05 schriftelijke vragen en anwoorden beleidskader jeugd 24-28NW
Tekst van het document
Raadsvergadering 24 september 2024 Schriftelijke vragen Raadsvoorstel 5: Beleidskader Regionaal Jeugdhulp
Vraag 1: Pagina 3. Beantwoording opmerkingen. Bij punt 5 ontbreekt het antwoord. Vraag: Kan dit alsnog worden toegelicht? Niet te vinden waar dit staat. Antwoord: Is aangevuld: Het antwoord is als volgt: Dit is een goede suggestie, wij nemen deze mee in het uitvoeringsplan en in de borging van de client- en jongerenparticipatie. Vraag 2: 20240924 05b Bijlage Beleidskader Jeugdhulp 2024U schrijft in het rapport. Vooruitlopend op dit beleidskader is de inkoop van de jeugdzorg in 2022/2023 al op basis van deze uitgangspunten ingekocht. Vraag: hoe verhoudt de inkoop van zorg zich met de uitgangspunten in dit rapport of waren die in deze tijd al bekend? Kunt u ons meenemen in het proces welke afwegingen/kaders anders zijn gebruikt voor inkoop? Antwoord: Tijdens de inkoop van de jeugdzorg is rekening gehouden met de uitgangspunten die toen wel al bekend waren, maar waarvan men nog niet met de impact bezig was. Er is gekozen voor minder zorgaanbieders en meer overzicht. Met als doelen om de samenwerking te versterken en verbetering van de monitoring van en met de zorgaanbieders. Deze dienen te werken met erkende methodieken om effectieve jeugdzorg te kunnen inzetten. Middels de afgesloten ontwikkelcontracten werken de gemeenten samen met de zorgaanbieders toe naar een integraal zorgaanbod met als doel om de zorg zo dichtbij als mogelijk te organiseren rondom een jeugdige en gezin. .
Vraag 1: Beleidskader is wettelijk verplicht maar voor 23-24 hadden we geen kader? hoe kan dat? Antwoord: De wet zegt niet op welk samenwerkingsniveau er een beleidskader moet zijn, tegelijkertijd zegt de wet dat er periodiek een beleidskader vastgesteld dient te worden. De voorbereiding van het regionaal beleidskader 24-28 heeft langer geduurd omdat men de verschillende visies van de 16 gemeenten binnen onze jeugdregio over wat nodig om samen te werken als regio, bij elkaar te brengen. Tot de vaststelling in uw raad geldt het eerder vastgestelde beleidskader. Vraag 2: "de budgetten in de begroting zijn leidend"? jeugdzorg is toch vraaggestuurd? als het budget in oktober op is kunt u niet stoppen met jeugdhulp. in die zin is de begroting dus NIET leidend, hooguit richtinggevend Antwoord: Dat klopt, Jeugdhulp betreft een openeinderegeling. Met deze zin wil de centrumgemeente aangeven dat het beleidskader niet drukt op de lokale jeugdbudgetten en dat het enkel het beleidsmatige kader voor de jeugdregio betreft.
Pagina 1 van 10
Vraag 3: U benadrukt dat er financieel niets wijzigt. Vervolgens zegt u dat u extra wil inzetten op de meest kwetsbaren. Extra betekent dus ook extra kosten. Mogen wij aannemen dat de uitwerking door het college BINNEN de huidige budgetten in de begroting passen? Dus dan betekent extra op onderdeel 1 een aframing op onderdeel 2? Antwoord: De keuze om extra in te zetten op de meest kwetsbaren komt zoals aangegeven uit het lokale actieplan van EM en niet uit het nu voorliggende Regionale beleidskader Jeugd. De eventuele extra kosten die hiermee gemoeid zijn worden meegenomen in de uitwerking van het lokale actieplan en de financiële kaders die daar voor liggen en worden conform de reguliere procedure voorgelegd ter besluitvorming. Vraag 4 Door de vergrijzing cq ontgroening daalt het aantal; jongeren in onze gemeente. Veel indicatoren die u noemt hebben daar een relatie mee. Bijvoorbeeld: als er sowieso minder jongeren komen is het waarschijnlijk dat het aantal jongeren in de jeugdzorg ook daalt, net als het percentage. Zijn deze indicatoren dan wel zo handig? 4 van de 5 indicatoren zijn immers gekoppeld aan het aantal; jongeren in onze gemeente. Antwoord: Het ligt eraan op welk niveau je deze beoordeelt. Op dit moment is er geen sprake van een daling van jeugdigen binnen onze gemeente. Wij hebben meer inwoners gekregen en gezinnen met kinderen.
