CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

10a Bijlage Memo Gevolgen beperking intern salderen Schriftelijke vragen en antwoorden Bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag 32 Sint Geertruid

* Raadsvergaderingen 18 februari 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde1.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO: GEVOLGEN BEPERKING INTERN SALDEREN VOOR NATURA-2000 ACTIVITEIT

Datum Documentnummer Relatie Onderwerp

6 februari 2025 M222717.001.006/HST De heer M.J.H. Ubaghs; Bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag Gevolgen beperken intern salderen en vergunningplicht Natura-2000 activiteit

1) Algemeen In het kader van de bestemmingsplanwijziging voor de locatie Moerslag 32 te St. Geertruid is een stikstoftoets uitgevoerd naar het effect van NOx-depositie ten gevolge van de herontwikkeling van Landgoed Moerslag. Die stikstoftoets, d.d. 16 oktober 2024, is als bijlage 11 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Bij die stikstoftoets (een voortoets genoemd) is gebruik gemaakt van intern salderen. Daarbij is beoordeeld of een natuurvergunning nodig is. De binnen het projectgebied legaal aanwezige stikstofruimte (de zogeheten referentiesituatie) is in de voortoets betrokken. Uit de resultaten van de stikstoftoets, waarbij conform de op dat moment geldende en door de hoogste bestuursrechter geaccepteerde regels intern is gesaldeerd, bleek dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof konden daarmee op voorhand worden uitgesloten. Er was geen omgevingsvergunning voor een Natura-2000 activiteit nodig. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor wat betreft het aspect ‘stikstof’ stond daarmee vast.

2) Stikstofuitspraken Raad van State d.d. 18 december 2024 Op 18 december 2024 is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op grond van uitspraken van het Europese Hof van Justitie tot het oordeel gekomen dat het intern salderen niet langer bij de voortoets mag worden betrokken. Dit heeft tot gevolg dat daar waar eerder als gevolg van intern salderen géén sprake was van een vergunningplicht, nu in de meeste gevallen wél sprake is van een vergunningplicht. Op grond van de nieuwe jurisprudentie mag dat intern salderen voor een project wel later plaatsvinden in de passende beoordeling bij de dan noodzakelijke aanvraag voor een natuurvergunning. Op dat moment kunnen de gunstige effecten worden ingerekend als mitigerende maatregel. Dat is dezelfde lijn zoals die wordt toegepast bij ‘extern salderen’ waarbij effecten tegen elkaar worden weggestreept die niet tot hetzelfde project of plan behoren.

M222717.001.006/HST, Pagina 2

3) Gevolgen uitspraken Raad van State voor bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag Anders dan tot voor kort het geval was is met inachtneming van de nieuwe benadering van de Raad van State straks voor de uitvoeringsfase van het bestemmingsplan een natuurvergunning noodzakelijk. Cijfermatig is nagegaan wat dit voor de uitvoerbaarheid van bestemmingsplan betekent. -

Uit de Memo ‘Stikstoftoets Landgoed Moerslag’ van 16 oktober 2024 volgt dat voor de stikstofdepositie op de Natura-2000 gebieden de gebruiksfase maatgevend is. De realisatiefase leidt tot minder stikstofdepositie dan de gebruiksfase.

-

Voor het plan is in eerste instantie doorgerekend wat de toename aan stikstofdepositie op het meest nabij gelegen Natura-2000 gebied bedraagt zonder toepassing van intern salderen. Uit de berekening in bijlage 1 (projectberekening exclusief intern salderen) volgt, dat zonder intern te salderen het project in de gebruiksfase leidt tot een toename van stikstofdepositie van 0,24 mol/ha/jaar op het meest nabij gelegen Natura-2000 gebied (Savelsbos). Met in acht name van de uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 betekent dit dat er voor de uitvoering van het project straks een natuurvergunning aangevraagd moet worden.

-

Uit de berekening in bijlage 2 (projectberekening voor de interne saldering beschikbare stikstofruimte) volgt dat er in de referentiesituatie voor mitigerende maatregelen op basis van intern salderen 213 kg NH3 beschikbaar is van de 10 hectare landbouwgrond welke ingezet wordt voor natuurontwikkeling. Die 10 hectare landbouwgrond (bemesting) leidt in de huidige situatie tot een emissie van 6,02 mol/ha/jr. op het Savelsbos. Die 10 hectare landbouwgrond is in eigendom van initiatiefnemer en is dus ook direct beschikbaar voor interne saldering.

