CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Schriftelijke vragen en antwoorden BP Bredeweg Banholt.docx

* Raadsvergaderingen 14 februari 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen en antwoorden1.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 14 februari 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 7: Bestemmingsplan Bredeweg Banholt

1. Wat is gedaan met de opmerkingen/vragen die gesteld zijn geworden tijdens de informatie-avond in het kader van verkeersveiligheid. (Nieuwe weg aansluiting op bestaande weg aansluiting). Antwoord: Naar aanleiding van de opmerkingen tijdens de raadsinformatie-avond is nogmaals zorgvuldig de verkeerssituatie beoordeeld. De situering wordt ongewijzigd voorgesteld. Vastgelegd (in de anterieure overeenkomst) is om de nieuwe wegaansluiting uit te voeren als een (woon)erfconstructie, waardoor verkeer komend uit het plangebied voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Bredeweg. Normaliter wordt een dergelijke kruising als gelijkwaardige kruising uitgevoerd, waar verkeer van rechts voorrang heeft. 2. Is er gekeken naar een alternatief om de weg te verleggen? Antwoord: Ja, alternatieven zijn in de planvormingsfase onderzocht, zoals reeds verwoord tijdens de raadsinformatie-avond. Voor een nadere beschrijving en afweging van de alternatieven wordt verwezen naar de Nota van Zienswijzen (zie ‘Reactie op zienswijze 2, onderdeel 1’, pagina 4). 3. We hebben vernomen dat de provincie tegen het verleggen van de weg is. Wat is de motivatie van de provincie hiervoor? Antwoord: Voor de provincie is het realiseren van een ontsluiting aan de oostzijde is niet akkoord. Hiermee wordt de stedelijke ontwikkeling te veel richting buitengebied getrokken.

De locatie is namelijk gelegen in ‘Buitengebied’ conform de provinciale Omgevingsverordening. Juist door het opheffen en groen herinrichten van de bestaande ontsluitingsweg op die plek wordt een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteitswinst gerealiseerd. De oostgrens van de verkaveling blijft daarbij een harde scheidslijn tussen de rode en groene ontwikkeling. Het handhaven van deze scheidslijn is vanuit provinciaal belang een harde voorwaarde voor de planontwikkeling. De provincie houdt vast aan de uitwegconstructie aansluitend aan de kern. 4. Wat zijn de consequenties als de weg richting Reijmerstok wordt verlegd, zoals aangegeven in de zienswijze? Antwoord: De consequenties betreffen: • De door de reclamant voorgestelde aanpassing zorgt ervoor dat de ontsluiting vóór de verkeersremmende maatregel komt te liggen, hetgeen de verkeersveiligheid niet per definitie verbeterd. • Deze optie voldoet in dat geval niet aan de voorwaarde (zie antwoord op vraag 3) van de provincie. De mogelijkheid bestaat dat hierdoor - na vaststelling van het bestemmingsplan een reactieve aanwijzing wordt gegeven door Gedeputeerde Staten van de provincie 1

• • • •

waardoor (een deel van) het bestemmingsplan buiten werking wordt gesteld. Tegen een reactieve aanwijzing kan beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan moet worden aangepast hierop Het landschapsplan moet worden aangepast en het aangepaste landschapsplan wordt opnieuw voorgelegd aan de gemeentelijke kwaliteitscommissie (vanuit GKM) Er is Verkeersbesluit benodigd voor het vergroten van de 30km-zone De initiatiefnemer staat aan de lat om de openbare ruimte aan te leggen. Het verleggen van de aansluiting zorgt voor gewijzigde afspraken, die moeten worden geborgd in de aangepaste anterieure overeenkomst.

5. Wat is de beperkende factor voor toekomstige bouw-initiatieven als de huidige bestemming gehandhaafd blijft, en de huidige vergunning optimaal benut wordt? Antwoord: De beperkende factor betreft voornamelijk de geurcontour van de vergunde varkenshouderij. Hiervoor wordt verwezen naar de uitsnede van de geurcontourenkaart, zie onderstaande afbeelding. De beperking voor bouw-initiatieven van geurgevoelige objecten (zoals woningen) betreft in het gebied binnen de paarse contour (voor locaties binnen de bebouwde kom) en binnen de roze contour (voor locaties buiten de bebouwde kom). Toevoeging van geurgevoelige objecten (zoals woningen) is in die geurcontouren niet mogelijk. Eén en andere is nader beschreven in paragraaf 2.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan.