We verwachten met de komst van nog meer gezinswoningen en bijvoorbeeld de opvang van minderkarige asielzoekers in Cadier en Keer, geen abrupte daling in aantal jeugdigen en dus ook niet in aantal jeugdigen binnen de jeugdzorg op korte termijn. Vraag 5: Anderzijds is het zo dat als het aantal jongeren daalt terwijl het aantal jongeren in de jeugdzorg toch stijgt (zie tabel op blz 16) er dus eigenlijk sprake is van een dubbele stijging Antwoord: De kosten lijken hier voor de baten uit te lopen. Eerst investeren voordat we de effecten hiervan zien. We zitten momenteel in een ontwikkeltrajekt met onze jeugdzorgpartners. Een van uitgangspunten hierbij is Normaliseren waarbij we uitgaan van inzetten op preventie en niet voor alle vragen gelijk professionele hulp inzetten. Zo hopen we dat de hulp voor de groep die deze het hardste nodig heeft, beschikbaar blijft en de kosten te beheersen. Vraag 6: Bijlage 0.5 E - Pagina 12 - EM 4,55% . Waarom heeft EM zo'n hoog percentage in vergelijking met de andere gemeenten. Wanneer wordt de verdeelsleutel aangepast? Antwoord: De verdeelsleutel is in 2022 vastgesteld voor de gehele regio en wordt op de korte termijn niet aangepast. Deze is zoals te lezen in punt 4.5.
op pagina 19 van bijlage 05G Service Leve Agreement 2024-2028 objectie gebaseerd op een vast percentage naar rato van deelnemende gemeenten, aantal jongeren, aantal toekenningen en aantal declaraties in het voorgaande volledige jaar (T-1). Het percentage is overigens in lijn met vergelijkbare gemeenten zoals Stein en Brunssum o.b.v. inwonersaantallen en aantal jeugdigen zoals te raadplegen op waarstaatjegemeente.nl.
Vraag 1: Op de originele voorraad agenda stonden ook nog o.a. "lokaal actieplan jeugd + verordening jeugd" plus "beleidskader Jeugd" voor Q4. Wat is met deze onderwerpen gebeurd?
Pagina 2 van 10
Antwoord: De verordening jeugd is opgenomen in een integrale verordening samen met WMO en participatie. Eind 2024 is de verordening in concept gereed, er wordt gestreefd naar besluitvorming in uw raad in februari 2025 Het lokaal actieplan jeugd is uitgesteld met de reden dat er eerst geëvalueerd is en in het kader van de kerntakendiscussie nieuwe afwegingen zijn gemaakt, die momenteel worden verwerkt. Beide zijn in lijn met zowel de hervormingsagenda als het regionaal beleidskader jeugd. Vraag 2: In Cadier en Keer hebben we vluchtelingenkinderen in onze gemeente. Hoe zit het met de toegang tot jeugdzorg voor AMV mbt tot dit stuk? Antwoord: Vluchtelingenkinderen in onze gemeente hebben recht op dezelfde jeugdzorg als alle inwoners en zijn wij als gemeente verantwoordelijk. Vraag 3: Wat zijn de ervaringen met het woonplaatsbeginsel? Antwoord: Sinds de wijziging heeft dit verder geen invloed meer op de uitvoering van onze jeugdhulp. Dit is verder ook niet relevant voor het beleidskader. Vraag 4: Hoe verhoudt het woonplaatsbeginsel zich tot dit stuk? Antwoord: Het woonplaatsbeginsel heeft geen invloed op dit stuk omdat sinds 1 januari 2022 de wet veranderd is en wij niet meer verantwoordelijk zijn voor jeugdigen die niet woonachtig zijn binnen onze gemeente, maar wel verblijven binnen instellingen in onze gemeente.
