimte die gemeenten krijgen niet mee is ontwikkeld. Tijdens het debat over de inning door de Belastingdienst op 21 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de volgende kabinetsperiode. Op 18 mei 2020 is het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ opgesteld waarin concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel zijn benoemd. Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau behoort een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden.
Hoewel een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten vergaande gevolgen kan hebben voor de bestaande processen binnen BsGW en zelfs voor de kostenverdeelmethode, is een dergelijke wijziging op korte termijn niet te verwachten. Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd kan worden. BsGW zal hierdoor minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen. Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze, zeker in de overgangsperiode. In het kader van het project waarderen op gebruiksoppervlakte heeft er een nulmeting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie.
Samenwerking /nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers. Uniforme (samenhangende) objectenregistratie Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin 8
objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Hiertoe wordt een businesscase geformuleerd. Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gegevenshuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden.
In juni 2020 heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden dan wel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ. Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerende zaakbelasting. De BsGW heeft laten weten de zonnepanelen niet in beeld te hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen.
Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB gehouden worden, overgedragen aan het Ministerie van Binnenslandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met betrekking tot maatregelen die de duurzaamheid bevorderen. Er heerst nog te veel onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen.
Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan. 9
Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatíe OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie. Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is.
Demissionair minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren van overheidsinformatie is niet vrijblijvend. De Archiefwet verplicht elke overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd.
In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden; Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden; Een tijdige vernietiging en overbrenging; Een adequate beheer- en bewaaromgeving; Een adequate horizontale verantwoording. Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding. Financiële en personele aspecten, incidenteel / structureel, begrotingspost Begrotingspost (incl. kostenplaats en kostensoort)
Begroot bedrag
Werkelijke geboekte uitgaven
Harde verplichting / bestelbon
Begrotings ruimte
A
B
C
D=(A-B-C)
Gevraagd bedrag voorstel
Extra vraag (-/-) / ruimte (+) F=(D-E)
E
6040003/4424103 (2022) Aanvulling weerstandsvermogen
€ 399.000
0
0
€ 399.000
€ 441.000
-
€42.000
0
0
0
0
€
-
€ 3.000
3.000
10
De begroting van de BsGW gaat uit van een bijdrage voor onze gemeente van € 441.000 voor 2022 en respectievelijk € 451.000, € 461.000 en € 472.000 voor de jaren 2023 tot en met 2025. Daarnaast wordt voor 2022 € 3.000 gevraagd als aanvulling van het weerstandsvermogen. Onderbouwing reguliere verhoging reguliere bijdrage In de begroting van de BsGW is rekening gehouden met een jaarlijkse stijging van 2,2% op de salarissen en 2% op de goederen en diensten. De stijging van de 2,2 % is gebaseerd op een 10 jaarlijks gemiddelde van het Centraal Plan Bureau en bedraagt voor onze gemeente € 6.300. De structurele stijging van de salarissen van 2,2% in deze tijd, kan als fors worden gezien. De prijscompensatie is gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB. In de gemeentelijke begroting is ook rekening gehouden met een post prijscompensatie. Voorgesteld wordt de stijging van de 2% goederen en diensten ad. € 3.000 dan ook uit deze post te dekken. Verder wordt voorgesteld vooralsnog niet met de salarisstijging in te stemmen. De grootste stijging van de bijdrage wordt veroorzaakt door de post proceskostenvergoedingen. Voor onze gemeente neemt deze toe met afgerond € 20.000. Zoals in dit voorstel is beschreven heeft dit de nodige aandacht bij de BsWG en houden zij de ontwikkelingen hieromtrent nauwlettend in de gaten.
Daarnaast neemt onze bijdrage ook nog toe door de aanschaf van het regieportaal. (€ 7.000) De investering in het regieportaal zal echter naar de toekomst toe zijn vruchten moeten afwerpen door op een efficiëntere en effectievere manier te kunnen werken. Onderbouwing aanvulling weerstandsvermogen Zoals ook in onze gemeentelijke begroting, zitten in de begroting van de BsWG ook niet op voorhand in te schatten financiële risico’s. Op basis van een uitgevoerde risicoanalyse bedraagt het benodigde weerstandsvermogen van de BsGW € 1,33 miljoen. Een aanvulling van € 140.000 is hierdoor noodzakelijk. Voor onze gemeente betekent dit aan aanvulling van € 3.000. Geadviseerd wordt dit te dekken uit onze algemene reserve. Ten aanzien van de salaris indexering wordt geadviseerd een zienswijze in te dienen. Recapitulatie Omschrijving
Gevraagde bijdrage
Looncompensatie Prijscompensatie
€ 6.300 € 3.000
Weerstandsvermogen Overig (o.a. Regieportaal en proceskosten) Totaal
€ 3.000 € 32.700
Dekking
Zienswijze, anders meenemen in begroting 2022 Opgenomen prijscompensatie gemeentelijke begroting 2022 Algemene reserve gemeente Meenemen in begroting 2022
€ 45.000
Planning, uitvoering en evaluatie Beeldvormende vergadering op 17-5-2021. Besluitvormende vergadering op 25-5-2021. Communicatie Na vaststelling door de gemeenteraad zal de zienswijze aan de BsGW kenbaar worden gemaakt. Het college van Eijsden-Margraten De gemeentesecretaris,
De voorzitter,
Mari-An Gerits
Mr. J.E.M. Custers 11
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Eijsden-Margraten gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op de behandeling in de Beeldvormende vergadering en raadsvergadering;
Besluit: Als zienswijze kenbaar maken dat de raad niet kan instemmen met de ontwerpbegroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 BsGW. Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 juni 2021.
De griffier,
De wnd. voorzitter,
Mr. M. Verbeet
Drs. G.J.M. Cox
12