09b Vragen en antwoorden Programmarekening 2025 Programma 1
Tekst van het document
Raadsvergadering 7 juli 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 09a: Programmarekening 2025 Algemeen Geachte raadsleden, Allereerst onze dank voor de vele en gedegen vragen die zijn gesteld bij de programmarekening 2025. Dat laat zien hoe serieus u de financiële huishouding van onze gemeente volgt, en dat waarderen wij. Bij het beantwoorden merken wij dat een deel van de vragen niet zozeer over de programmarekening zelf gaat, maar meer algemeen van aard is en raakt aan het dagelijkse beleid en de uitvoering daarvan. Om u zo goed mogelijk te kunnen bedienen, lichten wij graag toe welk kader wij hierbij hanteren. Op grond van de Financiële verordening Eijsden-Margraten 2025 informeert het college de raad via de programmarekening over de realisatie van de begroting van het afgelopen boekjaar. Dat betekent dat de programmarekening in de kern een verantwoordingsinstrument is over de uitvoering van de begroting, en niet het aangewezen moment is voor brede, algemene beleidsvragen die geen rechtstreeks verband houden met de programmarekening. Het zijn vaak hele terechte vragen, maar ze verdienen een podium waar ze de aandacht en diepgang krijgen die ze verdienen. Tijdens het introductieprogramma met uw raad zullen wij aandacht besteden aan de rol, taak en verantwoordelijkheden van u als raad en ons als college.
In september volgt dan de opleiding gemeentefinanciën voor raadsleden en verder is het college graag bereid verder met u van gedachten te wisselen in bijvoorbeeld het presidium of de commissie P&C over de vragen en antwoorden rondom de P&C producten. De vragen die betrekking hebben op de P&C producten zijn door ons beantwoord. De overige vragen zullen op een later tijdstip, maar voor de raadsvergadering van 7 juli aan u worden toegezonden.
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten Agendapunt 09b: Programmarekening 2025 Programma 1
Geen vragen
Geen vragen Pagina 1 van 9
Vraag 1: U schrijft ” Verder is sprake van kostenbeheersing binnen het sociaal domein, met lagere uitgaven binnen de Wmo (€ 256.000) en de Inclusieve Samenleving (€ 311.000)" Vraag 2: Welke kostenbeheersing is dat? is die bewust ingezet? hoe heeft u dat dan gerealiseerd en in hoeverre heeft dat gevolgen gehad voor de te leveren dienstverlening aan de burgers? Antwoord: De lagere uitgaven binnen het Sociaal Domein zijn niet het gevolg van een specifieke bezuinigingsmaatregel, maar van een combinatie van factoren, waaronder een scherpere sturing op de inzet van voorzieningen, een grotere inzet op preventie en voorliggende voorzieningen, en een lagere vraag naar bepaalde vormen van ondersteuning dan vooraf geraamd. Deze kostenbeheersing is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering binnen het sociaal domein. Daarbij is steeds het uitgangspunt geweest dat inwoners die ondersteuning nodig hebben deze ook ontvangen; de gerealiseerde besparing heeft daarom niet geleid tot een vermindering van de noodzakelijke dienstverlening aan inwoners. Vraag 3: Voor een gezond verenigingsleven was 97 k geraamd daar had u tussentijds al 87 k van afgehaald zodat er 10 k resteert en daarvan heeft u slechts 6 k uitgegeven.
