06 Schriftelijke vragen en antwoorden Beleidsplan spelen en bewegn
Tekst van het document
Raadsvergadering 15 oktober 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 6: Beleidsplan Spelen en bewegen
Vraag 1: In een motie die op 28 september 2021 door de gemeenteraad is aangenomen wordt gevraagd om Cadier en Keer (zuid) te voorzien van een speelveldje. Wat is de status van de speelvoorziening in de Dorpsstraat en op het pleintje aan de Albert Strahlestraat in Cadier en Keer? Zijn deze speelvoorzieningen ook meegenomen in het uitvoeringsplan? Idem voor de financiële consequenties. Antwoord: In eerste instantie was de beoogde locatie het weiland aan de Dorpsstraat. Na onderzoek blijkt dat binnen de bestemming ter plaatse een speelvoorziening niet mogelijk is. Vervolgens is uitgeweken naar het pleintje aan de Albert Strahlestraat. Samen met de omwonende van het pleintje is een inrichtingsplan gerealiseerd dat voldoet aan de wensen van de omwonenden. Ter plaatse komen geen speelvoorzieningen, dit op verzoek van de omwonenden. Het weiland aan de Dorpstraat in Cadier en Keer is zoekgebied voor een ruimtelijke ontwikkeling waarin de speelvoorziening wordt meegenomen. Momenteel is onduidelijk of die ontwikkeling doorgaat. Als die niet doorgaat is er geen budget beschikbaar voor de realisatie van een speelvoorziening.
Vraag 2: In een motie die door de raad op 8 november 2021 is aangenomen wordt gevraagd om op het voormalig voetbalterrein in Banholt een skatebaan aan te leggen. In latere discussies is aangegeven dat er breder gekeken zal worden naar de inrichting van deze locatie in die zin dat er ook nagegaan zal worden of er ook andere speelvoorzieningen moeten worden aangelegd. Wat is de status van de deze motie? Is deze speelvoorziening ook meegenomen in het uitvoeringsplan? Idem voor de financiële consequenties Antwoord: Uit een oproep destijds is niet gebleken dat er voldoende behoefte is aan een skatebaan. Uit het burgerparticipatieproces dat is georganiseerd als onderdeel van de inventarisatie voor het beleidsplan spelen en bewegen is echter wel naar voren gekomen dat er behoefte is aan een speelplek dan wel skateplek tussen Banholt en Mheer. Op basis van het financieel voorstel is er echter geen ruimte om nieuwe speellocaties te realiseren. Met het beoogde budget is het alleen mogelijk om de huidige speellocaties in stand te houden en de kwaliteit te waarborgen. Deze vraag onderschrijft het belang dat speelvoorzieningen worden meegenomen in nieuwbouwplannen.
Vraag 3: Op pagina 4 wordt onder “FINANCIËLE ASPECTEN” verwezen naar een apart uitvoeringsplan. Waar is dit uitvoeringsplan te vinden? Antwoord:
1
Per abuis is deze term in de tekst blijven staan. Dit is een uitsnede uit het beleidsdocument. Als het budget door de raad wordt toegekend wordt op basis van het beschikbare budget een uitvoeringsplan opgesteld.
Vraag 4: Op pagina 4 en 5 worden onder “FINANCIËLE ASPECTEN” een hoop bedragen genoemd. In het begin wordt aangegeven dat de totale kosten € 163.000 bedragen en het onderhoudsbudget € 56.000. Onder “In stand houden en beheer” wordt voor de beheer- en onderhoudskosten een bedrag van € 60.500 genoemd en voor investeringen € 124.838. Waardoor komen de verschillen tussen de twee bedragen voor het onderhoudsbudget en tussen de twee bedragen voor het investeringsbudget? Antwoord: Dat heeft te maken met het verschil tussen de kosten voor het realiseren van de ambitie voorkomend uit het beleidsplan en de kosten voor het instandhouden en beheren van het huidige aanbod. Daarbij is bij het in standhouden en beheren van het huidige aanbod rekening gehouden met de leeftijden van de toestellen en de onderhouds- en vervangingspiek de komende 4 jaar.
