06 Schriftelijke vragen en antwoorden Landschapsfonds, bijlage
Tekst van het document
PROJECT landschapsfonds Projectnummer Bestuurlijk opdrachtgever: Ambtelijk opdrachtgever: Projectleider: Programma: Startdatum: Beoogde einddatum:
College van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten Th. Ruiters, Afdelingshoofd fysieke leefomgeving J. Mertens Prioritair thema Landschap Maart 2023 Maart 2025
AANLEIDING De gemeente Eijsden-Margraten is een groene landschappelijk fraaie gemeente. De gemeente heeft een omvangrijk buitengebied waarin wordt gewoond, gerecreëerd en gewerkt. Natuurterreinen zijn in eigendom van terreinbeheerders of particulieren. Het omliggende land, het buitengebied, is van ons allemaal. Het is 60% agrarisch en staat de laatste jaren volop in de belangstelling, maar het kent een verarming van het aantal landschapselementen. De stikstof problematiek en de transitie van de landbouw hebben mogelijk een vergroting van het akkerbouwareaal tot gevolg, waardoor verder verschraling van het landschap op de loer ligt. In het manifest Buitengewoon Buitengebied heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten, op 18 maart 2021, beschreven dat we streven naar een uitbreiding van ons groenblauwe landschappelijke raamwerk, met meer authentieke landschapselementen en betere ecologische verbindingen, zodat ons kleinschalige landschap wordt versterkt. Hoe aan deze ambitie invulling gegeven moet worden kan op diverse manieren; momenteel worden de aanwezige landschapselementen geïnventariseerd. De gebiedsdifferentiatiekaart die wordt opgesteld, brengt in beeld waar de wens ligt het groenblauwe netwerk te versterken. Het voorliggende landschapsfonds is een stimuleringsregeling om onder andere meer landschapselementen te realiseren.
DOEL Om invulling te geven aan de opdracht van onze Raad voor een uitbereiding van ons groenblauwe landschappelijke raamwerk zal gekeken moeten worden naar mogelijke realisatie strategieën en financieringsbronnen. De gemeente heeft geen rol in de realisatie N2000 of het natuurnetwerk, wel in landschappelijke verfraaiing. Het landschapsfonds heeft tot doel om: 1. nieuwe KLE’s (kleine landschapselementen) te ontwikkelen binnen de gemeente op plekken waar ze passend zijn binnen het landschap. Dit kunnen hagen en erfbeplantingen zijn buiten de bebouwde kernen, maar ook graften of solitaire bomen in het landschap. In het bomenplan Eijsden-Margraten, dat door de raad is vastgesteld worden deze locaties beschreven in de totale groenstructuur van onze gemeente. Nieuw realisatie zal gaan middels het gemeentelijke subsidiestelsel voor de aanplantregeling. Dit subsidie kader wordt in Maart aangeboden aan de Raad. De basis van dit subsidiekader is om inwoners van onze gemeente de mogelijkheid te geven om op gronden, buiten de kernen maar binnen de gemeentegrens, een financiële bijdrage te verkrijgen voor de aanlegkosten van KLE’s. Dit subsidiestelsel ligt voor aan de Raad om in werking te treden in 2023. 2.
Herstel of herstructurering van bestaande of verloren gegane elementen, op locaties waar cultuurhistorische of landschappelijke waarden aanwezig zijn dan wel waren, zal plaatsvinden in opdracht van de gemeente. De basis hiervoor wordt verkregen in de huidige inventarisatie 1
van KLE’s binnen de gemeente en input van bewoners op basis van historische data. Concrete voorbeelden. 3. Nieuwe ontwikkeling en kansen voor het aanleggen van landschapsstructuurversterkende elementen, niet zijnde compensatie of inkleding van rode functies. In het LOP Eijsden – Margraten zijn deze projecten benoemd en worden onderzocht op actualiteit en haalbaarheid van de uitvoering. Concrete voorbeelden. Uit de pilot Noorbeek (2018) kunnen we concluderen dat een stijging van 30% van de kleine landschapselementen (KLE’s) gemiddeld wenselijk is. Dit percentage ligt hoger dan in het aanvalsplan landschap1 is gepresenteerd. Het kleinschalige karakter van Zuid-Limburg is hierin het uitgangspunt. Hierbij is het van belang dat de juiste landschappelijke elementen op de juiste plek komen te liggen. Cultuurhistorische gezien hebben landschapselementen altijd een functie gehad in het landschap. Zo stonden rondom de dorpen de fruitboomgaarden en stonden de (knot) wilgen op de natte plekken. Struweelhagen werden gebruikt als veekering, markeerde een erfgrens en zorgde voor geriefhout. De poelen vormde een drinkplek voor het vee. Omdat een deel van de functies van de elementen in de loop der jaren zijn afgenomen is het belangrijk een goede analyse te maken van het landschap, waar welke elementen nu gewenst zijn.
