10 Schriftelijke vragen en antwoorden Bestemmimngsplan Groot Welsden Margraten.docx
Tekst van het document
10 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 6 december 2021 Voorstel: Bestemmingsplan Groot Welsden Margraten De constatering dat voorliggend bestemmingsplan de functies ‘wellness’ en ‘culturele, educatieve en sociale doeleinden’ mogelijk maakt, is correct. Omdat er enkel sprake is van beoogd gebruik voor een combinatie van wonen en recreëren, wordt voorgesteld om artikel 4 van de bestemmingsplanregels te wijzigen en in dit kader de artikelen 4.1.1 sub c en 4.1.1 sub d middels een ambtshalve wijziging te verwijderen uit de planregels. Tevens zal de ecologische quickscan worden aangepast door de betreffende passage over de aanwezigheid van een kerkuilenkast uit de rapportage te halen en de conclusie omtrent het vervolgonderzoek voor kerkuilen aan te passen. Uw raad zal via het college een nota van ambtshalve wijziging ontvangen.
Geen
Geen
Naar aanleiding van het voorstel tot vaststelling van dit bestemmingsplan, zijn wij verheugd dat deze Rijksmonumentale boerderij door invulling te geven aan een andere bestemming, behouden blijft. 1. De voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan gaat uit van het toevoegen van 3 woningen voor starters of doorstromers en het realiseren van 4 vakantieappartementen. Door het hiermee toegestane aantal woningen en vakantieappartementen ontstaat er naar onze mening een onwenselijke en onaanvaardbare stedenbouwkundige verdichting ter plaatse. In de brief waarbij onder voorwaarden principemedewerking is toegezegd, spreekt uw college zelf ook over een ‘intensieve herbestemming’ van het pand. Bent u het met ons
1
eens dat deze herbestemming te intensief is gezien de locatie in het buitengebied? En zo nee, waarom niet? Antwoord: In het principeverzoek is er toentertijd aangegeven dat er ruimte zou zijn voor 8 tot 10 woningen. Dit is destijds als te intensief beoordeeld en nadien zijn de aantallen naar beneden bijgesteld. Ook voorziet het plan niet in het realiseren van nieuwe bebouwing, waardoor ons inziens vanuit die optiek geen sprake is van een ‘stedenbouwkundige verdichting’. Door de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan krijgt de Rijksmonumentale hoeve ter plaatse een nieuwe invulling en blijft dit culturele erfgoed behouden. Dit sluit aan bij de instandhoudingsverplichting van Rijksmonumenten zoals vastgelegd in de Erfgoedwet. De ontwikkeling past daarnaast binnen de richtinggevende uitspraken zoals vastgelegd in het Manifest Buitengewoon Buitengebied. Bij het vrijkomen van agrarische gebouwen welke niet (opnieuw) ingevuld kunnen worden door een agrarische functie, geniet het hergebruik van de cultuurhistorisch gezien waardevolle gebouwen ten behoeve van een andere functie, zoals toerisme, recreatie en wonen, de voorkeur. Voorliggend plan voorziet in een dergelijke ontwikkeling waarbij invulling wordt gegeven aan leegstaande en waardevolle (voormalige) agrarische bebouwing. Het plan zorgt daarbij niet voor een extra verstening van het buitengebied.
Bovendien is het plan getoetst aan de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte. Daarbij omschrijft de gemeentelijke woonvisie dat bij vrijkomende (grootschalige) panden, ook in het buitengebied, het omvormen naar wonen een van de beste oplossingen is en daarmee de voorkeur geniet. Ook gelet op de grootte van de carréboerderij (de stallen hebben samen een gebouwd vloeroppervlak van 580m2 en circa 4000m3 inhoud), wordt het toevoegen van maximaal 3 huurwoningen en 4 vakantieappartementen als passend gezien op deze locatie in het buitengebied. 2. Behalve de woningen en vakantiewoningen worden ook de functies wellness en culturele, educatieve en sociale doeleinden zonder nadere voorwaarden of beperkingen toegestaan. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt verder niet over deze toegestane functies gerept. Is het de bedoeling van het college om hiermee een wellnesscomplex ter plaatse mogelijk te maken of een opvanghuis? Zo nee, waarom zijn deze functies dan rechtstreeks mogelijk gemaakt? Antwoord: Het is niet de bedoeling om ter plaatse een wellnesscomplex dan wel een opvanghuis mogelijk te maken. Het plan voorziet in het toevoegen van maximaal 3 reguliere huurwoningen en 4 vakantieappartementen aan de bestaande bebouwing ter plaatse. Het gaat daarbij uitsluitend om het gebruik voor een combinatie van wonen en recreëren.
