05 Vragen en antwoorden BP Hoogstraat Oost Maarland (002).docx
Tekst van het document
17 Schriftelijke vragen voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 17 mei/18 mei Voorstel: Bestemmingsplan Hoogstraat 45 Oost Maarland
Geen
Geen
Geen
1. In het raadsvoorstel is er sprake van de initiatiefnemer die van de horecabestemming af wil om de financiering rond te krijgen. Tijdens de vergadering werd er benadrukt dat we blij mogen zijn dat er een koper is voor het pand en dat we daarom ja moeten zeggen tegen deze wijziging. Uit de tekst in het Raadsvoorstel blijkt niet dat er sprake is van verkoop. Is er sprake van verkoop? Wie is dan de initiatiefnemer? De verkoper of de koper van het pand? Antwoord: Ja, er is sprake van verkoop. De huidige eigenaar (en voormalig horeca-exploitant) is initiatiefnemer van de bestemmingsplanherziening. Het horecabedrijf heeft jaren lang te koop gestaan, zonder resultaat. Na het stoppen van de horecazaak, heeft de initiatiefnemer de bestemmingsplanherziening naar 1
een woonbestemming in gang gezet. De woonbestemming is voor een kopende partij benodigd voor het verkrijgen van financiering van de hypotheekverstrekker en daarmee het pand als regulier woonhuis in eigendom te verkrijgen en te kunnen bewonen. 2. Er is in het principeverzoek sprake van een woning en een bovenwoning voor verhuur. Dat is iets anders dan van het pand 1 woning maken. Wat is nu exact de bedoeling? Antwoord: Op 4 juni 2020 heeft de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend voor het wijzigen van de bestemming (van ‘horeca’ naar ‘wonen’) teneinde één woning en één bovenwoning (voor verhuur) te realiseren. In de gemeentelijke reactie (d.d. 25 juni 2020) op het principeverzoek is principe medewerking verleend aan het realiseren van een bovenwoning voor verhuur, waardoor in dat geval twee woningen zouden ontstaan in het bestaande pand. Aan deze medewerking waren voorwaarden gekoppeld, namelijk realisatie van een buitenruimte voor de bovenwoning en (de destijds geldende) financiële compensatie voor het toevoeging van één woning in het kader van het woonbeleid. De initiatiefnemer heeft, gelet op de voorwaarden, per mail (d.d. 31 juli 2020) laten weten af te zien van realisatie van de bovenwoning en bevestigd dat het volledige pand voor één woning gebruikt zal gaan worden. Naar aanleiding hiervan is een nieuwe gemeentelijke reactie (d.d.
1 september 2020) verzonden, waarin principe medewerking is verleend zonder het realiseren van een bovenwoning. Dit uitgangspunt, maximaal 1 woning, is als zodanig vastgelegd in het (ontwerp)bestemmingsplan. 3. Wanneer er kinderopvang in het pand zou komen(werd gesuggereerd in de vergadering), dan is er ook buitenspeelgelegenheid nodig. Dat geeft een ander soort interactie met de buurt dan een café. Is daarover contact geweest met de omwonenden? Mag kinderopvang in een horecabestemming? Antwoord: Er is geen contact geweest hierover met omwonenden, omdat de functie van kinderdagopvang enkel als voorbeeld werd gebruik bij door een raadslid tijdens de beeldvormende vergadering van 17 mei jl. Bij de gemeente is geen voornemen bekend voor het uitoefenen van een kinderdagopvang of gastouderschap op deze locatie. Er is geen beoordeling uitgevoerd of een kinderdagopvang past binnen de geldende horecabestemming. Een kinderdagopvang past niet rechtstreeks binnen de nieuwe woonbestemming. 4. Is het vanwege deze professionele invulling dat het parkeerissue een rol speelt? Of heeft dat te maken met de (vakantie?)verhuur? Antwoord: Het gaat uitsluitend om een functiewijziging van het horecapand met bovenwoning naar één woning (in het hele pand). Op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid voor deze woonfunctie, waarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm voor één woning.
Daarmee is geen sprake van een parkeerissue. Van (vakantie)verhuur is geen sprake.
2
5. Waarom wil de bank niet akkoord gaan met een financiering als de bestemming niet wisselt? Heeft dat te maken met het feit dat er twee woningen in het pand komen? Wat zijn precies hun argumenten? Antwoord: De hypotheekaanvraag /-verstrekking is gericht op reguliere bewoning door de kopers zelf. De hypotheekverstrekker eist in dat geval dat het object dan ook een woonbestemming heeft. De woonbestemming wordt geëist, zodat de hypotheekverstrekker geen risico loopt omtrent de waarde van het onderpand (het woonhuis). Tevens gelden voor een bedrijfsbestemming (in dit geval horecabedrijf) andere hypotheekvoorwaarden, dan bij een woonbestemming. De tarieven zijn lager bij een woonbestemming. De hypotheekverstrekker eist een woonbestemming omdat de hypotheek(voorwaarden) enkel en alleen voorzien in bewonen van een reguliere woning. Van twee woningen is geen sprake (zie ook het antwoord op vraag 2).
Geen
3