CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

08f Schriftelijke vragen en antwoorden GR RUD.docx

* Raadsvergaderingen 30 mei 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde1.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 30 mei 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 8f: GR RUD Zuid-Limburg - Ontwerpbegrotingswijziging 2023. ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

Vraag 1: Pag. 2: begroting 2024. De bedrijfskosten stijgen van € 3.255.336 naar € 4.399.328. Waardoor wordt deze stijging veroorzaakt? Antwoord: Deze vraag is besproken met de RUD ZL. Het blijkt dat de term ‘bedrijfskosten’ en de genoemde bedragen niet voorkomen in de teksten van de ontwerpbegroting van de RUDZL. De ontwerpbegroting 2024 van de RUDZL neemt ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023 toe met € 2.120.000, vanwege: - Loonindex 4% € 482.000 - Index materiële kosten € 107.000 - 6 fte nieuwe bodemtaken € 592.000 (financiering Rijksgelden) - 0,8 fte extra bouw € 80.000 ( financiering door Provincie Limburg) - 1,05 fte extra Coördinatieteam € 75.000 - 1 fte concernjurist € 126 000 - 1 fte databeheer € 99.000 - Kosten licenties € 50.000 - 3 fte extra energie €300.000 (gefinancierd uit SPUK gelden) - - 0,5 fte BOA capaciteit (einde pilot) -€ 51.000 - 2 fte BOA capaciteit € 250.000 (financiering Provincie Limburg) - Overige (risico opslag) € 10.000 Alle extra kosten die nog niet gefinancierd zijn, zijn verwerkt in de tariefstelling.

Vraag 1: Loonstijging 4% (en geen 10% zoals andere GR-en)? Eerst 2,3% stijging loon, nu in de wijziging 4% erbij terwijl anderen 9 of 10% rekenen? Antwoord: De loonstijgingen zijn verdeeld over 2023 en 2024. In de begroting 2023 is vorig jaar gerekend met een loonstijging van 2,3 %. Het principeakkoord van de CAO-onderhandelingen in februari 2023 gaat uit van een loonstijging van 7,24%. Voor het wijzigen van de begroting 2023 is een wijzigingsvoorstel ingediend. De loon- en prijsstijgingen zijn verwerkt in de uurtarieven. Hieruit volgt dat de kosten voor Eijsden-Margraten in 2023 stijgen met 4%. In de ontwerp-begroting 2024 wordt gerekend met een loonstijging van 4% 1

Vraag 1: Voorstel Zienswijze College Wat precies is niet duidelijk in de gepresenteerde documenten? Antwoord: In de ontwerp-begroting 2024 zijn de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (waarschijnlijk 1 januari 2024 want het Koninklijk Besluit is nog niet bekrachtigd) niet doorgerekend. In de concept begroting 2024 worden enkele wijzigingen genoemd, waaronder ook het werken op basis van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Verwacht wordt dat de RUD aanvullende ondersteuning zal moeten bieden bij het opstellen hiervan. Ook verwacht de RUD meer tijd in kwijt te zijn aan de nieuwe vorm van vooroverleggen. De zogeheten intake- en omgevingstafels. Daarnaast zal de tariefstelling gewijzigd worden van ‘inrichting’ naar ‘milieubelastende activiteiten’. De omvang van de basistaken kan hierdoor veranderen. Hierdoor zullen mogelijk meer bedrijven met milieubelastende activiteiten onder de basistaken komen te vallen. Deze consequenties zullen van invloed zijn op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen. Uit de begroting kan nu niet gehaald worden welke extra kosten aan de gemeenten toegerekend gaan worden. Ook is niet duidelijk hoe de betaling en verdeling gaat plaatsvinden.

Vraag 2: Is een zienswijze een formele voorwaarde voor een eventueel later te starten procedure? Antwoord: In de Wet gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de deelnemers de mogelijkheid krijgen om te reageren op de ontwerpbegroting. Naar aanleiding van deze zienswijze is het aan het Dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling om naar aanleiding hiervan de ontwerpbegroting aan te passen. Deze zienswijze is niet bedoeld om een juridische procedure te starten zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.

