CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210517 04d5 Toelichting Bijlage 4 - Quickscan ecologische waarden.pdf

Beeldvormende vergadering 17 mei 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vaststelling van het bestemmingsplan Woningbouw Sprinkstraat-Laatbank Margraten1.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT

Opdrachtgever:

Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT

Datum: 2 september 2020

Swentibold Projectontwikkeling T.a.v. de heer R. van Eijs Postbus 5046 6130 PA SITTARD

Onderwerp: Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

Opgesteld door: De heer M.J.M Coenen

Geachte heer van Eijs, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het uitgevoerde quickscanonderzoek Ecologische Waarden, vanwege de beoogde bestemmingsplanwijziging en de beoogde werkzaamheden op de betreffende onderzoekslocatie gelegen aan de Sprinkstraat 15, te Margraten, zie figuur 1.

Figuur 1: Onderzoekslocatie Sprinkstraat 15, te Margraten

 06 462 55 985  info@ecolybrium.nl  www.ecolybrium.nl

KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01

Aanleiding Het voornemen bestaat om terplekke van de onderzoekslocatie een verandering van bestemming te realiseren. In het kader van deze bestemmingsverandering is het nodig het vigerend bestemmingsplan te wijzigen. Daarnaast zijn er diverse renovatiewerkzaamheden en nieuwbouw gepland op de locatie. Om te komen tot een wijziging is het noodzakelijk dat er diverse onderzoeken uitgevoerd worden. Een van deze onderzoeken heeft betrekking op natuurwaarden. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en in het kader van de Wet natuurbescherming is de locatie onderzocht, met als doel het vaststellen van het aanwezig zijn van beschermde plant- en diersoorten en het vaststellen of er effecten optreden ten aanzien hiervan. De locatie is in zijn geheel onderzocht op 20 augustus 2020.

Onderzoeksmethodiek Om erachter te komen of het betreffende perceel (bebouwing en het terrein rondom) een geschikt leefgebied vormt voor beschermde dieren of geschikte groeiplekken biedt aan beschermde planten, is de locatie middels een veldinspectie terplekke bekeken. Hierbij is gelet op de mogelijke functies van het gehele terrein voor beschermde soorten, zoals vleermuizen, broedvogels, marterachtigen, uilen en roofvogels, grondgebonden zoogdieren en beschermde planten. Daarnaast is beoordeeld of de locatie een optimaal leefgebied/voortplantingsgebied vormt voor beschermde soorten amfibieën, vissen, reptielen, dagvlinders en libellen. Dit is uitgevoerd tijdens het veldbezoek, waarbij gelet is op de aanwezigheid van geschikt leefgebied (zoals waterlopen, dichte kruidachtige vegetaties en goed doorvoede ondergronden (strooisellagen onder dichte en hoogopgaande begroeiing). Voor het zo volledig mogelijk in beeld krijgen van eventuele aanwezigheid van beschermde natuurwaarden zijn alle gebouwen vanuit de buitenzijde én binnenzijde onderzocht. Voorts is er voorafgaande aan de rapportage van de veldgegevens een literatuurstudie verricht aan de hand van verspreidingsatlassen van soorten en via verspreidingsdata verzameld via internetbronnen (waarneming.nl). Nader soortgericht onderzoek is niet uitgevoerd.

Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

2

Foto 1: In verval geraakte schuur die onderdeel uitmaakt van het onderzoeksgebied

Aanwezigheid natuurwaarden Broedvogels met jaarrond beschermde nesten De aanwezige dakgoten, de eerste rij dakpannen en de dakconstructies terplekke van alle opstallen zijn in het geheel ongeschikt als broedplek voor huismussen. Er zijn nergens geschikte invliegopeningen aanwezig met daaronder plaatwerk waar nesten op gebouwd kunnen worden. Er zijn dan ook geen nesten of restanten van nesten aangetroffen van huismussen. Huismussen zelf zijn eveneens niet aangetroffen op de locatie. Indien deze er wel zouden zitten, dan waren deze met 100% zekerheid gezien, aangezien de soort honkvast is qua territorium. Er zijn eveneens geen invliegopeningen aanwezig die door gierzwaluwen gebruikt kunnen worden als nestlocatie. Ook hiervoor zijn geen geschikte nestlocaties aangetroffen en/of te verwachten. Andere jaarronde beschermde soorten (en hun nesten) zoals huiszwaluw en boerenzwaluw zijn eveneens niet aangetroffen. Deze zijn ook niet te verwachten omdat de dakgoot constructies niet geschikt zijn of omdat er geen insectenrijke omgeving aanwezig is (geen vee-stalling bijvoorbeeld waardoor insecten op aangetrokken worden).

Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

3

Foto 2: Achtergevel van de oude boerderijwoning: ook hier zijn nergens openingen die als nestlocatie dienst kunnen doen voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten

Er zijn ook inpandig geen restanten aangetroffen van nesten en of uitwerpselen en braakballen van uilen. Nestkasten voor uilen hangen eveneens niet in de schuren

Foto 3: ook de opslagloodsen zijn geheel ongeschikt als broedplek voor vogels

Op de ingreeplocatie is nauwelijks goed ontwikkeld en hoogopgaand struikgewas en/of bomen aanwezig waar een hoge diversiteit aan broedvogels gebruik van maken. Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

4

Er kunnen broedvogels voorkomen, maar deze soorten komen algemeen voor en verliezen door de werkzaamheden geen primair broedbiotoop. Hier valt te denken aan soorten als houtduif, Turkse tortel, merel, koolmees en roodborst.

Foto 4: goed ontwikkeld en divers broedbiotoop van vogels ontbreekt nagenoeg geheel op de locatie

In en rondom de bebouwing is het aanwezig zijn van beschermde nestlocaties geheel uit te sluiten. Effecten op broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) zijn op voorhand niet geheel uit te sluiten ten aanzien van enkele algemeen voorkomende soorten. Effecten op jaarrond beschermde nesten zijn wél uit te sluiten. Om te voorkomen dat er effecten optreden ten aanzien van broedende vogels is het van belang dat eventueel verstorende werkzaamheden zoveel als mogelijk buiten de actieve broedperiode van vogels uitgevoerd worden. Doorgaans is de broedperiode vanaf half maart tot half juli (met uitloop naar half augustus). Er kan ook gestart worden net voor het broedseizoen, met doorloop in het broedseizoen, zodat vogels zelf de keuze kunnen maken zich te nestelen in de directe nabijheid. Vleermuizen De bebouwing biedt geen gespouwde muren waar vleermuizen doorgaans hun vast rust- en verblijfplaatsen hebben. Op de zolderruimtes van de onderzochte stallen zijn geen geschikt hangplekken aanwezig. Dit komt onder meer door de aanwezigheid van grote hoeveelheden spinnenrag en de instabiliteit van de temperatuur aldaar. Daarnaast zijn er op meerdere daken asbesthoudende dakplaten aanwezig die geen houvast bieden aan vleermuizen. In de toegankelijke ruimtes zijn voorts nergens uitwerpselen en/of vraatresten gevonden van vleermuizen (bijvoorbeeld van grootoorvleermuizen).

Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

5

Gelet op de ligging van de onderzoekslocatie in Margraten, met daarom heen veel woningen moet worden aangenomen dat de locatie wel dienstdoet als onderdeel van het foerageergebied, maar dit vormt in het geheel geen primair jachtgebied, daar er geen goed ontwikkelde en hoogopgaande vegetatie aanwezig is. Het aantal jagende dieren zal laag in aantal zijn en de verwijdering van de aanwezige struiken en enkele bomen zal geen enkel negatief hebben op vleermuispopulaties in en rondom Margraten. vanwege de groene diversiteit van het gebied. In de aanwezige bomen zijn voorts geen boomholtes aangetroffen die dienst zouden kunnen doen als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen.

Foto 5: asbesthoudende dakplaten, vleermuizen gaan deze locatie niet als vaste rust- en verblijfplaats gebruiken, mede door het ontbreken van een optimaal en stabiel klimaat

De bebouwing vormt voor vleermuizen geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen. De herinrichting leidt dan ook niet tot effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen. Effecten op functies van het gebied voor vleermuizen treden dan ook geheel niet op. Overtredingen in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen daarmee ook niet. Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom het gebouw zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen die hinder kunnen ondervinden, of hun groeiplaats verliezen door de beoogde werkzaamheden. De beplanting rondom het gebouw bestaat uit gecultiveerde struiken en gazon. Een goed ontwikkelde bloemrijke vegetatie (zoals schraal grasland) is niet aanwezig. Er zijn op de oude muren rondom de onderzoekslocatie wel één steenbreekvarentje gevonden, die zeer slecht ontwikkeld is en slechts uit enkele bladeren bestaat.

Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

6

Deze soort is niet meer beschermd door de Wet natuurbescherming. Echter dient er opgemerkt te worden dat deze soort behoudenswaardig is voor het gebied. Omdat dat de soort in Margraten op meerdere plekken aangetroffen wordt (bronnenonderzoek) komt de gunstige staat van instandhouding van deze soort niet in het geding, echter adviseren we om het onderste deel van deze bakstenen muur te bewaren en in een schaduwrijke (maar toch vochtige situatie) te herplaatsen (in de tuin bijvoorbeeld), om de groeiplaats (wat deze soort zo bijzonder maakt) te behouden en de plant de kans krijgt zich uit te breiden middels sporenvermeerdering.

Één steenbreekvarentje op de onderzijde van een van de pilaren van de schuur die verwijderd wordt

Effecten op beschermde vaatplanten zijn geheel uit te sluiten. Amfibieën, libellen en vissen Op de ingreeplocatie komen geen watergangen/poelen of andere waterhoudende elementen voor. Soorten die afhankelijk zijn hiervan, zoals amfibieën, libellen en vissen zijn dan ook geheel uit te sluiten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn op het terrein en in de bebouwing (opstallen) geen aanwijzingen gedaan van het voorkomen van bijzondere en/of beschermde grondgebonden zoogdieren. Hiervoor is geen optimaal habitat aanwezig. Steenmarters of sporen ervan zijn eveneens niet aangetroffen in de bebouwing. Deze kunnen de bebouwing wel gebruiken als onderdeel van hun leefgebied, echter zijn er geen aanwijzingen gevonden die hierop wijzen. Effecten op grondgebonden zoogdieren zijn geheel uit te sluiten.

Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

7

Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals reptielen, dagvlinders en andere ongewervelden, zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten op de locatie. Hiervoor zijn geen (optimaal ontwikkelde) leefgebieden aanwezig, of de soorten hebben geen toegang tot de woningen vanaf de buitenzijde. Effecten op overige soorten is in zijn geheel uit te sluiten vanwege het ontbreken van optimaal ontwikkelde leefgebieden.

Conclusies  Terplekke van de ingreep- en onderzoekslocatie komen geen broedvogels voor met jaarrond beschermde nesten. Effecten op broedvogels treden dan ook niet op.  In de bebouwing zijn geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig en/of te verwachten voor vleermuizen. Primaire jachtgebieden en vliegroutes zijn eveneens niet aanwezig. Effecten op vleermuizen zijn dan ook op geheel voorhand uit te sluiten.  Op een van de bakstenen pilaren van de te slopen schuur groeit één steenbreekvaren. Door het verplaatsen van dit deel, naar een schaduwrijke plek en uit de zonkant, blijft deze bijzondere varensoort behouden voor de locatie. Vanuit de Wet natuurbescherming is dit niet noodzakelijk, omdat de soort niet beschermd is.  Effecten op andere beschermde soorten amfibieën, vissen, libellen, dagvlinders, overige ongewervelden en grondgebonden zoogdieren treden in het geheel niet op. Omdat deze niet aanwezig zijn en of te verwachten zijn, vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied.  De beoogde renovatie en herinrichting kan derhalve wel leiden tot verstoring van broedende vogels als de werkzaamheden in de zomerperiode opgestart worden. Het advies hierin is dan ook om de werkzaamheden zoveel als mogelijk buitend e kwetsbare broedperiode (buiten half maart en half juli) uit te voeren.

 In het kader van de Wet natuurbescherming kan geconcludeerd worden dat er voorts geen knelpunten zijn in relatie tot het overtreden van verbodsbepalingen. Nader soortgericht onderzoek op locatie achten wij dan ook niet noodzakelijk, evenals het doorlopen van een procedure tot ontheffing Wet natuurbescherming.

Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Sprinkstraat 15, Margraten (ons kenmerk: 20-724)

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=240bdbfc-4c29-4028-8ca5-491aa8450364