08 Vragen en antwoorden TAM-omgevingsplan Terhorst 8 Banholt
Tekst van het document
Raadsvergadering 7 juli 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 08: TAM-omgevingsplan Terhorst 8 Banholt
Vraag 1: In het voorstel wordt het hele perceel (percelen 8 en 9) ingetekend met als deelbestemming : “specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerken”, terwijl in de bestaande situatie, volgens de luchtfoto, er sprake is van twee bijgebouwen. De bestaande (bij)gebouwen zijn niet in de plannen opgenomen. Waarom is de bestaande bebouwing niet in haar geheel opgenomen in de plannen? De bestaande bijgebouwen lijken tezamen de bepaling : “Het totaal oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen mag per woning binnen de 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerken' ten hoogste 150 m2 bedragen.” al te overschrijden, en ook strijdig met overige bepalingen in artikel 8.3 en 8.5. Antwoord: Op het perceel zijn inderdaad twee bijgebouwen aanwezig. De reden dat deze niet afzonderlijk op de verbeelding zijn vastgelegd, is gelegen in de wens om voldoende flexibiliteit te behouden. Indien de bestaande bijgebouwen in de toekomst worden gesloopt, vervangen of verplaatst, dient hiervoor niet afgeweken te worden van het omgevingsplan. Wanneer bijgebouwen tot op de centimeter worden ingetekend, vervalt deze flexibiliteit. Daarnaast is het correct dat de totale oppervlakte aan aanwezige bijgebouwen op dit moment meer bedraagt dan 150 m². Dit wordt vanuit ruimtelijk oogpunt als een ongewenste situatie beschouwd, aangezien een dergelijke oppervlakte niet passend is binnen de functie ‘Wonen’.
Om die reden is in artikel 8.6 van de planregels bepaald dat reguliere bewoning uitsluitend is toegestaan indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 8.3.3 van de planregels. Dit betekent dat regulier wonen pas mogelijk is nadat de oppervlakte aan bijgebouwen is teruggebracht tot maximaal 150 m². In de praktijk houdt dit in dat een deel van de bestaande bijgebouwen dient te worden gesloopt. Vraag 2: Waarom is de bouwaanduiding bijbehorende gebouwen verruimd naar het hele perceel en betekent dit ook dat in de toekomst het hele perceel gebruikt kan gaan worden voor bijbehorende bouwwerken? Antwoord: De reden hiervoor is het behouden van voldoende flexibiliteit. Op het perceel zijn momenteel bijgebouwen aanwezig. Indien deze in de toekomst worden gesloopt of verplaatst, kan dit zonder dat van het omgevingsplan hoeft te worden afgeweken. In veel gevallen kan dit zelfs zonder omgevingsvergunning plaatsvinden. Deze flexibiliteit wordt beperkt wanneer de bijgebouwen tot op de centimeter nauwkeurig op de verbeelding worden vastgelegd. Daarnaast is in artikel 8.3.3 van de planregels bepaald dat maximaal 150 m² aan bijgebouwen is toegestaan. Een aanzienlijk deel van het perceel kan derhalve worden benut voor de realisatie van bijgebouwen.
Indien de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen echter meer bedraagt dan 150 m², ontstaat een situatie die niet rechtstreeks binnen de regels is toegestaan. In dat geval heeft de Pagina 1 van 3
gemeente de mogelijkheid om een afzonderlijke ruimtelijke afweging te maken ten aanzien van de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Vraag 3: In de motivatie zijn in H2 artikel 6 en 7 gewijd aan de bestemming agrarisch en agrarisch bedrijf. Echter in de TAM komen voor het perceel deze bestemmingen niet voor. Indien dit niet slaat op de bijbehorende spuitvrije zone, waarom dan wel hierover artikelen opgenomen? Antwoord: Op de verbeelding zijn de functies ‘Agrarisch’ (artikel 6) en ‘Agrarisch Bedrijf’ (artikel 7) opgenomen, omdat aan deze gronden spuitvrije zones zijn gekoppeld. Om deze zones juridisch te kunnen borgen, is het noodzakelijk tevens regels aan deze functies te verbinden. De opgenomen regels sluiten aan bij de reeds geldende planologische regeling voor deze locatie en brengen derhalve geen inhoudelijke wijzigingen met zich mee ten opzichte van de bestaande situatie.
Geen vragen
Geen vragen
Vraag 4: 20260707 08h TAM-Terhorst 8 Banholt - Bijlage bij de motivering 2 Aanvullend bodemonderzoek incl asbest Er is zware bodemverontreiniging geconstateerd. In document 08i (Nota van ambtshalve wijziging) wordt gesproken over het maken van een kadastrale aantekening, Hoe gaat dit gecontroleerd en gehandhaafd worden? Antwoord: In het omgevingsplan is in de motivering opgenomen dat de aanwezige verhardingslaag in stand dient te worden gehouden. Daarnaast is het wenselijk deze beperking ook middels een kadastrale aantekening vast te leggen. Op die manier worden niet alleen de huidige eigenaren, maar ook eventuele toekomstige eigenaren geïnformeerd over de geldende beperking.
Pagina 2 van 3
De controle op de naleving en eventuele handhaving vindt plaats overeenkomstig de reguliere procedures. Vraag 5: Verder zijn er in de opstallen ook verontreinigingen gevonden. Hoe wordt dit hier afgedekt? Antwoord: Uit bijlage 2 van het aanvullend bodemonderzoek blijkt dat de verontreiniging zich uitsluitend bevindt in de onbebouwde ruimte en niet onder de bestaande bebouwing. Gelet hierop is het treffen van aanvullende afdekkende maatregelen niet noodzakelijk.
Geen vragen
Pagina 3 van 3