11 Schriftelijke vragen en antwoorden Ontwikkelvarianten woningbouw en sportpark Eijsden
Tekst van het document
Raadsvergadering 26 mei 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 11: Ontwikkelvarianten woningbouw en sportpark Eijsden
Vraag 1: Inmiddels zijn sinds de besluitvorming in september 2025 circa 9 maanden aan kostbare tijd verstreken. Uit het voorstel komt geen eenduidige tijdsindicatie: wanneer is wat klaar. Graag een uitspraak zodat eind 2026 of zoveel eerder als mogelijk het gevraagde resultaat voorgelegd aan de raad wordt voorgelegd teneinde verdere vertraging van de enorme woningbouwopgave voor al onze inwoners te voorkomen. Antwoord: Een exacte planning is nog niet te geven omdat dit mede afhankelijk is van het contracteren van een adviesbureau, waarvoor overigens wel al verkennende gesprekken worden gevoerd, en van het uitvoeren van de benodigde onderzoeken, participatie, haalbaarheidsanalyses en scenario’s. Het streven is wel zsm te starten na 26 mei as en voortvarend aan de slag te gaan, waarbij we de kwaliteit vooropstellen boven snelheid. Als indicatie richten wij ons op eind 2026. Vraag 2: Bij de voorgestelde schaalsprong – die we ten zeerste voorstaan, omdat alleen daardoor de leefbaarheid van de kern Eijsden behouden blijft en versterkt wordt – behoort, behalve bereikbaarheidsvraagstukken en veilige verkeersverbindingen, logischerwijs dat het niveau van het voorzieningenniveau een positieve impuls krijgt voor wat betreft winkel-, onderwijs-, gemeenschaps-, sport en winkelvoorzieningen.
Graag een indicatie of in hoeverre en op welke wijze deze onderwerpen daadwerkelijk onderzocht en meegenomen worden in het voorgestelde ontwikkelingstraject. Antwoord: De ontwikkelvisie wordt integraal opgepakt. Daarbij worden onder andere bereikbaarheid, verkeersveiligheid, sportvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen, onderwijs, ontmoeting en leefbaarheid nadrukkelijk betrokken. Hierbij wordt de ontwikkeling bezien vanuit de ruimtelijke en functionele samenhang van de kern Eijsden en het versterken daarvan.
Vraag 3: Wat zijn de verwachte kosten voor de ontwikkelvisie? Antwoord: Die kosten zijn nu nog niet bekend. Vraag 4: Wanneer verwacht u de ontwikkelvisie aan de raad te kunnen voorleggen? Antwoord: Zie antwoord vraag 1. Pagina 1 van 13
Vraag 5: Wat zijn de gevolgen als de raad dit raadsvoorstel wegstemt, bijvoorbeeld omdat dit niet overeen komt met de opdracht die de raad aan het college heeft meegegeven in het betreffende amendement dat de oorzaak is van voorliggend raadsvoorstel? Antwoord: Het is gebleken dat de vraag zoals gesteld in amendement onvoldoende tot uitvoering is te brengen. Dit omdat er dan een geheel uitgewerkt plan zou moet voorliggen dat helemaal doorgerekend moet worden. Uitvoering geven aan het amendement blijft hiermee een rekenexercitie van aannames achter het bureau, waarmee alle cijfers discutabel blijven. Hiermee doen we geen recht aan de mogelijkheden en onmogelijkheden voor Eijsden. Wij zijn van mening dat we de raad in positie moeten brengen door te beginnen met het benoemen van een ontwikkelrichting om zo een gedeelde richting en uitgangspunten stap voor stap te kunnen uitkristalliseren. Met een ontwikkelvisie en een ontwikkelgerichte strategie zoals voorgesteld, werken we toe naar een goed gedragen onderlegger om de haalbaarheid van de te verplaatsen voorzieningen op een goede wijze in beeld te brengen. Daarnaast zal dit er ook toe leiden dat er een duidelijk toekomstig ontwikkelkader ligt als antwoord op de woningbouwopgaven voor de kern Eijsden.
