CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

04a Vragen en antwoorden Buitengewoon Buitengebied.docx

* Raadsvergaderingen 18 maart 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vragen en antwoorden voor de Beeldvormende vergadering8.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Manifest buitengewoon buitengebied Alvorens op iedere vraag afzonderlijk in te gaan willen wij graag enige algemene aandachtspunten / vraagpunten nader belichten. 1. Wat is de status van het Manifest en Richtinggevende uitspraken, ook in relatie tot de nieuwe Omgevingswet 2. Hoe en met welk doel gaan we dit Manifest en Richtinggevende uitspraken gebruiken bij voorkomende casussen in het Buitengebied 1. Status Manifest en Richtinggevende uitspraken Zoals aangegeven hebben het Manifest en de Richtinggevende uitspraken de status van beleidsuitspraken. Om de status van beleidsuitspraken te verduidelijken is allereerst onderstaand schema opgesteld, waarin is weergegeven hoe de systematiek van beleid en regelgeving is onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, alsmede hoe dit gaat worden onder de nieuwe Omgevingswet. Daarbij is van belang om het volgende te onderscheiden: Beleid bindt het bestuur. Het bestuur geeft aan hoe zij in voorkomende gevallen wenst te handelen. Beleid bindt een burger niet rechtstreeks. Een burger mag er wel op vertrouwen dat het bestuur niet zomaar van beleid afwijkt. Als er echter gemotiveerde redenen zijn om van beleid af te wijken, kan en mag het bestuur hiervan afwijken. Regelgeving, zoals bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau het bestemmingsplan en in de nieuwe situatie het Omgevingsplan bindt het bestuur en bindt ook rechtstreeks de burger.

Deze regelgeving wordt daarom ook Algemeen verbindend voorschrift genoemd. Regelgeving van een gemeente mag niet in strijd zijn met regels van provincie en rijk. Zoals onderstaand aangegeven zijn het Manifest en de Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied beleid. Beleid dat wel een belangrijke input vormt voor de Gemeentelijke Omgevingsvisie. Nationaal Provinciaal

Wet ruimtelijke ordening Nationaal beleid op diverse deelgebieden Beleid: Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Regelgeving: Omgevingsverordening Limburg

Gemeentelijk

Beleid: Strategische visie 2012 alsmede beleid op diverse deelgebieden (bijvoorbeeld beleid inzake schuilgelegenheden etc.) Er is geen structuurvisie ruimtelijke ordening vastgesteld Vast te stellen beleid: Manifest en Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied Regelgeving: Verordeningen waaronder de Algemene plaatselijke verordening Bestemmingsplannen

Omgevingswet Nationale Omgevingsvisie Beleid: Provinciale Omgevingsvisie Regelgeving: Omgevingsverordening Beleid: Gemeentelijke Omgevingsvisie

Regelgeving: Omgevingsverordening Omgevingsplan

2. Hoe en met welk doel gaan we dit Manifest en Richtinggevende uitspraken gebruiken bij voorkomende casussen in het Buitengebied. Als een aanvraag (casus) binnen komt wordt als allereerste getoetst of deze casus past binnen het geldende bestemmingsplan ( zie bovenstaand regelgeving). Als de casus hierbinnen past moet positief hierop beslist worden ( en mits wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand en bouwtechnische eisen).

1

Als de aanvraag niet voldoet aan het bestemmingsplan kent het bestemmingsplan aan het college van burgemeester en wethouders een bevoegdheid toe om ( voor kleinere afwijkingen zoals benoemd in het bestemmingsplan) af te wijken. Dit wordt de binnenplanse afwijking genoemd. Als de aanvraag niet voldoet aan het bestemmingsplan en ook niet binnen de mogelijkheden van de binnenplanse afwijking valt, dan vormt het vastgestelde beleid een afwegingskader. Het nu vast te stellen Manifest en de Richtinggevende uitspraken is beleid waaraan getoetst wordt. In de periode tot het vaststellen van de nieuwe Omgevingsvisie willen wij praktijkervaring op doen met dit Manifest en de Richtinggevende uitspraken. Het vast te stellen Manifest en de Richtinggevende uitspraken zijn dus mooie bouwstenen voor de Omgevingsvisie. Het is niet de bedoeling om met de Manifest en Richtinggevende uitspraken het buitengebied op slot te zetten. Het is wel de bedoeling om:  De kwaliteiten en waarden van het buitengebied beter te beschermen;  In te spelen op ontwikkelingen die bijdragen aan de transities, zoals de landbouwtransitie, de energietransitie en de klimaatadaptie  De relatie tussen partners in het buitengebied te intensiveren.

