CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Schriftelijke vragen en antwoorden Bestemmingsplan Heiweg 9-15 Sint Geertruid

* Raadsvergaderingen 2 april 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Schriftelijke vragenronde1.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 2 april 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 6: Bestemmingsplan Heiweg 9 – 15 Sint Geertruid

Vraag 1: N.a.v. het voorliggend stuk blijkt op meerdere plaatsten in het stuk dat na aanname van dit bestemmingsplan de raad bij latere wijzigingen haar beslissingsbevoegdheid verliest. In de december vergadering 2023 zijn door een meerderheid van de raad de Categorieën van gevallen adviesrecht, verplichte participatie en toepassen uitgebreide procedure vastgesteld. Na de bestemmingsplan wijziging hebben we het toch nog steeds over een agrarisch bedrijf. Het college wil, zo valt op diverse plaatsen te lezen, de beslissingsbevoegdheid van toekomstige uitbreidingen en/of activiteiten in een later stadium via een procedure van binnenplanse wijzigingen naar zich toe trekken. Dit dus ondanks het feit dat de raad in de december vergadering heeft vastgelegd dat de raad de beslissingsbevoegdheid via een uitgebreide procedure of participatie bij herbestemming van een agrarisch bedrijf voor andere doeleinden dan bouwen, functiewijziging van percelen binnen en buiten de bebouwde kom en ontwikkelingen in het buitengebied zou moeten blijven behouden. Waarom houdt het college van B&W de beslissingsbevoegdheid via binnenplanse wijzigingen weg bij de raad? Het hoeft immers geen obstakel te vormen bij eventueel toekomstige ontwikkelingen op dit perceel als de raad mee denkt en beslist.

Het kan zelfs bevorderend werken voor alle partijen bij toekomstige ontwikkelingen op dit bedrijf en in het buitengebied waar de raad bevoegdheid heeft of plannen maakt. Het lijkt er nu op dat de raad bewust buiten spel wordt gezet waardoor zij haar taakstellende en controlerende bevoegdheden neer legt bij het college van B&W. Antwoord: De binnenplanse afwijkingen die zijn geformuleerd in dit bestemmingsplan zijn rechtstreeks afkomstig uit het bestemmingsplan “Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e Herziening”. Deze binnenplanse afwijkingen gelden voor alle vergelijkbare locaties in het gehele buitengebied van de voormalige gemeente Margraten. Deze bepalingen zijn dus niet gewijzigd en worden beleidsarm overgenomen in dit bestemmingsplan “Heiweg 9-15 Sint Geertruid”. De raad wordt niet bewust buitenspel gezet. Binnenplanse afwijkingen zijn ondergeschikte wijzigingen aan het bestemmingsplan die middels een omgevingsvergunning, onder specifieke voorwaarden, mogelijk zijn. De vastgestelde gevallen voor adviesrecht, verplichte participatie en toepassen uitgebreide procedure uit december geldt voor omgevingsvergunningaanvragen die enkel mogelijk zijn met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit onder de Omgevingswet. Deze binnenplanse afwijkingen zijn onder de Omgevingswet mogelijk met een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

De vastgestelde lijst is hier dus inderdaad niet op van toepassing. Het is wenselijk om binnenplanse afwijkingsmogelijkheden op te nemen voor inwoners, omdat hiermee de beslistermijn korter is, aanvraagvereisten beperkt zijn en de leges aanzienlijk lager zijn dan dat enkel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogelijk is.

1

Geen vragen.

Vraag 1: bijlage 5 : Nota van zienswijzen, pag 1. Reactie op zienswijze, onderdeel 1: “Het is belangrijk om te benadrukken dat een bestemmingsplan enkel kaders schept voor de ruimtelijke ordening en ontwikkeling van een gebied. Het is niet de bedoeling dat een bestemmingsplan gedetailleerde bouwplannen bevat, aangezien dit de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van het plan zou beperken. In plaats daarvan biedt het bestemmingsplan richtlijnen en regels waarbinnen toekomstige ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.” Ter verduidelijking: als het bestemmingsplan “enkel kaders schept”, op welke wijze worden dan specifieke plannen binnen deze kaders aangevraagd en verleend, en welke vorm van toezicht heeft de raad hier dan nog op? Antwoord: De ruimtelijke kaders waarop in de nota van zienswijzen wordt verwezen, zien vooral op bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan stelt kaders voor bijvoorbeeld de bouwhoogte, goothoogte en maximale bebouwde oppervlaktes. Hoe precies invulling wordt gegeven aan de bouwmogelijkheden in een bestemmingsplan, is aan initiatiefnemers, binnen de genoemde kaders. Qua gebruiksmogelijkheden is het bestemmingsplan echter wel specifiek. Het bestemmingsplan stelt duidelijk welk gebruik is toegestaan, niet is toegestaan en onder voorwaarden is toegestaan. De bouw- en gebruiksmogelijkheden worden met dit bestemmingsplan ingeperkt.

De bouwmogelijkheden nemen af, gelet op de herbestemming van het agrarisch bouwblok in agrarische grond en het gebruik wordt beperkt aangezien een veehouderij wordt uitgesloten met een maximum resterende stikstofuitstoot.

