09 Schriftelijke vragen en antwoorden TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade
Tekst van het document
Raadsvergadering 26 mei 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 09: TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade
Vraag 1: Wanneer heeft dit omgevingsplan ter inzage gelegen? Antwoord: Het TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade heeft van 15 december 2025 tot en met 28 januari 2026 ter inzage gelegen. Vraag 2: Zijn er zienswijzen ingediend? Antwoord: Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen het plan.
Vraag 3: 09a RV, pag 5 Relatie met bestaand beleid en strategische visie/ integraliteit Hoe draagt de bouw van een nieuwe loods bij aan “het behoud en versterken van landschapskwaliteiten”? Antwoord: Het plan voldoet aan het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Dit is uitgewerkt in de hoofdstukken 4 en 5 van de motivering. In paragraaf 5.9.2.4 van de motivering wordt ook ingegaan op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de landschappelijke inpassing (zie bijlage 2 bij de planregels). In het opgestelde landschapsplan is te zien hoe de ruimte rondom de nieuwe loods voorzien wordt van nieuwe aanplant, waarover zorgvuldig is gesproken met zowel gemeente als provincie, zodat het goed in het (cultuurhistorisch) landschap past. De landschappelijke inpassing is akkoord bevonden door de gemeentelijke Kwaliteitscommissie (29 augustus 2025) en door de provincie Limburg (brief d.d. 11 augustus 2025). Vraag 4: Het feit dat de nieuwbouw deels wordt gemitigeerd door een bestuurlijke herbestemming van een deel van het perceel en gepaard gaat met een landschappelijke inpassing kan toch moeilijk als een “ruimtelijke kwaliteitsimpuls” worden gezien? Antwoord: Het gewijzigd gebruik van de locatie t.b.v.
agrarische technische hulpactiviteiten heeft geen nadelige ruimtelijk visuele effecten tot gevolg daar activiteiten die nu buiten plaats vinden (stalling en opslag) naar binnen worden verplaatst. Pagina 1 van 9
Verder worden met dit plan de omliggende woningen beschermd middels het opnemen van een spuitvrije zone (zie paragraaf 5.10.2 van de motivering). Verder wordt gewezen op het feit dat de nieuwe bebouwing landschappelijk wordt ingepast. Om en nabij het plangebied wordt voorzien in nieuwe aanplant, waarmee zorg wordt gedragen voor een inpassing van de te realiseren bebouwing. Zie het opgestelde landschapsplan (bijlage 2 bij de planregels). Vraag 5: 09c TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Regels pag 8, 1.6 agrarisch technisch hulpbedrijf De definitie van 'agrarisch technisch hulpbedrijf' is niet limitatief opgenomen in de planregels, en zou dus van alles kunnen zijn, ook mestopslag en mesthandel. (maar niet mestbewerking). Voor welke specifieke bedrijfsaspecten wordt hier vergunning verleend, en moeten de regels daar niet op worden toegesneden om eventuele ongewenste planologische ontwikkelingen in de toekomst te voorkomen? Antwoord: Het bedrijf zal werkzaamheden uitvoeren in de landschapsontwikkeling en bos- en natuurbeheer. Daarnaast beschikt het bedrijf over landbouwgrond welke wordt bewerkt en heeft het landschapselementen in onderhoud. Mestopslag vindt plaats ten behoeve de bemesting van de eigen landbouwgronden. Er vindt geen mestopslag en/of mesthandel plaats voor gronden van derden.
Voor wat betreft de opslag van mest gelden de algemene regels die voor alle agrarische grondgebonden bedrijven in onze gemeente gelden en die voorheen ook golden op deze agrarische bouwkavel. In die regels voor de opslag van mest vinden geen wijzigingen plaats. Vraag 6: Waar wordt geborgd dat alleen de bedoelde bedrijfshandelingen worden verricht? Antwoord: Dit is geborgd in de regels voor agrarisch-bedrijf (artikel 6) en in de definitie voor agrarisch technisch hulpbedrijf. Artikel 6.5.1 (verboden gebruik) lid j bepaalt tevens dat uitsluitend opslagdoeleinden zijn toegestaan die inherent zijn aan het toegelaten gebruik. Vraag 7: 09c TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Regels Algemene vragen bij artikel 6 Waarom wordt bij de uitbreiding van een fruitteeltbedrijf naar een landscaping bedrijf allerlei andere bedrijfsactiviteiten, als dag en verblijfsrecreatie, winkelnering, dagopvang, etc etc mogelijk gemaakt? Antwoord: De in artikel 6 genoemde activiteiten vallen onder de algemene afwijkingsmogelijkheden zoals die gelden voor alle agrarische bedrijven en door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied en zoals die dus ook voorheen voor dit bedrijf golden. Hierin zijn geen wijzigingen aangebracht. De genoemde activiteiten mogen alleen worden uitgevoerd met vergunning.
