06 Schriftelijke vragen en antwoorden Programmabegroting Paragrafen en bijlage opvolging
Tekst van het document
Raadsvergadering 13 november 2025 Schriftelijke vragen Agendapunt Programmabegroting 2026-2029 Paragrafen en overige
Geen.
Vraag 1: Pagina 230 Paragraaf 1 lokale heffingen: afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Het principe van de vervuiler betaalt, wordt losgelaten doordat het aantal kilogrammen afval niet meer belast wordt maar in plaats daarvan stijgen de kosten per lediging aanzienlijk. Waarom is hiervoor gekozen? En wat zijn de ervaringen in andere gemeenten wat betreft overlast van ratten en muizen aangezien inwoners waarschijnlijk minder vaak de container gaan aanbieden. Waarom is ervoor gekozen om de heffing voor eenpersoonshuishoudens met 5% te laten stijgen en voor meerpersoonshuishoudens met 1% in 2026? Antwoord: Vraag 1a: Het principe van de vervuiler betaalt, wordt losgelaten doordat het aantal kilogrammen afval niet meer belast wordt maar in plaats daarvan stijgen de kosten per lediging aanzienlijk. Waarom is hiervoor gekozen? Antwoord: Het principe van de vervuiler betaalt wordt niet losgelaten. De ervaring uit de andere 9 Rd4 gemeenten leert dat de inwoners na invoering van het volume-frequentiesysteem veelal volle of bijna volle containers aanbieden in een lagere frequentie dan voorheen waarbij de container vaak met een lagere vullingsgraad frequent werd aangeboden. Dit betekent dat als er minder vaak wordt aangeboden er slechts een beperkt positief of negatief verschil zal zijn in de jaarlijkse kosten per ledigingsadres.
Vraag 1b: En wat zijn de ervaringen in andere gemeenten wat betreft overlast van ratten en muizen aangezien inwoners waarschijnlijk minder vaak de container gaan aanbieden.
Pagina 1 van 20
Antwoord: De inzameling gebeurt uitsluitend met gesloten minicontainers. Als de deksel van de container fatsoenlijk afgesloten wordt is de kans op overlast van plaagdieren nihil. Vraag 1c: Waarom is ervoor gekozen om de heffing voor eenpersoonshuishoudens met 5% te laten stijgen en voor meerpersoonshuishoudens met 1% in 2026? Antwoord: Voor 2026 zijn de lasten van eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens meer in evenwicht gebracht. De ophaalkosten voor een eenpersoons of meerpersoonshuishouden zijn immers ook gelijk. Vraag 2: Uitgaande van een 140 liter container en een gemiddelde gewicht per lediging van 13 kg zou dit in het oude systeem een bedrag per lediging opleveren van plusminus € 8,70. Het voorgestelde wordt € 9,50. Een extra stijging van € 0,80. Bij 13 ledigingen per jaar betekent dit een extra lastenstijging van € 10,40 voor een meerpersoonshuishouden. Hoe verklaart u het verschil? Wordt er geen risico gelopen dat de aanbieder zwaar afval in de containers dumpt welk hier niet in thuishoort maar op het grondstoffenpark aangeboden moet worden? Antwoord: Vraag 2a: Uitgaande van een 140 liter container en een gemiddelde gewicht per lediging van 13 kg zou dit in het oude systeem een bedrag per lediging opleveren van plusminus € 8,70. Het voorgestelde wordt € 9,50. Een extra stijging van € 0,80.
Bij 13 ledigingen per jaar betekent dit een extra lastenstijging van € 10,40 voor een meerpersoonshuishouden. Hoe verklaart u het verschil? Antwoord: Per lediging klopt de berekening. Bij de voorgestelde wijziging van de heffingsmaatstaf wordt ervan uit gegaan dat het aantal ledigingen lager wordt dan bij het oude systeem. Per saldo zouden de kosten, behoudens, de inflatie dan nagenoeg gelijk blijven Vraag 2b: Wordt er geen risico gelopen dat de aanbieder zwaar afval in de containers dumpt welk hier niet in thuishoort maar op het grondstoffenpark aangeboden moet worden? Antwoord Rob: Op basis van de ervaringen in de andere 9 Rd4 gemeenten is dit geen risico. Vraag 3: Pagina 232 De hondenbelasting stijgt met € 2,00 per hond. Hoeveel honden zijn er geregistreerd? Hoe dikwijls heeft een controle op de juistheid van de aangegeven honden plaatsgevonden? Antwoord: In totaal zijn volgens de BsGW 1.968 honden geregistreerd. BsGW controleert periodiek waarbij het streven is de totale gemeente in 4 jaar gecontroleerd te hebben.
Pagina 2 van 20
Vraag 4: Pagina 232 Hondenbelasting U stelt dat tegenover de opbrengsten geen specifieke uitgaven staan. Hoeveel kosten de honden uitlaatplaatsen per jaar? En welk deel van het ledigen van de prullenbakken iedere week, kan aan de hondenbelasting worden toegeschreven? Antwoord: Dit is een technische vraag en had het beste in de commissie Planning Control gesteld kunnen worden. Dat is niet specifiek aan te geven. In de prullenbakken bij de hondenuitlaatplaatsen wordt ook huishoudelijk afval aangetroffen en in de prullenbakken buiten de hondenuitlaatplaatsen worden ook hondenpoepzakjes aangetroffen. Vraag 5: Pagina 234 Forensenbelasting U handhaaft het tarief ad € 0,89. Waarom wordt hier niet mee gewacht totdat de waardestijging van de woningen bekend is? Immers als de waardestijging meer dan 6,5% is zou dit tarief ook neerwaarts moeten worden bijgesteld. Antwoord: In de begroting zijn we uitgegaan van een gelijkblijvende opbrengst. Mocht blijken dat de stijging van de woningwaarde meer is dan 6,5% dan zullen we in de decembervergadering u een voorstel voorleggen voor het nieuwe tarief. Vraag 6: Pagina 244. Algemene reserve De vermindering van de reserve in 2027 van 1300 k, is dat de geplande financiering van het tekort in dat jaar? Antwoord: Dit is een technische vraag en had het beste in de commissie Planning Control gesteld kunnen worden.