2

Vraag 1: Criteria verkeersonderzoek, zie ook agendapunt 04 Antwoord: In de toelichting op het bestemmingsplan is gemotiveerd dat een verkeersonderzoek niet aan de orde is bij dit plan, aangezien het bestemmingsplan zal leiden tot minder verkeersbewegingen van en naar de locatie. Het diergerelateerde verkeer zal namelijk verdwijnen, evenals de transportbewegingen die gerelateerd zijn aan de aanvoer van voer. Als in de toekomst het verkeer toeneemt door functiewijzigingen, zal per functiewijziging deze afweging opnieuw worden gemaakt en zal (waar nodig) een verkeersonderzoek worden gevraagd.

Vraag 2: Welke bestemmingsmogelijkheden blijven er in het schurengedeelte wat in het kader van deze wijziging niet gesloopt wordt? Antwoord: De bestemming op de resterende bebouwing blijft “Agrarisch – Bedrijf”. Alle functies die op basis van deze bestemming (artikel 5 van de planregels) zijn toegestaan, mogen worden uitgevoerd in de resterende bebouwing. Deze functies blijven gelijk met het voorheen geldende bestemmingsplan, behoudens het opleggen van een maximale stikstofuitstoot en het uitsluiten van een veehouderij.

Vraag 3: Is de indiener van de zienswijze ontvankelijk? Wat zijn hiervoor de criteria? Heeft hij/zij enig belang? Antwoord: Bij een bestemmingsplanprocedure kan iedereen een zienswijze naar voren brengen op basis van de Wet ruimtelijke ordening. Het aantonen van een belang is hierbij niet nodig. Dit blijft onder de Omgevingswet gelijk.

Vraag 1: Algemeen In dit bestemmingsplan zijn (net als de andere twee die op de agenda staan) veel regels opgenomen waar de uitvoering aan moet voldoen. Wij wijzen op eerdere discussies in de dialoogvergadering waar bijvoorbeeld gevraagd werd om eisen te stellen over de afwatering. Toen werd ons verteld dat dit soort zaken niet in het bestemmingsplan worden opgenomen, maar pas bij de vergunning aan de orde zijn. Is dit een recente verandering of zijn wij eerder niet goed geïnformeerd? Hoe zit het nu precies? 3

Antwoord: Bij de beantwoording van deze vraag wordt verondersteld dat wordt bedoeld met uitvoeringsregels, de voorwaardelijke verplichtingen voor gebruik en sloop bebouwing en sanering van de verharding. Dit zijn voorwaardelijke verplichtingen die voortvloeien uit de provinciale stikstofregeling. Het bedrijf kan enkel deelnemen aan de regeling, als de maximale stikstofuitstoot wordt vastgelegd middels een bestemmingsplan. Ook de voorwaardelijke verplichting tot sloop van de bebouwing en verharding dient te worden opgenomen, zodat deze ook daadwerkelijk binnen een termijn van twee jaar verdwijnen. Eisen voor afwatering bij nieuwe ontwikkelingen worden met een omgevingsvergunning geregeld.

Vraag 2: Raadsvoorstel Pagina 2 Aanleiding eerste zin onder vierde bolletje Voor het overige blijven de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden van het huidige bestemmingsplan gelden. Wat betekent dat concreet? Antwoord: Dat de overige regels uit het bestemmingsplan “Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e Herziening” beleidsarm worden overgenomen en deze regels inhoudelijk dus niet wijzigen.

Vraag 3: De toekomstige ontwikkelingen kunnen via de binnenplanse mogelijkheden worden uitgewerkt. Betekent dit dat de Raad na dit besluit niet meer meebeslist over toekomstige plannen zoals ze nu bekend zijn, of in zijn algemeenheid voor deze locatie? (Zie ook de zienswijze van Natuurlijk Geuldal.) Antwoord: Dit is afhankelijk van de procedure. De binnenplanse afwijkingsmogelijkheden die worden overgenomen uit het moederplan “Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e Herziening (zie ook de beantwoording van vraag 1 van EML) kunnen worden verleend door het college, mits de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden. Mocht in de toekomst een wijziging van het omgevingsplan nodig zijn om bepaalde ontwikkelingen mogelijk te maken, dan is dit een bevoegdheid van de raad. Ook als bij een omgevingsvergunningaanvraag adviesrecht van de raad nodig is, beslist de raad mee over toekomstige ontwikkelingen.

Vraag 4: Wellicht wordt er in de vele documenten hierover geschreven, maar we kunnen niet de concrete bestemmingen per huisnummer vinden. Worden de bestemmingen niet per huisnummer gewijzigd? Indien nee, waarom niet? Indien ja, waar wordt dit uitgelicht? Antwoord: Bestemmingen worden gekoppeld aan specifieke locaties middels een verbeelding. Bestemmingen worden niet specifiek gekoppeld aan huisnummers. Huisnummers kunnen namelijk wijzigen, afzonderlijk van een bestemming in het bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan omvat de huisnummers 9 -15.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=edd427bb-da11-441c-85de-b6071d4658d4