Die vergunning kan alleen worden verleend als aan een aantal specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zie o.a. de artikelen 6.7.2, 6.74, 6.7.6, 6.7.8, 6.7.10, 6.7.12 en 6.7.14. Dit bedrijf wordt hier niet anders behandeld dan andere agrarische en agrarisch technische hulpbedrijven in onze gemeente.
Pagina 2 van 9
Vraag 8: 09c TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Regels pag 16, 6.2 Functieomschrijving Het plan is gelegen in het buitengebied van E-M, met als bestemming Agrarisch bedrijf. “Landscaping” of landschapsonderhoud is geen grondgebonden agrarische bedrijfsvorm. Op basis van welke criteria wordt voorgesteld om op deze locatie “agrarisch bedrijf” een nietgrondgebonden agrarisch bedrijf te vergunnen. Antwoord: Aangezien het telen van kleinfruit een risicogevoelige bedrijfstak betreft, heeft initiatiefnemer zich in verband met risicospreiding de afgelopen jaren naast fruitteelt eveneens toegelegd op het verrichten van activiteiten in het kader van landschapsonderhoud (landscaping). Dit betreft veelal inrichtings- en beheeractiviteiten in het buitengebied. Initiatiefnemer heeft zich daarbij gespecialiseerd in werkzaamheden op het gebied van landschapsinrichting, landschapsonderhoud, boomverzorging en fruitteeltloonwerk en het opslaan, drogen en verwerken van houtsnippers. Het is dus nog een combinatie van beide bedrijfstakken waardoor het bedrijf niet zomaar naar een andere locatie kan gaan. Overigens is het formeel gezien geen ‘niet grondgebonden agrarisch bedrijf’. Een niet grondgebonden agrarisch bedrijf is een intensieve veehouderij en die is hier niet toegestaan.
Wat wel vergund is, is een agrarisch technisch hulpbedrijf, specifiek gericht op landscaping (landschapsonderhoud). Dit is een bedrijfsvorm welke buitengebied gebonden activiteiten verricht en daarmee gebonden is aan het buitengebied. Vraag 9: Wat wordt bedoeld ‘’met de daarbij behorende voorzieningen”, waarom worden die niet (limitatief) benoemd? Antwoord: Hiermee wordt specifiek gedoeld op voorzieningen die rechtstreeks bij de toegestane bedrijfsvoering horen. Dit is voor de functieomschrijving een aanduiding die overal wordt toegepast. Er wordt in zijn algemeenheid niet gekozen voor een limitatieve opsomming omdat daarmee onbedoeld rechtstreeks bij de bedrijfsvoering behorende voorzieningen/activiteiten over het hoofd kunnen worden gezien. Dat zou vervolgens weer leiden tot onnodige procedures. Vraag 10: 09c TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Regels pag 16, 6.3.1 d. Wat doet de vergunning voor mestopslagplaats van 2500m3 hier? Het gaat over de opslag van houtsnippers? Antwoord: Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 5. Het bedrijf heeft ook een agrarisch grondgebonden tak (akkerbouw) en beschikt daartoe over landbouwgrond welke moet worden bemest. Er wordt, als dat nodig is, uitsluitend mest opgeslagen welke nodig is voor de bemesting van de eigen landbouwgrond.
De 2.500 m3 mestopslag is de algemene regel welke geldt voor alle grondgebonden agrarische bedrijven in onze gemeente. Het is niet gewenst om hier per bedrijf een andere hoeveelheid op te nemen. Dit bedrijf wordt ook voor dit onderdeel niet anders behandeld dan andere grondgebonden agrarische bedrijven in onze gemeente. Vraag 11: Welke voorzieningen dienen er te worden getroffen voor zo’n mestopslag in verband met stankoverlast, vliegen, ongedierte etc?
