06 Schriftelijke vragen en antwoorden Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie
Tekst van het document
Raadsvergadering 20 januari 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 06: Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie
Geen vragen.
Vraag 1: Het document schetst een mogelijk toekomstscenario waarin het energieverbruik daalt van circa 2.250 TJ naar 972 TJ in 2050. Er liggen enkele aannames onder deze forse reductie. Welke daarvan liggen daadwerkelijk binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente en hoe gaat de gemeente deze invloed uitoefenen om tot daadwerkelijke realisatie te komen? Antwoord: De veronderstelde daling van het energieverbruik van circa 2.250 TJ naar 972 TJ in 2050 is inderdaad gebaseerd op enkele aannames die deels binnen en deels buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen. Deze aannames hebben we gedaan om een beeld te vormen voor onze toekomst visie. Binnen de directe beïnvloedingssfeer van de gemeente vallen onder meer de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed, sturing op energiezuinige nieuwbouw en gebiedsontwikkeling via het omgevingsplan, en keuzes in de openbare ruimte. Deze invloed wordt uitgeoefend via beleidskaders, vergunningverlening, grondbeleid en eigen investeringen. De grootste reductie is echter afhankelijk van energiebesparing en verduurzaming bij inwoners en bedrijven. Hier heeft de gemeente geen directe zeggenschap, maar vervult zij een regisserende en faciliterende rol, onder andere via wijkgerichte aanpakken, samenwerking met corporaties en netbeheerders, en ondersteuning en communicatie richting gebouweigenaren.
Ontwikkelingen zoals technologische vooruitgang en landelijke regelgeving liggen grotendeels buiten de gemeentelijke invloed. Deze worden meegenomen als randvoorwaarde en gemonitord. Het scenario is daarmee richtinggevend; de gemeente zet maximaal in op haar beschikbare instrumenten om realisatie zo kansrijk mogelijk te maken. Vraag 2: In de visie wordt uitgegaan van het volledig elektrisch invullen van de warmtevraag, terwijl in 2026 een herijking (warmteprogramma) volgt waarvoor nog diverse onderzoeken worden verricht. Hoe robuust is deze keuze, gezien onzekerheden rond netcongestie, betaalbaarheid en alternatieve warmtebronnen? Antwoord: De gemeente gaat ervan uit dat volledig elektrische oplossingen een belangrijke en mogelijk dominante rol gaan spelen in de warmtetransitie. Definitieve keuzes worden echter pas gemaakt op basis van de lopende onderzoeken naar duurzame warmtebronnen en het nog op te stellen warmteprogramma, waarin per gebied de meest doelmatige en haalbare oplossingen worden bepaald. De onzekerheden rond netcongestie en alternatieve warmtebronnen worden hierin meegenomen en zijn dus ook bepalend voor hoe de warmtetransitie er uiteindelijk uit gaat zien.
Pagina 1 van 18
Vraag 3: Netcongestie wordt genoemd als een bepalende beperkende factor tot circa 2030. Wat betekent dit concreet voor de uitvoerbaarheid van de strategie in de periode tot 2030, en welke risico’s ontstaan als deze problematiek langer aanhoudt Antwoord: Netcongestie wordt tot circa 2030 gezien als een beperkende factor voor grootschalige elektrificatie. Dit betekent dat niet alle woningen en bedrijven direct volledig elektrisch verwarmd kunnen worden, maar dit heeft geen invloed op de lange termijn visie tot 2050, waarin de energiedoelstellingen nog steeds haalbaar zijn. Op korte termijn bestaat wel een risico dat de snelheid van elektrificatie beperkt wordt. Netbeheerders verwachten echter dat het elektriciteitsnet binnen ongeveer 10 jaar voldoende capaciteit zal hebben. Om in de tussentijd de druk op het net te beperken, zet de gemeente in op verduurzaming van gebouwen (zoals isolatiemaatregelen) en het ontwikkelen van energiehubs op industrieterreinen om lokaal vraag en aanbod beter te balanceren. Verder werkt de gemeente nauw samen met netbeheerder Enexis om een verzwaring van het energienetwerk in Eijsden-Margraten te realiseren. Door deze maatregelen te combineren met een gebiedsgerichte, adaptieve aanpak, kan de transitie doorgaan zonder afhankelijk te zijn van volledige netcapaciteit op korte termijn, en blijft de strategie richting 2050 vooralsnog uitvoerbaar.
Vraag 4: Provinciale regels sluiten windenergie in Eijsden-Margraten volledig uit en beperken zon op land sterk. Is in beeld gebracht wat dit betekent voor de afhankelijkheid van energie-import van buiten de gemeente, en hoe dit zich verhoudt tot het streven naar lokale betrokkenheid en eigenaarschap? Antwoord: De provinciale regels sluiten windenergie (Einstein telescoop) in Eijsden-Margraten inderdaad volledig uit en beperken grootschalige zon op land sterk. Dit beperkt de mogelijkheden voor lokale grootschalige opwekking en vergroot daarmee de afhankelijkheid van energie-import van buiten de gemeente. Desondanks blijft de gemeente inzetten op lokale betrokkenheid en eigenaarschap door: • klein- en grootschalige zon-op-dak projecten op woningen, scholen en bedrijven; • het stimuleren van coöperatieve en collectieve energie-initiatieven; • integratie van energiehubs op bedrijventerreinen om lokaal vraag en aanbod beter te balanceren. • Pilots met kleinschalige windopwekking Op deze manier wordt de afhankelijkheid van externe energiebronnen verminderd waar mogelijk, terwijl inwoners en lokale partijen actief worden betrokken bij de energietransitie. Vraag 5: Betaalbaarheid is een leidend principe, maar het document bevat weinig concrete uitspraken over kosten voor inwoners.