Nee, de aanwending van de reserve heeft te maken met de realisatie van het kindcentrum in Cadier en Keer en de afwaardering van de boekwaarde en extra huurlasten tijdens de bouw. Vraag 7: Pagina 246 Paragraaf 2 weerstandsvermogen Eind 2025 zal de Mutsaersstichting voor k€ 70 geholpen dienen te worden. Welke financiële tegenvallers zijn nog te verwachten of is deze k€ 70 de laatste tranche? Antwoord: Zoals aangegeven is tot heden ook van Xonar en Pactum bekend dat zij te maken hebben met financiele problemen. Het is op dit moment niet duidelijk wat de uiteindelijke uitkomst hiervan zal zijn. Wij kunnen dan ook geen uitsluitsel geven over te verwachten tegenvallers in deze. Wel is men binnen de jeugdregio bezig door middel van een taskforce jeugd om deze zwakkere aanbieders Pagina 3 van 20
tijdig te signaleren en passende maatregelen te nemen om deze situaties zo veel als mogelijk te voorkomen. Vraag 8: Pagina 254 Balanstotaal Het balanstotaal per 31-12-29 ( 126.320) wijkt sterk naar beneden af t.o.v. 31-12-26 (141.346). Kunt u aangeven wat de oorzaak hiervan is? Antwoord: Dit is een technische vraag en had het beste in de commissie Planning Control gesteld kunnen worden. Dit komt doordat op de vaste activa wordt afgeschreven en op de leningen wordt afgelost. Vraag 9: Pagina 269 EMU Saldo In 2026 wordt onder “Uitgaven aankoop grond en uitgaven bouw- en woonrijp maken” een bedrag ad. € 1.335 positief genoemd. Is dit correct? Antwoord: Het bedrag dient inderdaad negatief te worden opgenomen. Het EMU saldo komt hierdoor uit op € - 10.329 miljoen. Dit heeft verder geen gevolgen voor de beoordeling door onze toezichthouder. Vraag 10: Pagina 273 Kasgeldlimit Betekent de overschrijding van ruim 6 miljoen dat dit nog steeds met kort geld wordt gefinancierd? Zo ja wordt daar dan geen risico gelopen? Antwoord: Op begrotingsbasis wordt rekening gehouden met kortlopende financiering (kasgeld) en langlopende financiering. De kortlopende financiering mag formeel ter grootte van de kasgeldlimiet, zijnde 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2026 is dit 8 miljoen. Op realisatie basis wordt meer gekeken naar de goedkoopste rente. Op dit moment is dit de kortlopende rente.
De rente ontwikkelingen worden gemonitord en indien nodig kan op elk moment de kortlopende rente worden omgezet naar langlopende rente hierdoor kunnen renterisico’s worden beperkt. Vraag 11: Pagina 280: Paragraaf 5 bedrijfsvoering onderdeel 5.3 De strategische agenda en 5.2 Organisatie in ontwikkeling Op welke manier wordt bewaakt dat alle ambities binnen de bestaande formatie en middelen daadwerkelijk uitvoerbaar blijven en hoe en door wie wordt de prioritering bepaald als de capaciteit of de middelen ontoereikend zijn?
Pagina 4 van 20
Antwoord: Tijdens de begroting stelt uw raad de begroting vast waarin is opgenomen de capaciteit (formatie) en middelen om de ambities waar te maken. Indien blijkt dat iets niet haalbaar is of er prioriteiten moeten worden bepaald zal in eerste instantie het management in overleg treden met het college. Indien binnen de programma's een oplossing kan worden gevonden wordt dit uiteraard zo opgelost. Zijn er wezenlijk andere keuzes noodzakelijk dan wordt dit aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. Vraag 12: Pagina 280: Paragraaf 5 bedrijfsvoering onderdeel 5.4 Binden, boeien en waarderen Op welke wijze evalueert u het succes van de te nemen maatregelen zijnde het vitaliteitsbeleid, de aanpak en aandacht voor arbeidsmarktstrategie en het continu investeren in de ontwikkeling van mensen? Antwoord: Middels het medewerkerstevredenheidsonderzoek wordt een en ander gemonitord. Daarnaast hebben wij andere kpi’s zoals het ziekteverzuimpercentage en overleggen met de bedrijfsarts, de vertrouwenspersoon en ondernemingsraad om de vinger aan de pols te houden inzake vitaliteit. Met betrekking tot arbeidsmarktstrategie monitoren wij formatie en bezetting, vanuit HRM wordt in de gaten gehouden in welke mate we vacatures ingevuld krijgen en hoe lang dit duurt (doorlooptijd). Dit doen wij ook bij inhuur.
Bijgaand een overzicht uit de personeelsmonitor 2024 waaruit u kunt zien hoe het zit met onze in door en uitstroom ook in verhouding met andere gemeenten.
