20210503 02b Rapport Fijnstof door verkeersemissie Eijsden.docx
Tekst van het document
Blootstelling aan fijnstof door verkeersemissies in Eijsden December 2020 Inleiding Fijnstof is een belangrijke oorzaak van het jaarlijks vroegtijdig overlijden van veel mensen. Fijnstof ontstaat onder meer bij verbrandingsprocessen, slijtageprocessen en verwerking van materialen. De bronnen variëren van landbouw, industrie tot vervoer en transport. Onder de laatste categorie horen wegverkeer, luchtvaart en scheepvaart. Een groot deel van het fijnstof dat in Nederland aanwezig is, komt uit het buitenland (1). Het Zuid-Limburgse Eijsden wordt omringd door meerdere bronnen die luchtverontreiniging veroorzaken, zie Figuur 1. Aan de oostzijde ligt de A2, aan de westzijde het Albertkanaal dat recentelijk is verbreed om meer capaciteit te bieden aan schepen met als doel de autonome zeehaven in Luik. In zuid en zuidwestelijke richting net over de Belgische grens bevindt zich industrie. De biomassacentrale gesitueerd in Lixhe is momenteel in aanleg. Luik heeft naast de al genoemde haven een vliegveld waar met name veel vrachtvliegtuigen gebruik van maken. Ten noordoosten van Eijsden bevindt zich vliegveld Maastricht Aachen Airport. Aangezien fijnstof nadelige effecten heeft op de gezondheid, is het gewenst om inzicht te krijgen in de relatie tussen de mogelijke fijnstofbronnen en de hoeveelheid fijnstof (particulate matter, PM) waar de bewoners van Eijsden aan blootgesteld worden.
Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat NO2 gerelateerd is aan verkeersintensiteit in Eijsden (2). In datzelfde onderzoek werd gezien dat PM2.5 (deeltjes < 2,5 µm) de grenswaarde van 25 µg/m3 in een jaar tijd maar liefst 57 keer heeft overschreden bij metingen nabij de autosnelweg A2. Het jaargemiddelde PM2.5 was bijna 80% hoger dan de WHO-adviesnorm van 10 µg/m3.
Gezien het feit dat de A2 de meest dichtbijgelegen bron is, wordt onderzocht of het wegverkeer op de A2 de fijnstofconcentraties in het dorp beïnvloedt. Hoewel Eijsden op enkele honderden meters afstand van de A2 ligt, hoeven de PM2.5 concentraties niet per definitie veel lager te zijn: er is aangetoond dat stoffen die secundair gevormd worden vanuit verkeersuitstoot, zoals PM2.5, nauwelijks afnemen met afstand tot de weg (Figuur 2) (3). De achtergrondconcentraties van deze stoffen zijn vrijwel gelijk aan de concentraties nabij een drukke weg. In dit geval zouden de bewoners van Eijsden zich terecht zorgen moeten maken over nadelige gezondheidseffecten bij hoge PM2.5 concentraties als gevolg van het verkeer op de A2.
1
Albertkanaal Cementfabriek CBR Biomassacentrale Lixhe
Liège Airport
Autosnelweg A2 Eijsden
Knauf isolatie
Liège Port (PAL)
Figuur 1: Kaart met in de blauwe cirkel het dorp Eijsden, en in de rode ovalen de mogelijke fijnstofbronnen. Tevens zijn de A2 en het Albertkanaal aangegeven.
Figuur 2: Afname concentraties met afstand tot de weg (3, 4).
2
Naast de directe invloed van fijnstofemissies op de gezondheid, is er onlangs een positief verband aangetoond tussen PM2.5 en COVID-19 besmettingen, ziekenhuisopnames en mortaliteit in Nederland (5). Daarnaast zijn er schattingen die suggereren dat wanneer jaarlijkse concentraties boven de WHOrichtlijnen van 10 µg/m3 uitkomen, het aantal verwachte besmettingen per 100.000 inwoners verdubbelt (6). Ook in andere landen lijkt lange termijn blootstelling aan slechte luchtkwaliteit het risico op COVID-19 besmetting en mortaliteit te vergroten (7-9). In dit artikel wordt de relatie tussen PM2.5 concentraties, verkeersintensiteit en COVID-19 nader verkent.