Welke indicaties zijn er van de financiële gevolgen voor huishoudens, met name voor woningeigenaren met beperkte investeringsruimte? Antwoord: Betaalbaarheid is een leidend principe in de energietransitie en geldt voor alle bewoners, inclusief woningeigenaren met een beperkte investeringsruimte. Een indicatie op individueel niveau is niet te geven, omdat deze sterk afhankelijk is van het woningtype, beschikbare subsidies en gemaakte technologische keuzes. Voor deze specifieke groep bestaan wel mogelijkheden om de kosten van de energierekening te verlagen. De volgende mogelijkheden kunnen worden ingezet:
Pagina 2 van 18
•
Investeringen in woningisolatie en duurzame installaties kunnen een eenmalige kostenpost vormen, maar verlagen op termijn de energierekening; • Eigenaren en huurders met beperkte investeringsruimte kunnen gebruikmaken van rijks- en gemeentelijke subsidies, leningen of collectieve projecten; • De gemeente blijft actief sturen op energiearmoede door bewoners te informeren en te ondersteunen bij energiebesparende maatregelen in hun woning, waardoor directe besparing op de energierekening ontstaat (bv inzet door energiecoaches bij deze groep) Op deze manier streeft de gemeente ernaar dat de energietransitie betaalbaar is voor iedereen, met specifieke aandacht voor inwoners met een kleinere beurs. Vraag 6: De industrie, volgens die visie met name rond het Zinkwitterrein in Eijsden, vormt een opvallend groot aandeel van het energieverbruik, terwijl hierover weinig data beschikbaar is. Wordt nog nader onderzoek gedaan om deze stelling te onderbouwen? Hoe wordt deze onzekerheid meegenomen in de strategie en prioritering? Antwoord: Het energieverbruik van de industrie, met name rond het Zinkwitterrein in Eijsden, vormt – zoals vastgesteld – een aanzienlijk aandeel van het totale energieverbruik. Voor deze visie is het niet noodzakelijk om het energieverbruik op individueel niveau in beeld te brengen.
Uiteraard blijven wij hierover in gesprek met de ondernemers op de industrieterreinen, zoals wij dat ook hebben gedaan op het bedrijventerrein in Gronsveld, waar momenteel een pilot loopt om te komen tot een energiehub. Vraag 7: De gemeente neemt op prioritaire onderwerpen de regierol, maar verwacht ook inzet van anderen. Wat betekent deze regierol concreet in termen van capaciteit, kennis en financiële middelen binnen de gemeentelijke organisatie? Antwoord: De regierol van een gemeente houdt in dat zij, in plaats van alles zelf te doen, de coördinatie en het overzicht behoudt bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door samen te werken met diverse partijen zoals b.v. inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisatiesom beleidsdoelen te behalen in de energie-, warmtetransitie en circulaire economie waarbij ze kaders stelt, afstemt en stuurt op resultaat in plaats van directe uitvoering. Ten aanzien van de capaciteit en de inhuur van kennis zijn door het Rijk financiële middelen beschikbaar gesteld tot 2030, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van CDOKE-regeling (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid) om deze activiteiten structureel te financieren Vraag 8: Tot 2030 kiest de gemeente vooral voor een faciliterende, pionierende en aanjagende rol.
Wat bedoelt u met pionieren? Gaan we op die manier niet zelf het wiel opnieuw uitvinden? Hoe wordt voorkomen dat de circulaire ambitie in deze periode vooral beleidsmatig blijft en nog weinig meetbare impact oplevert? Antwoord: Met pionieren bedoelt de gemeente dat zij in de periode tot 2030 daar waar mogelijk experimenteert met nieuwe circulaire concepten en initiatieven, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkelingen, bouwprojecten of industriële samenwerking. Dit betekent niet dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden; bestaande kennis, best practices en regionale of landelijke samenwerkingen worden actief benut. In het kader van RES ZL zijn er verschillende werkgroepen op dit gebied waarin kennis en expertise wordt
Pagina 3 van 18
gebundeld. En er verschillende pilots worden uitgezet, voorbeelden hiervan zij “ Zon op parkeerplaatsen” en “grootschalig zon op dak”. Om te voorkomen dat de circulaire ambitie voornamelijk beleidsmatig blijft en weinig meetbare impact oplevert, zet de gemeente in op: • Concrete pilots en projecten met duidelijke doelstellingen en meetbare resultaten; • Monitoring en evaluatie van uitgevoerde initiatieven; • Samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen, andere lokale overheden, en inwoners om praktijkervaringen te vertalen naar schaalbare oplossingen; • Facilitering en stimulering van lokale initiatieven, zodat circulaire principes daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht en bij voorkeur economisch en maatschappelijk rendement opleveren. Vraag 9: Het document benadrukt rechtvaardigheid en participatie, maar werkt dit beperkt uit.
Hoe wordt geborgd dat kwetsbare groepen niet onevenredig worden belast en daadwerkelijk kunnen deelnemen aan de transitie? Antwoord: Om te waarborgen dat kwetsbare groepen niet onevenredig worden belast en daadwerkelijk kunnen deelnemen, zet de gemeente in op: • Gerichte ondersteuning en voorlichting zodat bewoners, ook met beperkte financiële of digitale middelen, de mogelijkheden en voordelen van energiebesparing begrijpen en kunnen benutten; • Financiële ondersteuning door het beschikbaar stellen van rijks- en gemeentelijke subsidies voor inwoners met een kleine beurs; • Collectieve en wijkgerichte aanpakken, zoals energiecoöperaties of gezamenlijke isolatieprojecten, waardoor kosten en inspanningen worden gedeeld; • Monitoring en evaluatie van effecten op kwetsbare groepen, zodat tijdig bijgestuurd kan worden indien de lasten onevenredig blijken. Op deze manier blijft de transitie inclusief en betaalbaar voor iedereen, met expliciete aandacht voor bewoners met minder draagkracht. Vraag 10: Het document spreekt over monitoring en evaluatie, maar veel keuzes en aannames zijn onzeker of afhankelijk van extern beleid, danwel beperkt meetbaar.
