CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Antwoorden openstaande vragen Eerste bestuursrapportage 2026

Raadsvergaderingen 7 juli 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vragenronde9.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsvergadering 7 juli 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 10: Eerste bestuursrapportage 2026 Geachte raadsleden, Allereerst onze dank voor de vele en doorwrochte vragen die zijn gesteld bij de eerste bestuursrapportage 2026. Dat laat zien hoe serieus u de financiële huishouding van onze gemeente volgt, en dat waarderen wij. Bij het beantwoorden merken wij dat een deel van de vragen niet zozeer over de bestuursrapportage zelf gaat, maar meer algemeen van aard is en raakt aan het dagelijkse beleid en de uitvoering daarvan. Om u zo goed mogelijk te kunnen bedienen, lichten wij graag toe welk kader wij hierbij hanteren. Op grond van de Financiële verordening Eijsden-Margraten 2025 informeert het college de raad via bestuursrapportages over de realisatie van de begroting van het lopende boekjaar. De eerste bestuursrapportage geeft een uiteenzetting van het gevoerde beleid zoals dat in de begroting is opgenomen, plus een eventuele bijstelling van de begrote bedragen. Daarbij wordt beleidsmatig alléén gerapporteerd over afwijkingen: onderdelen die volgens plan verlopen, lichten we niet opnieuw toe. Dat betekent dat de bestuursrapportage in de kern een verantwoordingsinstrument is over de uitvoering van de begroting, en niet het aangewezen moment is voor brede, algemene beleidsvragen die geen rechtstreeks verband houden met een afwijking.

Dat zijn vaak hele terechte vragen, maar ze verdienen een podium waar ze de aandacht en diepgang krijgen die ze verdienen. Tijdens het introductieprogramma met uw raad zullen wij aandacht besteden aan de rol, taak en verantwoordelijkheden van u als raad en ons als college. In september volgt dan de opleiding gemeentefinanciën voor raadsleden en verder is het college graag bereid verder met u van gedachten te wisselen in bijvoorbeeld het presidium of de commissie P&C over de vragen en antwoorden rondom de P&C producten. De vragen die betrekking hebben op de P&C producten zijn door ons beantwoord. De overige vragen zullen op een later tijdstip doch voor de raadsvergadering van 7 juli aan u worden toegezonden. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten

Algemene opmerking: de informatiewaarde van een voortgang indicator groen zonder verdere toelichting is zeer beperkt. In de financiële verordening 2025 welke door de raad is vastgesteld is bepaald dat de 1e bestuursrapportage een afwijkingen rapportage is. Dit houdt in dat als de indicator groen of oranje is, hier niet over wordt gerapporteerd.

Pagina 1 van 24

Vraag 2: Pag. 36: “Naast het regionaal afwegingskader vestiging verblijfsaccommodaties (punt 8) wordt op dit moment een lokaal beleids-afwegingskader ontwikkeld”. Vraag 3: Wat houdt dit lokaal afwegingskader precies in, en wanneer kan de raad voortgangsrapportage in deze tegemoetzien? Antwoord Het afwegingskader Verblijfsrecreatie is een inhoudelijk afwegingskader voor het beoordelen van initiatieven voor de vestiging van Verblijfsrecreatie met inbegrip van criteria rondom omgevingskwaliteit. Het te ontwikkelen afwegingskader zal een doorvertaling zijn van het vast te stellen ‘Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten’. Het lokaal afwegingskader biedt straks een hulpmiddel voor het indienen van een initiatief en maakt het beoordelen ervan eenvoudiger. De vaststelling van dit afwegingskader Verblijfsrecreatie wordt voorzien in Q2 – 2027. De raad zal worden betrokken in dit proces. Vraag 4: Pag. 36: “Door dit beleid wordt de ervaren evenementendruk beperkt.” Ondanks het voorgenomen beleid om de evenementen druk te doseren en te spreiden lijken er toch weer nieuwe evenementen te worden toegevoegd aan de toch al overvolle agenda, m.n. in het segment gravel rijden. Welke nieuwe evenementen zijn toegevoegd aan de agenda, en hoe rijmt dat met de beleidsvoornemens? Antwoord: De Specialized Gravel Series Limburg op 5 september 2026.

De afstemming van de tochten vindt plaats met Limburg Cycling over de hele regio. Vraag 5: Pag. 36: “De aanbevelingen van het rekenkameronderzoek 2024 hebben de constante aandacht”. Hoe worden de aanbevelingen van de rekenkamer concreet geïmplementeerd? Antwoord: Het Rekenkameronderzoek Eijsden-Margraten Cittaslow 2024 is voor ons als gemeente een waardevol middel geweest om inzicht te krijgen in wat er vanuit het gedachtegoed/het keurmerk Cittaslow onder andere werkt ten aanzien van leefbaarheid, landschap en lokale economie en wat er beter kan. We kunnen stellen dat anno 2026 zowel in beleid als uitvoering het gedachtegoed Cittaslow meer en meer verankerd is/wordt, en dat het daarmee meer dan een label en het echt iets oplevert voor onze inwoners, ondernemers en instellingen. Belangrijkste conclusie uit het onderzoek was dat -hoewel ‘verstopt in het DNA’- het Cittaslow-keurmerk nog altijd waardevol kan zijn voor het bereiken van onze beleidsdoelstellingen. De aanbevelingen: 1. Formuleer Cittaslow ambities: De hernieuwde kernwaarden Cittaslow Nederland (VITA) bieden ons als Cittaslow-gemeente strategisch richting en focus. Deze kernwaarden zijn leidend: Verbinding, Identiteit, Toekomstbestendigheid en Ambitie.

Inmiddels vinden we de vertaalslag van deze kernwaarden al terug middels de vier themalijnen van het nieuwe Coalitie-akkoord 2026-2030 en zal de komende periode op basis hiervan een nadere vertaalslag plaatsvinden zoals dat bijvoorbeeld ook bij de Omgevingsvisie Lijn-50 is gebeurd. 2. Neem actief deel aan nationale en internationale netwerk: Pagina 2 van 24

We nemen actief en consequent deel in het nationale netwerk. Zowel de twee jaarlijkse burgemeestersoverleggen alsook die in Lijn-50. Daarnaast weten gemeenten in het landelijk Cittaslow-netwerk elkaar meer en meer te vinden bij het uitwisselen van kennis en informatie omtrent actuele ontwikkelingen en de aanpak daarin. De deelname in het internationale netwerk is minder frequent aangezien bij de fysieke jaarlijkse meeting (vaak in andere werelddelen) de overweging gemaakt moet worden in de te investeren tijd en middelen voor deelname (reizen,verblijven etc.). 3. Communiceer intern en extern zichtbaar over Cittaslow: De interne communicatie vindt zowel in- als extern vooral plaats binnen de beleidsvelden communicatie, toerisme, recreatie en economie. Hetgeen niet wegneemt dat de cittaslow waarden, die in het DNA van de gemeente zijn opgesloten, ook door de andere beleidsvelden werden gehanteerd. Voor nieuwe medewerkers in de organisatie is in 2024 een onboardingsprogramma ontwikkeld. In dit programma is het element Cittaslow nadrukkelijk opgenomen. 4. Faciliteer enthousiast en versterk het ambassadeursnetwerk: Het ambassadeursnetwerk Cittaslow Eijsden-Margraten kent inmiddels 39 ambassadeurs (ondernemers en instellingen) waarvan een kopgroep van ambassadeurs het voortouw nemen.

Als gemeente faciliteren we de benoemingsprocedure waarbij de kopgroep van nauw betrokken is en stimuleren/faciliteren we ambassadeursbijeenkomsten waarbij ambassadeurs veelal ook bij ‘elkaar in de keuken kunnen kijken’. 5. Continueer en versterk Cittaslow samenwerking in lijn 50 verband: Samenwerking vindt reeds plaats binnen Lijn 50 verband. Naast periodieke gezamenlijke collegeoverleggen waarin ook Cittaslow wordt geagendeerd vindt er ook regelmatig een burgemeestersoverleg Cittaslow Lijn-50 plaats. De burgemeester neemt hierbij samen met de portefeuillehouder (vrijetijds)economie aan deel. Vraag 6: Pag. 40: “Het stimuleren van fietsgebruik onder medewerkers is belegd bij de afdeling HRM. Sinds 2024 beschikt de gemeente over een leasefietsplan waar medewerkers gebruik van kunnen maken. Regelmatig wordt deze arbeidsvoorwaarde gepromoot binnen de organisatie. Antwoord: Onze gemeente beschikt inderdaad over een leasefietsplan dat wij actief promoten. Vraag 7: Hoeveel medewerkers maken gebruik van het fietsleaseplan? Antwoord: Momenteel maken 33 medewerkers gebruik van het fietsleaseplan. 31 fietsen zijn uitgeleverd 2 moeten nog worden uitgeleverd. Vraag 8: Pag.