Via de personeelsmonitor krijgen wij de benchmarkgegevens inzake het investeren in de ontwikkeling van mensen zodat wij zien of onze gemeente boven of onder de norm zit van Nederland en/of gemeenten van eenzelfde grootte. Ter info: wij zitten boven de norm (personeelsmonitor 2024 bestede opleidingskosten per medewerker 1225 euro Gemeente Eijsden-Margraten 1592 euro). Vraag 13: Pagina 282: Paragraaf 5 bedrijfsvoering onderdeel 5.5 Informatie & Automatisering
Pagina 5 van 20
Wat betekent de implementatie van NIS2 voor EM en wat zijn de verwachte kosten die hiermee gemoeid zijn? Antwoord: Als gemeente vallen we onder de wetgeving waarbij de NIS2-richtlijn binnen Nederland wordt geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Deze wet is momenteel nog niet vastgesteld, maar de verwachting is dat deze in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. In 2025 hebben we een nieuw Informatieveiligheidsbeleid opgesteld en een gap-analyse uitgevoerd tussen de huidige en gewenste situatie. Op basis van deze documenten starten we in 2026 met het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Momenteel is de volledige financiële impact van de NIS2 nog niet in beeld. Eventuele financiële gevolgen worden conform de reguliere werkwijze aan de diverse gremia voorgelegd. Vraag 14: Verbonden partijen Pagina 286 Omnibuzz kost in 2026 € 818.000. Kunt u aangeven hoe zich dat verhoudt met 2025 en de gemaakte afspraken in het kader van de gevraagde bezuinigingen? Antwoord: Met de GR Omnibuzz zijn geen afspraken gemaakt over de bezuinigingen. Er is bij de begroting een zienswijze ingediend, zoals bij alle GR-en met het verzoek te bezuinigen waar mogelijk.
Het bedrag van 818K voor 2026 is lager dan het begrote bedrag in 2025 (841K), dit is conform de verwachting van Omnibuzz in hun begroting als gevolg van een lager werkelijk verbruik tussen datum opstellen begroting 2025 en 2026.
Vraag 15: Van kadernota naar meerjarenbegroting Pagina 363 Worden op deze pagina de voorstellen weergegeven die door de individuele fracties zijn aangedragen en wat is de status hiervan? In het bijzonder: de verhoging van de representatiekosten van de gemeente: was deze verhoging ook doorgevoerd als dit voorstel in het voorjaar niet was gedaan? Antwoord: Op deze pagina zijn inderdaad de voorstellen van de verschillende fracties opgenomen. De gepresenteerde voorstellen zijn niet meegenomen in de begroting 2026-2029. De representatiekosten zijn verhoogd om de gemeente naar buiten toe beter te kunnen positioneren.
Vraag 16: Pagina 6 van 20
Paragraaf 1 Lokale heffingen Pag.228 Wanneer zullen de OZB-tarieven niet-woningen in EM zodanig zijn aangepast dat ze de trend volgen van vergelijkbare gemeenten? Antwoord: In de kadernota 2025 is hier uitgebreid op ingegaan en zijn verschillen in beeld gebracht en zijn de tarieven gelijkgesteld met het gemiddelde tarief van landelijke welvarende gemeentes. Vraag 17: Pag. 229 Tarieven rioolbelasting. Wat levert een rondgang op door gemeenten die wèl een gestaffeld systeem kennen, waardoor bewustwording bij het gebruik van (drink)water wordt gestimuleerd? Antwoord: Onze rioolheffing kent twee heffingsgrondslagen. Éen vast bedrag per eigendom en één op basis van waterverbruik groter dan 300 m3. In hoeverre een staffeling van tarieven op waterverbruik van invloed is op het daadwerkelijk gebruik is ons niet bekend. In de cie P&C is dit onderwerp meermaals besproken en afgewogen. Vraag 18: Pag.230 Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Op deze pagina wordt nog de heffing per kilo gehanteerd, los van de vaste kosten. Geldt dit dus ook voor 2026 of is de tekst die van het vorig jaar? Antwoord: Formeel is de tekst nog bruikbaar omdat er een tarief van € 0 geldt. Na vaststelling van de begroting zal in de volgende begroting en jaarrekening de tekst worden aangepast. Vraag 19: Er is ons echter tijdens de RTB medegedeeld dat dit gaat veranderen.
Hoe denkt u te voorkomen dat het huidige -succesvolle- systeem waarin de vervuiler betaalt aanzet tot meer restafval door niet meer per kilo maar per aanbieding te heffen? Antwoord: De ervaring in de andere 9 Rd4 gemeenten leert dat de inwoners er niet meer restafval aanbieden maar dat de inwoners geen halfvolle containers meer aanbieden en bovendien vaak nog zorgvuldiger scheiden (bijv. etensresten en afval/resten groenten/fruit)
Vraag 20: Pagina 7 van 20
Waarom kan Eijsden-Margraten, waar de inwoners op voorbeeldige wijze hun afval scheiden, niet een eigen systeem blijven hanteren? Antwoord: We missen dan de voordelen van het volume-frequentiesysteem 1. Transparantie en voorspelbaarheid Inwoners weten vooraf welk tarief geldt per containerformaat en per aanbieding. Dit maakt de afvalstoffenheffing begrijpelijker en eerlijker. 2. Lagere beheerslasten De overstap betekent het afschaffen van weegsystemen en bijbehorende storingen, onderhoud en administratie. Dit vergroot de betrouwbaarheid. 3. Stimulans voor betere scheiding én vollere containers Omdat er per aanbieding wordt afgerekend, hebben inwoners er belang bij hun container alleen aan te bieden wanneer deze (bijna) vol is. Dit leidt tot minder transportbewegingen, minder ledigingen en een efficiënter inzamelsysteem. Bovendien stimuleert het systeem inwoners om restafval verder te verminderen en nog beter te scheiden. 4. Uniformering in de regio Alle overig Rd4-gemeenten in onze regio werken met volume-frequentie. Door deze stap te zetten, ontstaat eenduidigheid voor inwoners en bedrijven, en worden gezamenlijke communicatie, handhaving en verwerkingsafspraken eenvoudiger. Dit versterkt de regionale samenwerking. 5. Luiers en incontinentiemateriaal. Luiers en incontinentiemateriaal kunnen aan het restafval worden toegevoegd.
