CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210308 04d.03 Reactie 2.pdf

Beeldvormende vergadering 8 maart 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Manifest Buitengewoon Buitengebied4.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

20201102 Aan het College van Burgemeester en Wethouders, Leden van de gemeenteraad en het Projectteam Buitengewoon Buitengebied van de Gemeente Eijsden Margraten. Geacht College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eijsden Margraten en de leden van de gemeenteraad, Geachte Mevrouw Julie Starren en Mijnheer Rob Cremers, projectleiders van het Buitengewoon Buitengebied Eijsden Margraten, Op Uw uitnodiging om vóór 4 november 2020 een bijdrage te leveren aan de inspraakprocedure voor het Buitengewoon Buitengebied, doe ik hierbij een bijdrage in aanvulling op mijn brief aan U van 18 augustus 2020. a. Ik verzoek U om te overwegen om aan het Buitengewoon Buitengebied van Uw gemeente de naam Mergelland te geven. Die naam is al in de hele omgeving , ook internationaal en in de literatuur bekend. Ook in de toeristenindustrie is deze naam gebruikelijk en eveneens in de ecologie en cultuurwereld. Er zijn zelfs enkele dieren uit deze streek die officieel naar het Mergelland genoemd zijn zoals het Mergellandschaap en het Mergellandhoen. De naam sluit ook aan bij het plaatselijk gebruik van de bewoners, het woord mergel is ook in het algemeen gebruikte woord voor de geologische opbouw van de ondergrond van dit gebied waarmee ook veel bouwwerken gebouwd zijn. Zie ook het boek Ontdek het Mergelland, in mijn eerdere brief. b.

Helaas wordt ons Mergelland ernstig bedreigd door het neerslaan van stikstof in allerlei soorten verbindingen en ook andere chemische stoffen uit de lucht afkomstig van de industrie ten Zuidwesten van ons gebied via de verkeersstromen door het Maasdal en uit de landbouwindustrie. Er dreigt bovendien de vestiging van een nieuwe niet duurzame energiecentrale direct ten zuiden van Eijsden die naast de stikstofdepositie een extra bedreiging zal zijn voor het klimaatakkoord door de uitstoot van grote hoeveelheden koolstof in de atmosfeer van deze regio. De cementindustrie zorgt immers voor een enorm hoge koolstofdioxide uitstoot in onze atmosfeer die de opwarming van onze atmosfeer zal versnellen. c. Bij de literatuur treft U een onderzoek aan naar de ramp uit 1930 die bij Luik in 3 dagen tijd zorgde voor 63 dode mensen door de hoge concentratie stikstof in allerlei vormen in de lucht als gevolg van de uitstoot door de plaatselijke industrie. d. Ook in Eijsden was in de jaren vijftig de uitstoot van gevaarlijke stoffen door de Zinkwit zeer hoog wat onder meer grote schade veroorzaakte aan de fruitteelt. Dat heeft toen via de Hoge Raad geleid tot een grootschalig meetprogramma van de toenmalige RIVM wat weer leidde tot het intrekken van vergunningen door de gemeente Eijsden en het verplicht bouwen van een schoorsteen van 70 meter door de fabriek. Zie het rapport in de bijlage. e.

Verder worden de akkers van het Mergelland jaarlijks overspoeld met stikstof via de mest van de industriële landbouw, dierlijke mest die waarschijnlijk niet alleen van mergellanddieren afkomstig is, omdat de aanvoer gebeurt door commerciële loonbedrijven die werken op bedrijfseconomische basis en geen affiniteit hebben met duurzame ecologische doelen. Omdat dit eigenlijk een afvalprobleem is van de grootschalige industriële veeteelt zou het wellicht een betere werkwijze zijn om deze afvalstromen eerst via de chemische industrie, 1

