CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

16 Schriftelijke vragen en antwoorden Wijzigen Algemene verordening gemeente Eijsden-Margrate

* Raadsvergaderingen 16 december 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen3.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 16 december 2025 Schriftelijke vragen Agendapunt 16: Wijzigen Algemene verordening :

Geen vragen.

Vraag 1: We hebben in de gemeenteraad geconstateerd dat in de AV van 2023 naar 2024 meer is gewijzigd dan destijds was toegezegd en in het raadsvoorstel werd benoemd. Deze wijzigingen waren niet enkel beleidsarm, maar omvatte ook inhoudelijke wijzigingen. Deze constatering is de aanleiding voor het voorliggend raadsvoorstel. Garandeert het college met dit voorstel dat er geen wijzigingen van 2023 naar 2024 nu onbesproken zijn gebleven? Antwoord: Van het raadsvoorstel met betrekking tot de vaststelling van de Algemene verordening (Av) per 1 januari 2024, maakte destijds deel uit een overzicht van de kwalitatieve (d.w.z. inhoudelijke) wijzigingen. Evenals nu waren destijds alle wijzigingen kenbaar.

Geen vragen.

Vraag 2: RV 16a pag.3 Binnentreden woningen is aan strenge regels gebonden. Men kan ook regels stellen die aan de buitenzijde van de woning waarneembaar zijn, bijv minimale hoogte van het rookuitlaat kanaal. Waarom niet opgenomen? Antwoord: De minimale hoogte van de rookuitlaat is landelijk bepaald en staat in artikel 4.138, lid 3 en 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daaruit volgt dat voor een houtkachel, pellet kachel of open haard een gevelafvoer niet is toegestaan. Deze normen gelden voor nieuwbouw. In verband met de rechtszekerheid gelden deze normen niet voor bestaande situaties. Dit mag niet worden veranderd door regels in de Av. Pagina 1 van 11

Vraag 3: Bijlage 16d (geconsolideerd) Waarom geen inhoudsopgave? Antwoord: Met de huidige elektronische hulpmiddelen kan de Av snel worden doorzocht. Ook als deze straks op overheid.nl staat staat er vanzelf een inhoudsopgave per hoofdstuk op de website. Een inhoudsopgave in de tekst heeft daardoor geen toegevoegde waarde meer. Daarom ontbrak de inhoudsopgave ook in de versie van de Av die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Vraag 4: 16d art. 1.1.1 Wat betekent dit concreet? Bijv: College heeft bevoegdheid om bijlage 1 (definities) aan te passen, maar niet de AV? Antwoord: In lijn met de Omgevingswet zijn in een bijlage bij de Av de definities opgenomen van in de Av gehanteerde begrippen. In artikel 1.1.1 is bepaald dat het college deze definities vaststelt en dus ook kan wijzigen. Het college kan de inhoud van de bijlage (definitielijst) wijzigen, maar niet de Av zelf. Die bevoegdheid komt toe aan de raad, Vraag 5: Art. 1.1.14 Welke taken voert een toezichthouder uit? Hoeveel toezichthouders heeft E-M? Hoeft er niet meer te worden ‘gepiept’? Antwoord: Een toezichthouder is bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift (artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht). Anders gezegd, een toezichthouder controleert of wordt voldaan aan bepaalde wettelijke voorschriften.

E-M heeft 2 toezichthouders in vast dienstverband (2fte), momenteel wordt één toezichthouder aanvullend ingehuurd (1fte). Door de veelheid aan regels is het voor een toezichthouder onmogelijk om te controleren of aan alle wettelijke voorschriften wordt voldaan. Ook kan een toezichthouder vanzelfsprekend niet overal tegelijk zijn. Vandaar dat de mogelijkheid van het melden (piepen) van overtredingen blijft bestaan. Vraag 6: Art.2.5.2.1 Evenementenvergunning. Wat wordt verstaan onder gezondheid? Valt Geluid hier ook onder? Antwoord: Bij ‘gezondheid’ moet worden gedacht aan ziekten en andere lichamelijke kwalen. Geluid kan ook leiden tot gezondheidsproblemen, maar wordt specifiek geregeld door het verbinden van voorschriften aan de vergunning. Vraag 7: Art.2.5.4.1 en Art. 2.5.4.2 lid b Waarom alleen ‘sterk alcoholhoudende dranken’ genoemd bij jeugd? Waarom geen ‘alcoholhoudende dranken’ in aanwezigheid van jeugd genoemd?

