CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Schriftelijke vragen en antwoorden Programmarekening 2024

* Raadsvergaderingen 1 juli 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen8.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 1 juli 2025 Schriftelijke vragen Agendapunt 11: Programmarekening 2024

Geen vragen.

Vraag 1: Programmarekening 2024 Pagina 8 Wat is de status van het “inspiratiedocument Eijsden-Margraten 2050”? Antwoord: Het inspiratiedocument is door het college vastgesteld. Zoals opgenomen in het voorwoord van de programmarekening: "In financiële zin zijn voorbereidingen getroffen gericht op het naderende ravijnjaar 2026. Er is in afstemming met de raad een traject uitgestippeld om in 2025 te komen tot ombuigingsplannen die moeten gaan bijdragen aan het wegwerken van het structurele financiële tekort in de jaren 2026 en verder. Vooruitlopend hierop is een beeld geschetst van wat voor een gemeente Eijsden-Margraten in 2050 kan zijn. Dit is vervat in het inspiratiedocument EijsdenMargaten 2050." Vraag 2: Pagina 10: “Ecologisch bermenbeheer en de aanleg van nieuwe flora- en faunastroken hebben de biodiversiteit vergroot en nieuwe leefgebieden voor vogels en insecten gecreëerd.” Gaarne een onderbouwing van deze stelling middels getallen. Antwoord: Tijdens de schouw constateren wij een grotere diversiteit aan verschillende kruidenrijke beplanting. Dit is het gevolg van het uitvoeren van het bermenbeleid welke in 2016 is vastgesteld. Het effect van het ingezette beleid begint nu zichtbaarder te worden. We kunnen dit niet met cijfers zichtbaar maken.

Vraag 3: Pagina 61: “Op plekken geven we ruimte voor aanplant van de fijnspar, zodat het immaterieel cultureel erfgoed ‘’denhalen’’ ook in de toekomst als traditie behouden blijft in onze dorpen.” Op welke plekken is er fijnspar met dit doel aangeplant?

Pagina 1 van 24

Antwoord: In het najaar van 2025 wordt er op een perceel in Mesch een sparrenbos aangelegd ten behoeve van het immaterieel cultureel erfgoed ‘den halen’. In 2024 zijn we gestart met de voorbereiding.

Vraag 4: Pagina 77: “1. Going-concern activiteiten, ontwikkeling en instandhouding toeristisch-recreatieve Voorzieningen”. Graag in Nederlands aangeven wat bedoeld wordt met “going-concern”. Antwoord: Going-concern = continuïteit

Vraag 5: Pagina 90: Daarnaast is gestart met het project afkoppelen Industrieweg en Zoerbeemden te Eijsden en wordt het verhard oppervlak van het bedrijven afgekoppeld en via buffers en greppels afgevoerd richting de Maas.”. Deze zin is niet juist. Antwoord: .. bedrijven ... moet bedrijventerrein zijn.

Vraag 6: Pagina 122: “In 2024 is onder leiding van Carla Brugman met diverse stakeholders gesproken en is een uitgangspuntennotitie voor de poort van het Heuvelland opgesteld.” Graag een Nederlands woord voor de term “stakeholders” en wie zijn dit dan? Antwoord: Betrokkenen. In bijlage 2 behorende bij de Uitgangspuntennotitie Poort van het Heuvelland, zoals vastgesteld door de raad op 18 februari 2025, is een overzicht opgenomen van alle betrokkenen waarmee gesproken is.

Vraag 7: Pag 144: De salarissen van B&W zijn € 487.000,- meer dan begroot. “De overschrijding wordt veroorzaakt door hogere storting in de voorziening wethouders en gewezen wethouders. Vanwege een lagere rekenrente bij de actuariële waarde berekening dan bij de begroting was voorzien is de storting hoger uitgevallen.” Graag een nadere specificatie. Hierbij aangeven wat de extra kosten zijn door de wethouderswissel Jacobs- Steijns-Huids. Antwoord: Elk jaar dient op basis van actuariële waardeberekeningen de hoogte van de voorzieningen wethouders en gewezen wethouders te worden berekend. De hoogte van de voorziening is afhankelijk van de rekenrente en de levensverwachtingen. Vandaar dat de hoogte elk jaar kan fluctueren. De pensioenvoorziening van wethouder Jacobs is overgeheveld naar gewezen wethouders en de pensioenvoorziening van wethouder Steijns-Huids is gestort (€ 4.977). Behoudens de verplicht te storten pensioenvoorziening van wethouder Steijns-Huids zijn er geen extra kosten.

Pagina 2 van 24

Geen vragen.

Vraag 8: In het raadsvoorstel Programmarekening wordt op pagina 4 de bestemmingsreserve verbeteren tijdelijke woonsituatie statushouders genoemd. Waarom hebben we deze reserve? Wordt deze reservering beïnvloed door de voorgestelde aanpassingen Huisvestingswet? Antwoord: De reserve is bij amendement ingesteld bij de behandeling van de jaarrekening 2020 met als doel het verbeteren van de tijdelijke woonsituatie van statushouders. De reserve wordt o.a. ingezet als dekking van de kapitaallasten van de verbouwingen in Noorbeek en Sint Geertruid (2022). Deze reservering vloeit niet voort uit de voorgestelde aanpassingen van de Huisvestingswet. Vraag 9: Programma 1 Pagina 9 van de Programmarekening. Extra aandacht besteed aan armoedebestrijding. Kunt u dit nader toelichten? Antwoord: In 2024 is uitvoering gegeven aan het bestaande beleid en zijn de voorbereiding gestart voor de herijking van het armoedebeleid. Daarnaast is geïnvesteerd in de samenwerking met de Kredietbank Limburg en hebben we ingezet op vergroten van de zichtbaarheid en mogelijkheden voor inwoners met financiële problemen.

Vraag 10: Op pagina 18 van de programmarekening wordt de taakstelling huisvesting statushouders genoemd. We hebben al een hele tijd niet voldaan aan deze taakstelling. Hebben we hierdoor ook minder kosten gemaakt? Antwoord: Kosten voor huisvesten statushouders zijn maar deels afhankelijk van omvang instroom. De basis infrastructuur ten behoeve van inburgering en begeleiding moet immers altijd op orde zijn. Dus een lage realisatie taakstelling leidt niet tot aanmerkelijk lagere kosten voor de gemeente.

Vraag 11: Pagina 3 van 24

Op pagina 22 wordt in de tabel een afwijking op de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen weergegeven. Betreft het begrote bedrag alleen uitkering of ook de uitvoeringskosten? Antwoord: Het begrote bedrag was voor de gehele uitvoering van de BBZ. Doordat er minder aanvragen zijn ingediend zijn de werkelijke lasten fors lager.

Vraag 12: Op pagina 29 wordt aangegeven dat er een stijging in het aantal leerlingen zichtbaar is. Geldt dit voor alle kernen? Antwoord: Ja dit is bij alle kernen, enkele kernen echter maar in beperkte mate. Vraag 13: Zijn er kernen die positief of negatief opvallen? Antwoord: De kernen Eijsden en Margraten hebben de grootste stijging (in absolute zin).

Vraag 14: Wat is de reikwijdte van de leerlingen prognose in tijd uitgedrukt? Antwoord: De reikwijdte van de prognose betreft de periode 2024-2044.

Vraag 15: Op pagina 50 wordt aangegeven dat de mogelijkheden voor een Unesco status van de Cramignon onderzocht zijn. Wat is het resultaat van dit onderzoek?

Antwoord: Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe afstemming met het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) en leverde de volgende bevindingen op:

Voordracht via de rijksoverheid Internationale UNESCO-nominaties worden uitsluitend gedaan door de Nederlandse regering. Hoewel draagvlak binnen de gemeenschap vereist is, bepaalt het Rijk of en wanneer een traditie wordt voorgedragen. Op dit moment is niet bekend welk erfgoed als volgende wordt voorgedragen.