Hierdoor kan tevens in januari 2026 gestopt worden met de luiercontainers welke op 3 locaties in onze gemeente staan. Dit levert een besparing op van ca. €23.000 op per jaar. 6. Als wij als enige rd4 gemeente het “eigen” systeem blijven hanteren zal Rd4 voor 3 laadwagens nieuwe laad-/weegsystemen moeten aanschaffen omdat wij als enige Rd4 gemeente nog geen gebruikmaken van het volume-frequentiesysteem. Investeringsbedrag ca. 150.000 Euro, kosten onderhoud/storingen weegsystemen 5.000-8.000 Euro p/j. De ervaringen met het volume-frequentiesysteem in de andere 9 Rd4 gemeenten zijn uitsluitend positief.
Vraag 21: Waarom stelt u zich ten doel om in 2026 niet meer dan 100kg per inwoner als restafval te hoeven ophalen, terwijl dit doel reeds ruim is gehaald (pag.118 beleidsindicatoren), nl 91 kilo? Antwoord: Het doel 2026 is vroeger gerealiseerd dan verwacht waarbij wij natuurlijk samen met Rd4 verder blijven inzetten op het verder terugbrengen van de hoeveelheid restafval per inwoner.
Pagina 8 van 20
Vraag 22: Paragraaf Kapitaalgoederen Pag.262 We missen van de 8 genoemde beleidsplannen de links van - het Bomenbeleidsplan - het Groenstructuurplan Eijsden - Gebiedvisie Middenterras. Graag alsnog leveren indien mogelijk. Antwoord: De links zijn toegevoegd
Bijlage opvolging Kadernota Vraag 23: Pag.2 1e bullet. Waarom niet gekozen voor een baatbelasting? Deze verschilt essententieel met een vermakelijkheidsbelasting. Een baatbelasting wordt geheven als een eigenaar van een onroerende zaak voordeel heeft van voorzieningen die een gemeente realiseert. De gemeente kan besluiten dat de eigenaar daaraan meebetaalt.( zoals parkeren, bestrating, terras op publiek terrein, straatverlichting). Antwoord: In onze gemeente wordt formeel geen baatbelasting geheven. Wel wordt een terrasvergoeding in rekening gebracht, zij het dat dit privaatrechtelijke basis gebeurt. Voor het aanleggen van bestratingen, inritten, trottoirs etc. wordt op basis van de ‘verordening van gemeentewege te verlenen diensten’ leges in rekening gebracht. In onze gemeente is door uw raad er nog niet voor gekozen om parkeerbelasting te heffen. Bij het instellen van belastingen in zijn algemeenheid dienen de lasten wel door de baten te worden afgedekt. Baatbelasting is de (gehele of gedeeltelijke) vergoeding van de kosten die de gemeente heeft gemaakt voor het tot stand brengen van een voorziening van openbaar nut in een aangewezen gebied. Het instellen van baatbelasting dient te geschieden uiterlijk binnen 1 jaar na voltooiing van de voorzieningen.
Vooralsnog zijn geen voorzieningen voor een specifiek gebied gerealiseerd waarvoor nog een baatbelasting ingesteld zou kunnen worden. Bij het realiseren van grondexploitaties worden de daar te realiseren voorzieningen meegerekend in de exploitatieopzet en daarmee financieel afgedekt. Voor toekomstige te realiseren algemene voorzieningen in en specifiek gebied zullen we de mogelijkheid tot het heffen van een baatbelasting meenemen. Vraag 24: Pag.363 3e bullet. Kosten voor representatie worden verhoogd om gemeente beter te representeren. Waarom moet daarvoor meer budget worden gevraagd? Antwoord: De verhoging voor 2026 is noodzakelijk met name door te maken kosten (afscheidsreceptie etc.) voor scheidende wethouder(s) na de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 en meer structureel door indiceren kosten/kwaliteitsslag relatiegeschenken/representatie. Pagina 9 van 20
Vraag 25: Pagina 258 “Financiële recapitulatie beheers- en onderhoudsplannen” In deze tabel wordt de exploitatie en investeringen van o.a. riool voor de komende jaren in cijfers uiteengezet. Kunt u toelichten waarom bij de investeringen op riool voor het jaar 2028 200.000 euro extra is opgenomen? Wat veroorzaakt deze stijging t.o.v. 2026, 2027 en 2029? Antwoord: Zoals u uit de investeringsstaat op pagina 351 kunt aflezen betreft dit de rioolwerkzaamheden aan Beezepool. Vraag 26: In dezelfde tabel onder gebouwen is te zien dat in 2029 het saldo van de voorziening m.b.t. het onderhoud van onze gemeentegebouwen nagenoeg nul is. Waarom heeft u ervoor gekozen om het saldo van deze voorziening af te bouwen tot nul? Antwoord: Dit is geen keuze van ons college. De dotaties en onttrekkingen aan de voorziening gebeurt op basis van de meerjarenonderhoudsplanning gemeentelijke gebouwen. Bij het opstellen van de nieuwe begroting wordt voor jaarlaag 2030 bekeken in hoeverre op basis van de onderhoudsplanning een extra dotatie noodzakelijk is. Vraag 27: Pagina 263 In de Programmabegroting 2026–2029 wordt onder de paragraaf Kapitaalgoederen slechts in beperkte mate, middels een korte tekstuele verwijzing, aandacht besteed aan het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de sportaccommodaties, dat in december 2025 aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.