Methode Meetlocaties en databronnen Van augustus 2019 tot september 2020 zijn PM2.5-metingen uitgevoerd in de woonwijk Poelveld in Eijsden. De gekozen meetlocatie, medebepaald in overleg met de gemeente Eijsden-Margraten, lag ongeveer 680 meter ten westen van de A2 en 2200 meter ten oosten van het Albertkanaal. Er werd gebruik gemaakt van een Aeroqual monitor van Jantril B.V. voor het bepalen van fijnstofwaarden (PM1, PM2.5 en PM10 in µg/m3). De monitor was vrij dicht bij de bebouwing opgesteld, op een afstand van 5-15 meter. Vanaf de A2 naar de meetlocatie is er een open gebied dat trechtervormig uitkomt in de woonwijk bij het meetstation. Omdat weercondities de vorming en verspreiding van vervuilende stoffen beïnvloeden, werden meteorologische data (windsnelheid, windrichting en temperatuur) verkregen via het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) (10). De meetwaarden die bepaald zijn bij het KNMImeetstation het dichtst bij Eijsden gelegen (Maastricht) zijn voor dit doeleinde gebruikt. De dagelijkse verkeersintensiteit op de A2 werd gebruikt als indicator voor het wegverkeer als fijnstofbron. De exacte locatie was de A2 in noordelijke richting naar Maastricht-Zuid na afrit Visé ter hoogte van hectometerpaal 271.3. Hiervoor werd database Dexter van het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) geraadpleegd.
Het aantal COVID-19 besmettingen in de gemeente Eijsden-Margraten verkregen via Coronavirus.nl worden in een grafiek uitgezet.
3
Jantril Aeroqual monitor
Autosnelweg A2
Albertkanaal
Meetpunt verkeersintensiteit NDW
Figuur 3: Satellietbeeld van Eijsden en omstreken met de ligging van de A2, het Albertkanaal, de locatie van de Jantril Aeroqual fijnstofmonitor en de locatie van het NDW-meetpunt voor verkeersintensiteit.
Variabelen en analyse Hoewel ook PM1 en PM10 is gemeten, richtten we ons in deze studie op PM2.5. Deze keuze is gemaakt omdat PM2.5 meer gezondheidsrisico’s kent dan PM10 door de kleinere afmeting. Voor PM1 geldt dat de afmetingen en massa van de deeltjes zo klein zijn dat metingen minder betrouwbaar kunnen zijn. Er is dan ook weinig onderzoek naar gezondheidseffecten gedaan bij PM1, en er zijn geen wettelijke normen voor deze maat van fijnstof. De dagelijkse PM2.5 concentraties worden uitgezet in een grafiek. Ook de verkeersintensiteit wordt grafisch weergegeven in de tijd. Een lineaire regressieanalyse wordt uitgevoerd om de invloeden van wegverkeer, windsnelheid, windrichting en temperatuur op PM2.5 concentraties te kunnen bepalen. Windrichting wordt hierbij als dummy variabele opgenomen in het model. Hierbij wordt uitgegaan van vier windrichtingen: zuidwest, noordwest, noordoost en zuidoost. Als grens van statistische significantie wordt p=0,05 gehanteerd. Voor de statistische analyses is gebruik gemaakt van IBM SPSS Statistics versie 26.