via een soort stikstofbindingsbedrijf, te laten verwerken tot droge basisstoffen die dan in controleerbare, juiste en gedifferentieerde doseringen op de akkers gebracht kunnen worden conform de Europese richtlijnen. Misschien kan het Limburgse DSM hierin een rol in spelen. De afvoer van menselijke faeces gebeurde vroeger ook rechtstreeks op de akkers, maar sinds de vijftiger jaren gebeurt dat nu vrijwel overal via het rioleringssysteem dat toen is aangelegd vanwege hygiënische noodzaak. De menselijke faeces worden sinds kort voor een deel via speciale installaties centraal gerecycled waardoor met name de onmisbare meststoffen in droge vorm en op maat aan de landbouw aangeleverd kunnen worden. Dit zou in het vervolg ook prima kunnen gebeuren met de dierlijke mest, bijvoorbeeld via een zuigperssysteem dat de vloeibare mest naar een recyclefabriek kan aanleveren. Dan zijn er ook geen tankwagens meer nodig die eerst langs bedrijven moeten rijden en vervolgens door het Mergelland over smalle onverharde wegen om de mest op het land daar ongedifferentieerd op kwaliteit uit te spreiden. Wellicht kan de gemeente via een valide vergunningen systeem, met als norm de uitspraak van de Hoge Raad over de maximale stikstofdepositie, dan echt zorgen voor een controleerbaar systeem. f.

Door de landelijk en Europees erkende bijzondere vorm en natuurkwaliteiten van ons Mergelland, komt een groot deel van de meststoffen die in de landerijen geïnjecteerd en licht ondergewerkt wordt, toch via regenafvoer in de grubben en zo ongewenst op allerlei andere kwetsbare plekken terecht. Door de huidige techniek wordt tot op heden steeds meer schade aangericht aan de ecologie van de bodem, het grond- en drinkwater en het achteruitgaan van flora en fauna van de Natura 2000 gebieden en ook van de grubben, bermen en landerijen zelf. Wat te zien is aan het verdwijnen van beschermde soorten die in de vorige eeuw nog op grote schaal voorkwamen. Al voor de 2e wereldoorlog was dit bekend en bij de ruilverkaveling in de tachtiger jaren heeft men geprobeerd om via bufferzones rond de natuurgebieden dit probleem aan te pakken. Maar tot nog toe hebben die zones evenmin als het aanleggen van regenwaterbuffers niet voldoende geholpen. g. Wat ook een probleem is voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater, later drinkwater, is het massale gebruik van glyfosaat om alle planten te doden voordat een nieuw gewas wordt ingezaaid. Dan gaan ook de bodemdieren zoals regenwormen massaal dood. Je ziet hoe die daarna door grote aantallen kauwtjes, zwarte kraaien, roeken en meeuwen worden opgegeten. Wat dit effect is op deze dieren is nooit onderzocht.

Mensen kunnen door contact met glyfosaat fatale gevolgen ondervinden. Ook het massale gebruik van insecticiden is een groot probleem voor heel veel insecten, waaronder vele die moeten zorgen voor bestuiving en andere het voedsel vormen voor insectenetende vogels zoals de boerenzwaluw. De gevolgen hiervan zijn al aangetoond. Door het systematisch inzetten van insecticiden, door bijvoorbeeld ze als coating op zaden van voedselplanten aan te brengen, is het aantal insecten drastisch afgenomen. Als imker zie ik ook het effect op de honing bijen en solitaire bijen. Bevriende imkers in het Mergelland verloren in zo’n bestrijdingsperiode soms al hun volken. Met name de larven kunnen er niet tegen. Op die manier wordt de hele ecologische opbouw van de natuur ontregelt en verdwijnen allerlei vogelsoorten massaal. h. Niet alleen verdwijnen er veel planten- en diersoorten, waarvan slechts een deel wettelijk beschermd is, maar ook mensen hebben last van het verdwijnen van natuur, door de ontregeling van de ecologie en een toename van het grootschalig produceren van voedsel 2

i.

j.

