20210525 04d3 Toelichting Bijlage 2 - Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend en nader bodemen asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten
Verkennend en nader bodemen asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten
Rapportnummer:
E197210.008/SBI
Datum:
25 augustus 2020
Naam opdrachtgever:
Swentibold Projectontwikkeling B.V., mw. ing. M.J.V. Erkens
Adres opdrachtgever:
Postbus 5046, 6130 PA te SITTARD
Contactpersoon Aelmans Eco B.V.:
De heer S. Biesmans
Monstername door:
de heer D. Stassen, de heer S. Biesmans, de heer S. Ortmans en de heer J. Kroonen
Datum monstername:
9 april 2020, 2 juni 2020 en 13 juli 2020 (nader bodemonderzoek)
KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37
Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55
Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260
info@aelmans.com
www.aelmans.com
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het onderzoek.......................................................................................................... 1 1.3 Opzet van het onderzoek en de rapportage .......................................................................... 2
2
Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie............................................. 3 2.1 Vooronderzoek ....................................................................................................................... 3 2.2 Onderzoekshypothese ............................................................................................................ 7 2.3 Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 7
3
Opzet veldonderzoek .......................................................................................... 9 3.1 Veldwerkzaamheden .............................................................................................................. 9 3.2 Resultaten veldwerkzaamheden ............................................................................................ 9
4
Resultaten en beoordeling chemische analyse ................................................... 14 4.1 Toetsing van de analyseresultaten ....................................................................................... 14 4.2 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................ 16
5
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 23 Figuur 1
Ligging onderzoekslocatie
Figuur 2
Situatie onderzoekslocatie met ligging boorpunten
Bijlage 1
Analysecertificaten grond
Bijlage 2
Profielbeschrijving boorpunten
Bijlage 3
Getoetste analyseresultaten grond conform BoToVa
Bijlage 4
Verklaring van functiescheiding
Bijlage 5
Asbestinspectierapport + analyseceretificaten asbest
Bijlage 6
Veiligheidsklasse
Bijlage 7
Kadastrale gegevens
Bijlage 8
Foto's
E197210.008/SBI
1 Inleiding 1.1
Opdrachtverlening Aelmans Eco B.V. heeft in opdracht van ing. M.J.V. Erkens, namens Swentibold Projectontwikkeling B.V., het verzoek gekregen een verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek te verrichten op het adres Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten. Kadastraal is de onderzoekslocatie bekend als gemeente Margraten, sectie A, nummer 6357. Aanleiding tot de uitvoering van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het terrein. Het te onderzoeken terrein betreft de achtertuinen van de locaties Sprinkstraat 11a en 15. Hiertoe is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd conform de Nederlandse Normen NEN-5707 en NEN-5740. In dit rapport dient te worden nagegaan wat de chemisch-analytische kwaliteit van de grond is op de betreffende locatie. Daarnaast dient middels onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. Aelmans Eco B.V. is gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten.
Aelmans Eco B.V., of de overige aan dit bedrijf gelieerde ondernemingen binnen de Aelmans Adviesgroep, verklaren hierbij geen eigenaar van onderhavige locatie te zijn dan wel op enige andere wijze een (privaatrechtelijke) relatie te hebben met onderhavige locatie. Op basis hiervan wordt voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL-SIKB 2000. Een verklaring van functiescheiding is opgenomen in bijlage 4. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze certificatie-instelling Normec Certificatie (info-cert@normec.nl).
1.2
Doel van het onderzoek Het doel van een verkennend bodemonderzoek is vaststellen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is verontreinigd, en zo ja of de concentraties van de onderzochte componenten aanleiding vormen voor het instellen van een nader onderzoek.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
1
E197210.008/SBI
1.3
Opzet van het onderzoek en de rapportage Onderhavig onderzoek is onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2018: “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen Bodem die eveneens bepalend zijn voor het uitvoeren van het bodemonderzoek. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt: “Bodem-Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” (NEN-5725); “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740); “Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen” (NEN-5707). In onderhavige rapportage zijn de volgende onderzoeksonderdelen te onderscheiden: 1. vooronderzoek betreffende de terreinsituatie (hoofdstuk 2); 2. opstellen van een hypothese aangaande de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging (hoofdstuk 2); 3. opzet onderzoek (hoofdstuk 3); 4. resultaten en beoordeling chemische analyses (hoofdstuk 4); 5. interpretatie van de onderzoeksgegevens (hoofdstuk 4). Het onderzoek wordt afgerond met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
2
E197210.008/SBI
2 Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie 2.1
Vooronderzoek 2.1.1 Algemene terreingegevens De ligging van de onderzoekslocatie is in figuur 1 weergegeven op een plattegrond (Google Maps) en op een overzicht van de boorlocaties in figuur 2. Het te onderzoeken terrein heeft een oppervlakte van circa 1.800 m² en betreft momenteel de achtertuinen van de adressen Sprinkstraat 11a en 15 te Margraten. In de tuinen zijn enkele gebouwen aanwezig. Onderzoek is opgesplitst in twee gebieden. 2.1.2 Omgeving van het terrein De onderzoekslocatie is gelegen in het kerkdorp Margraten dat onderdeel uitmaakt van de gemeente Eijsden-Margraten. De oostzijde van de onderzoekslocatie wordt begrensd door een huis met tuin van derden. De noordzijde van de onderzoekslocatie grenst aan een tuin en woning van het adres Sprinkstraat 9. De zuidzijde van de onderzoekslocatie grenst aan de weg ‘’Sprinkstraat’’ . De omgeving kan worden beschreven als woonbebouwing. 2.1.3 Vroeger en huidig gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan de Sprinkstraat te Margraten (gemeente Eijsden-Margraten) en het betreft de achtertuinen van de locaties van de huisnummers 11a en 15. De omgeving is te omschrijven als bewoning in de nabijheid van de kern van Margraten. De onderzoekslocatie ligt ten noorden van de Sprinkstraat ten oosten van het Amerikaplein en ten zuiden van de parkeerplaats van de PLUS Kleijnen, gelegen aan het Amerikaplein te Margraten.
Voor zover bekend zijn er geen bodemonderzoeken uitgevoerd op het te onderzoeken terrein. In de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn wel bodemonderzoeken uitgevoerd. Van de relevantste delen staat hieronder een samenvatting.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
3
E197210.008/SBI
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Amerikaplein 2 te Margraten, rapportnr.: E14129.40, d.d. 5 november 2012 uitgevoerd door Aelmans Eco B.V. Aanleiding tot de uitvoering van het onderzoek vormt de voorgenomen koop- / verkoop situatie van een perceel grond welke momenteel in gebruik is als parkeerplaats en berm/groenstrook. In de bovengrond is de bodem licht verontreinigd met minerale olie, cadmium, zink en PCB. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen boven de achtergrondwaarde op de onderzochte parameters. Op basis van het zintuiglijk bodemonderzoek en het historisch onderzoek is geen verder onderzoek naar asbest verricht. Verkennend bodemonderzoek Sprinkstraat 7 te Margraten, rapportnr.: E14129.29, d.d. 3 augustus 2010 uitgevoerd door Aelmans Eco B.V. Aanleiding tot de uitvoering van het onderzoek vormt de ophanden zijnde koop-/verkoop transactie van de stal/c.q. schuur. Zowel in de boven- als ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen boven de achtergrondwaarde op de onderzochte parameters. Op basis van de bevindingen van voornoemd zintuiglijk bodemonderzoek en het historisch bodemonderzoek, is geen verder onderzoek naar asbest verricht. Verkennend bodemonderzoek Sprinkstraat 9 te Margraten, rapportnr.: ECO99.810, d.d. 6 september 1999 uitgevoerd door Aelmans Eco B.V.
Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen aankoop van onderhavig perceel. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen boven de achtergrondwaarde op de onderzochte parameters. In de ondergrond is de bodem plaatselijk licht verontreinigd met cadmium. Topotijdreis
Topotijdreis 1925
Topotijdreis 1950
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
4
E197210.008/SBI
Topotijdreis 1975
Topotijdreis 1998
Topotijdreis 2000
Topotijdreis 2019
2.1.4 Asbest Voor zover bekend, hebben op de onderzoekslocatie in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben verwerkt of geproduceerd. Daarnaast is niets bekend over mogelijke stortingen of ophogingen met asbesthoudend materiaal en/of asbestbuizen in de bodem. Voor zover bekend, hebben zich in het verleden geen calamiteiten (bv. brand of explosies) voorgedaan, waarbij asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. Om voornoemde bevindingen te kunnen bevestigen, zal tijdens het uit te voeren bodemonderzoek zintuiglijk onderzoek plaatsvinden naar mogelijke asbestresten in de bodem.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
5
E197210.008/SBI
2.1.5 Terreininspectie Op 9 april 2020 is voorafgaande aan de grondboringen, door een medewerker van Aelmans Eco B.V. een terreininspectie verricht. De onderzoekslocatie is in gebruik zoals omschreven onder de paragraaf “Vroeger en huidig gebruik”. De onderzoekslocatie is in gebruik als tuin/opslagloodsen en is deels verhard met asfalt en beton en deels onverhard. Visueel zijn aan het aardoppervlak van het te onderzoeken gebied geen bodemvreemde materialen dan wel verontreinigingen aangetroffen. Ten behoeve van het asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van deze inspectie zijn eveneens geen asbestverdachte materialen aan het aardoppervlak aangetroffen. De inspectie-efficiëntie wordt geschat op 90%. Ter plaatse van de aanwezige bebouwing bevinden zich een tweetal daken waar asbest verdachte materialen op aanwezig zijn en waar geen regengoot aanwezig is. Hier is sprake van een drupzone. 2.1.6 Bodemsamenstelling en hydrologische gegevens De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit de TNO-grondwaterkaarten, Maastricht en Heerlen, kaartbladen 61, 62 west, 62 oost, 1980. De onderzoekslocatie is gelegen ten westen van de Kunrade Breuk op een hoogte van circa 173 m +NAP.
Aan het maaiveld bevindt zich een circa 1 tot 10 meter dikke matig tot slecht doorlatende deklaag bestaande uit löss-/leemgronden (Formatie van Twente). Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerende pakket. Dit pakket bestaat uit een circa 10 tot 25 meter dikke laag. Deze laag bevat goed doorlatende grove grinden en zanden (terrasafzettingen van de Maas en de Formatie van Breda). Dit pakket staat grotendeels droog. Hieronder bevindt zich een pakket zanden en kleien, behorende tot de Formaties van Rupel en Tongeren. De dikte van dit pakket varieert van 10 tot 100 meter. Deze laag wordt als weinig doorlatend beschouwd. De kleilagen binnen voornoemd pakket zijn echter plaatselijk zandig ontwikkeld of erg dun (minder dan 5 meter), waardoor deze niet als geheel afsluitend worden beschouwd. Onder deze weinig doorlatende laag bevindt zich het tweede watervoerende pakket, bestaande uit kalksteen (Formaties van Houthem, Maastricht en Gulpen). De dikte van dit pakket bedraagt circa 100 meter. Omtrent de geohydrologische situatie is bekend dat het grondwater stijghoogtes bereikt van circa 137 m +NAP. De grondwaterstand op de onderzoekslocatie bevindt zich dan ook op meer dan 5 m-mv. De regionale grondwaterstromingsrichting vindt plaats in noordwestelijke richting.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
6
E197210.008/SBI
2.2
Onderzoekshypothese 2.2.1 Grond Gelet op het vroegere en huidige gebruik van het terrein, het historisch onderzoek en de terreininspectie luidt de onderzoekshypothese, dat er geen bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden, oftewel dat de locatie als “onverdacht” kan worden beschouwd. 2.2.2 Asbest Op basis van de historische feiten kan worden geconcludeerd dat de locatie als “onverdacht” kan worden beschouwd voor asbest. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn een tweetal drupzones bekend. Genoemde drupzones dienen als verdacht te worden beschouwd voor wat betreft asbest. 2.2.3 PFAS De te onderzoeken (boven)grond is te allen tijde diffuus verdacht op aanwezigheid van PFAS. De bovengrond kan door middel van atmosferische depositie diffuus verontreinigd geraakt zijn met gehaltes boven de PFAS bepalingsgrens. Dit geldt met name voor de geroerde bovengrond, echter kan ongeroerde bovengrond niet worden uitgesloten. Op basis van de hier bovenstaande feiten kan worden geconcludeerd, dat de locatie als “verdacht” kan worden beschouwd voor PFAS.