43: “Vanuit dit inspiratiekader worden vervolgens gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s ontwikkeld, waarin de verschillende beleidsvelden en opgaven concreet en in samenhang worden opgepakt.” Dit klinkt alsof het inspiratiekader de functie van een visie moet overnemen? Wat is dan de (legale) status van dit inspiratiekader? Antwoord: In het aankomende raadsvoorstel wordt de officiële status van het inspiratiekader verduidelijkt.

Pagina 3 van 24

Vraag 9: Wordt hier met “gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s” uitvoeringsprogramma’s in de zin van de Omgevingswet bedoeld? Antwoord: De precieze vorm van de uitvoeringsprogramma’s is nog niet bekend. Deze wordt na vaststelling van het Inspiratiekader verder onderzocht. Vraag 10: Pag 47 : “Bij het vaststellen van de 1e Burap 2025 heeft uw raad budget beschikbaar gesteld voor de realisatie van 24 tijdelijke (flexibele) woningen door Wonen Limburg in Margraten. Realisatie hiervan is voorzien medio 2026.” Om welke woningen gaat het hier specifiek? Antwoord: Het gevraagde budget had betrekking op het bouw- en woonrijp maken van het 3e sportveld in Margraten voor de realisatie van 20 tijdelijke sociale huurwoningen. Dit project heeft geen doorgang kunnen vinden, omdat VV Margraten, in tegenstelling tot haar eerdere berichten, dit 3e veld alsnog nodig bleek te hebben en de vereniging zich beriep op een geldend huurcontract voor dit sportveld.

Vraag 11: Programma 1; Kwaliteit van leven 1.1 Een inclusieve samenleving (pagina 17), ‘continueren vroegsignalering schuldenproblematiek’ De voortgangsindicator staat op groen. Hoe is getoetst of inwoners de gemeente steeds sneller gevonden hebben met hulpvragen betreffende schuldenproblematiek? Antwoord: Door de dienstverlening laagdrempelig en dichter bij de inwoner te organiseren, zoals bijvoorbeeld de spreekuren van de Kredietbank bij de bibliotheken te houden, zien wij een toename in hulpvragen. Door verder de vroegsignalering te continueren kunnen wij eerder inzichtelijk krijgen wanneer een inwoner mogelijke betalingsachterstanden heeft. Vraag 12: Kunnen we er dan nu ook vanuit gaan dat er een publieksgerichte campagne (zoals bedoeld in onze motie Vroegsignalering bij schuldenproblematiek en toegezegd tijdens de behandeling van de schriftelijke vragen bij de dialoogvergadering Samenleving van 3 november 2025) heeft plaatsgevonden? Antwoord:

Pagina 4 van 24

Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen hebben wij aangegeven dat de campagne in 2026 zal plaatsvinden. Wij gaan hier de komende tijd mee aan de slag, waarbij wij ook extra gaan communiceren rondom de week van de armoede (12-16 oktober). Vraag 23: Sociaal domein De rapportage geeft aan dat zorgkosten onder druk staan door groeiende vraag. Welke concrete maatregelen neemt het college om deze groei te beheersen? Antwoord: Om de groei van de zorgkosten te beheersen wordt ingezet op het versterken van de eigen kracht van inwoners, preventie en vroegsignalering, het vergroten van de inzet van algemene en voorliggende voorzieningen en het integraal benaderen van hulp- en ondersteuningsvragen. Hiermee wordt beoogd de instroom in maatwerkvoorzieningen te beperken en waar mogelijk uit te stellen. Daarnaast wordt gestuurd op rechtmatigheid en doelmatigheid via monitoring van instroom, doorstroom en uitstroom en vindt waar nodig bijsturing plaats binnen de planning- en controlcyclus. Samen dragen deze maatregelen bij aan het beheersbaar houden van de groei van de zorgkosten, binnen de beschikbare middelen en wettelijke kaders. Vraag 24: Hoe wordt gestuurd op uitstroom en zelfredzaamheid binnen de Participatiewet en Wmo? Antwoord: Wmo. Het Wmo-beleidsplan 2023-2026 geeft richting aan het versterken van de zelfredzaamheid en eigen kracht van inwoners.

Daarbij wordt ingezet op preventie, het waar mogelijk verantwoord afschalen van maatwerkvoorzieningen en de overgang naar algemeen toegankelijke voorzieningen en versterking van informele zorg. Hiermee wordt gestuurd op het vergroten van de zelfredzaamheid en het voorkomen of uitstellen van zwaardere ondersteuning, wat bijdraagt aan uitstroom uit Wmomaatwerkvoorzieningen. Participatiewet Binnen de Participatiewet wordt eveneens gestuurd op uitstroom en zelfredzaamheid op een voor de inwoner maximaal haalbaar niveau. Dat kan via (gesubsidieerd) werk, vrijwilligerswerk of andere vormen van maatschappelijke participatie. De klantmanagers van SEM begeleiden samen met onze ketenpartners, waar dit mogelijk is, richting uitstroom en zelfredzaamheid. Vraag 25: In hoeverre is de inzet op preventie daadwerkelijk meetbaar in besparing van zorgkosten? Antwoord: Binnen het sociaal domein wordt preventie ingezet om zwaardere ondersteuning en zorg zoveel mogelijk te voorkomen, uit te stellen of af te schalen. Daarbij wordt niet uitsluitend gestuurd op directe besparingen op zorgkosten, maar vooral op het beheersen van de groei van deze kosten. De effecten van preventieve maatregelen worden veelal pas op langere termijn zichtbaar en zijn daardoor niet altijd direct meetbaar of toe te schrijven aan een specifieke interventie.

Daarnaast wordt de ontwikkeling van de zorgvraag beïnvloed door diverse maatschappelijke en demografische factoren. Waar mogelijk monitoren wij de effecten van preventie aan de hand van indicatoren zoals zorggebruik, zelfredzaamheid, participatie, instroom in voorzieningen en het afschalen van zwaardere Pagina 5 van 24

maatwerkvoorzieningen. Deze indicatoren geven inzicht in de maatschappelijke effecten van preventie en kunnen op termijn bijdragen aan het beheersen van de zorgkosten. Vraag 26: Welke risico’s ziet het college bij de stabiliteit van jeugdzorgaanbieders en de continuïteit van zorg? Antwoord: Het college onderkent dat de stabiliteit van jeugdzorgaanbieders een belangrijk aandachtspunt is voor de continuïteit van de jeugdhulp. Zowel landelijk als binnen de Jeugdregio Zuid-Limburg is zichtbaar dat financiële druk, personeelstekorten en een toenemende vraag naar specialistische jeugdhulp risico’s met zich meebrengen voor de beschikbaarheid en continuïteit van zorg. Voor Eijsden-Margraten worden deze risico’s zoveel mogelijk beheerst binnen de regionale samenwerking van Jeugdhulp Zuid-Limburg. De regio heeft de afgelopen jaren maatregelen getroffen om de financiële gezondheid van aanbieders beter te beoordelen en gedurende de contractperiode actief te monitoren. Daarbij wordt gebruikgemaakt van financiële toetsing bij aanbestedingen, een Early Warning System en periodieke monitoring, zodat mogelijke problemen in een vroeg stadium worden gesignaleerd en tijdig kan worden ingegrepen. Het uitgangspunt is niet het uitsluiten van aanbieders, maar het voorkomen dat noodzakelijke zorg onverwacht wegvalt.