door industrieën die daarvoor dieren exploiteren. Ziekten als de coronagriep, maar ook de Q koorts, sarsgriep , vogelgriep, varkenspest, malaria, knokkelkoorts, gekke koeienziekte, mond-en-klauwzeer, pest, hiv , ebola en vele andere zoönosen, komen bij mensen terecht door virussen die snel muteren, bacteriën die resident worden, via prionen door het eten van besmet vlees, omdat hun eigenlijke gastheer in de natuur bijna uitgestorven is. Zoönosen als corona zijn steeds vaker voorkomende en blijvende ziekten bij mensen, waartegen geen goede medicijnen bestaan. Onvoldoende wordt beseft dat de toename van allerlei zoönosen, het gevolg is van de enorme uitbreiding van de dierstapel in combinatie met de bevolkingstoename en een drastische afname van de hoeveelheid natuur en in combinatie met de afname van de biodiversiteit en ecologische kwaliteit van onze omgeving. Bijgaande literatuur beschrijft hoe dit steeds maar verder gaande aftakelingsproces van de natuur en het ecologisch systeem een grote negatieve invloed heeft op de menselijke gezondheid en economie, zie de bijgevoegde literatuur daar over. Dat dit proces gestopt moet worden komt nog nauwelijks voor in beleidsvisies van de overheid. Dat is wel nodig om deze ontwikkeling te stuiten.

Tot slot verzoek ik U om de vele vrijwilligers die in Uw gemeente uit betrokkenheid opkomen voor een gezonde natuur van het Mergelland bijvoorbeeld door het doen van inventarisaties van de nog aanwezige flora en fauna en het publiceren daarvan , zie mijn vorige brief, en ook praktisch, door het onderhouden van biotopen, zoals hoogstamboomgaarden, poelen voor amfibieën, zorgen voor nestgelegenheid, het organiseren en beschrijven van wandelingen en houden van lezingen, het schrijven van brieven bij inspraak mogelijkheden, en zo een grote bijdrage leveren aan de natuurbescherming. Als dit opgenomen wordt in Uw visie kan dat leiden tot meer motivatie en samenwerking met Uw beleid en Uw uitvoerende activiteiten. Hopelijk wilt U ook de jeugd rechtsreeks via de scholen benaderen met uitdagende projecten die leiden tot een groeiende motivatie tot deelname aan de natuurbescherming. Natuurbescherming doen we vooral voor hun toekomst.

De geboden inspraakgelegenheid over de vormgeving van het beleid ten aanzien van ons Mergelland was een goede start om samen na te denken hoe de grote lijnen van het werken aan een duurzame samenleving vorm gegeven kan worden, in steeds betere samenwerking met regionale organisaties als Grueles, IVN, VTN Cadier en Keer, Koninklijk Natuurhistorisch Genootschap Limburg, CNME Maastricht en Regio, IKL, Natuurbalans-Limes Divergens, enzovoort, zie nogmaals mijn schrijven van 18 augustus. Bijbehorende literatuur: 1. David Attenborough, Een leven op onze planeet. Een krachtige getuigenis over de impact van de mens op de natuur, en een hoopvolle boodschap voor toekomstige generaties. ‘De natuur heeft altijd voor ons gezorgd. Nu is het de hoogste tijd dat wij voor de natuur gaan zorgen’. Amsterdam, 2020. 2. Nanne Dorren, De duivel groef een paradijs. Het verhaal van een Zuid-Limburgs dorpje aan de rand van de afgrond. Rotterdam 2005 3

3. Jelle Reumer, Essay, Teveel. Overbevolking biodiversiteit stadsvossen en de pandemie. Jelle Reumer 2020, www.uitgeverijlias.nl 4. Frans de Waal, De aap in ons. Waarom we zijn wie we zijn. 2020, 21e druk, www.atlascontact.nl 5. Frank Berendse, Wilde apen, Natuurbescherming in Nederland, Zeist, 2016. www.knnvuitgeverij.nl 6. Stikstofproblemen in het Mergelland.  Mest.