Is daar dan helemaal voor niets uitgevoerd? Antwoord: Het betreft budget dat is besteed aan subsidies, er is geen sprake van aframing, er is budgetneutraal verschoven tussen kostenplaatsen. Besteding heeft plaatsgevonden zoals oorspronkelijk bedoeld. Vraag 4: Voor de bijstand was 338 begroot, na wijziging nog slechts 157 terwijl u 343k uitgaf meer dan het dubbele dus. Waarom, raamde u af en waarom was dat achter niet zo slim? Antwoord: De bijstelling in de tweede bestuursrapportage 2025 betrof geen aframing maar een bijstelling van de en BUIG-uitkering die de gemeente krijgt (€ 63.000). Ook werd de inschatting van het geld dat de gemeente dacht terug te halen van onterecht ontvangen uitkering verlaagd met € 100.000. Achteraf bleek deze verlaging niet nodig te zijn. Pentasz boekte het geld namelijk pas heel laat over. Pentasz was de sociale dienst voor de gemeenten Eijsden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen en Vaals. Hierdoor is er uiteindelijk toch € 177.000 binnengekomen. Vraag 5: Hoe groot zijn de wachtlijsten in de WMO? Hoeveel mensen wachten en hoe lang is de gemiddelde en maximale wachttijd? Antwoord: De aanvragen worden gemiddeld binnen 8 weken in behandeling genomen. Op dit moment wachten er 90 mensen op behandeling van de aanvraag. Vraag 6: Hoe ontwikkelen de uitgaven in het sociaal domein zich structureel? Pagina 2 van 9
Antwoord: De uitgaven binnen het sociaal domein staan structureel onder druk door maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder de vergrijzing en de daarmee samenhangende toenemende vraag naar ondersteuning. Tegelijkertijd wordt ingezet op preventie, vroeg signalering, eigen kracht en het benutten van voorliggende voorzieningen om zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning waar mogelijk te voorkomen. Hierdoor kunnen jaarlijkse schommelingen ontstaan in de gerealiseerde uitgaven. Op basis van de huidige inzichten blijft het sociaal domein voor de komende jaren een financieel aandachtspunt, waarbij de gemeente blijft sturen op een doelmatige inzet van middelen zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke ondersteuning voor inwoners. Vraag 7: In hoeverre wordt gestuurd op uitstroom en participatie (in plaats van instroom)? Antwoord: Het uiteindelijke doel voor elke cliënt die zich meldt bij sociale zaken is uitstroom richting (gesubsidieerd) werk. Voor cliënten waar dit niet mogelijk bij is, wordt een andere vorm van maatschappelijke participatie gezocht. De klantmanagers van SEM (samen met onze ketenpartners) begeleiden de inwoners richting uitstroom of maatschappelijke participatie.
Vraag 8: Hoe wordt grip gehouden op kostenontwikkeling binnen Wmo en jeugdzorg? Antwoord: Wij houden grip op de kostenontwikkeling binnen het sociaal domein middels het opstellen van maandelijkse dashboard voor Jeugd, WMO en PW. Deze worden maandelijks binnen de afdeling besproken. Daarnaast worden deze ieder kwartaal besproken met de portefeuillehouders financiën en sociaal domein. Indien er bijzonderheden zijn worden deze direct besproken en afgestemd. Vraag 9: Zijn er signalen dat vraag naar voorzieningen sneller groeit dan begroot? Antwoord: Landelijk is sprake van een groeiende vraag naar voorzieningen binnen de Wmo en jeugdzorg als gevolg van onder meer vergrijzing, complexere ondersteuningsvragen en stijgende zorgkosten. Deze ontwikkelingen worden ook voor Eijsden-Margraten nauwlettend gevolgd. Op basis van de realisatie over 2025 zijn er op dit moment geen signalen dat de vraag structureel sneller groeit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Wel blijft dit een financieel risico voor de komende jaren. Daarnaast worden regionaal nieuwe contracten voor de jeugdzorg afgesloten, waarvan de financiële en inhoudelijke effecten de komende periode worden gemonitord en betrokken bij de reguliere planning- en controlcyclus.