Daarnaast werkt de regio aan een robuust en divers zorglandschap, waarin de afhankelijkheid van individuele aanbieders wordt beperkt. Ook worden contractvoorwaarden aangescherpt ten aanzien van onder meer fusies, overnames en de financiële continuïteit van aanbieders. Hiermee wordt beoogd de risico’s voor gemeenten en jeugdigen te verkleinen en de beschikbaarheid van essentiële jeugdhulp duurzaam te borgen. Landelijk zijn eveneens maatregelen getroffen om de continuïteit van jeugdhulp beter te waarborgen. Het geactualiseerde Convenant Bevorderen Continuïteit Jeugdzorg en het vernieuwde draaiboek Continuïteit Jeugdzorg beschrijven de gezamenlijke werkwijze van gemeenten, aanbieders en toezichthoudende organisaties wanneer de continuïteit van zorg onder druk komt te staan. Hierdoor zijn rollen, verantwoordelijkheden en escalatieprocedures duidelijk vastgelegd, zodat jeugdigen passende hulp kunnen blijven ontvangen. Het college blijft de ontwikkelingen binnen de Jeugdregio Zuid-Limburg en de landelijke hervormingen nauwgezet volgen. Mocht zich bij een aanbieder een situatie voordoen waarbij de continuïteit van zorg in het geding komt, dan wordt gehandeld conform de regionale afspraken en het landelijke draaiboek, waarbij de continuïteit van de hulp aan jeugdigen altijd voorop staat.

Vraag 29: Omgevingswet en ruimtelijke ontwikkeling De implementatie van de Omgevingswet staat op oranje. Wat betekent dit concreet voor inwoners en vergunningverlening? Wat is de wettelijk termijn terzake? Antwoord: De implementatie van de Omgevingswet is goed verlopen. De nieuwe wet is 1 januari 2024 in werking getreden. De vergunningverlening gaat volgens het nieuwe stelsel en verloop naar tevredenheid. Deze staat op oranje omdat de implementatie nog bezig. o.a. voor de omgevingsvisie (vaststelling vóór 1 januari 2027) en het omgevingsplan (vaststelling vóór 1 januari 2032).

Pagina 6 van 24

Vraag 30: Verwacht het college vertraging in ruimtelijke projecten door de overgang naar het nieuwe stelsel? Antwoord: Er wordt geen vertraging verwacht door het nieuwe stelsel. Er zijn in de afgelopen periode (vanaf 1 januari 2024) al diverse procedures gevoerd onder het nieuwe stelsel. Deze procedures zijn tot nu toe naar tevredenheid verlopen. Aandachtspunt is de digitalisering; dit een landelijke voorziening waarbij we aandacht hebben voor het goed blijven laten doorlopen van procedures (ook onder de nieuwe vorm van STOP-TPOD). Vraag 31: Duurzaamheid en klimaat In hoeverre liggen de doelen richting een energieneutrale gemeente op schema richting 2050? Antwoord: Wij sturen op basis van het Uitvoeringsprogramma 2026–2030 voor energie, warmtetransitie en circulariteit. Jaarlijks rapporteren wij aan het college en de raad over de voortgang ten opzichte van de ambities zoals vastgelegd in de Visie en Strategie Energie, Warmtetransitie en Circulariteit. Het uitvoeringsprogramma wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt het programma bijgesteld. De eerste voortgangsrapportage op basis van het uitvoeringsprogramma

energie-, warmte en circulariteit wordt eind 2026 conform afspraak verwacht. Vraag 32: Hoe wordt de effectiviteit van subsidies en regelingen voor inwoners (zoals vergroenen en isolatie) gemeten? Antwoord: Op basis van de beschikbare subsidieprogramma's betreffende isolatie en vergroening, zal dit op het moment dat deze beschikbaar zijn voor onze inwoners, worden gemonitord en indien gewenst gerapporteerd. Vraag 33: Welke risico’s ziet het college door onzekerheid in landelijke stikstofmaatregelen voor lokale projecten? Antwoord: De brief inzake stikstofmaatregelen is ontvangen en de effecten ervan worden verkend. Vraag 34: Bestuur, dienstverlening en organisatie Op meerdere onderdelen (dienstverlening, participatie, WOO) staan indicatoren op oranje. Waar zit hier de grootste uitvoeringsdruk? Antwoord: Rondom dienstverlening verschuift de aandacht steeds meer naar de dienstverlening zoals inwoners, ondernemers en verenigingen die ervaren: vanuit één integrale klantreis, over teams en processen heen. Dit vraagt om voortdurende afstemming tussen organisatieonderdelen, verdere optimalisatie van processen en het versterken van de samenhang tussen fysieke, telefonische en digitale dienstverlening. Juist deze organisatiebrede samenwerking en de verbinding tussen verschillende kanalen en werkprocessen vragen blijvend aandacht en inzet.

Pagina 7 van 24

Voor wat betreft burgerparticipatie zijn in het coalitieakkoord afspraken gemaakt over burgerbetrokkenheid. Deze zullen in de begroting verder invulling krijgen De in tranche 2 geplande werkzaamheden Woo zijn nog niet uitgevoerd, doordat de landelijke inwerkingtreding is uitgesteld. Deze vertraging in landelijke ontwikkelingen heeft ertoe geleid dat de status op oranje is gezet. Vraag 35: In hoeverre is de organisatiecapaciteit (personeel, ICT, uitvoering) voldoende om alle ambities waar te maken? Antwoord: De uitvoeringsdruk verschuift vanwege diverse redenen. Door onverwachte uitval van personeel, (ziekteverzuim, het ontstaan van vacatures of wijzigingen in de inhuur) kan er uitvoeringsdruk ontstaan bij afdelingen waar dit zich voordoet. Ook een toename naar de vraag van een product kan leiden tot uitvoeringsdruk bijv. als er een toename is van WOO-verzoeken of vergunningen. Organisatiecapaciteit en ambities/opgaven dienen constant op elkaar afgestemd te worden. Ieder jaar maken wij een formatieplan afgestemd op wat nodig is om de taken te kunnen uitvoeren. Veranderen deze dan kijken wij allereerst of we dit binnen de afgestemde begroting (formatie) kunnen oplossen. Indien dit niet het geval is komen wij naar u als raad met een onderbouwd verzoek tot uitbreiding. Momenteel wordt het nieuwe coalitieakkoord bekeken en doorgerekend.

Deze doorrekening is voor de programmabegroting die wij in het najaar met uw raad zullen bespreken.

Vraag 36: Pagina 4: Bij Trendbreuk, gezondheid en preventie wordt nadrukkelijk verwezen naar SPUK/GALA-financiering. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat borging na 2026 aandacht vraagt. Welke activiteiten binnen Trendbreuk en het preventiebeleid vallen na 2026 weg, wanneer de Rijksmiddelen niet worden verlengd? Antwoord: SPUK/GALA In de SPUK/GALA zijn middelen opgenomen voor: Sportakkoord, buurtcoaches, leefomgeving, valpreventie, versterken sociale basis, mantelzorg, welzijn op recept, terugdringen gezondheidsachterstanden, kansrijke start, mentale gezondheid, aanpak overgewicht en obesitas, opgroeien in kansrijke omgeving en vroegsignalering alcoholproblematiek en daarnaast nog middelen voor de kennis en adviesfunctie van de GGD. Deze middelen worden niet meer uitgekeerd in de SPUK/GALA. De middelen voor het sportakkoord en de buurtcoaches worden vanaf 2027 via een aparte SPUK aan gemeenten toegekend. Daarnaast treedt vanaf 2027 het Aanvullend zorg en welzijn akkoord in werking. Op dit moment is nog niet bekend welke budgetten gemeenten gaan ontvangen. Wel is bekend dat de budgetten besteed Pagina 8 van 24

moeten worden aan: Mentale gezondheid, Vitaal ouder worden, Leefstijl, kansrijk opgroeien en gezondheidsachterstanden verminderen en voorkomen. Onder ieder thema zijn de z.g.n. basisfunctionaliteiten uitgewerkt (bewezen interventies) die gemeenten in moeten gaan zetten. Wanneer er meer duidelijkheid is over inhoud en budget wordt uw raad apart geïnformeerd. Vraag 37: Pagina 5: Welke meetbare duurzaamheidsresultaten zijn in 2026 tot nu toe gerealiseerd en hoe verhouden deze zich tot de gestelde doelstellingen voor 2030? Antwoord: Wij sturen op basis van het Uitvoeringsprogramma 2026–2030 voor energie, warmtetransitie en circulariteit. Jaarlijks rapporteren wij aan het college en de raad over de voortgang ten opzichte van de ambities zoals vastgelegd in de Visie en Strategie Energie, Warmtetransitie en Circulariteit. Het uitvoeringsprogramma wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt het programma bijgesteld. De eerste voortgangsrapportage op basis van het uitvoeringsprogramma