De mestdumping in de natuur is geen nieuw afvalprobleem. Al in mijn jeugdjaren wonend in de gemeente Eijsden, Stationsstraat 38 toen nog Voerweg genoemd, vlak na de bevrijding van de 2e wereldoorlog op die plek, was dit al een groot probleem voor alle inwoners en voor de land- en tuinbouw. Er was toen nog geen riolering waarmee die mest ‘onzichtbaar’ kon worden afgevoerd. Ik heb dat probleem zelf nog meegemaakt. Ik ben geboren op in een huis met stallen met dieren en een mesthoop en een aparte buiten wc ( ’t huiske ) met mestput die regelmatig leeggeschept moest worden in onze moestuin en daar in de aardappelgeulen gegoten werd, omdat men niet wist wat er anders mee te doen. Het was beslist geen bemestingsplan. Dat was overal zo, het ging op de mesthoop of in de moestuin inclusief het krantenpapier dat gebruikt werd om je handen enzovoorts poepvrij te maken. Behalve waar het in De Voer kon 4

worden geloosd, wat bijvoorbeeld massaal in Mesch en de Voerstreek gebeurde. Zo is daar die lintbebouwing langs De Voer ontstaan. In principe gebeurt dit door de huidige landbouwbedrijven nog steeds, weliswaar technisch op een andere manier en zo veel mogelijk onzichtbaar voor de bevolking , alleen nu met vloeibare mest van de dieren op de grootschalige industriële landbouwbedrijven. De mest wordt door loonbedrijven opgehaald en over de landerijen op de plateau’s met machines in de akkers geïnjecteerd en daarna direct onder gewerkt om stankoverlast te voorkomen. De menselijke mest wordt nu via riolen naar zuiveringsinstallaties geloosd en vervolgens in fabrieken tot meststoffen verwerkt en ook die worden dan toch weer op de landerijen gebracht. Maar dit gebeurt nu in veel grotere hoeveelheden dan toen. Het aantal dieren dat mest levert is meer dan verdubbeld en ook het aantal bewoners neemt enorm toe, maar de hoeveelheid beschikbare grond is minder geworden door de ruilverkavelingen en de natuurgebieden zijn verkleind. En de mesthandel is een aparte bedrijfstak geworden met een eigen verdienmodel. De exacte hoeveelheden mest zijn officieel geregistreerd, maar de feitelijke mestdumping is vrijwel oncontroleerbaar op kwaliteit en kwantiteit. 

Stikstof neerslag uit de lucht. Behalve de stikstof die door de mestinjecties in de grond wordt gepompt is er ook een grote depositie van stikstof van uit de lucht. De luchtkwaliteit wordt gemeten door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, zie https://www.rivm.nl/stikstof. Het RIVM schrijft als eerste regel op haar site: “De zorg voor morgen begint vandaag”. Jaarlijks levert zij rapporten waar ook de Raad van State en de Regering zich op baseert. Hierover een stukje geschiedenis wat de neerdalende stikstof op de gezondheid van plant, dier en mens kan hebben in ons eigen Maasdal ten zuiden van Maastricht met zijn Natura 2000 gebieden van hoge biologische kwaliteit waarover al zeer gezaghebbende ecologische publicaties bestaan. De hellingen aan de West en Oostkanten van het Maasdal zijn in principe rijke kalkhellingen met een zeer bijzondere en beschermde unieke flora en fauna die met uitsterven is bedreigd door de reeds vanaf het begin van de industrialisering vanaf 1800 in onze atmosfeer geloosde chemische stoffen, waaronder veelsoortige giftige stikstofverbindingen. Ook voor de land- en tuinbouwproducten. Deze worden heel sterk bedreigd door de stikstof depositie van uit de lucht. En de gezondheid van de mensen die er wonen is sterk bedreigd. Enkele voorbeelden:

5

Moordende mist in 1930 in het Maasdal. Ed Buijsman, ‘De moordende mist’, De Ramp bij de Maasvallei in Luik in 1930. Houten, 2010, Uitgeverij Tinsentiep, Luvoreeks nummer 10.

