CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Schriftelijke vragen en antwoorden IHPO.docx

* Raadsvergaderingen 30 mei 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde3.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 30 mei 2023 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 6: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs

Algemeen: De titel van het IHP is veranderd, daarom wordt een nieuwe bijlage in Ibabs geplaatst met een gewijzigde kaft. Verder geen inhoudelijke aanpassingen.

Vraag 1: Wie is volgens het college verantwoordelijk voor "renovatie van een schoolgebouw"? Antwoord: In formele zin c.q. wettelijk is de verantwoordelijkheid voor renovatie nog niet belegd. Het ziet ernaar uit, dat renovatie een voorziening wordt oftewel een (financiële) verantwoordelijkheid van de gemeente. Tot het zover is, is groot onderhoud van een schoolgebouw een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Logisch is dan, dat op dit moment renovatie ergens tussen de gemeente en het schoolbestuur valt. Om (meer) duidelijkheid te creëren over wie waarvoor verantwoordelijk is, is in het IHP een handelingskader opgenomen. Overigens, is de verantwoordelijkheid van de gemeente bij de belangrijke opgaven Eijsden en Margraten nog groter vanwege het feit dat beide accommodaties tot haar eigendom behoren. Vraag 2: Is het college voornemens om financieel bij te dragen aan duurzaamheidsmaatregelen bij schoolgebouwen? Antwoord: Wij houden er rekening mee en gaan er ook vanuit dat de gemeente financieel gaat bijdragen in de te nemen duurzaamheidsmaatregelen. De omvang ervan moet blijken bij uitwerking van de desbetreffende businesscase. Vraag 3: Worden van alle kindpartners financiële bijdragen gevraagd bij investeringen in duurzaamheidsmaatregelen? Antwoord: Alle kindpartners betalen huur en dragen vanuit de huur bij aan verduurzaming.

Vraag 4: Twee businesscases zouden al in 2025 gereed moeten zijn. Welk budget heeft het college hiervoor geraamd?

1

Antwoord: Na vaststelling van het IHP worden de businesscases uitgewerkt en kan bepaald worden welke middelen opgenomen dienen te worden in de begroting. Vraag 5: 20230530 06a RV IHP Onderwijs. Pag. 6: Tijdelijkheid / pragmatische oplossing tov schooljaar 2023-2024. Hoe groot is de uitdaging momenteel voor het schooljaar 2023-2024 en wanneer verwacht men de resultaten van de pragmatische oplossing op te kunnen leveren. Antwoord: In Op de Cour wordt een tijdelijke, inpandige maatregel getroffen, waarmee één extra klaslokaal beschikbaar komt voor de scholen ter beantwoording van de nu bestaande ruimtevraag. Vraag 6: In hoeverre hadden we al in een eerder stadium naar deze uitdaging kunnen kijken en waarom loopt deze actie nu pas? Antwoord: We zijn al geruime tijd met de betrokken partijen in overleg om te kijken hoe het ruimtevraagstuk in Eijsden het beste opgelost kan worden. De huisvestingssituatie in Op de Cour is vast agendapunt tijdens het periodieke overleg tussen de gemeente en het schoolbestuur. Vraag 7: 20230530 06b Bijlage - IHP Eijsden-Margraten.pdf. Pag. 3: Schoolbesturen ontvangen een lumpsum bedrag voor het geven van onderwijs en een deel van deze middelen moeten worden ingezet voor “materiele instandhouding”.

Schoolbesturen kunnen dit redelijk vrij besteden binnen het bestemmingsdoel van het budget met dien verstande dat ze geacht worden als een goed huisvader te zorgen voor hun panden. Moeten de schoolbesturen aan de gemeente de uitgegeven bedragen en middelen verantwoorden? Zo ja, hoe doen ze dat? Antwoord: Nee, in formele zin heeft het schoolbestuur geen verantwoordingsplicht in de richting van de gemeente over de besteding van de ontvangen Rijksmiddelen. Dat laat overigens onverlet dat de gemeente wel degelijk meekijkt naar de kwaliteit van de onderwijshuisvesting en een oordeel kan hebben als er sprake lijkt van onvoldoende beheer en onderhoud. In de voorgestelde aanpak van duurzaamheid is de afspraak gemaakt, dat gemeente en schoolbestuur elkaar inzicht geven in hun meerjarenonderhoudsprogramma en voorgenomen investeringen om tot een afgestemde aanpak te komen. Vraag 8: Pag. 5 Bestaande situatie. In het kader van de demografie wordt gesproken over de recente prognoses van de afgelopen jaren en hoe hier toch met name in Eijsden en Margraten, waar enorm veel woningbouw heeft plaatsgevonden, prognoses blijken af te wijken. Hoe weten wij als gemeente Eijsden-Margraten dat in de huidige berekeningen die in dit IHP zijn opgenomen per (onderwijs) kern ook gebaseerd zijn op toekomstige grote woonopgaven die voor ons liggen?