2.3
Onderzoeksstrategie 2.3.1 Grond Bij de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de strategie voor niet-verdachte locaties. Uitgaande van de terreinoppervlakte is conform de NEN-5740/A1 (tabel 3.1 (kleinschalig onverdacht) een keuze gemaakt voor het aantal boringen en grondmonsters De richtlijn met betrekking tot het uitvoeren van bodem- en grondwateronderzoek schrijft voor, dat grondwateronderzoek dient plaats te vinden indien het freatisch grondwater zich op minder dan 5,0 m-mv bevindt. Dit is op de onderzoekslocatie niet het geval. Asbestonderzoek Bij de onderzoeksstrategie voor asbest is uitgegaan van de NEN-5707 (onverdacht). Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn in totaal een elftal inspectiegaten van 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m-mv gegraven. Teneinde de visuele bevindingen analytisch te bevestigen, zal alhier één grondmengmonster analytisch op asbest in grond geanalyseerd worden. Drupzones Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn een tweetal drupzones bekend. Gezien deze bevindingen, dienen de drupzones als asbestverdacht te worden beschouwd.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
7
E197210.008/SBI
Ter plaatsen van de drupzones zullen een 7-tal inspectiegaten worden gegraven en een tweetal grondmonsters worden genomen van de toplaag en geanalyseerd conform de NEN5898. In tabel 2.3.1 is een overzicht opgenomen van de te verrichten boringen, de diepte tot welke deze zullen worden verricht en de voorgenomen uit te voeren analyses. Tabel 2.3.1: Onderzoeksstrategie Oppervlakte te onderzoeken terrein circa 1.800 m²
Aantal
Diepte boringen
Aantal
boringen
(m-mv)
analyses1)
Analysepakket
8
0,0 - 0,5
3
NEN-5740 pakket grond incl. PFAS
3
0,5 - 2,0
1
NEN-5740 pakket grond Incl. PFAS
82)
0,3 × 0,3 × 0,5
1
NEN-5707 pakket asbest
drupzone 01
4
0,3 x 0,3 x 0,25
1
NEN-5898 pakket asbest
drupzone 02
3
0,3 x 0,3 x 0,25
1
NEN-5898 pakket asbest
Drupzones
1) aantal analyses is afhankelijk van zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden 2) in afwijking van de NEN-5707 zullen alle boringen in combinatie met inspectiegaten voor asbest worden geplaatst
In tabel 2.3.2 zijn enkele relevante gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.3.2: Relevante gegevens project Projectnaam
Verkennend- en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten
Projectcode
E197210
Huidig gebruik
tuinen/opslagloodsen
Gebruik omgeving
woonbebouwing
Oppervlakte locatie
circa 1.800 m²
Hoogteligging
circa 173 meter +NAP
Grondwaterstand
circa 137 meter +NAP
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
8
E197210.008/SBI
3 Opzet veldonderzoek 3.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2018: ”Locatie- inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De veldwerkzaamheden zijn verder uitgevoerd volgens de Nederlandse norm Bodem. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt: “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740); “Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen” (NEN-5707). De beschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 2.
3.2
Resultaten veldwerkzaamheden 3.2.1 Grond De boringen in combinatie met de inspectiegaten voor het asbestonderzoek zijn met behulp van een edelmanboor en een spade op 9 april 2020, 2 juni en 13 juli 2020 geplaatst. In figuur 2 is een overzicht opgenomen van de geplaatste boringen. Tijdens de uitvoering van het veldwerk, zijn er geen aanwijzingen geweest om af te wijken van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in paragraaf 2.3.1. Ter plaatsen van de onderzoekslocatie zijn een 11-tal boringen geplaatst waarvan drie tot 2,0 m-mv en acht tot 1,0 m-mv. De onderzoekslocatie is deels verhard middels asfalt en beton. De aanwezige asfalt laag heeft een dikte van circa 4 cm en de betonvloer heeft een dikte van circa 10 á 14 cm. Visueel zijn tijdens het plaatsen van de boringen 1 t/m 11 in de leem-/zandgrond bijmengingen met baksteen, grind, puin, asfalt en stenen aangetroffen tot een diepte van circa 0,5 m-mv. In de ondergrond zijn visueel geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Aangezien er niet genoeg monstermateriaal aanwezig was bij het laboratorium, is boring 3 op 2 juni 2020 opnieuw gezet voor de uitsplitsing van grondmengmonster 3. Drupzones Visueel zijn tijdens het plaatsen van de asbestinspectiegaten 101 t/m 107 ter plaatse van de drupzones, sterke bijmengingen met puin en baksteen waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen in de bodem.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
9
E197210.008/SBI
Nader bodemonderzoek Vanwege de sterk aangetoonde verhoogde gehaltes aan zware metalen en PFAS uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek, is in samenspraak met de opdrachtgever besloten om een nader bodemonderzoek uit te voeren. De boringen voor het nader bodemonderzoek zijn geplaatst op 13 juli 2020. In totaal zijn er een 9-tal boringen geplaatst voor het nader bodemonderzoek. De boringen 3a t/m 3d zijn geplaatst voor de inkadering van de met zware metalen sterk verontreinigde grond en de boringen 2a, 5a, en 8a t/m 11a zijn geplaatst ter verificatie van PFAS. Visueel zijn tijdens het plaatsen in de leem-/zandgrond bijmengingen met baksteen, grind, puin, asfalt en stenen aangetroffen tot circa 0,5 m-mv. In de ondergrond zijn visueel geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In tabel 3.2.1 is een overzicht gegeven uit welke boringen en over welke diepten de mengmonsters zijn samengesteld. Tabel 3.2.1: Overzicht veldwerk en chemische analyse
: mengmonsternummer;
: boring(en);
: dieptetraject (m-mv);
: samenstelling grond;
: chemische analyse op basis van NEN-5740;
#
: voor diepte individuele monsters zie bijlage 1.
MM 1
1, 4 en 7
0,10 - 0,65
(X01)
#
leem, zwak grindig,
NEN-5740 pakket grond
(neutraal)bruin
Incl. PFAS
MM 2
2, 5, 8, 9, 10 en
0,0 - 0,5
leem, zwak grindig, sporen
NEN-5740 pakket grond
(X02)
11
#
baksteen, sporen kolen,
Incl. PFAS
sporen asfalt, donkerbruin MM 3
3 en 6
(X03)
0,0 - 0,5 #
zand, zwak siltig, matig
NEN-5740 pakket grond
grindig, zwak
Incl. PFAS
baksteenhoudend, sterk puinhoudend, matig baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, beigebruin MM 4
1, 7 en 8
(X04) MM3-2 (X03-2)
0,5 - 2,0 #
6
0,0 - 0,5
leem, sporen roest,
NEN-5740 pakket grond
beigebruin
Incl. PFAS
zand, matig siltig, zwak
NEN-5740 pakket grond
grindig, sporen baksteen, sporen puin, donkerbruin
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
10
E197210.008/SBI
003a
0,0 - 0,15
Zand, zwak siltig, matig
Zware metalen
Uitsplitsing M 101 (X101)
grindig, sterk steenhoudend, brokken baksteen, zwak asfalthoudend, zwak puinhoudend, licht bruingrijs
M 102
003a
0,15 - 0,5
(X102)
Leem, zwak zandig, sporen
Zware metalen
roest, sporen baksteen, sporen asfalt, donkerbruin
M 103
003b
0,0 - 0,15
(X103)
Zand, zwak siltig, matig
Zware metalen
grindig, sterk steenhoudend, brokken baksteen, zwak puinhoudend, sterk asfalthoudend, licht bruingrijs
M 104
003b
0,15 - 0,5
(X104)
Leem, zwak zandig, sporen
Zware metalen
roest, sporen baksteen, sporen asfalt, donker zwartbruin
M 105
003c
0,0 - 0,15
(X105)
Zand, zwak siltig, matig
Zware metalen
grindig, sterk steenhoudend, brokken baksteen, zwak asfalthoudend, zwak puinhoudend, licht bruingrijs
M 106
003c
0,15 - 0,5
(X106)
Leem, zwak zandig, sporen
Zware metalen
roest, sporen baksteen, sporen asfalt, donkerbruin
M 107
003d
0,0 - 0,15
(X107)
Zand, zwak siltig, matig
Zware metalen
grindig, sterk steenhoudend, brokken baksteen, zwak asfalthoudend, zwak puinhoudend, licht bruingrijs
M 108 (X108)
003d
0,15 - 0,5
Leem, zwak zandig, sporen
Zware metalen
roest, sporen baksteen, sporen asfalt, donkerbruin
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
11
E197210.008/SBI
M 109
02a
0,0 - 0,5
leem, zwak grindig, sporen
PFAS
(X109)
baksteen, sporen kolen, sporen asfalt, donkerbruin
M 110
05a
0,0 - 0,5
(X110)
leem, zwak grindig, sporen
PFAS
baksteen, sporen kolen, sporen asfalt, donkerbruin
MM 111 (X111)
08a t/m 011a
0,0 - 0,5
leem, zwak grindig, sporen
PFAS
baksteen, sporen kolen, sporen asfalt, donkerbruin
3.2.2 Asbest Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn in totaal een elftal inspectiegaten van 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m-mv gegraven. De hierbij vrijkomende grond is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Bij de beoordeling van de uitkomende grond van de inspectiegaten, zijn zintuiglijk geen specifieke asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de vorm van puin-/baksteenresten. Vanwege voornoemde bijmengingen, dient deze bodemlaag als verdacht met betrekking tot asbest worden bestempeld. Teneinde de visuele bevindingen analytisch te bevestigen is besloten om alhier één grondmengmonster analytisch op asbest in grond te analyseren. Drupzones Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn een tweetal drupzones bekend. Genoemde drupzones zijn bemonsterd in een 7-tal inspectiegaten conform de NEN 5898. Bij de beoordeling van de uitkomende grond van de inspectiegaten, zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van de visuele bevindingen, zijn een tweetal grondmengmonsters geanalyseerd conform de NEN 5898. In bijlage 5 is het asbestinspectierapport opgenomen, dat is opgesteld door een voor het protocol 2018 gecertificeerde medewerker, zijnde de heer D. Stassen.
