CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Schriftelijke vragen en antwoorden Landschapsfonds en Subsidieverordening aanpantregeling

* Raadsvergaderingen 26 september 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragen2.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 26 september 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 6: Landschapsfonds en Subsidieverordening aanplantregeling kleine landschapselementen

Vraag 1: Op pagina 2 is in de tabel vermeld dat het totale bedrag € 320.000 is. De bijdrage van de Provincie Limburg van € 100.000 is maar éénmalig. De pilot geldt voor twee jaren. Betekent dit dat in het tweede jaar maar € 220.000 beschikbaar is? Antwoord: De bijdrage van de gemeente is structureel: 100.000 euro +30 cent per overnachting (ca. 120.000 euro). Het bedrag van de provincie 100.000 dient binnen drie jaar besteed te zijn.

Vraag 2: Op pagina 2 is vermeld: Onderdeel 1: aanplantregeling t.b.v. landschapselementen De aanplantregeling heeft tot doel om nieuwe kleine landschapselementen binnen de gemeente te realiseren. Denk hierbij aan boomgaarden, hagen, bosjes, graften en solitaire bomen buiten de bebouwde kernen. Poelen vormen een karakteristiek landschapsonderdeel van het plateaulandschap. Waarom wordt de aanleg van nieuwe poelen niet opgenomen in het landschapsfonds? Antwoord: Poelen maken zeker een onderdeel uit van de kleine landschapselementen. De aanleg van een poel is echter behoorlijk kostbaar. De aanleg van poelen kan bijdragen aan de instandhouding en ontwikkeling van specifieke doelsoorten die binnen onze gemeente voorkomen. Eea is echter afhankelijk van de locatie en de omgeving. Ze dragen dan ook bij aan de landschappelijke structuur van de gemeente. Daarmee is het mogelijk om poelen te realiseren als zijnde een gemeentelijk project: Onderdeel 2 landschappelijke projecten. Maar niet structureel in de aanplantregeling.

Vraag 3: Uit de Bijlage RV Subsidieverordening aanplantregeling landschapselementen in artikel 4: Subsidie kan worden aangevraagd voor de aanleg van een klein landschappelijk element in landelijk gebied op geschikt bevonden plekken rond de woonkern gekoppeld aan bebouwing (niet zijnde tuin). Hoe gaan we om met eventuele aanvragen met betrekking tot landschappelijke verfraaiing in een bepaalde woonkern zelf (dus niet rondom)? Welke ruimte is daar voor? Antwoord: Op dat moment kan de subsidie niet vertrekt worden via de aanplantregeling. Als het initiatief bijdraag aan de landschappelijke kwaliteit (ook in de kern) is er een mogelijkheid om het project te financieren via Onderdeel 2: landschappelijke projecten. of via de post verfraaiing dorpspleinen uit de regulier begroting.

1

Vraag 4: Zie Artikel 5, Subsidievereisten Om voor subsidie in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende vereisten: a. Het plantmateriaal is streekeigen, klimaatbestendig en passend bij het bodemtype (zoals opgenomen in bijlage). Welke bijlage wordt hier bedoeld en waar is deze te vinden? Antwoord: De verwijzing naar de bijlage is per abuis blijven staan en komt te vervallen.

Geen vragen.

Vraag 1: Tegen welke betalingsafspraken gaat CNME het beheer uitvoeren? Antwoord: Het CNME gaat geen beheer uitvoeren.

Vraag 2: Komen er duidelijke criteria rond inheemse bomen en planten en diversiteit, omdat gebleken is dat er ook in Limburg grote hoeveelheden niet-inheemse soorten de afgelopen jaren zijn aangeplant? Welke bijlage wordt bedoeld in artikel 5a? Graag toevoegen. Antwoord: De bijlage is komen te vervallen. Samen met de boomkweker wordt bekeken welke soorten het beste geschikt zijn voor de betreffende locatie (nat, droog, voedselarm-rijk)

Vraag 3: Wat zijn de gevolgen van het wegvallen van de gelden Kwaliteitsmenu? Antwoord: Deze zijn gering. De toevoeging van de bijdrage per overnachting is veel groter en structureel.