Vraag 5: Op pagina 5 wordt onder “In stand houden en beheer” bij punt b. Investeringen verwezen naar bijlage 3 grafiek 6.2. Waar is deze grafiek te vinden? Antwoord: Dit is per abuis in de tekst blijven staan. Hier wordt verwezen naar een grafiek die onderdeel uitmaakt van een calculatie van de beheer en onderhoudskosten. Aangezien deze tot op toestel niveau gaat maakt deze geen onderdeel uit van de voorgelegde stukken. Vraag 6: In de kerntakendiscussie zal de vraag beantwoord moeten worden of het budget voor de komende jaren structureel verhoogd gaat worden, wat gezien het voorliggende plan nodig is. Als besloten wordt om het budget niet genoeg te verruimen, betekent dit dan dat er speeltuinen, speelplekken en/of speelbuurten gaan verdwijnen? Antwoord: Dat is inderdaad het gevolg. Vraag 7: Is in de vraagstelling bij het onderzoek ook rekening gehouden met hoeveel kinderen er wonen in de omgeving van een speeltuin en ook gebruik maken van de speelplekken/tuinen? Zo ja als dit bekend is, is er dan ook onderzocht of er voldoende speelmogelijkheden voor dit aantal kinderen zijn? Voorbeeld. Bij speelbuurt/tuin ’t Veldje Eijsden zijn er meerdere omwonenden die aangeven dat er te weinig speeltoestellen zijn voor de kinderen die er gebruik van willen maken. Wordt er dan gekeken of uitbreiding wenselijk en mogelijk is? Antwoord: Nee en ja.
Nee omdat de leeftijdsopbouw in een woonwijk verandert. In een wijk waar nu relatief veel jonge kinderen wonen is de kans groot dat daar over 7 jaar geen of minder behoefte meer is aan een speeltuin. Echter we gaan uit van een basisaanbod in iedere wijk. Dat noemen we de speelbuurt en 2
wordt beschreven op pagina 5 van het beleidsplan. De budgetvraag voorziet echter niet in het realiseren van nieuwe speelgelegenheden. Met de budgetvraag kan enkel het huidige aanbod worden beheerd en behouden.
Vraag 8: Kan aangegeven worden of in het beleidsplan en toekomstige budgettaire discussie mee wordt gewogen om speelruimtes niet alleen te vernieuwen maar ook uit te breiden? Antwoord: In het beleidsplan wordt ingezet op ontwikkeling van het huidige aanbod en op uitbreiding van het aanbod. Echter in het financieel voorstel is alleen rekening gehouden met beheer en behoud. Uitbreiding van het aanbod vindt alleen plaats als er nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Denk aan nieuwe wijken / straten.
Vraag 9: Zijn er ook speeltoestellen/materialen die langer mee kunnen waardoor de onderhoudskosten over meer jaren uitgesmeerd kunnen worden? Is hier rekening mee gehouden in dit plan? Antwoord: De gemiddelde leeftijd van een speeltoestel in de Gemeente Eijsden-Margraten is op dit moment 14 jaar (2010). De gemiddelde levensduur van een speeltoestel is landelijk ongeveer 12 jaar. Dit kan met goed onderhoud en duurzaam materiaal aanzienlijk verlengd worden. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat bewoners na gemiddeld 10 jaar vragen om herinrichting van een speelplek. In onderstaande grafiek is duidelijk de huidige leeftijdsopbouw van de toestellen te zien:
Omdat het beschikbare budget de afgelopen jaren beperkt was is met name ingezet op onderhoud van de toestellen. Voor het vervangen van de toestellen was geen budget beschikbaar. Het gevolg daarvan is dat we nu met relatief oude toestellen zitten waar onderhoud niet veel langer meer mogelijk is. Het is dweilen met de kraan open. Vervangen is dan ook essentieel.
Vraag 10: 06b Beleidsplan Spelen en Bewegen Eijsden-Margraten In de bijlage 2 (pagina 14) staan er in het kaartje van Banholt en ook in de kaartjes van Eijsden en Cadier en Keer sterren met daarin een symbool dat lijkt op een toekan. Wat is de betekenis van dit symbool en waar is die betekenis te vinden?
