CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Schriftelijke vragen en antwoorden Grondstoffenplan 310122.docx

* Raadsvergaderingen 15 februari 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen en antwoorden en vragen toezeggingen beeldvormende vergadering1.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

09 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 7 februari 2022 Voorstel: Grondstoffenplan 2022-2026

Geen

09a. RV Grondstoffenplan “Met deze resultaten presteren de RD4-gemeenten bij de top 25% van Nederland”. Vraag 1: is de % achter 25 een typefout? Antwoord: Nee, dit is geen typefout. We behoren met onze regio tot de beste 25% van nederlandse gemeentes. Vraag 2: wat behelst een BEST-tas en waarom is het gebruik hiervan in de gemeente EijsdenMargraten niet ingevoerd? Antwoord: De BEST-tas is een door Rd4 ontwikkelt concept om Boeken, Elektronica, Speelgoed & Textiel en kleine kringloopspullen in te zamelen. Deze spullen worden daarna gesorteerd en waar mogelijk aangeboden via de kringloopwinkels, overige materialen worden gerecycled. Deze is in de gemeente Eijsden-Margraten nog niet ingevoerd omdat hier eerder keuzes zijn gemaakt om de textielinzameling te “gunnen” aan charitatieve instellingen. 09b. Grondstoffenplan 2022-2026 Gemeente Eijsden-Margraten - Op pagina 31 staat als opmerking bij de tarieven van de milieuparken: * Vanaf 1 januari 2021 (in Brunssum al eerder) kunnen inwoners van de gemeenten (Beekdaelen, Gulpen-Wittem, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Vaals en Voerendaal) 2 keer per jaar gratis naar het milieupark. Deze regeling geldt per 1 januari 2022 ook voor de inwoners van Heerlen. Vraag: Wordt dit in Eijsden-Margraten ook ingevoerd? Mede gezien het feit dat verderop in het plan aangegeven wordt dat er gestreefd wordt naar uniformering in alle gemeenten.

Antwoord: Dit is een keuze die door de gemeenteraad gemaakt kan worden. De kosten hiervan bedragen +/- 5 euro per jaar per aansluiting (dit zijn de inkomsten die nu betaald worden aan de poort van de milieuparken voor het grof huishoudelijk afval). - Op pagina 70 staat als actiepunt: Gedurende de looptijd van het Grondstoffenplan willen we het aantal dumpingen bij ondergrondse containers (straatvoorzieningen en GFT- en restafvalcontainers) verminderen met 25%.

1

Bij de ondergrondse glascontainers is er regelmatig dumping van afval. In de praktijk blijkt dit afval vaak te bestaan uit plastic zakken waarin het lege glaswerk vervoerd is. En uit glaswerk dat niet in de opening past, zoals b.v. ovale flessen en bolle glazen vazen. Vraag: is het mogelijk om in de directe nabijheid een afvalbak te plaatsen? Hopelijk worden deze dan voortaan gebruikt voor de plastic zakken. Antwoord: Dit is een goede suggestie en wordt meegenomen in de beoordeling. Vraag 3: En is het mogelijk om de opening van de glasbak aan te passen zodat ovale flessen en bolle vazen er doorheen kunnen? Deze acties zullen een positieve bijdrage leveren aan vermindering van dumping. Antwoord: De openingen van de glascontainers zijn bewust gekozen. In principe is het uitgangspunt dat alleen glazen verpakkingen in deze containers mogen. Een uitgebreide lijst van wat wel/niet in de glascontainer mag, is te vinden via de Rd4 Milieu App of via de website van Rd4 (afvalscheidingswijzer). Overig glas (niet verpakkingsglas) heeft een andere smelttemperatuur en daardoor niet geschikt voor de verwerking van verpakkingsglas tot nieuwe glazen flessen. Deze kunnen via het milieupark worden afgevoerd (ruiten kunnen gratis afgevoerd worden als vlakglas, ovenglas via het grofvuil).

Vraag 1: Wat afvalscheiding en afvalaanbieding betreft staan wij als gemeente mede aan de top. Wat zijn ze de financiële consequenties hiervan bij Rd4? Antwoord: Er wordt binnen Rd4 verband gewerkt met enerzijds verdeelsleutels (bijv. aantal aansluitingen) voor de vaste kosten en met werkelijke afrekening van hoeveelheden afval en bijbehorende logistiek aangeboden door de separate gemeentes.