Aansluiting bij UNESCO-criteria De Cramignon voldoet aantoonbaar aan UNESCO-speerpunten zoals gemeenschapsdraagvlak, overdraagbaarheid, culturele diversiteit en duurzaamheid, wat ook blijkt uit de bijschrijving in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.

Basis voor internationale voordracht Het bestaande borgingsplan (Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland) volgt reeds het

Pagina 4 van 24

internationale UNESCO-format. Bij een voordracht wordt dit plan verdiept in samenwerking met de gemeenschap, KIEN en het ministerie van OCW.

Vervolgstappen Een UNESCO-voordracht op korte termijn is niet voorzien. Het blijft echter belangrijk om de traditie zichtbaar en beleefbaar te houden — ook voor andere doelgroepen en op nieuwe momenten — in lijn met de UNESCO-waarden.

Vraag 16: Programma 2 Pagina 66 Ecologische bermenbeheer. Kunt u nog eens duidelijk uitleggen hoe dit werkt? Met name wat betekent dit voor de wegen niet voor doorgaand verkeer bestemd? Antwoord: De gemeente hanteert sinds 2016 het maaien en afvoeren principe en daarbij hanteren we het volgende maaiplan: Maart: gehele berm langs veldwegen Mei: gehele berm binnen bebouwde kom en eerste meterstrook buiten bebouwde kom (hoofdzakelijk verkeersroutes) Augustus: eerste meterstrook buiten bebouwde kom (hoofdzakelijk verkeersroutes) November: gehele berm binnen en buiten bebouwde kom (exclusief veldwegen) De maaibeurten in mei en augustus zijn bedoeld voor verkeersveiligheid en uitstraling bij de bronk/processies. De maaibeurt in maart is vanuit ecologisch oogpunt. Al het zaad wat in het najaar is gevallen, kan zich optimaal ontwikkelen. Fauna kan op deze manier overwinteren en de berm dient dan als schuilplaats. In maart wordt de berm conform maaien en afvoeren onderhouden. In november maaien/zuigen we de hele berm om ruige grassen te onderdrukken en ervoor te zorgen dat in het voorjaar zich een bloemrijke berm kan ontwikkelen. Voor meer informatie verwijzen we u naar het bermenbeleid.

Vraag 17: Kunt u al een voorlopige inschatting maken van de kosten voor EM inzake MIRT Zuidelijk Maasdal? Antwoord: Voor de verkenningsfase heeft Eijsden-Margraten € 95.000 euro betaald. We zijn in de verkenningsfase hetgeen betekent dat we conform de MIRT-systematiek eerst de opgave helder maken, bouwstenen verzamelen voor de diverse maatregelen, vervolgens de voorkeursmaatregelen gezamenlijk bepalen. Pas op dat moment zijn ook de totale kosten en de kosten voor EijsdenMargraten bekend. De verwachting is dat dit eind 2028 inzichtelijk is.

Vraag 18: Is de verwachting dat dit een grote impact kan hebben op onze meerjarenbegroting? Pagina 5 van 24

Antwoord: Dat is nog niet bekend. We verwachten dat het investeringsuitgaven zullen zijn waarvan de kapitaallasten op de meerjarenbegrotingen gaan drukken.

Vraag 19: Pagina 63. Nieuwe verdienmodellen ontwikkelen rondom beheer van het landschap’ Kunt u aangeven of er gebruik gemaakt is in 2024 van deze modellen? En zo ja voor welke deelgebieden? Antwoord: In het plantseizoen 2024/2025 is in Noorbeek bij Hoeve de Peul een walnotenbos aangelegd. Met deze vruchten wil men producten gaan maken en vermarkten. Bij Hei15 in Sint Geertruid is een voedselbos aangelegd. De exploitant heeft tijdens een raadsactiviteit op 9 mei tekst en uitleg gegeven over het concept. Ook binnen het landschapspark Bocage is ingezet op nieuwe verdienmodellen vanuit educatie.

Vraag 20: Pagina 65. Overschrijding budget Landschapsbeheer. Waarom is deze niet meegenomen in de 2e Burap 2024? Antwoord: Deze was ten tijde van de samenstelling van de 2de burap niet bekend / inzichtelijk gemaakt. Vraag 21: Pagina 79. De tabel mutaties reserves prg. 2 is niet opgenomen. Kan deze alsnog gevuld worden? Antwoord:

De begrotingsapp zal worden ververst Vraag 22: Programma 3 Pagina 90 €40.000 om 2500m2 oppervlakte af te koppelen van het riool, is dit een efficiënte manier om middelen te besteden? Wegen de voordelen op tegen deze kosten? Antwoord: Het is een stimuleringsregeling, met als belangrijkste doel burgers bewuster te maken van hergebruik danwel infiltratie van regenwater. De subsidie is slechts een klein bedrag op de werkelijke kosten die een initiatiefnemer heeft. Enkele jaren geleden is op verzoek van de deelnemende gemeenten het bedrag door het waterschap verdubbeld. Het waterschap evalueert dit beleid op dit moment in aanloop naar nieuwe beleid komend jaar.

Vraag 23: Pagina 6 van 24

Pagina 83. Bij verduurzaming wordt vaak gesproken over zonnepanelen of isolatie. Er wordt hier nauwelijks over energieopslag gesproken, met terugleverkosten en/ of negatieve stroomprijzen wordt opslag of slim gebruik van energie steeds belangrijker. Hoe adviseert de gemeente hierin en hoe wordt hiermee omgegaan bij het gemeentelijk vastgoed? Antwoord: Wij adviseren via de Woon Wijzer Winkel voor particulieren/inwoners betreffende de opslag van energie daar waar relevant en toepasbaar. Voor wat betreft gemeentelijk vastgoed gaan we e.e.a. nog inventariseren. Vraag 24: Programma 4 Inzake de wat/waar vraag tijdelijke woningen, is de Raad een afwegingskader in het vooruitzicht gesteld met vaststelling voor de zomer van 2025? Mogen wij uw voorstel in deze dus voor de vakantieperiode tegemoetzien? Antwoord: In 2022 zijn locaties die gemeentelijke eigendom zijn en die mogelijk geschikt zijn voor de plaatsing van tijdelijke woningen, geïnventariseerd. Het gaat in totaal om 19 locaties. Een aantal locaties ligt aan de rand van de kernen, een aantal ligt echter ook binnen de kernen. Deze locaties zijn vervolgens aan de hand van een aantal criteria getoetst op geschiktheid voor tijdelijke woningbouw.

Op basis van de toegepaste afwegingscriteria zijn tijdens het bestuurlijk overleg met de woningcorporaties Maasvallei, Servatius en Woonpunt op 16 september 2024, de navolgende vier locaties gepresenteerd:  Eijsden, Joseph Partounsstraat  Margraten, Kerksteeg (derde veld)  Margraten, Koningswinkel  Noorbeek, Brigidastraat Hierbij zijn de betreffende corporaties gevraagd om voor 1 november 2024 een gezamenlijk bod uit te brengen. Bij brief van 30 oktober 2024 hebben de woningcorporaties aangegeven een kansrijk traject t.b.v. tijdelijke woningen op de locatie van het 3e veld in Margraten te zien. Wonen Limburg zal dit namens de gezamenlijke corporaties oppakken. Het college heeft op 27 mei 2025 besloten hiermee in te stemmen. Met Wonen Limburg wordt nu een intentieovereenkomst voorbereid om de bouw van de tijdelijke woningen mogelijk te maken incl. beheerafspraken.

Vraag 25: Programma 5 Pagina 136 visie op dienstverlening updaten: er is een projectleider aangesteld voor een projectopdracht. Kan exacter worden geduid wat hieronder wordt verstaan? Antwoord: Vanuit een extern bureau is een projectleider aan de slag gegaan met de opdracht Mensgerichte Dienstverlening, die geformuleerd is door het MT. Binnen deze opdracht heeft de projectleider drie fases geformuleerd. Fase 1 – Overzicht: het creëren van overzicht in de diensten die de gemeente levert en overzicht krijgen in de verschillende klanten van de gemeente. Fase 2 – Inzicht: inzicht verkrijgen in welke interne processen bij de dienstverlening horen en hoe de klant onze dienstverleningen ervaart. Hieruit het formuleren van succesfactoren en ontwikkelpunten. Fase 3 – Verbeteren: op basis van de ontwikkelpunten die uit fase 2 volgen doelgericht de klantervaring binnen de dienstverleningen gaan verbeteren.