In de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied Margraten 2009 is in artikel 4.7.3 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming “Agrarisch – Bedrijf” te wijzigen naar “Wonen – Cultuur en ontspanning”. Vanwege de spuitcirkelproblematiek in dit plan, kan de wijzigingsbevoegdheid niet worden toegepast en resteert enkel een uitgebreide procedure middels een bestemmingsplan. De beoogde bestemming past daarmee volledig in het vastgestelde kader. Omdat er enkel sprake is van beoogd gebruik voor een combinatie van wonen en recreëren, wordt voorgesteld om artikel 4 van de bestemmingsplanregels te wijzigen en in dit kader de artikelen 2
4.1.1 sub c en 4.1.1 sub d middels een ambtshalve wijziging te verwijderen uit de planregels. Initiatiefnemer gaat hiermee ook akkoord. Komende week zal uw raad via het college een nota van ambtshalve wijziging ontvangen. 3. Vreemd genoeg worden deze functies dus zonder enige beperkingen rechtstreeks toegestaan in het voorliggende bestemmingsplan, maar zijn de gevolgen van deze functies voor de omgeving voor wat betreft verkeer en parkeren, geluid enzovoorts niet onderzocht, noch afgewogen. Is hier dan sprake van een zorgvuldige voorbereiding van een bestemmingsplan en heeft er dan wel een deugdelijke belangenafweging plaatsgevonden? Antwoord: De genoemde constatering is correct. Omdat er enkel sprake is van beoogd gebruik voor een combinatie van wonen en recreëren, wordt voorgesteld om artikel 4 van de bestemmingsplanregels te wijzigen en in dit kader de artikelen 4.1.1 sub c en 4.1.1 sub d middels een ambtshalve wijziging te verwijderen uit de planregels. Komende week zal uw raad via het college een nota van ambtshalve wijziging ontvangen.
4. De combinatie van permanente woningen, vakantiewoningen, wellness en nog allerlei andere functies die hiermee mogelijk worden gemaakt in een bouwvolume en op dichte afstand van elkaar vinden wij een onwenselijke combinatie, die in de toekomst onzes inziens alleen maar tot problemen ten opzichte van elkaar en de andere omwonenden zal leiden. Ziet uw college dit anders en waarom? Antwoord: Omdat er enkel sprake is van beoogd gebruik voor een combinatie van wonen en recreëren, wordt voorgesteld om artikel 4 van de bestemmingsplanregels te wijzigen en in dit kader de artikelen 4.1.1 sub c en 4.1.1 sub d middels een ambtshalve wijziging te verwijderen uit de planregels. Initiatiefnemer gaat hiermee ook akkoord. Hiermee wordt een zoals in de vraag omschreven combinatie van functies niet mogelijk gemaakt. 5. De appartementen zijn ruim van opzet, daarbij komt er een gezamenlijke ruimte en een gezamenlijk terras voor de vakantiegasten. Bent u niet bevreesd dat deze invulling uitnodigt om grote groepen aan te trekken met alle gevolgen van dien? Hoe zijn de belangen van omwonenden afgewogen ten opzichte van het belang van de initiatiefnemer? Vindt u dit een passende functie in rustig buitengebied? Antwoord: De vakantieappartementen zijn tussen 100m2 en 125m2 groot. Elk appartement biedt daarmee ruimte voor vier personen.