Welke momenten en indicatoren (KPI’s) zijn voorzien om tijdig bij te sturen als doelen of randvoorwaarden niet realistisch blijken? Antwoord 10 Het college monitort en evalueert voortgang cyclisch: • Het uitvoeringsprogramma wordt na 2 jaar geëvalueerd en bijgesteld; • De visie zelf wordt na 4 jaar geëvalueerd om nieuwe technologieën en inzichten mee te nemen. Indicatoren (KPI’s) en meetpunten zijn: • CO₂-reductie op nationaal, provinciaal en Zuid Limburgs niveau • Afvalreductie en mate van circulariteit; Daarnaast worden resultaten getoetst aan landelijke cijfers, CBS-monitoring en RES Zuid-Limburg, zodat tijdig kan worden bijgestuurd als doelen of randvoorwaarden niet haalbaar blijken. Hoewel elke gemeente een bijdrage levert aan de energietransitie, vormt deze bijdrage slechts een klein onderdeel van de totale CO₂-reductie in Nederland. Het landelijke niveau blijft daarom leidend in het meten en bewaken van het totaalbeeld.
Pagina 4 van 18
Vraag 11: 1a pag.4 evenals in bijlage 6b pag. 11: U stelt dat deze energie- en warmtevisie wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving. Als we niet meer doen dan wettelijk vereist, waarom is er dan nog een visie EM nodig? Antwoord: Landelijke en provinciale wetgeving bestaat maar geeft slechts algemene kaders aan. Om een gemeentelijke invulling te geven aan deze wettelijke eisen wordt deze visie opgesteld. Deze visie schetst een beeld bij de lokale situatie, stelt prioriteiten, en geeft een overzicht van wat EijsdenMargraten de komende jaren staat te wachten. Vraag 12: Waarom is het opstellen van een Uitvoeringsplan om aan deze wettelijke verplichtingen te voldoen niet voldoende? Antwoord: Een uitvoeringsprogramma alleen is niet voldoende, omdat het vooral concreet en tijdelijk van aard is. Aan de basis liggen een visie en strategie, die richting geven, prioriteiten stellen en ruimte bieden voor sturing binnen de beleidscyclus. Alleen met deze basis kan een uitvoeringsprogramma effectief bijdragen aan de realisatie van deze transitie en het behalen van de doelen op lange termijn. Vraag 13: Strategische keuzes. Onderdeel elektriciteit.
In hoeverre is elektriciteitsopwekking via geluidswallen langs de A2 nog een mogelijkheid? Antwoord: Concreet geldt dat zonnepanelen op geluidswallen langs rijkswegen niet mogelijk zijn, omdat Rijkwaterstaat als bevoegd gezag dit vanwege visuele hinder voor het verkeer niet toestaat. Uit onderzoek in Nederland, onder andere door TNO in samenwerking met Rijkwaterstaat, blijkt dat reflectie en schittering van panelen langs verkeersroutes risico’s kan veroorzaken voor de verkeersveiligheid. Er is bovendien nog geen generiek beoordelingskader dat grootschalige toepassing toestaat. Vraag 14: 1a pag.4 Proces Burgerparticipatie. Graag aangeven op welke wijze Communicatie en Participatie structureel zijn ingebouwd. Antwoord: Communicatie en participatie zullen structureel ingebouwd worden bij de projecten binnen ons uitvoeringsprogramma 2026-2030 van deze visie en strategie. We nemen de volgende zaken hierin mee • Vroege en doorlopende betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij projecten en beleid; • Toegankelijke informatie en ondersteuning, ook voor kwetsbare groepen; • Participatie-instrumenten zoals enquêtes, klankbordgroepen en coöperaties; • Monitoring en bijsturing van participatie binnen de beleidscyclus. Pagina 5 van 18
Vraag 15: 1a pag.5. Waarom wordt er geen besluit toegevoegd dat de raad wordt gevraagd te beslissen dat deze visie onderdeel wordt van de Omgevingsvisie en de Omgevingsplannen van EM (zie ook pag.2)? Antwoord: De raad wordt nu niet specifiek gevraagd om dit te besluiten. De visie en strategie gaat de inhoudelijke basis vormen voor deze plannen en worden bij de formele actualisatie van de Omgevingsvisie en de Omgevingsplannen geïntegreerd en meegenomen in de wettelijke procedures voor vaststelling. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de energietransitie en circulaire ambities structureel worden verankerd in het gemeentelijk beleid. De besluitvorming van de raad, vindt plaats via de reguliere besluitvorming over de Omgevingsvisie en -plannen. Vraag 16: 6b pag. 3. Doel is het maximaliseren van het aantal daken met zonnepanelen. Hoe kunt u dit realiseren in relatie tot het (bijna) beëindigen van de salderingsregeling? Antwoord: Het doel om het aantal daken met zonnepanelen te maximaliseren blijft belangrijk, ondanks het beëindigen van de salderingsregeling. Het besluit dat de salderingsregeling stopt is inmiddels genomen door het Rijk. De regeling loopt door tot 31 december 2026 en wordt per 1 januari 2027 beëindigd.
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling en ontvang je voor alle teruggeleverde stroom een terugleververgoeding die minimaal 50% is van het kale leveringstarief (excl. btw/belastingen), tot 2030 De gemeente continueert het stimuleren van zonnepanelen door: • Informatie en advies over financiële voordelen en terugverdientijd, ook na afbouw van de saldering; • Bekendmaking van subsidies en financiële regelingen voor bewoners; • Ondersteuning bij de technische en financiële haalbaarheid, zoals dakgeschiktheid en netaansluiting. Dit kan o.a. via het energieloket. Vraag 17: 6b pag. 3. Circulaire economie. Pas na 2030 verlegt u de focus naar het realiseren van kwantitatieve impact. Waarom zo laat pas? Antwoord: De focus op kwantitatieve impact wordt pas na 2030 verlegd omdat de eerste fase tot 2030 vooral gericht is op bewustwording, kennisopbouw en het creëren van randvoorwaarden. • Tot 2030 ligt de nadruk op voorbereiding: educatie, stakeholderdialoog, pilots en kleine initiatieven; • Pas daarna is voldoende basis aanwezig om grootschalige, meetbare resultaten te realiseren op het gebied van circulaire economie. Kortom: het is een stap-voor-stap aanpak, waarbij eerst draagvlak, kennis (technologische ontwikkelingen) en infrastructuur worden opgebouwd. Vraag 18: 6b pag. 7. In het toekomstbeeld speelt de groene leefomgeving een belangrijke rol; wordt 3x genoemd.