Pagina 2 van 11

Antwoord: Het verbod uitbreiden naar alle alcoholhoudende drank betekent dat paracommerciële rechtspersonen geen bier meer zouden mogen schenken. Een verbod op het drinken van alcohol in aanwezigheid van jeugd is niet handhaafbaar en disproportioneel. Vraag 8: Art.2.6.10 Loslopende honden lid 1b. Wat is ‘buitengebied’? Waarom gekozen voor buitengebied? Waarom niet voor bebouwde kom? Hoe zit het met natuurgebieden? Antwoord: In artikel 2.6.10 Av is aangegeven wat onder ‘buitengebied’ wordt verstaan: het desbetreffende deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat onder andere uit de verschillende bestemmingsplannen zoals die tot 1 januari 2024 golden. Hiertoe behoorden ook bestemmingsplannen die betrekking hadden (en nu hebben) op het buitengebied. Het gebied waarop deze bestemmingsplannen betrekking hebben, is het buitengebied als bedoeld in artikel 2.6.10 Av. Door de wijziging mogen honden (weer) loslopen in het buitengebied. Hiervoor is gekozen omdat loslopen in het buitengebied het minst hinderlijk is en de minste gevaarlijke situaties doet ontstaan. Loslopen in de bebouwde kom is alleen al ongewenst vanwege de verkeersveiligheid. Natuurgebieden maken deel uit van het buitengebied. Vraag 9: Art.2.6.11 Geldt deze opruimplicht overal? Ook in het buitengebied? Antwoord: Ja. Vraag 10: Art.2.8.2 Consumentenvuurwerk jaarwisseling.

Waarom is hier geen tijdslimiet vermeld? Antwoord: Het verbod om consumentenvuurwerk te gebruiken geldt alleen voor een door het college aangewezen plaats ter voorkoming van gevaar, schade of overlast. Om het verbod te activeren moet eerst een aanwijzingsbesluit worden genomen. Dat is gebeurd. In dit aanwijzingsbesluit zijn tijdstippen opgenomen. Vraag 11: Art.2.10.5 lid 1 Waarom zou dit niet toepasbaar zijn bij stookoverlast? Antwoord: Deze bepaling is destijds opgenomen naar aanleiding van een door de wetgever geboden mogelijkheid om hardnekkige overlast door gedragingen van bewoners tegen te gaan. Daarbij moet het gaan om herhaaldelijke en ernstige overlast. Daarvan is niet snel sprake. Overlast alleen is namelijk niet voldoende. Het moet gaan om ernstige overlast die stelselmatig optreedt. Tot nu zijn geen uitspraken bekend op grond waarvan met een beroep op een dergelijke bepaling overlast door houtkachels aan de kaak is gesteld. Die uitspraken zijn er wel waarin een beroep werd gedaan op de zorgplicht in artikel 22.18 van het omgevingsplan (de zogenoemde bruidsschat). Ook daarbij geldt overigens een bewijs- en handhavingsprobleem.