Vraag 6: Wie draait er straks op voor de saneringskosten als gekozen wordt voor dit model? Antwoord: In deze fase van het ontwikkelproces is dit nog niet bekend. Eerst moet in beeld gebracht worden wat we willen, alsdan moet onderzocht worden of en in welke mate op de te ontwikkelen locaties verontreiningen aanwezig zijn. Alsdan komt pas in beeld welke saneringskosten in beeld zijn en wie voor welke kosten gaat betalen. Vraag 7: Wordt er ook gedacht over een nieuw multifunctioneel en gezamenlijk gebouw op de huidige locatie? Antwoord: Als ingestemd wordt met het raadsvoorstel dan gaat de ontwikkelvisie primair uit van verplaatsing. Hierbij zal uiteraard gekeken worden naar multifunctioneel gebruik van (sport)voorzieningen. Blijkt straks dat verplaatsing niet haalbaar te zijn, dan zal bezien moeten worden wat e.e.a. betekent voor de huidige locatie. Vraag 8: Waarom wordt er slechts één in plaats van twee versies gepresenteerd in het raadsvoorstel? Wat maakt de andere variant geen optie? Antwoord: We leggen nu eerst een richtinggevend perspectief voor. Uit de eerste analyse blijkt dat bij behoud van de huidige sportlocaties uitsluitend Poelveld III ontwikkeld kan worden en daarmee toekomstige uitbreidingsmogelijkheden sterk worden beperkt.
Daarom wordt nu voorgesteld eerst een integrale ontwikkelvisie uit te werken voor het gehele gebied zodat de raad een goede afweging kan maken. Vraag 9: De omgevingsvisie Lijn 50 en de Visie Wonen 2040 zijn nog niet vastgesteld door de gemeenteraad. Welke status hebben deze documenten als dit raadsvoorstel wordt vastgesteld? Pagina 2 van 13
Antwoord: De Ontwerp Omgevingsvisie Lijn 50 ligt vanaf 11 april 2026 ter visie voor de periode van 6 weken. Daarna wordt deze door de afzonderlijke raden vastgesteld. De visie op Wonen 2040 is door het college vastgesteld. Beide richtinggevende documenten zijn als input / bouwsteen gebruikt voor voorliggend raadsvoorstel. Vraag 10: Stellen we de visie Wonen met dit raadsvoorstel ook vast? Antwoord: Nee. De Visie op Wonen wordt met dit raadsvoorstel niet vastgesteld. De visie is als achtergrond- en richtinggevend document toegevoegd. Vraag 11: Wat vinden de omwonenden van dit gebied en de sportverenigingen die nu op deze locatie gehuisvest zijn? Op welke manier zijn zij geconsulteerd bij deze initiële keuze? Antwoord: Het raadsbesluit is gericht op het nemen van een richtinggevend perspectief voor de kern Eijsden zonder daarbij reeds nu een definitief besluit te nemen over de te realiseren woningbouw en te verplaatsen (sport)voorzieningen. Verdere participatie met verenigingen en andere belanghebbenden maakt nadrukkelijk onderdeel uit van het vervolgproces en de ontwikkelvisie en wordt pas opgestart na besluitvorming door uw raad. Vraag 12: Er is geen inzicht in financiële impact aan de uitgaven kant en de inkomsten kant. Kunnen hier al eerste verwachtingen over geschetst worden? Antwoord: In deze fase zijn nog geen betrouwbare financiële conclusies mogelijk.
Om dat wel te kunnen doen is het van belang eerst gezamenlijk de richting te bepalen. Dat is ook de kern van dit raadsvoorstel. Zie ook antwoord vraag 5. Vraag 13: Besluitpunt 1: wat betekent dit? Kan dit beslispunt meer SMART geformuleerd worden? Antwoord: Het betreft een richtinggevende uitspraak van de raad om de ontwikkeling van woningbouw en sport in samenhang nader te onderzoeken en hierna verder uit te werken. Meer SMART geformuleerd zou het voorstel als volgt luiden: Specifiek Het college start een proces om, op basis van het geschetste toekomstperspectief voor de kern Eijsden, een samenhangende ontwikkelvisie op te stellen voor: 1. het deelgebied Poelveld III en IV, gericht op woningbouw; 2. de zwembadlocatie, als mogelijke aanvullende woningbouwlocatie; 3. het deelgebied Pannenslager, gericht op de realisatie van een nieuw sportpark. Meetbaar Het proces resulteert in: • één integrale ontwikkelvisie voor de drie deelgebieden; • een adaptieve ontwikkelstrategie met concreet uitgewerkte en toetsbare deelfasen; • per fase inzicht in haalbaarheid (financieel, ruimtelijk en planologisch); Pagina 3 van 13
Acceptabel De ontwikkelvisie en fasering worden opgesteld in afstemming met relevante interne disciplines, bestuurlijke gremia en – waar passend – externe stakeholders (zoals verenigingen, grondeigenaren en partners), zodat er bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak ontstaat. Realistisch De ontwikkelvisie en de daaraan gekoppelde ontwikkelstrategie gaat uit van gedragenheid bij partijen (ambtelijk, bestuurlijk en stakeholders), marktrealiteit, waarbij de fasering rekening houdt met uitvoerbaarheid en risico’s. Tijdgebonden • Start proces: streven voor 1 juli 2026 • Concept ontwikkelvisie gereed: streven eind 2026 • Vaststelling ontwikkelvisie: streven Q1 2027 Vraag 14: Wat kost het ontwikkelen van een visie (o.a. capaciteit) op alle 3 de scenario’s, waarbij inwoners en sportverenigingen ook worden betrokken bij de visie vorming en waarbij een financieel plaatje gemaakt wordt en aandacht voor de 30-40-30 norm (30% sociale huurwoningen)? Antwoord: Die kosten zijn nu nog niet bekend.