4
Resultaten Fijnstof en meteorologische condities In 2019-2020 was het PM2.5 jaargemiddelde 6,4 µg/m3 (Figuur 4). Deze waarde ligt ver beneden de gestelde Europese norm van 25 µg/m3 en ook nog beneden de gewenste adviesnorm van de Wereldgezondheidsorganisatie van 10 µg/m3. In de periode augustus 2019 t/m 10 september 2020 komt de wind 228 keer uit zuidwestelijke richting, 81 keer uit noordoostelijke richting, 50 keer uit zuidoostelijke richting en 44 keer uit noordwestelijke richting. Het jaarlijkse verloop van PM2.5 vertoont een grillig patroon met veel pieken. De Europese norm wordt zes keer overschreden, vier keer bij noordoostenwind, en twee keer bij zuidoostenwind. Oostenwind leidde tot significant hogere PM2.5 ten opzichte van westenwind (p=0,000). De fijnstofmetingen en meetgegevens van het KNMI hebben aangetoond dat PM2.5 ongeveer 58% hoger is als de wind uit oostelijke richting komt ten opzichte van westelijke richting. De WHO-adviesnorm wordt eenenzestig keer overschreden. PM2.5 is gedurende de koudere maanden (november t/m april) hoger dan in de overige maanden, 8,11 µg/m3 en 5,00 µg/m3 respectievelijk. Ook de regressieanalyse laat een significant negatieve relatie zien tussen temperatuur en PM2.5 (p=0,000). De windsnelheid is eveneens negatief gecorreleerd aan PM2.5 (p=0,000).
35 PM2,5 (µg/m³)
Europese norm
Adviesnorm WHO
Fijnstofconcentratie (µg/m3)
30 25 20 15 10
9-1-2020
8-1-2020
7-1-2020
6-1-2020
5-1-2020
4-1-2020
3-1-2020
2-1-2020
1-1-2020
12-1-2019
11-1-2019
10-1-2019
9-1-2019
0
8-1-2019
5
Figuur 4: Concentratie fijnstof (PM2.5) in de periode 1 augustus 2019 t/m 10 september 2020. De wettelijke grenswaarde voor PM2.5 is weergegeven met de horizontale grijze lijn, en de WHO-advieswaarde met de blauwe lijn.
5
Verkeersintensiteit Om vast te kunnen stellen of de A2 op 680 meter afstand nog invloed heeft op de fijnstofconcentraties, werd de relatie met verkeersintensiteit beoordeeld. In Figuur 5 staat de verkeersintensiteit weergegeven per etmaal op een meetpunt nabij Eijsden. Grote verschillen zijn waarneembaar in intensiteit. Er is een duidelijke daling in verkeersintensiteit te zien als gevolg van de in Nederland op 12 en 15 maart 2020 ingestelde maatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Eind mei begint de verkeersintensiteit weer toe te nemen. Om te onderzoeken of verkeer gerelateerd is aan fijnstofconcentraties in de woonwijk, is een regressieanalyse uitgevoerd. Verkeersintensiteit blijkt
25000 20000 15000 10000
9-1-2020
8-1-2020
7-1-2020
6-1-2020
5-1-2020
4-1-2020
3-1-2020
2-1-2020
1-1-2020
12-1-2019
11-1-2019
10-1-2019
0
9-1-2019
5000
8-1-2019
Verkeersintensiteit (aantal per etmaal)
positief, maar niet significant, gerelateerd te zijn aan PM2.5 (p=0,065).
Figuur 5: Verkeersintensiteit nabij Eijsden gemeten van 1 augustus 2019 t/m 10 september 2020.
COVID-19 besmettingen Het aantal COVID-19 besmettingen in de gemeente Eijsden-Margraten is weergegeven in Figuur 6. De eerste golf duurde van begin maart tot juni. Daarna volgt een stagnatie van het aantal besmettingen tot het weer gaat stijgen in de derde week van september waar de tweede golf begint. Deze trend is vergelijkbaar met de landelijke trend.
6
16
500
Aantal besmettingen cumulatief
14 12
400
10
300
8 6
200
4
100
11-8-2020
10-29-2020
10-19-2020
10-9-2020
9-29-2020
9-9-2020
9-19-2020
8-30-2020
8-20-2020
8-10-2020
7-31-2020
7-21-2020
7-11-2020
7-1-2020
6-21-2020
6-11-2020
6-1-2020
5-22-2020
5-12-2020
5-2-2020
4-22-2020
4-2-2020
4-12-2020
3-23-2020
0
3-3-2020
2
COVID-19 besmettingen cumulatief
600 Aantal besmettingen per dag
3-13-2020
COVID-19 besmettingen per dag
18
0
Figuur 6: COVID-19 besmettingen in de gemeente Eijsden-Margraten in de periode 3 maart 2020 t/m 8 november 2020.