Pagina 7 van 24

Op dit moment bevindt het project zich grotendeels in fase 2. Waar er bij sommige afdelingen inzicht is in de klantervaringen, kan er doelgericht verbeterd gaan worden. Denk hierbij aan afdelingen met een laag volume, maar hoge intensiteit aan klantcontact, zoals een beleidsafdeling. Bij andere afdelingen is er nog geen inzicht in de klantervaring. Dit is vaak lastig te verkrijgen, mede door het hoge volume aan klantcontact. Bij deze afdelingen wordt op dit moment gewerkt aan het bouwen van gereedschappen om inzicht te verkrijgen, zoals het opzetten van klantmetingen. Vraag 26: Pagina 137 inwoners actief betrekken bij verbeterprocessen rondom dienstverlening: kan een uitgewerkt voorbeeld van een dienstenhuis worden gegeven? Antwoord: Hierbij als voorbeeld het dienstenhuis van de afdeling Samenleving:

Vraag 27: Pagina 147 inspraak is een vanzelfsprekendheid; onderdeel ‘pilot stimuleren gemeenschapskracht’: wat is de planning voor de inwonersbegroting? Aan de hand van welke maatstaven wordt deze pilot na afloop geëvalueerd? Antwoord: Middels de recent verzonden informatiebrief is uw Raad geïnformeerd over de start van de pilot burger begroting. In de planning is voorzien in een uitgebreide evaluatie. De criteria waarop geëvalueerd wordt zijn in ieder geval: doelrealisatie, communicatie, samenwerking/betrokkenheid en financiën. De wijze waarop deze evaluatie plaats gaat vinden wordt nog nader uitgewerkt.

Vraag 28: Paragraaf 2 weerstandsvermogen specifieke risico’s sociaal domein. Pagina 201 sociale werkvoorziening. Het traject rondom het schrijven van een business case voor een fusie van de organisaties MTB, Annex en Podium 24 is nog onderhanden. Wanneer wordt deze business case verwacht? Antwoord: Er is in januari 2025 een concept businesscase opgeleverd en gedeeld met uw raad. Vervolgens zijn er verschillende raadsthema bijeenkomsten en ophaalrondes geweest bij alle deelnemende gemeenten en adviesraden. De input van die rondes wordt momenteel verwerkt door het projectteam (gemeenten, MTB, Annex en Podium 24) en er zal naar verwachting na de zomer een hernieuwde versie van de businesscase worden opgeleverd

Vraag 29: Pagina 8 van 24

Pagina 201 jeugd: wat is de achterliggende reden waarom door EM het initiatief is genomen om de jeugdautoriteit een bindend advies te laten uitbrengen over de trede-indeling van xonar? Antwoord: Deze risicoparagraaf is voor alle deelnemende gemeenten van de regiosamenwerking Zuid-Limburg opgesteld door de taskforce. Derhalve is de tekst in alle jaarrekeningen gelijk en dient het "ons" hierin gelezen te worden als zijnde een collectief initiatief van de Jeugdregio Zuid-Limburg.

Vraag 30: Paragraaf 3 Budget rehabilitaties 2024. In de tabel was beschikbaar ruim 9 miljoen. In de tekst op pagina 213 noemt u een bedrag van 3,5 miljoen. Kunt u het verschil nader aangeven? Antwoord: Het bedrag van € 3.530.000 is het investeringsbudget dat jaarlijks opnieuw beschikbaar wordt gesteld voor rehabilitaties. Het bedrag van € 9.332.000 is het investeringsbudget rehabilitaties 2024 ad. € 3.530.000 plus het eind 2023 nog niet uitgegeven – maar wel aan projecten gekoppelde - investeringsbudget rehabilitaties uit voorgaande jaren.

Vraag 31 : Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Pagina 225 paragraaf 5.2 organisatie in ontwikkeling: op pagina 225 wordt de organisatiekoers van EM weergegeven. Wanneer is deze koerswijziging geslaagd en wanneer vindt hier een evaluatie van plaats? Antwoord: Een organisatie is altijd in ontwikkeling en dat is nooit afgerond. Wanneer een koerswijziging geslaagd is is zeer moeilijk te bepalen. Wel is het zo dat we steeds meer kengetallen proberen te bepalen waar we op sturen zodat het wel of niet succesvol zijn van een koers continu kan worden bekeken en er tijdig kan worden bijgestuurd. De kengetallen die momenteel ter beschikking zijn en waar afdelingen op worden aangestuurd zijn o.a.: doorlooptijden van dienstverleningsprocessen, afhandeling van terugbelnotities binnen de termijn, WOO-verzoeken, raadsvragen, klachten, artikel 36 vragen, bezwaarschriften en moties, ziekteverzuimpercentage, ontwikkeling formatie bezetting, financiële cijfers als begroting vs. Realisatie, tijdige betaling facturen en contractbeheer. Er worden nog meer kengetallen ontwikkeld: in 2025 staat een medewerkers onderzoek in de planning dat we ook regelmatig willen herhalen. Al deze kengetallen geven inzicht en continue evaluatie over onze koers.

Vraag 32 : Pagina 228 paragraaf 5.5 Informatie & Automatisering: op pagina 228 wordt gesproken over het nieuwe ICT-werkplekconcept. Kunt u dit nog kort toelichten? Antwoord: Wegens een aflopend contract en de noodzaak om onze ICT omgeving te vernieuwen heeft in 2024 een aanbesteding plaatsgevonden voor een nieuwe ICT-partner. Begin 2025 heeft hiervoor gunning plaatsgevonden. De nieuwe ICT-partner heeft de opdracht gekregen om een volledig nieuwe ICT-

Pagina 9 van 24

werkplek voor onze gemeente op te tuigen (digitale werkplek, gebruikersapparatuur, netwerk, verbindingen, beveiliging etc.).

Vraag 33: Pagina 264. DE tabel is niet volledig afgedrukt in de analoge versie. Winstneming in 2025 van € 343 duizend. Wordt deze gereserveerd voor mogelijke tegenvallende exploitaties in de toekomst? Antwoord: Het bedrag van afgerond - € 343.000 is geen winstneming maar de boekwaarde eind 2024 van de 3 genoemde projecten. De min betekent dat de cumulatieve lasten hoger zijn de cumulatieve baten.

Vraag 34: Rechtmatigheidsverantwoording Op pagina 356 en 357 wordt de rechtmatigheidsverantwoording gegeven. Per saldo wordt een bedrag van k€ 982 als onrechtmatig aangemerkt. Wat betekent dit voor de af te geven controleverklaring van de accountant? Antwoord: De accountant is voornemens een goedkeurende controleverklaring ten aanzien van de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief rechtmatigheidsverantwoording) te verstrekken. Er is namelijk geen sprake van materiële ongecorrigeerde controle verschillen of onzekerheden geconstateerd. Ook is de accountant voornemens een goedkeurend oordeel over de rechtmatigheid van de specifieke uitkeringen te verstrekken. Dit alles onder voorbehoud dat de jaarrekening ongewijzigd wordt vastgesteld door de raad. De controleverklaring wordt gedateerd op de dag dat de raad de jaarrekening goedkeurt.

Vraag 35: Raadsvoorstel (paginanummers Pepperflow) Belangrijkste mutaties na de 2e burap betroffen: Pagina 2: leasecontract Econocom? Antwoord: Dit heeft betrekking op de afkoop van een overeenkomst voor ICT-lease die in 2002 is aangegaan. Tijdens de raadsthemabijeenkomst en in de kadernota 2026 is de afkoop van het leasecontract uitgebreid toegelicht. Daarnaast is in de P&C commissie inhoudelijk deze post toegelicht. Afkoop leidt tot een structurele besparing van € 118.000 per jaar.