Vraag 15: Pagina 5: “Daarnaast biedt zo’n multifunctionele locatie een vruchtbare bodem voor innovatie. Professionele sportorganisaties en onderzoeksinstellingen zoeken steeds vaker naar plekken waar data, technologie en gezondheid samenkomen. Een toekomstbestendig sportpark kan uitgroeien tot een “living lab”: een proeftuin waar bewegingswetenschappers, trainers, startups en onderwijsinstellingen samenwerken aan nieuwe inzichten en toepassingen.”” Hoe concreet en realistisch is het dat professionele organisatie zich aansluiten bij deze ontwikkeling? Zijn hier al gesprekken over gaande en wat betekent dit voor de financiering van een mogelijke Sportzone zoals u deze nu beschrijft. Antwoord: De passage beschrijft een mogelijke toekomstambitie en kansrichting. Er zijn op dit moment nog geen concrete afspraken met professionele organisaties of kennisinstellingen gemaakt. Eventuele samenwerking en financiering maken onderdeel uit van de verdere verkenning Vraag 16: Pagina 6: “Diverse vraagstukken zijn nog onbeantwoord.
Denk hierbij aan kostenposten zoals bodemverontreiniging, milieu-technische en privaatrechtelijke belemmeringen, haalbaarheid rondom grondverwerving, draagvlak bij stakeholders, dekkingsmogelijkheden op grond van subsidies, bijdragen van investeerders dan wel derden, inbreng van eigen middelen en de wijze waarop bijvoorbeeld een sportpark inde toekomst geëxploiteerd gaat worden.” De raad wordt gevraagd een duidelijke ontwikkelrichting uit te spreken, terwijl het college zelf aangeeft dat diverse cruciale vraagstukken nog onbeantwoord zijn. Loopt de raad hiermee niet het risico feitelijk een principiële keuze te maken zonder volledig zicht op de financiële, juridische en maatschappelijke consequenties?
Pagina 4 van 13
Antwoord: Nee, Het voorstel vraagt nu primair om een richtinggevende uitspraak zodat de noodzakelijke onderzoeken en uitwerkingen kunnen worden opgestart. Een definitief besluit over de ontwikkelrichting volgt later. Vraag 17: Is uw opsomming zoals beschreven in dit stuk volledig van aard of is dit slechts een deel van de vraagstukken die nog onbeantwoord zijn. Antwoord: De genoemde opsomming is niet limitatief. In het verdere proces kunnen aanvullende vraagstukken en onderzoeken noodzakelijk blijken. Vraag 18: Pagina 6: “draagvlak bij stakeholders” Wat wordt bedoeld met stakeholders? Antwoord: Stakeholders is een verzamelbegrip voor belanghebbenden, waarvan aan de voorkant nog niet volledig helder is welke partijen dat concreet zijn. Vraag 19: Pagina 6: “Het college ziet deze ontwikkeling als een unieke kans om zowel op het gebied van woningbouw als op het gebied van sport een belangrijke meerwaarde te realiseren naar de toekomst toe voor Eijsden en omgeving. Om deze ontwikkeling in samenhang vorm te geven, is een ontwikkelvisie nodig.” Op welke termijn verwacht u terug naar de raad te kunnen komen met deze ontwikkelvisie? Antwoord: Zie antwoord vraag 1. Vraag 20: Pagina 6: “hoe de inrichting van het te ontwikkelen woongebied in Poelveld III en IV en eventueel de zwembadlocatie zou moeten gaan uitzien U geeft aan eventueel de zwembadlocatie.