3
Antwoord: Dat is leuk gevonden. Creatief. Maar het is een kind dat aan het springtouwen is. Deze locaties zijn tijdens het participatieproces aangedragen. Naast het symbool staat een bijbehorende beschrijving. Vraag 11: In de bijlage 2 (pagina 14) staan in het kaartje van Banholt geschreven: “er is geen speelplek in Terhorst. Banholt is te ver.” Centraal in Terhorst ligt een klein grasveldje. Kunnen daar speeltoestellen geplaatst worden? Antwoord: Ruimtelijk gezien lijkt dat mogelijk. Echter in het voorgestelde budget is geen ruimte voor nieuwe aanleg.
Vraag 1: Wat zijn de specifieke maatregelen die de gemeente gaat nemen om het percentage kinderen dat voldoet aan de beweegrichtlijn te verhogen? Slechts 15% van de jongeren voldoet aan de beweegrichtlijnen, wat zijn concrete stappen om dit te verbeteren? Antwoord: Deze vraagt onderschrijft het belang van goede en voldoende speel en beweeggelegenheden in de gemeente. Maar uw vraag gaat verder dan dit beleidsplan. Op hoofdlijnen staan die maatregelen in het sportakkoord Heuvelland in Beweging en concreet de activiteiten die onze buurtcoach uitvoert in het kader van Jeugd aan zet en JOGG (gezonde jeugd gezonde toekomst) dragen daar aan bij.
Vraag 2: Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de investeringen voor speel- en beweegplekken evenredig verdeeld worden over de verschillende dorpen in de gemeente? Hoe wordt ervoor gezorgd dat alle kernen profiteren van de verbeteringen? Antwoord: Budgettair is er geen budget voor de realisatie van nieuwe speellocaties of algehele opwaardering van een speellocatie. Het budget wordt besteed aan onderhoud op de plekken en aan de toestellen waar het nodig is. Ieder jaar vindt een inventarisatie en inspectie plaats die in gaat op de kwaliteit van de toestellen. Blijkt daaruit dat er gebreken zijn worden die hersteld. Op het moment dat een toestel te oud is wordt het vervangen mits het niet meer (relatief eenvoudig) te repareren is. Hierbij wordt niet gekeken naar locatie maar naar urgentie.
Vraag 3: Wat is het plan om inclusieve speelplekken voor kinderen met een beperking te realiseren, en hoe wordt dit proces gemonitord? Inclusiviteit is een speerpunt, maar welke concrete acties volgen hieruit? Antwoord: 4
In het beleidsplan staan de volgende uitgangspunten voor de uitvoering op het gebied van toegankelijkheid en inclusiviteit: “Toegankelijke speel- en sportplekken en voorzieningen: De eerste vereiste is dat iedereen een plek kan betreden, ook met een hulpmiddel voor de mobiliteit. Simpele ingrepen als het verlagen van stoepen en het verwijderen van hekwerk kan de toegankelijkheid al sterk verbeteren. Dit geldt voor alle plekken. Ook een omheining, zitmogelijkheden met overzicht en een overzichtelijke indeling zijn belangrijk om een veilige omgeving te creëren waar goed toezicht kan gehouden worden. Dit geldt voor alle buurt- en wijkspeelplekken èn minimaal één plek per dorp. Bereikbare toestellen: De volgende stap is om de speeltoestellen beter bereikbaar te maken. Dit kan door een (rondlopend) pad dat (dicht)bij de speeltoestellen loopt. Toestellen moeten op toegankelijke ondergronden geplaatst worden (geen losse materialen) en daarnaast kan het maaibeleid op een aantal speelplekken aangepast worden. Dit geldt voor alle buurt- en wijkspeelplekken èn minimaal één plek per dorp. Inclusieve toestellen: Verder kan het toestelaanbod voor samenspel en toegankelijkheid verbreed worden, bijvoorbeeld door de plaatsing van een brede taludglijbaan, rolstoelhellingen, interactieve toestellen of zand- en waterspel.