Beschouwing Eerdere metingen uit 2017-2018 die 100 meter ten oosten van de A2 zijn uitgevoerd, lieten 57 keer een PM2.5 normoverschrijding zien, met een jaargemiddelde van 17,4 µg/m3 (2). Hoewel de verkeersintensiteit fluctueert, zal de drukte op de A2 in de periode augustus 2019 t/m februari 2020 vergelijkbaar zijn met de drukte in diezelfde periode in 2017-2018. De gemiddelde PM2.5 concentratie in deze periode in 2019-2020 is met 6,6 µg/m3 ruim twee en een half keer zo laag, als de PM2.5 concentratie in diezelfde periode in 2017-2018 (gem. 17,6 µg/m3). De lagere concentraties in 2019-2020 worden waarschijnlijk voor een deel bepaald door meteorologische omstandigheden. Windrichting, windsnelheid en temperatuur blijken sterker gecorreleerd te zijn met fijnstofconcentraties dan verkeersintensiteit. Aangezien oostenwind tot significant hogere PM2.5 concentraties leidt, suggereert dit dat de fijnstofbron zich ten oosten van de meetlocatie bevindt. Noordoostenwind heeft tot de meeste normoverschrijdingen geleid. Dit is een indicatie dat verkeer op de A2 een grote invloed heeft op de PM2.5 concentraties. Aangezien de wind voor 67,5% uit westelijke richting kwam, ligt in veel gevallen de A2 benedenwinds van de woonwijk, en zal de fijnstof afkomstig van verkeer de woonwijk niet bereiken. Vanaf de A2 naar de meetlocatie is er een open gebied dat trechtervormig uitkomt in de woonwijk.
Oostenwind met aanvoer van verontreinigde lucht afkomstig van de A2 lijkt hier vrij spel te hebben om de meetlocatie te bereiken. Echter, fijnstofconcentraties worden mede beïnvloed door variaties in dispersie in de 7
natuurlijke en bebouwde omgeving. De monitor is opgesteld op een afstand van 5-15 meter van huizen. Door de bebouwing worden de winden omgeleid en gekanaliseerd langs de weg, waardoor de concentraties worden overschat of onderschat. In de woonwijk in Eijsden kan dit tot lagere waarden hebben geleid op de plek van het meetstation. Onduidelijk is echter wat de waarden zouden zijn binnen dezelfde woonwijk maar anders gelokaliseerd ten opzichte van de bebouwing. De negatieve associatie met temperatuur kan het gevolg zijn van verbeterde omstandigheden voor de vorming van nieuwe deeltjes, een lage mengdiepte van de atmosferische grenslaag, en een verbeterde atmosferische stabiliteit. Dit vermindert de verspreiding van verontreinigende stoffen tijdens de winter, wat de accumulatie ten goede komt. Een alternatieve verklaring kan zijn dat de wind uit oostelijke richting in de winter vaak kouder is dan wind uit westelijk richting. Effecten van COVID-19 lockdown op luchtverontreiniging Ondanks het positieve verband tussen PM2.5 en verkeersintensiteit, is er tijdens de lockdown vanaf halverwege maart, geen daling waarneembaar in PM2.5. NO2 lijkt de effecten van de lockdown door verminderde vervoersbewegingen beter weer te geven (11). Waarom PM2.5 het verminderde aantal vervoersbewegingen niet weerspiegelt, kan verklaard worden doordat verkeer niet de enige bron van fijnstof is.