U presenteerde deze 3 onderdelen eerder als 1 geheel. Is dit nu los gekoppeld van elkaar? Antwoord: Nee. De samenhang tussen woningbouw, sport en eventueel het zwembad blijft uitgangspunt. Uit de ontwikkelvisie en de ontwikkelstrategie moet blijken of en welke deelgebieden al dan niet gefaseerd tot ontwikkeling gebracht gaan worden. Vraag 21: Bent u voornemens om de raad te betrekken bij deze ontwikkelvisie zoals bijvoorbeeld bij de stuurgroep Stationsgebied Visie? Antwoord: We denken momenteel aan een proces zoals doorlopen bij de totstandkoming van het masterplan Poort van het Heuvelland. Maar het college wil zich hierbij graag laten adviseren door de partij die de ontwikkelvisie verder zal gaan opstellen. Uiteraard zal de raad periodiek geïnformeerd worden en stelt uiteindelijk ook de visie vast. Vraag 22: Pagina 7: “dat er draagvlak vanuit de verenigingen is voor het realiseren van een nieuw sportpark” Wat kunt u in dit stadium al delen voor wat betreft het sentiment onder de diverse sportverenigingen? Antwoord: Bij het opstellen van de ontwikkelvisie zal duidelijk in beeld gebracht worden welke gedachten en gevoelens er zijn bij verenigingen. Thans is dat niet objectief te duiden, omdat gesprekken hieromtrent Pagina 5 van 13
niet hebben plaatsgevonden en het ook geen opdracht was van de vorige raad (zie verder ook antwoord op vraag 11). Vraag 23: Pagina 7: “Om de reeds genoemde redenen vinden we het dan ook nu van belang dat eerst gekomen wordt tot het opstellen van een ontwikkelvisie (inclusief GREX) alvorens onomkeerbare stappen gezet worden.” Waar staat de afkorting GREX voor en wat houdt het in? Antwoord: GREX staat voor grondexploitatie. Een GREX is een financiële doorrekening van gebiedsontwikkeling waarin kosten, opbrengsten, risico’s en financiële haalbaarheid inzichtelijk worden gemaakt 20260526 11b Bijlage - Visie op Wonen - gemeente Eijsden-Margraten Vraag 24: Waarom wordt de Einsteintelescoop niet genoemd in de paragraaf “Regionale en economische dynamiek”. Antwoord: Terecht merkt u op dat de Einsteintelescoop een van dé ontwikkelingen is voor de regionale economische dynamiek die positieve impact zal hebben op woningbouw. Vraag 25: De Huisvestingswet biedt gemeenten sinds 2024 de mogelijkheid om eigen inwoners voorrang te geven bij de toewijzing van nieuwbouwwoningen (koop en huur) om de doorstroming te bevorderen en starters in hun eigen omgeving te laten wonen.
Waarom wordt er geen aandacht besteed in de Visie op Wonen zoals nu gepresenteerd wordt? Antwoord: De bijgevoegde visie schetst een beeld van ontwikkelingen die van invloed zijn op onze woningbouwopgave en benoemt kernprincipes hoe te bouwen aan vitale dorpen en is geen gemeentelijke woonvisie als bedoeld in de Woningwet. Een huisvestingsverordening of toewijzingscriteria zijn instrumenten die, indien gewenst, ingezet kunnen worden bij de toewijzing van deze woningen. Vraag 26: Pagina 9: “We zoeken altijd in eerste aanleg naar kansen voor inbreiding en via transformatie van vastgoed.” Wat wordt bedoeld met inbreiding? Betekent dit ook dat de doorkijkjes op het groen opgeofferd worden voor woningbouw? Wat betekent dit voor de toename van de hittestress? Antwoord: Uiteraard is dat niet de bedoeling. Ook bij inbreiding zal altijd gekeken worden naar locaties waar dit ruimtelijk ook verantwoord is en waar een goede woonkwaliteit gerealiseerd kan worden, inclusief de aandacht voor hittestress. Vraag 27: Pagina 11: “Adaptiviteit betekent ook dat de gemeente inspeelt op nieuwe woonvormen en marktontwikkelingen, zoals friendswoningen of de transitie naar industrieel en circulair bouwen.” Wat zijn “friendswoningen” en wat is de Nederlandse term hiervoor? Het is EML niet helemaal duidelijk wat de Visie op Wonen nu heeft bijgedragen aan de uitwerking van ons amendement.
