08 Schriftelijke vragen en antwoorden eerste bestuursrapportage 2024 Programma 2 Landbouw, landschap en vrijetijdseconomie
Tekst van het document
Raadsvergadering 3 juli 2024 Schriftelijke vragen eerste bestuursrapportage 2024- Programma 2 Landbouw, landschap en vrijetijdseconomie Raadsvoorstel 8:
Vraag 1: Ecologisch bermenbeheer toepassen en stimuleren van lokale initiatieven. Op steeds meer plekken (ook buiten onze gemeente) steeds meer bloemen in bermen. Enkele jaren geleden behoorden ook de akkerranden hieronder. Het is zichtbaar dat dit nu een stuk minder is. Waar is dit aan te wijten? Antwoord: Een aantal jaren geleden was het mogelijk om door agrariërs via de provincie subsidie te krijgen voor bloeiende akkerranden. De provincie heeft dat op een gegeven moment stop gezet. De gemeente heeft vervolgens een samenwerking met de stichting Limburg Bloeit op gestart waar agrariërs in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding gekoppeld aan een bloeiende akkerrand. Het aantal agrariërs dat daar aan mee doet is beperkt. Voor 2025 wordt bezien of we het aantal deelnemers kunnen uitbreiden.
Vraag 2: Welke plekken zijn aangewezen voor de aanplant van de fijnspar? Antwoord: Nog geen. Wel zijn we in gesprek met de jonkheden over een aan te planten perceel in verband met den inhalen. Vraag 3: Hoe wordt ingezet op bescherming, herstel, en uitbreiding van authentieke landschapselementen? Antwoord: Een deel van de landschapselementen is beschermd via het huidige bestemmingplan.
Vraag 1: Pag 58 : 2.2 Transformatie van de landbouw “Om de transformatie in de landbouw in goede banen te leiden, wordt samen met de sector – binnen de reeds vastgestelde kaders van Buitengewoon Buitengebied - op lokaal niveau een actieplan 1
uitgewerkt. Ingezet wordt op een toekomstbestendige natuurinclusieve landbouw, waarin letterlijk en figuurlijk ruimte geboden wordt voor diversiteit en nieuw ondernemerschap.” Wordt hier het eerder aangekondigde plan van aanpak, transformatie van de landbouw bedoeld? Wanneer kan de raad in concreto dit actieplan tegemoet zien? Antwoord: Hiermee wordt inderdaad het eerder aangekondigde plan van aanpak voor de transformatie van de landbouw bedoeld. Wegens landelijke beleidsonzekerheden en de wens om concrete informatie te verzamelen, is er enige vertraging opgetreden. Momenteel bevinden we ons nog in de inventarisatiefase, die deze zomer zal worden afgerond en ter feedback zal worden verzonden naar de agrarische sector en andere betrokken partijen. Na het verwerken van de feedback wordt fase 2, de participatiefase, gestart. Zoals in het plan van aanpak is benoemd, was het voorzien dat het actieplan begin 2025 aan de raad gepresenteerd zou worden. Gezien de huidige beleidsonzekerheden en de reeds opgelopen vertraging, verwachten we dat dit enkele maanden langer zal duren. In fase 2 zal de tijdsplanning verder verduidelijkt worden.
Vraag 1. Pagina 7. Kunt u wat meer duiden wat de veiligheid bedrijven in het buitengebied inhoudt? Antwoord: Op de bedrijventerreinen hebben we het keurmerk veilig ondernemen. De bedoeling is om dit ook uit te rollen naar het buitengebied in het kader van ondermijning. Vraag 2. Pagina 7: Stikstof. De gebezigde tekst voor de 24 miljoen lijkt inmiddels achterhaald. Wat kan dit betekenen voor de uitvoering op niveau Eijsden-Margraten? Antwoord: De gemeente is betrokken bij het opstellen van het LPLG (Limburg Programma Landelijk Gebied) waarin de stikstofaanpak voor Limburg wordt bepaald. De nieuwe politiek samenstelling op landelijk niveau heeft zijn weerslag op de uitvoering. Hoe dit precies gaat uitpakken is tot op het moment van schrijven nog niet duidelijk. De hoop is medio zomer meer duidelijkheid te krijgen van de provincie.