energie-, warmte en circulariteit wordt eind 2026 conform afspraak verwacht. Vraag 46: Pagina 19: “SEM ondersteunt de inwoners met de inkomensvoorziening en re-integratie.” Hoeveel inwoners zijn in 2025 en 2026 vanuit een uitkeringssituatie duurzaam uitgestroomd naar werk en hoe verhoudt dit zich tot de doelstellingen van het college? Antwoord: In 2025 zijn 16 inwoners uitgestroomd naar werk, in 2026 tot nu toe 6. Het college beoogt dat een inwoner die instroomt in de Participatiewet, uiteindelijk ook uitstroomt naar (gesubsidieerd) werk. Wij constateren echter dat de doelgroep in de Participatiewet vaker een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Wij blijven altijd redeneren vanuit de mogelijkheden van de inwoner in de zoektocht naar een passend re-integratietraject. Vraag 48: Pagina 59: We starten met de invoering van de 1%-regeling voor kunst in de openbare ruimte, in samenwerking met de afdeling Openbare Ruimte. Hoe worden de inwoners betrokken bij de toepassing van deze 1%-regeling? Antwoord: Inwoners worden via een participatietraject actief betrokken bij de toepassing van de 1%-regeling. Via een open oproep wordt een groep omwonenden geworven, die gedurende het hele proces een tijdelijke culturele adviescommissie vormt. Deze commissie brengt eerst wensen, vragen en behoeften van de buurt in kaart.

Op basis daarvan wordt een open call uitgezet voor culturele professionals. De adviescommissie selecteert een top 3 van inzendingen, waarna deze verder worden uitgewerkt. Vervolgens kiest de adviescommissie haar favoriet. Deze keuze is bindend en bepaalt welke culturele invulling of welk kunstwerk wordt gerealiseerd. Vraag 48a: Pagina 104: Het afkoppelen van hemelwater stimuleren: impuls geven aan regentonnenactie, ontstenen/vergroenen tuinen en Water in Balans. Loopt de regentonnen actie ook in 2026? Zo nee, waarom wordt het dan in de titel genoemd? Pagina 9 van 24

Antwoord: Nee, regenton actie loopt niet in 2026. Ipv van deze actie hebben we een ruimere actie namelijk de stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater. De aanschaf en aansluiten van een regenton, maakt hier onderdeel van uit. Vraag 49: Pagina 151: In 2026 ligt de focus op het verbetering van de bereikbaarheid van teams en het verbeteren dienstverlening naar inwoners, college en raad. Kunt u specifieker beschrijven welke stappen we willen maken en welke stappen hebben in 2026 al gemaakt. Antwoord: De dienstenhuizen binnen de teams hebben geleid tot duidelijk belegde verantwoordelijkheden en vormen daarmee een stevige basis voor de verdere ontwikkeling van onze dienstverlening. Vanuit deze werkwijze zijn ook klanttevredenheidsonderzoeken gestart. De eerste resultaten zijn positief en bieden waardevolle inzichten. Daarom wordt onderzocht hoe deze onderzoeken breder binnen de verschillende teams kunnen worden ingezet om de dienstverlening continu te verbeteren. Tegelijkertijd werken wij aan het versterken van de telefonische bereikbaarheid van de teams. Hiervoor is een nulmeting uitgevoerd, die inzicht geeft in de huidige prestaties en concrete aanknopingspunten biedt voor verbetering. Op basis hiervan worden gerichte maatregelen uitgewerkt om de bereikbaarheid verder te verbeteren. Daarnaast is een project gestart om de bestuurlijke besluitvorming verder te professionaliseren.

Binnen dit project wordt gewerkt aan een hogere kwaliteit en meer uniformiteit van de bestuurlijke advisering, ondersteund door heldere afspraken over rollen, samenwerking en het besluitvormingsproces. De beoogde verbeteringen worden in het najaar van 2026 doorgevoerd. De ingezette verbeteringen combineren we nu met de ambities uit het nieuwe coalitieakkoord. Vraag 49a: Programma 4: Woningbouw naar behoefte en openbare ruimte Rood (R): 1 indicator (uitvoering geven aan de woningbouwopgave). Kunt U over de uitvoering nog nadere informatie geven? Antwoord Het aantal gerealiseerde woningen is de afgelopen jaren enigszins achtergebleven bij de geraamde aantallen. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat een aantal woningbouwplannen vertraagd is. Voorbeeld is het woningbouwplan in Oost-Maarland waartegen beroep is ingesteld en het plan voor een appartementencomplex aan de Kapelkesstraat in Eijsden waarvoor weliswaar een Omgevingsvergunning is verleend, maar nog niet gestart is met de feitelijke bouw. De cijfers op basis waarvan de raming van de op te leveren woningen gemaakt was, bevatten ook een (groot) gedeelte particuliere bouwers. Hiervan blijkt dat vaak een principe-verzoek wordt ingediend, maar dit niet opgevolgd wordt door een vergunningaanvraag.

En als er wel een vergunning verleend wordt, dan wordt vaak niet gestart met de bouw, hetgeen wellicht een gevolg is van de hoge bouwkosten.

Pagina 10 van 24

Vraag 50: H1.7. Mantelzorg. Kunt u uitleggen waar de kosten nu heen gaan en welke acties u onderneemt om de kosten onder het budgetplafond te houden zonder dat u mantelzorgende inwoners tekort doet? Antwoord: Het budget is bedoeld voor de uitvoering van het mantelzorgcompliment. Conform de verordening bedraagt het mantelzorgcompliment maximaal € 200 per aanvrager die aan de voorwaarden voldoet. Op basis van de ervaringen uit voorgaande jaren is het beschikbare budget toereikend om de regeling uit te voeren en het maximale bedrag uit te keren aan alle rechthebbende aanvragers. Er is dan ook geen sprake van een noodzaak om aanvullende maatregelen te treffen om de kosten onder een budgetplafond te houden. De uitgaven zijn afhankelijk van het aantal aanvragen dat voldoet aan de voorwaarden van de regeling. Vraag 55: Welke meetbare resultaten moeten eind 2026 gerealiseerd zijn voor dit budget? Antwoord: Er zijn binnen dit budget geen specifieke, meetbare KPI's vastgesteld. De belangrijkste resultaten en activiteiten waarop momenteel wordt gestuurd zijn de vaststelling van het Inspiratiekader buitengebied Eijsden – Margraten, de ontwikkeling van een vervolgtraject en de bijdrage aan de totstandkoming van een kenniscentrum voor biobased bouwen.

Vraag 56: Hoeveel ondernemers verwacht het college deel te laten nemen aan nieuwe verdienmodellen? Antwoord: Momenteel lijken de meest kansrijke nieuwe verdienmodellen de productie van groen gas en de teelt van biobased materialen. Voor beide ontwikkelingen hebben zich al ondernemers gemeld die interesse hebben om hieraan deel te nemen. Daarnaast hebben enkele ondernemers inmiddels een intentieverklaring ondertekend om dit jaar al biobased gewassen te telen. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van de agrarische sector betreft dit niet uitsluitend ondernemers uit Eijsden-Margraten maar ook ondernemers uit omliggende gemeenten. Het exacte aantal deelnemers is op dit moment nog niet vast te stellen. Verwacht wordt dat het aantal deelnemers verder zal groeien naarmate deze initiatieven succesvol blijken.

Vraag 57: Hoe wordt voorkomen dat landbouwmiddelen opgaan in bredere trajecten rondom recreatie, natuur of gebiedsontwikkeling of hoe wordt dit in elk geval inzichtelijk gemaakt? Antwoord: Budgetten die aan een specifiek thema zijn toegekend, worden uitsluitend voor dat doel ingezet. De budgethouder bewaakt de besteding van de beschikbare middelen en ziet erop toe dat deze conform de vastgestelde begroting en het beoogde thema worden besteed. Vraag 58: P32 – Bermenbeheer Als het bermenbeleid in 2026 gecontinueerd wordt, wordt dan eerst het beleidsplan nog opnieuw geëvalueerd en eventueel aangepast voordat we het opnieuw aanbesteden? En zo ja, hoe en Pagina 11 van 24

wanneer gaan we evalueren, op welke onderdelen, wie gaat deelnemen en worden inwoners en natuurinstanties ook betrokken? Antwoord: In 2026 wordt ons bermenbeleid geëvalueerd door een onafhankelijke externe partij die aantoonbare expertise heeft op dit onderwerp. De daaruit voortkomende rapportage wordt verwacht in Q3 2026. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek wordt bepaald of er onderdelen zijn binnen ons bermenbeleid die herziening behoeven. Vraag 59: Zijn er risico's geconstateerd voor verkeersveiligheid als gevolg van extensiever maaibeheer? Antwoord: Daar waar risico's zijn geconstateerd door het extensiever maaibeheer hebben medewerkers van de buitendienst met de bosmaaier gemaaid. Het gaat hier meestal maar om kleine stukjes berm op kruisingen waar het hoge gras het overzicht ontneemt. Vraag 60: P33 – Beheer van landschap met inzet van verdienmodellen Welke meetbare doelen voor biodiversiteit, landschapsbeheer én inkomen voor agrariërs hanteert u op dit moment of denkt u aan? Antwoord: Om in aanmerking te komen voor de op pagina 33 van Natuurlijk Limburg beschreven subsidies, moet worden voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen binnen de verschillende maatregelpakketten. Per subsidieregeling gelden specifieke vereisten waaraan een aanvraag moet voldoen voordat subsidie kan worden toegekend.