Waarom komt de groene leefomgeving nergens meer terug in de rest van het document, terwijl deze in het toekomstbeeld zo’n belangrijke plek inneemt? Antwoord: Pagina 6 van 18
De groene leefomgeving is in het toekomstbeeld belangrijk, maar de visie zelf gaat primair over energie-, warmte- en circulaire transitie. Daarom komt het thema verder niet expliciet terug in het document. Vraag 19: 6b Groene leefomgeving. Hoe gaat het college de ‘groene en comfortabele leefomgeving’ in de bebouwde omgeving versterken? Antwoord: De visie richt zich primair op energie-, warmte- en circulaire transitie. De groene en comfortabele leefomgeving wordt alleen genoemd als onderdeel van het toekomstbeeld. Concrete versterking daarvan in de bebouwde omgeving valt buiten de scope van deze visie en wordt in andere beleidsdocumenten uitgewerkt. Vraag 20: 6b pag. 18 par.5.1.3 Op pag. 18 wordt gesteld dat zonneparken mogelijk zijn mits ze aan ėėn van de voorwaarden voldoen. Op pag. 11 is één van de voorwaarden dat ‘het zonnepark bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie’. In de praktijk zal een zonnepark altijd voldoen aan deze voorwaarde omdat de congestie groot is. Hoe voorkomt het college dat overal zonneparken gebouwd gaan worden? Antwoord: Dit betekent niet automatisch dat overal zonneparken kunnen worden gerealiseerd.
De gemeente voorkomt ongecontroleerde ontwikkeling door: • Ruimtelijke afwegingen mee te nemen via de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen, waarin geschikte locaties worden aangewezen; • Andere selectiecriteria te hanteren naast netcongestie, zoals landschappelijke inpassing, biodiversiteit, milieueffecten en omgevingskwaliteit; • Regionale afstemming met netbeheerders en omringende gemeenten, om clustering en optimale benutting van beschikbare netcapaciteit te waarborgen; • Vergunningverlening en beleidstoetsing, zodat alleen projecten die passen binnen de strategische doelen en de voorwaarden van de Omgevingsvisie doorgang vinden. Op deze manier wordt gegarandeerd dat zonneparken gericht en planmatig worden ontwikkeld en niet willekeurig overal verschijnen. Vraag 21: Gelden de ooit gemaakte afspraken nog: in onze gemeente geen zonneweides/-parken? Geen windmolens in het heuvelland? Graag ontvangen wij een toelichting bij uw antwoord. Antwoord: De eerder gemaakte afspraken met de raad blijven vooralsnog van kracht.
De richtlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling van duurzame energie worden steeds bekeken in het licht van actuele beleidsen energiedoelstellingen: • Zonneweides/-parken: in de gemeente zijn grootschalige zonneparken op land momenteel niet gewenst, met uitzondering van specifieke, zorgvuldig afgewogen locaties die passen binnen de Omgevingsvisie en strategische doelstellingen, bijvoorbeeld op daken of bedrijventerreinen. • Windmolens in het heuvelland: de afspraak dat hier geen windturbines komen blijft onverminderd gelden, vanwege landschappelijke en recreatieve waarden, en in lijn met provinciale (Einsteintelescoop) en gemeentelijke uitgangspunten. Mocht in de toekomst sprake zijn van veranderingen in bovenstaande uitgangspunten, dan zal de besluitvorming altijd via de gemeenteraad plaatsvinden.
Pagina 7 van 18
Vraag 22: 6c Presentatie aan de raad. pag. 7. Waarin verschilt EM op dit gebied met de omliggende gemeenten waar u volgens het raadsvoorstel mee heeft samengewerkt om te komen tot een gemeenschappelijke visie? Antwoord: De gemeente Eijsden-Margraten werkt nauw samen met de Maastricht-Heuvellandgemeenten, de provincie en de Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg aan een gezamenlijke koers. Tegelijkertijd is het van belang dat Eijsden-Margraten zelf richting geeft aan deze transitie. Eijsden-Margraten onderscheidt zich door haar demografische en ruimtelijke structuur in vergelijking met het stedelijke gebied van Maastricht. Onze gemeente omvat bovendien meerdere kernen die verder uit elkaar liggen dan die van omliggende gemeenten zoals Meerssen, Valkenburg en GulpenWittem. Daarnaast heeft Eijsden-Margraten meer industrieterreinen dan de omliggende Heuvellandgemeenten. Vraag 23: Tijdens de digitale presentatie van de VNG Raad op Zaterdag op13-12-25, onderwerp Energie- en warmtetransitie, kwamen uitgebreid mogelijkheden hierover aan bod. Zoals over Energie Hub Model: het eerste energie neutrale bedrijventerrein in Europa. Ook te zien op YouTube.
Wellicht tips voor onze bedrijventerreinen of het in aanbouw zijnde bedrijfsverzamelgebouw aan de Emmastraat te Eijsden? Antwoord: Het college ziet het Energie Hub Model nadrukkelijk als inspirerend voorbeeld, maar niet als één-opéén toepasbaar. Samen met ondernemers, netbeheerders, de regio en de provincie wordt verkend welke elementen hiervan passend en haalbaar zijn voor de bedrijventerreinen in EM.
