05 Vragen en antwoorden BP Past Kikkenweg Cadier en Keer.docx
Tekst van het document
05 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 28 juni 2021 Voorstel: Bestemmi9ngsplan Pastoor Kikkenweg Cadier en Keer
Geen
Geen
1
1. Er is sprake van een woonhuis voor de zoon. Waarom is dan opgenomen dat er ook mogelijkheden voor bed & breakfast zijn. Is het de bedoeling om er in de toekomst commerciële activiteiten uit te gaan oefenen?
Antwoord: In de woonbestemming is bij recht geen bed & breakfast toegestaan, omdat in dit plan geen aanduiding ‘bed & breakfast’ is opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar de verbeelding van het bestemmingplan. De opgenomen regeling (artikel 4.4.4 van de regels) beschrijft de voorwaarden wanneer wel een aanduiding ‘bed & breakfast’ is opgenomen. De reden dat deze regeling (artikel 4.4.4) wel is opgenomen, terwijl in dit plan geen bed & breakfast is toegestaan, is om de bestemmingsplanregelingen voor de kern en de bestemmingsplanherzieningen daarbinnen uniform te houden. Deze regeling is overeenkomstig het bestemmingsplan ‘Cadier en Keer 2014’ opgenomen. Vervolgens geldt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (artikel 10.3 van de regels), waarbij onder voorwaarden een bed & breakfast kan worden vergund. Deze binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is conform de ‘Beleidsnotitie bed and breakfast 2012’ (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 december 2012) opgenomen.
2
1. Welke motieven heeft het college om af te wijken van haar principes door hieraan medewerking te verlenen? Antwoord: Het plan voorziet in het bouwen van een levensloopbestendige woning. Hiermee wordt bijgedragen aan een duurzame en toekomstbestendige woonvoorraad. De woning is bestemd voor de zoon van de eigenaren van het agrarisch bedrijf en voorziet daarmee in lokale woonbehoefte. De woning wordt gerealiseerd op een onbebouwd deel van het agrarisch bedrijfsperceel binnen de bebouwde kom van Cadier en Keer. Het onbebouwde perceel is niet (meer) benodigd voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf (fruitteeltbedrijf). Op basis het geldende bestemmingsplan maakt het perceel onderdeel uit van de agrarische bedrijfsbestemming, met bijbehorende mogelijkheden voor bebouwing en verharding. Tegelijkertijd met het mogelijk maken van de nieuwbouwwoning, worden de planologische mogelijkheden van het agrarisch bedrijf (fruitteeltbedrijf) verkleint. Op die manier wordt ook voldaan aan de milieuafstanden. Op deze wijze is sprake van zuinig ruimtegebruik binnen de bebouwde kom. De ‘open plek’ aan de Pastoor Kikkenweg, tussen burgerwoning Pastoor Kikkenweg 1 en nieuwbouwplan De Bongerd wordt op een stedenbouwkundig passende wijze ingevuld. De woning past qua maat en schaal in de omgeving.
2. Welke precedentwerking wordt hiermee gecreëerd? Antwoord: Gelet op de hiervoor genoemde argumentatie (zie vraag 1) voor medewerking aan het plan, wordt een precedent geschept voor gelijke danwel vergelijkbare gevallen. In dit geval wordt dit niet als ongewenste precedent beschouwd.
3