Pagina 3 van 11

Vraag 12: Art.2.10.5 Woonoverlast. Duidelijke omschrijving. Hieronder valt ook stookoverlast. Waarom ziet u hierin geen mogelijkheid om stookoverlast aan te pakken? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11. Vraag 13: Art.2.10.6 Waartoe dient het Herplantfonds? Wat is het verschil met het Bomenfonds? Antwoord: In de vergunning kan worden bepaald dat de financiële boomwaarde van de te vellen boom of houtopstand door de vergunninghouder moet worden gestort in het gemeentelijk herplantfonds. Het herplantfonds ziet op monumentale bomen. Het Bomenfonds op vergroening in algemene zin. Vraag 14: Art.2.12.2.1 lid 1a. Parkeren voertuigen van autobedrijf. Waarom wordt niet gehandhaafd als duidelijk is dat reeds jarenlang meer dan 2 voertuigen van een autobedrijf op de weg geparkeerd staan? Antwoord: Handhaving is aan de orde in geval van overtreding van een publiekrechtelijk wettelijk voorschrift. Als daarvan sprake is, kan handhavend worden opgetreden tenzij dit onevenredig is. Vraag 15: Art.2.14.1 Voorwerpen op, in, boven openbaar water. Toevoegen ‘gevaar oplevert voor de waterkwaliteit’. Antwoord: Het Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat gaan in de hoedanigheid van waterbeheerder over de waterkwaliteit. De gemeente heeft daartoe geen bevoegdheid. Daarom ontbreken regels hierover in de Av.

Vraag 16: Art.2.15 Waarom hier niet toegevoegd: Holle wegen? Antwoord: Het gebruik van openbare wegen door het wegverkeer wordt geregeld in de Wegenverkeerswet en niet in de Av. Vraag 17: Art.3.5.2 Hoe voorkomt u dat veel aanbouwen bij een object worden gerealiseerd die kleiner zijn dan 20 m2, maar tezamen meer dan 20 m2? Antwoord: Dat kan niet helemaal worden voorkomen. Los van het feit dat een dergelijke situatie zich niet vaak zal voordoen, kan ook het omgevingsplan zich hiertegen verzetten.

Pagina 4 van 11

Vraag 18: Art.3.6.7 De Ondergrondse ordening. Waarom alleen rekening houden met reeds aanwezige werken? Waarom geen ordening die rekening houdt met toekomstige mogelijkheden? Graag de mogelijkheid toevoegen om vergroening (bomen) toe te kunnen passen. Antwoord: Vanwege de ongewisheid van toekomstige mogelijkheden, kan hiermee geen rekening worden gehouden. Vraag 19; Art.3.7.2 Wat zijn ou-dieren? Antwoord: Dit betreft dieren waarvan de wetgever heeft vastgesteld dat zij een bepaalde hoeveelheid geur uitstoten. Die uitstoot wordt uitgedrukt in oudeur units (ou). Dieren met een geuremissiefactor noemen we odour unit-dieren (ou-dieren). Vraag 20: Art.3.9.12 en 3.9.13 Graag toelichting bij verschillen in decibellen Collectieve festiviteiten en Incidentele festiviteiten. Antwoord: Voor incidentele festiviteiten gelden hogere (minder strenge) geluidnormen, in vergelijking met de geluidnormen voor collectieve festiviteiten. Dit wordt gerechtvaardigd doordat incidentele festiviteiten naar hun aard slechts af en toe plaatsvinden. Vraag 21: Art.3.10.1a lid 2b Welk afwegingskader hanteert u waarmee u bepaalt welke maatschappelijke belangen zwaarder wegen dan het in stand houden van een landschapselement (zie ook art.10.3.2 lid 4b)? Antwoord: Het artikel waarnaar wordt verwezen kent de Av niet. Wel wordt in art. 3.10.3 Av het maatschappelijk belang als toetsingskader genoemd.

Er wordt geen vast afwegingskader gehanteerd. De afweging is afhankelijk van de situatie en de daarbij betrokken belangen. Vraag 22: Art.3.10.2 Waarom moet er voor regulier onderhoud worden geveld? Waarom volstaat reguliere veiligheidssnoei niet? (Boomveiligheidscontrole) Antwoord: Er bestaat geen plicht om bomen te vellen voor regulier onderhoud. Art. 3.10.2, lid 3, onder b Av geeft slechts aan dat geen vergunningplicht bestaat in het geval bomen worden geveld ten behoeve van regulier onderhoud. Vraag 23: Art.3.10.11 Hoe kan er worden verwezen naar een niet aanwezig Omgevingsplan?