De meeste fijnstofbronnen liggen echter ten zuiden of ten zuidwesten van Eijsden (Figuur 1). Luchthaven Maastricht Aachen airport ligt ten noordoosten van Eijsden, hetzij op enige afstand. Het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartcentrum) heeft inzichtelijk gemaakt wat de herkomst en de bestemming was van vliegverkeer boven verschillende gemeenten in 2018. De vliegpassages boven de gemeente Eijsden-Margraten kwamen dat jaar voor 26,0% voor rekening van Maastricht Aachen Airport en voor 16,2% voor rekening van luchthaven Luik (12). Omdat vliegbewegingen tegen de wind in plaats vinden, kunnen de hogere PM2.5 concentraties bij oostenwind, en de PM2.5 normoverschrijdingen bij met name noordoostenwind, redelijkerwijs ook ten laste komen van stijgende vliegtuigen vanaf luchthaven Luik en dalende vliegtuigen naar Maastricht Aachen Airport bij wind uit noordoostelijke richting. Volgens het rapport van NLR bevond 20% van alle vliegbewegingen boven Eijsden-Margraten zich onder de 3000 voet. Hiervan was 3,4% afkomstig uit Luik of had dit vliegveld als bestemming. Voor Maastricht gold een percentage van 8,5%. Overvliegende vliegtuigen vormden ook 8,4% van het aantal vliegtuigen onder de 3000 voet. De getallen uit dit rapport kunnen niet geëxtrapoleerd worden naar 2020, maar geven een indicatie van de aandelen van de luchtvaart en luchthavens.
Tijdens de lockdown periode vanaf maart 2020 heeft het luchtverkeer, in tegenstelling tot het wegverkeer, slechts een kortdurende en minder heftige reductie gekend in het aantal vliegbewegingen (13). Dit wordt mede verklaard doordat luchthaven Luik grotendeels vrachtverkeer kent en door de enorme vraag naar goederen, waaronder mondkapjes, de luchtvaart niet stil kon 8
blijven liggen. De luchtvaart zou dus een plausibele bron kunnen zijn voor het in stand houden van de PM2.5 concentraties ondanks de verminderde verkeersintensiteit op de A2. Een andere belangrijke bron van fijnstof in West-Europa is huishoudelijke verwarming (11). Juist tijdens de lockdown werken veel mensen thuis en werden de huizen gedurende langere tijd verwarmd. Ook dit heeft effecten op de totale hoeveelheid fijnstof. Dit laat ook een tweede link met temperatuur zien: niet alleen het temperatuurafhankelijke gedrag van fijnstof in het milieu wordt geassocieerd met de uiteindelijke concentratie, ook het ‘stookgedrag’ van de mens bij koude temperaturen leidt tot hoger fijnstofconcentraties.
Fijnstof en COVID-19 Naast de directe gezondheidseffecten van fijnstof zijn er ook schadelijke effecten die kunnen optreden gerelateerd aan COVID-19. Fijnstof lijkt de activiteit van angiotensine-converterend-enzym(ACE)-2receptor te verhogen (14). Via ACE2-receptoren bindt het COVID-19 virus zich aan (respiratoire) cellen om deze binnen te dringen (14, 15). Van de Nederlandse coronasterfgevallen kan ongeveer 19% worden toegeschreven aan een slechte luchtkwaliteit (16). Volgens Cole et al. heeft een gemeente met 1 μg/m3 hogere PM2.5-concentraties dan een andere gemeente, een risico op tussen 9,4 en 15,1 meer COVID-19 besmettingen (5). In deze studie werd voor meerdere factoren gecorrigeerd, waaronder gezondheidstoestand, sociaaleconomische status, carnaval en bevolkingsdichtheid. Het onderzoek van de World Bank Group (6) toont aan dat bij een PM2.5 stijging van 2 µg/m3 boven de WHO-richtlijn van 10 µg/m3 het aantal verwachte besmettingen per 100.000 inwoners verdubbelt. De fijnstofdata die nu in Eijsden gemeten zijn, laten eenenzestig keer een overschrijding van de WHO-norm zien. Deze overschrijdingen zijn ook in dit kader verontrustend.