Vraag 10: Welke rol speelt preventie in het beperken van toekomstige kosten? Antwoord: De effecten van preventie op zorgkosten zijn niet één-op-één financieel meetbaar en niet direct te vertalen naar een concrete besparing. Preventie vraagt om investeringen waarvan de effecten doorgaans pas op langere termijn zichtbaar worden op het niveau van de samenleving. Deze effecten worden daarnaast beïnvloed door factoren zoals demografische en maatschappelijke ontwikkelingen en wet- en regelgeving en rijksbeleid. Daarom sturen wij niet direct op besparingen, maar op het beheersbaar houden van de zorgkosten door middel van monitoring en inhoudelijke indicatoren, zoals het gebruik van maatwerkvoorzieningen, Pagina 3 van 9
de instroom en uitstroom van cliënten en de inzet van algemeen toegankelijke voorzieningen. Waar mogelijk worden daarnaast de effecten van specifieke preventieve programma’s gevolgd. Op lokaal niveau zijn deze effecten niet één-op-één financieel te kwantificeren. Vraag 11: Hoe wordt het effect van beleid in het sociaal domein gemeten? Antwoord: Binnen het sociaal domein is geen sprake van één afzonderlijk beleidsprogramma met één set van doelen en indicatoren. Het sociaal domein omvat zeven beleidsterreinen: Wmo, Jeugd, Participatie, Sport en Bewegen, Kunst, Cultuur en Erfgoed, Gezondheid en Onderwijs. Voor elk van deze beleidsterreinen gelden afzonderlijke doelstellingen, effecten en prestatieindicatoren vastgesteld. De monitoring vindt daarom per beleidsterrein plaats en sluit aan bij de aard van de betreffende opgaven. Dit gebeurt onder andere via beleidsrapportages, wettelijke verantwoordingsinformatie, monitoren en evaluaties.
Vraag 12: Pagina 33: De mobiele JOP is opnieuw niet gerealiseerd. Welke concrete locatie(s) zijn in beeld voor 2026? Antwoord: De MOP wordt op dit moment ontwikkeld en gebouwd, plaatsing is voorzien aan de Kerkeweg OostMaarland. Meer informatie over de locatie en schetsen treft u in de RIB verzonden op 11 juni 2026.
Vraag 13: Verenigingsconsulent gestart. - Welke verenigingen bezoekt hij? Ook stichtingen? - Heeft de persoon voldoende positie in het gemeentehuis? - Krijgt hij vragen en ideeën van clubs goed en snel beantwoord intern? - Wordt voorzien in terugrapporteren naar clubs? Antwoord: - De verenigingsconsulent bezoekt jaarlijks diverse verenigingen fysiek – afhangede van de behoefte van verenigingen. Primair ontvangt de verenigingsconsulent veel vragen van verenigingen, maar waar nodig ondersteunt de verenigingsconsulent ook stichtingen (bijvoorbeeld in het traject rond Social Sofa's). - Absoluut, de verenigingsconsulent hanteert een integrale samenwerking, zowel binnen de afdeling als afdelingsoverstijgend: denk aan RO inzake velden en vastgoed, bij vragen over vergunningen schakelt de consulent met vergunningen en de afdeling Samenleving bijvoorbeeld met de buurtcoaches en sportbeleid. Pagina 4 van 9
-
-
Dit hangt af van de complexiteit van vragen. Vragen worden goed en zo compleet mogelijk beantwoord. In sommige gevallen kan er, als het bijvoorbeeld om langere procedures rond vergunningen gaat, meer tijd zitten in het formuleren van een respons. Ja.