Hoe kijkt u naar deze visie en welke nieuwe inzichten zou dit ons gegeven moeten hebben? Antwoord: Een zogenaamde ‘friendswoning’ is een huurwoning die bedoeld is om te delen met vrienden, waarbij iedere bewoner een eigen huurcontract heeft en kosten dus gedeeld kunnen worden. Er is niet één officiële, vaste Nederlandse term, maar mogelijke benamingen zijn: vriendenwoning, woningdelen met vrienden, of gedeelde woning met individuele huurcontracten. Pagina 6 van 13
Ten aanzien van uw vraag ''wat draagt de visie op Wonen bij aan de uitwerking van ons amendement'' het volgende: De Visie op Wonen schetst ontwikkelingen en opgaven voor de gemeente Eijsden-Margraten en hoe daar op basis van de geformuleerde principes vanuit wonen antwoord op gegeven kan worden. Deze ontwikkelingen en principes zijn vertaald in voorliggend raadsvoorstel. Vraag 28: In hoeverre geldt alles wat geschreven is in dit rapport en zeker hetgeen is vermeld in de hoofdstukken 1 en 2 ook niet voor b.v. de gemeente Gulpen-Wittem? Antwoord: Onderdelen van deze hoofdstukken zullen ongetwijfeld ook van toepassing kunnen zijn op b.v. de gemeente Gulpen-Wittem, maar het is toch vooral het verhaal (de couleur locale) van onze gemeente. Zeker als het gaat om de groei-ambitie, de grotere kernen met ruimte voor grotere woningbouwprojecten, en zeker de ligging ten opzichte van Maastricht met o.a. het MUMC+ en de Brightland Campus. Vraag 29: Het is EML niet helemaal duidelijk wat de Visie op Wonen nu heeft bijgedragen aan de uitwerking van ons amendement. Hoe kijkt u naar deze visie en welke nieuwe inzichten zou dit ons gegeven moeten hebben? Antwoord: Zie antwoord vraag 25 Vraag 30: Wat waren de kosten voor het opstellen van deze visie? Antwoord: De kosten voor het opstellen van deze visie bedroegen € 34.500 excl. BTW.
Amendement – financiële en maatschappelijke uitwerking incl. scenariovergelijking In de raad van 30/9/25 is een amendement voorgesteld door EML-CDA-VVD, omdat de gemeenteraad toen nog niet de benodigde informatie had om een voorkeursvariant te kiezen, terwijl verplaatsing van sportvelden en zwembad in combinatie met de voorgestelde nieuwbouw-omvang grote maatschappelijke impact heeft. Dit amendement is aangenomen. Hierdoor kreeg uw college opdracht om verder onderzoek te doen naar de haalbaarheid op basis van o.a. concept-grondexploitaties en daarbij de financiële kosten en baten en maatschappelijke effecten in kaart te brengen. Dit zou gebeuren voor 2 ontwikkelvarianten: a) woningbouwontwikkeling met verplaatsen sportpark en zwembad b) woningbouwontwikkeling met behoud en modernisering sportpark en zwembad op huidige locaties Vraag 31: Waarom wordt geen uitvoering gegeven aan dit amendement? Antwoord: Dit voorstel vloeit voort uit de uitwerking van het amendement. Zoals in het voorstel aangegeven is dit geen voorstel met expliciete getallen en absolute varianten. Er zijn nog te veel variabelen en onzekerheden om nu met realistische getallen te komen. Vandaar dat we nu bij u terugkomen met het Pagina 7 van 13
verzoek om uw raad in positie te brengen om de te bepalen richting zorgvuldig en gefaseerd tot stand te brengen en vorm te geven. Zie ook antwoord op vraag 5. Vraag 32: Waarom ligt er geen integrale vergelijking van beide varianten voor, terwijl de raad nu wel verzocht wordt ‘richting te geven’? Antwoord: Zie antwoord vraag 31. Vraag 33: Wanneer kunnen we de financiële en maatschappelijke vergelijking van de effecten alsnog verwachten? Antwoord: Zie antwoord vraag 1. Demissionaire status college Afgelopen maart waren er verkiezingen. Sindsdien is er nog geen nieuw college geïnstalleerd. Het is in gemeenteland te doen gebruikelijk dat een ‘demissionair’ college geen controversiële besluiten neemt of zaken in gang zet die grote gevolgen kunnen hebben. Dit voorstel tot het maken van een ontwikkelvisie heeft flinke gevolgen (financieel, qua energie/tijd/mindset van ambtenaren, inwoners en partnerorganisaties etc.). Vraag 34: Hoe verhoudt zich deze Nederland-breed gehanteerde werkwijze met het feit dat u dit voorstel nu voorlegt? Te meer ook omdat u op dit moment nog niet de informatie kunt leveren waar de raad op 30/9/25 om vroeg? Antwoord: Het college heeft bij besluit van 30 september 2025 middels een amendement een opdracht gekregen. Thans ligt als uitvloeisel van dit besluit een raadsvoorstel voor dat rijp is voor behandeling.
