11a Schriftelijke vragen en antwoorden Gemeenschappelijke regelingen Begrotingen 2026 -Analyse begrotingen 2026 verbonden partijen
Tekst van het document
Raadsvergadering 27 mei 2025 Schriftelijke vragen Agendapunt 11a: Gemeenschappelijke regelingen: Begrotingen 2026 Analyse begrotingen 2026 verbonden partijen
Geen vragen.
Vraag 1: 11a p.2: Wat is de reden dat we ‘wederom’ de begrotingen van leerplicht en leerlingenvervoer missen? Antwoord: Bij de aanlevering van de begroting zijn we afhankelijk van centrumgemeente Maastricht. Een reden voor de late aanlevering is niet gegeven.
Vraag 2: Wat bedoelt u met “gezien het hogere vervoersvolume in EM”? Hoger in welke zin? Relatief gezien? Wijkt EM af tov andere deelnemers in Omnibuzz? Zo ja hoe komt dat dan? Antwoord: Het vervoersvolume 2026 en volgende jaren wordt begroot op basis van het begrote vervoersvolume van het eerste kwartaal 2025. Dit is gebaseerd op de realisatie 2024, verhoogd met een opslag van 2,5%. Deze hogere vervoersvraag in onze gemeente ligt enerzijds aan vele kernen, grote afstanden tussen de kernen en beperkte mogelijkheden in het openbaar vervoer. Anderzijds wijst de hogere vervoersvraag erop dat inwoners met beperkingen meer behoefte en meer mogelijkheden hebben om mee te doen aan de samenleving, zij willen daarom mobiel zijn. En dat is ook de kern van ons Wmobeleid.
Pagina 1 van 5
Vraag 3: De BSGW geeft aan niet te kunnen bezuinigen omdat ze geen beleid maakt en alleen uitvoerend is. Deelt het college die mening? Hoe heeft het college (via de vertegenwoordiger in het ABP) hierop gereageerd? Antwoord: Het college deelt deze mening niet en stelt zich op het standpunt dat ook een uitvoeringsorganisatie de mogelijkheid zou moeten hebben om te kunnen bezuinigen. Door de portefeuillehouder is dit ook aangegeven in het AB.
Vraag 4: Waarom geeft u niet per verbonden partij aan wat de reactie op de zienswijze is geweest? De ene keer staat het er expliciet en bij de ander wordt er niet over gesproken. Antwoord: Na besluitvorming op de zienswijzen door uw raad kan deze pas worden gedeeld met de verbonden partijen. Er is op dit moment daarom nog geen reactie van de verbonden partijen omdat ze de zienswijze nog niet kennen.
Vraag 5: Gegevenshuis: de begroting is de optelsom van alle contracten. Wat zegt u daarmee? Dat het onmogelijk is iets hier van te vinden? Dat er niet bezuinigd kan worden? Antwoord: Feitelijk is de begroting van het gegevenshuis een optelsom van alle contracten. Er wordt aangegeven dat, naar aanleiding van de oproep om te bezuinigen het algemeen bestuur heeft opgedragen om onderzoek te doen met gemeenschappelijke regelingen die een uitvoeringskarakter hebben en van vergelijkebare omvang zijn om te kijken of er mogelijkheden zijn om dingen efficiënter te doen. Tegen deze achtergrond zijn genoemd Het Gegevenshuis, Solido en het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad. Het is de bedoeling dat de resultaten in 2025 worden voorgelegd aan het algemeen bestuur dat dan beslist of er een vervolg aan de orde zal zijn en welke uitgangspunten en kaders dan daarbij gelden.
Vraag 6: Is de conclusie juist dat Omnibuzz ook niet bezuinigt, maar alleen lager uitkomt omdat er minder gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen? Antwoord: Er wordt in de aangeleverde stukken van Omnibuzz niet expliciet aangegeven dat er bezuinigd wordt.
Pagina 2 van 5
Vraag 7: M.b.t. het niet instemmen met de begroting 2026 van BSGW en Omgevingsdienst ZL de vraag welke vervolgacties een gemeente kan ondernemen behoudens het niet instemmen met een begroting? Antwoord: Het niet instemmen met de begroting van de besturen van de BSGW en Omgevingsdienst Zuid kan gevolgen hebben. Er ontstaat dan de situatie dat er geen rechtmatige grondslag voor uitgaven: Zonder goedgekeurde begroting mag de gemeenschappelijke regeling in principe geen uitgaven doen, behalve voor verplichtingen die wettelijk of contractueel noodzakelijk zijn (zoals lopende verplichtingen of ambtelijke salarissen). Nieuwe investeringen of beleidsinitiatieven moeten dan worden uitgesteld. Op dat moment is er herziening of aanpassing noodzakelijk: Het dagelijks bestuur (of de directie) moet een aangepaste begroting opstellen die opnieuw aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Tot slot kan de Provincie als toezichthouder op gemeenschappelijke regelingen ingrijpen. Als de begroting niet tijdig wordt vastgesteld (meestal vóór een wettelijke deadline, zoals 15 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar), kan de provincie ingrijpen. Zij kan dan zelf de begroting vaststellen of aanwijzingen geven voor de inhoud ervan. Noot: de provincie Limburg heeft het meeste stemrecht bij de omgevingsdienst en bij de Bsgw is dat het waterschap.
Het is daarom zeer lastig om als kleine gemeente vervolg acties te ondernemen. De enige manier om dit te doen is hierin gezamenlijk op te trekken met meerdere gemeenten.