Vraag 61: Waarom wordt actualisatie van de beschermde landschapselementen pas meegenomen in het omgevingsplan van 2031 Antwoord: Hier moet onderscheid gemaakt worden in het voorbereidend werk en de daadwerkelijke uiterlijke vaststelling. De inventarisatie, oftewel de actualisatie van het register landschapselementen vindt uiteraard eerder dan 2031 plaats, anders kan informatie hieruit niet meegenomen worden in het omgevingsplan. 2031 is het beoogde jaar van vaststellen van het omgevingsplan. Vraag 62: Welke concrete resultaten zijn bereikt in hectares, kilometers heggen, graften of hoogstamboomgaarden en welke resultaten verwacht het college vóór 2030 op dit vlak en op het vlak van biodiversiteit? Antwoord: In het afgelopen aanplantseizoen (winter 2025-2026) zijn onder de regeling Subsidie kleine landschapselementen 25 aanvragen voor aanplant gehonoreerd. Tezamen zijn onder deze aanvragen 364 bomen (hoogstamfruitbomen en solitaire bomen) en 9.795 stuks bosplantsoen t.b.v. aanplant van hagen gefinancierd. Wij verwachten dat de regeling zo populair blijft. Vanzelfsprekend heeft de uitvoering van deze regeling een positief effect op de biodiversiteit. Daarbij zal de biodiversiteit van ieder landschapselement toenemen naarmate deze langer bestaat.

Pagina 12 van 24

Vraag 64: Op basis waarvan concludeert het college dat verruiming van de regeling “voor de hand ligt”? Antwoord: De budgetten die hiervoor door het Rijk beschikbaar gesteld worden gaan fors omhoog. Vraag 65: Hoe wordt gecontroleerd dat gesubsidieerd beheer daadwerkelijk wordt uitgevoerd? Antwoord: De gemeente subsidieert zelf geen beheer van groen bij derden en heeft daarom ook geen taak in de controle van de uitvoering. Deze taken zijn ondergebracht bij coöperatie Natuurrijk Limburg. Vraag 66: Zijn er al businesscases opgesteld voor vezelteelt of regeneratieve landbouw? Antwoord: Voor regeneratieve landbouw zijn cursussen georganiseerd door Bocage landschap, waarbij deelnemers de opgedane kennis direct toepassen op hun eigen bedrijf. Inmiddels is de tweede lichting gestart. Daarnaast lopen er al samenwerkingen met verschillende agrariërs op het gebied van vezelteelt. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de teelt van biobased gewassen, maar ook naar de verdere ontwikkeling en versterking van de gehele keten. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van de agrarische sector zijn de deelnemers niet uitsluitend afkomstig uit Eijsden – Margraten.

Vraag 67: Hoeveel agrariërs hebben aangegeven hierin geïnteresseerd te zijn? En zo ja, hoe en wanneer gaan we evalueren, op welke onderdelen, wie gaat deelnemen en worden inwoners en natuurinstanties ook betrokken? Antwoord: Een aantal agrariërs heeft aangegeven hierin geïnteresseerd te zijn. Er is echter geen breed onderzoek uitgevoerd om vast te stellen hoeveel agrariërs hier precies belangstelling voor hebben. Daarnaast worden, mede vanuit de AVG, geen gegevens gedeeld over welke agrariërs deelnemen aan specifieke projecten. Naar verwachting zal de belangstelling verder toenemen naarmate beide onderwerpen zich verder ontwikkelen. Indien daar aanleiding toe is, kan op een later moment worden bezien of vervolgstappen wenselijk zijn. Er zijn 30 actieve deelnemers aan de regeneratieve Landbouwcursus. Vraag 68: Wordt voorlichting over regeneratieve landbouw verzorgd door onafhankelijke deskundigen of door organisaties met een specifiek belang? Antwoord:

Pagina 13 van 24

Onafhankelijke deskundigen worden ingehuurd door de onafhankelijke organisatie Parkbureau Bocage. Hierdoor vindt de inzet van expertise op een onafhankelijke en objectieve wijze plaats.

Vraag 69: P34 – lokaal actieplan´transformatie van de landbouw’ Hoe zorgt het actieplan ervoor dat landbouwontwikkeling bijdraagt aan behoud van het unieke ZuidLimburgse cultuurlandschap in plaats van aan verdere schaalvergroting? Antwoord: De uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in het Inspiratiekader Buitengebied EijsdenMargraten. Hierin is beschreven hoe landbouwontwikkeling kan bijdragen aan het behoud en de versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied. Daarbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de waarden van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Voor de verdere uitwerking wordt verwezen naar het Inspiratiekader. Vraag 70: Op welke manier draagt het actieplan bij aan het behoud van gezinsbedrijven die een belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van onze kernen? Antwoord: Het Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten heeft als doel inspiratie en richting te geven aan de wijze waarop nieuwe initiatieven kunnen bijdragen aan de kwaliteit en ontwikkeling van het buitengebied. Vraag 71: Welke concrete verbeteringen verwacht het college in 2026 en 2027, en waarom ontbreken deze doelstellingen momenteel in de bestuursrapportage? Antwoord: Het is niet duidelijk waar deze vraag op doelt.

Vraag 72: Kan het college aangeven hoeveel agrarische bedrijven volgens haar visie in 2035 of 2040 nog economisch gezond kunnen opereren binnen Eijsden-Margraten en hoe het actieplan daaraan gaat bijdragen? Antwoord: Het college kan hierover op dit moment geen concrete voorspellingen doen. De stikstofbrief van het Rijk is pas ontvangen, de effecten hiervan worden verkend. Door de voortdurende veranderingen in wet- en regelgeving is het lastig om een betrouwbaar beeld te geven van de toekomstige ontwikkelingen. Wel werkt het college momenteel aan een economische visie, waarin ook kansen voor de agrarische sector worden benoemd. In combinatie met het Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten willen we samen met de agrarische sector verkennen waar kansen liggen en op welke manier de gemeente kan ondersteunen en faciliteren. Vraag 73: P35 – Vrijetijdseconomie in balans met landschap en leefomgeving Pagina 14 van 24

Kunt u ons een voorbeeld geven van elk thema (1. Sterkere positionering 2. Heldere profilering 3, inzetten van pijlers…) Antwoord: 1. Sterke positionering: We vormen samen met Lijn-50 de meest authentieke Cittaslowregio(gemeenten) van Nederland. 2. Heldere profilering: Zichtbaar o.a. via het vijfsterrenlandschap, streekgastronomie, cultuur en erfgoed, Grote (DNA) Verhalen en onze grensligging. 3. Inzetten van de vijf pijlers van de visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’: 1. Kwaliteit, 2. Verleiden, 3. Beleving, 4. Vernieuwing, 5. Ondernemerschap. Vraag 74: Hoe meet het college de ervaren druk van toerisme op inwoners? Antwoord: De ervaren druk van toerisme wordt niet gemeten. Vraag 75: Wanneer vindt het college dat toeristische groei niet langer wenselijk is? Antwoord: Het college wil vooral inzetten op kwalitatieve groei. Vraag 76: Welke signalen van inwoners worden meegenomen bij het beoordelen van nieuwe initiatieven? Antwoord: Participatie vindt plaats doordat initiatiefnemers voorafgaand zelf omwonenden moeten informeren. Tijdens de procedure wegen wij bij de behandeling van officiële zienswijzen ingebrachte signalen integraal en objectief mee. Vraag 77: Hoe worden leefbaarheidseffecten gemonitord? Antwoord: De leefbaarheidseffecten worden niet gemeten.