Vraag 3: Wel een voorblad geen raadsvoorstel? Antwoord: Vraag is onduidelijk. Want zowel bij de dialoog als bij de raadsvergadering staan alle stukken. Dus ook het raadsvoorstel.

Vraag 4: 6fte extra voor bodemtaken, worden die niet direct vanuit het Rijk gefinancierd? Antwoord: Inmiddels zijn landelijke afspraken gemaakt met VNG en IPO over de financiering van de bodemtaken. Deze houden in dat de provincies en de bevoegd gezaggemeenten (in Zuid Limburg 2

Heerlen en Maastricht) hun financiële (rijks)bijdragen continueren in de RUD ZL. Hiermee worden de 'nieuwe bodemtaken' ten behoeve van alle gemeenten gefinancierd. De afspraken lopen tot en met 2030.

Vraag 5: “formaliseren” extra FTE structureel (bijv. vergunningverlener Bouw) die nu incidenteel worden ingehuurd, worden die FTE dan in mindering gebracht bij de post incidenteel? Antwoord: Het antwoord van de RUDZL op deze vraag is: Nee dat is niet het geval. We hebben geen “post incidenteel”” . De begroting wordt opgebouwd op de formatie die geacht wordt nodig te zijn om de taken uit te voeren. Soms zijn er extra wensen van opdrachtgevers die via het werkprogramma bij de RUD Zuid-Limburg neergelegd worden. Deze leiden tot een overschrijding van de geprognotiseerde inkomsten en geprognotiseerde kosten. Als deze wens een structureel karakter krijgt wordt deze formatie opgenomen in de formatie. Zulks is in deze begroting het geval met een extra vergunningverlener bouw die nodig is om het werk dat de RUD Zuid-Limburg verricht op het gebied van vergunningverlening bouw voor de Provincie Limburg uit te voeren. Deze werd al betaald via het werkprogramma van de Provincie en zal ook in de toekomst in het werkprogramma van de Provincie landen, immers onze andere deelnemers hebben geen bouwtaken ingebracht in de RUD ZuidLimburg.

Vraag 6: overhead is 15,8FTE op totaal van 133,9 FTE, = ongeveer 12%. Is dit in lijn met referentie getallen voor overhead in dit soort organisaties? Antwoord: Onderzoek wijst uit dat de overhead van de RUDZL beduidend lager ligt dan de Omgevingsdiensten in bijvoorbeeld Brabant. Beantwoording technische vragen PVV statenvoorstel 34-20.pdf

Toevoeging van de RUD ZL op deze vraag: De overhead van de RUD Zuid-Limburg is laag in vergelijking met andere soortgelijke organisaties. In december 2021 is in het Algemeen Bestuur van de RUD Zuid-Limburg een door Twijnstra Gudde uitgevoerde benchmark gepresenteerd. Hieruit komt naar voren dat van de 26 omgevingsdiensten in Nederland de RUD Zuid-Limburg de één na goedkoopste is. De lage kosten van de RUD ZuidLimburg komen volgens de bezoekers met name door de lage overhead.

3

Vraag 7: in 2023 bestuursdiscussie over koers organisatie : uitvoeringsorganisatie blijven of doorontwikkelen tot omgevingsdienst. Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen deze twee opties, wat zijn de financiële implicaties, en wat is het participatie traject voor de participerende deelnemers? Gaan wij als raden hier ook over? Antwoord: Het antwoord van de RUD ZL op deze vraag: Kort gezegd komt het erop neer dat een uitvoeringsdienst uitvoert wat is afgesproken in het werkprogramma en dat een omgevingsdienst vanuit haar deskundigheid de regio helpt sturen naar een gezonde leefomgeving. De zorg voor het milieu is een zorg van de gemeenten voor haar inwoners. Het gaat tenslotte om beschermen van de leefomgeving hetgeen zeker een verantwoordelijkheid van de raad is. We zien in het rapport van de commissie van Aartsen een toenemende zorg van de landelijke overheid over het milieu. Dit uit zich in een aantal stimuleringsprogramma’s (onder andere op het vlak van energie maar ook op het vlak van professionalisering van de omgevingsdiensten) daarnaast worden er meer taken aangewezen als verplichte basistaken, die gemeenten moeten laten uitvoeren door omgevingsdiensten.