2

Antwoord: De verwachte leerlingenaantallen in het IHP zijn gebaseerd op de in het voorjaar van 2022 door een extern bureau opgestelde leerlingenprognose. Zoals gebruikelijk, is in die prognose het gemeentelijk woningbouwprogramma meegenomen. In het kader van de uitwerking van de businesscases zal deze prognose geactualiseerd worden, zodat over de meest recente cijfers beschikt wordt. Vraag 9: Op pagina 11 van het IHP staan vier vormen van "voorraad". Is het mogelijk om de basisscholen van onze gemeente te rangschikken naar de genoemde vier mogelijkheden? Antwoord: Wederopbouwvoorraad: omvat de scholen te Cadier en Keer, Mheer, Mesch, Oost-Maarland en St. Geertruid. Bouwbesluitvoorraad: omvat de scholen te Eijsden, Gronsveld en Margraten. Vraag 10: Op pagina 14 wordt de term “knooppunt” gebruikt. Wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord: ‘Knooppunt’ is de naam voor de samenwerking tussen allerlei partijen die betrokken zijn bij kinderen en jeugdigen. Vanuit deze samenwerking voeren deze partijen periodiek overleg en bespreken zij leerlingen over wie op dat moment zorgen bestaan. Belangrijk uitgangspunt daarbij is, dat de betreffende leerling (zeker als het kind ouder is dan 12 jaar) en de ouders ook aan tafel zitten. Er wordt altijd mét de betrokkenen gesproken en niet over hen. Via het knooppunt wordt getracht zorgen in een zo vroeg mogelijk stadium te bespreken. Vraag 11: Pag.

21: Het advies van de RO groep is dat het gebouw van de OBS Mesch voldoet aan de eisen van de gebruikers. Eindtermijn gebouw 2030. Moeten wij denken aan nieuwbouw of complete renovatie verbetering zodat het voldoet aan de klimaateisen en weegt hierin de kosten op tegen de baten? (Door gebouw MFA te maken zodat ook peuteropvang als kinderopvang mogelijk gemaakt kan worden). Antwoord: Tot de eindtermijn is het advies om uit te gaan van exploiteren als goed huisvader. Het ligt voor de hand om in een volgend IHP afspraken te maken over investeringen daarna voor de gebouwen waar de eindtermijn van verstrijkt. Daarbij kunnen volgens de dan geformuleerde beleidsuitgangspunten de dan beschikbare instrumenten worden toegepast: vervangende nieuwbouw, levensduurverlengende renovatie of andere nog nader te definiëren methodes. Vraag 12: Op pagina 22 staat dat basisschool De Cramignon in zet op beweegschool en twee keer per week bewegingsonderwijs aanbiedt. Wettelijk zijn toch alle basisscholen verplicht om twee klokuren per week bewegingsonderwijs te geven. Doen onze andere basisscholen dan minder aan bewegingsonderwijs?