2

Vraag 4: Wie heeft beslissingsbevoegdheid over uitgaven van het landschapsfonds? Hoe gaat burgerparticipatie hierbij geregeld worden? Antwoord: Het afdelingshoofd heeft het mandaat om te beslissen. De aanplantregeling is een goed voorbeeld van burgerparticipatie. We faciliteren en roepen de burger op om groen aan te planten ten behoeve van het algemeen belang.

Vraag 5: Onderdeel 1 : Kan in de regeling worden beschreven wat de verplichtingen van de aanvrager zijn? Antwoord: Die zitten er al in en zijn bewust laagdrempelig gehouden.

Vraag 6: Onderdeel 2 : wat zijn de precieze criteria waaraan projecten moeten voldoen, met name voor projecten die niet genoemd worden in het LOP? Wie oordeelt hierover? Antwoord: De beleidsmedewerker buitengebied en / of landbouw brengt een advies uit waarover het afdelingshoofd een beslissing neemt. Uitgangspunten zijn dat de projecten landschappelijk meerwaarde opleveren, bijdrage aan natuur inclusieve landbouw dan wel de beleefbaarheid van het landschap vergroten.

Vraag 7: Op welke manier houdt de Raad inzicht/controle over wat er gebeurt met de toegezegde fondsen? Antwoord: Jaarlijks zal een verslag worden opgesteld en aan de raad worden voorgelegd.

Vraag 8: Voorstel, (pag 1) “de gemeente heeft geen rol (-)…, echter wel in verfraaiing van het landschap” : de gemeente heeft wel zeker een verdergaande rol dan ”verfraaiing van het landschap”, ook bijvoorbeeld bij de realisatie van nieuwe natuur buiten de NNN en Natura2000 gebieden, het realiseren van de groene-blauwe dooradering van het landschap (minimaal 10%, zie ook pagina 2 onder burgerparticipatie), het instandhouden en verbeteren van natuur en landschapswaarden, de stikstof opgave, het realiseren van de Kaderrichtlijnen water, etc, etc… Waarom wordt dit niet benoemd? En worden deze opgaven opgenomen in de doelstellingen van het landschapsfonds? Antwoord: We hebben zeker een rol maar zijn niet het bevoegd gezag en hebben formeel geen verantwoordelijkheid. Het geen we proberen te realiseren (meer groen en landschapselementen) draagt zeker bij aan de doelstellingen van bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn maar is voor de gemeente geen doel op zich.

3

Vraag 9: Bijlage subsidieverordening : Kan de definitie van “klein landschapselement minder beperkend geformuleerd worden? Ook bijv. graften, steilranden, wegkanten van holle wegen, amfibieën poelen als klein landschapselement aanmerken. Antwoord: De aanplantregeling is zo opgesteld dat die duidelijk en laagdrempelig is. Andere projecten kunnen eventueel een plek krijgen in Onderdeel 2 maar vergen vaak maatwerk. Daarnaast kunnen graften, steilranden, wegkanten van holle wegen ook als bos worden getypeerd. Feitelijk blijft het namelijk de aanplant van bosplantsoen en dat is subsidiabel.

Vraag 10: Subsidieverlening provincie (document 3): graag een kopie toevoegen van het ingediende projectplan van Maart 2023 Antwoord: Het projectplan is een openbaar stuk en zal via IBABS worden toegevoegd.

Vraag 11: Hoe wordt voldaan aan de resultaatverplichtingen als ze daarvoor afhankelijk is van ingediende aanvragen/ hoe wordt voorkomen dat er dan gekort wordt op de provinciale subsidie? Antwoord: De subsidieaanvraag van de provincie sluit aan op de aanplantregeling. Echter op het moment dat er geen animo is voor de aanplantregeling en de gemeente geen projecten gerealiseerd krijgt dan kunnen we gekort worden. Dat is echter onwaarschijnlijk.

Vraag1: In het raadsvoorstel wordt aangeven onderzoek te doen naar de mogelijkheid om middelen in het kader van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu toe te voegen aan het landschapsfonds. Op zich een nobel streven maar beperkt u hiermee niet de inzet van deze middelen voor andere doelen dan die welke in de Subsidieverordening aanplantregeling landschapselementen zijn genoemd? Antwoord: Deze middelen kunnen ook ingezet worden als Onderdeel 2 Landschappelijke projecten. Hiermee wordt de scope groter.