Zoek naar toestellen die voor meerdere doelgroepen uitdaging bieden (met en zonder beperking). Dit geldt voor alle buurt- en wijkspeelplekken èn minimaal één plek per dorp.” Kanttekening is dat het beoogde budget voldoende is voor beheer en behoud van het bestaande aanbod. Structurele aanpak en verbetering van algehele speellocaties is niet budgettair voorzien. Maar wat kan er wel: bestaande speeltoestellen die vervangen moeten worden kunnen vervangen worden door toestellen die bijdragen aan de inclusiviteit. Bij vervanging van de ondergronden kan daar eveneens rekening mee gehouden worden. Vraag 4: Welke alternatieve financieringsmogelijkheden heeft het college overwogen om het benodigde budget van € 2.445.000 te dekken? Zijn er bijvoorbeeld subsidies onderzocht van provinciale of landelijke overheden? Antwoord: Waar mogelijk wordt daar op aangehaakt. Subsidies zijn nagenoeg nooit bedoeld voor het beheer van speelgelegenheden maar voor de aanleg van nieuwe speel en beweeggelegenheden. Deze zijn nu nog niet onderzocht.
Vraag 5: Hoe gaat het college de betrokkenheid van inwoners, met name jongeren en ouders, structureel blijven borgen bij de herinrichting en het onderhoud van speelplekken? Hoe wordt voorkomen dat dit na de eerste fase verwatert? Antwoord: In het huidige budget is geen rekening gehouden met participatie. In het beleid is het zeker een aandachtpunt.
Vraag 6: Hoe worden de klimaatbestendigheid en duurzaamheid van de nieuwe speel- en beweegplekken gewaarborgd? Met oog op klimaatverandering, hoe duurzaam zijn de speelvoorzieningen? 5
Antwoord: Op het moment dat er een nieuwe speelgelegenheid wordt gerealiseerd wordt daar rekening mee gehouden. Denk aan voldoende schaduw (liefst van bomen), voldoende groen en , natuurlijke materialen van speeltoestellen. De uitgangspunten staan op pagina 10 in het beleidsplan.
Vraag 1 Sinds 2016 mag Eijsden-M zich JOGG gemeente noemen. Slechts 15% vd kinderen heeft voldoende dagelijkse beeeging. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? Antwoord: Deze vraag heeft geen betrekking op het beleidsplan spelen en bewegen. Voorliggend beleidsplan zet natuurlijk wel in op het beter en meer laten bewegen van de jeugd.
Vraag 2: P4 groen beleidsplan: wat wordt precies bedoeld met deze quote? Is dit de huidige situatie, gaat dit gebeuren, is dit een verkenning, is dit iets anders? Antwoord: Dit is een quote uit het door de gemeenteraad vastgesteld groen beleidsplan. Dat is waar we als gemeente naar streven.
Vraag 3: Wat is de relatie van de sportcontrainer met dit stuk? En hoe zit het daarmee qua financiën, gewenste effecten en resultaten en toekomst? Antwoord: De sportcontainer past binnen het voorgestelde beleid om sporten, spelen en bewegen te stimuleren in de openbare ruimte. De sportcontainer is in het verleden gefinancierd uit de coronamiddelen. Dat was een eenmalige actie. Wat we zien is dat het een positief effect heeft op bewegen in de openbare het verschilt per kern. Daarop voortbordurend worden op korte termijn 4 sportautomaten geplaatst.
Vraag 5: Het huidige budget is niet voldoende, maar voorgesteld wordt om dit budget in stand te houden, klopt dat? Wat betekent dit voor de benodigde investeringen?
Antwoord: Dat klopt niet. Het huidige budget is veruit onvoldoende om het huidige aanbod te beheren en in stand te houden. Om het huidige aanbod te kunnen beheren en in stand te houden is er meer budget nodig. Dat is dan ook het verzoek aan de raad.
6
Vraag 6: P7. Waarom geven bewoners met beperkingen weinig aanwijzingen voor verbetering? Antwoord: Dat hebben we niet onderzocht.
Vraag 1: Raadsvoorstel. Er is een enquête uitgezet onder alle inwoners. Hoe is dit vorm gegeven? Antwoord: De enquete is uitgezet in digitale vorm. Afhankelijk van de leeftijd zijn er specifieke vragen gesteld. Via de sociale media en weekblad de Etalage is opgeroepen om te reageren.