Vraag 78: Bij vrijwel alle onderdelen ontbreken meetbare voortgangsindicatoren en concrete prestatieindicatoren. Bent u van plan die alsnog te maken? Antwoord: We onderzoeken de mogelijkheden om te komen tot relevante, meetbare indicatoren. Vraag 79: Welke onderdelen dragen aantoonbaar bij aan de leefbaarheid van inwoners? Antwoord: In het kader van toerisme, recreatie en verblijf wordt het effect op de leefbaarheid niet gemonitord. Vraag 80: Welke onderdelen dragen aantoonbaar bij aan behoud van landschap en natuur? Pagina 15 van 24

Antwoord: In het kader van toerisme, recreatie en verblijf wordt het effect op het behoud van landschap en natuur niet gemonitord. Vraag 81: P36 – regionaal afwegingskader vestiging verblijfsaccommodaties & lokaal beleids-afwegingskader Er wordt gewerkt aan een lokaal beleids- en afwegingskader voor verblijfsaccommodaties. Welke problemen moet dit kader oplossen? Antwoord: Het lokaal afwegingskader verblijfsrecreatie biedt straks een hulpmiddel voor het indienen van een initiatief en maakt het beoordelen ervan eenvoudiger. Vraag 82: Wie geeft input voor het kader (adviesbureau, eigenaars verblijfsaccommodaties, inwoners, …)? Antwoord: Doormiddel van participatie wordt tijdens het proces input verkregen voor de ontwikkeling van het afwegingskader. Gedurende de voorbereiding worden hierbij betrokken een ambtelijke brede klankbordgroep (RO, VVTH, VTE, Erfgoed, Landschap en Landbouw), en belanghebbende zoals bijvoorbeeld visit Zuid Limburg en VTE groep Zuid Limburg. Op basis van deze input stelt uw raad de kaders vast. Vraag 83: Is de gemeente op de hoogte van o.a. illegale vakantiewoningen die via AirB&B worden verhuurd en wordt daar actie op ondernomen? Antwoord: Niet concreet op dit moment. In voorkomende gevallen zullen wij op basis van officiële meldingen van mogelijk illegale activiteiten altijd actie ondernemen.

Vraag 84: Welke criteria worden gehanteerd voor nieuwe vakantieverblijven? Antwoord: De basis voor toetsing is het geldende omgevingsplan. Daarnaast zullen de criteria van het nog vast te stellen afwegingskader Verblijfsrecreatie worden gehanteerd. Het door de raad vast te stellen Inspiratiekader Buitengebied biedt straks op hoofdlijnen ook al input voor integrale afweging. Vraag 85: Hoe wordt voorkomen dat vakantieverhuur ten koste gaat van woningen voor inwoners? Antwoord: In principe geldt dat er voor het realiseren van recreatiewoningen geen woningen mogen worden onttrokken uit de woningbouwvoorraad. In uitzonderlijke gevallen kan, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer de omzetting noodzakelijk is voor het behoud en de instandhouding van een rijksmonument. Vraag 86; P36 – toetsing vindt plaats door Limburg Cycling. Zij adviseren…’ Welke criteria hanteren wij als gemeente bij het al dan niet toelaten van wielerkoersen? Antwoord: Pagina 16 van 24

Hiertoe hanteren wij naast de algemene regels voor evenementen de criteria op basis van het Beleid Wielertoertochten Zuid-Limburg-Euregio. De belangrijkste voorwaarden zijn: vergunningplicht, maximum aantal tochten, spreiding in het weekend en groepsgrootte. We hebben wel hebben een wielerbeleid, waarin we verplichtingen opleggen voor spreiding van wielertochten. Er is géén groei in evenementen in onze gemeente. Het aantal wielertochten en zeker het aantal deelnemers in die tochten neemt zelfs af. De gewone evenementen zijn redelijk stabiel. Geen groei of krimp. Vraag 87: Wordt de onder inwoners ervaren overlast gemeten en wat zijn de resultaten? Antwoord: Indien u doelt op mogelijke overlast door wielertochten, deze wordt niet gemeten. Vraag 88: Als evenementendruk door inwoners als (te) groot wordt ervaren, welke instrumenten heeft de gemeente dan nog om in te grijpen. Antwoord: In het kader van de regionale visie Vrijetijdseconomie is spreiding een uitgangspunt. Vanuit vergunningen kan niet worden geweigerd puur op grond van gewenste ‘spreiding’. Dat is juridisch géén weigeringsgrond. Weigeren kan alleen op basis van bijvoorbeeld veiligheid.

Vraag 89: Hoe worden natuurgebieden en kwetsbare wegen beschermd tegen intensief gebruik? Antwoord: Natuurgebieden en kwetsbare gebieden zijn slechts beperkt toegankelijk en vaak geheel of gedeeltelijk gesloten voor sommige weggebruikers. Wandel/fiets- en mountainbikeroutes zijn zoveel als mogelijk gescheiden. Daarnaast wordt bij evenementen waar veel verkeer wordt verwacht vooraf gecommuniceerd om verkeer zoveel mogelijk te spreiden. Vraag 90: P36 Cittaslow Welke concrete resultaten heeft het Cittaslow-beleid de afgelopen jaren opgeleverd? Antwoord: Cittaslow is een overkoepelend gedachtegoed gericht op het vergroten van de kwaliteit van leven vanuit de kernwaarden Verbinding, Identiteit, Toekomstbestendigheid en Ambitie. Het werkt ten aanzien van leefbaarheid, landschap en lokale economie en wat er beter kan. Het gedachtegoed Cittaslow is dan ook meer dan een label. Het netwerk van lokale Cittaslow Ambassadeurs is een voorbeeld van hoe Cittaslow vanuit ondernemers en instellingen als tegenhanger van globalisering en de snelle levensstijl kan werken. Vraag 91: Hoe wordt het succes van het ambassadeursnetwerk gemeten? Antwoord: Samen met de kopgroep van ambassadeurs wordt er regelmatig afgestemd over de werking en het resultaat van het netwerk zelf en de rol (het al dan niet actief deelnemen) hierin door de ambassadeurs.

Hoewel er op dit moment geen harde netwerkcriteria bestaan is dit op dit moment onderwerp van bespreking binnen de kopgroep en wordt dit meegenomen bij de voorgenomen

Pagina 17 van 24

herijking van de beoordelingscriteria voor de benoeming van nieuwe ambassadeurs en als gedragscriteria voor bestaande ambassadeurs. Vraag 92: Welke aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek zijn inmiddels uitgevoerd? Antwoord: Zie antwoord op vraag 5. Vraag 94: Welke beleidskeuzes in 2025 zijn getoetst aan Cittaslow-principes en welke (voorziet u) in 2026? Antwoord: Bij het opstellen van visie- en beleidsdocumenten wordt rekening gehouden met de kernwaarden Cittaslow. (Verbinding, Identiteit, Toekomstbestendigheid en Ambitie). Zo zijn bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie Lijn-50 als bij het door de raad vast te stellen Inspiratiekader Buitengebied de kernwaarden van Cittaslow gehanteerd. Vraag 95: Wat merkt een inwoner concreet van de investering in Cittaslow? Antwoord: Zoals gesteld in het Rekenkameronderzoek zit Cittaslow weliswaar ‘verstopt in het DNA’ van EijsdenMargraten maar biedt het Cittaslow-keurmerk nog altijd een waardevolle houvast voor het bereiken van onze beleidsdoelstellingen gericht op de kwaliteit van het dagelijks leven van onze inwoners vanuit de kernwaarden. Het gaat niet alleen om het keurmerk, maar om concrete verbeteringen in de leefomgeving. Vraag 96: Als ondernemers wel zijn benoemd als ambassadeur, maar zich niet houden aan de criteria, hebben wij dat als gemeente dan inzichtelijk o.b.v.