3.2.3 Algemene informatie uitgevoerde analyses De NEN-5740 onderscheidt de volgende analysepakketten; te weten één voor de grond (zowel de boven- als de ondergrond) en één voor het grondwater. Daar op de onderzoekslocatie geen grondwater binnen 5 m-mv aanwezig is, is uitsluitend het standaard NEN-5740 pakket voor grond van toepassing.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
12
E197210.008/SBI
De grondmengmonsters zijn derhalve onderzocht op de volgende componenten voor het standaard NEN-5740 pakket grond: zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); polychloorbifenylen (PCB); minerale olie (GC); droge stof; lutum en organische stof. De grondwatermonsters zijn derhalve onderzocht op de volgende componenten voor het standaard NEN-5740 pakket grondwater: zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; minerale olie; vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (inclusief naftaleen). Daarnaast zijn diverse grondmengmonster aanvullend op PFAS in grond. De hierboven beschreven veldwerkzaamheden en de rapportage zijn uitgevoerd door Aelmans Eco B.V. te Voerendaal. De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB te Hoogvliet (RvA geaccrediteerd laboratorium). In bijlage 1 zijn de analysecertificaten toegevoegd. In de bijlage 3 zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
13
E197210.008/SBI
4 Resultaten en beoordeling chemische analyse 4.1
Toetsing van de analyseresultaten 4.1.1 Toetsingskader Wet Bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grondmengmonsters en watermonsters dienen te worden getoetst aan de toetsingswaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versie van dit document. Deze waarden bestaan uit de interventiewaarde (I) en de achtergrondwaarde 2000 (AW2000). Voor grond moeten de toetsingswaarden worden berekend aan de hand van het organische stofgehalte en lutumgehalte. Bij de toetsing is gecorrigeerd aan het organische stofgehalte en lutumgehalte, welke in onderhavig bodemonderzoek zijn vastgesteld, zie bijlage 3. Achtergrondwaarde (AW2000): De waarde betreft ook wel de “altijd grens”. Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten van stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, welke niet belast zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die aan deze waarden voldoet is geschikt voor elk gebruik. Interventiewaarde (I): Deze waarde geeft aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. De interventiewaarden bodemsanering geven het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Voor de toetsing van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van BOTOVA gevalideerde software. De analyseresultaten worden hierbij getoetst aan de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW2000): Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Voor gemeten concentraties welke deze waarden overschrijden wordt de term “licht verhoogd” gebruikt. Interventiewaarde (I): Deze waarde geeft aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. De interventiewaarden bodemsanering geven het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Voor gemeten concentraties welke deze waarden overschrijden wordt de term “sterk verhoogd” gebruikt. Naast genoemde waarden wordt een index opgenomen. Dit is de quotiënt tussen de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) en de interventiewaarden (index = (GSSD – AW) / (IW – AW)) . Een index beneden de 0,5 houdt in dat de GSSD (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index boven de 1 houdt in dat de GSSD boven de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de GSSD dicht bij de interventiewaarde ligt hetgeen in de praktijk veelal bestempeld kan worden als een overschrijding van de tussenwaarde.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
14
E197210.008/SBI
Laatstgenoemde kan, afhankelijk van de locatie specifieke omstandigheden, mogelijk aanleiding zijn voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. 4.1.2 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Op basis van een toetsing aan de Wet bodembescherming (Circulaire Bodemsanering) kan geen formele uitspraak gedaan worden over het hergebruik, verspreiden of toepassen van grond. Voor de feitelijke toetsing dienen de analyseresultaten van de grondmengmonsters te worden getoetst aan de normwaarden uit de tabel van het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (V.R.O.M.). Deze tabel met normwaarden is opgenomen in Regeling bodemkwaliteit (Rbk). Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versie van dit document. De standaard normwaarden kunnen worden verdeeld in de achtergrondwaarden (= AW2000), de maximale waarden wonen (= WO) en de maximale waarden industrie (= IN). De normwaarden zijn gebaseerd op risicobenadering. Uitgangspunt hierbij is een directe relatie tussen de (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. De betekenis van bovenvermelde normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden (AW2000): De achtergrondwaarden (AW2000) betreft ook wel de “altijd grens”.
Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten van stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, welke niet belast zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die aan deze waarden voldoet is geschikt voor elk gebruik. Maximale Waarden Wonen (WO): Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie wonen. Maximale Waarden Industrie (IN): Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie industrie. Indien het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de NEN-5740 mag het gelden als bewijsmiddel voor het aantonen van de kwaliteit van de ontvangende bodem, maar niet als bewijsmiddel van vrijkomende grond. Het verkennend bodemonderzoek is niet gelijk aan een partijkeuring. Bij een toepassing moet worden gekeken naar de (huidige) bodemkwaliteit van de ontvangende bodem en naar de vastgestelde bodemfunctieklasse (functiekaart van die gemeente). Hierbij geldt de strengste van de twee, om te bepalen of de partij mag worden toegepast. Bovengenoemde toetsing geldt als sprake is van generiek beleid.