De vakantieappartmenten zijn in de eerste plaats gericht op gezinnen gezien de grootte en het verwachte segment. Het is echter niet uit te sluiten dat de vier appartementen tegelijk door één (vrienden)groep gehuurd zullen worden. Echter, de initiatiefnemers zullen eventuele recreatieve huurders screenen op de beoogde doelgroep, waardoor overlastgevende (vrienden)groepen zo veel als mogelijk vermeden zullen worden. Bovendien betreft het een inpandige gemeenschappelijke ruimte en een buitenterras welke is beoogd op de omsloten binnenplaats op het perceel. Het op deze manier verschaffen van een gemeenschappelijke ruimte en terras voor ontmoeting van gasten van de vakantieappartementen 3
is passend binnen de bestemming. Het is niet aannemelijk dat dit een negatieve invloed zal hebben op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Daarnaast zullen de initiatiefnemers gaan wonen in de reguliere burgerwoning grenzend aan de binnenplaats, het buitenterras en de gemeenschappelijke ruimte. Voor de beoogde woningen en recreatiewoningen zijn de geldende geluidsnormen van toepassing. Indien de geldende geluidsnormen worden overschreden, dan is er sprake van een overtreding. 6. Los van het voorliggende geval vragen wij ons af of dit soort intensieve herbestemmingen model zullen gaan staan voor het beleid van uw college voor de toekomstig vrijkomende panden in het buitengebied? Het zou goed zijn hiervoor concretere beleidsuitgangspunten vast te leggen en te voorkomen dat ons mooie buitengebied en onze (rijks)monumenten ten onder gaan: er moet een betere balans zijn tussen het behoud van kwaliteit en de business-case van een initiatiefnemer. Deelt u dit standpunt met ons? Antwoord: Het geldende beleid conform de wijzigingsbevoegdheid is gevolgd. Omdat er hier sprake is van een spuitcirkelproblematiek, is het voor dit plan niet mogelijk geweest om van de wijzigingsbevoegdheid gebruik te maken. Op 18 maart 2021 is het Manifest Buitengewoon Buitengebied vastgesteld.
Bij het vrijkomen van agrarische gebouwen welke niet (opnieuw) ingevuld kunnen worden door een agrarische functie, geniet het hergebruik van de cultuurhistorisch gezien waardevolle gebouwen ten behoeve van een andere functie, zoals toerisme, recreatie en wonen, de voorkeur. Dit is als een richtinggevende uitspraak opgenomen in het Manifest. 7. In de toelichting en in het als bijlage opgenomen akoestische onderzoek wordt verwezen naar VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Geconstateerd wordt dat de ambachtelijke siersmederij een bedrijf is dat valt onder de categorie 3.1, waarmee hiervoor een richtafstand geldt van 50 meter ten opzichte van een ‘rustige woonwijk/ rustig buitengebied’. Echter zodra blijkt dat het piekgeluid de toegestane norm van 65 d(B)A overschrijdt, wordt in het rapport gesteld dat de omgeving gezien moet worden als ‘gemengd gebied’ en dat er dan akoestisch geen probleem meer is.
Bent u het met ons eens dat er van een ‘gemengd gebied’ ter plaatse geen sprake meer is, aangezien ter plaatse inmiddels nauwelijks nog agrarische bedrijvigheid plaatsvindt? Als uw college van mening is dat er wel sprake is van een ‘gemengd gebied’ conform de VNG-brochure, had u dit dan niet moeten motiveren bij uw besluit? Bent u het met ons eens, dat de bedrijfsvoering van de kleinschalige smederij op Groot Welsden 70, nota bene in 2016 door uw college toegestaan met een omgevingsvergunning, door de nu voorliggende intensieve herbestemming van het buurpand in de toekomst benadeeld kan worden? Antwoord: Uit de bijgevoegde akoestische onderbouwing blijkt dat de gevel van de beoogde vakantieappartementen een maximale belasting heeft van 72 dB(A) a.g.v. transport bij Groot Welsden 70. Gelet op het feit dat het hier de vakantieappartementen betreft (welke geen geluidgevoelig object zijn in het kader van de Wet Geluidhinder) en niet de permanente huurwoningen, is dit toelaatbaar. Indien de vakantiewoningen zouden worden omgevormd naar reguliere woningen, dan zou er sprake zijn van een andere situatie waarbij het woon- en leefklimaat negatief wordt voor de woningen, uitgaande van het gebiedstype ‘rustige 4
woonwijk/rustig buitengebied’. Daarom is in de verbeelding van het plan de functieaanduiding ‘recreatiewoning’ voor het betreffende deel van de hoeve vastgelegd Omdat het akoestisch onderzoek uitwijst dat er aan de gestelde geluidsnormen wordt voldaan, is voldoende aangetoond dat er een goed woon- en leefklimaat kan worden gecreëerd en dat het realiseren van de vakantieappartmenten geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van de siersmederij. De kleinschalige siersmederij op het naastgelegen perceel wordt daarmee dan ook niet benadeeld door de nu voorliggende ontwikkeling. 8. In het voorliggende bestemmingsplan worden 2 vakantieappartementen gesitueerd op de 1e verdieping met realisatie van inpandige balkons (loggia’s) in het dak van het Rijksmonument. Zowel in de toelichting, als uit het advies van de Monumentencommissie blijkt dat het aanbrengen van loggia’s in het dakvlak ongewenst is en wordt gevraagd om een andere oplossing met respect van dit karakteristieke gesloten dakvlak. Toch zijn in de afbeeldingen, opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan de ongewenste loggia’s nog weergegeven.