Vraag 36: Pagina 2: uitkeringen in het kader van de Participatiewet? Toelichting graag. Antwoord: In 2024 heeft er een systeemwissel van het administratieve systeem plaatsgevonden binnen het sociale domein. Door deze wissel is er per abuis bij de tweede Burap een foutieve inschatting gemaakt van de periode van de reeds gerealiseerde kosten. Dit heeft geleid tot een te hoge aframing en derhalve per jaareinde een overschrijding van de kosten (850K). Indien deze aframing niet had plaatsgevonden was de realisatie binnen de kaders gebleven. Pagina 10 van 24

Tevens is na doorlopen van de debiteuren positie de voorziening debiteuren Sociaal team verhoogd van € 547.000 naar € 700.000 waardoor er uit de exploitatie 2024 € 153.000 is onttrokken.

Vraag 37: Pagina 2 “ een toename van de algemene uitkering met 325000”: heeft dit een positief of een negatief effect op het saldo? Wat is de Algemene Uitkering? Heel goed om voor zover mogelijk reserves samen te voegen, op te heffen of te uniformeren. Antwoord: Dit heeft een positief effect gehad op het saldo. De algemene uitkering is de uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen.

Vraag 38: Pagina 7: waar zijn de mutaties na de 2e burap (afhankelijk van hoe je de toename algemene Uitkering moet lezen 1759000 of 2409000) terug te vinden in het overzicht in de tabel. Antwoord: De mutaties na 2e burap zijn verwerkt in de jaarrekening. Bij de afzonderlijke programma’s zijn de afwijkingen conform de financiële verordening toegelicht.

Vraag 39: Links in de programmabegroting 2024 werken nog steeds niet naar behoren: Bijvoorbeeld Beleidsnotitie bermenbeheer “maaien wat moet, bloei waar mogelijk” komt de mededeling “Sorry, de pagina die u zocht is niet gevonden!” Ook in ibabs: - Gedeelde folders Beleidsdocumenten Begroting Programma 2 Beleidsnotitie bermenbeheer “maaien wat moet, bloei waar mogelijk” – komen we niet bij het juiste document maar wordt het groenbeleidsplan geopend, wat toch echt een ander plan is. Ik denk dat het minstens de vijfde keer is dat we hier al naar vragen, elke keer weer gedurende de gehele raadsperiode. Telkens wordt toegezegd dat dit wordt aangepast, maar het gebeurt niet. Dit is enigszins vermoeiend. Antwoord: We hebben de links nogmaals gecontroleerd. Helaas is het niet mogelijk overal een juist werkende link aan toe te voegen.

Vraag 40: Pagina 4 “ rechten voor de natuur” Afgezien dat dit benoemd wordt komt het verder niet terug in de programmarekening. Zijn hier verder geen kosten aan verbonden? Antwoord: De kosten worden voor het merendeel in 2025 gemaakt en verrekend en zijn dus niet in rekening 2024 terug te zien. Deze kosten worden gedekt binnen het landschapsfonds/reserve landschap.

Vraag 41: Pagina 82: “we bevorderen bijen welzijn”. Gaat het hier om wilde bijen of honingbijen (een vorm van intensieve veehouderij)? Wat is er t.b.v. deze bevordering gedaan?

Pagina 11 van 24

Antwoord: Het betreft hier wilde bijen. We planten (boom)soorten aan welke het leefgebied van de wilde bij bevorderen.

Vraag 42: Pagina 92 tegel “Een lokaal actieplan ´transformatie van de landbouw´ uitwerken”: Is de gebiedsdifferentiatiekaart in 2024 vastgesteld? Waarom wel/niet? Waarom wordt dit niet concreet vermeld? Antwoord: We merken gelet op de opgave die hebben ten aanzien van landbouw, landschap en toerisme dat we niet afzonderlijk beleid kunnen maken ten aanzien van gebiedsdifferentiatie en toerisme c.q. verblijfsrecreatie (afwegingskader). Door de stoppersregeling van de provincie ontstaan er bij agrarische bedrijven vragen voor een andere invulling. Gemakkelijk wordt gedacht aan toerisme en verblijfsrecreatie terwijl we merken dat dit niet altijd even handig en wenselijk is. Stel alle stoppende agrariërs bouwen hun bedrijf om naar een boerderijcamping wordt het aanbod te groot ten opzichte van de vraag. Dit heeft ons doen besluiten om deze beleidsvelden samen te nemen en beleidsuitspraken hierover te formuleren. E.e.a. zal ook worden meegenomen bij het opstellen van de bouwstenen voor integraal economisch beleid van onze gemeente.

Vraag 43: Waarom krijgt de voortgangsindicator een groene G indien de gebiedsdifferentiatiekaart waarschijnlijk niet is vastgesteld? Antwoord: Dit is groen gemaakt omdat we wel het beleid hebben geformuleerd en getoetst, doch gelet op de actualiteit rondom de stoppersregeling nog niet is vastgesteld.

Vraag 44: Raadsinformatiebrieven over SvZ landschapselementenregeling? Antwoord: Wat is de vraag ?

Vraag 45: Pagina 345 Kaderstellende documenten: waarom hebben niet alle documenten een link? Graag alle documenten van de juiste link voorzien!!! Antwoord: Als documenten niet op een openbaar benaderbare plaats staan is het toevoegen van een link niet mogelijk.

Pagina 12 van 24

Vraag 46: Raadsvoorstel voorwoord Welke impact op de natuur heeft het als de reserve Bomen en de reserve Landschap worden samengevoegd? Op welke manier worden waardevolle en/of monumentale bomen dan nog beschermd? Antwoord: Het voorstel heeft geen impact op de natuur. De reserve Bomen was / is bedoeld als een bijdrage in de kosten die burgers/bedrijven hebben aan het in stand houden van monumentale of waardevolle bomen (conform bomenlijst Eijsden-Margraten). Eigenaren van de bomen kunnen een subsidie ontvangen van € 250 per boom per jaar. Dit blijft zo, alleen worden de kosten voortaan gedekt uit de samengevoegde reserve. Vraag 47: De buraps meegerekend bij de programmarekening, hoeveel is het totale (voordeel of nadeel) op de algemene reserve? Dus hoeveel was er in totaal over of te weinig over 2024? Antwoord: Zoals uit de staat van reserves en voorzieningen blijkt is de algemene reserve in 2024 toegenomen met € 1.840.737. Na onttrekking van het negatieve rekeningresultaat zal dit € 379.606 zijn. Hierbij is nog geen rekening gehouden met het voorstel tot opschonen reserves.

Vraag 48: Reserve bestemmingsplannen: Aangezien de reserve bedoeld is om gebiedsontwikkelingen op te starten wordt voorgesteld de reserve te hernoemen tot reserve gebiedsontwikkelingen. Een en ander met inachtneming van de gewijzigde doelstelling. We hebben al ettelijke miljoenen gereserveerd voor diverse gebiedsontwikkelingsplannen. Wat is de relatie van deze reserve tot deze fondsen? Antwoord: Er is geen relatie tussen de reserve en de investeringsbudgetten voor gebiedsontwikkelingen. De voorgestelde nieuwe reserve Gebiedsontwikkelingen is de oude reserve bestemmingsplannen. Rekening houdende met de op te starten grondexploitaties wordt geadviseerd deze reserve in te zetten als egalisatiereserve voor positieve en negatieve saldi van grondexploitaties en deze niet meer af te storten naar de algemene reserve. De investeringsbudgetten voor gebiedsontwikkelingen zijn uitsluitend bedoeld voor een drietal gebieden (Poort van het Heuvelland, Stationsomgeving Eijsden en Cadier & Keer) en uitsluitend in te zetten binnen de gestelde kaders van de richtlijn strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen deze gebiedsontwikkelingen. Vraag 49: Vraag: wat is precies het verschil tussen een overhevelingsreserve en een egalisatiereserve, en waarom hebben we beiden nodig? Antwoord: Een egalisatiereserve wordt gebruikt voor het voorkomen van schommelingen in de exploitatie.