Gezien het feit dat het onderzoek naar het IHP Sport zich momenteel in de afrondende fase bevindt, rijst de vraag in hoeverre eventuele bevindingen en de eventuele financiële consequenties van een bijbehorende uitvoeringsagenda reeds zijn meegenomen in de voorliggende Programmabegroting 2026–2029?
Pagina 10 van 20
Antwoord: Ten tijde van het samenstellen van deze begroting waren de uitkomsten van het IHP sportaccommodaties nog niet bekend. De uitkomsten hiervan zijn derhalve ook niet in de begroting verwerkt. De uitkomsten zullen in het overgangsdocument voor de nieuwe raad worden meegenomen.
Vraag 28: Paragraaf 1: Lokale heffingen p. 228 Hoe moeten we de tabellen lezen waar de jaren 2023 t/m 2026 benoemd staan? Kijken we hier vanuit de afgelopen jaren naar volgend jaar? Antwoord: De jaren 2023 tot en met 2025 zijn opgenomen om de trend van de verhogingen gedurende de raadsperiode zichtbaar te maken. Vraag 29: p. 230 ‘Afvalstoffenheffing’ Stijging eenpersoonshuishouden afvalstoffenheffing is 37% 2023 tov 2026; voor meerpersoonshuishoudens een stijging van 31%. Waarom stijgen voor eenpersoonshuishoudens de lasten harder? Antwoord: Voor 2026 zijn de lasten van eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens meer in evenwicht gebracht. De ophaalkosten voor een eenpersoons of meerpersoonshuishouden zijn immers ook gelijk. Vraag 30: P. 230 ‘Toeristenbelasting’ ‘€ 0,30 per overnachting zal worden ingezet t.b.v. landschapsfonds/natuurontwikkeling.’ Kan dit deel voor het landschapsfonds worden verhoogd? Antwoord: Het is aan uw raad om te besluiten over de verhoging van de bijdrage van € 0,30 per overnachting ten behoeve van het Landschapsfonds. Vraag 31: Waarom wordt de bijdrage toeristenbelasting niet verhoogd in lijn met de inflatie?
Pagina 11 van 20
Antwoord: Bij de behandeling van de kadernota is door ons college aangegeven dat wij niet voornemens zijn extra belastingen te verhogen anders dan die al eerder door uw raad zijn vastgesteld. Het is echter aan uw raad om te besluiten de toeristenbelasting te verhogen in lijn met de inflatie.
Vraag 32: Hoe weten of ondernemers ook werkelijk voor alle overnachtingen afdragen? Welke controle mogelijkheden staan ons ter vervoeging? Is hier verbetering mogelijk? Antwoord: Dit kunnen we niet met zekerheid vaststellen. Wat we wel weten is dat de BsGW controles uitvoert op de aangeleverde gegevens. Dit kan variëren van boekencontrole tot fysieke controle. Een maal per vier jaar wordt het hele bestand gecontroleerd. Verder kan op aangeven van de gemeente ook een gerichte controle worden uitgevoerd. Overigens zijn geen signalen ontvangen dat met aangiftes wordt gefraudeerd. Vraag 33: P. 234 ‘Forensenbelasting’ De forensenbelasting is al jaren gelijk gebleven. moet die niet worden geïndexeerd, aangepast aan inflatie? Antwoord: Wij delen uw opmerking dat de forensenbelasting al jaren gelijk is gebleven, niet. Thans lopen nog juridische procedures tegen de hoogte van de forensenbelasting. Op landelijk schaal hanteren wij reeds een van de hoogste tarieven. Een extra verhoging lijkt ons op dit moment dan ook niet raadzaam. Vraag 34: P. 236: ‘Belastingsoort’ Waarom wordt voor 2025 en 2026 uitgegaan van dezelfde gemiddelde woningwaarde? Antwoord: Voor 2026 zijn de gemiddelde woningwaardes nog niet bekend. Vraag 35: Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing P.
244 ‘Algemene reserve’ Waar hebben we in 2027 1,3 miljoen uit de algemene reserve voor nodig? Antwoord: Deze is nodig voor de realisatie van het Kindcentrum Cadier en Keer. Zie ook vraag 6.