2

Vraag 1: “Gedeputeerde Staten te verzoeken de bekendmaking van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Europapark eerder te mogen bekendmaken dan op grond van artikel 3.8 lid 4 van de Wet ruimtelijke ordening, 6 weken na het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan bepaald is;” EML neemt aan dat de vermelding “Europapark” een fout betreft. Antwoord: Dit betreft een omissie. Dit wordt hersteld in het raadsvoorstel. Vraag 2: 07b9 Bredeweg 29-29a Banholt Bijlage 9 bij toelichting Nota van zienswijzen.pdf “Bij het opstellen van het bestemmingsplan zijn meerdere opties voor de ontsluiting afgewogen, namelijk (1) aansluiting op de Bredeweg binnen de 30km-zone, zoals nu is opgenomen in het plan, (2) gebruik van de bestaande ontsluiting in oostelijke richting op de Bredeweg en (3) aansluiting op de Hondsrugweg, direct achter de harmoniezaal. Optie 3 is verkeerskundig onvoldoende omdat de weg slechts 3 meter breed is. Bij tegenliggers moet iemand terug richting doorgaande weg rijden of de ander moet achteruit rijden terug het plan in.

Optie 2 is niet mogelijk vanwege een voorwaarde vanuit de provincie.” Welke eis geldt er voor de minimale breedte van een weg? In hoeverre kunnen bewoners van het perceel dat aan de veldweg gelegen is in de toekomst via deze weg toch hun perceel via de achterkant bereiken? Antwoord: Conform de ASVV bedraagt de minimale breedte voor een erftoegangsweg 4,8 meter. Er is in het plan geen uitweg gesitueerd via de veldweg (Hondsrugweg). Het landschapsplan geeft aan dat de aansluitende perceelsgrens moet zijn voorzien van gedeeltelijk struweel en gedeeltelijke een haag. Het landschapsplan is via een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan (regels, artikel 5.4.2). Vraag 3: Spuitcirkels; naar aanleiding van een rapport en overeenkomsten met eigenaren van omliggende agrarisch bestemde percelen is een spuitzone van 50m overeengekomen. Zijn deze overeenkomsten van financiële aard of zijn dit overeenkomsten met gesloten beurs? Heeft dit impact op grondprijzen of zijn er hierdoor extra kosten voor dit plangebied die later bij de gemeente terecht komen? Antwoord: In het bestemmingsplan is vastgelegd dat op agrarische gronden binnen 50 meter van de woonbestemming een spuitvrije zone is opgenomen. Dit is benodigd omdat er een toevoeging is van enkele woningen. De afstand van 50 meter is bepaald op basis van jurisprudentie.

De overeenkomsten betreffen privaatrechtelijke afspraken tussen initiatiefnemers van het bestemmingsplan en eigenaren van de omliggende agrarische gronden. De gemeente staat buiten deze privaatrechtelijk afspraken. De gemeente wil enkel de zekerheid dat binnen de 50 meter zone

3

vanaf de woonbestemming een spuitvrijzone ligt, waardoor een goed woon- en leefklimaat in het plangebied is gewaarborgd. Omdat hiermee een planologische beperking op de agrarische percelen wordt gelegd, kan dit een impact hebben op de grondprijzen. De eventuele kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer en vormen geen risico voor de gemeente.

Vraag 1: Welke andere vormen van burgerparticipatie had hier ondernomen kunnen worden? Antwoord: Naast informeren, hadden ook andere treden uit de participatieladder (zoals raadplegen of adviseren) ingezet kunnen worden. Deze keuze is aan de initiatiefnemer.

Vraag 2: Welk hoog maatschappelijk belang bestaat er voor het kappen van monumentale boomopstand? Antwoord: In 2019 een omgevingsvergunning (d.d. 22 augustus 2019, kenmerk Z-HZ_WABO-2018-002881) verleend voor het bouwen/vergroten van een agrarische opslagloods en het kappen van houtopstand. Bij het verlenen van de vergunning, als ook in de behandeling van de bezwaren inzake die omgevingsvergunning, is deze toetsing aan Bomenverordening uitgevoerd, waaronder het maatschappelijk belang. Dit is het uitgangspunt voor het opstellen van het bestemmingsplan. Daarmee is er op dit moment een geldende omgevingsvergunning voor het vellen van de boomgroep.