Vraag 5: Wat betekent deze regionale aanpak als we in onze gemeente weer te maken krijgen met malafide zorgverleners? Antwoord: Wanneer we gebruik maken van gecontracteerd aanbod, dienen deze gecontracteerde partijen aan allerlei eisen te voldoen, zoals opgenomen in het programma van eisen van de centrale inkoop. De contractregieteams monitoren en nemen regie indien er niet voldaan wordt aan het programma van eisen. Vraag 6: Participatie is breed meegenomen en blijft een aandachtspunt in de uitrol. Complimenten hiervoor, zorg dat dit binnen onze gemeente volgehouden wordt. Antwoord: Bedankt voor het compliment en dat onze inspanningen hiertoe gezien worden. Uiteraard zullen we in de regio onze best doen om deze participatie in de werkwijze te integreren. Client- en jongeren participatie is een van de prioriteiten die als doorontwikkeling in de afgelopen periode is opgepakt. Vraag 7: Corona heeft een grote impact gehad op de jeugd en de jeugdzorg. Dit staat niet benoemd. Op welke manier is daarin voorzien? Antwoord: Onderzoeken laten tegenstrijdigheden zien. Wij voorzien hierin door passende ondersteuning te bieden aan alle ondersteuningsvragen, waaronder ook corona gerelateerd. Vraag 8: Gemeentelijke jeugdzorg wordt door SEM uitgevoerd, hoe verhoudt SEM zich tot dit stuk?
Pagina 3 van 10
Antwoord: Het sociaal team waar team jeugd en team SEM onderdeel van uitmaakt is betrokken geweest bij de totstandkoming van dit beleidskader. In de regionale samenwerking Jeugd hebben de toegangen van de alle gemeenten een stem. Vraag 9: Jeugdzorgaanbieders staan op omvallen. Met het accounthouderschap wordt de verantwoordelijkheid verdeeld over de gemeentes, maar wordt met deze visie ook voorzien in oplossingen? Antwoord: Hiervoor is vanuit de regio een speciale taskforce ingericht die zich bezighoudt met de positie van de systeemaanbieders die financieel in zwaar weer verkeren. Er is vanuit deze groep een brief aan Den Haag geschreven, waarin we aandacht vragen voor deze zorgelijke ontwikkeling in combinatie met de strategisch gelegen plek van onze jeugdzorg regio Zuid-Limburg, waardoor er van marktwerking eigenlijk niet echt sprake is.. Hierover zal meer verteld worden in de raadsinformatiebijeenkomst op 30 september bij EijsdenMargraten (of 24 en 25 september in de andere sub-regio´s)
Algemene opmerking beleidskader: voor de doelgroep waarvoor het kader geschreven wordt, mag het concreter en minder bloemrijk. “We investeren meer in de pedagogische civil society”: Vraag 1: Wat doe je concreet als een jeugdige of zijn ouder om hulp vraagt en vooral hoe snel kan iemand geholpen worden? Daar ligt vooral een noodzaak. Antwoord: Er wordt per gemeente in de toegangsteams elke week gekeken naar nieuwe binnengekomen aanmeldingen, welke getriageerd worden. Uiteraard gaan spoedmeldingen voor op reguliere hulpvragen. Hoe snel zorg ingezet wordt, ligt aan het product dat iemand nodig heeft en aan de ernst van de situatie. Dit is per situatie verschillend. Zo kan een jong kind in een crisissituatie waarbij de ouders niet langer de veiligheid van het kind kunnen garanderen, de hulp binnen een dag geregeld zijn, maar kan een ander kind met mildere angstklachten wel tot een half jaar wachten op hulp door de aanhoudende wachttijden in de GGZ. We leven immers in een tijdperk waarin we enerzijds te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt en anderzijds ook de lat hoog kunnen leggen in wat we verwachten en waar we dus allemaal van denken hulp bij nodig te hebben. Raadsvoorstel uitvoering en evaluatie: op deze pagina wordt een aantal indicatoren genoemd.