Geen vragen.

Voldoende en voldoende gekwalificeerd personeel. Meer inzetten in opleiden trainees & schoolverlaters (kost 3-5 jaar iemand goed op te leiden) (blz.16). Dit geeft een toename van (tijdelijk/ingehuurd) personeel om mensen te begeleiden om dat eigen mensen hier geen tijd voor hebben. Vraag 1 Wat wordt hiervoor gedaan? Vraag 2 Hoeveel wordt hiervoor uitgetrokken om extra te begeleiden zoals genoemd op blz. 30?

Antwoord: Het antwoord van de RUDZL op vraag 1: Op dit moment worden acties uitgezet om de RUD als werkgever onder de aandacht te brengen van scholen en schoolverlaters. Voor de begeleiding van nieuwe medewerkers worden inwerkprogramma’s ontwikkeld waarbij er deels gepensioneerde medewerkers voor een beperkt aantal uren worden ingezet om onervaren medewerkers te 4

begeleiden. Hierdoor kan de zeer ruime ervaring en didactische kwaliteit van deze (deels ex) medewerkers worden ingezet om nieuwe mensen wegwijs te maken. Het antwoord van de RUD ZL op vraag 2: Om deze begeleiding te bekostigen is geen extra begrotingsruimte geraamd. Het wordt bekostigd uit de geraamde opleidingsbudgetten.

Vraag 3 Waar is de wet Natuurbescherming in dit verhaal? Klopt het dat gemeenten onder de omgevingswet moeten aangeven dat zij geen problemen zien op het gebied van natuurwetgeving? Vraag 4 Als dat klopt hoe pakken ze dit dan aan zonder gekwalificeerd personeel. Antwoord: Het bevoegde gezag van de Wet Natuurbescherming is de Provincie. De gemeenten dus niet. De uitvoering van de Wet Natuurbescherming gebeurd door de Provincie. De RUDZL heeft hier geen rol in, vandaar dat hierover niets is opgenomen in de ontwerp-begroting. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Wet natuurbescherming komen te vervallen. Dit wordt geregeld in de Aanvullingswet natuur en Aanvullingsbesluit natuur die bij de OW horen. De Aanvullingswet natuur vult de Omgevingswet aan, zodat de Omgevingswet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt voor natuurbescherming. De regels uit de bestaande Wet natuurbescherming gaan beleidsneutraal over naar het stelsel van de Omgevingswet. Het huidige beschermingsniveau blijft hiermee behouden. De Aanvullingswet bevat daarom, net als de huidige wet, regels voor bijvoorbeeld de specifieke zorgplicht voor natuur en maatregelen die provincies en het Rijk moeten nemen ter bescherming van natuur.

Er zijn ook regels over meer specifieke thema’s zoals de jacht, bomen, de bestrijding van schadeveroorzakende dieren en hoe we omgaan met niet inheemse dieren en planten. De wet regelt daarnaast dat de vergunningplichtige activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden of beschermde dier- en plantensoorten worden overgenomen in de Omgevingswet. Net als de beoordelingskaders voor verlening van die vergunning. Het bevoegde gezag blijft de Provincie. Planmatig toezicht is afgenomen als gevolg van beperktere beschikbare toezicht capaciteit (25%naar beneden bijgesteld (blz. 16) dit wordt opgevangen door risico-gestuurd te werken en met prioritering in de planning (blz. 25):

Vraag 5 Wat wordt er gedaan om de toezicht capaciteit weer op orde te krijgen om wel planmatig toezicht te kunnen houden? Antwoord: Het antwoord van de RUD ZL op deze vraag: De toezichtcapaciteit wordt op sterkte gebracht door enerzijds te werven, anderzijds door na te denken over slimmer toezicht. Toezicht middels risicogericht toezicht helpt om risico’s beter te beheersen zonder hiervoor meer mensen in te zetten. Op 6 april is het onderwerp regionale risicoanalyse in de vorm van een bestuurlijke discussie besproken.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=c07df193-e780-4395-bd51-d2712c034e6b