08 Schriftelijke vragen en antwoorden Analyse Begroting Gemeenschappelijke regelingen 2025
Tekst van het document
Raadsvergadering 28 mei 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 8: Analyse Begroting Gemeenschappelijke regelingen 2025
Vraag 1: Pagina 7. Zienswijze BSGW De Raad voor te stellen als zienswijze over de begroting 2025 kenbaar te maken dat ze niet kan instemmen omdat de door de BSGW gehanteerde gehanteerd indexeringen wijken af van de door onze gemeente gebruikte indexeringen. (salarissen 3,8% en materiële lasten 2.8% cf. CEP 2024). Zijn andere gemeentes ook bereid niet in te stemmen met de begroting van de BSGW? Hoe sterk staan wij als gemeente Eijsden-Margraten om de begroting aangepast te krijgen? Wat is het gevolg als meerdere gemeentes niet instemmen met de begroting voor de organisatie BSGW? Antwoord: Wij hebben geen inzicht of andere gemeentes ook bereid zijn niet in te stemmen met de begroting van de BSGW. Individueel staan wij niet sterk als gemeente Eijsden-Margraten daar wij maar een beperkt aandeel in de stemmen hebben. Wel worden de verschillende zienswijzen met elke gemeente gedeeld en in het AB behandeld. Mochten er meerdere gemeentes niet instemmen met de begroting voor BSGW dan zal BSGW haar begroting dienen aan te passen.
Vraag 1: GGD: er wordt aangegeven: De vraag kan gesteld worden of dit een verplichte medebewindstaak is. Wordt dit gevraagd dan wel getoetst? Hoe wordt dit opgepakt? Antwoord: De beleidsadviseur die de GGD in zijn/haar portefeuille heeft toetst dit en is hier kritisch op. Als gemeente Eijsden-Margaten stellen wij vaker kritische vragen over de voorgestelde activiteiten van de GGD en stemmen ook vaker tegen als wij onvoldoende nut en noodzaak ervaren. Echter door ons kleine aandeel is onze stem niet doorslaggevend en dienen wij ons te conformeren aan de meerderheid.. Vraag 2: Zienswijze BSGW: wat is het verschil in indexeringen? Antwoord: Wij hanteren het CEP 2024 als uitgangspunt en de BSGW heeft 5,6% gehanteerd o.b.v. een driejarig gemiddelde.
1
Vraag 3: Zienswijze RUD: Is een fusie met Omgevingsdienst Noord Limburg mogelijk een daadwerkelijke oplossing? Kunt u het robuustheid probleem nader uitleggen? Antwoord: In juni 2023 zijn robuustheidscriteria in de vorm van kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) en randvoorwaarden geformuleerd door het Bestuurlijk Overleg van het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH). Een en ander is het concrete resultaat van de aanbeveling van de commissie Van Aartsen om de ondergrens van omgevingsdiensten te verhogen, teneinde deze diensten als fundament van dit stelsel te versterken. Uit de zelftoets en beoordeling volgt dat de RUD ZL niet voldoet aan alle criteria en KPI’s, o.a. voldoet men niet aan - Het minimale omzetniveau van € 16,5 milj euro wordt niet bereikt - De RUD ZL beschikt niet over een meerjarige innovatieagenda met een budget van 1% van de begroting - De RUD ZL beschikt niet over een business-intelligence strategie (inzicht in productiviteit) en een unit van minimaal 3 FTE - De RUD ZL voldoet niet aan het deskundigheidsgebied BOA milieu - De RUD ZL beschikt niet over een afdeling bedrijfsvoering Fusie met Omgevingsdienst Noord Limburg is de oplossing voor een gedeelte van het robuustheid probleem wat betreft het minimale omzetniveau. Vraag 4: Blz 4; rud: locaties binnen basistaken stijgen van 72 naar 250 per jaar.
Zelf deden we dat dus niet in die omvang, waarom zou de rund dat dan wel doen? Hebben we daar invloed op? Heeft de rud überhaupt de capaciteit dat allemaal te gaan doen, zeker wetende dat deze stijging bij meer gemeente gebeurt? Antwoord: De locaties die naar de RUD ZL zijn overgegaan zijn locaties die tot 1 januari 2024 behoorden tot de zogenaamde thuistaken en in ons inrichtingensysteem waren opgenomen. Met andere woorden deze locaties werden regelmatig door onze eigen toezichthouders gecontroleerd en de milieumeldingen werden afgehandeld. Deze taken gaan per 1 januari 2024 op basis van de wettelijke verplichting over naar de RUD ZL, waarbij de omvang van de taken dus niet veranderd. De vraag of de RUD ZL beschikt over de benodigde capaciteit is een punt dat wij aan de RUD ZL hebben voorgelegd. Zij gaven aan dat de capaciteit dient te worden uitgebreid en dat daarvoor de investering van de gemeenten , groot circa € 1 miljoen euro noodzakelijk is. Dit is opgenomen in de conceptbegroting 2025. Vraag 5: Blz 7: Welk robuustheidsprobleem dient er nog opgelost te worden bij de rud? Antwoord: In juni 2023 zijn robuustheidscriteria in de vorm van kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) en randvoorwaarden geformuleerd door het Bestuurlijk Overleg van het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH).