Is het college met ons van mening dat als er geen andere aanvaardbare oplossing voor de daglichttoetreding wordt gevonden, die acceptabel is voor de Monumentencommissie er geen vakantieappartementen op de verdieping kunnen worden gerealiseerd en het bestemmingsplan op dit punt dus niet uitvoerbaar is? Antwoord: Het schetsplan horende bij voorliggend bestemmingsplan zal na de uiteindelijke vaststelling van het plan, dus in een later stadium, uitgewerkt worden in een bouwplan. Dit bouwplan zal vervolgens worden voorgelegd aan de monumentencommissie. Deze zal beoordelen of de loggia’s, zoals voorgesteld in het schetsplan, zich al dan niet verzetten tegen het belang van monumentenzorg en of deze dus al dan niet afbreuk doen aan de uitstraling van het rijksmonument. Bovendien is in dit kader in het voorliggend bestemmingsplan opgenomen dat er maximaal 4 vakantieappartementen gerealiseerd kunnen worden. Indien dit aantal vanwege de inpasbaarheid in het monument niet volledig gerealiseerd kan worden, betekent dit niet dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. Hiervoor is juist de voorziening opgenomen van maximaal 4 vakantiewoningen. Dit is ook op deze wijze besproken met initiatiefnemer. 9.
Is het college het verder niet met ons eens, dat als de aanpassing van het bouwplan van initiatiefnemer op dit punt op voorhand zou zijn opgepakt (en niet zou worden doorgeschoven naar het moment van vergunningverlening) ook tegemoet zou kunnen worden gekomen aan één van de ingediende zienswijzen inzake het zicht op de tuin en daarmee de inbreuk op de privacy van de buren? Antwoord: Volgens mij wordt met de vraag bedoeld waarom niet gekozen is voor een projectafwijkingsbesluit (dus direct aanvragen van een omgevingsvergunning), maar eerst een bestemmingsplan (en vervolgens omgevingsvergunning(en)). In het principebesluit is de keuze hiertoe overgelaten aan initiatiefnemer. Het is de wens van de initiatiefnemer geweest om eerst de planologisch juridische mogelijkheden helder te hebben en het kader daartoe vastgesteld te hebben, om vervolgens binnen dat kader de omgevingsvergunningen aan te vragen. Deze insteek maakt een gefaseerde realisatie van het project mogelijk, waardoor kosten en investeringen waar nodig kunnen worden gespreid.
5
10. In de toelichting van het bestemmingsplan is een berekening gemaakt van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Ook is aangegeven dat er 14 parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd. Op papier lijkt er geen vuiltje aan de lucht, in de praktijk zijn wij van mening dat de ingetekende parkeerplaatsen qua draaicirkel niet of moeilijk bereikbaar zullen zijn, vooral op het binnenterrein. Rekening houdend met de draaicirkels zal dit betekenen dat bewoners en gasten de gemakkelijke weg gaan kiezen en de voertuigen op de straat gaan parkeren. Hoe denkt u dit onwenselijke gedrag te kunnen tegengaan? Maakt u ter plaatse een parkeerverbod? Antwoord: De parkeercapaciteit voor dit plan is ontleend aan het facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ van de gemeente. Het vereiste aantal parkeerplaatsen kan volledig worden gerealiseerd op de projectlocatie en voldoet aan de daarvoor geldende maatvoeringen. De voorgestelde wijze van parkeren is getoetst door Verkeer en als reëel en uitvoerbaar bevonden. Er zijn derhalve geen aanleidingen om een parkeerverbod in te stellen. Een parkeerverbod kan overigens voor de overige omliggende panden en woningen nadelige gevolgen hebben. 11.
