12 Schriftelijke vragen en antwoorden Beslissing op bezwaar vestiging voorkeursrecht
Tekst van het document
Raadsvergadering 1 juli 2025 Schriftelijke vragen Agendapunt 12: Beslissing op bezwaar vestiging voorkeursrecht
Geen vragen.
Vraag 1: In de bijlage 10 is het adres van de bezwaarmaker zichtbaar. Moet dit niet ook onleesbaar gemaakt worden? Antwoord: De bijlage is aangepast en het adres is onleesbaar gemaakt.
Vraag 2: Op 20 mei jl. is nog een bezwaar ingediend buiten de termijn die daarvoor stond. Tot wanneer kan bezwaarmaker verschoonbare redenen aanvoeren? Antwoord: Bezwaarmaker is een termijn gegund tot 31 mei voor het aanvoeren van verschoonbare redenen. Vraag 3: Indien er geen (geldige) verschoonbare redenen worden aangevoerd, kan dit bezwaar dan nog worden meegenomen in dit raadsvoorstel, zodat er voor september geen nieuw raadsvoorstel hoeft te worden opgesteld? Antwoord: Voor de raadsvergadering van 2 juli moeten conform de hiervoor afgesproken routing, de voorstellen behandeld worden in de collegevergadering van 27 mei. De stukken voor deze collegevergadering moeten voorafgaand hieraan ( 19 mei uiterlijk) ingediend worden. Het is om die reden dan ook niet haalbaar gebleken om dit bezwaar alsnog mee te nemen bij het besluit voor de vergadering van 2 juli a.s.
Pagina 1 van 3
Geen vragen.
Geen vragen.
Vraag 4: Een aantal bezwaarmakers heeft aangegeven dat er sprake is van bijvoorbeeld eerder gevestigd voorkeursrecht, dan wel planvorming waarbij de gemeente positief heeft beoordeeld, c.q. waar over een principeakkoord is bereikt. Een vuistregel in het recht luidt : “oud recht prevaleert boven nieuw recht.” Maar tevens “algemeen belang prevaleert boven privé belang”. Op basis van welke jurisprudentie komt de bezwarencommissie tot de conclusie dat in de voorliggende gevallen het principe van algemeen belang zwaarder weegt dan het principe van oud recht prevaleert? Antwoord: Ten aanzien van een eerder gevestigd ( privaatrechtelijk) voorkeursrecht is inhoudelijk niet op de bezwaren ingegaan. Hier is geconcludeerd dat bezwaarmaker geen belanghebbende is. Zie hiervoor ook de overwegingen in het advies van 16 mei 2025. Hierbij wordt ook verwezen naar jurisprudentie inzake wie belanghebbende is. Ten aanzien van een verleende principemedewerking: De adviescommissie geeft aan dat de beoordeling van een principeverzoek en de vestiging van een voorkeursrecht op basis van de Omgevingswet twee verschillende dingen zijn, waarbij verschillende doelen worden nagestreefd. Het doel van het voorkeursrecht is om de gemeente een positie te verschaffen bij de aankoop van de grond en om prijsopdrijving te voorkomen. Hierdoor behoudt de gemeente de regie op de voorgenomen ontwikkeling in het gebied.
T.a.v. de principeverzoek heeft het college uitgesproken dat zij in beginsel, vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, bereid is om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de wijziging van de agrarische functie van het perceel voor de realisatie van 3 woningen. Met de vestiging van het voorkeursrecht wordt dit niet doorkruist. De commissie concludeert dus nergens dat het principe van algemeen belang zwaarder weegt dan het principe van oud recht.
Pagina 2 van 3
Overigens wordt de regel dat “oud recht prevaleert boven nieuw recht” niet gedeeld. Daarnaast is het voorkeursrecht gevestigd met het oog op het algemeen belang en dit komt niet altijd overeen met het individueel belang, waarvoor bezwaarmakers staan. Vraag 5: “GEVOLGEN VOOR DE NATUUR : Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de natuur.” Het vestigen van het voorkeursrecht sec heeft geen gevolgen voor de natuur. De beoogde ontwikkelingen die de vestiging van dit voorkeursrecht mogelijk moeten maken daarentegen hebben dat wel degelijk, bijvoorbeeld door de nabijheid van natura 2000 gebieden… Op welke wijze wordt op voorhand geborgd dat de gevolgen voor de natuur op alle betreffende locaties afdoende in kaart zijn of worden gebracht? Antwoord: Bij de planvorming moet in het kader van de Omgevingwet uitgegaan worden van een “evenwichtige toedeling van functies”. Dit houdt in dat onderzoek nodig is naar de flora en fauna in een gebied. Dit wordt opgepakt in het vervolgtraject en de resultaten van dit onderzoek kunnen per deelgebied verschillen.
Pagina 3 van 3