Het meten van de luchtvervuiling was nog niet mogelijk in het begin van de vorige eeuw, toen de industrialisering in Eijsden , Visé en Luik al 100 jaar bezig was met de Zink- en loodindustrie en de verwerking van andere ertsen, steenkool- en staalindustrie, glasindustrie, elektriciteit productie via steenkool, enzovoort. Een RIVM bestond toen nog niet, ook niet in België. Door de toen heersende economische opvattingen werd er ook niets aan gedaan. Daardoor gebeurde er in 1930 een grote ramp in het kolen- en staalgebied direct ten zuiden van Luik, maar ook Luik zelf stond vol met schoorstenen, veel hoge en zeer vele lage, van bedrijven en woonhuizen. Alle uitstoot ging ongezuiverd de lucht in. Oude huizen zijn nog steeds zwart van het roet. Het gebied was zwaar geïndustrialiseerd. Van 1 tot 5 december 1930 stierven gedurende enkele dagen tijd, in de dorpen ten zuiden van Luik in het zwaarste industriegebied 63 mensen, steeds binnen enkele uren aan ademnood met ernstig lijden. Ze stikten uiteindelijk . Ook veel dieren gingen snel dood. Iedereen besefte dat dit door de vervuilde lucht kwam, maar niemand had een idee door wat precies. Na 5 december was de sterfte plotseling weer voorbij. Deze sterfte kreeg internationale aandacht. En toen begon men pas met wetenschappelijk onderzoek naar de Atmosferische Chemische processen die die sterfte veroorzaakt zouden kunnen hebben.

Ed Buijsman, werkzaam geweest bij het latere RIVM, heeft 10 jaar geleden beschreven hoe dat onderzoek achteraf is gedaan en wat de resultaten daarvan waren. Er werd toen vooral gekeken naar de meteorologische omstandigheden, de bronnen van de luchtverontreiniging. Een definitieve verklaring is toen niet gevonden. Wel bleek dat in de Maasvallei in de 40 jaar daarvoor dit al 9 keer eerder had plaatsgevonden. En in Londen in de 2e helft van de 19e eeuw al minstens 5 keer hetzelfde is gebeurd. En in Maastricht was in januari 1800 dit ook al gebeurd. De ramp in de Maasvallei was in zekere zin uniek, omdat voor de eerste keer werd geprobeerd om een direct verband te leggen met de luchtkwaliteit en het sterven van mensen, dieren en planten.

6

De lucht bleek zwaar vervuild met stoffen als zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NO3 en NO2), ammoniak (NH3) en stof en roet. (zie voor wat dit betekent: https://www.rivm.nl/stikstof ) Als deze ramp in Londen had plaatsgevonden, waren daar omgerend 3200 mensen gestorven. 

De Zinkwit in Eijsden. Mijn grootouders kwamen vanuit Mesch, eerst naar het Withuis waar in1907 hun oudste zoon, mijn vader, geboren is en daarna kochten ze een stuk landbouwgrond aan de Voerweg, op de plek waar de Muggenweg naar de Voer leidt, die langs de Muggenmolen en de huidige Hoeve Kerenshof stroomt via de vroegere molengang van de Voer. Mijn opa was een wagenmaker die allerlei soorten karren voor de boeren maakte, van hondenkar tot wagens met meerdere trekpaarden. Verder maakte hij fruitladders en ander werkgerei voor boeren, meubels en oude boerenhuizen en stallen. Hij bouwde ook zijn eigen huis met stallen en losstaande werkplaats voor grote houtbewerkingsmachines. Het hout kwam vaak van de omliggende bossen zoals het Savelsbos. Het werd in planken gezaagd die met latjes lagen te drogen in de houtloods. Alles staat er nog. Daarbij hielden ze een koe en varkens, konijnen in hokken, kippen op het erf, met opzij de mesthoop naast de groentetuin. Vlees, melk en de eieren waren vooral voor eigen gebruik. De dieren werden aan huis geslacht. Van de room op de melk werd roomboter gemaakt en van de melk kaas.

Dat ging goed totdat het Belgische Zinkwitbedrijf, dat zich Maastrichtse Zinkwit Maatschappij, MZM, noemde, tegen hun huis aan een hoge muur bouwde met verder fabrieksloodsen met machines en ertsovens en een bedrijfsspoorlijntje voor het vervoer van zink- en looderts, vlak langs ons huis, met een stoomlocomotief op kolen en stalen wagons. Aan de oost kant van hun huis kwam een openlucht opslagplaats voor allerlei ertsen en kolen aan de andere kant van de Muggenweg en loodsen met voertuigen. Mijn vader trouwde nog net voor de 2 wereldoorlog en werd meteen opgeroepen als militair bij de mobilisatie, maar kwam op tijd terug en bleef daar wonen en hoefde vanwege zijn onvervangbare positie voor de boerenbedrijven en de gemeente Eijsden niet naar Duitsland op voorspraak van de burgemeester die hem en zijn broer onmisbaar verklaarde en kon hij met zijn broer het bedrijf van mijn opa voortzetten. Mijn zus en oudere broer werden in de oorlog in het huis van hun grootouders geboren en ik ook, maar na de bevrijding, op , toen de Amerikaanse tanks nog door onze straat reden. Mijn grootouders droegen het bedrijf en het woonhuis over aan mijn vader en zijn broer en bleven bij mijn ouders inwonen met hun boerderijtje.