Vraag 24: \Algemeen Nu bij de teruglevering van stroom door kleinschalige opwek op woningen nauwelijks nog financiële voordelen zijn te behalen vragen wij ons af of investeringen in grootschalige opwekking wel naar behoren vergoeding ontvangen en daardoor rendabel zijn. Is het niet zo dat deze investeringen deels overbodig zijn, omdat de capaciteit van particuliere opwek grotendeels onbenut blijft? Antwoord: Hoewel teruglevering door kleinschalige opwek financieel beperkt voordeel oplevert, blijven grootschalige projecten rendabel via marktcontracten, subsidies en opslagmogelijkheden. Particuliere opwek kan bovendien niet altijd volledig worden benut door netbeperkingen. Grootschalige opwekis daarom juist aanvullend en noodzakelijk voor een betrouwbare en duurzame energievoorziening. Vraag 25: Gerelateerd aan de vorige is de vraag of bij het onderwerp elektriciteit ( pag 3 RV ) het zinvol is om in te zetten op zon-op-dak projecten op gemeentelijk gebouwen en parkeerterreinen? Antwoord: Ja, het is zinvol om in te zetten op zon-op-dak projecten op gemeentelijke gebouwen en parkeerterreinen. Dit levert lokaal duurzame energie op, draagt bij aan de CO₂-reductie en benut Pagina 8 van 18
bestaande ruimte efficiënt. Bovendien kan het bijdragen aan de energietransitie zonder grote extra grondinname, en biedt het wellicht mogelijkheden voor opslag en koppeling met gemeentelijke energievraag. Vraag 26: Visie 2050 Is het voorliggende document geen papieren tijger, nu uit de RES -rapportage van juni 2025 blijkt, dat we slechts 16,5 % van de doelstelling gehaald hebben? ( pag 10 visie) Antwoord: Het college erkent dat de voortgang in de RES-rapportage van juni 2025 laat zien dat pas 16,5% van de doelstelling is gehaald. Dit benadrukt juist het belang van een duidelijke visie voor 2050. Het voorliggende document is geen papieren tijger, maar een leidraad om gerichte acties, prioriteiten en samenwerking te organiseren. De visie biedt richting voor zowel grootschalige projecten als lokale initiatieven en vormt een kader om de doelstellingen concreet en haalbaar te maken in de komende jaren. De huidige beperkte realisatie van 16,5% wordt mede veroorzaakt door provinciaal en gemeentelijk beleid met betrekking tot windmolens en zonneweides. Vraag 27: Aansluitend op vraag 3 , vraagt de VVD zich af of we de problematiek niet telkens voor ons uitschuiven naar de periode 2030-2050 waar het gaat om de warmtetransitie en het aardgasvrij maken. ( pag. 11. Transitievisie warmte) Antwoord: Het college neemt de zorgen over uitstel serieus.
De warmtetransitie wordt wijkgericht en gefaseerd aangepakt, met concrete stappen vanaf nu. Voordat keuzes definitief worden gemaakt, willen we eerst inzicht krijgen in mogelijke warmtebronnen en andere opties per wijk, zodat beslissingen goed afgestemd zijn op beschikbare infrastructuur en technische uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Het beleid schuift dus niet alles vooruit maar combineert urgentie met realistisch maatwerk. Vraag 28: Is het daarom niet verstandig om te concluderen zoals vermeld op pagina 18 dat EM afhankelijk blijft van import van energie, omdat de opwekmogelijkheden te beperkt zijn? Antwoord: Het college erkent dat EM door de beperkte lokale opwekmogelijkheden deels afhankelijk zal blijven van import van energie. Dit betekent echter niet dat lokale initiatieven overbodig zijn. Integendeel: het benutten van zon-op-dak, lokale warmtebronnen en energiehubs blijft belangrijk om de afhankelijkheid te verminderen, flexibiliteit te vergroten en bij te dragen aan de landelijke en regionale duurzaamheidsdoelstellingen. Import blijft nodig, maar kan slimmer en efficiënter worden gecombineerd met lokale opwek.
Pagina 9 van 18
Vraag 29: 20260120 06a RV Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie Algemeen: Wat zijn de kosten voor het laten opstellen van dit rapport? Antwoord: Voor het opstellen van deze rapportage door Stantec zijn kosten gemaakt van €24.500, conform de offerte. Deze zijn bekostigd via de tijdelijke CDOKE-regeling (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid) van het Rijk, waarmee de inzet van externe expertise wordt gefinancierd. Vraag 30: 20260120 06a RV Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie Algemeen: Waarom is dit rapport niet opgesteld door mensen uit onze eigen organisatie? Antwoord: Bij de voorbereiding van visie- en strategiedocumenten wordt vooraf beoordeeld of inschakeling van externe expertise noodzakelijk is. Gezien de specifieke aard van de benodigde kennis is besloten deze extern te beleggen. De gemeente Eijsden-Margraten ontvangt hiertoe middelen van het Rijk (zie vraag 29), die bestemd zijn voor het inhuren van deskundigen.
Vraag 31: 20260120 06a RV Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie Pagina 2 : Bij het opstellen van voorliggende visie vormt de Cittaslowgedachte een belangrijke pijler voor wat betreft de oriëntatie op de toekomst van Eijsden-Margraten en de te maken keuzes; het realiseren van een duurzame leefomgeving met uiteenlopende voorzieningen die de kwaliteit van leven voor haar gemeenschap (inwoners, ondernemers, instellingen en bezoekers) ten goede komt. Gaarne aangeven wat er anders zal zijn in gemeenten die niet de Cittaslow doctrine volgen. Antwoord: Gemeenten die de Cittaslow-gedachte niet volgen, leggen doorgaans minder expliciet de nadruk op kwaliteit van leven, kleinschaligheid en integrale duurzaamheid bij hun keuzes voor de toekomst. In dergelijke gemeenten ligt vaak de focus sterker op economische groei, grootschalige infrastructuur of efficiëntie, terwijl in EM de Cittaslow-principes leiden tot maatwerkoplossingen, behoud van landschap, leefbare kernen en een integrale benadering van energie-, warmte- en circulaire opgaven. Dit vertaalt zich in bewuste keuzes die zowel duurzaamheid als leefbaarheid combineren, in plaats van enkel technische of financiële optimalisatie.