Hogere inkomsten of uitgaven in enig jaar kunnen dan via de reserve worden geëgaliseerd. Een overhevelingsreserve wordt gebruikt voor het overhevelen van budgetten van jaar t naar jaar t+1. Dit gebeurt onder voorwaarden zoals de raad die heeft vastgesteld. Pagina 13 van 24

Vraag 50: Programma 1 Kwaliteit van leven p.12: Op welke manier wordt er begroot voor de inburgering? Dit jaar is er pas 1 persoon gehuisvest en staan er nog 66 op de wachtlijst. Deze 66 mensen zullen moeten starten met hun inburgering. Is er sprake van overcapaciteit omdat niet conform wettelijke verplichting gehuisvest wordt? Antwoord: Er wordt begroot voor nieuwe en bestaande inburgeraars. Door de lange wachttijden voor huisvestiging worden mensen vaak al inburgering plichtig terwijl ze nog in het AZC verblijven. Mensen moeten in principe binnen 10 weken een Persoonlijk Inburgering Plan hebben vastgesteld voor inburgering. Echter doordat AZC’s door het hele land verspreid zijn kunnen ze in veel gevallen nog niet starten met inburgering. Zoals bovenstaand vermeld dienen mensen dus binnen 10 weken na inschrijving in de gemeente een vastgesteld PIP moeten hebben. In de praktijk lukt ons dit in veel gevallen niet vanwege de beperkte huisvestingscapaciteit. Wij proberen wel in sommige gevallen mensen uit te nodigen voor inburgering als ze bijvoorbeeld in het AZC Maastricht verblijven. Echter dit gebeurt maar sporadisch.

Vraag 51: p.16: waarom is er 0 begroot voor de ADV en klopt het dat er uiteindelijk 16.000 naar discriminatie.nl Limburg is gegaan? Antwoord: Er was ook in 2024 €11.500,- begroot voor de ADV, echter is het budget verplaats naar een andere budgethouder, met daardoor de aanmaak van een nieuwe kostenplaats. Het budget is in de 2e bestuursrapportage budgetneutraal verplaatst. De kosten voor ADV 2024 betroffen €15.830. Het budget wordt in 2025 omhoog bijgesteld, het betreft hier indexering.

Vraag 52: p.24: dit hoeft niet in de programmarekening, maar waarom is er extra geld gegaan naar wielerevenementen? Welke was dit? Antwoord: Dit betreft een eenmalige donatie aan Five4Five Vraag 53: p.52: is er geen gebruik gemaakt van de spuk GALA? Waarom niet? Antwoord: Omdat het een SPUK is (specifieke uitkering) zijn dit kosten die voor de exploitatie van de gemeente budgetneutraal zijn, immers de gemaakt kosten vallen wel tegen de ontvangen SPUK gelden. Indien we niet alle gelden uitgeven dienen we het restant over het algemeen terug te betalen. Er zijn dus wel kosten gemaakt echter deze worden gedekt uit de SPUK, in de jaarrekening is dit dan ook per saldo 0. Vraag 54: p.70: is er geen kunstroute uitgevoerd? Antwoord: Zoals toegelicht in het hoofdstuk ‘Kunst en cultuur in verbinding met inwoners’, is er gestart met de ontwikkeling van een culturele route die onzichtbaar erfgoed in onze gemeente zichtbaar maakt. Pagina 14 van 24

Deze route wordt ontwikkeld in samenwerking met Visit Zuid-Limburg, met als doel een breed publiek te bereiken. Het eerste routepunt reeds gerealiseerd: een Augmented Reality-ervaring en informatief paneel bij het voormalige Caltex Tankstation. De ontwikkeling van drie volgende routepunten zijn in 2024 opgestart en worden naar verwachting medio 2025 opgeleverd, in de vorm van een mini-route i.s.m. VisitZL. De route wordt dus stapsgewijs uitgebouwd en is als project in beweging. Vraag 55: Programma 2 Landbouw, landschap en plattelandseconomie pag.61 : “In 2024 vindt de voorbereiding en de onderzoeken plaats om een optimalisatie te realiseren van de Droog Weer Afvoer (DWA) naar het bergbezinkbassin (BBB) de Wesch.” Vraag : wat is de stavaza betreffende de DWA en BBB van de Wesch Antwoord: We hebben samen met de partners (Waterschap Limburg, Natuurmonumenten en LLTB) de opgaves bepaald. Aan de hand van de opgaves zijn kansenkaarten opgesteld die we samen met de bewoners hebben bekeken. Op dit moment wordt gekeken welke kansen cumulatief het meeste effect hebben tegen de laagst mogelijke kosten. Samen met de partners wordt gekeken hoe de kosten verdeeld kunnen worden. Indien dit bekend is, wordt eea definitief uitgewerkt en vertaald in een bestek en worden de werkzaamheden aanbesteed.

Vraag 56: Pag 63 : “In het kader van het opstellen van de nieuwe Landbouwnota heeft het ontwikkelen van verdienmodellen volop de aandacht”. Wat zijn de concrete resultaten tot nu toe?. Antwoord: In het plantseizoen 2024/2025 is in Noorbeek bij Hoeve de Peul een walnotenbos aangelegd. Met deze vruchten wil men producten gaan maken en vermarkten. Bij Hei15 in Sint Geertruid is een voedselbos aangelegd. De exploitant heeft tijdens een raadsactiviteit op 9 mei tekst en uitleg gegeven over het concept. Ook binnen het landschapspark Bocage is ingezet op nieuwe verdienmodellen vanuit educatie.

Vraag 57: Pag 67/68 : “De gebiedsdifferentiatiekaart die opgesteld wordt geeft richting waar in welke mate ruimte is voor behoud en ontwikkeling van de landbouw alsmede voor teeltondersteunende voorzieningen (b.v. hagelnetten).” (zie ook pagina 92) Wat is de stavaza aangaande de gebiedsdifferentiatiekaart? Wanneer kan de raad hiervan concrete resultaten tegemoet zien? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 42 van ODE. Vraag 58: Pag 68 : “We werken momenteel aan een vervolgopdracht, gebaseerd op de principes uit het actieplan van de programmalijn Landbouw en Landschap.” Toelichting graag, waarover gaat de vervolgopdracht, wat zijn de plannen, wanneer worden resultaten verwacht Antwoord:

Pagina 15 van 24

De eerste fase betrof het inventariseren van data, relevante wetgevingen en reeds geformuleerde kaders. Fase 2 betreft participatie, zowel met de agrarische sector, de raad en een klankbordgroep. De planning is om eind q3-2025 de informatie te hebben opgehaald en te hebben verwerkt. In q4 willen we dit laten vaststellen en starten met fase 3 de beleid en visie vorming.

Vraag 59: Hoe worden de activiteiten voor landbouw geborgd gezien de momentele (on)derbezetting ? Antwoord: De tijdelijke afwezigheid van de landbouwadviseur wordt binnen de bestaande formatie opgevangen.

Vraag 60: Pag 69: “In 2024 is het afwegingskader toekomst verblijfsrecreatie met een in- en externe klankbordgroep verder ontwikkeld. Parallel werkten we in 2024 aan de gebiedsdifferentiekaart EijsdenMargraten, waarop we willen aangeven op welke plekken verblijfsrecreatie landschappelijk gezien mogelijk is. Het afwegingskader gaat vooral in op de ‘wat’-vraag: wat voor soort verblijfsrecreatie willen we? De kaart gaat in op de ‘waar’-vraag: waar willen we het wel, en waar niet? We willen u het afwegingskader met kaart vóór de zomer van 2025 ter vaststelling aanbieden. Aanbieding van het afwegingskader is niet geagendeerd vóór de zomer, wanneer dan wel? Wie maakten deel uit van de in- en externe klankbordgroep? Hoe relateerde het afwegingskader aan de nog vast te stellen visie vrijetijdeconomie? Wanneer kunnen we deze visie tegemoet zien? Moeten afwegingskader danwel visie deel uit gaan maken van de nieuwe omgevingsvisie? Antwoord: Zowel lokaal als binnen de samenwerking in regionaal verband (16 Zuid-Limburgse gemeenten) geven wij als Eijsden-Margraten uitvoering aan de Agenda Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming ZuidLimburg’ zoals deze door alle raden, in ZL in 2020 is vastgesteld. Centraal/regionaal wordt op dit moment gewerkt aan een Uitvoeringsprogramma van deze Visie.