Pagina 3 van 9
Antwoord: Hiervoor zijn de milieuregels van toepassing, zoals bijvoorbeeld het afdekken van de opslagvoorziening. Als het bedrijf een mestopslag heeft of realiseert dan moet dit worden gemeld middels een ‘melding milieubelastende activiteit’. Aan die melding zijn regels verbonden op het gebied van stank en ongediertebestrijding. Het bedrijf moet aan die regels voldoen. Als daar niet aan wordt voldaan kan de gemeente handhavend optreden. Vraag 12: En welke voorzieningen om vervuilingen van de freatische grondwaterspiegel te voorkomen? Opmerking: Overigens wordt in de voorliggende actualisatie van de Provinciale Omgevingsverordening infiltratie van hemelwater in een milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied gelijkgesteld aan die van afvalwater, met de bijhorende beperkingen. Antwoord: Zie ook het antwoord op vraag 11. Aan de ‘melding milieubelastende activiteit’ voor o.a. mestopslag zijn regels verbonden welke voorzien in vloeistof kerende en/of vloeistofdichte voorzieningen waardoor afvalwater niet in de grond kan dringen. Dit geldt ook voor ander vormen van opslag (zoals dieselolie). Hout, en dus ook houtsnippers, is een natuurlijk product. Dit zal niet zorgen voor vervuiling in het freatisch grondwater. Dit product wordt ook binnen opgeslagen en komt daardoor niet in contact met hemelwater. Het doel is juist dat dit product droogt.
Vraag 13: 09c TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Regels, Pag 17, 6.4.6 Beoordelingsregels vergroten van de maximale inhoud van een bedrijfswoning Waarom mag een extra bedrijfswoning voor een rustende boer tot 1000m3 groot zijn? Antwoord: Dit is een algemene afwijkingsregels welke binnen onze gemeente geldt voor alle agrarische en agrarisch technische hulpbedrijven en zoals die door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied. Van deze afwijking mag alleen gebruik worden gemaakt met een vergunning welke daartoe moet worden aangevraagd. Op dit punt wordt dit bedrijf niet anders behandeld dan andere agrarische bedrijven in onze gemeente. Met een rustende boerwoning mag geen zelfstandige woning ontstaan en het totaal van bedrijfswoning en verblijf voor rustende boer mag dan maximaal 1.000 m³ bedragen. Zoals gezegd geld dit voor alle agrarische en agrarisch technische hulpbedrijven in onze gemeente. Vraag 14: 6.4.8 Beoordelingsregels vergroten van de maximale hoogte van andere bouwwerken Hoezo mag de nieuwe maximale hoogte ten hoogste 15.00 m, i.p.v. 8m bedragen? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 13. Dit is een algemene afwijkingsregels welke binnen onze gemeente geldt voor alle agrarische en agrarisch technische hulpbedrijven en zoals die door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied.
Van deze afwijking mag alleen gebruik worden gemaakt met een vergunning welke daartoe moet worden aangevraagd. Voor de verlening van die vergunning gelden voorwaarden waaraan moet worden voldaan (zie artikel 8.4.7). Op dit punt wordt dit bedrijf niet anders behandeld dan andere agrarische bedrijven in onze gemeente. Vraag 15: Pag 18, 6.4.10 Beoordelingsregels vergroten van de maximale inhoud van mestopslagplaatsen Hoezo mag een mestopslag vergroot worden naar 5000m3? Klopt het dat het ging over houtsnippers?
Pagina 4 van 9
Antwoord: Zie ook de antwoorden op de vragen 5 en 10. Er wordt alleen mest opgeslagen welke wordt aangewend op eigen landbouwgrond. Er wordt geen mest opgeslagen die wordt aangewend op grond van derden. Dit is verder een algemene afwijkingsregels welke binnen onze gemeente geldt voor alle agrarische bedrijven en zoals die door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied. Van deze afwijking mag alleen gebruik worden gemaakt met een vergunning welke daartoe moet worden aangevraagd. Voor de verlening van die vergunning gelden voorwaarden waaraan moet worden voldaan (zie artikel 6.4.10). Op dit punt wordt dit bedrijf niet anders behandeld dan andere agrarische bedrijven in onze gemeente. Vraag 16: Pag 20, 6.7.6 Beoordelingsregels kamperen op de boerderij Laatste bullet: “bij beëindiging van het agrarisch bedrijf het kamperen op de boerderij wordt beëindigd, uitgezonderd de situatie dat de kinderen van degenen, die het agrarisch bedrijf laatstelijk uitoefenden, het kamperen op de boerderij mogen voortzetten,” Waarom deze uitzondering? Is dit niet heel raar? En hoe zit het met de kleinkinderen? Antwoord: Zie ook de antwoorden op de vragen 13 en 14. Dit is een algemene afwijkingsregels welke binnen onze gemeente geldt voor alle agrarische en agrarisch technische hulpbedrijven en zoals die door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied.
