CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Schriftelijke vragenen antwoorden BP Waterrijk 3 Gronsveld.docx

* Raadsvergaderingen 18 oktober 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen en antwoorden2.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 18 oktober 2022 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 8: Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld

Geen vragen

Geen vragen

FAUNA Vraag 1 De kerkuil is een beschermde vogelsoort volgens art 3.1 en 3.5 van de WNB : Artikel 3.1 Lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.5 Lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen Ontheffing hier van is mogelijk en kan worden verleend door gedeputeerde staten van de provincie. De verleende ontheffing ontbreekt. Antwoord: Een ontheffing is in dit geval niet noodzakelijk en wel om de volgende reden. De roestplek van de kerkuil, alleen toegankelijk als de schuurdeuren open staan, gaat verloren door de herinrichting. Op de plek waar het dier zich echter nu bevindt kan volstaan worden met het aanbrengen van de kerkuilkast (aanwezig in de te verbouwen schuur) om zodoende een plek te houden voor de soort. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat deze roestplek geen jaarrond beschermde bescherming geniet (alleen als deze essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied en de gunstige staat van instandhouding doet behouden van de soort). Een broedplek is echter wel jaarrond beschermd, maar deze is niet aanwezig. Er treden dan ook geen overtredingen van verbodsbepalingen op bij de herinrichting ten aanzien van deze soort.

Vandaar dat een ontheffing niet noodzakelijk is. Voor de volledigheid: met het verplaatsen van de kerkuilenkast naar de roestplek op het binnenterrein wordt deze plek behouden en mogelijk voor de toekomst geschikt als broedplek.

1

Vraag 2: BIJ12 stelt in haar kennisdocument kerkuil (pag 15) : 2.2 Het aantonen van aanwezigheid of van afwezigheid. Allereerst zal onderzocht moeten worden of in of nabij het gebied waar de activiteiten plaats gaan vinden kerkuilen aanwezig zijn. (..) Bij twijfel dient een Quick-scan plaats te vinden. Indien hieruit blijkt dat een soort redelijkerwijs aanwezig kan zijn, is een nader inventarisatieonderzoek nodig. Bureau Ecolybrium meldt de aanwezigheid van de kerkuil in de quickscan; een nader inventarisatie onderzoek is dus nodig, maar ontbreekt. 3/ Ecolybrium schrijft : “De aanwezige kerkuilenkast is onbewoond en niet toegankelijk wegens de afdichting van de invliegopening boven in de schuur. “Dit is constatering van een illegale situatie : De Wet natuurbescherming verbiedt dit (ZIE ART 3.1 HIERBOVEN). De logische oplossing is het wegnemen van de illegale afsluiting van de invliegopening en het creëren van een afdoende ruimte daarachter, waar de nestkast geplaatst kan worden. Is dit wat bedoeld wordt met “Het verplaatsen van de kerkuilenkast terplekke van de huidige roestplek voorziet hier echter in een vervangende locatie voor de kerkuil” ? Graag specifiëren. Antwoord: In de schuur die verbouwd gaat worden, bevindt zich een kerkuilenkast. Zoals uit het ecologisch onderzoekt blijkt is deze kast niet in gebruik.

Toen de hoeve Waterrijk 3 Gronsveld in 2015 door de huidige bewoners werd aangekocht, waren alle invliegopening al afgedicht. Reeds 7 jaar is deze uilenkast daarom onbewoond. De kerkuil heeft echter in het binnenhof (foto 3 van het ecologisch onderzoek) van dit boerderijcomplex wel een roestplek, waarbij het dier op een balk kan rusten. Daar zijn ook de meeste braakballen gevonden. Met het verplaatsen van de kerkuilenkast word een verplaatsing uit de onbewoonde schuur bedoeld. Anders gezegd: de bestaande kerkuilenkast wordt dusdanig verplaatst dat deze wel toegankelijk wordt voor de kerkuil.