Paginanummering volgens iBabs Vraag 1: Pag.36 Wat heeft de afname van de agrarische sector te maken met biodiversiteit gezien het intensieve gebruik van de grond, het gebruik van mestoffen en van bestrijdingsmiddelen? 2
Antwoord: Het is niet mogelijk om rechtstreeks af te leiden uit de afname van de agrarische sector of dit een positief of negatief effect heeft op de biodiversiteit. De biodiversiteit hangt af van het type beheer van het landbouwareaal; een beheerder kan de biodiversiteit verminderen of juist verbeteren. Echter, door het wegvallen van middelen voor het beheer kan het verbeteren van de biodiversiteit wel worden bemoeilijkt. Vraag 2: Pag.36 Hoe wordt de biodiversiteit en vergroening blijvend geborgd? Hoe worden de ecologische verbindingszones en natuurontwikkelingen geborgd? Er is immers nog geen nieuwe landschapselementekaart. Antwoord: Aan alle landschapselementen, die via het landschapsfonds worden aangelegd, is een instandhoudingsplicht opgenomen van 10 jaar. De elementen die worden aangelegd op gemeentelijk grond worden door de gemeente beheerd. Als er voldoende financiële middelen zijn voor beheer kunnen de elementen behouden worden. Vraag 3: Deze gemeente past al jaren ecologisch bermenbeleid toe. Een zeer goede zaak en in het belang van biodiversiteit. Maar hoe kan het dat wij buiten hier niets van terugzien? Eerder het tegenovergesteld? Antwoord: De berm heeft primair een verkeerskundige functie. Het beheer is met name gericht op de verkeersveiligheid en afgestemd op de ecologische nevenfunctie.
Eea staat beschreven in het door de raad vastgestelde beleidsplan Maaien wat moet, bloei waar mogelijk. In het buitengebied is een toename van bloei in de bermen waarneembaar. Het feit dat de bermen vaak heel smal zijn betekent ook dat de invloed van het aanpalende perceel op de berm aanzienlijk is. Dat kan de ontwikkeling van bloei beperken. Vraag 4: Pag.36 U wil het bijenwelzijn bevorderen, volgens ODE een prima zaak. Hoe gaat u dit doen? (U bedoelt met bijen natuurlijk ‘de wilde bijen’) Zou u het bevorderen van bijenwelzijn bovendien niet breder moeten trekken tot ‘wilde bestuivers’? Antwoord: Het gaat inderdaad over de wilde bestuivers. In de praktijk betekent dit dat er gekozen wordt voor bomen en planten die positief zijn voor de wilde bestuivers. We streven er naar om naast voor bestuivers aantrekkelijke soorten ook een spreiding in bloei te realiseren. Vraag 5: Pag.37 Wat gaan we ervoor doen? Het 1e en 5e onderdeel verdient geen Groen als Kwaliteit. Bent u dit met ons eens en gaat u dit corrigeren? Antwoord: Nee, onderdeel 1: De herontwikkeling van het Noordal faciliteren. En onderdeel 5: Samen met de Provincie bezien hoe invulling te geven aan het bomenplan zijn beide opgepakt. Vraag 6: 3
Pag.39 Wat gaan we ervoor doen? Een Lokaal Actieplan Transformatie van de Landbouw. In hoeverre verdient dit een groen label aangezien we nog geen actieplan onder ogen hebben gehad? Antwoord: Met het groene label wordt aangeduid dat momenteel wordt gewerkt aan het actieplan voor de transformatie van de landbouw. Op dit moment bevinden we ons in de inventarisatiefase, die deze zomer wordt afgerond en ter feedback wordt verzonden naar de agrarische sector en andere belanghebbende partijen. Na verwerking van de feedback gaan we over naar fase 2: participatie. Hierbij wordt de raad betrokken voor feedback en advies. Vraag 7: Pag.39 Wat gaan we ervoor doen? Verdient het uitvoeringsprogramma Plattelands- en Vrijetijdseconomie 2024 een groen label? Waarom wel of waarom niet? Antwoord: De indicator is groen omdat de zaken zoals opgenomen in de begroting zijn opgepakt, en of gerealiseerd of in ontwikkeling/uitvoering. Vraag 8: Pag.41 Graag ontvangen wij een toelichting op het saldo beleidstaak vòòr en na bestemming. Antwoord: Voor bestemming wil zeggen dat het gaat om het saldo lasten & baten waarbij geen rekening is gehouden met de (inzet en/of vorming van) reserves. Na bestemming betekent dat er wel rekening is gehouden met de inzet en/of vorming van reserves. Mutaties reserves Primitieve begroting Storting in reserve Landschap
- € 220.000
nadeel saldo beleidstaak
Begrotingswijziging - Inzet reserve Prioriteiten • Groenstructuurplan • MIRT Zuidelijk Maasdal
+ € 50.000 + € 45.000
voordeel saldo beleidstaak voordeel saldo beleidstaak
+ € 275.000
voordeel saldo beleidstaak
+ € 150.000
voordeel saldo beleidstaak
-
Inzet algemene reserve • 80 jaar vrijheid
4