Indien voor de onderzoeks- en/of toepassingslocatie gebiedspecifiek beleid is vastgesteld, moet getoetst worden aan de door de gemeente vastgestelde Lokaal Maximale Waarden of achtergrondgrenswaarden.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
15
E197210.008/SBI
4.1.3 Toetsingskader asbest In de beleidsbrief van 3 maart 2004 heeft de staatssecretaris van VROM het interim beleid ‘asbest in bodem, grond en puin(granulaat)’ definitief vastgelegd. De toetsingswaarden voor asbest in grond zijn tevens vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg ds gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). De berekening voor de toetsing aan deze norm dient op volgende wijze te worden uitgevoerd: (10x gehalte amfibool asbest) + (gehalte serpentijn asbest) = < 100 mg/kg ds. Chrysotiel (wit asbest) is serpentijn asbest, de overige asbestsoorten zijn amfibolen (met name amosiet en crocidoliet). Indien de norm op een plaats wordt overschreden, dan is er sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. Deze normering heeft de volgende consequenties: Wanneer de interventiewaarde/restconcentratienorm wordt overschreden, zijn de voorschriften van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Productbesluit asbest van toepassing (de werkzaamheden dienen onder asbestcondities (zwart niet vluchtig) te worden uitgevoerd); Ernst (en spoedeisendheid) van een geval volgens de richtlijnen van de Wet bodembescherming kunnen worden vastgesteld (asbest in bodem).
De resultaten van het onderzoek asbest zijn getoetst aan de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds.
4.2
Interpretatie van de analyseresultaten 4.2.1 Algemeen Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar figuur 2 “Situatie onderzoekslocatie met ligging boorpunten”. Ten aanzien van de verrichte analyses wordt tevens verwezen naar het vermelde onder paragraaf 3.2 “Resultaten veldwerkzaamheden”. 4.2.2 Interpretatie analyseresultaten De analyseresultaten van de grondmengmonsters worden in onderstaande tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die parameters vermeld waarvan de concentraties minimaal hoger zijn dan de vastgestelde achtergrondwaarden vermeld in de Circulaire Bodemsanering (Wbb) en de maximale waarden zoals opgenomen in de Rbk. Met betrekking tot de index zijn alleen die waarden vermeld die boven de 0,5 liggen. Oordeel o.b.v. Circulaire: : concentratie < de achtergrondwaarde (AW2000), Index 0 dan wel < als 0; : concentratie > AW2000, Index ligt tussen 0 en 0,5; : concentratie > tussenwaarde, Index ligt tussen 0,5 en 1,0; : concentratie > interventiewaarden, Index groter dan 1,0.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
16
E197210.008/SBI
Oordeel o.b.v. Rbk/Bbk: : altijd toepasbaar dan wel voor alle gebruiksfuncties geschikt ≤ achtergrondwaarden (< AW2000); WO : geschikt voor de functie wonen ≤ maximale waarden wonen; IN : geschikt voor de functie industrie ≤ maximale waarden industrie; NT : niet toepasbaar dan wel voor geen gebruiksfunctie geschikt > maximale waarden industrie. De analyseresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. Tabel 4.2.2: Samenvatting analyseresultaten grondmengmonsters MM
1
Aard van het
Boring +
Verhoogd
Conc.
Toetsing
Toetsing
materiaal
bodemlaag
aangetoonde
(mg/
Wbb (index)
Rbk/Bbk
(m-mv)
parameter
kg ds)
1, 4 en 7
-
-
leem, zwak grindig, (neutraal)bruin
2
-
-
-
(0,10 - 0,60)
klasse AW2000
leem, zwak grindig,
2, 5, 8, 9, 10 en 11
cadmium
0,71
●
-
WO
klasse
sporen baksteen,
(0,0 - 0,50)
zink
140
●
-
WO
AW2000
zand, zwak siltig,
3 en 6
cadmium
0,88
●
-
IN
klasse
matig grindig, zwak
(0,0 - 0,50)
sporen kolen, sporen asfalt, donkerbruin 3
kobalt
6,3
●
-
WO
niet
baksteenhoudend,
koper
88
●●
0,84
IN
toepasbaar
sterk puinhoudend,
kwik
0,13
●
-
WO
matig
lood
58
●
-
WO
baksteenhoudend,
nikkel
21
●
-
IN
zwak
zink
280
●●
0,83
IN
asfalthoudend, beigebruin
4
leem, sporen roest,
1, 7 en 8
beigebruin
(1,5 - 2,0)
PAK
3,99
●
-
WO
som PCB
10,45
●
-
WO
minerale olie
340
●
-
>IND
-
-
-
-
-
Klasse AW2000
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
17
E197210.008/SBI
MM
Aard van het
Boring +
Verhoogd
Conc.
Toetsing
Toetsing
materiaal
bodemlaag (m-mv)
aangetoonde
(mg/
Wbb (index)
Rbk/Bbk
parameter
kg ds)
6
cadmium
0,84
●
-
WO
klasse
(0,0 - 0,50)
koper
55
●
-
IN
industrie
Uitsplitsing grondmengmonster 3 03-2
zand, matig siltig, zwak grindig, sporen baksteen,
lood
53
●
-
WO
sporen puin,
zink
260
●●
0,61
IN
donkerbruin 03-3
PAK
4,75
●
-
WO
zand, zwak siltig,
3
cadmium
0,57
●
-
WO
klasse niet
matig grindig, zwak
(0,04 - 0,30)
kobalt
22
●
-
IN
toepasbaar
koper
390
●●●
4,55
>I
lood
48
●
-
WO
molybdeen
1,6
●
-
WO
baksteenhoudend, sterk puinhoudend, matig baksteenhoudend,
nikkel
96
●●●
3,44
>I
zwak
zink
380
●●●
1,16
>I
asfalthoudend, beigebruin
PAK
2,97
●
-
WO
som PCB
10,22
●
-
WO
minerale olie
460
●
-
>IND
Nader bodemonderzoek boring 3 (zware metalen) 101
zand, zwak siltig,
003a
cadmium
0,43
●
-
WO
klasse niet
matig grindig,
(0,0 - 0,15)
kobalt
6,5
●
-
WO
toepasbaar
sterk
koper
110
●●●
1,24
>I
steenhoudend,
lood
97
●
-
WO
brokken
nikkel
26
●●
0,63
IN
baksteen, zwak
zink
250
●●
0,77
IN
003a
cadmium
0,99
●
-
IN
klasse niet
(0,15 - 0,5)
kobalt
16
●
-
IN
toepasbaar
asfalthoudend, zwak puinhoudend, licht bruingrijs, 102
leem, zwak zandig, sporen roest, sporen baksteen,
koper
340
●●●
4,00
>I
sporen asfalt,
kwik
0,11
●
-
WO
lood
60
●
-
WO
molybdeen
1,8
●
-
WO
nikkel
65
●●●
2,13
>I
zink
490
●●●
1,58
>I
donkerbruin
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
18
E197210.008/SBI
MM
103
Aard van het
Boring +
Verhoogd
Conc.