Vraag 14: Zoektocht naar JOP (jongerenontmoetplek). Is er ook al met partnerorganisaties (bv. Envida, corporaties) gesproken of zij plek kunnen bieden, in of bij hun gebouwen? Antwoord: Een dergelijke optie is in het voortraject besproken (combinatie jeugd en ouderen). Uiteindelijk is voor de locatie Kerkeweg Oost-Maarland gekozen, omdat hier ook een JIP (Jongeren Inlooppunt) vertegenwoordigd is en deze locatie ruimtelijk/qua ligging passend is. Meer informatie hierover treft u in de RIB verzonden op 11 juni 2026. Vraag 15: Wat is de huidige stand van zaken t.a.v. positionering JOP? Antwoord: Deze wordt gerealiseerd aan de Kerkeweg in Oost-Maarland. Meer informatie hierover treft u in voornoemde RIB. Zie hiervoor de antwoorden op vraag 12 en14. Vraag 16 Sportakkoord Is ooit overwogen om het Akkoord uit te voeren i.s.m. Maastricht en zo ja, wanneer speelde die afweging, waarom is daar toen niet voor gekozen en wel voor de 2 andere gemeenten? Antwoord: De focus bij de uitvoering van het Sportakkoord lag op samenwerking met Valkenburg en GulpenWittem. Qua schaal, geografie, samenhang, opgaven en demografische overeenkomsten sluiten deze gemeenten goed op elkaar aan. Daarnaast is er sinds 2026 een Regionaal Sportakkoord, waarbij alles 16 Zuid-Limburgse gemeenten zijn aangesloten. Vraag 17: Vitaal verenigen Sportraad gaf recent diverse suggesties voor Vitaal Verenigen.
In hoeverre betrekt u dit advies bij uw inzet in 2026 e.v.? Antwoord: De Sportraad adviseert de gemeente over uiteenlopende zaken, denk aan de nieuwe subsidieregeling, het speelplan en bewegen binnen onderwijs. Daarnaast overlegt de verenigingsconsulent meerdere malen per jaar met de Sportraad, waarbij uiteenlopende ontwikkelingen en aandachtspunten binnen het sport- en verenigingsveld worden besproken. De adviezen en signalen van de Sportraad worden hierbij meegenomen in de verdere uitvoering van het beleid. Daarnaast organiseert de Sportraad zelfstandig - en in sommige gevallen in samenwerking met de gemeente - bijeenkomsten en activiteiten voor verenigingen. Deze activiteiten zijn onder meer gericht op het versterken van vitale verenigingen. De inzichten en aanbevelingen die hieruit voortkomen, worden betrokken bij de inzet rondom Vitaal Verenigen in 2026 en de daaropvolgende Pagina 5 van 9
jaren. Om goed in te zetten op vitale verenigingen vindt bovendien een bredere aanpak plaats. De verenigingsconsulent voert de Vitale Tool uit, daarnaast ondersteunt hij verenigingen op uiteenlopende vraagstukken en organiseert hij sessies, zoals Besturen met Impact (KNVB). Ook worden verengingen gestimuleerd om gebruik te maken van de Sportakkoord Services. Vraag 18: JOGG (jeugd op gezond gewicht) Welke verenigingen hebben momenteel een gezonde kantine of bevorderen anderszins JOGG? Antwoord: Onze gemeente kent twee sportkantines (TV Eijsden en HV Hockeer) met een zogenaamd “TeamFitbadge” als tastbaar bewijs dat zij officieel werken aan een gezondere leefomgeving. Nog een aantal sportkantines hebben interesse in dit certificaat. Onze verenigingsconsulent en JOGG-regisseur zijn daarover met hen in gesprek. Vraag 19: Health in all policies ‘we zijn vaker betrokken bij plannen van collega’s die met de fysieke leefomgeving bezig zijn’. Zoekt het sociaal domein zelf ook actief contact met het fysieke domein om ideeën ter bevordering van gezondheid en welzijn kenbaar te maken en zo ja, kunt u een resultaat daarvan nomen? Antwoord: Hierbij is sprak van tweerichtingsverkeer. Het fysiek domein vraagt om advies bij het sociaal domein, maar het sociaal domein draagt ook input aan voor bijvoorbeeld beleidsplannen of woningbouwplannen binnen het fysieke domein.