monitoring en wanneer en hoe grijpen we in om het keurmerk te waarborgen? Antwoord: Voor zover het de criteria in het kader van de benoeming betreft ligt hier met name een taak bij de kopgroep ambassadeurs om samen met de gemeentelijke (ambtelijke) vertegenwoordiging de betreffende ambassadeur hierop aan te spreken. Zoals gesteld in het antwoord op vraag 91 zijn er op dit moment geen harde netwerkcriteria vastgesteld maar is dit wel onderdeel van bespreking binnen de kopgroep van ambassadeurs en wordt dit meegenomen bij de herijking van de beoordelingscriteria voor de benoeming van nieuwe ambassadeurs als gedragscriteria voor bestaande ambassadeurs. Vraag 97: Het college spreekt over een integrale aanpak waarin vrijetijdseconomie, landbouw, natuur, erfgoed en leefomgeving samenkomen. Kan het college een concreet voorbeeld noemen waarbij een economische ontwikkeling bewust is aangepast of beperkt om landschap, rust of leefbaarheid voor inwoners te beschermen? Antwoord: Bij de ontwikkeling van plannen wordt zowel ambtelijk breed als door de initiatiefnemer gedurende het proces waar nodig gekeken naar mogelijke aanpassingen om zowel het landschap en de leefbaarheid/omgevingskwaliteit te waarborgen. Vraag 98: Pagina 18 van 24

H3. Duurzaamheid en klimaatverandering P 39 – algemeen De bestuursrapportage noemt als doel het voortzetten van "Zorgeloos Zonnepanelen", "Plus je Huis" en "Dubbel Duurzaam", terwijl vervolgens staat dat deze projecten al eind 2023 zijn afgerond. Wat wordt er nu bedoeld een waarom staat het er nu nog? Antwoord: Deze projecten zijn al in 2023 afgerond en daarmee wordt bedoeld dat inwoners tot 2023 van deze diensten gebruik hebben gemaakt. Betreffende (beleids)tekst stamt uit het bestuursakkoord 2022-2026 waardoor dit bij elk p&c product terug moet komen komt. Vraag 99: Welke concrete voordelen merken inwoners in 2026 van de €224.982 die aan dit programma wordt besteed? Antwoord: Het saldo van € 224.982 is geen last maar een opbrengst die met name wordt veroorzaakt doordat de opbrengst afvalstoffenheffing / reinigingsrechten onderdeel is van dit programma. Vraag 101: Kan het college drie concrete duurzaamheidsprojecten noemen die in 2026 daadwerkelijk worden gerealiseerd, en dus niet sec voorbereid, onderzocht of gecommuniceerd? Antwoord: Duurzame renovatie grondstoffenpark, de Fremme. Start Nationaal programma Isolatie voor bestaande woningen in onze gemeente (LAI). Fysiek energieloket voor de gemeente Eijsden-Margraten, als eerste in de kern van Eijsden.

Vraag 102: P40 Gemeentelijk vastgoed Waarom wordt als uitgangspunt slechts energielabel C gehanteerd en niet hoger? Antwoord: In lijn met de wettelijke verplichting dat kantoorgebouwen per 1 januari 2023 minimaal dienen te beschikken over energielabel C en rekening houdend met de huidige samenstelling van de gemeentelijke vastgoedportefeuille, is vorig jaar de koers ingezet om in eerste instantie de vastgoedobjecten met energielabel D of lager aan te pakken. Vooruitlopend op een mogelijke verdere aanscherping van de energielabeleisen richting 2030 door het ministerie, anticiperen we hierop en zullen de vastgoedobjecten waar mogelijk in één keer verduurzamen naar energielabel A of hoger. Hiermee wordt voorkomen dat op korte termijn aanvullende investeringen noodzakelijk zijn en wordt efficiënt invulling gegeven aan de verduurzamingsopgave van het gemeentelijk vastgoed.

Vraag 104: Hoeveel inwoners hebben gebruikgemaakt van de subsidieregelingen voor vergroening en afkoppelen? Pagina 19 van 24

Antwoord: Jaarrekening 2025: • Vergroening 26 aanvragen goedgekeurd • Afkoppelen: 6 aanvragen goedgekeurd. Vraag 105: Wat zijn de meetbare resultaten van deze regelingen? Antwoord: 869 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van het riool via de stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater 1128 m2 verhard oppervlak omgezet naar groen en 23 geplante bomen, vanuit de stimuleringsregeling vergroenen tuinen. Vraag 106: Welke dorpen cq plekken in de gemeente lopen volgens het college de grootste risico's op wateroverlast of droogte en welke maatregelen worden daar concreet genomen? Antwoord: We beschikken over een overstromingskaart/wateroverlastkaart. Daarnaast zijn we bezig met het opstellen van een nieuw basisrioleringsplan. Uit dit plan komen knelpunten naar voren ten aanzien van kwalitatieve en kwantitatieve problemen. Deze knelpunten worden opgenomen in het nieuw op te stellen GRP (gemeentelijk rioleringsplan) dat in 2028 aan de raad ter vaststelling wordt voorgelegd. Op dit moment wordt gewerkt aan:

• • •

Noordal (project Liquid Commons) Bemelen (afstromingsgebied Sibbersloot en Gasthuis/Terblijt) Termaar

In het afstromingsgebied Termaardergrub wordt een hydrologische toets gedaan. Zoals u in ons vastgestelde klimaatadaptatieprogramma uit 2023 kunt zien zijn er in onze gemeente geen specifieke droogteproblemen, maar streven wij in zijn algemeenheid naar het langer vasthouden van regenwater en infiltreren om in de toekomst verdroging te voorkomen.

Vraag 107 P42 – Luchtkwaliteit Waarom staat als gemeentelijke doelstelling "een aanpak stikstofreductie uitwerken", terwijl vervolgens wordt aangegeven dat de gemeente geen besluitvormende rol heeft? Antwoord: De titel komt voort uit het Bestuursakkoord 2023-2026. Toen was nog niet bekend dat de provincie deze rol ging vervullen.

Vraag 108: ‘Verdere uitwerking van een visie op toeristisch-recreatieve accommodaties’: wat is het verschil met lokaal afwegingskader vestiging verblijfsaccommodaties? Antwoord: Er is inderdaad geen verschil. We spreken over een lokaal afwegingskader Verblijfsrecreatie. Pagina 20 van 24

Vraag 109: P43 – Inspiratiekader Buitengebied Eijsden–Margraten Als gekozen wordt voor een integrale benadering in het Inspiratiekader Buitengebied, waar landbouw, landschap, toerisme, economie, water en duurzaamheid in samenhang worden uitgewerkt. Wat is de reden om de visie landbouw te integreren, maar woningbouw dan niet ook mee te nemen in een alomvattende visie en zo een compleet beeld te schetsen van de gehele leefomgeving in E-M? Antwoord: Ook woningbouw in het buitengebied is één van de beleidsvelden die is meegenomen in het Inspiratiekader. Daarbij is gekeken naar de rol en ontwikkeling van wonen binnen het buitengebied in samenhang met andere ruimtelijke opgaven. De kernen en de bredere leefomgeving vallen buiten de scope van het Inspiratiekader. Deze worden vanuit andere beleidsdoelstellingen en vraagstukken benaderd. Voor de integrale afweging van alle ontwikkelingen binnen de gemeente wordt verwezen naar de Omgevingsvisie, die een overkoepelend en alomvattend kader vormt. Vraag 110: Welke status krijgt het Inspiratiekader en hoe verhoudt het zich dan tot de OmgevingsvisieLijn50 en andere strategische plannen? Antwoord: De omgevingsvisie Lijn50 is vastgesteld op grond van de Omgevingswet. Het inspiratiekader is een deelvisie van de omgevingsvisie.

Vraag 111: Kan het college aangeven hoe het Inspiratiekader Buitengebied concreet bijdraagt aan: • behoud van het karakteristieke landschap; • toekomstperspectief voor agrariërs; • leefbaarheid van de dorpen; • biodiversiteit? Antwoord: Deze onderwerpen vormen de kern van het Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten. Het inspiratiekader beschrijft de visie en uitgangspunten voor een vitaal buitengebied, waarbij behoud van het karakteristieke landschap, een toekomstbestendige landbouw, leefbare dorpen en versterking van de biodiversiteit in samenhang worden benaderd. Voor de concrete uitwerking en onderbouwing wordt verwezen naar het Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten. Vraag 112: H4. Wonen Op pagina 49 wordt aangegeven “zoals bekend bedraagt onze woningbouwopgave tot 2030 ruim 1000 woningen”. Uitgaande van circa 2,1 inwoner heden per woning, maar rekening houdend met een verdunningseffect naar 1,8 inwoner per woning, zou dit kunnen resulteren in een bevolkingsaanwas van 1800 inwoners. Momenteel heeft de gemeente 26.034 inwoners, dit zou derhalve een toename van circa 7% impliceren tot 2030. Volgens het CBS is de voorspelling dat de bevolking van onze gemeente tot 2035 met maximaal 2,5% zal groeien (gemiddeld een stabiel beeld).