Vraag 2: Wanneer komen de afvalgrondcontainers in beeld in onze gemeente? Zijn alle problemen van omliggende bewoners waar men de afvalgrondcontainers wil plaatsen opgelost. Vooral in Cadier en Keer had men vele vragen? Antwoord: De ondergrondse afvalcontainers voor restafval worden geplaatst na besluitvorming van de gemeenteraad en voor de ingangsdatum van de 4-wekelijkse inzameling. Dit zal gevolgd worden door een communicatietraject om de inwoners tijdig te informeren. Het aantal ondergrondse restafvalcontainers is teruggebracht naar 8 locaties en de locaties die eerder voorzien waren en waar vragen over waren, worden vooralsnog niet uitgevoerd. De bedoeling is om deze 8 containers ook als proeflocaties te zien. De bevindingen hiervan zullen worden gemonitord en na 1 jaar zal dit geëvalueerd worden. In deze evaluatie kan bezien worden enerzijds de ervaringen van de gebruikers en anderzijds naar de vraag van bewoners om mogelijk het aantal locaties uit te 2

breiden. In Cadier & Keer is gekozen voor op1 locatie een ondergrondse container te plaatsen, in de Kerkstraat bij de bestaande containers.

Vraag 3: Hoe heeft men het aantal afvalaanbiedingen voor de hoogbouw opgelost? Blijft deze hetzelfde of krijgt men grote containers? Grote containers meestal een probleem voor de hoogbouw? Antwoord: Een gedeelte van de hoogbouw wordt aangesloten op de ondergrondse containers. De mogelijkheid bestaat om een extra container te nemen of om een groter volume te bemachtigen.

Vraag 4: Waarom terug gang van 20 naar 8 containers? Antwoord: zie antwoord op vraag 2 van de VVD-fractie.

Vraag 5: Gaat men nu niet aan de vraag voorbij om de containers te plaatsen op loopafstand voor ouderen? Antwoord: Dit is onderdeel van de evaluatie. Mocht het zijn dat de vraag eerder komt dan de geplande evaluatie, kan er altijd worden bezien om nog voor de evaluatie evt. een extra ondergrondse container te plaatsen in overleg met de bewoners. Vraag 6: De doelstellingen voor reductie van restafval is er ambitieus. Doelstelling is een reductie naar 100 kg restafval per persoon in 2026 naar 55 kg in 2030 en 2050 naar 0 kg. Hier is op globaal niveau erg veel voor nodig; ambities zijn mooi, maar hoe gaan we dat realiseren? Antwoord: Dit is inderdaad de ambitie. Dit is vertaald in het Nederlandse uitvoeringsprogramma Nederland Circulair in 2050. Om dit voor elkaar te krijgen is er nog veel werk te verzetten. Dit geldt voor alle betrokken partijen in de keten van producten (van productontwerp tot de verwerking). In het nieuwe grondstoffenplan zijn acties opgenomen waarmee we naar deze ambitie gaan toewerken. Vraag 7: Worden de ambities voor de burgers bijgesteld wanneer de industrie en alle andere stakeholders in de totale keten deze reductiedoelstellingen niet kunnen realiseren of alleen tegen (veel) hogere kosten voor de burgers? Antwoord: Deze ambities worden continu gemonitord en bijgesteld waar nodig.

Alle waarden die hierbij horen worden gewogen (financieel, duurzaamheid, menselijk, kennis). Vraag 8: Hoe denkt het college dat we de burgers zo ver krijgen dat ze nog beter gaan scheiden? Denkt het college aan een mechanisme waarin de burgers een financiële prikkel 3

krijgen om beter te scheiden of wellicht andere wijzen van inzameling? Zo ja, wordt dan met een vermindering van het aantal ondergrondse containers dan niet het tegenovergestelde bereikt? Antwoord: Het antwoord ligt enerzijds aan de motivatie van onze inwoners. In het Grondstoffenplan 22-26 is dit 1 van de speerpunten. Daarnaast draagt de keuze voor de 4-wekelijkse inzameling (door vermindering van de service) bij aan de motivatie van de inwoners.