3

Antwoord: Nee, iedere school geeft op dit moment twee beweeglessen per week. Vraag 13: Bij uitbreiding van MFA Op den Cour wordt dan ook gekeken om meerdere kind als maatschappelijke organisaties terug te laten keren in het gebouw zodat centraal meerdere organisaties in één gebouw komen wat de lijnen verkort met bijvoorbeeld GGD, Logopedie? Antwoord: Ja, met de kanttekening dat dit binnen de beschikbare budgetten, ook van de betreffende partners, dient te passen. Vraag 14: Wordt ook rekening gehouden met de nu al krappe parkeermogelijkheden en soms onveilige situaties bij MFA Op den Cour? Antwoord: Ja. Vraag 15: Pag. 23: principe 4 staat Hoefveld i.p.v. Poelveld. Antwoord: De foutieve benaming is aangepast. Vraag 16: Pag. 24: Oost Maarland (basisschool Sint Jozef) Is er gekeken of peuteropvang mogelijk te realiseren is bij of rondom BS Sint Jozef? Antwoord: De Sint Jozefschool behoort tot hetzelfde voedingsgebied als de basisscholen in Eijsden en de basisschool Mesch. Binnen dit voedingsgebied vindt de peuteropvang in Eijsden plaats. De beide andere kernen, Oost-Maarland en Mesch, zijn te kleinschalig om daar een tweede locatie voor peuteropvang in dit gebied te realiseren. Vraag 17: Pag. 36: Businesscase D: Verduurzaming bestaand vastgoed 3.

..in een transparante samenwerking… Partners delen vanuit Total Cost of Ownership hun (onderhouds)plannen voor de korte, middellange en lange termijn en kiezen inhoudelijke en financiële samenwerking als uitgangspunt van handelen. Wat wordt bedoeld met Total Cost of Ownership? Is er een Nederlandse term hiervoor en zo ja welke en waarom is deze dan niet gebruikt? Antwoord: De aan investeringen respectievelijk exploitatie verbonden kosten liggen wettelijk bij verschillende partijen: de gemeente draagt de kapitaallasten en het schoolbestuur de exploitatielasten. Een investering van de gemeente kan leiden tot besparingen aan de kant van het schoolbestuur en een bezuiniging door uitstel van de gemeente kan leiden tot extra lasten bij het schoolbestuur. Openheid 4

en transparantie over en weer leiden tot slimme beslissingen, want door alle kosten en baten bij elkaar te tellen kunnen partijen uitgaven plannen in het belang van de maatschappij. Wij begrijpen de hint om Engels taalgebruik zo veel als mogelijk te vermijden. Vraag 18: Behoren de genoemde scholen (vastgoed) in het IHP nu officieel tot het gemeentelijk vastgoed? En hebben wij naast de zorgplicht om goede huisvesting af te leveren ook een taak om de verduurzaming hier te realiseren? Antwoord: Tot het gemeentelijk vastgoed behoren alleen die schoolgebouwen/-accommodaties, waarvan de gemeente juridisch eigenaar is; het betreft de gebouwen in Eijsden, Gronsveld en Margraten. De overige schoolgebouwen (in Cadier en Keer, Mheer, Oost-Maarland en St. Geertruid) zijn juridisch eigendom van het schoolbestuur en behoren dus niet tot het gemeentelijk vastgoed. De taak om onderwijshuisvesting te verduurzamen is nog niet eenduidig belegd (of in financiering geregeld). Daarom hebben gemeente en schoolbestuur afgesproken om hierin gezamenlijk op te trekken. Daarvoor zullen partners een verduurzamingsplan opstellen dat later in de gemeenteraad aan de orde zal worden gesteld. Vraag 19: Pag. 37: Partijen hanteren de scoop van de uitvoeringsagenda als meetpunt voor handelen.

Wat wordt bedoeld met scoop? Is er een Nederlandse term hiervoor en zo ja welke en waarom is deze dan niet gebruikt? Antwoord: Met scoop - volgens ons een gangbare term in het Nederlandse taalgebruik – is bereik/omvang/reikwijdte bedoeld. De speling aosl deze geschreven is in het IHP klopt helaas niet, dit moet ‘scope’zijn. Vraag 20: De termen “schoolbestuur” en “onderwijsbestuur” worden gebruikt. Wat is het verschil? Antwoord: Er is geen verschil tussen beide, hoewel schoolbestuur vaker wordt gebruikt als een bestuur een verantwoordelijkheid voor slechts één school draagt. Vraag 21: Sommige afkortingen worden niet eerst voluit geschreven (VNG, ENG, BENG, enzovoorts). Waarom is dit niet gebeurd? Antwoord: Wij erkennen dat een aantal afkortingen, en zeker (B)ENG, eerst voluit geschreven hadden moeten worden om te begrijpen waarvoor zij staan. (B)ENG staat voor (bijna) energieneutraal. Vraag 22: Bij basisschool De Keerkring staat het aantal leerlingen op teldatum 1 oktober 2021. Bij de andere basisscholen staat het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 2022. Waarom bij basisschool De Keerkring teruggrijpen naar 2021? 5

Antwoord: Abusievelijk is bij De Keerkring als teldatum 1 oktober 2021 in plaats van 1 oktober 2022 vermeld.