Pagina 12 van 20
Vraag 36: P. 259: Op welke manier hangt de motie 30km zones (zodra uitgevoerd) samen met een (verlichte) druk op de wegen en daarmee een verlengde levensduur van wegen? Antwoord: Door invulling te geven aan de motie 30 km per uur, wil dit niet zeggen dat ook de verkeersintensiteiten zodanig omlaaggaan dat dit merkbaar is in het onderhoud van de weg. We hebben eens per twee jaar een visuele onafhankelijke inspectie, die aangeeft aan welke wegvakken onderhoud nodig is. De toestand van het weglichaam wordt beïnvloed door weersomstandigheden, intensiteit, begroeiing, watervoerendheid en weggebruik. Naast de onafhankelijke inspectie eens per twee jaar, worden de wegen ook geïnspecteerd door onze eigen dienst en waar nodig maatregelen getroffen. Vraag 37: p. 262: Wat wordt met deze zin bedoeld: ‘Op 5 februari 2013 heeft de raad het landschapsontwikkelingsplan Buitengewoon Eijsden vastgesteld. We beschikken nu over een landschappelijke visie voor het gehele buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten.’ Klopt het dat er dan een landschappelijke visie is vastgesteld na 2013 die niet naar de raad is gegaan? Graag een uitleg die verder reikt dan alleen ja of nee. Antwoord: Nee, het ligt andersom. Het landschapsontwikkelingsplan Buitengewoon Margraten is reeds in 2009 vastgesteld. Met de vaststelling van het plan voor Eijsden in 2013 is het hele buitengebied van de gemeente gedekt.
Vraag 38: Paragraaf 3: Kapitaalgoederen P. 259 2a Wegen Laatste alinea “Voor het groot onderhoud van onze wegen staan voor 2026 de volgende wegen gepland: Buitengebied - Diverse veldwegen Om welke veldwegen gaat het hier? Wordt hier rekening gehouden met de MOTIE “onverharde wegen” van 12 en 14 november 2024? Antwoord: Dit is nog niet bekend en vaak afhankelijk van de winter. We zijn bezig met de motie onverharde wegen. We zullen zeker de uitkomsten meenemen die uit het onderzoek voortkomen als deze duidelijk zijn en vastgesteld zijn.
Vraag 39: P. 263 Kaderstellende documenten : De links: ‘Kadernota accommodatiebeleid 2017’ en ‘Wegenbeleidsplan Eijsden-Margraten 20252028’ werken niet. Ontbrekende links: MIP en MOP voor wegen en riolering.
Pagina 13 van 20
Antwoord: De links werken nu wel. MIP en MOP zijn geen kaderstellende documenten en zullen niet worden toegevoegd. Vraag 40: Paragraaf 5: Bedrijfsvoering P. 279 ‘Organisatiekoers E-M’ Welke concrete (en meetbare) doelen zijn hiervoor gesteld, in hoeverre zijn deze de afgelopen jaren behaald en welke doelen zijn er voor 2026? Antwoord: In 2025 gestelde doelen en resultaat a.d.h.v. 1. Een gezonde en solide financiële huishouding; voor de resultaten zie de jaarrekening 2. Realiseren mensgerichte dienstverlening; een aantal punten zijn gerealiseerd maar we willen ook in 2026 hierin nog verder verbeteren gedacht moet worden aan verbeteren bereikbaarheid en dienstverlening. 3. Opgave gericht werken; heeft als doel het realiseren van de ambities. 4. Ontwikkelen van eigenaarschap; veel processen zijn van een eigenaar voorzien. Dit vergt evenwel doorlopend onderhoud. Daarnaast is aangegeven dat we leiderschapskracht willen ontwikkelen. Het leidinggevend kader volgt hiertoe een leiderschapsprogramma. In 2025 is hiermee gestart en in 2026 wordt dit verder voortgezet. Tevens is voor medewerkers het trainingsprogramma persoonlijk leiderschap opgezet en ook dit wordt voortgezet in 2026. 5. Een vitale organisatie; besloten is om af te zien van strategische personeelsplanning maar in te zetten op arbeidsmarktstrategie en in 2025 is met name geïnvesteerd in vitaliteit.
We zien langzaam een verschuiving van het krijgen van personeel naar het behouden van personeel. Binden boeien en waarderen is voor 2026 een belangrijk thema bij arbeidsmarktstrategie. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt door het management. Bij vraag 12 is reeds aangegeven hoe we een en ander monitoren. Doelen voor 2026 zijn vermeld bij de paragraaf 5 bedrijfsvoering punt 5.3 de strategische agenda Vraag 41: P. 280 ‘De Strategische Agenda’ Welke concrete (en meetbare) doelen zijn hiervoor gesteld, in hoeverre zijn deze de afgelopen jaren behaald en welke doelen zijn er voor 2026? Antwoord: Zie antwoord op vraag 40 Vraag 42: p. 281 ‘Binden, boeien en waarderen’ Vraag: Welke concrete (en meetbare) doelen zijn hiervoor gesteld, in hoeverre zijn deze de afgelopen jaren behaald en welke doelen zijn er voor 2026? Pagina 14 van 20
Antwoord: Zie antwoord op vraag 40 Vraag 43: Paragraaf 7: Grondbeleid P. 315 : 1.a. Visie grondbeleid Alinea 1: De Visie grondbeleid van de gemeente bestaat volgens de kaderstellende documenten uit de nota grondbeleid die dateert uit 2012 en enkele richtlijnen die in 2023 en 2024 in de begroting zijn vastgesteld. De nota stamt uit een heel andere tijd met heel andere realiteiten, de richtlijnen zijn geen vastgestelde visie maar notities uit een begroting. Vind de gemeente het getuigen van zorgvuldig bestuur om een budgetvoorstel dat voor meer dan 15 miljoen bestaat uit wonen en flankerende infrastructuur voor te leggen op een zwaar gedateerde nota en enkele begrotingsnotities uit voorgaand jaren? Antwoord: In het licht van de woningbouwopgave wordt bezien welk (beleids)instrumentarium nodig is om adequaat invulling te geven aan het woonprogramma, dit mede in het licht van de omgevingswet, de BBV-regelgeving en aspecten zoals kostenverhaal. In dat licht zal eveneens gekeken worden naar de nut en noodzaak van het eventueel herijken van de grondbeleid. Vraag 44: P. 325 1.c.3 Financieel kader ‘In zijn algemeenheid …… financiële en planologische randkaders.’ Betreffende document graag toevoegen aan lijst kaderstellende documenten. Antwoord: Deze zijn terug te vinden in programma 4 Vraag 45: P.