Vraag 9; Diverse globale/landelijke ontwikkelingen zullen ertoe leiden dat bij gelijkblijvend beleid de kosten voor het afvalbeheer fors zullen toenemen. Kan worden bevestigd dat de gemeente er alles aan zal blijven doen het beleid zodanig aan te passen dat de kosten voor de burger niet onevenredig zullen toenemen? Antwoord: Dit kan worden bevestigd. De gemeente is continu met Rd4 in gesprek om te kijken hoe kosten bespaard kunnen worden, hoe nog hogere efficiency bereikt kan worden en door verdere informatisering kan er ook beter gestuurd worden om deze efficiency te bereiken.

Vraag 10: Wat is de zienswijze op de tarifering de komende jaren uitgaande van het bestaande “verdienmodel” van Rd4 en de geleidelijke afname van de restafvalstromen (de diftar paradox)? Gaan dan de tarieven omhoog per kg ingezameld restafval voor iedereen, wordt de terugval in inkomsten betaald door de burgers die boven de norm zitten qua kg restafval of anderszins? Antwoord: Dit is een politieke vraag. Inwoners geven aan dat zij vinden dat de grootste vervuilers/gebruikers van het systeem ook de grootste lasten hiervoor moeten dragen. Vraag 11: Als de reststromen sterk zullen verminderen, zal er een grotere diversiteit aan reststromen ontstaan. Hoe gaat de inzameling daarvan uitzien en wordt daarbij rekening gehouden met senioren of anderszins immobiele burgers? Worden milieuparken groter, komen er meer kleinere bij, komen er andere wagens enz.? Antwoord: Een van de mogelijkheden hiervoor is de eerder genoemde BEST-tas. Het concept zal de komende jaren onder de loep worden genomen en gekeken wordt of hier bijv. stromen aan kunnen worden toegevoegd. Daarnaast zijn voor het overgrote deel van deze reststromen al voorzieningen die aan huis worden opgehaald (PMD, GFT, Papier) Het vergroten van de service op grondstoffen zal indien dit niet leidt tot extra kosten continu de aandacht gaan krijgen.

Het ligt niet in de lijn der verwachting dat milieuparken groter worden of meer milieuparken erbij moeten komen.

4

Vraag 1: Hoe wordt incontinentiemateriaal/ luiers recycled? Wat is het ‘nieuwe leven’ dat luiers wacht? Antwoord; Luiers bestaan voornamelijk uit kunststoffen, water en ontlasting. Deze worden enerzijds via een waterzuiveringsbedrijf afgevoerd en anderzijds worden kunststoffen hieruit gehaald en opnieuw in de grondstoffenketen gebracht bron: http://www.vanluiernaargrondstof.nl/ Vraag 2: Hoeveel recycle inkomsten gaan verloren als incontinentiemateriaal/luiers bij het restafval terecht komt? Antwoord: Op dit moment is de verwerking van luiers duurder dan het verbranden van het restafval. Dit dossier wordt momenteel nauwlettend gevolgd door alle Rd4-gemeenten. Er zijn een aantal pilots in gemeentes lopende waarbij we de resultaten gaan meenemen in de beoordeling. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat ook producentenverantwoordelijkheid gaat gelden voor deze stroom.

Vraag 1: Kan het grondstoffenplan en de afvalstoffenverordening in elkaar geschoven worden, gezien het aantal dubbelingen in de stukken en ze hetzelfde thema behartigen? Antwoord: De aanpassing van de afvalstoffenverordening staat los van het Grondstoffenplan, maar heeft inderdaad raakvlakken. De afvalstoffenverordening is een wettelijke verplichting waarbij Op grond van Artikel 10.23 van de Wet Milieubeheer elke gemeente een afvalstoffenverordening moet vaststellen. In deze verordening stelt de gemeente regels over de overdracht van afvalstoffen aan een bij de verordening aangewezen inzameldienst. Wijziging van de frequentie voor restafval naar 4-wekelijks is een van deze regels, waardoor deze nu voor ligt. Het grondstoffenplan is een beleidsplan (visie) waarbij de ambities van de gemeente worden vastgelegd incl. de bijbehorende uitvoeringsplannen die daarbij horen.

5

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=d5664626-adb4-4480-a310-ad6e0abf9127