Vraag 1: in de bijlage IHP - hoofdstuk 09 financiële vertaling worden normbedragen genoemd van 1 juli 2022. Zijn de normbedragen ook bekend voor 2023 en verder? Afgelopen jaar zijn er enorme prijsstijgingen geweest. Antwoord: Die zijn (nog) niet bekend. Overigens zijn de normbedragen rekenbedragen voor de begroting. Uiteindelijk wordt een gemeente geacht om voldoende middelen beschikbaar te stellen voor de regelgeving van “nu”. Wij stellen voor om in Eijsden-Margraten een hoger ambitieniveau te hanteren.

Vraag 1: IHP onderwijs: wat is de mening van de partners (Kom leren en MIK-PIW) hierover? Antwoord: Het voorstel wordt door kom Leren en MIK/PIW-groep gedragen. Beide partijen zijn betrokken bij de uitwerking van de businesscases.

Vraag 2: Duurzaamheid nav Pointer (vervangen van gas naar elektriciteit is binnen 8 jaar niet haalbaar): geldt dit ook voor ons? Antwoord: In het voorstel wordt voorzien dat gebouwen minimaal aan de geldende voorwaarden voldoen en dat intussen steeds verstandige keuzes worden gemaakt. De technische ontwikkelingen gaan snel en zullen we steeds meewegen.

6

Vraag 1: Pag. 5 Kunt u wat specifieker de genoemde signalering in afwijking prognoses aangeven? Antwoord: Elk schoolbestuur maakt jaarlijks eigen prognoses op basis van bekende gegevens uit de directe omgeving van de school en op basis van vooraanmeldingen bij één school. Deze zijn niet gebaseerd op objectieve data en zijn dus ook gevoelig voor incidenten. Op korte termijn kunnen die een goede indicatie zijn maar op de langere termijn geven de scores van Pronexus een betrouwbaarder beeld, omdat ze ook kijken naar de ontwikkelingen op alle scholen. Vraag 2: Pag. 23De aantallen m² bvo wekken verwarring. Er is beschikbaar 4.098 m². er is recht op 3.941 m² bvo. Niks aan de hand zou je denken. Toch voldoet de school niet en moet er een aanpassing komen. Kunt u dit nader toelichten. Antwoord: Een gebouw kan cijfermatig voldoende groot zijn. Indien binnen het gebouw veel ruimte verloren gaat aan improductieve ruimtes (gangen en andere verbindingsruimtes) of indien er hoeken in klaslokalen verloren gaan door gebreken in het ontwerp dan kan een school in praktische zin toch niet voldoen. Formeel is actie dan niet nodig maar het ligt wel voor de hand dat een gemeente voor deze problemen oog heeft. Vraag 3: Pag. 40 Financiële vertaling. Hier worden aanpassingen in Eijsden en Margraten PM ingevuld.

Worden wel bedragen meegenomen in de meerjarenraming 2024-2027? Antwoord: Bedragen worden pas meegenomen in de meerjarenraming, zodra op grond van de businesscases inzicht in de benodigde financiële middelen bestaat. Vraag 4: In de QuickScan worden de basisscholen op basis van bepaalde criteria in een spinnenweb gerankt. Tellen alle criteria even zwaar mee bij het bepalen waar voorrang aan gegeven moet worden? Antwoord: De verschillende facetten brengen indicatief de vraagstukken in beeld. In de brede beoordeling van vraagstukken zijn ze één van de facetten, naast de aansluiting bij inhoudelijke vraagstukken (lees: de ordeningsprincipes). Vraag 5: Er zijn vier business cases opgesteld. Heeft business case A de hoogste prioriteit en business case D de laagste? Worden straks alle business cases integraal gepresenteerd, inclusief een financiële doorrekening, om een afgewogen keuze te maken in de vraag welke business case wordt uitgevoerd cq prioriteit aan wordt gegeven? Antwoord: Het college heeft het voornemen (onder voorwaarde van goedkeuring van de raad) om met de uitwerking van alle vier de businesscases te starten.