Vraag 8 We nemen deel aan deze regelingen, waarbij de voortzetting van de deelname (ogenschijnlijk) vanzelfsprekend is. Wanneer wordt deelname, al dan niet per regeling, aan de gemeenschappelijke regelingen geëvalueerd? Antwoord: In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zijn sinds de wijziging op 1 juli 2022, extra verplichtingen opgenomen met betrekking tot democratische legitimatie en verantwoording, waaronder evaluatieverplichtingen. Volgens artikel 8, lid 2 van de Wgr: "In de regeling wordt vastgelegd op welke wijze en met welke frequentie de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling worden beoordeeld." Dit betekent dat evaluatie verplicht is, maar de wijze en frequentie van evaluatie in de regeling zelf moeten worden opgenomen.
Pagina 3 van 5
Vraag 9: Er wordt geadviseerd om niet in te stemmen met de begrotingen van BSGW en Omgevingsdienst Zuid Limburg; welke gevolgen zou het niet instemmen met zich meebrengen? Antwoord: Het niet instemmen met de begroting van de besturen van de BSGW en Omgevingsdienst Zuid kan gevolgen hebben. Er ontstaat dan de situatie dat er geen rechtmatige grondslag voor uitgaven: Zonder goedgekeurde begroting mag de gemeenschappelijke regeling in principe geen uitgaven doen, behalve voor verplichtingen die wettelijk of contractueel noodzakelijk zijn (zoals lopende verplichtingen of ambtelijke salarissen). Nieuwe investeringen of beleidsinitiatieven moeten dan worden uitgesteld. Op dat moment is er herziening of aanpassing noodzakelijk: Het dagelijks bestuur (of de directie) moet een aangepaste begroting opstellen die opnieuw aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Tot slot kan de Provincie als toezichthouder op gemeenschappelijke regelingen ingrijpen. Als de begroting niet tijdig wordt vastgesteld (meestal vóór een wettelijke deadline, zoals 15 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar), kan de provincie ingrijpen. Zij kan dan zelf de begroting vaststellen of aanwijzingen geven voor de inhoud ervan.
Vraag 10: Korte samenvatting. Het schema geeft een verlaging van de totale bijdrage weer. Was in de begroting 2026 en meerjarenraming rekening gehouden met een stijging voor de gemeenschappelijke regelingen op basis van het begrote indexcijfer? Zo ja hoeveel was dan de voorziene totale stijging in de begroting 2026 van de gemeenschappelijke regelingen? Antwoord: De aangeleverde meerjarencijfers van de GR-en worden verwerkt in onze begroting. In deze aangeleverde begrotingen zijn, de door de GR gehanteerde, indexeringen verwerkt.
Vraag 11: Raadsvoorstel pagina 1: in de gevraagde besparing wordt nog niet voorzien. Waarom dan toch als zienswijze kenbaar maken in te stemmen met een groot deel van de begrotingen? Antwoord: Niet alle besturen van de GR-en hebben nadrukkelijk een bestuurlijke opdracht verstrekt om 5% te bezuinigen op de begroting.
Vraag 12: Kunt u aangeven welk bestuur van een gemeenschappelijke regeling voldoende heeft aangegeven ons verzoek van 5 - 10% bezuiniging in het kader van ravijnjaar 2026 te kunnen realiseren? Antwoord: De verbonden partijen zijn daar allen op een verschillende manier mee omgegaan en geeft een divers beeld. Er is een verschil waarneembaar tussen minder kosten maken boekhoudkundig of structureel echt te bezuinigen en deze transparant in te boeken.
Pagina 4 van 5
Vraag 13: Pagina 2: BsGW blijft star in hun opstelling om te bezuinigen daar waar de gemeenten vanaf 2026 te maken hebben met het ravijnjaar schuift het AB dit door naar 2028. Sterker nog de gevraagde bijdrage stijgt in 2026 met 6,8%. Recent konden we in de media vernemen dat het aantal WOZ bezwaarschriften bij de BsGW aanzienlijk gedaald waren. Maakt de BsGW bij het aanbieden van de begroting hier melding van? Wat kan dit voor Eijsden-Margraten betekenen voor de bijdrage 2026? We gaan er immers vanuit dat bij de tussentijdse rapportage de BsGW dit teruggeeft en niet verkapt weer binnen houdt. Antwoord: Bij het aanbieden van de begroting is hier geen melding van gemaakt. Wel is hiervan melding gemaakt bij de op 25 april jongstleden ontvangen conceptjaarrekening 2024. Hieruit blijkt dat het aantal bezwaren over 2025 in de lijn ligt met 2024. Op basis van gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen blijven de uitvoeringskosten nagenoeg gelijk aan die van 2024.Dit houdt in dat de BsGW de proceskosten neerwaarts bijstelt met € 1.500.000. Voor onze gemeente bedraagt de neerwaartse bijstelling € 35.156. De BsGW zal dit via reguliere p&c cyclus verwerken. Wij zullen de neerwaartse bijstelling bij het samenstellen van de begroting 2026 meenemen.
Vraag 14: Wordt op pagina 5 goed uitgelegd. Volledig eens met de zienswijze. Is dit in het regionale overleg gemeenschappelijke regelingen ook al besproken? Antwoord: Er is in december 2024 in de secretarissen kring ambtelijk met de directeur van de Bsgw gesproken.
Vraag 15: Pagina 6: Omgevingsdienst. Ook hier begrijpt men blijkbaar niet wat het probleem bij de gemeenten is. Eens met de zienswijze. Ook hier de vraag of dit in het regionale overleg al besproken is? Antwoord: Er is in december 2024 in de secretarissen kring ambtelijk met de concerntontroller van de omgevingsdienst gesproken.
Geen vragen.
Pagina 5 van 5