Pagina 5 van 11

Antwoord: Er is geen sprake van een verwijzing naar het omgevingsplan. Enkel is het vervallen van de bepaling gerechtvaardigd door erop te wijzen dat deze problematiek reeds in het omgevingsplan wordt geregeld. Vraag 24: Waarom niet toegevoegd ‘maximaal percentage verhard oppervlak per perceel, per type woning’? Nu moet dit steeds per project worden bepaald. Antwoord: Niet duidelijk is op welke bepaling deze opmerking betrekking heeft. Vraag 25: Art.3.14.6 Bestuur GAM. We missen het Rooster van Aftreden, onmisbaar voor een goede doorstroming. Waarom niet genoemd? Antwoord: Een zogenoemd rooster van aftreden hoort niet thuis in een wettelijke regeling zoals de Av. Dit omdat het aftreden van de leden afhankelijk is van de datum van benoeming, waardoor het aftreden dynamisch is. Daarbij komt dat de regels duidelijk zijn. Vraag 26: Art.3.15.5 Hoe objectief is deze door het college benoemde Adviescommissie? Antwoord: De Adviescommissie is onafhankelijk. Vraag 27: Hfd.3.16 Waarom is Participatie niet ingevuld? Antwoord: De regels voor in de Av zijn nog niet voorhanden. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen participatieregels zijn. Zo bevat ook de Omgevingswet hierover bepalingen. Vraag 28: Art.4.4.3 Bouwverordening is vervallen. Waar zijn nu de voorschriften t.a.v. bouwen te vinden? Antwoord: In het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Vraag 29: De kaarten van de gebiedsvisies dorpen van de voormalige gemeenten Eijsden en Margraten zijn onleesbaar. Waarom toegevoegd als deze onleesbaar zijn? Antwoord: De kaarten worden vervangen door leesbare exemplaren.

Pagina 6 van 11

Vraag 30: In de media is een bericht vernomen dat bij evenementen geen glaswerk meer mag worden gebruikt, dat voor processiebogen een vergunning moet worden aangevraagd e.d. De APV is nog niet aan de orde geweest, de raad heeft hierover nog niet bepaald. Waar is deze regel -als mogelijk voorstel- in de APV te vinden? Wie is er inmiddels voor de processie uitgelopen en heeft dit bepaald? Antwoord: Dat er voor evenementen geen glaswerk meer mag worden gebruikt, is een gevolg van de gewijzigde ‘Algemene regels evenementen’. Deze worden op grond van art. 1.1.11 van de bestaande Algemene verordening vastgesteld door de burgemeester. Dit zijn dus geen wijzigingen waarvoor de raad bevoegd is en vandaar dat dit ook juridisch los staat van de voorgestelde wijzigingen die geagendeerd staan voor de raadsvergadering van december. Onder vraag 33 tot en met 36 wordt nog verder stilgestaan bij dit onderwerp. Over processiebogen: hier verandert niks. Dat men niet alle voorwerpen aan, op of boven de weg mag plaatsen zonder vergunning is reeds verboden op basis van artikel 2.3.1 van de huidige Av. Ook in de voormalige APV was dit al vergunningplichtig. Hier vinden dus geen wijzigingen plaats. Overigens, deze vergunningplicht geldt maar voor een klein deel van de processiebogen. Alleen daar waar doorgang voor hulpdiensten beperkt is, bijvoorbeeld door een té lage boog.