Een en ander is het concrete resultaat van de aanbeveling van de commissie Van Aartsen om de ondergrens van omgevingsdiensten te verhogen, teneinde deze diensten als fundament van dit stelsel te versterken. Uit de zelftoets en beoordeling volgt dat de RUD ZL niet voldoet aan alle criteria en KPI’s, o.a. voldoet men niet aan 2
• • • • •
Het minimale omzetniveau van € 16,5 milj euro wordt niet bereikt De RUD ZL beschikt niet over een meerjarige innovatieagenda met een budget van 1% van de begroting De RUD ZL beschikt niet over een business-intelligence strategie (inzicht in productiviteit) en een unit van minimaal 3 FTE De RUD ZL voldoet niet aan het deskundigheidsgebied BOA milieu De RUD ZL beschikt niet over een afdeling bedrijfsvoering
Vraag 6: Blz 7: rud: zou de grote formatiestijging door nieuwe taken etc niet met een ingroeimodel kunnen waardoor in komende jaren bezien kan worden hoe eea zich ontwikkelt? Antwoord: Feitelijk dienen de gemeenten en de RUD ZL op 1 januari 2024 te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet. Dit wil zeggen dat de gemeenten alle verplichte basistaken aan de RUD ZL hebben overgedragen en dat de RUD ZL deze basistaken dient uit te voeren. Dat zou betekenen dat alle kosten voor 2024 zouden gelden. Omdat dit niet mogelijk is zijn de kosten in 2025 opgenomen. In onze zienswijze geven we aan dat we hiermee niet kunnen instemmen en voorstellen om de investeringen te spreiden zodat de effecten van de Omgevingswet kunnen worden gemonitord en kengetallen kunnen worden bijgesteld. De vraag is of de RUD ZL hiermee instemt.
Vraag 1: Analyse algemeen: Hebben andere gemeenten dezelfde zienswijze, is hierover afgestemd? Antwoord: Ja binnen Samen Grip op Verbonden Partijen heeft hierover afstemming plaatsgevonden en is de algemene zienswijze geformuleerd. Het is aan de individuele gemeente om dit dan over te nemen en dit vindt in de meerderheid van de gemeenten plaats. Vraag 2: Waarom werken verschillende GR’en met verschillende indexaties en ook binnen een GR met verschillende indexaties (zoals GR Veiligheidsregio Zuid-Limburg)? Waarom wordt er niet een uniforme indexering gehanteerd? Antwoord: Er is geen verplicht dwingend kader voor de verschillende GR’en welke dit kan opleggen. Zij hebben de vrijheid om naar eigen inzicht om te gaan met indexaties Vraag 3: Bij verschillende GR’en wordt geld vastgehouden in de reserves. Hebben GR’en een weerstandsvermogen nodig? Antwoord: Er is geen wettelijke verplichting voor de Gr’en om weerstandvermogen aan te houden.
3
Vraag 4: Hoe gaan andere gemeenten om met reserves van andere GR’en? Horen deze bij de gemeenten of blijven die bij GR’en in andere regio’s in hun eigen weerstandsvermogen? Antwoord: Deze vraag is ons niet geheel helder. De Gr kiest een richting m.b.t het weerstandvermogen en daarover vindt besluitvorming plaats in het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Als de meerderheid van de stemmen deze richting ondersteund is de rest van de gemeenten gehouden aan de besluitvorming. Vraag 5: Voorheen was afgesproken in onze gemeenteraad dat het weerstandsvermogen van de afzonderlijke regelingen bij de gemeenten komt te liggen, en niet dat alle GR;'s een eigen weerstandsvermogen gaan opbouwen. Is dit doel veranderd? Antwoord: Nee dit doel is niet veranderd. In het verleden is dit ook als eens in de zienswijze opgenomen. Echter geldt dat de meerderheid van de stemmen geldt zoals hierboven reeds beschreven. Vraag 6: Kan er een specificatie gegeven worden van het totaal aan de bestemmingsreserves en weerstandsvermogen en voorzieningen, etc. van de GR’en (per GR, per potje, uitgesplitst wat voor soort dit bestemt)? Hoeveel hiervan zou kunnen terugvloeien naar Eijsden-Margraten? Antwoord: Nog niet alle jaarrekeningen 2023 zijn vastgesteld en daarmee kan dit overzicht nu niet worden opgesteld.