-

Om de toename van 0,24 mol/ha/jr., die het plan veroorzaakt, te salderen is slechts 15 kg van de beschikbare 213 kg NH3 op jaarbasis nodig; zie bijlage 3 (projectberekening met voor mitigeren noodzakelijke stikstofruimte). Voor de mitigerende maatregelen is daarmee 7% (15 kg van 213 kg NH3) nodig van de voor intern salderen beschikbare NH3.

Uit vorenstaande volgt dat 93% van de voor intern salderen beschikbare NH3 ten goede komt aan de afname van de depositie op Natura-2000 gebied het Savelsbos. Die 93% van de beschikbare NH3 kan daarmee op grond van het additionaliteitsvereiste ten goede komen aan de natuur. De provincie heeft naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 nog geen beleidsregels vastgesteld voor intern salderen. Er kan daarmee op dit moment voor de beoordeling van een natuurvergunning nog niet concreet getoetst worden aan een beleidsregel voor intern salderen.

M222717.001.006/HST, Pagina 3

Op basis van de huidige beleidsregels Salderen Provincie Limburg 2024 wordt bij extern salderen 70% van de stikstofdepositie betrokken bij de verlening van de natuurvergunning. Dat betekent dat minimaal 30% van de beschikbare stikstofruimte wordt ‘afgeroomd’ ten behoeve van de natuur. Bij onderhavig plan kan maar liefst tot 93% van de voor intern salderen beschikbare stikstofruimte worden ‘afgeroomd’ ten behoeve van de natuur. Er is dus sprake van een heel ruime marge. Zelfs in het (naar verwachting ondenkbare) geval een afromingspercentage van 93% voor intern salderen niet voldoende zou blijken, kan vergunningverlening naar verwachting plaatsvinden middels additionele toepassing van extern salderen. Voor dat extern salderen is slechts een geringe hoeveelheid stikstof nodig (voor het gehele project 15 kg NH3 op jaarbasis). Een dergelijke hoeveelheid komt overeen met het voor de landbouw uit gebruik nemen van minder dan 1 hectare landbouwgrond. Binnen een beperkte afstand van het bedrijf (enkele honderden meters) zijn daartoe voldoende landbouwgronden in eigendom van initiatiefnemer en dus direct beschikbaar. Vorenstaande geldt tevens voor de situatie waarbij fase II (inzet 10 hectare grond voor natuuurontwikkeling t.b.v. de realisatie van de 5 Autarkische verblijven) niet zou worden gerealiseerd. Voor de realisatie van fase I is minder dan 15 kg NH3 nodig.

Initiatiefnemer beschikt over ruim 10 hectare landbouwgrond (213 kg NH3) welke hij op eigen initiatief aan de reguliere landbouw kan onttrekken. Per hectare landbouwgrond beschikt hij over 21,3 kg NH3 op jaarbasis. Voor de realisatie van fase I is daarmee minder dan 1 hectare landbouwgrond nodig. Die grond kan hij rechtstreeks inzetten (onttrekken aan de reguliere landbouw) bij de voortoets voor de natuurvergunning.

4) Conclusie -

Op grond van de uitspraken Van de Raad van State van 18 december 2024 dient – anders dan voorheen het geval was - voor de uitvoeringsfase van onderhavig bestemmingsplan een natuurvergunning te worden aangevraagd.

-

Er bestaat op basis van vorenstaande feiten en omstandigheden geen reden te twijfelen aan de vergunbaarheid van de ontwikkeling die met het bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt. Initiatiefnemer beschikt zelf over zeer ruime mogelijkheden om te salderen; intern zowel als extern. Dit geldt voor zowel de uitvoeringsfase I als de uitvoeringsfase II van het plan.

-

Er kan op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden dan ook onveranderd uitgegaan worden van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor wat betreft het aspect stikstof.

M222717.001.006/HST, Pagina 4

ing. G.A.B. Hoogeveen

Aelmans ROM

Bijlage 1) Aerius projectberekening exclusief intern salderen; 2) Aerius projectberekening voor de interne saldering beschikbare stikstofruimte; 3) Aerius projectberekening met voor mitigeren noodzakelijke stikstofruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=cc7131e5-8e15-44e0-b868-03a81d9834e1