Dit blijkt allemaal uit artikel 2.3.1 Av waarin eisen staan vanaf wanneer de vergunningplicht geldt. We ontvangen ook aanvragen voor deze bogen en deze worden altijd vergund en met de hulpdiensten wordt afgestemd dat doorgang beperkt is. Hier is géén sprake van een wijziging in de regels, de (sociale) media heeft hier een onjuist beeld geschept. Bovendien wordt bekeken of zelfs voor deze processiebogen de vergunningplicht omgezet kan worden in een meldplicht, op basis van algemene regels. Vraag 31: De APV werd minimaal jaarlijks aan de raad voorgelegd voor eventuele wijzigingen. Kunnen wij dat ook van de AV verwachten? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord: Als er redenen zijn om de Av te wijzigen, dan wordt dit uiteraard voorgelegd aan de raad als bevoegd bestuursorgaan. Het is afhankelijk van de vraag of er wijzigingen zijn, in welke frequentie dit gebeurt.

Vraag 32: RV Algemene Verordening Aanpassing van de aanlijnplicht voor honden, aanlijnen is voortaan in het buitengebied niet meer verplicht. Welke gevolgen ziet de gemeente voor de fauna indien honden niet meer aangelijnd hoeven te zijn? Antwoord: Geen relevante gevolgen. Vraag 33: Algemene regels voor evenementen: “Zodra een activiteit in een horecazaak een evenement is, gelden alle algemene regels voor evenementen en dus ook het glaswerk-verbod voor de gehele zaak.”

Pagina 7 van 11

Betekent dit concreet dat elke dorpsfeest vanaf 1 januari geen glas meer mag serveren buiten. Concreet: alle Bronken, kermissen, Koningsdag of andere activiteiten? Antwoord: Ter verduidelijking; de algemene regels zijn geen onderdeel van het raadsvoorstel. Deze zijn reeds vastgesteld door de burgemeester, die hiervoor bevoegd is op grond van art. 1.1.11 Av. Desalniettemin geven we graag antwoord op deze vraag. Zodra een publiek toegankelijke activiteit wordt georganiseerd buiten horecazaken, betreft het een evenement en is een melding -of vergunning vereist. Dat is ongewijzigd. Voor alle evenementen gelden er regels. Deze regels worden op basis van art. 1.1.11 van de Av door de burgemeester vastgesteld. De burgemeester is immers ook het bestuursorgaan wat evenementenvergunningen verleend. We hebben altijd al regels gehad voor meldingsplichtige evenementen, zoals bronkfeesten, kermisfeesten of elk ander evenement. Deze regels zijn onlangs herzien en vanaf 1 januari treden de gewijzigde algemene regels in werking. Een van de wijzigingen betreft een verbod op glaswerk voor evenementen. Vanaf 1 januari is glaswerk verboden bij alle evenementen. Dat betekent dus dat glaswerk niet meer is toegestaan bij feesten zoals bronken, kermisfeesten of koningsdag, als activiteiten buiten horecazaken plaatsvinden.

Activiteiten die volledig binnen de horecazaak plaatsvinden, de dagdagelijkse horeca bijvoorbeeld bij cafés of feestzalen, mogen glaswerk blijven gebruiken. Vraag 34: Indien ja, welk probleem lossen we hier in Eijsden-Margraten precies op? Antwoord: De wijziging in deze regels komt voort uit jarenlange advisering van hulpdiensten over de veiligheid bij evenementen. Structureel wordt afgeraden om glaswerk toe te staan op locaties waar drankjes worden geschonken buiten reguliere inrichtingen. Zij wijzen daarbij op diverse risico’s, waaronder: breuk en verwondingen, val- en glijgevaar, gebruik van glas bij conflicten, kinderen die niet bewust zijn dat glas gevaarlijk is of mobiliteitsproblemen van glaswerkresten op de openbare weg. De landelijke, maar ook regionale, ontwikkeling van de afgelopen jaren is ook dat bij evenementen glaswerk wordt verboden vanwege deze redenen. Ook lokaal in Eijsden-Margraten kunnen we niet langer voorbijgaan aan het feit dat glaswerk in de huidige maatschappij een te groot veiligheidsrisico vormt bij evenementen. Het probleem dat met een glaswerkverbod wordt opgelost, is het risico op ongevallen en incidenten door het gebruik van glas op evenementen. Door deze maatregel te nemen, verkleinen we de kans op ongevallen en voorkomen we dat een ernstig incident leidt tot veel strengere toekomstige veiligheidsvoorschriften door bijv.