Vraag 1: Voorblad pagina 1. Punt 4. Wat is de relatie met bestemmingsplan Europapark? Antwoord: Dit betreft een omissie. Dit wordt hersteld in het raadsvoorstel.

Vraag 2: RV pagina 1 Beslispunt 4. Ook hier wordt verwezen naar het Europapark. Reden? 4

Antwoord: Dit betreft een omissie. Dit wordt hersteld in het raadsvoorstel. Vraag 3: 07b toelichting. Is het bestemmingsplan al vastgesteld op 15 december zoals hier staat? Antwoord: Nee, dit PDF-bestand is eerder door het adviesbureau voorbereid voor de vaststelling. Vraag 4: (pag. 3) Toelichting is slecht leesbaar door de vele lege pagina’s ( 4, 8, 20, 24, 62, 65 ) 6 stuks van de totaal 66! Kunnen we voor de dialoogvergadering een gecorrigeerde toelichting ontvangen? (zie ook opmerking hiervoor en hierna). Antwoord: De reden voor de lege pagina’s is dat dit PDF-bestand een printversie betreft, waardoor hoofdstuknummer op de rechter pagina beginnen en daarom in enkele gevallen een lege pagina ontstaat. Vaag 5: 07b6 Stikstoftoets Hier wordt gesproken over Noordbeemden, kunt u aangeven waar die gelegen zijn? Antwoord: Het betreft Natura 2000-gebied ‘Noorbeemden & Hoogbos’. Het gebied ligt tussen Mheer, Noorbeek en de grens met België. Vraag 6: Zienswijzen. Bij het besluit in het RV wordt vermeld dat de indieners van de zienswijzen ontvankelijk zijn. Wij willen graag de motivatie vernemen inzake reclamant 1. Heeft dit uitsluitend met de termijn te maken of moet er ergens een aangetoond belang zijn? (Reclamant stelt vooraf zelf al ontvankelijk te zijn). Antwoord: Eenieder mag een zienswijze indienen. In dit geval zijn de zienswijzen tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk.

In de zienswijzefase hoeft de indiener geen belanghebbende te zijn.

5

Vraag 1: In het nieuwe plan staan hagen en houtwallen ingetekend. Wat als de nieuwe huiseigenaren daar geen boodschap aan hebben en ze weg halen? Hoe wordt geborgd dat deze nieuwe landschapselementen beschermd zijn. Worden ze bijvoorbeeld toegevoegd aan de Landschapselementenkaart? Antwoord: Het landschapsplan is opgenomen in een voorwaardelijke verplichting van het bestemmingsplan (regels, artikel 5.4.2). Dit houdt in dat bouwen/gebruiken van de woonpercelen alleen is toegestaan indien de landschappelijke inpassing van het landschapsplan is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. De nieuwe landschapselementen zijn op deze wijze beschermd en worden niet toegevoegd aan de Landschapselementenkaart. Vraag 2: De wei met fruitbomen is prachtig, maar houdt de bestemming landbouwgrond. In de toekomst kan het dus gewoon gerooid en omgeploegd worden. Waarom komt daar niet een andere bestemming op, bijvoorbeeld natuur, waardoor deze fraaie groene buffer beschermd is? Antwoord: Nee, het kan niet zomaar gerooid en omgeploegd worden, het landschapsplan is opgenomen in een voorwaardelijke verplichting van het bestemmingsplan (regels, artikel 5.4.2). Zie ook het antwoord op vraag 1. In dit geval is de landschappelijke kwaliteit gewaarborgd door het opnemen van het landschapsplan in een voorwaardelijke verplichting. Hiervoor is geen bestemmingswijziging naar de bestemming Natuur voor nodig.

Vraag 3: Punt 7 in betoog. In de toelichting staat fout vermeld hoe het zit met al of niet mogen kappen van bomen in en buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen maatstaf. In de QuickScan staat het juist vermeld. Bevestigt u dat u de juiste gegevens hanteert, namelijk die zoals omschreven in de QuickScan? Antwoord: Ja, de correcte uitgangspunten worden gehanteerd. De toelichting wordt hierop aangepast.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=7200482c-ac0c-4cba-8fd5-0bcb6f294dcc