CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Schriftelijke vragen en antwoorden Zienswijze en bedenkingen Stichting Samenwerking Zuid-Limburg

* Raadsvergaderingen 27 mei 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen2.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 27 mei 2025 Schriftelijke vragen Agendapunt 13: Zienswijze en bedenkingen Stichting Samenwerking Zuid-Limburg

Vraag 1: Raadsvoorstel Pagina 4: “Met deelname aan de Stichting Samenwerking Zuid Limburg zijn wij als gemeente in de gelegenheid om de regionale samenwerking verder uit te bouwen en te versterken.” En Bijlage - Presentatie gemeenteraden stichting samenwerking Zuid Limburg, pagina 11. “veel (onrendabele) samenwerkingsverbanden” Hoe wordt zeker gesteld dat de nieuwe Stichting Samenwerking Zuid-Limburg wel effectief is als het echt op samenwerking aankomt? Dit in het licht van de gang van zaken bij de lijn 50 gemeenten. Deze worden geacht samen te werken maar in de praktijk blijkt iedere gemeente toch zijn eigen ding te doen. Antwoord: Primaire doel van het oprichten van deze stichting is het organiseren van een efficiënte en adequate uitvoeringsstructuur voor de Regiodeal. Op basis van alle ingewonnen adviezen is daar de stichtingsvorm als beste variant uit gekomen. Dit model geeft tevens de mogelijkheid om als basis te dienen andere samenwerkingen op termijn ook op te pakken. Denk hierbij aan een volgende tranche regiodealmiddelen, maar ook samenwerkingen met private partijen. In Zuid-Limburg spelen diverse andere dossiers waarop wij als gemeente samenwerken met andere gemeenten. Met het oprichten van deze stichting ontstaat een formele structuur die we daar ook voor kunnen inzetten.

Door dan een functionerende en ingeregelde stichting te hebben, is de bedoeling dat nieuwe samenwerkingen succesvol hier onder gebracht kunnen worden, alsmede ook de effectiviteit te vergroten en bestendig te maken. Voor de goede orde: de samenwerking binnen Lijn 50 is vrij naar vorm en inhoud.

Vraag 2: Wat is de reden om een aparte bestuurlijke organisatie op te willen richten, met alle bijkomende structuren, statuten, kosten, e.d. voor regionale samenwerking? Welke onderdelen van samenwerking zouden dit zijn, die niet al m.b.v. het reguliere gemeentelijke apparaat of provinciale apparaat opgepakt kunnen worden? Antwoord: Er is eerst inhoudelijk geïnventariseerd wat er nodig is om de regionale samenwerking in het kader van de regiodeals succesvol te laten zijn, maar ook schaalbaar voor toekomstige samenwerkingen. Vervolgens is bij diverse experts uitvraag gedaan wat daar de best passende vorm voor zou zijn (adviezen van der Bunt, De Greef en Paulusssen). Hieruit komt de voorgestelde stichtingsvorm als

Pagina 1 van 8

beste variant naar voren. Voorts is het geen houdbare situatie dat de ambtelijke ondersteuning zoals thans uit slechts enkele gemeenten blijft komen, en wel op vrijwillige basis. Vraag 3: Wat is de relatie met de al bestaande samenwerking Lijn 50-gemeentes? Gezien de permanente aanwezigheid van Maastricht (en Sittard-Geleen) in het bestuur. Antwoord: Deze is er nu niet. Deze samenwerking is primair opgezet voor de regiodeal en ook zo ingericht dat andere samenwerkingen hier ook onder gebracht kunnen worden. De samenwerking binnen Lijn 50 is vrij naar vorm en inhoud. Vraag 4: Hoe wordt voorkomen dat bij mogelijke tegenstrijdige belangen tussen de deelnemende partijen (stads- versus plattelandsgemeenten) de “grote jongens” niet onbedoeld veel invloed krijgen in de gemeenschappelijke opzet? Antwoord: Dat is geborgd in de onderliggende projectstructuur van de regiodeal en de projectvoorstellen die hierin ingebracht zijn vanuit onze gemeente. In die projecten zijn de belangen van Eijsden-Margraten geborgd. Het bestuur van de stichting gaat ook niet over de uitvoering, maar is bedoeld voor de samenwerking op hoofdlijnen, alsmede voor het binden van het groter en sterker maken van de samenwerking met partners in heel Zuid-Limburg.

