CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Schriftelijke vragen en antwoorden Verordening tot toekenning van gemeentelijke onderscheidingen in Eijsden-Margaten 2026

* Raadsvergaderingen 10 februari 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde1.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 10 februari 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 07: Verordening tot toekenning van gemeentelijke onderscheidingen in Eijsden-Margaten 2026

Vraag 1: Art 5: het toekennen van het ereburgerschap is voorbehouden aan de raad. Volgens u echter alleen op voordracht van het college? Waarom? Waarom zou de raad niet zelf een voordracht kunnen doen? Antwoord: Voorop staat dat op grond van artikel 1 lid 3 eenieder een voordracht aan het college kan doen voor het toekennen van het ereburgerschap. Een of meerdere raadsleden kunnen dus ook een voordracht doen. De voordracht wordt vervolgens door het college van burgemeester en wethouders getoetst aan de eisen die aan een toekenning worden gesteld waarna door het college een voorstel tot toekenning aan de raad wordt voorgelegd voor besluitvorming. Dit geldt overigens ook op basis van de geldende verordening uit 2012.

Vraag 2: Art 7: de raad kan, al dan niet op voordracht van het college, een eerdere toekenning vervallen verklaren. Hier kan de raad wel zelfstandig het besluit nemen. Waarom? Antwoord: De toepaste systematiek voor het vervallen verklaren in artikel 7 lid 2 van de voorgestelde verordening is weliswaar overgenomen uit de geldende verordening maar ziet inderdaad op een inconsistentie. Om deze inconsistentie weg te nemen is artikel 7 lid 2 aangepast door de woorden “al dan niet” te schrappen. Daarmee is duidelijk dat zowel het toekennen als het vervallen verklaren geschiedt op voorstel van het college.

Pagina 1 van 5

Vraag 3: In het RV spreekt u steeds over het automatisme dat u wil afschaffen en waarvan u vindt dat het niet meer van deze tijd is. Bent u het met ons eens dat de regels mbt het automatisme net werden ingesteld om te voorkomen dat de toekenning van een onderscheiding aan een politieke ambtsdrager een politiek item zouden worden? Net om te voorkomen dat de samenstelling van de raad, het college of de coalitie zouden bepalen of iemand wel of niet een onderscheiding zou krijgen werden deze regels ingesteld. Antwoord: Het klopt dat het automatisme vooral bedoeld was om politieke strijd te voorkomen.

Vraag 4: Vindt u dat een achterhaald idee? Antwoord: Inmiddels wordt dit automatisme gezien als achterhaald. De indruk wordt gewekt dat de focus te veel ligt op de ambtstermijn en te weinig op de inhoudelijke verdiensten, waardoor het onderscheid met vrijwilligers die zich voor de maatschappij inzetten, minder duidelijk wordt. Vanuit deze gedachte bestaat nog altijd de mogelijkheid dat een scheidend wethouder of raadslid in aanmerking komt voor een gemeentelijke onderscheiding maar dan in het geval de desbetreffende persoon op een exceptionele/buitengewone wijze activiteiten heeft uitgevoerd, welke uitsteken boven wat normaliter van een wethouder of raadslid verwacht wordt. Gewezen kan worden bijvoorbeeld naar de Provincie Limburg waarbij burgemeesters en wethouders niet in aanmerking komen voor de provinciale erepenning op basis van duur van ambtsvervulling. Zoals in het raadsvoorstel is aangegeven hebben ook gemeenten om ons heen dit automatisme niet meer opgenomen in de desbetreffende verordeningen. Voor wat betreft het geldende automatisme van Koninklijke Onderscheidingen voor scheidende bestuurders is bij het Kapittel voor de Civiele Orden en het Ministerie van Binnenlandse Zaken een wens om meer ruimte te kunnen bieden voor een beoordeling van de kwaliteit van het werk en de maatschappelijke impact, in plaats van enkel jaren van dienst te tellen.

De discussie richt zich daarbij op het vinden van een betere balans tussen de erkenning van politieke dienstbaarheid en de waardering voor uitzonderlijke maatschappelijke inzet, ook bij (oud-) bestuurders. Het automatisme van Koninklijke Onderscheidingen voor scheidende bestuurders vanwege duur ambtsvervulling staat dus ook ter discussie.

Pagina 2 van 5

Vraag 5: Is het niet zo dat, ook in onze raad, de onderlinge relaties en sfeer verhard zijn en mogelijk een toekenning politiek beladen maken? Antwoord: Het vervallen van het hier bedoelde automatisme ziet op de toekenning van de erepenning als bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De toekenning van het ereburgerschap is een bevoegdheid van de raad. Zoals met iedere bevoegdheid van de raad het geval is, kunnen politieke overwegingen een rol spelen.

Vraag 6: Is het niet zo dat zelfs bij de landelijke Koninklijke Onderscheidingen er net expliciet voor politieke ambtsdragers het automatisme nog steeds geldend is om precies de reden die we net hierboven beschreven hebben? Antwoord: Zoals aangegeven bij vraag 3 klopt het dat het automatisme vooral bedoeld was om politieke strijd te voorkomen.

Vraag 7: Is het college bereid dit onderdeel nog te heroverwegen vooraleer het ter besluitvorming aan de raad voor te leggen? Antwoord: Onder verwijzing naar het antwoord bij vraag 4 en het voorliggende raadsvoorstel ziet het college thans geen noodzaak dit onderdeel te heroverwegen.

Vraag 8: Als een raadslid nu drie perioden van vier jaar direct in de raad wordt gekozen dan ontvangt hij een koninklijke onderscheiding. Welke rol heeft de gemeente bij het aanvragen en/of toekennen van deze onderscheiding? Antwoord: Volgens artikel 14 van het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van OranjeNassau komen zij automatisch in aanmerking voor een koninklijke onderscheiding na een bepaalde periode. De burgemeester dient de aanvraag daarvoor in bij de provincie en uiteindelijk wordt via de Kanselarij der Nederlandse Orden een beslissing genomen over de toekenning. Pagina 3 van 5

Vraag 9: Heeft de nieuwe verordening ook gevolgen voor deze “12 jaars jubileum onderscheiding”? Antwoord: De nieuwe verordening heeft geen gevolgen voor dit wettelijk voorgeschreven automatisme. Koninklijke onderscheidingen zijn landelijk geregeld, het raadsvoorstel ziet enkel op gemeentelijke onderscheidingen.

Geen vragen

Geen vragen

Geen vragen

Vraag 10: 07a RV pagina 2 Proces van Burgerparticipatie: In de toelichting wordt beschreven dat indertijd de 2 verordeningen in elkaar zijn geschoven, “om bestaande tradities zoveel mogelijk te bestendigen”. Het argument dat genoemd wordt om nu geen burgerparticipatie toe te passen, staat hier haaks op. Op basis waarvan is de verwachting geformuleerd dat er niet veel “belanghebbenden” zijn die geraakt worden door dit nieuwe beleid? Terwijl daarvoor vanuit de traditie juist veel gevoeligheid verwacht werd? Pagina 4 van 5

Antwoord: Het vaststellen van een gewijzigde verordening over het toekennen van (traditionele) gemeentelijke onderscheidingen is en blijft primair aan aangelegenheid van interne aard zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 onder a van de geldende participatieverordening en waarop inwonersparticipatie niet wordt toegepast. Verder bepaalt artikel 2 van de participatieverordening dat inwonersparticipatie en/of inspraak wordt toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken inwoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel is het voorgaande niet aan de orde.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=7df03af4-c06c-4950-8244-8b3b005da1ff