FLORA Vraag 3: Op de locatie komen een aantal beschermde beeldbepalende bomen en boomgroepen voor. Worden deze bedreigd door de verbouwing? Antwoord: Het betreft een inpandige verbouwing. De bomen en boomgroepen worden daardoor niet bedreigd. Vraag 4: Waarom zijn er aanpassingen nodig in de afspraken omtrent spuitwerende maatregelen, als de nieuw te vestigen woning binnen de bebouwing van nummer 3 is? Dus al een bestaande woning? Antwoord: Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt een woning toe te voegen. Daarmee wordt een nieuwe situatie gecreëerd, die volgens de nu geldende wet- en regelgeving moet worden beoordeeld. Het bestemmingsplan heeft daarom ook concreet betrekking op de nieuwe woning. De bestaande woning op het adres Waterrijk 3 Gronsveld blijft buiten beschouwing. De maatregelen zijn nodig om voor de nieuwe woning een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. De nieuwe woning is gelegen binnen een richtafstand van 50m van agrarische percelen waar op grond van het bestemmingsplan het gebruik van driftveroorzakende chemische bestrijdingsmiddelen is toegestaan, waardoor dat noodzakelijke goede woon- en leefklimaat enkel kan worden gegarandeerd indien er op die betreffende agrarische percelen niet mag worden gespoten (spuitbeperking) of dat maatregelen worden getroffen.

2

Concreet betreft het hier vier agrarische percelen. Twee eigenaren hebben ingestemd met het opleggen van een spuitbeperking, twee eigenaren hebben niet ingestemd met het opleggen van de spuitbeperking. Aan de kant van de twee percelen waar geen spuitbeperking kan/mag worden opgelegd, moeten maatregelen worden getroffen. Vraag 5: En committeert initiatiefnemer zich eraan deze extra vanggewas bescherming te plaatsen voor toekomstige bewoners? Antwoord: Ja, de noodzakelijke maatregelen móeten aanwezig zijn voordat de woning in gebruik kan worden genomen. Hiertoe is in artikel 4.5.2 van het bestemmingsplan de zogenoemde voorwaardelijke verplichting opgenomen. Artikel 4.5.2 luidt: 4.5.2 Voorwaardelijke verplichting Het in gebruik nemen, gebruiken en/of het laten gebruiken van de nieuwe woning is alleen toegestaan indien: a. het vanggewas, zoals bedoeld in artikel 14 lid 2, is gerealiseerd conform het ontwerp zoals is opgenomen in bijlage 3 bij deze regels; b. het onder a. bedoelde vanggewas - zolang de woonfunctie wordt uitgeoefend duurzaam in stand worden gehouden. Vraag 6: Het doel is het realiseren van een huur of koopwoning in het hogere segment. Is op dit moment al bekend wie dit gaat overnemen? En wordt het een koopwoning of huurwoning? Antwoord: Het wordt een huurwoning, in principe voor de verhuur aan derden.

De nieuwe woning is in eerste instantie echter bedoeld voor de ouders van de initiatiefnemers, eventueel ook als mantelzorgwoning voor de ouders, mocht die situatie zich op een later tijdstip voordoen.

Vraag7: Kan de kerkuilenkast buiten, bedekt opgehangen worden, aangezien de uil niet meer in de schuur kan vliegen, omdat de vliegopening dicht gemaakt is? Zodat de kerkuil hier verder op dit adres verblijven kan. Antwoord: Het is de bedoeling dat de bestaande kerkuilenkast dusdanig wordt verplaatst dat deze wel toegankelijk wordt voor de kerkuil. Vraag 8: Rondom de locatie is geen dicht struweel. Hoe zit dit met de aanplanting van struiken voor de drifwerende werking? Antwoord: In algemene zin kan worden gesteld dat als de aanplant nog niet aanwezig is, deze zal moeten worden aangebracht. De afscherming móet aanwezig zijn voordat de woning in gebruik kan worden genomen. Hiertoe is in artikel 4.5.2 van het bestemmingsplan de zogenoemde voorwaardelijke verplichting opgenomen. Artikel 4.5.2 luidt: 4.5.2 Voorwaardelijke verplichting 3