Vraag 2: Er hebben 332 inwoners (ouders en kinderen) gereageerd. Is dit wel een representatief aantal waarop nieuw kostbaar beleid vastgesteld kan worden? Antwoord: We zijn zeer tevreden met het aantal reacties. Natuurlijk is meer altijd beter maar we kunnen onze inwoners niet verplichten om deel te nemen. Daarnaast is het één van de vormen waarop we informatie ophalen en niet de enige. Zo zijn er ook wandelingen georganiseerd met leerlingen van diverse basisscholen.
Vraag 3: De gevraagde bedragen voortvloeiende uit de investeringen lijken mee te vallen. Kunt u deze nader specificeren per jaar in rente en afschrijving voor 2025 t/m 2028? Antwoord:
7
Huidig Toekomst
De kapitaallasten van € 17.000,- bestaan uit een afschrijving (aflossing) van € 15.600,- en rente € 1400,-.
Vraag 4: Het raadsvoorstel is deels onduidelijk geformuleerd. "In stand houden en beheer en het budget op te nemen in de begroting 2025-2028". Over hoeveel geld spreken we? Antwoord: € 234.000,- aan investeringsbudget per jaar extra en € 60.500,- aan exploitatiekosten (Beheer) . Vraag 5: De financiële onderbouwing is onvoldoende. Er worden hoge bedragen gevraagd en het is niet helder hoe de bedragen zijn opgebouwd. Graag een gedetailleerde financiële onderbouwing. Antwoord: In het beleidsplan en raadsvoorstel zijn de financiën op hoofdlijnen beschreven. Deze zijn goed onderbouwd. Op basis van de jaarlijkse inspecties weten we precies hoe oud ieder toestel is en wat de staat van onderhoud is. Op basis van die gegevens en de vervangingswaarde is een calculatie opgebouwd. Daaruit zijn de bedragen zoals genoemd gedestilleerd. Aan de hand daarvan is een gemiddelde investeringsuitgave voor de periode 2025-2028 bepaald.
Vraag 6: Het raadsvoorstel gaat uit van een alles of niets scenario. Wat zijn de minimale investeringen, welke speelplekken moeten sowieso behouden blijven en wat zijn de kosten voor de instandhouding hiervan? Dit missen we in de analyse. Antwoord: Als we willen behouden wat we hebben is het voorgestelde budget het minimale bedrag. Daarmee kunnen we dus beheren, onderhouden en vervangen wat we hebben. In het beleidsplan zijn echter ambities opgenomen. Daar kunnen we, met het gevraagde budget, nu geen invulling aan geven in het bestaande aanbod.
Vraag 7:
8
Vinden er veel vernielingen plaats? Zo ja waar en wat zijn de kosten om een en ander te repareren. Vallen deze kosten onder "beheer"? Antwoord: De afgelopen jaren valt het aantal vernielingen erg mee. Het komt wel eens voor maar de meeste schade ontstaat door het intensieve gebruik in relatie met oude versleten toestellen.
Vraag 8: Er worden drie scenario's geschetst met betrekking tot de speelplekken. a. Uitvoeren van het uitvoeringsplan met kosten van €219k per jaar. b. Budget verhogen om alle huidige plaatsen te behouden kosten (gemiddeld) €185k per jaar. c. Huidige budget handhaven waardoor 33% van de plekken komen te vervallen, kosten €57.5k per jaar. Het verschil tussen scenario a: en b: is qua kosten beperkt (vergeleken met scenario c:). Wat is het verschil tussen deze twee scenario's? Antwoord: Scenario a is gericht op het behalen van de ambities uit het beleidsplan en is er ruimte voor de aanleg van nieuwe speellocaties en het opwaarderen van het huidige aanbod. Scenario b is gericht op het behouden van het huidige aanbod.
Vraag 9: Wat gebeurt er in scenario b: als de speelplek aan vervanging toe is? Antwoord: Dan wordt die vervangen maar niet opgewaardeerd. Er is dan ook geen budget voor burgerparticipatie, het inrichten van ontmoetingsplekken en het vergroenen van de locatie.
Vraag 10: Wat zijn de kosten voor het verwijderen van de speelplekken, wanneer deze niet vervangen worden? Antwoord: Dat is afhankelijk van het toestel en de aanwezige ondergrond.