Vraag 2: Hoe worden de gemiddelde kosten per jongere met ambulante jeugdhulp bepaald? Antwoord: Ook wordt een aantal keren aangegeven dat percentages moeten dalen. Antwoord: De te verwachten kosten zijn een technische resultaatberekening die wordt gedaan door de centrum gemeente Maastricht. Deze gaat uit van een gemiddelde inzet (eenheden maal tarief) per jongere voor het betreffende product gebaseerd op divers parameters. Vraag 3: Met hoeveel procent en wat is momenteel de nul situatie? Antwoord: Aangezien we geen percentages hebben, kunnen we deze niet kwantificeren.
Pagina 4 van 10
P4 beleidskader: “investeren in het brede systeem over de domeinen heen zodat de resultaten die we boeken blijvend zijn”: Vraag 4: Wat wordt met blijvende resultaten bedoeld? Kan deze zin met een voorbeeld worden toegelicht? Antwoord: Met blijvende resultaten wordt bedoeld dat we geen recidive van de klachten waarvoor de hulp was ingezet binnen x tijd terug zien met vraag om nieuwe verwijzing voor hetzelfde probleem. We gaan hier middels kpi´ s ook op monitoren vanuit de centrumgemeente Maastricht. Bijvoorbeeld een kind krijgt begeleiding vanwege sociaal emotionele problemen en wil niet meer naar school. Er volgt begeleiding en deze wordt positief afgerond. Echter 6 weken na stop van deze zorg, meldt moeder of school opnieuw. Vraag 5: P4 beleidskader: “daarom zetten we de komende beleidsperiode in op het centraal stellen van de jeugdige en de ouders”. Is dit geen vanzelfsprekendheid in jeugdzorg; waar lag in het huidige beleidskader de nadruk op? Antwoord: Het klopt uiteraard dat dit een vanzelfsprekendheid is, en ook niets nieuws is. Echter zien we ook dat er nog te weinig integraal naar het hele (gezins-) systeem gekeken wordt. Wat is er nu echt aan de hand en wat is nu echt het probleem. Ligt deze oplossing bij jeugdzorg? Of zijn eerder de financiën of huisvesting een probleem, waardoor het opvoeden van kinderen teveel vraagt en misloopt.
In dat laatste voorbeeld kun je ervoor kiezen om aan gedrag van een kind te gaan werken, maar dat zal weinig veranderen, als ouders niet mee veranderen. Uiteraard vraagt dit dat verwijzers en zorgaanbieders goed naar de hulpvraag kijken en tijd hebben om het juiste beeld te verkrijgen van het probleem en hierop passend te verwijzen. Vraag 6: P11 beleidskader: “het label eraf”: een label kan er ook voor zorgen dat iemand juist de hulp krijgt die hij/zij nodig heeft. Hoe garandeer je effectieve en efficiënte zorg zonder labels? Antwoord: Het label hoeft er ook zeker niet in alle gevallen af. Wat we vooral willen is een kritische blik en geen over diagnosticeren. Voorbeeld: Het kinderen met de diagnose adhd is de laatste decennia significant toegenomen, en dan vooral de kinderen met mildere symptomen. Voor kinderen met milde symptomen kan het nuttig zijn om een afwachtende benadering te hanteren en te focussen op gedragsinterventies en aanpassingen in de omgeving, in plaats van direct over te gaan op medicamenteuze behandeling. Een stapsgewijze diagnosebenadering, zoals voorgesteld door sommige experts, kan helpen om onnodige diagnoses en behandelingen te vermijden.