Vanuit het sociaal domein sluiten we structureel aan bij de taskforce Wonen, hebben we sinds kort de toets gezondheid toegevoegd aan Mission (voor bijv. omgevingsplannen en vergunningen). Vraag 20: Kunt u voorbeelden noemen van kansen die u in de fysieke ruimte van E-M ziet om gezondheid van onze inwoners te verbeteren, liefst per kern minimaal 1 voorbeeld? Antwoord: Deze vraag heeft geen betrekking op de programmarekening en valt daarom buiten de reikwijdte van de besluitvorming over dit P&C-product. Gelet op het belang van een zorgvuldige beantwoording zullen wij deze vraag afzonderlijk beantwoorden. U ontvangt ons antwoord uiterlijk vóór de raadsvergadering van 7 juli. Vraag 21: JIP (jongereninlooppunt) - Waar zit dit in de kern Eijsden? - Zijn er in andere kernen ook JIPs? Antwoord: In de voormalige accommodatie van de Oranjeboys zit een JIP (Jongeren Inlooppunt). Dit is op dit moment het enige JIP. Vraag 22: Wmo. Hulp in de huishouding Is nagedacht over creatieve ideeën om de wachtlijst te verkorten? Antwoord: Pagina 6 van 9
Op dit moment bedraagt de wachtlijst voor huishoudelijke ondersteuning circa 15 personen. Dit is een aanzienlijke afname ten opzichte van 2024 en 2025, toen de wachtlijst doorgaans tussen de 40 en 50 personen lag. De omvang van de wachtlijst wordt bepaald door de beschikbaarheid van personeel. In de praktijk kan een uitbreiding van de capaciteit met ongeveer 1-2 fte al een substantieel effect hebben op het terugdringen van de wachtlijst. De afname van de wachtlijst is dan ook niet uitsluitend het gevolg van creatieve oplossingen, maar hangt sterk samen met de personele bezetting in een bepaald werkgebied. Desondanks zetten wij actief in op maatregelen om de druk op de huishoudelijke ondersteuning te verminderen. Zo werken wij met het programma Powerful Ageing, dat gericht is op het vergroten van de fysieke zelfredzaamheid van inwoners. Hierdoor kunnen inwoners bepaalde huishoudelijke taken langer zelfstandig uitvoeren of met minder ondersteuning toe. Daarnaast blijven wij samen met zorgaanbieders zoeken naar mogelijkheden om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten en wachttijden waar mogelijk verder te beperken. Vraag 23: Wmo. Maatwerkvoorzieningen. Kosten stijgen voor Begeleiding en Behandeling. Gezien vergrijzende populatie is kans groot dat dit blijft stijgen.
Kunnen we inzicht krijgen in uitsplitsing naar kosten Groep en kosten Individueel, algemeen en op kernniveau, voor bv. de afgelopen 3 jaar, absoluut en in % van de populatie 65+ en vergeleken met NL en vergelijkbare gemeenten met ca 25.000 inwoners Antwoord: Let wel: er is geen Behandeling in de Wmo. De kosten stijgen voor een belangrijk deel door gestegen tarieven en indexering, het gebruik is redelijk stabiel.