Wij stellen dan ook ieder jaar onze lokale agenda en uitvoeringsprogramma vast op basis van de regionale uitgangspunten voor de vrijetijdseconomie. Doorvertaling- werking van het regionaal beleid naar lokaal beleid c.q. uitvoeringsprogramma dus. Binnen de regionale samenwerking (themagroep VTE-ZL) vindt tevens op basis van vastgelegde afspraken op casusniveau afstemming plaats over nieuwe initiatieven voor verblijf in de 16 Zuid-Limburgse gemeenten. We maken hierbij gebruik van een regionaal afwegingskader dat samen met de regionale Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’ in 2020 door alle raden van de deelnemende gemeenten is vastgesteld. Lokaal beoordelen wij initiatieven integraal, en mede op basis van de uitgangspunten van de visie VTE-ZL en het regionaal afwegingskader. Hierbij vindt tijdens het hele proces vanaf de aanvraag afstemming plaats tussen RO, Landschap en Vrijetijdseconomie. Binnen onze gemeente blijkt het regionale afwegingskader nog altijd goed te werken bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. Eerder betrokken wij zowel intern (integraal) de disciplines RO, VVTH, Landschap en VTE als extern betrokken partijen als de provincie en branche-organisaties in een klankbordgroep. In regionaal verband brengen wij ook vanuit de gemeenten de uitgangspunten van de regionale visie vrijetijdseconomie in het proces om te komen tot een omgevingsvisie.

Verder wordt ten aanzien van het afwegingskader verwezen naar het antwoord op vraag 42 van ODE. Vraag 61: Pag 72: In 2021 kende onze gemeente bijna 400.000 overnachtingen die goed waren voor een opbrengst aan toeristenbelasting van ca. 650.000 euro. Hoeveel overnachtingen waren dat in 2024? Antwoord: Pagina 16 van 24

Op basis van de gerealiseerde opbrengst waren er dat 405.000.

Vraag 62: Pag 77 : “Het gemeentelijk beleid verblijfsaccommodaties wordt in 2025 vastgesteld.” Vraag : het gemeentelijk beleid verblijfsaccomodaties is nog niet geagendeerd? Wanneer kan de raad dit voorstel tegemoet zien? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 42 van ODE en op vraag 60 van PRO.

Vraag 63: Pag 80 : voor de zoveelste keer !!!!!; de lijst met kaderstellende documenten is niet compleet, up to date en niet voorzien van klikbare links. Aanpassen a.u.b! Antwoord: De links zijn nogmaals gecontroleerd en gecheckt.

Vraag 64: Pag 81 : verklaring van grote afwijkingen budget ontbreken. Antwoord: De verklaring van de afwijkingen zijn per beleidsveld onder wat heeft het gekoste opgenomen en niet op programmaniveau.

Vraag 65: Programma 3 Duurzaamheid en Klimaatverandering Pag 84 : “Met betrekking tot de geplande woningbouw in Eijsden-Margraten is in 2024 op basis van het vastgestelde beleid gewerkt aan een integraal kwaliteitskader, dat ontwikkelende partijen ter hand kunnen nemen.” Wat is de stavaza betreffende het integraal kwaliteitskader, wat zijn de concrete resultaten tot nu toe? Antwoord: Uitgegaan wordt van een kwaliteitskader gebaseerd op bestaande beleidsdocumenten. Deze beleidsstukken zijn geïnventariseerd. Het concept-kwaliteitskader wordt afgestemd met de interne projectleiders om de werkbaarheid van het document in de gemeentelijke praktijk van de woningbouwontwikkelingen te toetsen. Vervolgens zal het kwaliteitskader besproken worden met een ontwikkelaar die binnen onze gemeente actief is om ook vanuit het perspectief van de markt te vernemen of het document in deze vorm de gewenste toegevoegde waarde heeft om aan de voorkant van het proces duidelijkheid te geven over de beoogde kwaliteit van de ontwikkeling. Als het gaat om nieuwbouw toets de gemeente plannen aan de wettelijke duurzaamheidseisen. Daarbij stelt de woonvisie dat de gemeente aanvullend hierop waar mogelijk afspraken met initiatiefnemers en planeigenaren maakt over bijv.energie-neutraal en aardgasvrij bouwen.

Vraag 66: Pag 85: gefeliciteerd dat nu eindelijk een fietsplan voor de medewerkers tot stand is gekomen! Antwoord: Dank u wel wij zijn ook blij met onze leasefietsregeling.

Pagina 17 van 24

Vraag 67: Pag 87 : “Wel hebben we twee initiatieven (o.a. op gebied van groen gas) lopen, die mogelijk spoedig tot een afronding komen.” Vraag: om welke initiatieven gaat het hier? Graag een korte beschrijving. Antwoord: Een initiatief is de installatie van een groengas installatie bij een agrarisch bedrijf. Bij het installeren van deze installatie is het bedrijf van het gas af en er ontstaat een mogelijkheid om gas te leveren aan de omliggende huizen. Het tweede initiatief is een aanvraag voor het realiseren van een vrachtwagen laadlocatie op een locatie in Gronsveld. De locatie wordt voorzien van zonnepanelen en een opslagmogelijkheid voor energie.

Vraag 68: Pag 90: “Deze bestuursperiode gaan we inzetten op een aantal pijlers: het versterken van stikstofgevoelige natura 2000 gebieden, het aanpakken van stikstof bij de bron en het blijven bieden van ruimte voor nieuwe ontwikkelingen” Vraag : welke concrete acties heeft de gemeente ondernomen het versterken van stikstofgevoelige natura 2000 gebieden, het aanpakken van stikstof bij de bron? Welke concrete input heeft de gemeente geleverd aan het provinciale LOS, met name met betrekking tot de plannen voor het aandachtsgebied Schiepersberg/Bemelerberg? Antwoord: De provincie Limburg is verantwoordelijk voor het beheer en instandhouden van de natura2000 gebieden. Zij stellen de beheerplannen vast, zodat de terreinbeheerder hierna kan handelen om de betreffende flora en fauna in stand te houden en te laten ontwikkelen. Daarnaast is de provincie bezig met het stikstof beleid en heeft zij enkele jaren geleden een plan ingediend bij het rijk evenals alle andere provincies in Nederland. Dit heeft niet geleid tot het gewenste effect. Enige tijd geleden is de provincie gestart met een herziene versie van dit beleid genaamd Limburgs Offensief Stikstof. De concept-versie is met de gemeenten besproken. Voor Zuid-limburg heeft de gemeente Beekdaelen onder leiding van wethouder Peter Janssen het voortouw genomen om een gezamenlijk reactie te formuleren. Hieraan hebben wij deelgenomen.

In het LOS is onder andere natura2000-gebied Schiepersberg-Bemelerberg als focusproject benoemd. Met name de run of van nutriënten en water en erosie maken dit natura2000-gebied tot een focusgebied. De provincie heeft 4 maatregelen benoemd:  Emmissiereductiemaatregelen 

Herstelmaatregelen hydrologische condities door het aanpakken van de run-off punten en het inrichten van bufferzones en het verbeteren van bestaande buffers

Natuurherstelmaatregelen

Uitbreiding van het natuurareaal en verbindingen.

Onze gemeente heeft naar aanleiding van de wateroverlast in 2024 de samenwerking gezocht met gemeente Valkenburg, Stichting Limburgs Landschap, waterschap en LLTB om gezamenlijk te kijken om erosie tegen te gaan. De waterstromen en bijbehorende debieten zijn inzichtelijk gemaakt en maatregelen zijn verkend. De gemeente Valkenburg wil voor haar grondgebied op korte termijn een WRL aanvraag doen om maatregelen bovenstrooms op het plateau uit te voeren. Onze gemeente wil eveneens een WRL-aanvraag doen, maar we beschikken nog niet over de gronden waar we de maatregelen willen treffen.