Vraag 11: Is hier rekening mee gehouden in het budget voor scenario c: ? Antwoord: Nee.
Vraag 12: In het beleidsplan wordt aangegeven dat er bijvoorbeeld in Eijsden-Noord kleine speelplekken op steenworp afstand van elkaar liggen, die qua aanbod elkaar nauwelijks aanvullen. 9
1.
Zijn er meer dit soort plekken, waar verschillende soortgelijke speelplekken kort bij elkaar liggen? Zo ja, hoeveel?
Antwoord: Nee, die zijn niet aanwezig. Ze zijn wellicht hetzelfde van aard maar dekken ieder hun eigen omgeving. In de visie Speelbuurt die in het beleidsplan wordt onderschreven is aangegeven dat een kleine speelvoorziening (zoals in Eijsden- Noord aanwezig) binnen ca. 200 meter aanwezig dient te zijn. Als we de situatie in Eijsden wat specifieker gaan bekijken geeft onderstaande afbeelding een goed beeld van het aanbod.
Als rond iedere speellocatie een cirkel met een straal van 200 meter wordt getrokken dan ontstaat het volgende beeld:
10
Hieruit kun je concluderen (zonder naar het aanbod te kijken) dat Eijsden- Noord en Poelveld voldoet aan de visie Speelbuurt. Kinderen kunnen binnen een straal van 200 meter buitenspelen. Daarnaast blijkt ook dat in het centrum en aan de westzijde van Eijsden weinig aanbod is en niet voldoet aan de visie. Vraag 13: Hoeveel van deze speelplekken vallen in de 33% van de plekken die verdwijnen als de budgetten niet stijgen? Antwoord: Binnen iedere cirkel is het vervangjaar en de vervangingswaarde genoemd. Als de budgetten niet steigen dan zullen 5 van de 7 speellocaties verdwijnen binnen de begrotingsperiode. Hierbij is uitgegaan van een theoretisch vervangjaar. In de praktijk kunnen sommige toestellen langer meegaan.
11
2026 € 60.456 2025 € 27.697
2026 € 35.385
2027 € 64.000 2025 2030 €47.478
2031
Vraag 14: Hoeveel kosten besparen we in scenario a: en b: als dit soort plekken vervallen? Antwoord: Dan besparen we ca. € 240.000,- gebaseerd op het prijspeil van nu. In de praktijk kunnen de bedragen afwijken eea afhankelijk van de te kiezen toestellen en ondergronden.
Vraag 1: Van de 2 speeltuinen in St. Geertruid wordt de speeltuin rond de school opgeofferd aan woningbouw, terwijl de andere in de ogen van de participerende leerlingen niet goed is. Hoe gaat u het spelen voor de kinderen aldaar dan mogelijk maken in de toekomst? Antwoord: Er is opdracht gegeven om een nieuw plan te maken van het deel dat in de toekomst beschikbaar blijft als speelplein. Bij de planvorming is ruim aandacht voor participatie. Sterker, de kinderen, leraren en ouders bepalen in grote mate wat er gaat komen.
Vraag 2: Waarom volgt u niet de wensen van de kinderen voor meer natuurlijke speelplekken (bomen, gras) en blijft u volharden in voornamelijk speeltoestellen op kunstmatige ondergrond? Antwoord: 12
Het beleidsplan haakt daar ook op aan. De opzet van het beleidsplan stuurt op het uitvoeren van reconstructies per speellocaties waarbij omwonenden een rol krijgen in de planvorming. Vergroening en het klimaatbestendig maken is een van de speerpunten. Maar in de huidige budgetvraag is geen ruimte voor deze aanpak en wordt gekozen voor beheren en instandhouden van het huidige aanbod. Bijlage 4 van het beleidsplan laat inspirerende beelden zien van speelnatuur.
Vraag 3: Is er een financiële vergelijking gemaakt tussen natuurlijke speelterreinen en speeltuinen met toestellen? Antwoord: Nee, in de praktijk is het helaas zo dat ook natuurlijke elementen als stenen, boomstammen, een boom of een rioolbuis gekeurd en onderhouden dienen te worden. Ook deze moeten voldoen aan de veiligheidseisen.
13