P16 beleidskader: Vraag 7: Hebben we een beeld waarom de cijfers tussen de ZL gemeenten verschillen laten zien? Antwoord: Ja, onze gemeenten binnen de regio Zuid-Limburg zijn verschillend van aard: stadgemeenten versus platte landsgemeenten. Gemeenten grenzend aan buitenland. Daarnaast kennen we gemeenten binnen onze regio met aanzienlijke achterstanden en armoede, zoals bijvoorbeeld in Heerlen. Maar ook in Maastricht zijn er wijken met forse problematieken, waarbij er ingezet wordt door de overheid om de kans gelijkheid zo groot mogelijk te ouden en de achterstanden te beperken. . Deze verschillen zien we ook terug in de cijfers binnen de jeugdzorg. Het moge duidelijk zijn dat in Heerlen Noord, bekend als achterstandswijk, men een ander beroep doet op welke jeugdzorg ingezet dient te worden, dan bijvoorbeeld binnen de gemeente Eijsden-Margraten of Gulpen-Wittem of Voerendaal.
Pagina 5 van 10
Vraag 8: P18 beleidskader: Hoe moet het begrip stapeling geïnterpreteerd worden? Antwoord: Zou hiervan een voorbeeld gegeven kunnen worden? Met stapeling van jeugdzorg bedoelen we twee identiek dezelfde producten met dus dezelfde productcode binnen 1 consortium op hetzelfde moment aanvragen. Bijvoorbeeld twee keer behandeling individueel midden lang bij 1 jeugdige op hetzelfde moment. Idealiter worden dit geen twee aparte arrangementen, maar 1 integraal arrangement dat past bij de ondersteuningsvraag. Bijvoorbeeld twee keer midden lang wordt 1 keer hoog lang. Echter hiervoor moeten de zorgaanbieders door ontwikkelen en gelden met elkaar delen. Vraag 9: P24 beleidskader: “een balans tussen draaglast en draagkracht”: Is dit objectief te benaderen? Antwoord: Er zijn draagkracht-draaglast modellen die ondersteunen bij het maken van een analyse wanneer draagkracht-draaglast in balans is of verstoord is. Over het algemeen hebben de jeugdzorgwerkers Voldoende kennis van deze analyse en weten dit goed toe te passen in hun gesprekken met de gezinnen. Vraag 10: Op welke manier kun je de leefomgeving van de jeugdige versterken? Antwoord: Dit kan op allerlei manieren. Bijvoorbeeld door compenserende factoren buiten het gezin, zoals een fijne hobby, sporten, maar zeker ook uitbreiden van een sociaal netwerk, op wie de jeugdige of de ouders terug kan vallen op momenten dat dit nodig is.
Vraag 11: P28 beleidskader: Hoe zijn de leidende principes bepaald? Antwoord: Deze zijn bepaald in samenspraak met maatschappelijke partners en stakeholders, waaronder uiteraard onze partners van de voorliggende voorzieningen, de zorgaanbieders en uiteraard de scholen en kinderopvang. Daarnaast is er rekening gehouden dat er verbinding blijft met de landelijke ontwikkelingen vanuit de hervormingsagenda. Vraag 12: Inspraakreactie jeugdhulp ZL: partij geeft aan dat het niet mogelijk is om een vergelijking te maken tussen de ontvangen middelen en uitgaven per ZL gemeente. Het antwoord is dat men de informatie uit de begrotingen en jaarrekeningen kan halen. Het is uiteraard mogelijk dat iedereen dit gaat doen. Maar zou het ons niet allemaal helpen als dit overzicht centraal wordt gemaakt en gedeeld? Antwoord: Benchmarken is nu niet mogelijk, systemen laten dit niet toe. Daarnaast zijn er bestuurders die het niet wenselijk vinden dat alle cijfers vergeleken en gedeeld worden. Vraag 13: Zijn er verschillen tussen gemeenten? Antwoord: Ja er zijn verschillen tussen de gemeenten.Ja, onze gemeenten binnen de regio Zuid-Limburg zijn verschillend van aard: stadgemeenten versus platte landsgemeenten. Gemeenten grenzend aan buitenland. Daarnaast kennen we gemeenten binnen onze regio met aanzienlijke achterstanden en armoede, zoals bijvoorbeeld in Heerlen.