Pagina 18 van 24

Vraag 69: Pag 94: “Onderzoek naar omvang afvaldumping” Wat is het resultaat van dit onderzoek? Antwoord Er is geen onderzoek uitgevoerd naar de omvang van afvaldumping Wel is inmiddels op 1 april 2025 het Zwerfafval Overleg gemeenten (RD4 regio) opgestart. In dit overleg delen gemeenten hun ervaringen m.b.t. zwerfafval/afvaldumping en stemmen af welke opties er zijn om zwerfafval aan te pakken

Vraag 70: Programma 4 Wonen en Leefomgeving Pag 100 : “Wij streven daarbij naar een gevarieerd aanbod in alle kernen dat aansluit bij de behoeften”. De bouwplannen in alle kernen overstijgen ruimschoots de behoeften zoals vastgesteld in het Woningmarktonderzoek gemeente Eijsden-Margraten uit 2022. In hoeverre is er dan sprake van een aanbod dat aansluit bij de behoefte binnen onze gemeente? Antwoord: In 2022 is een beleidsneutraal woonbehoefteonderzoek afgerond op basis van de verwachte demografische ontwikkelingen binnen onze kernen. Op basis van dit onderzoek is aanbevolen om t/m 2035 de woningvoorraad met circa 1000 woningen toe te laten nemen om in de verwachte woonbehoefte van een aantal doelgroepen te voorzien. Om aan deze behoefte tegemoet te komen, zullen deze woningen wel gerealiseerd moeten worden. Rekening houdende met planuitval (ca. 30%) betekent dit dat het aantal plannen groter moet zijn om de geprognotiseerde behoefte daadwerkelijk invulling te kunne geven. In februari 2024 heeft de raad de kaders voor de woningbouwprogrammering t/m 2030 met een doorkijk naar 2040 vastgesteld. Door hieraan uitvoering te geven, is er sprake van een ambitieuzer woningbouwprogramma dan het programma dat gebaseerd is op het in 2022 afgeronde woonbehoefteonderzoek.

Met deze ambitieuzere programmering sluiten we meer aan op het woningbouwprogramma dat gebaseerd is op de in maart 2023 vastgestelde Woondeal Limburg t/m 2030. Door evaluatie en afstemming met betrokken partijen, zoals ontwikkelaars, corporaties, provincie en de (sub)regio, zorgen wij ervoor dat het beoogde aanbod aansluit op de actuele behoefte.

Vraag 71: Pag 100 : “Focus komt primair te liggen op het realiseren van betaalbare en duurzame woningen voor starters. Daarnaast wordt middels nieuwbouw ingezet op het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt door levensloopgeschikte woningen te realiseren.” Hoe in concreto wordt dit geborgd, aangezien het aantal betaalbare woningen in E-M nog steeds ver beneden het nagestreefde percentage ligt, en ook in de lopende projecten niet de vereiste percentages haalt? Antwoord: Het borgen van het beoogde woningbouwprogramma geschiedt bij grootschalige woningbouwplannen via het afsluiten van een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar. Bij kleinere, veelal particuliere, initiatieven is dat moeilijker vanwege de financiële haalbaarheid van het project. In de overeenkomst worden binnen de wettelijke kaders afspraken gemaakt over het borgen van sociale en midden huur (max 15 jaar) en het borgen van starterswoningen voor maximaal 5 jaar (anti-speculatiebeding) Vraag 72: Hoe definieert E-M “duurzame woningen” en op welke manier wordt de realisatie hiervan geborgd? Pagina 19 van 24

Antwoord: Uitgegaan wordt van een kwaliteitskader gebaseerd op bestaande beleidsdocumenten. Deze beleidsstukken zijn geïnventariseerd. Het concept-kwaliteitskader wordt afgestemd met de interne projectleiders om de werkbaarheid van het document in de gemeentelijke praktijk van de woningbouwontwikkelingen te toetsen. Vervolgens zal het kwaliteitskader besproken worden met een ontwikkelaar die binnen onze gemeente actief is om ook vanuit het perspectief van de markt te vernemen of het document in deze vorm de gewenste toegevoegde waarde heeft om aan de voorkant van het proces duidelijkheid te geven over de beoogde kwaliteit van de ontwikkeling. Als het gaat om nieuwbouw toets de gemeente plannen aan de wettelijke duurzaamheidseisen. Daarbij stelt de woonvisie dat de gemeente aanvullend hierop waar mogelijk afspraken met initiatiefnemers en planeigenaren maakt over bijv. energie-neutraal en aardgasvrij bouwen.

Vraag 73: Pag 101 : “Door krapte op de woningmarkt, het kunnen (blijven) wonen in de eigen leefomgeving en het realiseren van betaalbare woningen worden nieuwe flexibele woonvormen verkend” Wat zijn concrete resultaten van deze verkenning?

Antwoord: Zoals uit de 1e Burap 2025 blijkt, wordt aan uw raad budget gevraagd om 24 tijdelijke sociale huurwoningen voor diverse doelgroepen te realiseren op het 3e veld aan de Pres. Kennedystraat te Margraten. Daarnaast hebben wij met de corporaties afgesproken dat zij prefab woningen van permanente (duurzaamheid)kwaliteit (uit de Limburgse Bouwstroom) inzetten, zodat woningen sneller opgeleverd kunnen worden. In het project Slakweg Gronsveld wil de ontwikkelaar deze woningen ook gaan realiseren. Verwijzend naar onze gemeentelijke woonvisie staan wij open voor de inzet van flexibele woonvormen. Doordat wij niet zelf woningen realiseren, faciliteren wij dat waar dit gewenst en verantwoord is. Vraag 74: Pag 102 :” Het regelen van de zelfbewoningsplicht bij goedkope of betaalbare koopwoningen wordt bij nieuwbouw geregeld via een anterieure overeenkomst. Dit wordt door de gemeente waar mogelijk en noodzakelijk ook toegepast.” Wanneer is dit niet noodzakelijk of mogelijk? Is er sprake van een vastgelegde periode waarvoor de zelfbewoningsplicht geldt, en wat zijn sancties als de zelfbewoningsplicht wordt geschonden? Hoe is controle en handhaving geregeld? Antwoord: Als sprake is van kleine, veelal particuliere, woningbouwinitiatieven, wordt vooraf niets over het borgen van de betaalbaarheid geregeld.

Dat zou veel van die plannen, die wel degelijk invulling geven aan de woonbehoefte, bij voorbaat financieel onhaalbaar maken. Bij grotere initiatieven leggen wij hierover afspraken vast in een met de initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst. De zelfbewoningsplicht kan wettelijk voor 5 jaar worden toegepast. In de overeenkomst is geregeld dat deze zelfbewoningsplicht voor 5 jaar opgenomen moet worden in de koopovereenkomst en dat de koper erop wordt gewezen dat hij/zij een meldplicht heeft bij de verkoop van de woning aan de gemeente als de termijn nog niet verstreken is. De notaris heeft een wettelijke plicht om verkopers op deze (beperkende) voorwaarde te wijzen en kan de gemeente om toestemming voor de verkoop van de woning vragen. Mocht geen melding van verkoper of notaris worden ontvangen en de verkoop binnen de gestelde termijn worden geconstateerd, dan biedt het kadaster voor ons een controlemogelijkheid (toezicht) en zal handhaving plaatsvinden als dat nodig is.

Pagina 20 van 24

Vraag 75: Pag 103 : Op basis van de besluitvorming in uw Raad over de woningbouwopgave voor de periode 2023-2024, zal de Taskforce invulling geven aan de noodzakelijke acties voor de feitelijke realisering van de benodigde woningbouwplannen en de voortgang hiervan monitoren. Vraag : wat zijn concrete activiteiten die de taskforce uitvoert/heeft uitgevoerd? Antwoord: De Taskforce als zodanig heeft geen specifieke activiteiten uitgevoerd. Wel hebben binnen de diverse woningbouwprojecten de in de Taskforce vertegenwoordigde disciplines hun inbreng gehad. Voorbeelden zijn de projecten Slakweg en Bloesemgaard en de gebiedsontwikkelingen Stationsomgeving Eijsden en Poort van het Heuvelland.