328, Laatste alinea: Op basis van het op 30 september 2025 genomen raadsbesluit 'tekenen en rekenen' wordt in 2026 het procedureel mogelijk maken van de in het raadsbesluit opgenomen woningbouwontwikkelingen voorbereid dan wel opgestart.’ In het raadsbesluit wordt het procedureel mogelijk gemaakt om de in het raadsbesluit opgenomen woningbouwontwikkelingen verder te onderzoeken en door te rekenen, niet “voorbereid dan wel opgestart” waar komt die laatste toevoeging vandaan? Kan deze opmerking verwijderd worden? Antwoord: De uitleg die u geeft aan het raadsbesluit is niet correct. In het raadsvoorstel van 30 september 2025 onder het kopje uitvoering en evaluatie staat het volgende vermeld: Indien uw raad met dit voorstel instemt, zal de haalbaarheid van de voorkeursvarianten verder worden onderzocht en de locaties verder worden uitgewerkt. Gedurende dit traject zal uw raad periodiek geïnformeerd worden over de voortgang hiervan via Raadsinformatiebrieven, de Woontafel, de P&Ccyclusen het reguliere proces van omgevingsplannen. Vraag 46: P. 328 Pagina 15 van 20
Waarom is ervoor gekozen om de beslispunten uit een raadsvoorstel zo specifiek op te nemen in de begroting? Waarom hoort dit thuis in de begroting? Antwoord: Betreft in deze geen bewuste overweging. Volstaan had inderdaad kunnen worden met verwijzing naar het desbetreffende raadsbesluit Vraag 47: P. 328 Kaderstellende documenten. De link naar “Richtlijn Strategische grondaankopen Gemeente Eijsden-Margraten 2023” werkt niet. Graag repareren. Antwoord: Deze werkt wel, alleen dient men in te loggen in Ibabs Financiële begroting Vraag 48: P. 333 Taakveld 0, ‘0.8 Overige Baten en lasten’ 2024: -2.808; 2025 -2.935; 2026 -13.191; 2027 -14.940; 2028 -15.865; 2029 -16.753 Wat veroorzaakt de sprong van 10 miljoen(?) in “overige baten en lasten” na 2026? Bij zowel baten als lasten? Antwoord: Dit betreft de exploitatielasten en de spuk uitkering van de Pelikaanhal. Vraag 49: P. 335 Taakveld 2 Waardoor vallen na 2026 inkomsten uit “parkeren” en “verkeer en vervoer” zo veel terug? Terwijl de kosten onveranderd hoog blijven? Antwoord: Inkomsten parkeren: Betreft de tweejaarlijkse inkomsten van de parkeervergunningen. Inkomsten Verkeer en vervoer: betref een eenmalige vergoeding voor degeneratiekosten glasvezel KPN. Degeneratiekosten zijn vergoedingen die wij ontvangen van kabel- en leidingexploitanten voor het graven in onze grond. Vraag 50: P.
335 Taakveld 3 Waaruit bestaan de torenhoge, en toenemende kostenposten : 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen en 3.4 Economische promotie? Betreft dit subsidies aan ondernemers? Wat staat daar dan tegenover? Antwoord:
Pagina 16 van 20
3.3 Bedrijvenloket: Betreft een andere toerekening van de salariskosten 3.4 Economische promotie: Betreft een andere toerekening van de salariskosten Vraag 51: P. 339 Taakveld 6 Waarom kent de budget lijn ‘6.1 Samenkracht en burgerparticipatie’ een dalende trend, waar vrijwel alle andere budgetten juist een stijgende lijn laten zien? Antwoord: 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie: De dalende trend wordt enerzijds veroorzaakt doordat de spuk uitkering GALA (uitgaven/inkomsten) maar loopt tot en met 2026. Verder is vanaf 2027 een oplopende besparingstaakstelling opgenomen voor WMO. Vraag 52: P. 340 Taak veld 7 7.3 ‘Afval’ Laat structureel meer baten dan lasten zien, gemiddeld 0,5 miljoen verschil. Het beleid is toch om deze diensten kostendekkend aan te bieden? Antwoord: Dat klopt, niet alle kosten die tot het compartiment afval behoren vallen binnen het taakveld afval. (IV3 voorschriften). Met andere woorden, lasten met betrekking tot het compartiment afval vallen ook onder andere taakvelden.(IV3 voorschriften) Vraag 53: P. 341 Taakveld 8 Hoe kan het dat we vanaf 2026 structureel per jaar 3 miljoen verliezen op woningbouw? Op welke beleidskeuzes is dit gebaseerd? Er werd ons verteld dat de bouwplannen ‘budgetneutraal’ worden doorgevoerd? Antwoord: De grondexploitaties zijn in beginsel ook budgetneutraal.