De rechtstreeks toegestane functies wellness en culturele, educatieve en sociale doeleinden, die een zeer brede range aan activiteiten ter plaatse mogelijk maken, zijn niet betrokken in de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bent u met ons van mening dat het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig is voorbereid? Antwoord: Omdat er enkel sprake is van beoogd gebruik voor een combinatie van wonen en recreëren, wordt voorgesteld om artikel 4 van de bestemmingsplanregels te wijzigen en in dit kader de artikelen 4.1.1 sub c en 4.1.1 sub d middels een ambtshalve wijziging te verwijderen uit de planregels. Initiatiefnemer gaat hiermee ook akkoord. 12. In de plantoelichting en de ecologische QuickScan is aangegeven dat nader onderzoek noodzakelijk is voor wat betreft een aantal beschermde soorten. Dit onderzoek ontbreekt, is het bestemmingsplan op dit punt volledig en uitvoerbaar? Antwoord: De verstoring van eventueel aanwezige beschermde diersoorten zal pas plaats kunnen vinden wanneer er daadwerkelijk verbouwd zal gaan worden. Op grond van artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming geldt te allen tijde de algemene zorgplicht. Het is de bedoeling om het vervolgonderzoek op te pakken in het kader van de in te dienen concrete aanvraag omgevingsvergunning voor de verbouwing, op het moment dat deze ook daadwerkelijk aan de orde is.
De eventuele aanwezigheid van verblijfplaatsen van de beschermde soorten op de planlocatie vormt geen belemmering voor de planontwikkeling en de uitvoerbaarheid van het plan. Indien voorziene werkzaamheden de verblijfplaats(en) verstoren of vernietigen, is het noodzakelijk een ontheffing op de Wet natuurbescherming aan te vragen en is het noodzakelijk zowel mitigerende als compenserende maatregelen te treffen.
6
13. Bij de principemedewerking is door uw college aangegeven dat als voorwaarde gesteld zal worden dat de woningen levensloopbestendig moeten zijn, wij denken dat deze voorwaarde gesteld moet worden in het voorliggende bestemmingsplan, bent u dit met ons eens? Antwoord: In het principebesluit wordt aangegeven dat de woningen met name geschikt zullen zijn voor starters en doorstromers. Ook is inderdaad aangegeven dat de woningen levensloopbestendig dienen te worden gemaakt. Je zou deze opmerkingen als tegenstrijdig met elkaar kunnen lezen. De levensloopbestendigheid kan door de gemeente als voorschrift worden opgenomen bij de concrete vergunning. Een publiekrechtelijke verankering hiervan in het bestemmingsplan is in theorie mogelijk, maar is in deze casus niet noodzakelijk. 14. In de plantoelichting wordt als argument voor deze intensieve herbestemming het realiseren van woningen voor starters en doorstromers en onze gemeentelijke woonvisie gebruikt, hoe wordt geborgd dat deze woningen ook daadwerkelijk voor deze doelgroepen beschikbaar zijn? Antwoord: Gelet op de grootte en ligging van de woningen zullen deze het meest interessant zijn voor de genoemde doelgroep. Omdat de woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd, zijn deze echter ook geschikt voor ouderen.
Het uitsluiten van andere doelgroepen dan starters en doorstromers zou indruisen tegen de voorwaarde dat de woningen levensloopbestendig dienen te worden uitgevoerd. 15. In het voorliggende bestemmingsplan wordt ten faveure van deze herbestemming een spuitvrije zone rondom het pand opgenomen op de landbouwgronden van derden. Worden de eigenaren/gebruikers van deze percelen hierdoor niet belemmerd in hun bedrijfsvoering? Antwoord: Initiatiefnemer heeft een schriftelijke spuitcirkelovereenkomst gesloten met de eigenaren van de betreffende agrarische gronden binnen 50 meter van de planlocatie. Hiermee zijn de initiatiefnemer en de eigenaren van de agrarische percelen dus overeengekomen om op deze gronden geen drift veroorzakende chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken. De overeenkomst wordt publiekrechtelijk geborgd door deze vast te leggen op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. Hiermee is het goede woon- en leefklimaat op het perceel voor dit aspect gewaarborgd. 16. Had voor dit initiatief door uw college niet op vroegtijdige participatie door de initiatiefnemer moeten worden gestuurd? Antwoord: Het college heeft niet gestuurd op participatie. Wel heeft initiatiefnemer over zijn plannen contact gehad met de directe buren alsook de grondeigenaren van de agrarische percelen binnen 50 meter van de planlocatie.