Daarnaast zijn wij van mening dat er geen onomkeerbaar uitvoeringsbesluit voorligt, maar een vraag aan de raad om een richtinggevende uitspraak ten behoeve van verdere uitwerking en onderzoek. Juist vanwege de maatschappelijke impact acht het college het van belang om de nieuwe raad tijdig in positie te brengen en het proces zorgvuldig en gefaseerd vorm te geven. Aantal woningen – Visie op Wonen U benoemt als kernvraag ‘waar kunnen we het beste de benodigde woningen laten landen’? Echter, u zult met ons eens zijn dat daarvóór de vraag opkomt ‘hoeveel woningen zijn nodig’ en dáár weer voor de vraag ‘wat voor gemeente willen we zijn’. Vraag 35: Hoe kijkt u aan tegen het idee eerst met elkaar als raad en met onze inwoners te spreken over deze vragen, en daarbij tevens in te zoomen kernniveau, o.a. de kern Eijsden? Antwoord: Het voorstel dat nu voor ligt, is een uitvloeisel van eerdere besluitvorming (o.a. raadsbesluit 30.09.2025 en gebiedsvisie station Eijsden). Het raadsvoorstel staat derhalve los van de algemenere Pagina 8 van 13
vragen die u stelt. Deze vragen (b.v. welke gemeente willen we zijn) zijn evenwel reeds uitgebreid aan de orde gekomen in de vorige raadsperiode bij bijvoorbeeld het opstellen van de omgevingsvisie. Vraag 36: Waarom is de Visie op Wonen als prominente bijlage bijgevoegd, terwijl de raad er geen kaderstellende opdracht voor gaf, er inhoudelijk nooit over gesproken heeft en deze enkel ter kennisgeving als RIB in december 2025 toegestuurd kreeg? Antwoord: De Visie op Wonen is toegevoegd als richtinggevende onderlegger en achtergrondinformatie voor de ruimtelijke ontwikkelrichting van Eijsden en de gemeentelijke woningbouwopgave richting 2040. Vraag 37: Wanneer kunnen we als raad alsnog met u spreken over deze Woonvisie, incl. het betrekken van inwoners en partnerorganisaties? Antwoord: Zoals aangegeven in ons antwoord op vraag 25, is hier geen sprake van een gemeentelijke woonvisie als bedoeld in de Woningwet. De vaststelling hiervan is immers een raadsbevoegdheid. De bijgevoegde visie op wonen is vastgesteld door het college en via een RIB gedeeld met de voormalige raad. Mocht u daar als nieuwe raad vragen over hebben, kunnen we daar het gesprek over voeren. Dat zal ongetwijfeld gelden over tal van beleidstukken die door het college en/of (voormalige) raad zijn vastgesteld. Het is echter niet de bedoeling die allemaal ter discussie te gaan stellen.
Vraag 38: Waarop baseert het college de groei naar circa 30.000 inwoners in 2040 concreet? (Visie op Wonen p. 2 en 8). Antwoord: Het betreft een prognose, welke onder andere gebaseerd is op regionale economische ontwikkelingen, verwachte woningbouwcapaciteit, planvoorraad en de positie van Eijsden-Margraten binnen de regionale woningmarkt. Vraag 39: Wat is volgens u de definitie van een robuuste gemeente en waarom is woningbouwontwikkeling daarvoor noodzakelijk? Antwoord: Met een robuuste gemeente wordt bedoeld: een gemeente met voldoende draagvlak voor voorzieningen, verenigingen, onderwijs, economie en maatschappelijke dienstverlening. Woningbouwontwikkeling draagt bij aan behoud van bevolkingsbalans, leefbaarheid en economische vitaliteit. Bij een robuuste gemeente is bovendien het economisch fundament stabieler, wat de financiële positie versterkt; een grotere economisch sterkere gemeente beschikt over meer middelen en uitvoeringscapaciteit om maatschappelijke opgaven in samenhang aan te pakken, hetgeen ook direct ten goede komt aan de leefbaarheid van inwoners en ondernemers.