Het in gebruik nemen, gebruiken en/of het laten gebruiken van de nieuwe woning is alleen toegestaan indien: a. het vanggewas, zoals bedoeld in artikel 14 lid 2, is gerealiseerd conform het ontwerp zoals is opgenomen in bijlage 3 bij deze regels; b. het onder a. bedoelde vanggewas - zolang de woonfunctie wordt uitgeoefend duurzaam in stand worden gehouden. Indien er beplanting aanwezig is, dan kan deze worden gebruikt, maar deze zal moeten voldoen aan het gestelde in het bestemmingsplan. Rondom de locatie bevindt zich op dit moment een meidoornhaag. Deze kan nog groeien, maar zal hoe dan ook moeten voldoen aan het gestelde in het bestemmingsplan. Vraag 9: is er een reden waarom op deze plek enkel een kerkuil aanwezig kan zijn en vooral als rustplek buiten het gebouw, 'Roestplek' zoals in de tekst? Antwoord: De ecologische quikscan is gericht op het voorkomen van een overtreding in het kader van de Wet natuurbescherming en is niet gericht op het onderzoeken waarom soorten niet aanwezig zijn. Meest aannemelijke reden is dat de omgeving niet geschikt is als biotoop voor andere soorten. Vraag 10 Hoeveel verschillende momenten van ecologische controle hebben er gedurende het jaar plaatsgevonden? Antwoord: Voor een Quickscan is in principe één terreinbezoek voldoende. Dat bezoek heeft plaatsgevonden.

Indien uit dat terreinbezoek blijkt dat het aannemelijk is dat er beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming aanwezig zijn, pas dan volgt aanvullend onderzoek. In dit geval is geoordeeld dat dit niet nodig is. 11. kunt u uitleggen hoe met spuitopwaarts 5 meter voldoende is en hoe verhoudt dit zich tot de 50 meter? Antwoord: De 50m is gebaseerd op de richtafstand die al geruime tijd door de Raad van State wordt gehanteerd als zijnde de afstand waarmee rekening moet worden gehouden bij het kunnen realiseren van een gevoelige functie (zoals een woning) gelegen binnen 50m van agrarische percelen waar op grond van het bestemmingsplan het gebruik van driftveroorzakende chemische bestrijdingsmiddelen is toegestaan. Indien de afstand van 50m niet kan worden gehanteerd, moet worden onderzocht óf middels het treffen van maatregelen een goed woon- een leefklimaat kan worden gegarandeerd. Hiervoor worden gespecialiseerde bureaus ingeschakeld, zo ook in dit geval. Die bureaus gebruiken hiervoor een model (in dit geval het EFSA-model), waarbij diverse parameters worden ingevoerd, waaruit een conclusie wordt getrokken. Het EFSA-model is een model waar dergelijke bureaus veelvuldig gebruik van maken. De rapporten op basis van dit model worden landelijk gebruikt als onderbouwing voor het kunnen afwijken van de richtafstand van 50m.

In geval van Waterrijk 3 Gronsveld luidt de conclusie dat de maatregel (in het rapport ‘vanggewas’ genoemd) een hoogte dient te hebben van 1 meter meer dan de representatieve teelten. De 5m is dus resultaat van de beoordeling op welke manier voor de nieuwe woning op het adres Waterrijk 3 4

Gronsveld kan worden afgeweken van de 50m om toch een noodzakelijk goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Wij hebben geen aanleiding te twijfelen aan de uitkomst van het onderzoek door het gespecialiseerde bureau. 12. hoe onderhoudt men een haag met een hoogte van 5 meter (= goot hoogte gemiddelde woning!) en doet een dergelijke toevoeging geen afbreuk aan het mooie uiterlijk van dit rijksmonument? Gaan de EFSA normen hier onverkort op? Antwoord: Onderhoud van een hoge haag is geen probleem, daar zijn technische oplossingen voor. De hoge haag doet geen afbreuk aan het mooie uiterlijk van dit rijksmonument. De haag staat op ongeveer 40 meter van de toekomstige woning. Op dit moment is er al een meidoornhaag die aan het eind van het seizoen al een hoogte heeft van 4-5 meter. Daarnaast is Waterrijk 3 Gronsveld voornamelijk vanuit de westkant (vanuit richting snelweg en weg naar Rijckholt) zichtbaar en veel minder vanuit de oostkant waar reeds bebouwing aanwezig is en waar het zicht nagenoeg wordt ontnomen door 5 oude hoge bomen (3x walnoot, 1x tamme kastanje en 1x beuk) die in de tuin staan. 13. de blad dichtheid van de haag verdwijnt in de herfst. En dan? Antwoord: Het spuitonderzoek gaat in op de soort maatregel en de doorzichtigheid en doorlatendheid van de maatregel. Qua soort geldt dat dient te worden gekozen voor een niet bladverliezende soort.