De besmettingen weergegeven in Figuur 6 zijn echter niet een op een te vergelijken met de fijnstofwaarden in Figuur 4: de gemeten PM2.5 concentraties in de woonwijk zijn niet representatief voor de gehele gemeente Eijsden-Margraten terwijl het aantal besmettingen wel voor de hele gemeente gelden. Naast de relatie met PM2.5 lijken het aantal besmettingen ook gerelateerd te zijn aan NO2. Cole vond echter geen associatie van NO2 met ziekenhuisopnames en mortaliteit. Uit een studie van Zhu et al. (17) komt naar voren dat een 10 μg/m3 stijging in PM2.5 wordt geassocieerd met een 2,24% stijging in het aantal COVID-19 besmettingen. Voor NO2 lag deze stijging op 6,94%. Dit zou een sterker verband met NO2 suggereren dan met PM2.5. In een studie in India is eveneens gevonden dat met name blootstelling aan NO2 emissies van verkeer kan leiden tot een toename in COVID-19 besmettingen (18). Omdat er altijd blootstelling is aan een mix van vervuilende stoffen zou het niet correct zijn naar een
9
stof te kijken. Studies geven ook aan dat verschillende stoffen een rol spelen bij het virus, waardoor zowel de invloed van PM2.5 als van NO2 onderkend zal moeten worden (19, 20). Op basis van uitgevoerde studies en de huidige verkenning is het belang van het terugdringen van fijnstof gegrond. Bij het PM2.5 jaargemiddelde gemeten in de woonwijk in Eijsden (6,4 µg/m3) zullen de negatieve gezondheidseffecten met betrekking tot respiratoire en cardiovasculaire aandoeningen gering zijn omdat deze waarde onder de WHO-adviesnorm ligt. Echter, bij het PM2.5 jaargemiddelde gemeten in 2017-2018 naast de snelweg (17,4 µg/m3) zou er meer reden tot zorg moeten zijn. Omdat nu alleen de waarde ter hoogte van het meetstation bekend is, geeft dit geen indicatie voor een gemiddelde waarde voor de hele woonwijk of voor bewoners dichterbij de snelweg, en kunnen gezondheidsrisico’s hier niet uit afgeleid worden. Toch zijn de getallen uit eerder onderzoek verontrustend te noemen gezien de sterke te verwachten aantal COVID-19 besmettingen bij 1 µg/m3 stijging in PM2.5, en bij WHO-normoverschrijding. Juist omdat de fijnstofconcentraties lijken te stijgen in de wintermaanden, is dit reden van zorg als PM2.5 een bevorderende factor is voor COVID-19 besmettingen.
Dit zou een mogelijke rol kunnen spelen in het langer aanhouden van de tweede golf in Eijsden, maar mogelijk ook in andere plaatsen in Nederland.
Conclusie De resultaten uit dit onderzoek duiden er op dat PM2.5 concentraties hoger zijn als de verkeersintensiteit toeneemt. Dit wordt bevestigd door de PM2.5 normoverschrijdingen bij wind uit de richting van de snelweg. De luchtvaart boven de gemeente vergroot het risico op hoge PM2.5 concentraties. Doordat het aannemelijk is dat fijnstofconcentraties op sommige plaatsen hoger zijn, zijn gezondheidsrisico’s verre van uitgesloten. Voortschrijdende inzichten in de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, waaronder de associatie van PM2.5 met COVID-19 besmettingen, opnames en mortaliteit, benadrukt de noodzaak om fijnstof terug te dringen. Het maatschappelijk belang van het beperken van fijnstofemissies lijkt sterker dan ooit. Om een uitspraak te kunnen doen over het gezondheidsrisico van bewoners van Eijsden wordt aanbevolen om PM2.5 op meerdere plekken in Eijsden te meten. Naast PM2.5 zal de relatie met NO2 nader onderzocht moeten worden. Een adequate monitoring is daarvoor onontbeerlijk.