N.B. Dit is een overzicht uit het dashboard WMO, relatie naar de bedragen in de P&C producten is niet direct te leggen i.v.m. een andere indeling. Op kern niveau hebben we deze informatie niet beschikbaar, tevens wordt er geen vergelijk gemaakt in percentage van totale bevolking en 65+. Voor benchmarking met vergelijkbare gemeenten verwijzen wij u naar Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Eijsden-Margraten en https://wmovoorspelmodel.vng.nl/ Vraag 24: Wat wordt gedaan om kosten te drukken? Pagina 7 van 9
Antwoord: We zetten in op preventie, vroegsignalering, eigen kracht en het benutten van voorliggende voorzieningen om zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning waar mogelijk te voorkomen. De stijgende kosten vanwege stijgende tarieven en indexering kunnen niet worden beïnvloed. Vraag 25: Wordt lering getrokken van andere gemeenten? Antwoord: Zowel in de Jeugdzorg als de WMO en de Participatiewet werken we samen in verschillende regionale verbanden. Hierbij worden ervaringen en goede voorbeelden uitgewisseld. Vraag 26 Een aantal beleidsindicatoren valt op t.o.v. landelijk gemiddelde. Kunt u een verklaring geven en benoemen of en zo ja welke actie er wordt ingezet om dit cijfer te verlagen: - Hoog aantal vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie - Hoog aantal niet-sporters - Hoog aantal cliënten met Wmo-maatwerkarrangement Antwoord: 1 Het percentage voortijdig schoolverlaters ligt in geheel Zuid-limburg boven het landelijk gemiddelde. De oorzaken zijn meervoudig: een mismatch tussen leerling en opleiding, een instabiele thuissituatie, financiële stresss, het ontbreken van alternatieve opleidingen. Via regionale samenwerking tussen scholen en gemeenten wordt de komende jaren nog meer ingezet op preventie ter vermindering van de uitval.
Concrete actiepunten zijn het toewerken naar een aanwezigheidsaanpak, een warme overdracht van leerlingen tussen verschillende schoolsoorten, laagdrempelige en toegankelijke hulp op school, een gezamenlijk gesprek tussen alle partijen bij (dreigende) uitval. 2 We zetten hierop in via Sportakoord doelstellingen en bijhorende programma's. Denk aan programma's als IKS (Iedereen Kan Sporten) en In Beweging, maar ook beweegprogramma's binnen het onderwijs en kinderdagopvang. Daarnaast dragen de buurtcoach Sport, de verenigingsconsulent en beweegmakelaar bij aan het faciliteren, ondersteunen en initiëren van het aanbod en daarmee in beweging brengen én houden van onze inwoners. Er is hierbij focus voor doelgroepen waarbij bewegen niet altijd vanzelfsprekend is (bijvoobeeld door een beperking mentaal of fysiek) en een focus op de jeugd en ouderen. Aansluitend werken de 16 Zuid-Limburgse gemeenten via het Regionaal Sportakkoord Zuid-Limburg 2026 samen aan het stimuleren van een actieve leefstijl. Een van de speerpunten is het bereiken en activeren van inwoners die niet of onvoldoende bewegen. Bovendien delen we kennis en pakt de regio gezamenlijk thema's op rond IKS (Iedereen Kan Sporten) en bewegen in de buitenruimte/accommodaties. 3. Statistisch gezien is dit geen groot verschil en is er geen sprake van een opvallende uitschieter.
Dergelijke beperkte verschillen kunnen bovendien van jaar tot jaar enigszins fluctueren. Een waarschijnlijke verklaring voor het relatief hogere gebruik van Wmo-voorzieningen is de bevolkingssamenstelling van de gemeente. Eijsden-Margraten kent een relatief oudere bevolking, waardoor de behoefte aan ondersteuning vanuit de Wmo hoger kan liggen. Daarnaast blijkt uit Waarstaatjegemeente dat relatief veel gebruik wordt gemaakt van bepaalde voorzieningen, waaronder vervoersvoorzieningen. Dit past bij het landelijke karakter van de gemeente, met meerdere verspreid liggende kernen. Ook kunnen de actieve participatie van inwoners met een beperking en de aanwezige mogelijkheden om hieraan deel te nemen bijdragen aan een hoger gebruik van vervoersvoorzieningen en andere vormen van Wmo-ondersteuning.
Pagina 8 van 9
Geen vragen
Vraag 27: Pagina 75: De volgende scholen maken reeds gebruik van het lokaal fruit initiatief : Cramignon Eijsden , De Den Mheer, OBS Mesch en VSO St Jozef. Dit wordt ook in 2026 gecontinueerd. Andere scholen hebben helaas geen interesse in dit project. Waarom hebben de andere scholen geen interesse in dit project? Antwoord:
Pagina 9 van 9