Qua doorzichtigheid en doorlatendheid geldt dat een vanggewas een bepaalde dichtheid dient te hebben om enerzijds luchtdoorlatend te zijn en anderzijds voldoende drift te kunnen opvangen. 14. begrijpen we goed dat er niets te vrezen valt van het cumulatieve effect en de schade voor kinderen onder de 1? Antwoord:

Dat begrijpt u goed. In de rapportage wordt dit als volgt geformuleerd: 4.4.2. Kinderen jonger dan 1 jaar Het EFSA-model biedt niet de directe mogelijkheid om conclusies te trekken voor wat betreft de blootstelling van kinderen jonger dan 1 jaar en ongeboren kinderen. Voor de kinderen jonger dan 1 jaar kan er echter wel van worden uitgegaan dat blootstelling primair plaatsvindt door inhalatie en in beperkte mate via directe blootstelling van de huid / mond. Dit omdat kinderen jonger dan drie jaar beperkt zelfstandig mobiel zijn en buiten in principe worden vervoerd in kinderwagen of vergelijkbaar. Blootstelling via hand-mondbewegingen (speelgoed, vegetatie en andere objecten welke aan drift hebben blootgestaan en die worden aangeraakt met hand en eventueel aansluitend mond) kan in principe meer worden uitgesloten dan bij oudere kinderen die zelfstandig mobiel zijn. Kinderen jonger dan 1 jaar hebben daarbij een kleinere longinhoud, waardoor blootstelling via inhalatie ook lager zal zijn. Tegelijkertijd is wel sprake van hogere kwetsbaarheid vanwege het lagere gemiddelde lichaamsgewicht. Uitgaande van een woonsituatie zullen kinderen jonger dan 1 jaar die ter plaatse worden geboren maximaal 1 jaar en 9 maanden blootgesteld staan aan drift, waarna v.w.b. langdurige blootstelling wordt voldaan aan de uitkomsten van het EFSA-model.

Als voor wat betreft de beoordeelde gewasbeschermingsmiddelen bij wijze van indicatie geen rekening wordt gehouden met opname via de mond en alleen rekening wordt gehouden met blootstelling via inhalatie en de huid, dan is sprake van een ruime marge tot aan de maximaal toegelaten 5

blootstellingsnormen. Hierbij speelt verder een rol dat deze normering is gebaseerd op de inhalatiewaarden van kinderen van 1 tot 3 jaar, dus kinderen met een al grotere longinhoud, ondanks het lagere lichaamsgewicht. Voor wat betreft ongeboren kinderen geldt dat het lichaam van de moeder in eerste instantie bescherming biedt tegen blootstelling. De maximale blootstelling overschrijdt daarbij hoe dan ook niet de AOEL omdat de blootstelling van de foetus kan worden beschouwd als een klein percentage van de blootstelling die de moeder ondervindt. Voor de volledigheid laten de initiatiefnemers weten dat zij sinds 2015 woonachtig zijn en zij ook kinderen hebben in de leeftijd van 1 tot 7 jaar, die daar geboren en opgegroeid zijn.

1. Al eerder gevraagd. Is het mogelijk om bij een volgend vergelijkbaar onderwerp een korte heldere beschrijving te geven van het essentiële punt waar het om gaat? In dit geval een situatietekening met de geplande voorzieningen en een korte omschrijving. Vervolgens alle stukken ter inzage te leggen voor de dialoog indien gewenst. Antwoord: De stukken worden op dit moment aangeleverd op de voorgeschreven wijze.

1. 04b bijlage toelichting, p 22 onderschrift rechter foto klopt niet. Volgens tekening op pagina 25 komt de woning aan de noord- en niet aan de zuidzijde. Antwoord: Bovenstaande is een juiste constatering! De nieuwe woning wordt in het noordelijke gedeelte geprojecteerd, het onderschrift bij de foto is dus onjuist. De toelichting wordt op dit punt aangepast alvorens het plan ter inzage gaat. 2. 04d ; toelichting bijlage 2 quickscan ecologische waarden . Er wordt gesproken over dat: In het kader van de wet natuurbescherming kan gesteld worden dat deze roestplek geen jaarrond beschermde bescherming geniet (dit is onjuist) deze essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied en de gunstige staat van instandhouding doet behouden van de soort.