10
Literatuur 1. Van der Ree J, Morgenstern PP, Dusseldorp A. Fijn stof van antropogene bronnen. Een literatuurstudie naar samenstelling en verspreiding. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2010. 2. Bosch YPJ, van Schayck OCP. Monitoring van verkeersgerelateerde luchtvervuiling in Eijsden. Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen. 2018;96(7):280-2. 3. Karner AA, Eisinger DS, Niemeier DA. Near-roadway air quality: synthesizing the findings from real-world data. Environmental Science & Technology. 2010;44(14):5334-44. 4. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Blootstelling luchtverontreiniging: bronnen en locatie 2020 [Available from: https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-luchtkwaliteiten-gezondheid/blootstelling-aan-luchtverontreiniging/blootstelling-bronnen-en-locatie. 5. Cole MA, Ozgen C, Strobl E. Air Pollution Exposure and Covid-19 in Dutch Municipalities. Environ Resour Econ (Dordr). 2020:1-30. 6. Andree BPJ. Incidence of COVID-19 and connections with air pollution exposure. Evidence from the Netherlands. Policy Research Working Paper 9221: World Bank Group; 2020. 7. Conticini E, Frediani B, Caro D. Can atmospheric pollution be considered a co-factor in extremely high level of SARS-CoV-2 lethality in Northern Italy? Environ Pollut. 2020;261:114465. 8. Travaglio M, Yu Y, Popovic R, Selley L, Leal NS, Martins LM.
Links between air pollution and COVID-19 in England. Environ Pollut. 2020;268(Pt A):115859. 9. Wu X, Nethery RC, Sabath MB, Braun D, Dominici F. Air pollution and COVID-19 mortality in the United States: Strengths and limitations of an ecological regression analysis. Sci Adv. 2020;6(45). 10. KNMI. Klimatologie. Daggegevens van het weer in Nederland. 2020 [Available from: http://projects.knmi.nl/klimatologie/daggegevens/selectie.cgi. 11. Menut L, Bessagnet B, Siour G, Mailler S, Pennel R, Cholakian A. Impact of lockdown measures to combat Covid-19 on air quality over western Europe. Sci Total Environ. 2020;741:140426. 12. Veerbeek HW. Luchtverkeer boven Zuid-Limburg. Tellingen 2018. Amsterdam: NLR - Royal Netherlands Aerospace Centre; 2019. 13. FOD Mobiliteit en Vervoer. Statistische gegevens van de luchthavens. 2020 [Available from: https://mobilit.belgium.be/nl/luchtvaart/luchthavens_en_luchtvaartterreinen/statistieken. 14. In ’t Veen JCCM, Kappen JH, Van Schayck OCP. Luchtverontreiniging: een determinant voor COVID-19? Nederlands tijdschrift voor geneeskunde. 2020;164(D5153):1-3. 15. Pathangey G, Fadadu PP, Hospodar AR, Abbas A. Angiotensin-Converting Enzyme 2 and COVID-19: Patients, Comorbidities, and Therapies. Am J Physiol Lung Cell Mol Physiol. 2020. 16. Van Mersbergen S. Onderzoekers: 2200 coronadoden te linken aan slechte luchtkwaliteit. Het Parool. 4 november 2020.
17. Zhu Y, Xie J, Huang F, Cao L. Association between short-term exposure to air pollution and COVID-19 infection: Evidence from China. Sci Total Environ. 2020;727:138704. 18. Chakraborty P, Jayachandran S, Padalkar P, Sitlhou L, Chakraborty S, Kar R, et al. Exposure to Nitrogen Dioxide (NO2) from Vehicular Emission Could Increase the COVID-19 Pandemic Fatality in India: A Perspective. Bull Environ Contam Toxicol. 2020;105(2):198-204. 19. Frontera A, Cianfanelli L, Vlachos K, Landoni G, Cremona G. Severe air pollution links to higher mortality in COVID-19 patients: The "double-hit" hypothesis. J Infect. 2020;81(2):255-9. 20. Woodby B, Arnold MM, Valacchi G. SARS-CoV-2 infection, COVID-19 pathogenesis, and exposure to air pollution: What is the connection? Ann N Y Acad Sci. 2020.
11