4

Vraag 2: De subsidieverordening. Begripsbepalingen. Kan het aanleggen van poelen en houtkanten ook onder deze regeling vallen? Antwoord: Houtkanten wel, poelen kunnen via onderdeel 2 landschappelijke projecten gerealiseerd worden. Poelen zijn kostbaar en zijn landschappelijk en ecologisch alleen van meerwaarde als deze op goede plekken worden gerealiseerd. Om vele telleurstellingen te voorkomen maakt deze geen onderdeel uit van de aanplantregeling.

Vraag 3: Moeten we nu niet reeds rekening houden met de vaststelling van de gebiedsdifferentiatiekaarten waarbij de rode contouren meegenomen worden? Antwoord: Nee, de omschrijving is als volgt: Subsidie kan worden aangevraagd voor de aanleg van een klein landschappelijk element in landelijk gebied op geschikt bevonden plekken rond de woonkern gekoppeld aan bebouwing (niet zijnde tuin) en in het buitengebied buiten de rode contouren binnen de gemeente Eijsden-Margraten (zoals vastgesteld door de Provincie Limburg). Hiermee is het mogelijk om zowel binnen als buiten de rode contour aanplant te financieren.

Vraag 4: Subsidiabele kosten. Als poelen ook onderdeel uitmaken van de begripsbepalingen kosten, moeten de subsidiabele kosten daarvan dan ook hier vermeld worden? Antwoord: Poelen maken geen onderdeel uit van de aanplantregeling.

Vraag 5: Zijn er evaluatiemomenten met betrekking tot de input en ondersteuning van CNME. Antwoord: Deze zijn nog niet formeel vastgelegd maar zullen zeker plaatsvinden. Na ieder plantseizoen zal deze plaatsvinden.

Vraag 6: Is met de vakorganisaties van de agrarische sector bv. de LLTB overleg gevoerd over dit voorstel? Bijvoorbeeld welke rol zij hierbij kunnen spelen. Antwoord: Nee, echter zullen we hun benaderen in het uitzetten van de communicatie en werving.

5

Vraag 7: Slotbepalingen. Dient de verordening niet aangehaald te worden als : aanplantregeling landschapselementen 2023? Antwoord: Feitelijk wel.

Vraag 1: Zie het Raadsvoorstel pagina.2 Doel: aanplant nieuwe kleine landschapselementen. Hoe zullen de nieuwe landschapselementen worden beschermd? Antwoord: Zie artikel 5 lid c.

Vraag 2: Worden deze ook opgenomen in de bestaande kaart? Waar kunnen wij die kaart vinden? Antwoord: Nee. De kaart is overigens nog niet gereed.

Vraag 3: Raadsvoorstel pagina 2. Waar vinden de inwoners het ‘reeds ontwikkelde bomenplan’? Is dit het bomenplan dat gerelateerd is aan het aantal graven op het Amerikaans kerkhof of is het een ander plan? Welk dan? Antwoord: Ja het bomenplan 2020-2024 is gerelateerd aan het aantal graven en is een openbaar stuk.

Vraag 4: Worden in dit ‘bomenplan’ ook de locaties voor andere mogelijkheden (hagen bosjes, graften, etc) aangegeven? Antwoord: Nee, het gaat in het bomenplan over landschappelijke structuren.

Vraag 5: Als je een boom wil planten op een plek die niet voorkomt op het plan, wordt er dan geen subsidie verstrekt? 6

Antwoord: In principe niet of de aanvraag moet al van die aard zijn dat er toch landschappelijke meerwaarde is, zodat deze opgenomen kan worden in Onderdeel 2 landschappelijke projecten.

