08 Schriftelijke vragen en antwoorden Gemeentelijke woonzorgvisie.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering 28 maart 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 8: Gemeentelijke Woonzorgvisie
Geen vragen
Vraag 1: Burgerparticipatie, toelichting en verantwoording: Wie zijn de zorgvragers in deze alinea (zie raadsvoorstel)? Antwoord: Met zorgvragers worden onze huidige inwoners bedoeld die een zorg- en/of ondersteuningsindicatie hebben en onze inwoners die op basis van hun leeftijd of beperkingen zijn aan te merken (als mogelijke toekomstige) zorgvragers. Vraag 2: Bedrijven worden al breed meegenomen, hier is dus al over nagedacht, tevens wordt de raad meegenomen door middel van Klankbordsessies. Een plan over hoe de burgers meegenomen worden is nog niet bedacht (zie raadsvoorstel)? Antwoord: Uiteraard worden onze burgers in het proces betrokken. Wanneer en op welke wijze dit zal plaatsvinden, zal in het proces nader worden bepaald in overleg met de stuurgroep. Gaande het proces kan veelal de gewenste of ontbrekende input, de wijze van inwinning alsmede het meest geschikte moment hiervan het beste beoordelen.
Vraag 1: Hoe gaan (toekomstige?) zorgvragers betrokken worden bij dit proces? Hoe denkt u deze burgers te bereiken?
1
Antwoord: Verwijzend naar het antwoord op de eerste vraag (CDA), zullen toekomstige zorgvragers bij dit proces worden betrokken. Op welke wijze (fysiek, schriftelijk of digitaal) deze groep benaderd gaat worden, dient nog afgestemd te worden met de stuurgroep. Vraag 2: Verder een duidelijke procesbeschrijving en een prima ambitie. Antwoord: Dank u! Vraag 3: Hoe gaat dit aansluiten bij de vastgestelde Woonvisie en het Woonbehoefte-onderzoek dat halverwege 2023 aan de Raad gepresenteerd gaat worden? . Antwoord: Eén van de uitgangspunten van onze woonvisie is zorgen voor voldoende huisvesting voor zorgvragers. Via het woonbehoefteonderzoek 2022-2035 met een doorkijk naar 2040, is kwantitatief inzichtelijk gemaakt wat onze verwachte opgave in deze gaat worden, gelet op de demografische ontwikkelingen binnen onze gemeente, de aanwezige huisvesting en gelet op het huidige en op de in voorbereiding zijnde zorgwetgeving. Met deze woonzorgvisie willen wij de kwantitatieve woon(zorg)opgave, die medio 2023 aan uw raad wordt gepresenteerd, kwalitatief inzichtelijk maken, waardoor onze bouwopgave voor de woonzorg nog meer afgestemd/verfijnd kan worden. Vandaar dat de resultaten van de woonzorgvisie kwalitatieve input is voor onze totale bouwopgave tot en met 2030 e.v.
Geen vragen
Vraag 1: Deze woonzorgvisie wordt als een bouwprogramma gepresenteerd en is daarom ook op de agenda van de dialoogvergadering Leefomgeving, Het sociale aspect is echter minstens zo belangrijk en ODE is dan ook blij met de directe samenwerking met het sociale domein. Kijkt u alleen naar nieuwbouw of bestudeert u ook preventieve aanpassingen aan bestaande woonhuizen zodat die in de toekomst gesplitst dan wel samengevoegd kunnen worden, al naar gelang de behoefte en noodzaak van bewoning en zorg?
2
Antwoord: Voor het fysieke deel vormt de woonzorgvisie de kwalitatieve input voor onze (woon)zorg bouwprogramma. Om een oordeel over de benodigde huisvesting in deze te krijgen zal naast de inventarisatie van het bestaande vastgoed onder andere op aspecten van aanpasbaarheid en levensloopbestendigheid en het gebruik van (zorg)technologie aangezien het merendeel van de zorgvragers (zo lang mogelijk) in de eigen woning blijft. U heeft volkomen gelijk dat het sociale aspect hierin onmisbaar is. Om de benodigde zorg en daarvoor gewenste huisvesting inzichtelijk te maken, wordt ook gekeken naar het aanwezige zorggeschikte vastgoed in relatie tot de huidige en toekomstig verwachte behoefte. Voor nieuwe zorgwoonvormen wordt expliciet gekeken naar vernieuwende concepten en de toepasbaarheid daarvan in de gemeente Eijsden-Margraten. Vraag 2: Bijlage 5b pag.5 ‘binnen 5 jaar in elke wijk een fysieke ontmoetingsplek en zinvolle dagbesteding.’ Heeft u al specifieke plekken in de diverse kernen op het oog die in aanmerking komen voor fysieke ontmoetingsplekken? Antwoord: Ik kan helaas niet beoordelen wat met Bijlage 5B, pagina 5 wordt bedoeld, maar op basis van de woonzorgvisie kan worden beoordeeld wat en waar gewenst is aan zorg in brede zin, waaronder sociale ontmoetingsplekken.
Vraag 3: Beschouwt u alleen gebouwen als fysieke ontmoetingsplekken? Antwoord: De formulering van “fysieke ontmoetingsplekken” is wellicht wat ongelukkig in deze. Meer recht wordt gedaan met de term “sociale ontmoetingsplekken”. Ontmoetingsplekken dienen ook breder gekaderd te worden bijvoorbeeld een zitbank buiten of informele ontmoetingsmogelijkheden tussen burgers onderling. Zowel wat vraag 2 en 3 betreft, is de relatie tussen mens-leefomgeving-(zorg)wonen het vertrekpunt van de analyse. Daarbij zal invulling plaatsvinden van een woonzorgzonering (samenhang binnen en tussen kernen) zowel fysiek als sociaal.
3