18 Schriftelijke vragen Bouwstenennotitie Omgevingsvisie.docx
Tekst van het document
18 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 17 mei/18 mei Voorstel: Bouwstenennotitie Omgevingsvisie
Geen vragen
Nog geen vragen.
Geen vragen
Ten aanzien van de inhoud: 1.bijlage 3: analyse van de bevraging. 1. Hoe zijn de burgers uitgenodigd? Antwoord:
2. Is er zicht op de achtergrond van respondenten en hoe heeft dat consequenties voor de interpretatie van de uitkomsten? Antwoord:
1
3. Wie is verantwoordelijk voor de formulering van de uitkomsten? Is het allemaal eigen tekst of zijn het ook citaten? Antwoord:
4. Hoe is de omschrijving van de bushaltes tot stand gekomen? Antwoord:
5. Het is nu nog allemaal heel globaal, wanneer wordt het concreter? Antwoord:
6. In hoeverre en op welke manier worden lessen getrokken uit vergelijkbare initiatieven in de buurt? In Maastricht ligt bijvoorbeeld ook een coöperatieve buurderij. Antwoord:
7. Is er per ‘bushalte’ ook een mogelijkheid voor meerdere opties? In het verhaal wordt nu de nadruk gelegd op waar de meeste voorkeur naar uitging en over de rest wordt niet meer uitgeweid. Kan dit enigszins worden gecombineerd? Antwoord:
2. Uit raadsvoorstel pagina 2: ‘De vertaling van de bouwstenennotitie naar een omgevingsvisie met duidelijke keuzes en een duidelijke richting zal in fase 2 plaatsvinden. Dan is het zeker van belang dat, naast betrokkenheid, ook draagvlak ontstaat voor deze te maken keuzes. Juist dat draagvlak bepaalt of de omgevingsvisie een basis biedt voor de meer concrete uitwerking richting omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s of omgevingsvergunningen.’ 8. Wanneer is er voldoende draagvlak? Kunnen we dat meten? Antwoord:
9. Hoe kunnen we anders komen tot een concrete uitwerking? (Met meetbare doelen) Antwoord:
2
10. M.a.w hoe vertaalt zich dit straks naar concreet beleid. Wat merkt de inwoner ervan? Hoe kunnen we dit borgen als start/ kader voor fase 2 zodat het niet bij voornemens blijft) 11. Aanleiding transitie: nodig vanwege o.a. duurzaamheid, leefbaarheid en behoud van natuur? Door wie laten we ons leiden? Wie/ wat bepaalt? (Gemeente? Rapport Soete? Provincie? Rijk? Europa? Parijse akkoorden? Wilt u dat benoemen. 3. Bouwstenennotitie pagina 18 12. Welke maatschappelijke opgaven pakken we aan, en wat vinden we hierin belangrijke aandachtspunten? Wordt dat duidelijk in fase 2? Antwoord:
13. Besturen (gouvernance): welke rol en verantwoordelijkheden heeft iedereen? Welke waarden streven we na en welke belangen zijn er in het geding? In lijn 50 verband of ook op gemeentelijk niveau? Antwoord:
14. Er staan vier vragen geformuleerd, maar nergens staat burgerparticipatie. Waarom niet? Is participatie een deel van de zoektocht naar de antwoorden? Hoe gaan we dit vormgeven? Antwoord:
15. Krijgen burgers dan ook zeggenschap in de besluitvorming of blijft het weer bij het aanleveren van ideeën en commentaar op wat al besloten is? Komt er bijvoorbeeld een burgerraad? Antwoord:
Ten aanzien van het proces: Fase 1: bouwstenennotitie Fase 2: integrale omgevingsvisie per gemeente 16. Wat zijn de doelstellingen van Fase 2, wanneer is deze fase afgerond? Antwoord:
17. Wat is de precieze rol bouwstenennotitie in omgevingsvisie (in hoeverre is de bouwstenennotitie leidend dan wel bindend)? Antwoord:
3
Tijdpad. Raadsvoorstel (p.4): We trachten fase 2 van de omgevingsvisie binnen deze raadsperiode af te ronden en sturen aan op besluitvorming uiterlijk Q1 2022. Echter: bouwstenennotitie stelt duidelijk dat in de omgevingsvisie keuzes gemaakt moeten worden, terwijl het in de bouwstenennotitie nog om perspectieven/scenario's gaat. Is het in zulke voorgesteld tijdsbestek reëel om al deze keuzes reeds gemaakt te kunnen hebben? 18. Participatie: Is het mogelijk om een goed en uitgebreid participatietraject in deze tijdsperiode (9 maanden) op te zetten en uit te voeren? Antwoord:
19. Het gaat om het maken van grote keuzes die richting geven aan het lange termijnbeleid. In hoeverre is het mogelijk om na de vaststelling van de omgevingsvisie in Fase 2 de omgevingsvisie te herzien, dan wel ander beleid te voeren? Antwoord:
20. In het Raadsvoorstel (p.1) wordt benoemd: Op grond van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2022 inwerking treedt moet een gemeente uiterlijk in 2024 een omgevingsvisie hebben vastgesteld. Antwoord:
21. Wat zijn de belangrijkste argumenten om de besluitvorming over de omgevingsvisie af te ronden in uiterlijk het eerste kwartaal van 2022? Antwoord:
In het Raadsvoorstel wordt benoemd: "Daarom voorziet de Omgevingsvisie lijn50 in de mogelijkheid om die lokale weging zichtbaar te maken middels “couleur locale”." (Raadsvoorstel, p.2). 22. Op welke manier voorziet de Omgevingsvisie lijn50 in deze mogelijkheid? Antwoord:
23. Wat bedoelt u met: De precieze verhouding tussen het transcendente/gedeelde kader van de omgevingsvisie voor de drie gemeenten gezamenlijk enerzijds, en de lokale inbreng anderzijds? a. Graag begrip Couleur Locale specificeren? Antwoord:
24. Hoe gaan we de lokale details invullen? Wat is gemeenschappelijk (lijn50) en wat is het traject naar de gemeentelijke visie? Antwoord:
4
Algemeen 25. Hebben we zicht op de kosten? Krijgen we kostendekkend middelen van het rijk? Antwoord:
26. Hoe is de stand van zaken met het DSO in onze gemeenten? Antwoord:
27. Is er een gemeente die ons voorbeeld kan zijn? Antwoord:
5
6