Vraag 32: 20260120 06a RV Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie Pagina 2 : Bij de uitvoering wordt actief samengewerkt met alle relevante stakeholders, Wat wordt bedoeld met stakeholders/ Wat is het Nederlands woord hiervoor? Antwoord: Stakeholder, ofwel belanghebbenden, zijn alle personen, groepen of organisaties die een belang hebben bij of invloed kunnen uitoefenen op een organisatie, project, of besluit. Vraag 33: 20260120 06a RV Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie Pagina 10 van 18
Pagina 3: Samenwerking: met alle relevante stakeholders Wat wordt bedoeld met stakeholders/ Wat is het Nederlands woord hiervoor? Antwoord: Zie antwoord 32. Vraag 34: 20260120 06a RV Visie 2050 en Strategie 2030 energie- warmtetransitie en circulaire economie Pagina 3: Warmte: Inzet op een individueel hybride strategie met elektrische en hybride warmtepompen of andere innovatieve oplossingen (warmtebronnen, aquatechniek etc) worden onderzocht en meegenomen in deze transitie. Wat wordt bedoeld met aquatechniek? Antwoord: Met aquatechniek wordt o.a. technologie bedoeld die gebruikmaakt van water als bron of medium voor warmte en koude. Voor de warmtetransitie kan dit bijvoorbeeld zijn: • Warmte- en koudeopslag in grondwater of oppervlaktewater (bijvoorbeeld aquathermie); • Warmtewinning uit meren, rivieren of andere waterlichamen; • Gebruik van watercircuits in gebouwen voor verwarming en koeling. Kortom: het gaat om innovatieve technieken die water benutten om energie te winnen of te besparen. Vraag 35: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 3: Het huidige energieverbruik in Eijsden-Margraten is 2.242 TJ per jaar (peiljaar 2022). Een in deze visie gepresenteerd – mogelijk - toekomstscenario voorziet een reductie van dit energieverbruik tot 972 TJ in 2050.
Van hoeveel inwoners en woningen in 2050 is uitgegaan bij dit toekomstscenario? Antwoord: We zijn uitgegaan van het huidige inwonertal van 26.000 inwoners. De bevolkingsprognose van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) voorziet voor 2050 een krimp in het aantal inwoners en huishoudens, met een lichte toename van het aantal woningen. Het PBL is een landelijk meetinstrument dat richtinggevende inzichten biedt over de bevolkingsontwikkeling, maar de cijfers zijn niet exact en geven een indicatief beeld. Om die reden is deze prognose niet meegenomen in ons scenario en wordt in deze cijfers uitgegaan van de huidige inwoner- en woningaantallen. Daarnaast zijn in de scenario’s geen wijzigingen in economische activiteit of andere lokale ontwikkelingen verwerkt. De nieuwe woningbouwplannen zijn niet meegenomen in deze visie. Vraag 36: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Op pagina 14 wordt een getal genoemd van 2.252 TJ per jaar? Antwoord: Dat klopt. Op pagina 14 wordt dit getal inderdaad genoemd in het cirkeldiagram. Dit getal verwijst naar het energieverbruik (2022) in Eijsden-Margraten, verdeeld in het warmteverbruik, elektriciteitsverbruik en brandstofverbruik. Dit zijn de meest actuele cijfers die we hebben.
Pagina 11 van 18
Vraag 37: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Wat was/is het energieverbruik in Eijsden-Margraten in 2023, 2024 en 2025? Antwoord: Op dit moment zijn er geen volledig afgeronde en publiek beschikbare cijfers op gemeentelijk niveau voor het totale energieverbruik (aardgas + elektriciteit) per jaar per gemeente voor 2023, 2024 en 2025. Het CBS publiceert dit soort gegevens en energiebalansen worden meestal pas later vrijgegeven. We zijn daarom uit moeten gaan van cijfers van 2022. Uiteraard blijven we dit monitoren als er nieuwe cijfers bekend zijn. Vraag 38: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie De overige thema’s bepalen we met behulp van een stakeholdersdialoog Wat wordt hier nu gezegd? Antwoord: Met deze zin wordt bedoeld dat de gemeente niet zelfstandig alle keuzes maakt, maar in gesprek gaat met de relevante betrokken partijen (belanghebbenden). Omdat elk thema andere belanghebbenden vereist, wordt per thema bekeken wie actief wordt betrokken. Deze aanpak wordt in de uitvoering meegenomen, zodat beleid passend en met voldoende draagvlak kan worden uitgewerkt.
Vraag 39: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie De overige thema’s bepalen we met behulp van een stakeholdersdialoog Wie zijn de deelnemers aan deze dialoog? Antwoord: Per thema wordt gekeken welke stakeholders/belanghebbenden relevant zijn om mee om tafel te zitten, omdat dit kan verschillen per thema. Dit kan bijvoorbeeld gaan om inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, scholen, corporaties, projectontwikkelaars, netbeheerders, provincie of buurgemeenten. Afhankelijk van het thema kunnen ook waterschap, Rijkswaterstaat of het Rijk worden betrokken. Dit wordt in de uitvoering van de visie meegenomen om keuzes passend en met draagvlak uit te werken. Als voorbeeld kan de pilot bedrijventerrein Gronsveld worden genoemd waar met de ondernemers samen kijken om tot een energiehub te komen. Vraag40: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 4: Uiteraard is de koers die we in dit visiedocument uitzetten óók van groot belang voor inwoners. Ten behoeve van deze doelgroep stellen we separaat een publiekssamenvatting op waarin de kernpunten overzichtelijk op een rij staan. Waar is deze publiekssamenvatting te vinden? Antwoord: De publiekssamenvatting van de Visie 2050 en Strategie 2030 kan pas worden opgesteld nadat de raad de visie heeft vastgesteld.
Het document is bedoeld om de kernpunten overzichtelijk en begrijpelijk te presenteren voor alle belanghebbenden. Zodra de visie formeel is vastgesteld zal de samenvatting via de gemeentelijke website, de raadsinformatiepagina en andere communicatiekanalen beschikbaar worden gesteld. Pagina 12 van 18
Vraag 41: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 4: Uiteraard is de koers die we in dit visiedocument uitzetten óók van groot belang voor inwoners. Ten behoeve van deze doelgroep stellen we separaat een publiekssamenvatting op waarin de kernpunten overzichtelijk op een rij staan. Hoe bereikt deze samenvatting de inwoners? Antwoord: Zie vraag 40. Vraag 42: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 5: 1.6 Citaslow als uitgangspunt. Het is Cittaslow met twee t’s. Antwoord: Dat klopt. Dit zal in de uiteindelijke publicatie worden aangepast. Vraag 43: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 6: Duurzaam: Het hanteren van zowel de Trias Energetica Vraag: Wat is de Trias Energetica? Antwoord: De Trias Energetica is een drie fasen strategie voor duurzame energie die helpt bij het verminderen van energieverbruik en het verduurzamen van de energievoorziening. De drie stappen zijn: 1. Beperk het energiegebruik – eerst besparen door efficiënter omgaan met energie. 2. Gebruik duurzame energie – zoveel mogelijk hernieuwbare energiebronnen inzetten, zoals zon, wind of biomassa. 3. Gebruik fossiele energie zo efficiënt mogelijk – alleen inzetten wat nodig is.