nog striktere advisering n.a.v. incidenten. Kortom: voorkomen is beter dan genezen op het gebied van openbare orde en veiligheid. Vraag 35: Is er ook rekening gehouden met de financiële consequenties van horeca of organisatoren? Antwoord: In het voortraject is gekeken naar de mogelijke financiële consequenties voor horecaondernemers en organisatoren. Daarbij is bekeken wat de kosten zijn van verschillende alternatieven voor glaswerk. De totale kosten hangen sterk af van keuzes zoals: het gebruik van harde of zachte kunststofbekers, huren of kopen, hoe vaak bekers gebruikt worden en het verlies of beschadigen van glas of bekers tijdens het evenement. Pagina 8 van 11

Over het algemeen blijkt dat de kosten tussen glaswerk en kunststof alternatieven nauwelijks verschillen. De huurprijzen voor glaswerk en herbruikbare kunststofbekers liggen, afhankelijk van de leverancier, dicht bij elkaar. Bij aanschaf van bekers of glas, is glaswerk doorgaans goedkoper in de aankoop dan kunststofbekers, maar deze kunststofvarianten hebben een langere levensduur en kunnen aanzienlijk vaker worden ingezet omdat veel minder sprake is van verlies door breuk. Daardoor is het meerjarige financiële plaatje zelfs bij de aanschaf van kunststofbekers gunstiger. Ook bieden veel leveranciers de alternatieven aan. Dit is ook voorgesproken met enkele organisatoren, die hetzelfde beeld weergeven. Vraag 36: Hoeveel incidenten met glaswerk hebben er in 2025 plaats gevonden? Antwoord: Voor zover bekend zijn er geen grote incidenten geweest met glaswerk, waarbij door dit glas gewonden zijn gevallen en hulpdiensten moesten ingrijpen. Het is onbekend hoeveel kleine incidenten, zoals mensen die zich per ongeluk snijden aan een scherpe rand, in onze gemeente voorkomen. Zoals aangegeven onder vraag 34 wordt met deze wijziging ook niet ingespeeld op één specifiek incident, maar willen we juist voorkomen dat een dergelijk incident zich voordoet met alle gevolgen (inclusief nog striktere veiligheidsadviezen) van dien.

Incidenten zónder glaswerk vinden helaas wel in onze gemeente plaats. Onenigheid of vechtpartijen zijn ook te vinden bij evenementen in onze gemeenschap. Ook is het zo dat we rondom carnaval, bronken of kermissen jaarlijks meerdere meldingen ontvangen over glaswerkresten op straten of pleinen. Deze meldingen zijn opzichzelfstaand geen reden geweest om deze wijziging door te voeren. Vraag 37: Bijlage Algemene verordening geconsolideerd, Artikel 2.5.2.1 Evenementenvergunning 2. De burgemeester weigert de vergunning: a. als de organisator of vergunningaanvrager van slecht levensgedrag is; Wat wordt verstaan onder slecht levensgedrag en welke criteria gelden hiervoor? Antwoord: Het criterium ‘slecht levensgedrag’ is afkomstig van de Alcoholwet. Voor de bepaling van ‘slecht levensgedrag’ wordt onderzoek gedaan naar de justitiële antecedenten. Daarbij gaat het om politiegegevens via het RIECIS, een uittreksel uit het strafregister. Een VOG hoeft de organisator overigens niet te overleggen, om misverstanden te voorkomen. Deze bepaling is overigens ongewijzigd in de Av. Vraag 38: 3. De vergunning kan, naast de in de artikelen 1.1.8 of 1.1.9 van de Verordening genoemde gevallen, worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b.