Zo hoeft een boomgaard niet meer dicht bij de boerenkeuken te liggen, maar blijkt afstromend water van de helling nog steeds een actueel probleem waar lijnvormige elementen haaks op de helling een goede oplossing voor zijn. Daarnaast kent onze gemeente door de plateau’s, hellingen en droogdalen een groot verschil in gesloten / openkarater van het landschap. Door dit te versterken kunnen we eveneens de biodiversiteit vergroten. De uitwerking van de verschillende KLE’s en de positie in het landschap vindt momenteel plaats in de gebiedsdifferentiatiekaart. Dit traject heeft inhoudelijk invloed op de ontwikkeling van het landschapsfonds. Opbouw van fonds Om te komen tot een structureel fonds wordt per 1 januari 2023 gestart met een pilot voor 2 jaar. Tijdens deze pilot periode wordt het fonds gevuld met structurele landschapsmiddelen uit de begroting. De Raad heeft toegezegd om middelen ( € 120.000,-) uit de toeristenbelasting in te gaan zetten voor landschap. Dit worden € 60.000,- voor onderdeel 2, Herstel of herstructurering van bestaande of verloren gegane elementen en de overige € 60.000,- aan, onderdeel 3, de landschapsstructuurversterkende maatregelen uit het LOP. 1. Aanplantregeling €100.000,- /€100.000,2. Herstel en herstructurering van bestaande of verloren gegane elementen 3. Landschapsstructuurversterkende maatregelen
= € 200.000,= € 60.000,= € 60.000,= € 320.000,-
De provincie stelt € 100.000 eenmalig ter beschikking als impuls en wordt ingezet ter realisering van de 3 doelen voor minimaal 10 kernen. Zo ontstaat een evenredige kostenverdeling tussen eigen bewoners en toeristen die genieten van ons landschap. We zijn van mening dat de toerist, maar ook de bewoner geniet van ons landschap. Door het landschap kleinschaliger in te richten en op de juiste plaats de goede landschapselementen te plaatsen, wordt het landschap nog mooier voor de bewoner om te ontspannen en te recreëren, maar ook voor de toerist. We zijn dan ook van mening dat het gerechtvaardigd is dat de toerist mee betaald 1 Aanvalsplan landschap Realisatie van 10% groenblauwe dooradering 28 september 2022 - Een
dringend advies 2
aan ons landschap. Dit hebben we geregeld door de raad in november 2022 te laten beslissen dat vanaf 1 januari de toeristen belasting wordt verhoogd met 30 cent per overnachting en dit geld te reserveren voor ontwikkeling van het landschap. Dit betekent dat structureel € 100.000 vanuit de algemene middelen beschikbaar is voor ontwikkeling van het landschap en ongeveer € 120.000 vanuit toeristenbelasting. Overigens neemt het aantal overnachtingen toe waardoor dit budget ook zal stijgen. Het fonds krijgt hiermee het eerste jaar een voeding van € 320.000,- en structureel een voeding van € 220.000,- .Gedurende de pilotfase wordt verder onderzocht hoe de middelen uit GKM beleid en overige compensatiegelden van de gemeente Eijsden Margraten toegevoegd kunnen worden aan het fonds. Evenals mogelijkheden om maatschappelijk verantwoord ondernemen middels dit fonds mogelijk te maken. Onderbouwing uitgifte fonds Onderdeel 1, Vanuit het fonds kunnen nieuwe landschapselementen worden gefinancierd. De KLE´s komen op gronden van de gemeente of van derde. De aanleg van KLE’s is een eenmalige uitgave en daarna volgt beheer. Hier is een incidentele en structurele financiële structuur voor nodig. Middels een, nader op te stellen, subsidieregeling kunnen inwoners van de gemeente EijsdenMargraten op gronden gelegen in Eijsden-Margraten een financiële bijdragen krijgen voor de aanleg van KLE’s.