Vraag 1: Kunt u aangeven of er naast alle verhogingen ook gesproken is met de GR’s over mogelijke bezuinigingen / verlagingen van onze bijdragen, dit in het kader van het naderende ravijnjaar? Antwoord: Nee dat gesprek heeft nog niet plaatsgevonden op SGOVP niveau. De algemene zienswijze is de eerste stap. Hierna volgt een specifiekere instructie voor de GR’en hoe invulling te geven aan de gevraagde kostenreductie van 5% a 10%. Vraag 2: Wat is de visie van de andere deelnemende gemeenten over het opleggen van een taakstelling van 510%?
4
Antwoord: Binnen Samen Grip op Verbonden Partijen heeft hierover afstemming plaatsgevonden en is de algemene zienswijze geformuleerd. Het is aan de individuele gemeente om dit dan over te nemen en dit vindt in de meerderheid van de gemeenten plaats. Vraag 3: Op welke wijze wordt met de partijen gesproken over de taakstelling die wordt opgelegd en wat gebeurt er als een partij de taakstelling niet haalt? Zal er ook een tussentijdse monitoring plaatsvinden op deze taakstelling? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag 1: Pagina 2 punt 4 RUD In juni 2023 zijn landelijke robuustheidscriteria en kritische prestatie-indicatoren vastgesteld. Elke omgevingsdienst moet voor 1 april 2024 een plan van aanpak indienen om uiterlijk 1 april 2026 aan deze criteria te voldoen. Tegelijkertijd is in 2023 een visitatiebezoek uitgevoerd door de Omgevingsdienst Nederland, resulterend in aanbevelingen voor verbetering. De RUDZL heeft op 28 maart 2024 een plan van aanpak en verbeterplan vastgesteld en naar respectievelijk de Staatssecretaris en Omgevingsdienst Nederland gestuurd. Deze plannen overlappen deels maar vormen samen een totaalplan voor een robuuste RUDZL. Krijgt de raad een presentatie over deze plannen? Antwoord: Dit is niet ingepland maar indien gewenst worden aangevraagd bij de RUD ZL.
Vraag 2: De RUD presenteert een grote kostenverhoging (196,24 %) maar de houding van Eijsden-Margraten ten aanzien van hun plannen is ons niet duidelijk. Verzet u zich of wilt u het juist accepteren omdat hun plannen in het financiële voordeel van Eijsden-Margraten zijn? Wat bedoelt u precies, kunt u dat in, niet ambtelijke, bewoordingen uitleggen? Antwoord: Het stijgen van de kosten voor Eijsden-Margraten is voornamelijk een gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierdoor vallen meer locaties met milieubelastende taken onder de basistaken. Daarnaast is de bevoegdheid van bodemtaken van Provincie naar de gemeente overgedragen. Hierdoor stijgen de kosten voor de gemeente Eijsden-Margraten met circa € 340.000. De uitbesteding van deze zogenaamde basistaken aan de RUD ZL is wettelijk verplicht. Zich hiertegen verzetten heeft hierdoor geen zin. Door de stijging van de kosten ingevolge de bodemtaken is de gemeente Eijsden-Margraten het zwaarste getroffen van alle deelnemers . In het kader van het solidariteitsbeginsel en de collectiviteitsgedachte zouden wij het op prijsstellen als de Algemeen Bestuur van de RUD ZL op 4 juli 2024 besluit om een gedeelte van het resultaat van 2023 te “ investeren” in de bodemtaken waardoor alle gemeenten geen toename in kosten hebben in 2024. 5
Vraag 3: Punt 5 GGD U geeft een lovend verhaal over wat de GGD allemaal doet, (o.a. Trendbreuk en GALA) en zegt vervolgens twijfels te hebben over hun rol. Margraten heeft eerder aangegeven bij de begroting 2024 twijfels te hebben over deze rol. De vraag kan gesteld worden of dit een verplichte medebewindstaak is? Graag een onderbouwing voor deze twijfels Antwoord: Wij hebben met name twijfels over de extra programma’s die de GGD voorstelt en die vragen om een grote budgettaire bijdragen. Deze programma’s vallen niet onder de medebewindstaak maar worden additioneel ontwikkeld. Vraag 4: P 6. Zienswijze De GR’en zijn in het leven geroepen omdat de gemeente taken moet vervullen die we zelf niet aankunnen. Toch wilt u uit financiële overwegingen bezuinigen op de uitvoering van die taken. Klopt deze waarneming? Zo nee, hoe moeten we het dan zien? Antwoord: De Gr’en zijn inderdaad in het leven geroepen omdat de gemeente taken moet vervullen die ze zelf niet aankan. Dit zegt nog niks over hoeveel middelen dan daarvoor benodigd zijn. De gemeente krijgt vanuit het gemeentefonds middelen om deze taken te financieren. Nu zijn deze middelen niet toereikend om de gevraagde middelen van de GR te dekken. Dan kan de vraag gesteld worden hoe het kan dat de kosten van de Gr hoger zijn dan de van het rijk ontvangen middelen.
Daarbij kan tevens de vraag gesteld worden hoe doelmatig een GR haar taken vervult.
6