7
1. Er is sprake van een “besluitvlak” gelegen naast het voorgestelde bouwvlak. Wat is de status van het besluitvlak en wat gaat met dat vlak gebeuren? Antwoord: Het besluitvlak betreft een verleende omgevingsvergunning (vastgesteld op 30 september 2016) voor het vestigen van een ambachtelijke siersmederij op het perceel Groot Welsden 70. Het besluitvlak heeft geen betrekking op dit plan, de aanwezigheid van de betreffende smederij is afgewogen en getoetst. 2. Tegen het perceel ligt een beschermd landschapselement. Hoe is dit beschermd tijdens de verbouwwerkzaamheden? Antwoord: De bescherming van de landschapselementen is geborgd in het bestemmingsplan “Buitengebied Margraten 2009”. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dienen de planregels hieromtrent in acht te worden genomen. Gelet op de afstand van de landschapselementen tot het plangebied, zijn in dit kader geen problemen te verwachten. 3. De quickscan constateert mogelijke aanwezigheid van de kerkuil. Dan dient het advies te zijn: nader onderzoek. Maar, zoals ook al eerder bij bijvoorbeeld de Kleine Peul, volgt Ecobureau Ecoplanning niet de leidraad van Bij 12. Met welke argumenten accepteert de gemeente dit? Antwoord: In de quickscan wordt gesproken over de aanwezigheid van een kerkuilenkast op het perceel Groot Welsden 70.
Echter, op dit perceel is geen kerkuilenkast aanwezig en de quickscan zal dienovereenkomstig worden aangepast en opnieuw worden aangeleverd. De verstoring van eventueel aanwezige beschermde diersoorten zal pas plaats kunnen vinden wanneer er daadwerkelijk verbouwd zal gaan worden. Op grond van artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming geldt te allen tijde de algemene zorgplicht. Het is de bedoeling om het vervolgonderzoek op te pakken in het kader van de in te dienen concrete aanvraag omgevingsvergunning voor de verbouwing, op het moment dat deze ook daadwerkelijk aan de orde is. 4. Het voorliggende plan is nogal grootschalig qua aanpak: 4 vakantiewoningen (2 onder en 2 boven in een van de voormalige schuren) en 1 woning voor de eigenaar + 3 extra woningen in schuren aan de binnenplaats voor de verhuur. Er zijn 14 parkeerplaatsen voorzien (6 op de binnenplaats en 8 rondom het pand). In de zienswijze komen een aantal mogelijke problemen naar voren die de rust in dit landelijk gelegen gehucht kunnen verstoren en de leefbaarheid aantasten (o.a. forse toename autoverkeer, mogelijk groepen die luidruchtig vakantie komen vieren). Met welke argumenten werd er toestemming gegeven voor deze grootschalige aanpak? 8
Antwoord: Om een complex van een dergelijke omvang met dusdanig achterstallig onderhoud als deze op de juiste manier te restaureren en te onderhouden, is veel geld gemoeid. Initiatiefnemers moesten daarom op zoek naar een passende bestemming. In het principeverzoek is er toentertijd aangegeven door de initiatiefnemers dat er ruimte zou zijn voor 8 tot 10 woningen. Dit is vervolgens als te intensief beoordeeld en nadien zijn de aantallen naar beneden bijgesteld. Door de voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan krijgt de Rijksmonumentale hoeve ter plaatse een nieuwe invulling en blijft dit culturele erfgoed behouden. Dit sluit aan bij de instandhoudingsverplichting van Rijksmonumenten zoals vastgelegd in de Erfgoedwet. De ontwikkeling past daarnaast binnen de richtinggevende uitspraken zoals vastgelegd in het Manifest Buitengewoon Buitengebied. Bij het vrijkomen van agrarische gebouwen welke niet (opnieuw) ingevuld kunnen worden door een agrarische functie, geniet het hergebruik van de cultuurhistorisch gezien waardevolle gebouwen ten behoeve van een andere functie, zoals toerisme, recreatie en wonen, de voorkeur. Voorliggend plan voorziet in een dergelijke ontwikkeling waarbij invulling wordt gegeven aan leegstaande en waardevolle (voormalige) agrarische bebouwing. Het plan zorgt daarbij niet voor een extra verstening van het buitengebied.