Toetsing
Toetsing
materiaal
bodemlaag (m-mv)
aangetoonde
(mg/
Wbb (index)
Rbk/Bbk
parameter
kg ds)
zand, zwak siltig, matig grindig,
003b
cadmium
0,74
●
-
IN
klasse
(0,0 - 0,15)
kobalt
7,8
●
-
WO
industrie
sterk
koper
67
●●
0,65
IN
steenhoudend,
lood
49
●
-
WO
brokken
nikkel
26
●●
0,63
IN
baksteen, zwak
zink
260
●●
0,81
IN
003b
cadmium
1,4
●
-
IN
klasse niet
(0,15 - 0,5)
toepasbaar
puinhoudend, sterk asfalthoudend, licht bruingrijs 104
leem, zwak zandig, sporen roest,
105
kobalt
13
●
-
IN
sporen baksteen,
koper
300
●●●
3,50
>I
sporen asfalt,
kwik
0,15
●
-
WO
donker zwartbruin
lood
75
●
-
WO
nikkel
54
●●●
1,68
>I
zink
390
●●●
1,21
>I
zand, zwak siltig,
003c
cadmium
0,51
●
-
WO
Klasse niet
matig grindig,
(0,0 - 0,15)
kobalt
19
●
-
IN
toepasbaar
sterk
koper
360
●●●
4,65
>I
steenhoudend,
lood
2.000
●●●
6,42
>I
brokken
nikkel
100
●●●
3,95
>I
baksteen, zwak
zink
390
●●●
1,34
>I
003c
cadmium
0,60
●
-
WO
klasse niet
(0,15 - 0,5)
kobalt
8,3
●
-
WO
toepasbaar
sporen baksteen,
koper
74
●●
0,66
IN
sporen asfalt,
nikkel
41
●●●
1,15
>I
asfalthoudend, zwak puinhoudend, licht bruingrijs 106
leem, zwak zandig, sporen roest,
donkerbruin 107
zink
180
●
-
IN
Zand, zwak siltig,
003d
cadmium
0.93
●
-
IN
klasse niet
matig grindig,
(0,0 - 0,15)
toepasbaar
kobalt
40
●●
0,72
IN
sterk
koper
950
●●●
12,7
>I
steenhoudend,
kwik
0.13
●
-
WO
brokken
lood
11000
●●●
35,7
>I
baksteen, zwak
molybdeen
4.0
●
-
WO
asfalthoudend,
nikkel
250
●●●
10,7
>I
zwak
zink
670
●●●
2,48
>I
puinhoudend, licht bruingrijs,
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
19
E197210.008/SBI
MM
108
Aard van het
Boring +
Verhoogd
Conc.
Toetsing
Toetsing
materiaal
bodemlaag (m-mv)
aangetoonde
(mg/
Wbb (index)
Rbk/Bbk
parameter
kg ds)
003d
cadmium
1,1
●
-
IN
klasse niet
(0,15 - 0,5)
kobalt
9,2
●
-
WO
toepasbaar
koper
41
●
-
IN
sporen asfalt,
lood
43
●
-
WO
donkerbruin
nikkel
63
●●●
2,05
>I
zink
340
●●●
1,02
>I
Leem, zwak zandig, sporen roest, sporen baksteen,
4.2.3 Interpretatie analyseresultaten PFAS Van de uitkomende grond zijn een viertal grondmengmonsters samengesteld die aanvullend op PFAS zijn onderzocht. De analyseresultaten (overschrijdingen van de rapportagegrens) van de grondmengmonsters worden in tabel 4.2.3 samengevat. De bodemlagen worden getoetst aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse wonen, welke in het tijdelijk handelingskader is opgenomen (3.0 µg/kg ds voor PFOS en overig PFAS en 7.0 µg/kg ds voor PFOA). Vanaf 1 juli 2020 zijn voornoemde normen echter aangepast door het RIVM en kan aan de onderstaande normen worden getoetst. Grond µg/kg ds
Toepasbaar op land: Vrij m.u.v. grondwater-
PFAS < 1,4
PFOA < 1,9
PFOS < 0,9
1,4 < PFAS < 3
1,9 < PFOA < 7
0,9 < PFOS < 3
PFAS > 3
PFOA >7
PFOS > 3
beschermingsgebieden Wonen en / of industrie, Landbouw, natuur als PFAS < Lokale achtergrondwaarde Reiniging of stort
Oordeel o.b.v. tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie: : altijd toepasbaar dan wel voor alle gebruiksfuncties geschikt ≤ achtergrondwaarden (AW2000); WO : geschikt voor de functie wonen ≤ maximale waarden wonen; IN : geschikt voor de functie industrie ≤ maximale waarden industrie; NT : niet toepasbaar dan wel voor geen gebruiksfunctie geschikt > maximale waarden industrie
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
20
E197210.008/SBI
De analyseresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. Tabel 4.2.3: Samenvatting analyseresultaten grondmengmonsters PFAS MM
Boring +
Verhoogd aangetoonde
Conc.
Toetsing
bodemlaag
parameter
(µg/kg ds)
PFAS tijdelijk
(m-mv) 1
1, 4 en 7
handelingskader -
-
(0,10 - 0,60) 2
klasse AW2000
2, 5, 8, 9, 10
som PFOA
0,58
klasse
en 11
som PFOS
7,38
niet toepasbaar
-
-
klasse
(0,0 - 0,50) 3
3 en 6 (0,0 - 0,50)
4
1, 7 en 8
AW2000 -
-
(1,5 - 2,0)
klasse AW2000
Nader bodemonderzoek (verificatie MM2) 109
02a (0,0 - 0,5)
110 111
Som PFOA
0,29
Klasse
PFDA
0,11
wonen
PFHpS
0,23
Som PFOS
1,2
EtFOSAA
0,16
05a
som PFOA
0,37
klasse
(0,0 - 0,5)
som PFOS
0,55
AW2000
08a t/m
som PFOA
0,42
klasse
011a
som PFOS
0,78
AW2000
(0,0 - 0,5)
4.2.4 Interpretatie analyseresultaten asbest Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn in totaal een 11-tal inspectiegaten met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m-mv gegraven. In het veld is één grondmengmonster samengesteld van de meest asbestverdachte bodemlagen (baksteenbijmengingen) welke in het laboratorium geanalyseerd is conform NEN-5898. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn tevens een tweetal drupzones bekend, gezien deze bevindingen zijn de genoemde drupzones apart bemonsterd en geanalyseerd conform de NEN-5898. De analyseresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
21
E197210.008/SBI
Tabel 4.2.4: Samenvatting analyseresultaten asbest MM
Monster 1
Boringen &
Gemeten gehalte
Gemeten gehalte
Totaal gemeten
Gewogen
bodemlaag
(serpentijn)
(amfibool)
gehalte asbest
gehalte asbest
(m-mv)
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
Drupzone 01
1.800
490
2.300
6.700
37
<0,7
37
37
<0,7
<0,7
<0,7
<0,7
101 t/m 104 (0,0 - 0,25) Monster 2
Drupzone 02 105 t/m 106 (0,0 - 0,25)
Monster 3
1, 3, 4, 6 en 11 (0,0 - 0,5)
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
22
E197210.008/SBI
5 Conclusies en aanbevelingen Algemeen Aelmans Eco B.V. heeft in opdracht van mevrouw ing. M.J.V. Erkens, namens Swentibold Projectontwikkeling B.V., het verzoek gekregen een verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek te verrichten op het adres Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten. Aanleiding tot de uitvoering van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van het terrein. Het te onderzoeken terrein betreft de achtertuinen van de locaties Sprinkstraat 11a en 15. Bovengrond De bovengrond is analytisch onderzocht in de grondmengmonsters 1 t/m 3. Analytisch blijkt, dat in grondmengmonster 1 geen van de onderzochte concentraties de achtergrondwaarden overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, kan grondmengmonster 01 als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Analytisch blijkt, dat in grondmengmonster 02 de concentraties cadmium en zink de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex dan wel de interventiewaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan grondmengmonster 02 als klasse wonen grond bestempeld worden. Analytisch blijkt, dat in grondmengmonster 3 de concentraties cadmium, kobalt, kwik, lood, nikkel, PAK, som PCB en minerale olie de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex dan wel de interventiewaarden.