Vraag 76: Pag 104/105 : “De inzet van de benodigde middelen voor tijdelijke woningbouw (vooral tijd en geld) wegen niet op tegen het resultaat hiervan, namelijk een duurzame invulling van onze woningbouwopgave. Eventueel tijdelijke woningbouw laten wij dan ook aan particulieren of marktpartijen over. Vraag : hoezo en in hoeverre is tijdelijke woningbouw geen invulling van onze duurzame woningbouwopgave? Antwoord: Tijdelijke woningbouw dient ingezet te worden om een tijdelijke woonbehoefte in te vullen (bijv. bieden van huisvesting aan vluchtelingen of als gevolg van een calamiteit) of ter overbrugging van de periode dat de woonbehoefte nog niet permanent ingevuld kan worden. Als een locatie geschikt is of geschikt kan worden gemaakt om hierop permanente woningbouw te realiseren, dan heeft dit uit oogpunt van financiën en duurzame huisvesting de voorkeur boven tijdelijke woningbouw. Zeker nu de technische en duurzame kwaliteit van prefab-woningen vrijwel gelijk is aan die van traditioneel gebouwde permanente woningen. Dit maakt de realiseerbaarheid van tijdelijke woningen (wettelijk max. 15 jaar) financieel nog onaantrekkelijker vanwege de kortere afschrijvingstermijn. Vraag 77: Pag 109 : exploitatie: 6550004 Poort van het Heuvelland? Antwoord: Wat is de vraag?

Vraag 78: Programma 5 Bestuur en dienstverlening p.225: 5.1. Wordt er op enig moment ook geëvalueerd op deze vernieuwde inzet en werkwijze? Antwoord: Ja. Elk jaar zal op basis van een evaluatie de organisatiebrief geactualiseerd worden. Tevens zijn er dashboards ingericht die gemonitord worden. Deze vormen eveneens input voor het actualiseren en bijstellen van de strategische agenda van de organisatie. Tussentijds wordt via het maandelijkse strategisch organisatie-overleg dat zowel bestuurlijk als ambtelijk is vormgegeven bezien hoe e.e.a. verloopt

Vraag 79:

Pagina 21 van 24

p.237: representatie bestuur is €63.000,- uitgegeven. Kan hier een uitsplitsing voor gegeven worden in een overzicht?

Antwoord: Kosten Memorial Day ”weekend”: Kosten representatie:

Totaal

€ 23.067 € 40.436 (bloemen, jubileum foto's, herdenkingsbomen, kosten voor recepties, diners en ontvangsten enz. Kosten afscheid wethouder Jacobs) € 63.503

Vraag 80: p.257: Waarom is BRE in 2024 niet uitgebreider met de gemeenteraad besproken door het college? Antwoord: U verwijst naar het BRE rapport komend uit het algemene tekstgedeelte van de jaarrekening (wat willen we bereiken). Dit betrof geen concreet actiepunt voor 2024. Ter informatie: Het BRE rapport betrof een onderzoek als onderdeel van een landelijk academisch onderzoek naar de succesfactoren van regionale samenwerking. Hiervoor werkte bureau Berenschot samen met de Rijksuniversiteit Groningen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft zich financieel en inhoudelijk aan het onderzoek gecommitteerd. Het eindrapport is in juni 2023 door de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen en Provincie Limburg aangeboden aan de zestien gemeenten in ZuidLimburg. De gemeente heeft net als alle andere gemeenten meegewerkt aan het onderzoek en wordt door het college gezien als belangrijke input voor de oprichting van Stichting Samenwerking Zuid Limburg.

Vraag 81: paragraaf 3 Pag 212 : 1. Financiële recapitulatie Uit het overzicht blijkt dat voor Levensduurverlengend groot onderhoud (25 jaar) nog geen derde van de budgetten zijn uitgegeven, voor investeringen riolen minder dan de helft, samen rond de 10 miljoen euro. Wat is de onderliggende structurele reden voor onderuitputting van dergelijke enorme toegekende budgetten, en hoe kan een dergelijke discrepantie tussen budgettering en uitvoering in de toekomst worden vermeden? Antwoord: Het investeringsbudget Levensduurverlengend onderhoud wegen 2024 is voor 94% besteed. De onderuitputting op de investeringsbudgetten Rehabilitates wegen en Riolen is voornamelijk terug te voeren op het MIP-project reconstructie Cadier en keer noord dat volop in uitvoering is en dat naar verwachting eind 2025 wordt afgerond en begin 2026 afgerekend, zie ook het overzicht restantkredieten ultimo 2024 op pagina 391 en verder.

Vraag 82: Pagina 22 van 24

p.339 pepperflow: waarom is er maar de helft in riolering geïnvesteerd? En waarom is het saldo onderhoud gemeentegebouwen 2 en 4 (?) keer zo groot dan begroot? Antwoord: Riolering De onderuitputting op riolering heeft voornamelijk te maken met het MIP-project reconstructie Cadier en keer Noord dat volop in uitvoering is en dat naar verwachting eind 2025 wordt afgerond en begin 2026 afgerekend. Voorziening onderhoud Het geraamde beginsaldo 2024 is een prognose die medio 2023 is opgesteld, gebaseerd op verwachte uitgaven in 2023. Dat het werkelijke beginsaldo 2024 – en daarmee ook het eindsaldo hoger is dan geraamd komt doordat er in 2023 minder is uitgegeven dan geraamd. Gerealiseerde uitgaven kunnen afwijken van geraamde uitgaven afhankelijk van uitgevoerde inspecties en voortschrijdend inzicht. Uitgangspunt daarbij is dat geen onnodige uitgaven worden gedaan. Vraag 83: Paragraaf 7: Grondbeleid Pag 264 : de grafieken vallen deels buiten de pagina en zijn onleesbaar Antwoord: Pepperflow is een digitale applicatie, hierdoor zijn de pdf uitdraaien minder mooi en kunnen en tabellen worden afgekapt. De jaarrekening is dan ook beter te lezen in de begrotingsapp van Pepperflow.Hierin zijn de tabellen juist weergegeven.

Vraag 84: Pag 268 : “De commissie BBV heeft de afbakening, definiëring en verslaggevings- en waarderingsregels rondom grondexploitaties kritisch onder de loep genomen.:” Wat is en doet de commissie BBV en wie heeft hierin zitting. Antwoord: BBV staat voor Besluit Begroten en Verantwoorden. Het is wettelijk vastgelegd dat gemeenten, provincies en waterschappen jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moeten opstellen. Voor gemeenten en provincies is de regelgeving hieromtrent vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording (BBV). In het BBV is opgenomen dat er een commissie is met als taak zorg te dragen voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV. Voor de samenstelling van commissie verwijzen wij naar ondertaande link Commissie BBV · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording)

Vraag 85: Pag : “Gezien stijgende kosten (bouw, inflatie etc) enerzijds en het toch mogelijk maken van bouwontwikkelingen voor starters en huurwoningen anderzijds stellen we voor om rondom het grondbeleid uit te gaan van kostendekkende grondprijzen met een differentiatie naar te realiseren woningbouwsegmenten, meer specifiek voor starters en het huursegment. Bij nieuwe nog vast te stellen grondexploitaties zal dit als uitgangspunt gehanteerd worden.” Wat is precies het voorstel voor toekomstige differentiatie en wanneer komt dit voorstel naar de raad. Pagina 23 van 24

Antwoord: Dit moet nog verder uitgewerkt worden. In voorkomende gevallen zullen onze eigen gemeentelijke grondexploitaties ter besluitvorming aan de Raad worden voorgelegd, zie bijvoorbeeld de besluitvorming rond de woningbouwontwikkeling aan de Parrestraat/Past. Rosierstraat in OostMaarland.

Pagina 24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=699386b2-9573-4805-9a0e-f51cfad4e615