Bij het actief onderbrengen van samenwerkingen vanuit de gemeente Eijsden-Margraten zal op deze tegenstrijdige belangen gelet worden en dat is met name geborgd in het goed uitwerken van de inhoud van de samenwerkingsprogramma’s die ingebracht gaan worden, anders dan in deze constructie.

Vraag 5: Er wordt gesproken over de toelating van private partijen. Aan welke partijen wordt dan gedacht? Antwoord: De samenwerkingsstructuur is gericht op partijen uit de multi-helix (onderwijs, bedrijfsleven, overheden). Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderwijsinstellingen of bedrijven die in de regio ZuidLimburg bij meerdere gemeenten een rol kunnen spelen en daarom een logische partner zijn in de stichting. Vraag 6: Welke rol is er weggelegd voor de private partijen en in hoeverre kan (de schijn van) belangenverstrengeling hierbij voorkomen worden? Antwoord: Deze is nu nog niet aan de orde. De structuur is zo ingeregeld dat de deelname van private partijen mogelijk is. De voorwaarden waaronder en de exacte uitvoering wordt tegen die tijd bepaald en vormgegeven. Als bestuurslid van de stichting heeft de gemeente Eijsden-Margraten hier ook een stem in. Pagina 2 van 8

Vraag 7: In de statuten staat onder art. 5 ‘bestuur algemeen’ dat de verdeling is a. 4 uitvoerende bestuurders b. 6 niet-uitvoerende bestuurders Voor het eerste jaar geldt de verdeling; a. 3 uitvoerende bestuurders b. 7 niet-uitvoerende bestuurders Wat is de reden van de wijziging na 1 jaar? Antwoord: Dit heeft te maken met de opstart van de regiodeal en de projectstructuur van deze regiodeal bij de totstandkoming. De stichting start met de bestaande structuur om deze daarna om te bouwen naar de gewenste structuur. Door dit nu al vast te leggen, ontstaat er op een later moment geen discussie over. Tevens frustreert dit niet de uitvoering van de bestaande projecten, omdat de landelijke middelen die in de regiodeal verstrekt worden ook gebonden zijn aan strakke termijnen. Vraag 8: Is de stelling correct dat een bestuurlijk vertegenwoordiger van de gemeente Maastricht en de gemeente Sittard-Geleen altijd in het uitvoerend deel van het bestuur zit? Zo ja, waarom is ervoor gekozen om de grotere gemeenten dit voorrecht te gunnen? Antwoord: Ja dat klopt conform statuten. De gemeente Maastricht is momenteel de regiokassier en de gemeente Sittard-Geleen en Beekdaelen zitten momenteel al in het uitvoerend bestuur. Deze gemeenten zullen het eerste jaar in het kader van de continuïteit tot aan de gemeenteraadsverkiezingen in deze vorm het uitvoerend bestuur zijn.

Na de gemeenteraadsverkiezingen zal het uitvoerend bestuur van 3 naar 4 bestuurders gaan. Hierin zullen bestuurders van 2 grote gemeenten en 2 kleinere gemeenten vertegenwoordigt zijn. Vraag 9: In welke mate worden andere samenwerkingen overbodig na de oprichting van deze stichting? Antwoord: Dat zal in de toekomst blijken. Eerst wordt nu voor deze regiodeal een passende samenwerking opgezet, met de mogelijkheid voor uitbreiding naar andere samenwerkingen. Dit is een optie en geen verplichting, dat wordt bekeken vanuit het belang van de gemeente Eijsden-Margraten. Vraag 10: Is de oprichting van deze stichting een voorfase voor een fusie met Stadsregio Parkstad, zodat geheel Zuid-Limburg vanuit één stichting wordt vertegenwoordigd? Antwoord: Er is bewust gekozen voor een eigen stichting voor de regio Westelijk Zuid-Limburg. Om vervolgens ook met Stadsregio Parkstad samen te kunnen werken, maar wel vanuit de eigenheid en eigen belangen. Op de wat langere termijn zou volledige integratie ook ene optie kunnen zijn. Vraag 11: Wie wordt namens Eijsden-Margraten lid van dit bestuur? Antwoord: Dat moet formeel nog besloten worden door het College. De burgemeester is thans de afgevaardigde in het kade van de Regio Deal overleggen en is ook formeel verantwoordelijk voor bestuurlijke samenwerking.

