06 Vragen- toezeggingen uit beeldvormende vergadering Uittreden SZMH.docx
Tekst van het document
Uittreding uit GR SZMH en implementatie Uitvoeringsorganisatie Participatiewet Openstaande vragen en toezeggingen beeldvormende vergadering •
Beantwoord wordt wat bedoeld wordt met de inleidende tekst in het vraag en antwoord document onder het kopje ‘directe sturing’ en dan met name de tekst over de sturing op onderhanden dossiers van burgers.
ANTWOORD De woorden ‘directe sturing’ zien in deze context niet op directe inmenging en inzage in dossiers van burgers door management en bestuur. De inzage in dossiers van de burger is alleen voorbehouden aan de uitvoerend ambtenaar, met inachtneming van de geldende privacy wetgeving, die met de uitvoering van de wettelijke taken van de Participatiewet is belast. Bestuur en management worden door het zelf in beheer hebben van de uitvoering sneller van informatie voorzien over de overall ontwikkeling van de populatie van de Participatiewet. Dit kan bijdragen aan een beter uitvoeringsbeleid. Bij SZMH gaan we tenslotte mee in het totaal waar onze populatie wellicht vraagt om andere accenten. Daarnaast is de huidige informatie die vanuit SZMH beschikbaar wordt gesteld in de meeste gevallen reeds 3 tot 4 maanden oud voordat deze onze gemeente bereikt. •
Uitgezocht wordt waarom er nog steeds reden is om uit te treden nu het verlies van 1,7 miljoen euro (dat genoemd werd in de eerste bestuursrapportage) omgebogen is naar een verlies van 1,1 miljoen euro (genoemd in de tweede bestuursrapportage).
ANTWOORD Uw vraag ziet op de situatie bij aanvang 2020 waarin de eerste bestuursrapportage een verlies liet zien van 1,7 miljoen euro. Inmiddels is kalenderjaar 2020 voorbij en is het negatief saldo uit de bestuursrapportages van 2020 omgebogen naar positief saldo van 1 miljoen euro. De voornaamste reden hiervoor is gelegen in incidentele opbrengsten, waaronder de verkoop van onroerend goed en de compensatieregeling Voogdij/18+ jeugdhulp. Daarnaast heeft onze gemeente door corona bepaalde werkzaamheden door de intrede van corona niet danwel minder kunnen uitvoeren. Tegelijk staat de beslissing om de uitvoering van de participatiewet zelf ter hand te nemen los van bovengenoemde saldo’s. De inhoudelijke argumenten om te kiezen voor een eigen uitvoeringsafdeling van de Participatiewet blijven tenslotte overeind staan.
•
Toegezegd wordt dat het college gevraagd wordt of de rapporten waarnaar verwezen wordt (Schuurman, Berenschot, BMC) ter beschikking kunnen worden gesteld aan de raad.
ANTWOORD Rapport Stuurman Flexibiliteit: Het rapport is opgevraagd bij het Pho Sociale Zaken. Zij zijn de opdrachtgever van het uitgevoerde onderzoek en dienen akkoord te geven voor de gewenste openbaring. Inmiddels hebben wij dit akkoord ontvangen en het rapport met u gedeeld. Rapport Berenschot: Het rapport, opgesteld in 2014, is eveneens met u gedeeld.
1
Berekening BMC: BMC is in het voortraject slechts gevraagd enkele berekeningen uit de businesscase te toetsen. De resultaten van deze berekeningen lagen in lijn met onze eigen berekeningen en hebben daardoor geen aanleiding gevormd om aan het college voor te leggen. In dat kader zal het openbaar maken van deze berekeningen geen toegevoegde waarde kennen. De berekeningen hebben tenslotte geen enkele officiële status.
2