De concentraties koper en zink overschrijden de bodemindex, doch niet de interventiewaarden. Gezien koper en zink de bodemindex overschrijden, is besloten om grondmengmonster 3 uit te splitsen en separaat te analyseren. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan grondmengmonster 3 als klasse niet toepasbaar bestempeld worden. Uitsplitsing grondmengmonster 3 Vanwege de aangetroffen concentraties koper en zink (boven bodemindex), is besloten om grondmengmonster 3 uit te splitsen en separaat te onderzoeken in de grondmengmonsters 03-2 en 03-3 Analytisch blijkt, dat in grondmengmonster 03-2 (boring 6, 0,0 – 0,5 m-mv) de concentratie zink niet meer de bodemindex overschrijdt. De concentratie koper overschrijdt echter wel nog de bodemindex.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
23
E197210.008/SBI
Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, kan grondmengmonster 03-2 als klasse industrie grond bestempeld worden. Analytisch blijkt, dat in grondmengmonster 03-3 de concentraties koper, nikkel en zink de interventiewaarden overschrijden. De concentraties cadmium, kobalt, lood, molybdeen, PAK, som PCB en minerale olie overschrijden de achtergrondwaarden, doch niet de bodemindex dan wel de interventiewaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan grondmengmonster 03-3 als klasse niet toepasbaar bestempeld worden. Ondergrond De ondergrond is analytisch onderzocht in grondmengmonster 4. Analytisch blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan de ondergrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Nader bodemonderzoek Ter plaatse van boring 3 overschrijden enkele parameters de interventiewaarden. Op basis van deze gegevens is er een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het naderbodemonderzoek zijn er een 4-tal boringen geplaatst en analytisch onderzocht op zware metalen. Analytisch blijkt, dat in de grondmonsters 101, 102 en 104 t/m 108 diverse zware metalen de interventiewaarden overschrijden. Vorenstaande impliceert, dat de genoemde grondmonsters sterk verontreinigd zijn.
Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, kunnen de grondmonsters 101, 102 en 104 t/m 108 als klasse niet toepasbaar bestempeld worden. Analytisch blijkt dat in grondmonster 103 de concentraties cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel en zink de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de interventiewaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, kan grondmengmonster 103 als klasse industrie grond bestempeld worden. PFAS PFAS is geanalyseerd in de grondmengmonsters 1 t/m 4. Analytisch blijkt, dat PFAS in de grondmengmonsters 1, 3 en 4 niet in verhoogde mate voorkomt. In grondmengmonster 2 overschrijdt de concentratie som PFOS de achtergrondwaarde en klasse wonen/industrie en kan gekwalificeerd worden als zijnde niet toepasbaar. Op basis van deze bevindingen, dient grondmengmonster 2 als zijnde klasse niet toepasbaar te worden bestempeld.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
24
E197210.008/SBI
Vanwege de sterk verhoogde PFAS concentratie in grondmengmonster 2, is bij het laboratorium navraag gedaan over eventuele fouten bij de analyse en een her-analyse aangevraagd. Er zijn geen fouten geconstateerd en naderhand bleek, dat er niet voldoende monstermateriaal aanwezig was om een her-analyse uit te voeren. Op basis hiervan is besloten om de boringen opnieuw te plaatsen en te laten analyseren op PFAS in een 3-tal monsters. Nader bodemonderzoek PFAS Vanwege de sterk verhoogde aangetoonde gehalte aan som PFOS in grondmengmonster 2, is besloten om enkele boringen opnieuw te plaatsen en te laten analyseren op PFAS. Analytisch blijkt, dat geen van de onderzochte concentraties PFAS de maximale waarde voor wonen dan wel voor industrie overschrijdt, echter overschrijden wel diverse concentraties PFAS de detectiegrenzen en in grondmonster 109 overschrijdt som PFOS de achtergrondwaarde. Asbest Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn in totaal een 11-tal inspectiegaten met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m m-mv gegraven. In het veld is een grondmengmonster samengesteld van de meest asbestverdachte bodemlagen (baksteenbijmengingen) welke in het laboratorium geanalyseerd is conform NEN-5707. Analytisch blijkt, dat in grondmengmonster 1 geen verhoogde concentratie asbest wordt aangetroffen.
Drupzones Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn tevens een tweetal drupzones bekend, gezien deze bevindingen zijn de genoemde drupzones bemonsterd conform de NEN-5898 en geanalyseerd conform de NEN-5898. Analytisch blijkt, dat der plaatse van drupzone 01 (101 t/m 104) de gemeten asbest concentratie de interventiewaarden/restconcentratie norm overschrijdt. Analytisch blijkt, dat ter plaatse van drupzone 02 (105 t/m 107) de gemeten asbest concentratie in verhoogde mate voorkomen, doch niet de interventiewaarden overschrijden. Toetsing hypothese De hypothese “onverdacht” wordt op basis van de onderzoeksresultaten verworpen en de strategie heterogeen diffuus verontreinigde locatie dient te worden aangenomen. Nader bodemonderzoek Bodem Uit het nader bodemonderzoek blijkt, dat er nog steeds diverse zware metalen de interventiewaarden overschrijden. Op basis van deze gegevens is het raadzaam om diverse boringen extra te plaatsen, zodat er een beter beeld ontstaat van de aard en omvang van deze verontreinigingen. Voor wat betreft PFAS is er geen aanleiding meer om een nader bodemonderzoek uit te voeren.