Pagina 3 van 8

Vraag 12: Is er een maximum aan het aantal deelnemende bestuurders namens private partijen? Antwoord: Nee. Dat is mede afhankelijk van het aantal en welke private partijen dit betreft. De besluitvorming hieromtrent is een gekwalificeerd besluit waar een grotere meerderheid (2/3e van de stemmen) voor nodig is. Vraag 13: Hoe zit dat dan met de stemverhoudingen? Er zijn immers veel meer deelnemende private partijen denkbaar dan de 10 gemeentelijke deelnemers. Antwoord: Binnen nu en twee jaar worden private partijen toegelaten in het bestuur van de stichting. Hiervoor wordt een voorstel uitgewerkt, waar wij u te zijner tijd over zullen informeren.

Vraag 14: In het eerste deel van het stuk wordt aangegeven dat de Regiodeal middelen naar de stichting zouden kunnen gaan. In het vervolg wordt hier al aangenomen dat dit zo zal zijn. Is er hier geen sprake van vooringenomenheid of voorkennis? Antwoord: Deze regiodeal middelen gaan pas naar de stichting op het moment dat er een officieel besluit genomen is over de oprichting en deze stichting ook is opgericht. Vraag 15 Wat is het effect als er geen stichting opgezet wordt t.a.v. de besteding van Regiodeal middelen? Antwoord: Dan is er geen adequate vorm om de samenwerking in op te zetten. Voor de besteding van de middelen is het noodzakelijk dat er een samenwerking komt en uit alle inventarisaties blijkt dat de voorgestelde stichting daar de beste vorm voor is. Vraag 16: Welk mandaat (veto) hebben individuele gemeente (vertegenwoordigers) in het bestuur van de stichting? Antwoord: In de statuten is uitgewerkt hoe besluiten genomen worden. Hier is sprake van meerderheid respectievelijk gekwalificeerde meerderheid bij specifieke besluiten. Er is voor gezorgd dat de belangen van de gemeente Eijsden-Margraten afdoende geborgd zijn. Deze stichting gaat over de inzet van de middelen die van het Rijk komen in het kader van de regiodeal en niet over de autonoom blijvende bevoegdheden van de gemeente inzake haar eigen begroting. Pagina 4 van 8

Vraag 17: Hoe is de governance structuur ingericht voor het op te zetten programmabureau? Antwoord: Het programmabureau zal de komende maanden verder worden uitgewerkt. Het programmabureau zal worden geleid door een directeur voor de periode van 3 jaar, deze zal worden geworven door het uitvoerend bestuur, met instemming van het volledige bestuur. De overige functionarissen (dealmaker/programmacoördinatie, finance & control, communicatie en ondersteunend secretariaat). Deze functies worden in afstemming met de directeur en het uitvoerend bestuur verder ingericht, met instemming van het voltallige bestuur. Vraag 18: Hoe is het financieel toezicht voor deelnemende gemeenten ingeregeld? Antwoord: Er is een duidelijke bestuursverantwoordelijkheid over begroting en verantwoording ingeregeld in de structuur. Zie artikel 15 van de statuten. En verder is het aan de gemeente om te bepalen welke samenwerkingen onder deze constructie gebracht worden. Voor de regiodeal betreft het alleen de rijksmiddelen die onder deze regiodeal gebracht worden.

Vraag 19: Raadsvoorstel pagina 2: waarom bestaat de ambitie om binnen 2 jaar private partijen toe te laten tot het stichtingsbestuur? Antwoord: Bij de totstandkoming van de regiodeal tranche 4 is gebleken dat er meerwaarde zit in de samenwerking met private partijen om gezamenlijk in een multi helix aanpak projecten op te pakken. Vanwege slagvaardigheid wordt nu gekozen om in ieder geval met de private partners te starten, maar wel de mogelijkheid open te houden private partijen toe te laten. Verwachting vanuit de regiodeal 4e tranche is dat dit kan binnen een periode van 2 jaar. Vraag 20: In het advies dat gegeven wordt door Van de Bunt Adviseurs wordt ook gesproken over uitvoeringsallianties waarin meerdere partijen in wisselende samenstelling kunnen samenwerken. Waarom dan toch de ambitie om ook private partijen toe te laten? Antwoord: Alles afwegende en het geheel overziend is dat de beste optie voor de samenwerking in de toekomst. Hierbij is ook lering getrokken uit andere samenwerkingen in de regio waar bedrijven in participeren zoals Brightlands en CHILL. Ervaring leert dat participatie van dergelijke partijen in een officiele structuur de beste borging geeft voor de lange termijn continuïteit.