Maar ook in Maastricht zijn er wijken met forse problematieken, waarbij er ingezet wordt door de overheid om de kans gelijkheid zo groot mogelijk te ouden en de achterstanden te beperken. Deze verschillen zien we ook terug in de cijfers binnen de jeugdzorg. Het moge duidelijk zijn dat in Heerlen Noord, bekend als achterstandswijk, een ander beroep doet op welke jeugdzorg er met welke mate ingezet dient te worden, dan bijvoorbeeld binnen de gemeente Eijsden-Margraten of Gulpen-Wittem of Voerendaal.
Pagina 6 van 10
Vraag 14: Waardoor? Antwoord: De verschillen zijn te verklaren doordat het zeer uiteenlopende gemeenten zijn. Van Parkstad gemeenten die veel armoede en achterstanden kennen tot plattelandsgemeenten zoals de onze. Dit brengt andere hulpvragen en ook andere kosten met zich mee.
Vraag 15: Wat kunnen we van elkaar leren? Welke werkwijze werkt waarvoor het best. Antwoord: Door de regionale samenwerking en onderlinge afstemming leren we dagelijks van elkaar. De juiste werkwijze is voor ieder probleem anders en in sommige gevallen nog niet gevonden. In sommige gevallen werkt wet en regelgeving en de scherpe regels voor het delen van data niet mee in deze ambitie. We blijven echter pro actief op zoek naar de verbinding met onze collega gemeenten. Vraag 16: Wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord: De Centrumgemeente( cq team verwervingen die de SLA uitvoert) zet in om minimaal 75% van hetgeen is vastgelegd in het uitvoeringsplan uit te voeren, In de afgelopen jaren is gebleken dat dit niet altijd lukt, de redenen hiervoor zijn divers. Van tijdrovende ad hoc werkzaamheden, extra werkzaamheden en verloop van personeel en moeite hebben om het vertrekkende personeel adequaat te vervangen. Tevens loopt er op dit moment een evaluatie onderzoek naar de uitvoering van de SLA om de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden te verbeteren. Dit op verzoek van de deelnemende gemeenten op basis van de geleverde kwaliteit. Vraag 17: P8 uitvoeringsplan onderdeel 5 en governance P23. De ervaringen met Xonar hebben alle ZL gemeenten zeer veel geld gekost. Er wordt gesproken over een early warning systeem. Maar dan ben je al gelieerd.
Hoe en waarop worden toekomstige aanbieders gescreend? Antwoord: De jeugdautoriteit heeft een early warning systeem geïmplementeerd, zij mogen dit helaas niet delen met de deelnemende gemeente. De centrum gemeente is voornemens een vergelijkbaar systeem op te zetten waarin zowel kwalitatieve factoren als kwantitatieve factoren worden beoordeeld. Dit om te kunnen bepalen of de aanbieder een geschikte contractpartij is. Echter de financiering hiervoor is nog niet gevonden en zal leiden tot een extra vraag aan de deelnemende gemeenten, Hierop zal dan ook aparte besluitvorming binnen de regiosamenwerking plaatsvinden. Vraag 18: Waar beoordeel je financieel op? Antwoord: Alle stukken die financiële consequenties hebben, worden vooraf goedkeuring en doorvoering, in het gemeentelijke gremium bvo getoetst. In het Bvo zitten mensen die zich bezig houden met bedrijfsvoering. Zij toetsen de toerekeningen. Daarnaast wordt door inkoop Maastricht gemonitord op cijfers van de gecontracteerde aanbieders. Wanneer deze uit de pas lopen, zal er met betreffende partij een gesprek gevoerd worden. De financiële indicatoren waarop op dit moment beoordeeld wordt zijn vastgelegd in de verschillende contracten. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan diverse ratio’s zoals de solvabiliteit, liquiditeit maar ook aan het niveau van het weerstandsvermogen en het niveau van het eigen vermogen.