Vraag 44: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 7: Duurzame mobiliteit Hernieuwbare energiebronnen en een betaalbare energierekening Laadpalen voor elektrische voertuigen zijn overal beschikbaar. Individueel autobezit is afgenomen doordat het openbaar vervoer én de fietsvoorzieningen zijn verbeterd. Wie is verantwoordelijk voor de verbetering van het openbaar vervoer? Antwoord: De verbetering van het openbaar vervoer valt niet onder de directe verantwoordelijkheid van de gemeente. In Nederland zijn hiervoor meerdere partijen verantwoordelijk: • De provincie Limburg: bepaalt de OV-visie, routes en frequenties, en stelt het concessiebeleid vast. • Gemeente Eijsden-Margraten: levert input voor lokale behoefte, faciliteert haltevoorzieningen en stimuleert integratie met fiets- en deelmobiliteit. Pagina 13 van 18
•
OV-bedrijven (zoals Arriva of andere concessiehouders): verzorgen de uitvoering van bus- en treinverbindingen.
Vraag 45: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 7: Voedselverspilling is verregaand teruggebracht, ons voedsel komt grotendeels uit onze eigen regio én is duurzaam geproduceerd. Aan welk percentage wordt gedacht als men spreekt van grotendeels? Antwoord: Het betreft een ambitie voor 2050. Met de huidige data kan nog geen percentage worden vastgesteld. Dit doet geen afbreuk aan de huidige visie en strategie. Vraag 46: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: 6.2.3 Stakeholderdialoog en beleidsplan circulaire economie Wat wordt bedoeld met een stakeholdersdialoog? Antwoord: Een stakeholderdialoog is een gestructureerd gesprek of overleg met alle betrokken partijen (belanghebbenden) over een bepaald onderwerp, in dit geval de circulaire economie. Vraag 47: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: 6.2.3 Stakeholderdialoog en beleidsplan circulaire economie Wat is het Nederlands woord hiervoor (“in Jip en Janneke taal”)? Antwoord: Het woord “stakeholderdialoog” betekent in het Nederlands “overleg met betrokken partijen” of “gesprek met belanghebbenden”. Vraag 48: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: 6.2.3 Stakeholderdialoog en beleidsplan circulaire economie Wie zijn de deelnemers aan deze dialoog.
Antwoord: De deelnemers aan de stakeholderdialoog circulaire economie zijn alle partijen die belang hebben bij of invloed hebben op de circulaire economie in Eijsden-Margraten. Dit kunnen onder andere zijn: • Inwoners die ideeën of zorgen hebben over duurzaamheid en circulaire initiatieven; • Ondernemers en bedrijven die grondstoffen gebruiken of reststromen produceren; • RD4 die voor ons de afvalstoffen reduceert en hergebruikt. • Maatschappelijke organisaties en scholen die betrokken zijn bij duurzame projecten; • Woningcorporaties en projectontwikkelaars bij bouw en gebiedsontwikkeling; • Netbeheerders, leveranciers en andere partners die technisch of logistiek bijdragen; • Provincie en buurgemeenten voor regionale afstemming. Pagina 14 van 18
Vraag 49: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: Op de R-ladder staat ook R4: Repair In Eijsden (SCE) en in Eckelrade (stichting Wereldwijd) is een Repair Café. Hoeveel subsidie krijgen deze Repair Café’s? Antwoord: Zowel SCE als Wereldwijd ontvangen geen structurele of jaarlijkse subsidie op grond van de Algemene Subsidieverordening. In het verleden heeft Wereldwijd een eenmalige bijdrage ontvangen. Dit betrof in 2019 een bedrag van € 1.000 voor een pilot Repair Café. Voor zover bekend zijn daarna geen verdere subsidies voor Repair Café-activiteiten verstrekt. Vraag 50: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 25: Welke acties gaat de gemeente Eijsden-Margraten ondernemen om ook in de andere (grote) kernen te komen tot het organiseren van een Repair Café? Antwoord: De gemeente vervult hierin geen initiërende rol in de andere kernen. Wel ondersteunt en stimuleert zij lokale initiatieven op inhoudelijk vlak. Vraag 51: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 27: Minimaal 80% van onze inwoners is bekend met het gedachtegoed van de circulaire economie Hoe wordt dit gemeten? Antwoord: De Visie beschrijft inderdaad een streefpercentage van 80% wanneer het aankomt op bekendheid met het gedachtegoed van de circulaire economie in 2030.
Te zijner tijd gaan we dit meten door gebruik te maken van de Gemeentepeiler. Vraag 52: 20260120 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie Pagina 27: Minimaal 80% van onze inwoners is bekend met het gedachtegoed van de circulaire economie Waar staan we nu in 2025? Antwoord: Op dit moment zijn er geen concrete, openbaar gepubliceerde cijfers beschikbaar over het aandeel inwoners in Eijsden-Margraten dat in 2025 bekend is met het gedachtegoed van de circulaire economie. Vanaf 2026 willen we tweejaarlijks de Gemeentepeiler gebruiken om de bekendheid van het gedachtegoed van de circulaire economie in kaart te brengen.
Pagina 15 van 18
Vraag 53: 06a RV pag3: ‘Elektriciteit’ ‘Korte termijnfocus op zon-op-dak projecten op gemeentelijke gebouwen en parkeerterreinen. Grootschalige opwek wordt als optie voor de toekomst opengehouden.’ Wordt hier gerefereerd aan de mogelijke vestiging van kernenergie, zoals het college in haar zienswijze op de POVI heeft aangegeven? En zo ja, wanneer denkt het college de raad hierover te informeren? Zo nee, waar wordt hier dan wel aan gerefereerd? (zie ook pag 15 van de visie : ‘Duurzame gassen en kernenergie laten we buiten beschouwing.’) Antwoord: Nee, in de passage over elektriciteit wordt niet gerefereerd aan kernenergie. Zoals op pagina 15 van de visie expliciet staat: “Duurzame gassen en kernenergie laten we buiten beschouwing.” In de context van grootschalige opwek hebben we het hier voornamelijk over zonnepanelen. Vraag 54: 06a RV pag4 : ‘Communicatie en participatie zijn structureel ingebouwd, zodat projecten breed gedragen en effectief uitgevoerd kunnen worden.’ Op welke manier zijn burgerparticipatie en communicatie structureel ingebouwd in het uitvoeringsprogramma energie- warmtetransitie en circulaire economie? Antwoord: Burgerparticipatie en communicatie zullen, volgend op het uitvoeringsprogramma, thematisch geïntegreerd worden via o.a. stakeholderdialogen (belanghebbenden), informatiebijeenkomsten en digitale platforms.