Deze subsidie wordt uitgevoerd in de vorm van een aanplantsubsidie die begeleid wordt door het CNME. De vergoeding voor de dienst van het CNME wordt gemaximeerd op 25% van de totale uitgifte. Hiervoor dient het CNME het proces te begeleiden en de communicatie te verzorgen. De voorwaarden en plantsoen keuze zijn vastgelegd in de subsidie verordening. In het verleden hebben we via de Stichting IKL een zelfde soort regeling gevoerd, die met name in de gemeente Eijsden-Margraten als een van de snellopers binnen de regelingen genoemd kan worden. Met het wegvallen van de Stichting IKL, kon de regeling niet meer worden uitgevoerd en hebben wij omdat de vraag er wel nog is tijdelijk op pragmatische wijze de regeling voortgezet. Middels het laten vaststellen van deze nieuwe stimuleringsregeling willen we deze regeling duurzaam laten vaststellen. CNME is een vergelijkbare partij, met veel ervaring en kunde om deze regeling uit te voeren. CNME zal aanvragers adviseren ten aanzien van de keuze van de beplanting, het plantverband en de juiste locatie. Daarnaast zal CNME de aanvrager de beplanting uitleveren en adviseren ten aanzien van het onderhoud van de beplanting. Naast CNME zou ook Stichting het Limburgs Landschap hier een rol in kunnen krijgen.
In de overeenkomst die de aanvrager met de gemeente aan gaat wordt afgesproken dat een aangeplant landschapselement minimaal 10 jaar gehandhaafd dient te blijven. Jaarlijks ontvangen wij luchtfoto’s en kunnen wij snel controleren (mede aan de hand van de lijst met aanvragers) of de landschapselementen daadwerkelijk in het veld nog aanwezig zijn. Het fonds gaat niet het beheer van deze elementen vergoeden, dit is de eigen verantwoordelijkheid van de aanplanter. Of op termijn al dan niet een beheersubsidie vanuit het ANLb wordt toegezegd staat volledig los van de aanplantsubsidie. De achterstallige KLE’s met landschappelijke en cultuurhistorische waarden, onderdeel 2 uit het fonds, worden momenteel geïnventariseerd en op kwaliteit gewaardeerd. Voor deze categorie worden ook verloren gegane elementen genomineerd die aantoonbaar onderdeel van het landschap zijn geweest en dus teruggeplant kunnen worden. Onderdeel 3 de grotere landschapsverbeterende maatregelen op gronden van de gemeente kunnen ook worden betaald uit het landschapsfonds. Deze maatregelen zijn beschreven in het LOP en komen in aanmerking mits er een aantoonbaar belang is en er geen reguliere middelen beschikbaar zijn. Te denken valt aan een uitzichtspunt zoals is geplaatst op de Mescherhei, of specifieke landschappelijke inrichten ten behoeve van een soort.
Potentiele locaties worden getoetst aan de Gebiedsdifferentiatiekaart en / of LOP.
3
RISICOPROFIEL (kritische succesfactoren) Risico: Laag tot Midden • Middelen reeds door Raad vastgesteld, dit is een uitwerking / concretisering van de besteding. • Subsidiekader valt binnen bevoegdheid gemeente en wordt voorgelegd aan de Raad • Subsidie per deelnemer gelimiteerd • Begeleiding CNME wordt gefinancierd uit eigenbijdrage van deelnemers. • Gemeente ontvangt jaarlijks het .shp bestand met de nieuw gerealiseerde elementen van CNME zodat deze ook op onze beheerskaarten kan worden ingelezen en behoud gewaarborgd kan worden. • Het afwegingskader voor de landschapsverbeterende maatregelen wordt uitgewerkt binnen de pilot periode. • De maatregelen voor de achterstallige KLE’s volgen uit de inventarisatie KLE’s.