Van deze afwijking mag alleen gebruik worden gemaakt met een vergunning welke daartoe moet worden aangevraagd. Op dit punt wordt dit bedrijf niet anders behandeld dan andere agrarische bedrijven in onze gemeente. Vraag 17: Pag 21, 6.7.14 Beoordelingsregels huisvesten van arbeidsmigranten. Hoeveel arbeidsmigranten werken op een landscaping bedrijf? Antwoord: Zie ook de antwoorden op de vragen 13 en 14 en 16. Dit is een algemene afwijkingsregels welke binnen onze gemeente geldt voor alle agrarische en agrarisch technische hulpbedrijven en zoals die door de raad is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied. Van deze afwijking mag alleen gebruik worden gemaakt met een vergunning welke daartoe moet worden aangevraagd. Op dit punt wordt dit bedrijf niet anders behandeld dan andere agrarische bedrijven in onze gemeente. Overigens werken op het bedrijf enkel lokale werknemers, die een band hebben met het gebied waarin ze werken en duidelijk weten wat ze doen. Ze zijn zodanig geschoold en verder opgeleid dat ze weten op welke manier ze de natuur moeten behandelen en hun werk moeten uitvoeren. Vraag 18: Voor hoeveel arbeidsmigranten wordt woonruimte gecreëerd? Antwoord: Hier wordt verwezen naar het antwoord op vraag 17. Er is momenteel geen behoefte aan het huisvesten van arbeidsmigranten.
Mocht dit zich in de toekomst toch aandienen dan kan het bedrijf daar, net als alle andere agrarische bedrijven binnen onze gemeente, gemotiveerd een aanvraag voor indienen welke dan wordt getoetst op basis van de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 6.7.14. Vraag 19: Waar wordt dat gecreëerd?
Pagina 5 van 9
Antwoord: Zie het antwoord op de vragen 17 en 18. Als er opvang wordt aangevraagd dan is die alleen toegestaan binnen het bouwvlak en/of binnen de bestaande bebouwing. Vraag 20: Pag. 25, 7.4.6 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit schietboom Een schietboom? Die hoort op een schutterswei, wat moet die op een agrarisch bedrijf? Antwoord Deze regels geldt voor de gronden binnen het plangebied die de functie ‘Agrarisch met waarden’ hebben. Deze gelden niet binnen het bouwvlak en/of de functie ‘agrarisch bedrijf’. Dit is een algemene afwijkingsregels welke binnen onze gemeente geldt voor alle gronden met de functie ‘Agrarisch met waarden’ zoals door de raad vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied. Van deze afwijking mag alleen gebruik worden gemaakt met een vergunning welke daartoe moet worden aangevraagd. Op dit punt wordt dit bedrijf niet anders behandeld dan andere agrarische bedrijven in onze gemeente. Vraag 21: 09g TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Motivering De aanvraag is voor de bouw van een loods voor de opslag van houtsnippers van circa 945 m2. x max 8m hoog(?) zeg ruim 7000 m3 aan houtsnippers.
Hoe realistisch is dit? Antwoord: Voor de opslag van houtsnippers, en het laten drogen tot het gewenste eindproduct welke lokaal worden afgezet, is een ruime opslagvoorziening nodig, daar de houtsnippers een droogproces van een zestal maanden hebben tot het gewenst product (kachelchips voor lokale klanten). Er is altijd een voorraad van circa 10 tot 20% door materiaal aanwezig, zodat afnemers op afroep kunnen worden bedoend. Om die reden is die oppervlakte en inhoud nodig. Dit is ook aangetoond middels een bedrijfsontwikkelingsplan dat is beoordeeld door de gemeente, de provincie en de gemeentelijke kwaliteitscommissie waarin ook een agrarisch deskundige zit. Er worden alleen houtsnippers opgeslagen welke het bedrijf zelf wint bij haar werkzaamheden in de landscaping (landschapsonderhoud). Echter worden de houtsnippers niet 8 meter hoog opgeslagen, omdat dat het droogproces negatief beïnvloed. De loods heeft een goothoogte van circa 5,5 meter, waardoor de opslagcapaciteit praktisch begrensd is op circa 5.000 m³. Verder kan de toegang tot de loods niet als opslag dienen, waardoor een gedeelte van het vloeroppervlak vervalt. Het is dus een realistische grootte. Vraag 22: Welke bedrijfsvoering vraagt om de opslag van 7000m3 houtsnippers? Antwoord: Dit is bedrijfsvoering zoals die nu gehanteerd wordt.
Het is een klein bedrijf met een viertal lokale medewerkers, die lokaal hout verwerken en vervolgens ook weer lokaal afzetten. Nu moet en snippers noodgedwongen worden afgevoerd omdat er onvoldoende opslagcapaciteit aanwezig is. Wanneer het bedrijf meer ruimte beschikbaar heeft om de eigen houtsnippers op te slaan, hoeft het geen houtsnippers meer aan te voeren, vinden er minder transporten plaats en wordt verdere CO2-uitstoot bespaard. Daarnaast betreft het maximaal circa 5.000 m³ opslag, zie hiervoor antwoord op vraag 21.