Deze zijn uiteraard niet los van elkaar te bezien. Ook hier geldt dat deze zullen wijzigen bij de wijzigingen in contracten en het eventueel opzetten van het hierboven genoemde Early-Warning systeem.
Pagina 7 van 10
Vraag 1: Bijlage 5a RV Wat is de relatie van dit beleidsstuk met SEM? Antwoord: Er is geen directe relatie tot SEM. Sem is onze voormalige sociale dienst. Dit is niet Team Jeugd, welke de gemeente toegang is tot (geïndiceerde) jeugdzorg. Uiteraard werkt Team Jeugd wel samen met SEM, wanneer dit nodig is. Ons team Jeugd zal de uitgangspunten van het beleidsstuk op het vizier hebben bij het inzetten van zorg voor een jeugdige. Vraag 2 Pag.2: Opmerkingen van onze adviesraad. Waar is het antwoord op opmerking 5? Antwoord: Zie antwoord vraag 1 EML. Vraag 3: Pag.3 Financiële aspecten 1e alinea: ‘budgetten in programmabegroting zijn leidend’. Betekent dit: Wie het eerst komt wie het eerst maalt? Antwoord: Zeker niet. Jeugdzorg is een open einde regeling en de overheid heeft de taak om de zorgvraag op te pakken, ongeacht het budget. Wel is het zo dat het geld niet oneindig is en dat we heel bewust keuzes moeten maken. Wat is urgent, wat kan wel wachten. Wat is need to have wat is nice to have. Zeker met het oog op het ravijnjaar 2026 is het belangrijk dat er steeds scherper gekeken moet worden naar de financiële kant van initiatieven en doelen die we ons stellen. Vraag 4: Pag.3 Uitvoering en Evaluatie. Positief is de dalende trend op vele vlakken.
Hoe verklaart u de stijgende verwijzingen in EM naar HALT volgens de Burap1? Antwoord: Wij zien geen directe relatie tussen de verwijzingen naar bureau Halt en de door de gemeente uitgevoerde Jeugdhulp en dit beleidskader Jeugd. Daarnaast zijn de door u in de BURAP aangehaalde cijfers gebaseerd op kengetallen uit 2022. Over recente cijfers en verwijzingen naar HALT beschikken we niet op dit moment. Vraag 5: Bijlage 5b Het veelvuldige gebruik van Engelse termen staat goede leesbaarheid voor m.n. de doelgroep in de weg. Zoals bijv. op pag. 3: ‘Regiovisie uitgewerkt op Governance’. Toelichten a.u.b. Antwoord: met governance wordt hier de organisatiestructuur van de jeugdzorg in onze regio bedoeld. Vraag 6: Pag.11 Links. Wie wordt bedoeld met ‘de grootste gecertificeerde instelling die financieel gezond is’? Antwoord: Bureau Jeugdzorg Limburg
Pagina 8 van 10
Vraag 7: Pag.17 Cyvil Society. Waarom geen Nederlandse term? (Bijv. Eigen netwerk) Antwoord: We zullen dit meenemen naar de stellers van het stuk. Vraag 8: Pag.25 Eenmaal per 4 jaar wordt een ondersteuningsplan opgesteld. Is dit niet te weinig? Antwoord: Dit is voldoende, aangezien er een hoop tijd en geld in het verkrijgen en evalueren van deze stukken gaat zitten. Ook is het goed om zaken een tijdje vorm te geven. Tussentijds bijstellen, wanneer zaken niet lopen, kan natuurlijk nog, mocht dit echt nodig zijn. Vraag 9: Bijlage 5e Uitvoeringsplan Inkoop. Pag.2. Waarom service level Agreement? (SLA) graag uitleg in het Nederlands. Antwoord: Dit is de term die in de centrumgemeente bij inkoop gegeven wordt aan dit stuk. Waarschijnlijk is dit een veelgebruikte term en jargon binnen inkoop voor dit soort stukken, zodat een Nederlandse titel niet meer gebruikt wordt. Vraag 10: 1. Pag.2 2e alinea. ‘In het Uitvoeringsplan……t/m uitvoeringsplan’ Toelichten aub. Betreft: In het uitvoeringsplan zijn de beleidsmatige keuzes die in 2022 en 2023 zijn gemaakt vertaald in formatieve consequenties voor de uitvoeringsorganisatie team verwervingen. Daarnaast zijn op verzoek van de gemeenten de tijdelijke formatie voor het dossier XONAR en de daarmee samenhangende kosten verwerkt in het uitvoeringsplan.