7

Vraag 6: Voor de begeleiding van de uitvoering van de business cases is externe advisering en extra personele inzet nodig. Waar moet aan gedacht worden? Antwoord: Aan het inhuren van externe expertise, zoals ook bij het opstellen van het IHP, en het verrichten van nader onderzoek, waar nodig. Vraag 7: Heeft de wijziging in bestuurssamenstelling voor de Openbare Basisschool te Mesch invloed op het genoemde ondertal van 50 leerlingen? Antwoord: Nee.

Vraag 1: Raadsvoorstel bijlage a pag.3 Op ‘dit moment ’1959 kinderen in basisschoolleeftijd in EM. op teldatum 1-10-22 ontvangen 1809 kinderen onderwijs op onze scholen. in bijlage 6b (pag.19) wordt het getal 1914 leerlingen genoemd. Graag een toelichting op deze verschillende aantallen. Antwoord: Het verschil tussen 1959 kinderen en 1809 leerlingen op de basisscholen wordt veroorzaakt doordat niet alle leerlingen in de eigen gemeente onderwijs krijgen. Dat heeft soms verschillende oorzaken: sommige kinderen hebben verschillende vormen van gespecialiseerd onderwijs nodig dat alleen te vinden is buiten de eigen gemeente. Soms krijgen kinderen in een andere gemeente les omdat die beter bereikbaar is (op weg naar het werk, of in het buitenland) en soms komen kinderen van buiten de gemeente naar scholen in Eijsden-Margraten. 1914 (bijlage 6b) Is het verwachte aantal leerlingen verdeeld over de scholen in het jaar 2038. Dat is in dit IHP het laatste jaar van de periode, waarvoor maatregelen gepland worden: 15 jaar vooruit in de tijd. Deze keuze is gemaakt om te voorkomen dat op incidenten gekoerst wordt. Vraag 2: Gaan 141 kinderen elders naar school? Antwoord: Zie vraag 1 Vraag 3: Hoeveel kinderen bezoeken een buitenlandse school? Antwoord: 8

In schooljaar ‘21-‘22 betrof dit 236 leerlingen tussen de 5 en18 jaar. Vraag 4: Pag.6 laatste regel. ‘Concreet…realisatie 1 van groepsruimte’. Graag uitleggen wat hiermee wordt bedoeld. Antwoord: In Op de Cour wordt een tijdelijke maatregel getroffen, waarmee één extra klaslokaal beschikbaar komt om de nu bestaande ruimtevraag van de scholen te beantwoorden. Vraag 5: Pag.7 Maurice Rose Margraten onder Opdracht: Multifunctioneel ruimtegebruik in het belang van het kind. Omdat we niet direct het belang van het kind hierin zien; gaat het niet vooral om financieel belang? Antwoord: Doel is dat de samenhang en de samenwerking binnen de school en tussen de school en kindpartners verbetert. Dat is in het belang van het kind. Vraag 6: Pag.7 in dezelfde alinea noemt u een programma van eisen bij het onderzoek naar partners in het zelfde gebouw. Aan welke partners denkt u? Antwoord: Dit kunnen diverse partners zijn zoals Jeugdgezondheidzorg en Stichting Trajekt, Vraag 7: Pag.9 Financiële aspecten laatste alinea. Is het voorbereidingskrediet van 100.000 euro alleen bestemd voor externe inhuur? Graag toelichten. Antwoord: Zie het antwoord op vraag 6 van de VVD-fractie. Vraag 8: Bijlage b Pag.9 in de Businesscases Op de Cour Eijsden en Maurice Rose Margraten noemt u 2025 als eindrealisatie. In 2026 moet de nieuwe school Keerkring in Cadier en Keer klaar zijn.