Pagina 9 van 13
Vraag 40: Welke concrete maatregelen voorkomen dat eigen inwoners verdrongen worden door instroom van buiten? (Visie op Wonen p. 4-5) Antwoord: Verwijzend naar het antwoord op vraag 25 kunnen wij (wettelijke) instrumenten inzetten voor het lokaal of bijzonder (mensen met een maatschappelijke/economische binding) toewijzen van een gedeelte van de nieuwbouwwoningen in de betaalbare huur en koop. Vraag 41: Welke voorzieningen moeten door deze ontwikkeling concreet versterkt worden? (Visie op Wonen p. 5 en 10) Antwoord: In de basis gaat het om ruimte scheppen voor het realiseren van woningbouw, hetgeen kansen biedt voor een nieuw sportpark met aanverwante (sport)voorzieningen. Met meer woningbouw kan bijgedragen worden aan de gemeenschapskracht en draagkracht voor economische en culturele voorzieningen. Vraag 42: Welke harde ruimtelijke grenzen hanteert het college om aantasting van het landschap te voorkomen? (Visie op Wonen p. 6 en 9) Antwoord: De visual in het raadsvoorstel geeft indicatief aan hoe het college de ruimtelijke ontwikkeling voor ogen heeft voor de kern Eijsden. In de nadere uitwerking van de ontwikkelvisie zal dit nader geconcretiseerd worden. Vraag 43: Welke onderdelen van de ontwikkeling kunnen later nog wezenlijk veranderen? (Visie op Wonen p. 11, adaptieve strategie) Antwoord: Dat zal gaande het ontwikkelproces (kunnen) blijken.
Bijsturen van het proces kan afhankelijk zijn van diverse invloeden van buitenaf. Overige kansen tot woningbouwontwikkeling Er zijn ook andere varianten denkbaar dan de 2 op 30/9/25 genoemde om te voorzien in woningbouwontwikkeling in kern Eijsden. Om als raad tot goede keuzes en opdracht richting u te komen is het zaak die ook in beeld te brengen. Denk aan separate locaties waar stapsgewijs ontwikkelingen mogelijk zijn, m.n. ook op inbreidings- en herstructuringsplekken. Vraag 44: Welke varianten/locaties voor woningbouw in kern Eijsden ziet u nog meer en hoe en wanneer gaat u die betrekken in uw afwegingen en in uw informatie aan ons?
Pagina 10 van 13
Antwoord: Dit zal moeten blijken uit de ontwikkelgerichte visie, waarvoor dit raadsvoorstel het startpunt is. Daarbij merken we op dat het nu gaat om een toekomstgerichte visie voor het realiseren van grootschaligere woningbouw, e.e.a. gezien de woningbouwopgaven. Overige ontwikkelingen in de kern betreffen doorgaans kleinschaligere ontwikkelingen. Deze ''accupunctuur-aanpak'' is doorgaans minder interessant voor realisatie van betaalbare woningen. Ook de investeringsbereidheid van corporaties is hierbij minder voor de hand liggend. Er is evenwel reeds rekening gehouden met lopende ontwikkelingen op diverse plekken in de kern Eijsden (zie overzicht woningbouwlocaties in de programmabegroting)
Onderzoek naar haalbaarheid woningbouwlocaties Vraag 45: Is er al een Aerius-berekening /officiële stikstofanalyse gedaan? Antwoord: Nee. Vraag 46: Is er een globale kostenraming van de grondsanering van de vervuilde grond onder de sportvelden? Antwoord: Nee, daar zal eerst nader onderzoek voor moeten worden gedaan. Maar het begint met eerst met een ontwikkelvisie om te bepalen wat waar ontwikkeld kan worden. Vraag 47: Is al onderzocht of er elektriciteit beschikbaar is voor 720 woningen en op welke termijn? Antwoord: Zie antwoord 46. Daarbij dient opgemerkt te worden dat u uitgaat van realisatie 720 woningen. De vraag is evenwel hoeveel woningen te realiseren. Hiervoor is juist de voorgestelde ontwikkelvisie nodig. Vraag 48: Is al een natuurwaardenonderzoek gedaan? Antwoord: Nee. Zie antwoord 46 Vraag 49: Is er al onderzoek gedaan naar de (on)mogelijkheden om te bouwen nabij de huidige categorie 4/5 bedrijven? Antwoord: Nee.