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
25
E197210.008/SBI
Asbest Voor wat betreft de onderzoekslocatie is gezien de sterk aangetoonde verhoogde asbestconcentratie ter plaatse van drupzone 01, aanleiding om een nader asbestonderzoek uit te voeren. Daar dit echter een specifiek afgebakend gebied (drupzone) betreft, is nader onderzoek niet doelmatig. Veiligheidsklasse Vanwege het feit dat in de grond gewerkt zal worden, is middels de berekeningstechniek vanuit de CROW publicatie 400, de veiligheidsklasse bepaald. Hiertoe dient men de veiligheidsaspecten m.b.t. het werken in verontreinigde grond in acht te nemen. CROW p. 400 Ter plaatse van drupzone 01 is de veiligheidsklasse ‘zwart niet vluchtig’ van toepassing, op basis van de concentratie asbest. En ter plaatse van de boringen 003c en 003d is vanwege de concentraties lood, de veiligheidsklasse ’rood niet vluchtig’ van toepassing. Voor het overige, is er geen specifieke veiligheidsklasse van toepassing anders dan de basishygiëne. De berekeningen zijn bijgevoegd in de bijlage. Resumé Resumerend kan gesteld worden, dat de locatie grotendeels geschikt is voor de bestemming wonen. Uitzondering betreffen de sterke verontreiniging met zware metalen en asbest welke voor de daadwerkelijke bouwactiviteiten gesaneerd dienen te worden. Voor het saneren van de sterk met asbest en zware metalen verontreinigde grond dient een BUS-melding te worden ingediend bij de provincie Limburg.
Geadviseerd wordt echter om de verontreiniging met zware metalen verder in te kaderen voor de daadwerkelijke sanering. De graafwerkzaamheden dienen onder de BUS conform BRL7000 en BRL6000 te worden uitgevoerd. Dit bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Eventuele aanwezige andere dan voornoemde bronnen van verontreiniging kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Ubachsberg, gemeente Voerendaal, 25 augustus 2020 Aelmans Eco B.V.
ing. H.J.J.G.M. Wolfs Rapport opgesteld door: De heer S. Biesmans medewerker Bodem
Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Sprinkstraat 11a, 13, 15 en 17 te Margraten Aelmans Eco B.V.
26
Figuur 1
Ligging onderzoekslocatie
onderzoekslocatie
N
Bron: Google Maps
k
FIGUUR 2
k
4/
K1
06 -4 /
258
K3
k k
22
k
k
k
k
k k
k
k r k
2
LEGENDA
n
ste ltre
a asf
?
3A 3
3D 1
3B ?
? 102
lt asfa
onderzoekslocatie
101
3C ?
6
107
drupzone drupzone (>interventiewaarde)
9
5 103 106
1.
8
104
4
10
1.
105
9
11
7
1. Laatb ank
11A
k
1
boorpunt 0,0 - 1,0 m-mv incl. inspectiegat asbest boorpunt 0,0 - 2,0 m-mv incl. inspectiegat asbest Asbestinspectiegat (drupzone) 0,0 - 0,5 m-mv bebouwing Verontreiniging (>Interventiewaarde)
r k
S pr r
i nks
13
k
tra
at
k
15
17
12 k
Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T. 045-575 32 55 F. 045-575 15 09 E. info@aelmans.com
k
19
r
16
r
k
10
Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T. 0475-45 92 60 F. 0475-45 92 82 I. www.aelmans.com
18
k
21 k
20 k
r
21A
/K1
02-
21A
/K2
12
Opdrachtgever
Swentibold projectontwikkeling
Onderwerp
Onderzoekslocatie met ligging boorpunten en inspectiegaten asbestonderzoek
Locatie
Sprinkstraat te Margraten
Projectnummer
E197210
Datum
25-08-2020
A:
Getekend
RHO
Schaal
-
B: 1:500
-
Formaat
A3
Bijlage 1 Analysecertificaten grond
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
AELMANS ECO BV Guido Hamers Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
Blad 1 van 15
: Sprinkstraat te Margraten : E197210 : 13231082, versienummer: 1.
Rotterdam, 20-04-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project E197210. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 15 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
AELMANS ECO BV Guido Hamers Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 15
Analyserapport Sprinkstraat te Margraten
Orderdatum 09-04-2020 Startdatum 10-04-2020 Rapportagedatum 20-04-2020
E197210 - 1
13231082
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
01 01 + foto's terrein (14-50) 04 (15-65) 07 (10-60) 02 02 (0-50) 05 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 03 03 (4-30) 06 (0-50) 04 01 + foto's terrein (50-100) 01 + foto's terrein (100-150) 01 + foto's terrein (150-200) 07 (60-110) 07 (110-160) 07 (160-200) 08 (50-100) 08 (100-150) 08 (150-200)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 85.1 <1 geen
Ja 82.9 <1 geen
Ja 88.7 <1 geen
Ja 83.7 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
0.9
2.7
4.8
0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
15
15
<1
17
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
69 0.24 7.9 25 <0.05 17 0.53 23 91
69 0.71 7.2 21 0.10 35 0.55 17 140
120 0.88 6.3 88 0.13 58 0.98 21 280
69 0.34 9.2 16 <0.05 15 0.57 24 62
0.02 0.09 0.02 0.16 0.08 0.07 0.06 0.08 0.08 0.07 1) 0.73
<0.03 0.50 0.18 0.88 0.49 0.38 0.30 0.49 0.43 0.32 1) 3.991
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1.8 3) <2.1 1.9 3) <2.0 3) <1.8 1.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S <0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.02 benzo(a)antraceen mg/kgds S <0.01 chryseen mg/kgds S <0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)pyreen mg/kgds S <0.01 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S <0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S <0.01 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.083 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1
003
3)
004
<0.01 5) 0.01 <0.01 0.02 0.01 0.01 <0.01 0.01 <0.01 <0.01 1) 0.095
3)
<1 <1 <1 <1 <1 <1
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
AELMANS ECO BV Guido Hamers Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 15
Analyserapport Sprinkstraat te Margraten
Orderdatum 09-04-2020 Startdatum 10-04-2020 Rapportagedatum 20-04-2020
E197210 - 1
13231082
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
01 01 + foto's terrein (14-50) 04 (15-65) 07 (10-60) 02 02 (0-50) 05 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 03 03 (4-30) 06 (0-50) 04 01 + foto's terrein (50-100) 01 + foto's terrein (100-150) 01 + foto's terrein (150-200) 07 (60-110) 07 (110-160) 07 (160-200) 08 (50-100) 08 (100-150) 08 (150-200)
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1.8 1) 10.45
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 12 9 20
<5 18 93 4) 230 340
<5 <5 19 11 30
ANALYSES UITGEVOERD DOOR DERDEN som PFOA (0.7 factor) µg/kgds som PFOS (0.7 factor) µg/kgds Adviespakket PFAS 30 componenten
2)
0.14 2) 0.14 zie bijlage
2)
0.58 2) 7.38 zie bijlage
3)
004
2)
0.14 2) 0.14 zie bijlage
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
AELMANS ECO BV Guido Hamers Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 15
Analyserapport Sprinkstraat te Margraten E197210 13231082
- 1
Orderdatum 09-04-2020 Startdatum 10-04-2020 Rapportagedatum 20-04-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2 3 4 5
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Deze berekening is uitgevoerd door SYNLAB A&S B.V. (Rotterdam). De analyse is uitbesteed. De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. noodzakelijke verdunning. Er zijn componenten na C40 aangetroffen. Deze zijn niet van invloed op het gerapporteerde resultaat. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.