Prima, deze voortvarendheid! Maar… Heeft u daarmee de huidige krapte aan arbeidskrachten en materialen ingecalculeerd? Antwoord: Wij (gemeente en schoolbestuur) achten deze planning realistisch. Indien gedurende het traject termijnen veranderen, zullen we de gemeenteraad informeren. In de projectplannen ter uitvoering van de businesscases zal concreet worden ingegaan op planning en realisatietermijn. Vraag 9: Pag.11 De gemeente wordt niet gefinancierd voor verbetering van maatschappelijk vastgoed. Waarvoor en in welke mate wordt de gemeente wel gefinancierd? Wat zijn de zg. 9

Verdeelgronden? Antwoord: De inkomsten van de gemeente voor de onderwijshuisvesting zitten verdisconteerd in de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Aanvullend ontvangt de gemeente een specifieke uitkering vanwege de ligging op haar grondgebied van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, te weten de St. Josephschool in Cadier en Keer. Vraag 10: Pag.21 ‘De scholen Op de Cour zijn nu gelijkwaardig in omvang’. Klopt dit wel? Uw overzicht noemt andere aantallen. Antwoord: Bedoeld is dat de instroom van de jongste jeugd (de 4- en 5-jarigen) in beide scholen naar elkaar toegegroeid is. Qua totaal aantal leerlingen verschillen de scholen in omvang. Vraag 11: Opmerking Pag.23 Met Hoefveld (op meerdere plekken) bedoelt u waarschijnlijk Poelveld? Antwoord: Ja, de verkeerde benaming is aangepast. Vraag 12: Pag.33 regel 4/5: u noemt de brede gangen. Hoe breed is een brede gang? Hoe breed zijn de gangen in dit gebouw precies? Antwoord: Een gang heeft in oorsprong een doorstroomfunctie. In modern onderwijs worden gangen steeds vaker gebruikt voor individueel of groepsgewijs lesgeven. Deze “brede gangen” zijn voor de doorstroomfunctie relatief breed (ongeveer 2,5 - 4 meter) maar niet geschikt om als onderwijsruimte te gebruiken. Ze worden echter wel meegeteld bij de beschikbare ruimte. Lange, relatief brede gangen hebben dus maar één functie en zijn relatief inefficiënt.

En worden steeds minder toegepast. Vraag 13: Kunt u in de veelal smalle gangen - die Woningcorporatie Servatius nog net kon betalen - de veiligheid garanderen? Gaat u deze verbreden?

Antwoord: Bij de uitwerking van de desbetreffende businesscase zal ook gekeken worden naar de gangen. Vanzelfsprekend staat een veilig gebruik daarvan voorop. Omdat de financiële middelen nou eenmaal beperkt zijn, zullen altijd en door wie dan ook keuzes gemaakt moeten worden, zo ook destijds door Servatius. Vraag 14: n.a.v. de aantallen leerlingen die in bijlage b en de quick scan in bijna alle scholen stijgen: Waarop baseert u die stijgende lijn? 10

Antwoord: De gehanteerde aantallen leerlingen zijn overeenkomstig de in het voorjaar van 2022 door een extern bureau opgestelde leerlingenprognose, die een stijgende tendens laat zien. Vraag 15: Bijlage 6e bestuursopdracht De onderwijsbijdrage van rijkswege is niet geoormerkt. Waar vinden we de bedragen die voor dit doel (uitvoering huisvestingsplan) zijn gereserveerd? (In de kadernota vinden wij niets.) Antwoord: De gemeente reserveert niet voor onderwijshuisvesting maar plant via een IHP de investeringsmomenten en voorziet dan ook de bedragen in de meerjarenbegroting. Vraag 16: Participatie: er is gesproken met de ‘dienstverleners’, maar waarom niet met een vertegenwoordiging van de ouders (dienstafnemers)? Antwoord: Het maken van een IHP is een complexe opgave, waarbij zakelijkheid een belangrijk element is. Daarom wordt in deze fase meestal niet gesproken met (vertegenwoordigers van) de ouders. Overigens hebben schoolbestuurders en hun directeuren vaak uitstekend zicht op de behoeften van hun klanten en deze zijn vaak aan de orde geweest tijdens besprekingen. In de uitvoeringsfase wordt door schoolbestuur en gemeente vaak wel ingezet op participatie van de buurt en ouders en andere betrokkenen (verenigingen en instellingen).

Vraag 17: Businesscase A, Op de Cour: Gaat een eventuele uitbreiding niet (te veel) ten kosten van principe 3: groen en gezond? Antwoord: Dat is een aandachtpunt in de verdere opdracht. Het feit dat het gebouw daar ligt is een gegeven. Dat uitbreiding bij het gebouw moet plaatsvinden is een complexe opdracht. Toegankelijkheid van groen is een opgave voor alle betrokken partijen.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=cfbff15d-fbc0-442a-82b8-c2409c04b50b