Dit zorgt ervoor dat projecten aansluiten bij de lokale behoeften en om een breed draagvlak krijgen. Vraag 55: 06b Visie Strategie Eijsden-Margraten, bijlage Visie 06b pag4 : ’Doelgroep’ Waar zijn de inwoners? Kan er binnen de visie vanaf het begin werkelijke betrokkenheid van inwoners gestimuleerd worden b.v. door stimuleren/faciliteren van coöperatieve initiatieven waarbij onafhankelijkheid ontstaat van grote energieleveranciers en grotere bewustwording bij inwoners over hun eigen energieverbruik en opwekking? Antwoord: Bewustwording op het gebied van duurzaamheid is een belangrijke pijler voor het succes van de energie- en warmtetransitie. De gemeente ondersteunt al initiatieven in het kader van bedrijven op basis van de zakelijke stimuleringsregeling duurzaamheid. Hierdoor ontstaat er een verminderde afhankelijkheid van de energieleveranciers. Voor wat betreft inwonersinitiatieven, welke er op dit moment nog niet zijn, stimuleren we dit als gemeente wanneer ze zich voordoen. Vraag 56: Pagina 16 van 18
06b pag7 : ‘Toekomstbeeld’ ‘Betrokken inwoners en een inclusieve samenleving’ Hoe zorgt deze Visie voor betrokken inwoners zoals in dit blok beschreven? Antwoord: De gemeente stimuleert de betrokkenheid van inwoners door het stimuleren van inwonersinitiatieven wanneer deze zich voordoen. Daarbij speelt het vergroten van bewustzijn een belangrijke rol, dat in het communicatieplan zal worden opgenomen. Dit communicatieplan wordt een onderdeel van het uitvoeringsprogramma 2026-2030. Vraag 57: 06b pag 11 : ‘Kwaliteitseisen nieuwbouw’ Een belangrijke lokale ontwikkeling betreft het vaststellen van kwaliteitseisen en – wensen voor nieuwbouwprojecten. Hierin worden onder meer eisen en wensen ten aanzien van natuurinclusief bouwen, het verminderen van de impact van netcongestie en biobased bouwen opgenomen.’ Hoe en wanneer kan de raad voorstellen voor de vaststelling van de betreffende kwaliteitseisen tegemoet zien? Antwoord: De kwaliteitseisen voor nieuwbouwprojecten zijn gebundeld in een afzonderlijk document. Het betreft wettelijke eisen op het gebied van duurzaamheid, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit. Deze eisen worden al voorgeschreven aan en toegepast door ontwikkelende partijen. Omdat het gaat om wettelijke voorschriften, hoeven deze niet door de gemeenteraad te worden vastgesteld en is raadvaststelling niet aan de orde.
Vraag 58: 06b pag16 : De totale energie vraag zou in de voorgestelde visie in 2050 nog maar 1/3 van de vraag in 2022 zijn, dit ondanks een nagestreefde bevolkingsgroei van 10 %. Met welke data wordt de waarschijnlijkheid van dit scenario onderbouwd? Antwoord: Het scenario voor 2050 is gebaseerd op huidige energieverbruiksdata (peiljaar 2022), prognoses van woningvoorraad, bevolkingsontwikkeling en demografische trends, en aannames over energieefficiëntie, isolatie, duurzame warmte- en elektriciteitsopwekking. Daarnaast worden landelijke en regionale data gebruikt, zoals CBS-cijfers en kennis uit de RES Zuid-Limburg, om de haalbaarheid van de reductie tot circa 1/3 van het huidige verbruik te onderbouwen. Vraag 59: 06b pag25 : De gemeente wil door gebruik te maken va de R- ladder (Leuk liedje van Jack Johnson trouwens : https://www.youtube.com/watch?v=uSM2riAEX4U ) Echter, de implementatie daarvan ligt grotendeels buiten de beslissingsbevoegdheid van de gemeente. Op basis waarvan denkt men dat het scenario : “In 2050 zijn we een volledig circulaire gemeente” te kunnen realiseren met het voorgestelde beleid? Antwoord: Hoewel de gemeente niet alles zelf kan verwezenlijken, is het voorgestelde beleid gericht op bewustwording, samenwerking en concrete maatregelen. Het grondstoffenbeleid dat ontwikkelt is Pagina 17 van 18
samen met Rd4 is hier een goed voorbeeld van. Het GR Rd4 grondstoffenplan voorziet heel duidelijk in de transitie van afvalstoffen naar grondstoffen, o.a. conform de methodiek van de R-ladder. In een goede samenwerking tussen overheid, burgers en bedrijfsleven is het scenario volledig circulair 2050 haalbaar. Vraag 60: Hoe en wanneer worden voortgang gemonitord en geëvalueerd, en welke plannen heeft men achter de hand om het beleid bij te sturen mocht blijken dat het voorgenomen beleid niet tot realisatie van de gewenste doelstellingen leidt? Antwoord: Het college monitort de voortgang via landelijke cijfers, CBS-monitoring en de RES Zuid-Limburg. Het uitvoeringsprogramma wordt na 2 jaar geëvalueerd en bijgesteld, en de visie na 4 jaar, zodat nieuwe technologieën en inzichten kunnen worden meegenomen. Bijsturing vindt plaats als de doelstellingen onvoldoende worden gehaald, bijvoorbeeld door extra stimulering, communicatie of aanvullende maatregelen.
Pagina 18 van 18