Vraag 6: Bijlage 6b (moet dit niet zijn 5b?) artikel 4: Hoe definieert u ‘geschikt bevonden plekken’? M.a.w: Waar moet een geschikt gevonden plek aan voldoen? Antwoord: Er staat: Subsidie kan worden aangevraagd voor de aanleg van een klein landschappelijk element in landelijk gebied op geschikt bevonden plekken rond de woonkern gekoppeld aan bebouwing (niet zijnde tuin) en in het buitengebied buiten de rode contouren binnen de gemeente Eijsden-Margraten (zoals vastgesteld door de Provincie Limburg). Ieder initiatief/aanvraag dat wordt gemeld, wordt bezocht door een landschapsdeskundige van het CNME. Als deze aangeeft dat de locatie niet voldoet, bijvoorbeeld dat het een tuin is. Zal deze als niet geschikt worden gezien en dus wordt negatief beschikt ten aanzien van de subsidieaanvraag.

Vraag 7: Bijlage 6b artikel 5c: Waarom is er een limiet gesteld van slechts 10 jaar in de wetenschap dat een boom een veel langere tijd nodig heeft ( 30, 50 jaar of onbepaalde tijd?) om te komen tot wasdom? De stimulans om in stand te houden wordt immers via het vereiste kettingbeding verzekerd. Antwoord: 10 jaar is te overzien. Bij een instandhoudingsplicht van 30 jaar zal de animo om deel te nemen aanzienlijk dalen. Dit laatste hebben we al ervaren omdat een andere overheid deze eis wel al eens heeft toegepast en remmend heeft gewerkt op het aantal aanmeldingen.

Vraag 8: Bijlage 6b: Wij stellen voor om artikel 5 en 11 te combineren. Antwoord: Dat is mogelijk

Vraag 9: Raadsvoorstel pagina 2 Landschappelijke projecten. Graag vernemen wij recente voorbeelden van ‘het groot aantal projecten’. Antwoord: Deze staan in het LOP Margraten en Eijsden benoemd. Enkele voorbeelden zijn: Realisatie van de Galling, de uitzichttoren in Mesch, het initatiatief van de fietsroute Maastricht-Vaals via de oude trambaan-route die niet is doorgegaan, aanplant van landschappelijke structuren, aanplant rondom kasteel Mheer en kasteel Eijsden, de postkoetsroute Eijsden-Voeren-Noorbeek die we willen oppakken de komende jaren.

7

Vraag 10: Hoe worden inwoners geïnformeerd over het beheer van de (hun) groenaanplant? Antwoord: De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor het beheer. We faciliteren als gemeente wel snoeicursussen of cursussen gericht op beheer van landschapselementen. Deze maken onderdeel uit van Onderdeel 2 de gemeentelijke projecten. Deze worden ook gegeven door CNME. Als er behoefte is bij een inwoner kan hij zich via het CNME of de gemeente aanmelden. Op het moment van bezoek door CNME aan de potentiele locatie en het beheer komt ter sprake kan CNME hier natuurlijk op inhaken.

Vraag 11: Moet er een participatieprocedure worden doorlopen als het initiatief van inwoners komt? Indien neen, waarom niet? Indien ja, welke? Antwoord: Ja, de initiatiefnemer moet zich houden aan de procedure om de subsidie aan te vragen om op die manier te participeren. We vragen de bewoners en grondgebruikers om een maatschappelijke dienst te verlenen namelijk het aanplanten van landschapselementen.

Vraag 12: Raadsvoorstel pagina3 Communicatie. Hier gaat het alleen over vergroening van privébezit. Het landschapsfonds is toch breder van opzet. Vraagt dat niet een breder communicatieplan? Antwoord: De aanplantregeling is gericht op de particulier en agrariër. Onderdeel 2 landschapsprojecten kan breder worden ingezet. Echter andere grondgebruikers, denk aan terreinbeherende organisaties, hebben vaak zelf middelen om projecten ter realiseren. In sommige gevallen kunnen we daar als gemeente een plus op zetten, zodat we gemeentelijke doelen kunnen realiseren. Dit vergt echter maatwerk.

Vraag 13: Waarom worden de doelstellingen zoals de provincie omschrijft niet overgenomen? Met dien verstande dat Biodiversiteit benoemd blijft. (Zoals ook in het raadsvoorstel gebeurt.) Antwoord: Omdat dat de aanplantregeling onnodig complex maakt.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=2d56e213-d87f-442d-b4ea-2089528066db