Antwoord: Hier wordt aangegeven wat voor de aangegeven uit te voeren werkzaamheden voor personele inzet nodig is en wat dit gaat kosten. Vraag 11: Pag.8 laatste zin. We begrijpen dat u bovenop de beide dossiers Xonar en Mutsaers zit. Van welke andere zorginstellingen koopt u momenteel in of gaat u inkopen? Antwoord: De jeugdzorg in Zuid-Limburg is opgedeeld in verschillende segmenten. In deze segmenten zijn verschillende zorgaanbieders actief. Sommige (vaak grotere) aanbieders, zijn ook in meerdere segmenten actief. Bijvoorbeeld in crisis en in ambulant. Of in GIk-J en wonen. Het aantal ingekochte (gecontracteerde)aanbieders zijn hiermee te veel om op te noemen. Toch hebben zij niet allemaal dezelfde positie. Er zijn per segment penvoerders die samen met de combinanten (hoofdaannemers) verantwoordelijkheid dragen voor zorgcontinuïteit en het leveren van goede zorg binnen hun consortium. Daarnaast zijn er ook onderaannemers waarmee zij werken. Dit is zo ingekocht, om de zorgvraag zo breed mogelijk te kunnen bedienen. Vraag 12: Pag.10 Waarom worden hier WMO kosten vermeld? Antwoord: Dit overzicht betreft de totale kosten van Team verwervingen, zij voeren zowel de centrumregeling Jeugd uit als de centrumregeling WMO. Waarbij 70 % van de tijd wordt besteed aan jeugd. Dit zijn de kosten die worden doorbelast.
De overige 30% WMO kosten worden enkel doorbelast aan de gemeenten die deelnemen aan de centrumregeling WMO. Vraag 13: Pag.12 Waarop is de kostenverdeelsystemathiek (SLA) gebaseerd? Pagina 9 van 10
Antwoord: Zie punt 4.5. op pagina 19 van bijlage 05G Service Leve Agreement 2024-2028.
Vraag 14: Bijlage 5f pag.7 Wat voegt de organisatie KPMG toe? Antwoord: KPMG heeft een landelijk onderzoek gedaan genaamd “ Handreiking uitvoering maatregelen Hervormingsagenda Jeugd - Uitwerking van de maatregelen die niet specifiek in het implementatieplan zijn uitgewerkt”. Dit rapport is meegenomen in de opstelling van dit beleidskader en regiovisie. Vraag 15: Pag.18 Is het mogelijk voor cliënten om gelijktijdig gebruik te maken van Zorg in Natura en de PGB? Antwoord: Dit zou in zeer specifieke casuïstiek mogelijk kunnen zijn, wanneer een kind meerdere soorten zorg tegelijkertijd nodig heeft en een deel van de zorg niet goed in zorg in natura te leveren is Vraag 16: Bijlage 5g pag.1 Welk(e) pakket(ten) neemt EM af van de centrum gemeente? Antwoorden: Wij nemen alle pakketten van de centrumgemeente af. De gemeente Maastricht regelt centraal de inkoop met alles wat daarbij hoort voor de regio Zuid-Limburg. Gemeente Heerlen, Landgraaf en Voerendaal hebben daarnaast een aparte inkoop voor de ambulante zorg, welke daar loopt via Jens.
Pagina 10 van 10