Van belang is dat de voorgestelde structuur de mogelijkheid laat om deze toetreding te organiseren, maar dat het wel aan de nu oprichtende partijen is om dan nog een keuze te maken. Pagina 5 van 8

Vraag 21: Hieraan verbonden de vraag hoe om te gaan met mogelijke conflicten tussen bestuurders? Antwoord: Conflicten tussen bestuurders worden niet opgelost door governance. De gekozen structuur is in ieder geval zo ingericht dat de belangen op een zakelijke manier opgepakt kunnen worden, alsmede dat conflicten niet kunnen leiden tot blokkering van besluiten. Vraag 22: De individuele belangen kunnen in het geval van deelname van private partijen afwijken. Hoe worden publiekrechtelijke waarborgen zoals democratische controle en openbaarheid/transparantie geborgd (zie ook pagina 10 rapport Cooperación)? Antwoord: Deze structuur is bedoeld voor samenwerkingen met partijen. Bij het inbrengen van een samenwerking waar de gemeente bij betrokken is, zal met betrekking tot de publiekrechtelijke waarborgen bekeken worden in hoeverre deze adequaat gewaarborgd kunnen worden via het privaat recht (statutair). Voor de regiodeal waar deze structuur nu wordt opgericht zijn deze aspecten voor nu afdoende geborgd. Vraag 23: Hoeveel private partijen mogen toetreden tot het stichtingsbestuur en wat betekent dit voor de stemverhouding van de gemeenten? Antwoord: Dat is afhankelijk van de voorstellen die komen als private partijen gaan toetreden. Voor dat dit kan gaan plaatsvinden is er voldoende waarborg in de processen ingebouwd om de belangen van de gemeente te kunnen waarborgen.

Vraag 24: Raadsvoorstel pagina 5: kan de financiële paragraaf verder worden uitgediept? Antwoord: Het overgrote deel van de kosten van de regiodeal worden gedekt uit de middelen die van het Rijk komen in het kader van deze regiodeal. Dat drukt dus niet op onze begroting en is gesecureerd met de toezegging van het Rijk in het kader van de regiodeal 4e tranche. Daarnaast worden de eerder toegezegde bijdragen van € 1,- per inwoner van de deelnemende gemeenten hier ook gestand gedaan. Dit is reeds opgenomen in onze begroting. Voor toekomstige samenwerkingen zal per casus naar de financiële aspecten gekeken worden. Vraag 25: Statuten pagina 9 artikel 15 lid 3: dient de jaarrekening te worden gecontroleerd of is een beoordelingsverklaring ook mogelijk? Antwoord: Dit zijn voorwaarden die voortkomen uit de voorwaarden en afwikkeling van de regiodeal met het Rijk en om pragmatische redenen ook zo ingeregeld. Uit artikel 15 lid 3 van de statuten is af te leiden dat een controle niet noodzakelijk is en dat een beoordelingsverklaring volstaat.

Pagina 6 van 8

Vraag 26: Bijlage 13a Waarom wordt er niet voor gekozen om ook de bestaande Gemeenschappelijke Regelingen onder te brengen in stichtingen, gezien de voordelen die de voorliggende stichting biedt? Antwoord: Omdat deze structuur nu primair opgericht wordt voor de regiodeal. Het inbrengen van andere samenwerkingen in de toekomst is mogelijk, maar wordt per casus bekeken als dit opportuun is. Voor bestaande regelingen die al lopen is dit nu niet aan de orde. Bovendien zijn deze doorgaans wettelijk voorgeschreven, zoals de VRZL of de GGD. Vraag 27: Pag. 2-3 Waarom wordt er pas een reglement van de stichting opgesteld als platforms en programma’s gebundeld moeten worden? Deze tekst komt nu vrijblijvend over. Antwoord: Omdat het nu niet aan de orde is, omdat in eerste instantie alleen de regiodeal tranche 4 onder deze stichting wordt gebracht. Pas als er ook andere samenwerkingen aan toegevoegd worden, is het ook opportuun een dergelijk reglement te ontwikkelen. Vraag 28: Pag.3 Samenstelling / taken stichting. Het uitvoerend bestuur bestaat uit 4 leden. Waarom wordt niet het advies gevolgd van Paulissen Advocaten om een oneven aantal bestuursleden te benoemen? Antwoord: Omdat er op deze manier balans is tussen de twee centrum gemeenten en 2 gemeenten uit de overige leden van de samenwerking. Uiteindelijk doen nu 10 gemeenten mee en ook dan is er geen oneven aantal. Vraag 29: Pag.