Het verschil in het taakveld wordt veroorzaakt voornamelijk door de salarislasten van de medewerkers die niet specifiek betrokken zijn bij de grondexploitaties (woningbouwplannen) Vraag 54: P. 343 1.2 ‘Incidentele baten en lasten……..’ De toelichting is ons onduidelijk. Welke activiteiten staan er achter de uitgaven voor : - Pop-up liberation - Glasvezel project - Stoppende agrarische bedrijven - Grex Oost Maarland/P. Rosierstraat Pagina 17 van 20
-
Grex Mheerderweg Banholt Grex Karreweg Sint Geertruid
Antwoord: Ons is niet duidelijk wat u bedoeld. Ons inziens zijn de incidentele baten en lasten voldoende toegelicht. Vraag 55: P. 359 1.6 ‘Opbouw algemene uitkering 2026-2029’ Waarom is er geen prijsontwikkeling vastgesteld in de OZB waarde van gebouwen, waar de verwachting is dat de huidige trend tot waarde stijging onverantwoord doorzet? Wat is de consequentie van het niet indexeren van deze kengetallen? Klopt het dat de nota grondbeleid (2012) wordt herzien? Wanneer wordt deze aan de raad voorgelegd? Antwoord: De waardes zijn gelijk gehouden omdat de rekentarieven vanuit het Rijk voor die jaren ook nu niet worden aangepast Voor wat betreft de vraag over het grondbeleid wordt verwezen naar de reactie bij vraag 43. Vraag 56: Waarom staat het ravijnjaar vanaf 2028 niet bij de Risico’s benoemd? Antwoord: Het nadelig gevolg van het ravijn jaar is financieel verwerkt in de begroting. Door dit nadelig gevolg mee te nemen in het financieel perspectief is er geen sprake meer van een risico.
Vraag 57: We hebben 4,5 miljoen voor grondexploitatie, 15 miljoen voor woningbeleid en 7,5 miljoen voor wegenbeleidsplan. In hoeverre zijn dit financiële risico’s? Zo ja, op welke manier wordt dit risico beheerst? Antwoord: 1. Grondexploitatie (€4,5 miljoen) Risico’s De grondexploitatie is vrijwel altijd het grootste financiële risico binnen een gemeente. Echter kun je grondexploitatie jaarlijkse herijken in de begroting. Daarnaast hebben we een grex reserve waarin we eventuele overschotten bufferen om tekorten op te vangen. Fasering en scenarioplanning: projecten gefaseerd uitvoeren en bijsturen bij marktwijzigingen. Pagina 18 van 20
Strakke projectbewaking: kwartaalrapportages over voortgang en financiële afwijkingen. Conclusie: groot risico, maar beheersbaar met actief grondbeleid en risicobuffer. 2. Woningbeleid (€15 miljoen) Risico’s Het woningbeleid zelf (zoals subsidies, stimulering sociale woningbouw of verduurzaming) brengt meestal indirecte risico’s met zich mee, Die kunnen opgevangen worden door prestatieafspraken met corporaties en anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars. Subsidievoorwaarden en monitoring om naleving te borgen. Meerjarenraming en periodieke evaluatie in begrotingscyclus. Wegenbeleidsplan (€7,5 miljoen) Risico’s De risico’s zitten hier vooral in uitvoerings- en onderhoudsrisico’s: Kostenstijging bouw en materialen. Schaarste aan aannemers / vertraging in uitvoering. Onvoorziene omstandigheden: bodemverontreiniging, kabels/leidingen, weer. Onvoldoende onderhoud leidt tot kapitaalvernietiging. Risicobeheersing Meerjarenonderhoudsplan (MJOP): inzicht in toekomstige onderhoudslasten. Raming met prijsindexering en risico-opslag. Contractmanagement en aanbestedingsstrategie. Conclusie: beheersbaar technisch risico; goed te managen met onderhoudsplanning en budgetdiscipline. Vraag 58: Welke personele capaciteit is benodigd voor de woningbouwplannen van de gemeente? Graag uitsplitsen.
Is deze personele capaciteit beschikbaar en budgettair beschikbaar? Antwoord Zoals aangegeven in de tekst van de begroting zal ons college in 2026 bezien hoe wij de organisatie zo kunnen inrichten dat (b.v. door middel van het inrichten van een programma-organisatie Wonen) het behalen van de gestelde doelen ten aanzien van onze woningbouwopgave, zo goed mogelijk gewaarborgd wordt. Mede op basis van de besluitvorming in de gemeenteraad op 30 september jl., zal o.a. een berekening gemaakt worden van de benodigde personele capaciteit. Het betreft dan niet alleen projectmanagers, maar ook disciplines zoals een jurist grondzaken/vastgoed, stedenbouwkundige, planeconoom, grondverwerver etc. Hierbij zal worden ingezet op tijdelijke inhuur voor een bepaalde periode of de inzet op basis van b.v. raamcontracten.
Pagina 19 van 20
Vraag 59: Hoe staat het met de dotatie van 1 miljoen op jaar basis voor landschap en natuurontwikkeling? Waar is deze in de begroting terug te vinden? Wat is er tot nu toe besteed van dit fonds en waaraan? Antwoord We gaan er van uit dat u met de € 1 miljoen het bedrag bedoelt dat is opgenomen voor aankoop strategische gronden. Dit betreft overigens geen dotatie maar is een krediet bedrag. U kunt dit bedrag vinden onder financiële begroting 1.3 investeringsstaat. Voor 2025 zijn nog geen aankopen ten laste van dit krediet gedaan.
Pagina 20 van 20