Bovendien is het plan getoetst aan de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte. Daarbij omschrijft de gemeentelijke woonvisie dat bij vrijkomende (grootschalige) panden, ook in het buitengebied, het omvormen naar wonen een van de beste oplossingen is en daarmee de voorkeur geniet. Ook gelet op de grootte van de carréboerderij (de stallen hebben samen een gebouwd vloeroppervlak van 580m2 en circa 4000m3 inhoud), wordt het toevoegen van maximaal 3 huurwoningen en 4 vakantieappartementen als passend gezien op deze locatie in het buitengebied. Gelet op de geplande toevoeging van de drie reguliere huurwoningen en vier vakantieappartementen, is er een verwachte verkeersgeneratie van circa 42 tot maximaal 56 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Deze toename is op te vangen binnen de bestaande wegenstructuur. De vakantieappartementen zijn in de eerste plaats gericht op gezinnen gezien de grootte en het verwachte segment. Het is echter niet uit te sluiten dat de vier appartementen tegelijk door één (vrienden)groep gehuurd zullen worden. Echter, de initiatiefnemers zullen eventuele recreatieve huurders screenen op de beoogde doelgroep waardoor overlastgevende (vrienden)groepen zo veel als mogelijk vermeden zullen worden.
Daarnaast zullen de initiatiefnemers gaan wonen in de reguliere burgerwoning grenzend aan de binnenplaats, het beoogde buitenterras en de gemeenschappelijke ruimte. Voor de beoogde woningen en recreatiewoningen zijn de geldende geluidsnormen van toepassing. Indien de geldende geluidsnormen worden overschreden, dan is er sprake van een overtreding.
9
5. Hoe wordt voorkomen dat de vakantiewoningen door groepen feestende mensen wordt bezocht en de rust voor mens en dier verstoren? Antwoord: Zie bovenstaand antwoord: De vakantieappartementen zijn in de eerste plaats gericht op gezinnen gezien de grootte en het verwachte segment. Het is echter niet uit te sluiten dat de vier appartementen tegelijk door één (vrienden)groep gehuurd zullen worden. Echter, de initiatiefnemers zullen eventuele recreatieve huurders screenen op de beoogde doelgroep waardoor overlastgevende (vrienden)groepen zo veel als mogelijk vermeden zullen worden. Daarnaast zullen de initiatiefnemers gaan wonen in de reguliere burgerwoning grenzend aan de binnenplaats, het beoogde buitenterras en de gemeenschappelijke ruimte. Voor de beoogde woningen en recreatiewoningen zijn de geldende geluidsnormen van toepassing. Indien de geldende geluidsnormen worden overschreden, dan is er sprake van een overtreding. 6. Zijn de 2 balkons in het dak van de schuur goedgekeurd door rijksmonumenten? Antwoord: Het schetsplan horende bij voorliggend bestemmingsplan zal na de uiteindelijke vaststelling van het plan, dus in een later stadium, uitgewerkt worden in een bouwplan. Dit bouwplan zal vervolgens worden voorgelegd aan de monumentencommissie.
Deze zal beoordelen of de loggia’s, zoals voorgesteld in het schetsplan, zich al dan niet verzetten tegen het belang van monumentenzorg en of deze dus al dan niet afbreuk doen aan de uitstraling van het rijksmonument. 7. Dit plan is niet op korte termijn compleet realiseerbaar. In hoeverre biedt deze bestemmingswijziging flexibiliteit wanneer het woonperspectief verandert in de loop der jaren? Antwoord: Gelet op de grootte en ligging van de woningen zullen deze het meest interessant zijn voor de genoemde doelgroep. Omdat de woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd, zijn deze echter ook geschikt voor ouderen. Gezien de demografische ontwikkeling van de gemeente (toename van het aantal huishoudens en vergrijzing van de bevolking) ligt het binnen de verwachting dat er vraag zal blijven bestaan naar levensloopbestendige woningen.
Geen
10