Over de afgelopen 10 jaar (periode 2014 – 2024) is het inwoneraantal van de gemeente met slechts 1,9% toegenomen van 25.549 naar 26.034 inwoners. Volgens het planbureau voor de leefomgeving is de bevolkingsgroei voor heel Nederland tot 2035 één miljoen inwoners extra (van 18 naar 19 miljoen

Pagina 21 van 24

inwoners), oftewel circa 5 – 6% over een periode van negen jaar, neerkomend op een groei van ongeveer 2,2 – 2,7% tot aan 2030, gedurende een periode van 4 jaar. Welke harde feiten maken dat de gemeente Eijsden-Margraten inzet op een groei in het aantal inwoners voor de komende 4 jaar (7%) van bijna het driedubbele van het landelijk gemiddelde percentage (2,5%)? Antwoord: Vooropgesteld is de bevolking in de periode 2014-2024 in onze gemeente niet met 485 maar met 950 inwoners gegroeid (25.084 inwoners op 1-1-2014 en 26.034 op 1-1-2024 volgens opgaven CBS). Volgens CBSopgave bedraagt het aantal inwoners in onze gemeente op 1-1-2026 inmiddels 26.368 inwoners. Voornoemde stijgingen zijn een gevolg van een positief migratiesaldo (geboorte versus sterfte en instroom versus uitstroom). Het migratiesaldo is met name gegroeid door een toename van het aantal instromers. Dat is vooral veroorzaakt dat wij in de periode van een zeer behoudend woningbouwbeleid (2012-2020), vanwege de aanwezigheid van harde plancapaciteit (Poelveld, Bloesemgaard fase 1, Rijksweg Cadier en Keer, Banholt en Sint Geertruid) wel woningen konden bouwen, zonder leegstandsgroei van onze woningvoorraad. Op basis van ons woonbehoefteonderzoek dat in 2022 is afgerond, moet onze woningvoorraad t/m 2030 met ca. 1.000-1.100 woningen toenemen, om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woonbehoefte binnen onze gemeente.

Dit aantal is berekend op een beleids-neutrale bevolkingsontwikkeling gebaseerd op de bevolkingssamenstelling in onze gemeente op 1-1-2022 en rekening houdende met de (verwachte) huisvestingsopgave voor bijzondere doelgroepen. Verwijzend naar de vraag is ons uitgangspunt niet om in te zetten op het bereiken van een bepaald groeipercentage van onze inwoners binnen een bepaalde termijn. Wij bouwen tot op heden nog altijd volgens de berekende prognose en achten een goede en ruimere planvoorraad, waarmee tijdig geanticipeerd kan worden op mogelijke economische ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de woonvraag, wenselijk. Zoals bekend duurt de realisatie van woningbouwplancapaciteit vlug 7 jaar, waardoor gemeente achter de feiten aanlopen. Gevolg is dat de woningvraag hoger is dan het – aanbod, hetgeen altijd een prijsopdrijvend effect heeft. Vooral starters worden hiervan de dupe, maar ook mensen die vanwege velerlei redenen moeten doorstromen. Schaarste aan plancapaciteit, waar het Rijk en de provincie jaren op hebben aangestuurd voor bepaalde regio's zoals Zuid-Limburg, zorgt voor het op slot raken van de woningmarkt met prijsopdrijvende effecten tot gevolg. Het is niet aan te bevelen om (wederom) hierop aan te sturen. Een (te) ruime plancapaciteit leidt niet automatisch tot een feitelijk overaanbod aan woningen. Een vrees dat veelal leeft.

Ontwikkelaars bouwen niet als de vraag naar (bepaalde) woningen ontbreekt. Hiermee lopen zij te veel financiële op. Vraag 113: Op pagina 49 wordt aangegeven “zoals bekend bedraagt onze woningbouwopgave tot 2030 ruim 1000 woningen”. Heden zijn er 11.000 woningen in de gemeente. Duizend extra woningen zou een toename van 9% betreffen over een periode van 4 jaar. Het rapport “Woningbouwopgave provincie Limburg” van de Zuidelijke Rekenkamer, uitgegeven in mei 2025 spreekt van een tekort aan woningen van slechts 2,1% voor Zuid-Limburg, waarbij tevens benadrukt wordt dat rond 2030 een tekort van 0% wordt verwacht.

Pagina 22 van 24

Waarom wordt in Eijsden-Margraten ingezet op een toename in het aantal woningen dat meer dan viermaal boven het volgens de Zuidelijke Rekenkamer benodigde percentage ligt? Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 112. Opgemerkt kan hierbij worden dat als Eijsden-Margraten in het verleden rekening had gehouden met de bevolkingsprognoses van het CBS, waar ook de door de Zuidelijke Rekenkamer verkregen prognoses zijn op gebaseerd, dan zou het niet onwaarschijnlijk zijn dat de woningmarkt in onze gemeente momenteel schrijnend zou zijn, gelet op het feit dat de huidige vraag naar (betaalbare) woningen nog altijd groter is dan het aanbod. In de afgelopen 10-15 jaar hebben wij meer gebouwd dan volgens eerdere woningbouwprognoses noodzakelijk zou zijn voor onze gemeente. Tot op heden is niet gebleken dat deze gerealiseerde woningbouw negatieve gevolgen heeft gehad voor de woningvoorraad in onze en naburige gemeenten.

Vraag 114: Kunt u uitleggen waarom er op pagina 49 allereerst gesproken wordt over een woningbouwopgave tot 2030 van ruim 1000 woningen, vervolgens over een totale capaciteit van 1657 woningen tot aan 2030 (bij 30% planuitval komt dit neer op 1160 woningen?) en tenslotte over een realisatiemogelijkheid van circa 2245 woningen tot aan 2034? Als de Zuidelijke rekenkamer over geen tekort na 2030 (in Zuid Limburg) spreekt, waarom wordt er dan geanticipeerd op een blijvende toename in het aantal te realiseren woningen? Antwoord In onze antwoorden op de vragen 112 en 113 wordt hier al op ingegaan. Het is nog afwachten of wij tot 2030 het geprognotiseerde aantal van circa 1.000 - 1.100 woningen gerealiseerd krijgen. Dat wij een grotere plancapaciteit aanbevelen dan (beleidsneutraal) is berekend, lichten wij in onze antwoorden op de vragen 112 en 113 toe. Met een grotere plancapaciteit dan feitelijk voor de verwachte woningbehoefte berekend is op basis van bepaalde toegepaste gegevens, creëren wij een dynamische planvoorraad waarmee tijdig kan worden ingespeeld op de kwantitatieve en kwalitatieve woonvraag. Dat wil niet zeggen dat wij onze plancapaciteit ongebreideld (kunnen) uitbreiden. De reden voor plancapaciteitsuitbreiding moeten wij kunnen onderbouwen en afstemmen met de (sub)regio en de provincie.

Wij dienen onze plancapaciteit op te nemen in een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma, dat met de provincie en de regio moet worden afgestemd. De vaststelling van dit programma is een verplichting op grond van de op 1 juli 2026 inwerking getreden Wet versterking regie op de volkshuisvesting en gemeenten dienen dit programma voor 1 juli 2027 te hebben vastgesteld. Vraag 115: Onze nationale overheid kent aan het groene middengebied als geheel (het Nationaal Landschap Zuid Limburg), inclusief de gemeente Eijsden-Margraten een speciale status en doelstelling toe, die expliciet naar voren komt in het ontwerp Nota Ruimte van de Rijksoverheid (pagina 180): “Het is van belang om een aantrekkelijke, groenblauwe omgeving te behouden die bijdraagt aan de biodiversiteit en leefbaarheid. Hiervoor wordt ruimte gemaakt voor waterbeheer, natuurherstel en het beschermen van landschappen”. Dat het heuvelland gebied te midden van een van de meest verstedelijkte regio’s van Nederland en Europa ligt, en er tevens diverse steden in de nabijheid zijn gesitueerd met sociaaleconomische achterstand maakt dat er een noodzaak bestaat hiermee extra zorgvuldig om te Pagina 23 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=b691127b-c061-4ac3-b3a4-79c19ac5b136