RESULTATEN Tussentijdsresultaat Per jaar ontvangen wij van CNME een overzicht met de gesloten overeenkomsten en een overzichtskaart waar de elementen zijn aangeplant. Provinciale toezegging De provincie Limburg heeft toegezegd, om eenmalig een bedrag van € 100.000,- beschikbaar te stellen om het fonds op te starten danwel aan te jagen. De provinciale bijdrage is bedoeld als impuls van de 3 gestelde doelen. Op basis van dit projectvoorstel word de provinciale bijdrage opgevraagd. De aanplantregeling voorziet in 2023 in een prognose van € 200.000 waarbij de provincie de helft zou financieren. Aan het eind van het plantseizoen 2024 (Maart 2024) maken we de balans op en rekenen daadwerkelijk af op basis van de gerealiseerde 3 doelen met een maximum bijdrage van de provincie van € 100.000. In het financiële overzicht is de realistische raming weergegeven
Subsidie stelsel voor aanplant regeling De afdeling juridische zaken heeft het juridische kader opgesteld waarbinnen de gemeentelijke subsidie kan worden verstrekt. Hiervoor is de procedure gestart om een raadsvoorstel te agenderen In mei 2023 zal eerst de stuurgroep Buitengewoon Buitengebied het conceptraadsvoorstel behandelen en daarna naar de raad eind 2e kwartaal begin 3e kwartaal Afwegingskader landschappelijke verbeteringen Met de instemming van het college om € 60.000,- van de middelen uit het landschapsfonds te reserveren voor landschapsstructuur verbeterende maatregelen. Voor 2023-2024 wordt het projec Herstel beekloop de Bak bij Eijsden in combinatie met herkenbaar maken van kasteel Cloppenburg in het landschap tussen Eijsden en oost-Maarland worden gerealiseerd. Overzicht KLE’s en achterstallige KLE’s In Q2 van 2023 verwachten we het actuele overzicht van de KLE’s binnen de gemeenten volledig in beeld te hebben. Op basis van deze uitkomsten kunnen we een selectie maken welke achterstallige KLE’s en met prioriteit worden opgepakt. Hiervoor zal ook nadrukkelijk in Q3 en Q4 een burgerparticipatietraject worden opgestart.
4
PROJECTBEHEERSING: GELD, ORGANISATIE, KWALITEIT, COMMUNICATIE/INFORMATIE, TIJD Kwaliteit Het CNME is als Centrum voor Natuur en Milieu Educatie een regionaal bureau met kennis van de regio en de hier voorkomende soorten. Ze worden gevraagd om de deelnemers aan de aanplantregeling te begeleiden. Voor de inventarisatie van de KLE’s en de analyse op kaart op te stellen is ook een Limburgs bureau gevraagd met veel ervaring in KLE’s en met lokale kennis. Tijd / Planning Q1
2023 Opstellen van projectopdracht
Q1-2
2023 Raadsbesluit subsidie kader aanplantregeling
Q3
2023 Vaststelling lijst achterstallige KLE’s en offerte uitvraag herstelmaatregelen.
Q4
2023 Eerste uitlevering van plantsoen aanplantregeling
Q1
2024 Tweede uitlevering plantsoen aanplantregeling
Q4
2024 Derde uitlevering van plantsoen aanplantregeling
Q1
2025 Vierde uitlevering plantsoen aanplantregeling
Organisatie Binnen het team van openbare ruimte wordt het projectinhoudelijk opgezet en worden de werkzaamheden met CNME afgestemd. AJZ is betrokken en verantwoordelijk voor het opstellen van het subsidiekader. Facilitair is verantwoordelijk voor de juiste aanbestedingsprocedure voor het bestellen van het plantmateriaal. Informatiemanagement is verantwoordelijk voor de automatisering van het proces.
Communicatie en Informatie Voor het bekend maken van de aanplantregeling en de voorwaarde om mee te doen, zal op de website van de gemeente een digitaal aanmeld formulier komen, waarin bewoners direct kunnen zien of de gewenste aanplant passend is binnen de regeling. CNME zal in opdracht van de gemeente actief de huisbezoeken uitvoeren om de deelnemers aan de regeling te informeren. Communicatie over het belang van vergroenen zal via (sociale) media door de gemeente worden verspreid. Er komt een speciale aanmeld link voor landschappelijke ideeën en herstel bestaande en historische KLE’s Geld Uitvoering past binnen het beschikbare budget van het prioritaire thema landschap in het bestuursakkoord 2022- 2026 5
BURGER PARTICIPATIE Het subsidiestelsel voor aanplant KLE’s zal inwoners activeren om zelf op hun eigen grond aan de slag te gaan met het landschap. De regeling is ook zo opgebouwd dat de verantwoording voor het realiseren van de aanplant bij de burger ligt. Waarbij ze ondersteuning en advies krijgen van CNME. Voor het herstellen van de bestaande achterstallige KLE’s worden burgers ook opgeroepen om deze locatie voor te dragen. Ook waar inwoners weten dat KLE’s recentelijk verdwenen zijn, komt er een aanmeldpunt om deze onder de aandacht te brengen, zodat we deze kunnen herstellen. In het structurele overleg tussen gemeente en de groene vrijwilligersclubs van onze gemeente is dit een terugkerend aandachtspunt.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN Waar mogelijk proberen we de aanplant extra te stimuleren om het netwerk voor groenblauwe dooradering te optimaliseren. Waar de precieze aandachtsgebieden liggen zal in de gebiedsdifferentiatiekaart besproken worden en separaat aan het college wordt aangeboden.
6