5 Financiële bijdrage. Komt deze bijdrage in plaats van de bijdrage voor het Middengebied? Antwoord: Zoals bekend laat het BRE-rapport (Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Zuid-Limburg, voorjaar 2023) zien dat Zuid-Limburg pimpelpaars kleurt als het gaat om de samenwerkingsverbanden. We hebben samen geconstateerd dat daar in principe niets mis mee is, als onze regio positief zou scoren op gebieden zoals gezondheid, economie, veiligheid. Helaas is de werkelijkheid anders. Dat betekent dat we gezamenlijk een opgave hebben om onze samenwerking efficiënter en effectiever in te richten; op dit moment zijn we daar in het kader van de regiodeals en Elke regio telt (oftwel Nationaal Programma Vitale Regio’s) druk mee bezig. Vanuit het middengebied Zuid-Limburg hebben wij de samenwerking met Maastricht en Sittard-Geleen opgezocht en inmiddels kunnen we constateren dat het middengebied Zuid-Limburg (behalve Voerendaal en Simpelveld) samen met Maastricht, Sittard-Geleen, Stein en Beek zijn samengebracht tot de samenwerkingsconstructie Westelijk Zuid-Limburg. Los van de successen die geboekt zijn op het terrein van landbouw/platteland en toerisme/recreatie kunnen we ook stellen dat het middengebied Pagina 7 van 8

zich verder ontwikkeld heeft in een nieuw samenwerkingsverband. Dat betekent voor de partners in het middengebied dat met de oprichting van de Stichting het construct van het middengebied overgaat in de nieuwe structuur. De bijdrage voor het Middengebied is daarom ook afgeraamd in de begroting 2025. Vraag 30: Pag.5 Gevolgen voor de natuur. N.V.T.? Voor het instellen van een stichting niet, maar wel degelijk met het oog op de precaire situatie van ons landelijk gebied, zoals ook genoemd tijdens de presentatie als een van de grootste zorgen. Hoe gaat ons college zich hiervoor inspannen? Antwoord: Dit voorstel ziet op een juridische structuur voor de samenwerking in het kader van de regiodeal. De elementen zoals genoemd in uw vraag komen aan de orde bij de inhoudelijke projecten onder deze samenwerking. Bij projecten vanuit onze gemeente die ingebracht zijn in de samenwerking is hier oog en aandacht voor. Vraag 31: Bijlage 13c Pag.3 Rol van de raden. Op welke wijze worden de raden betrokken, méér dan informeren? Bijv. Bij de voordracht van een bepaald project voor de Regiodeal? Antwoord: De regiodeal is een uitwerking van de afspraken die het College met uw Raad gemaakt heeft en de afgesproken speerpunten worden in de projecten van de regiodeal meegenomen. Vandaar dat uw Raad over de vorderingen geïnformeerd wordt. De sturing heeft dus al eerder plaatsgevonden.

Vraag 32: Pag.5 Ontwerpeis nr.8 Input relevante ontwikkelingen ophalen. Hoe worden inwonersinitiatieven opgespoord en betrokken bij de Regiodeal? Zie ook VNG magazine april 2025 vanaf pag.9. Antwoord: Dat is in het kader van dit voorliggende voorstel niet aan de orde. Dit voorstel ziet op de juridische structuur om de op inhoud reeds afgesproken samenwerking effectief en efficiënt ten uitvoer te kunnen leggen. Bij alle projecten vanuit de gemeente Eijsden-Margraten wordt altijd gekeken of er (financiële) regelingen zijn buiten de gemeente om de wensen van onze gemeente daarin onder te kunnen brengen en zo te kunnen realiseren.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=c317f82d-a283-4fda-98ef-78911d4c158d