Pagina 11 van 13
Vraag 50: Welke verkeerskundige gevolgen en investeringen zijn inmiddels in beeld gebracht? (Raadsvoorstel p. 4-5) Antwoord: Een eerste verkenning is gedaan voor wat betreft te nemen verkeerskundige maatregelen. Echter effecten en benodigde investeringen is afhankelijk van de ontwikkelrichting van de kern Eijsden. Daarnaast is de vraag wie welke kosten moet dragen en welke verkeerskundige kosten optreden als gevolg van de voorziene ontwikkelingen dan wel kosten die het gevolg zijn van autonome ontwikkelingen. Vraag 51: Welke financiële risico’s zijn op dit moment nog niet inzichtelijk voor de raad? (Raadsvoorstel p. 6) Antwoord: Het is niet duidelijk wat met deze vraag wordt bedoeld. (gebieds)ontwikkelingen gaan altijd gepaard met risico's. Zoals op pagina 6 van het voorstel aangegeven, zijn nog vele zaken inzichtelijk te maken en is het in deze fase veel te prematuur om uitspraken te doen. Financiële gevolgen en eventuele risico's worden gaande het proces dat nu aan uw raad wordt voorgesteld meer inzichtelijk en hierop kan worden bijgestuurd en zonodig mitigerende maatregelen genomen worden. Vraag 52: Welke onderdelen van de ontwikkeling zijn onderling afhankelijk in de uitvoering (fasering)? (Raadsvoorstel p. 6-7) Antwoord: De ontwikkeling van woningbouw, sportvoorzieningen, infrastructuur en eventuele zwembadverplaatsing zijn onderling sterk verbonden.
Fasering en afhankelijkheden moeten in de ontwikkelvisie nader worden uitgewerkt.
Onderzoek naar sportvoorzieningen Vraag 53: Welke functies binnen het nieuwe sportpark zijn noodzakelijk en welke zijn ambitiegericht? (Raadsvoorstel p. 5-6) Antwoord: Noodzakelijke functies betreffen basisvoorzieningen voor sportverenigingen. Ambitiegerichte onderdelen betreffen bijvoorbeeld multifunctioneel gebruik, innovatie, aanvullende gezondheidsvoorzieningen en mogelijke samenwerkingen met kennis- en onderzoeksinstellingen. Vraag 54: Er zijn landelijk veel voorbeelden van sportparken die op bestaande locaties gemoderniseerd zijn. Bent u hiermee bekend en welke zaken heeft u zelf al onderzocht over herindeling, modernisering en verduurzaming van de huidige sportlocaties? Pagina 12 van 13
Antwoord: Hier zijn we mee bekend. Echter, de basisvraag die nu voorligt is ingegeven door de woningbouwopgave. Als het perspectief voor de woningbouw zoals geschetst in het raadsvoorstel onderschreven wordt, dan is deze verkenning niet aan de orde. Vraag 55: Welk aantoonbaar draagvlak voor verplaatsing sportvelden is bij verenigingen momenteel al aanwezig? (Raadsvoorstel p. 7) Antwoord: Zie antwoord vraag 22. Vraag 56: Waarom wordt woningbouw nu al gekoppeld aan een sportpark waarvan de haalbaarheid nog niet duidelijk is? (Raadsvoorstel p. 5-6) Antwoord: Duidelijk is dat bij behoud van de huidige sportlocaties slechts alleen Poelveld III ontwikkeld kan worden en daarmee de kern Eijsden voor toekomstige woningbouw beperkt wordt en dat een toekomstbestendig sportpark met de kansen zoals geschetst in het raadsvoorstel dan niet kan worden gerealiseerd. Burgerparticipatie en uitvoeringsplan Vraag 57: Waarom geeft u in de paragraaf ‘burgerparticipatie’ geen inzicht in de wijze waarop u inwoners gaat betrekken bij het maken van de door u voorgestelde ontwikkelvisie, en m.n. ook bij de stappen die voorafgaand feitelijk nodig zijn (‘welke gemeente/kern willen we zijn’, zie vraag 3.1)? Antwoord: Omdat het voorstel primair bedoeld is als richtinggevend besluit voor verdere uitwerking.
Het concrete stappenplan, tijdspad, rolverdeling en participatieproces maken onderdeel uit van de nog op te stellen project- en procesaanpak. Vraag 58: Waarom is de paragraaf ‘uitvoering’ zo minimaal ingevuld en ontbreken hier zaken als een stappenplan, tijdspad, inzicht in rol raad/inwoners/partners? Antwoord: Omdat het voorstel primair bedoeld is als richtinggevend besluit voor verdere uitwerking. Het concrete stappenplan, tijdspad, rolverdeling en participatieproces maken onderdeel uit van de nog op te stellen project- en procesaanpak. Daarbij merken wij op dat de rol van de raad gericht dient te zijn op het stellen van kaders, het college gaat over de uitvoering binnen gestelde kaders.
Geen vragen. Pagina 13 van 13