de zedelijkheid, of Wat wordt verstaan onder zedelijkheid en welke criteria gelden hiervoor? Antwoord: Zedelijkheid is de aanduiding voor de normen die in het gemeenschappelijk verkeer worden aangeduid met fatsoen (fatsoensnormen). Daarbij geldt dat wat voor de een fatsoenlijk is, dat voor een ander niet hoeft te gelden. Het is aan het bevoegde bestuursorgaan om hier invulling aan te geven. Deze bepaling is overigens ongewijzigd in de Av. Pagina 9 van 11

Vraag 39: Aanpassing van de aanlijnplicht voor honden, aanlijnen is voortaan in het buitengebied niet meer verplicht. Welke gevolgen ziet de gemeente voor de fauna indien honden niet meer aangelijnd hoeven te zijn? Antwoord: Geen relevante gevolgen. Vraag 40: Algemene regels voor evenementen: “Zodra een activiteit in een horecazaak een evenement is, gelden alle algemene regels voor evenementen en dus ook het glaswerk-verbod voor de gehele zaak.” Betekent dit concreet dat elke dorpsfeest vanaf 1 januari geen glas meer mag serveren buiten. Concreet: alle Bronken, kermissen, Koningsdag of andere activiteiten? Antwoord: Dubbele vraag, zie antwoord vraag 33. Vraag 41: Indien ja, welk probleem lossen we hier in Eijsden-Margraten precies op? Antwoord: Dubbele vraag, zie antwoord vraag 34. Vraag 42: Is er ook rekening gehouden met de financiële consequenties van horeca of organisatoren? Hoeveel incidenten met glaswerk hebben er in 2025 plaats gevonden? Antwoord: Dubbele vraag, zie antwoord vraag 35. Vraag 43: Bijlage Algemene verordening geconsolideerd, Artikel 2.5.2.1 Evenementenvergunning 2. De burgemeester weigert de vergunning: a. als de organisator of vergunningaanvrager van slecht levensgedrag is; Wat wordt verstaan onder slecht levensgedrag en welke criteria gelden hiervoor? Antwoord: Dubbele vraag, zie antwoord vraag 37. Vraag 44: 3.

De vergunning kan, naast de in de artikelen 1.1.8 of 1.1.9 van de Verordening genoemde gevallen, worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de zedelijkheid, of Wat wordt verstaan onder zedelijkheid en welke criteria gelden hiervoor? Antwoord: Dubbele vraag, zie antwoord 38.

Pagina 10 van 11

Vraag 45: Pagina 25 en 26 Artikel 2.8 Volgend jaar gaat het vuurwerkverbod in. Op welke manier voorziet de AV hierin? Vraagt dit om een aanpassing van de AV in 2026? Antwoord: Dit is een landelijk verbod waarvoor de Av niet hoeft te worden gewijzigd. Vraag 46: Er wordt aangeraden om in ieder geval jaarlijks ambtelijk te bekijken of een wijziging nodig is. Wordt er ook een vaste termijn gehandhaafd waarop evaluatie plaatsvindt? Antwoord: Voortdurend wordt bezien of wijziging van de Av nodig is. Vraag 47: Artikel 2.7 en 2.12 Op welke manier houdt de AV (Artikel 2.12.2.7) rekening met de eventuele uitkomst van de aangenomen motie “laden op stoeptegelniveau”? Antwoord: Het rekening houden met deze motie vindt plaats via de vergunningverlening. Zoals blijkt uit de motie worden eerst de resultaten van de pilot uit Kerkrade afgewacht. Daar werken ze ook met laadkabelgoten onder voorwaarden, dit soort voorwaarden zouden kunnen worden opgenomen in een vergunning. Hiermee sluit dit eigenlijk mooi op elkaar aan.

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=ac3278de-b967-462c-b9e4-d5cfecee30be