Het leven was er vrij primitief met maar 1 waterkraan buiten en een wc op een gemetselde put met een plank en deksel en de krant ( De Gazet van Limburg, de leugeneer) als toiletpapier. Wij kinderen werden met zijn zessen al vroeg ingeschakeld bij alle voorkomende werkzaamheden. Ik kreeg de groentetuin onder mijn hoede en moest daardoor o.a. regelmatig het toilet ( het ‘huiske’) leegscheppen en tussen de rijen 7

aardappels en aardbeien gieten als bemesting. Waar moest ik er anders mee naar toe? Maar dat was allemaal geen probleem. De fabriek naast ons, de Zinkwit, was ons grootste gezondheidsprobleem. Dag en nacht stootten de schoorstenen stinkende gele wolken uit en gromden de molens die het zink- en looderts verwerkten tot poeder voor de verfproductie. En als mijn vader een serie kozijnen voor huizen klaar had moesten wij ze aan de zijkanten met rode loodmenie verven tegen het vocht uit de muren van de nieuwe huizen en aan de binnenkant met zinkwitverf. Verf die nu verboden is. Dat was toen allemaal geen probleem.

En met er tegenover 2 huizen van Belgische ingenieurs van de Zinkwitfabriek en een boerderij waar we melk, eieren en fruit kochten, omdat mijn opa en oma met hun boerderijtje gestopt waren. Als kind was ik al een echte natuurliefhebber net als mijn vader. Al toen ik 7 jaar werd kreeg ik het vogelboekje ‘Wat vliegt daar’ en later ‘Wat is dat voor een boom?’. En in mijn vrije tijd zocht ik bij het snelstromende beekje De Voer naar de nachtegalen en bosuil die ik ’s nachts hoorde op het begroeide stort van de fabriek. En ik luisterde en keek naar de kikkers in de grote poelen, die kwaakten als ‘boerennachtegalen’. Binnen de kortste tijd wist ik de steenuilen, torenvalken, zwartkoptuinfluiters, zwarte roodstaarten, gekraagde roodstaarten, kneutjes, roodborst enzovoort te vinden. Ook alle bloemen kende ik, zoals het heerlijk geurende Maartse viooltje, de Wilde reseda en Wouw, maar ook de zeldzame Zinkblaassilene die daar op het stort veel voorkwam vanwege het aangevoerde zinkerts. Dat plantje groeit er trouwens nog langs de wegen die steeds opgevuld werden met de slakken uit de zinkertsovens, zoals bij de Pisartlaan, die wij Assenweg noemden en op het vroegere afvalstort met chemisch afval uit de ovens, dat nu als noodoplossing een natuurreservaat genoemd wordt. De planten en vogels zijn nu helaas verdwenen.

Wat echt een grote impact op mij had, was, dat mijn vader al stierf toen hij 51 was en ik pas 13. Mijn moeder bleef met 6 jonge kinderen achter en we zijn toen versneld volwassen geworden. Net 18 steunde ik mijn moeder toen zij procedeerde tegen de vergunningverlening van de gemeente Eijsden voor nieuwe ondergrondse maalovens naast ons huis. Wij waren het zat om steeds maar dag in dag uit dat gegrom van de fabriek te horen en de stinkende gele zwaveldampen (solfuur noemden we ze) en de witte zinkpoederwolken in te ademen die als zomers sneeuw over de muur heen 8