Pagina 6 van 9
Vraag 23: Waar worden die gedroogd? Antwoord: De houtsnippers worden in de nieuw te bouwen loods gedroogd. Vraag 24: Hoe worden die gedroogd? Antwoord: Het drogen van houtsnippers is een natuurlijk proces welke vooral tijd nodig heeft. Er wordt geen gebruik gemaakt van mechanische en/of geforceerde droogprocessen. De houtsnippers worden buiten gelost, waarna ze worden gezeefd (zodat ze de juiste dikte hebben) en in de loods droog opgeslagen. Vervolgens gaat ze rest op een natuurlijke manier door natuurlijk ventilatie in de opslagloods. Vraag 25: Hoe lang duurt de opslag? Antwoord: Om het gewenste resultaat te krijgen voor de lokale klanten, wordt een droogproces van gemiddeld 6 maanden gehanteerd. Echter is dit afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de kwaliteit van het hout, maar ook de soort hout en het weer. Het is dus een gemiddeld genomen aantal van 6 maanden met een afwijking van circa 1 maand. Opslag vindt het jaar rond plaats met veel aanvoer in de herfst- en winterperiode (snoeiseizoen). Afvoer vindt het jaar rond plaats naar lokale afnemers. Dan worden de voorraden bij de afnemers aangevuld. Vraag 26: Waar gaan de snippers naar toe als ze verkocht worden? Antwoord: Naar lokale klanten in een straal van circa 20 km afstand. De meeste klanten liggen zelfs in een straal van 8 km rondom het bedrijf.
Vraag 27: Wat is geregeld voor de brandveiligheid van deze opslag (zie ook motivering, art 5.5.1 Algemeen)? Antwoord: Voor deze opslag gelden de brandveiligheidseisen die voor dit soort opslagen van toepassing zijn, zoals compartimentering en brand scheidende muren. Dit wordt verder beoordeeld in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. Voor zover nodig worden daar dan voorwaarden aan verbonden. Houtsnippers kunnen niet zelf/eenvoudig ontbranden. Het is anders dan bijvoorbeeld een stro-opslag. Verder ligt de opslag op voldoende afstand van woningen van derden (meer dan 100 meter). Vraag 28: Waarom wordt tevens vergunning gevraagd voor de opslag van tot 5000m3 mest? Antwoord: Er wordt geen vergunning gevraagd voor het opslaan van 5.000 m3 mest. Die opslaghoeveelheid betreft een hoeveelheid die alleen is toegestaan nadat daarvoor een vergunning wordt verleend. Zie voor het overige het antwoord op vraag 15. Er wordt alleen mest opgeslagen welke nodig is voor aanwending op eigen landbouwgrond.
Pagina 7 van 9
Vraag 29: 09g TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Motivering, Pag 20, 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Opmerking: “Bij de vormverandering van een bestaande agrarische bedrijfslocatie is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De verdere toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet aan de orde. Uit de jurisprudentie blijkt dat bij toevoeging van een gebouw de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2 ligt. In dit geval is er sprake van 945 m2. Hoezo is er geen sprake van een verstedelijking? Antwoord: Het betreft de uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf. Dit is geen stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de ladder. De ruimte rondom de nieuwe loods zal landschappelijk worden ingericht. Dit is uitgetekend door een landschapsarchitect en positief bevonden door zowel de gemeente als de provincie. Vraag 30 Pag 25, Instructieregels freatische grondwaterbeschermingsgebieden Is het wijs om in een freatisch grondwater beschermingsgebied mogelijkheden tot mestopslag te scheppen? Antwoord: Zie de antwoorden op de vragen 12 en 15.
Vraag 31: Nadeelcompensatieovereenkomst (er staat Nadeelcompenstaieovereenkomst) Deze dient ook nog geanonimiseerd te worden; namen en adressen zijn nog leesbaar. Antwoord: De nadeelcompensatieovereenkomst is per abuis opgenomen bij de documenten bij de Dialoogvergadering. Dit document is inmiddels weggehaald. Bij de raadsvergadering stond het document niet. Vraag 32: Wat zijn de Nederlandse termen voor landscapingbedrijf en voor landscaping? Antwoord: Het woord landscaping is een Engels leenwoord en vertaald naar landschapsarchitectuur. Landscapingbedrijf vertaald naar landschapsarchitectuurbedrijf.
Geen vragen
Pagina 8 van 9
Geen vragen
Geen vragen
Pagina 9 van 9