6

Antwoord: Aangezien de roestplek niet jaarrond toegankelijk is, maakt deze geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied. In het kader van de Wet natuurbescherming kan daarom gesteld worden dat deze roestplek geen jaarrond beschermde bescherming geniet (immers: alleen als deze essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied en de gunstige staat van instandhouding doet behouden van de soort). Een broedplek is echter wel jaarrond beschermd, maar deze is niet aanwezig. Er treden dan ook geen overtredingen van verbodsbepalingen op bij de herinrichting ten aanzien van deze soort. Voor de volledigheid: de kerkuilenkast wordt dusdanig geplaatst dat deze wel toegankelijk wordt (en dus een essentieel onderdeel uit van het leefgebied). 3. 04K verbeelding Hoe kan het dat aan de zuidzijde waar de voorwaardelijke verplichting van een haag met niet bladverliezende struiken/bomen ook bestemming wonen is ingetekend. (Geel). Waarom is de bestaande bewoning niet ook als geel opgenomen? Antwoord: Het bestemmingsplan richt zich op hetgeen wijzigt, op de nieuwe situatie. Het bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld heeft betrekking op het toevoegen van één woning. Daarom heeft het bestemmingplan betrekking op die nieuwe woning en wordt de bestaande woning buiten beschouwing gelaten. 4. Er is een dubbelbestemming ecologie, landschapselementen en waterstaat-erosie.

Wij missen, zeker gezien die dubbelbestemming, een aantal voorwaarden. Graag uitleg waarom niet zijn opgenomen: - Voorwaarden over het verplaatsen van de kerkuilkast - Voorwaarden over het afkoppelen van hemelwater - Voorwaarden over het type verharding voor de benodigde parkeerplaatsen - Voorwaarden over natuurinclusief bouwen/renoveren? Antwoord: Deze voorwaarden horen niet in de bestemmingsplanregeling thuis. Deze voorwaarden kunnen – op een later tijdstip – bijvoorbeeld aan een vergunning worden gekoppeld. Immers: nádat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, zullen initiatiefnemers nog een vergunningentraject moeten doorlopen voor het daadwerkelijk realiseren van de woning. Kerkuilenkast: De kerkuilenkast wordt dusdanig verplaatst dat deze toegankelijk wordt. Hier kan in het vergunningentraject aandacht aan worden besteed. Hemelwater: Er is geen sprake van uitbreiding van bebouwing (uitsluitend inpandige verbouwing). Hierdoor verandert er in principe ook niets in de hemelwaterafkoppeling. Onze gemeente hanteert het principe ’ vasthouden-bergen-afvoeren’ Hier kan in het vergunningentraject aandacht aan worden besteed. Parkeerplaatsen: Het onderdeel parkeren is opgenomen in de toelichting. Daarin staat dat het plangebied is gekwalificeerd als ‘niet stedelijk’. De parkeernormen kennen een bandbreedte (minimaal/maximaal aantal).

Er wordt in dit plan uitgegaan van de maximale variant. Uitgaande van de toevoeging van 7

één grondgebonden woning (koop, twee-onder-één kap) geldt een parkeernorm van 1,8-2,6 parkeerplaatsen. Uitgegaan wordt van 2,6 dus afgerond 3 parkeerplaatsen. Er is voldoende ruimte op het perceel om drie parkeerplaatsen te realiseren. Hier kan in het vergunningentraject aandacht aan worden besteed. Natuurinclusief bouwen: Er wordt gebouwd op basis van het Bouwbesluit, rekening houdend met specifieke richtlijnen t.a.v. de Monumentenwet. In het bestemmingsplan kunnen geen bepalingen over dit type aspecten worden opgenomen omdat dit bouwtechnische aspecten betreft. Bij de vergunningverlening wordt aanvrager gewezen op duurzaamheid.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=80155ee8-7079-4c65-ab3b-2c2c0486063e