kwamen en alles bedekten. De bladeren vielen dan van de bomen en de peren en appels verschrompelden. De boeren kregen hun fruit niet meer verkocht en het had geen zin meer om ze te plukken. Als valfruit ging alles naar de stroopfabriek. Protesteren durfden de boeren niet, want ze hadden de grond van de fabriek gepacht. Ook de gemeente en de burgemeester en gemeenteraadsleden protesteerden niet, ze gaven zelfs stilzwijgend vergunningen af, want er werkten veel mensen in de Zinkwit. Mijn moeder was onafhankelijk en belde vaker midden in de nacht de directeur van de fabriek op en nodigde hem uit om direct te komen luisteren en ruiken wat er allemaal aan de hand was, natuurlijk zonder resultaat. ’s Nachts en tijdens hevige regen werd veel afval geloosd in de lucht en in de Maas. De hele Voerweg ( toen al: Stationsstraat) stonk ernaar. Uiteindelijk zaten mijn moeder en ik bij de Raad van State om de afgegeven vergunningen ongedaan te laten maken, rechts mijn moeder, links de advocaat van de fabriek en zijn directeur en een bewoner van de Voerweg met zijn vrouw. Mr.

Beel de voorzitter van de Raad van State gaf ons alle gelegenheid om te vertellen wat wij meemaakten en accepteerde onze bewijsstukken zoals de verroeste wasdraad, de afgebladderde verf van de kozijnen, de verschrompelde fruitboombladeren, het aangetaste fruit en de zakjes met het witte zinkpoeder dat zich overal, via de kieren in ons huis zich op veel plaatsen zich ophoopte. Het resultaat was ongelooflijk. Een paar dagen later stond er bij ons voor de deur een meetwagen van het toenmalige RIVM om het geluid van de fabriek op te nemen en de kwaliteit van de lucht te meten. En monsters te nemen van vervuilde plekken. In de zomer van 1963 en de winter van 1964 werd, door nieuwe geplaatste meetpalen met apparatuur vlak bij de fabriek en verder weg tot op de Mescherheide, de uitstoot gemeten in diverse hoogstamboomgaarden.

Binnen een jaar moest de Zinkwit een schoorsteen bouwen van 70 meter hoog en de geplande maaltrommels mochten niet geplaatst worden. Enkele jaren geleden heeft Ed Buijsmans, de voorgenoemde schrijver, betrokken bij het RIVM 9

onderzoek van de uitstoot van de Zinkwit na zijn pensioen met zijn vrouw mij nog opgezocht en we hebben alle meetpunten nog eens bekeken en het hele onderzoek doorgesproken. In die tijd waren de kwalijke gevolgen van de stikstof voor de natuur nog niet echt in de belangstelling en werd nog niet gemeten, meetapparatuur moest nog ontwikkeld worden. Ik heb het volledige rapport van hem gekregen: Rapport Nr. Lu 83/67.Betreffende het onderzoek naar de verontreiniging van de buitenlucht in de omgeving van het fabriekscomplex van de Koninklijke Maastrichtse Zinkwit Maatschappij te Eijsden, door Ir. IJ Buurma. 1967, in totaal 218 pagina’s. De boeren rondom ons, kwamen mijn moeder allemaal bedanken en jaarlijks brachten zij haar enkele kisten peren en Eijsdener en Gronsvelder Klumpkes en Goudreinetten. Hun oogsten waren gered, door de Raad van State en het RIVM. Door de ruilverkaveling en industrialisering bestaan heel veel van die hoogstam boomgaarden nu niet meer……ook de nachtegalen zijn verdwenen….. 7. David Quammen, Zoönose. Hoe dodelijke ziekten van dier naar mens overspringen. Het boek dat de Coronapandemie voorspelde. Amsterdam/Antwerpen, 2020, 5e druk, atlas contact 8. Jack Cox, Vlinder economie, van groei naar ontwikkeling.

‘Op een heldere en poëtische manier laat dit boek zien dat het nodig en mogelijk is onze economische en financiële systemen te veranderen en weer dienstbaar te maken aan de samenleving’- Jan Terlouw 2019, Ecosenso.

Met dank voor de al geboden mogelijkheden tot overleg via de inspraakprocedure, In afwachting van het vervolg.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=c615a098-f479-49c4-90c8-56d9d0645b26