Algemeen 1. We zijn van mening dat er zorgvuldig gewerkt is aan een breed gedragen visie: de Stuurgroep heeft haar werk goed gedaan; ANTWOORD Dank hiervoor. 2. We stellen vast dat vooralsnog sprake is van richtinggevende uitspraken; ANTWOORD Dat is juist. Het is een richting die bepaald wordt en die nadere uitwerking behoeft. 3. Een visie over hoe we willen omgaan met ons buitengebied in de nabije toekomst is meer dan urgent: alle snel op elkaar volgende problematieken (stikstof, energietransitie etc.) maken dit niet gemakkelijk; ANTWOORD Dat is juist. 4. We constateren voorts dat de omschrijving ‘ingediende zienswijzen’ feitelijk niet correct is: er is immers geen sprake van bezwaar- en beroepsmogelijkheden en partijen hebben ruim mogelijkheden gehad om mee te denken tijdens de totstandkoming van het manifest;

2

ANTWOORD De term “zienswijzen” zoals genoemd pagina 5 van het document Richtinggevende uitspraken zou kunnen doen vermoeden dat er sprake zou kunnen zijn van bezwaar en beroep. Dit is echter niet zo. Tegen beleidsregels staat geen bezwaar en beroep open omdat deze regels burgers niet rechtstreeks binden. Om deze onduidelijkheid tegen te gaan hebben wij gewerkt met de benaming “Reacties”. Deze is overal doorgevoerd, met uitzondering van de genoemde pagina 5. 5. Voor ligt een Manifest dat én contouren van een toekomstbeeld (streefbeeld) schetst én welke pijlers dit beeld schragen: landbouw, natuur en landschap, wonen en toerisme en recreatie. Klopt dat beeld? ANTWOORD Dit Manifest schets inderdaad de contouren van het toekomstbeeld. Waar willen wij naar toe in ons buitengebied. Wij hebben vier belangrijke pijlers benoemd en uitgewerkt. 6. Voor ligt niet een juridisch kader op basis waarvan handhavend kan worden opgetreden. Is dat een juiste interpretatie? ANTWOORD Dat is juist. Het is beleid en geen regelgeving. 7. Op welke wijze worden de belangen van de mensen – ondernemers/agrariërs- nu en in de naaste toekomst bij het ontwikkelen van plannen beschermd? ANTWOORD Deze richtinggevende uitspraken vormen de input voor de Omgevingsvisie. Ook een Omgevingsvisie is beleid en bevat dus geen regels voor burgers, bedrijven en overheden die deze rechtstreeks binden.

Bij het vervolgens opstellen van een Omgevingsplan wordt rekening gehouden met het beleid in de Omgevingsvisie. Het Omgevingsplan is het plan dat burgers rechtstreeks bindt en dat bescherming biedt. In dat plan wordt concreet vastgelegd, wat iemand wel of niet kan. Dit gebeurt nu nog in bestemmingsplannen. 8. In hoeverre is het Manifest – ondanks het feit dat veel mensen/organisaties betrokken zijn en er dus draagvlak voor verdere uitwerking voorhanden is – ook realistisch en gebaseerd op harde (wetenschappelijk onderbouwde) data van de werkelijkheid? ANTWOORD Zoals in de Richtinggevende uitspraken aangegeven, zullen acties die hieruit voortvloeien uitgewerkt worden in een Uitvoeringsprogramma. In dit uitvoeringsprogramma moeten acties niet alleen goed omschreven zijn, maar ook realistisch zijn weergegeven. Sommige vraagstukken zijn complex en kunnen wij alleen in samenwerking met andere partijen succesvol ter hand nemen. Deze samenwerking moeten wij dan opzoeken. De landbouwtransitie, energietransitie, klimaatadaptatie, verlies aan biodiversiteit en transitie in de vrijetijdseconomie, zijn maatschappelijke opgaven die vragen om anders met ons buitengebied om te gaan.

3

9. Of moeten er afspraken gemaakt worden over de wijze waarop toekomstige planontwikkeling wordt ingericht? ANTWOORD Zoals in het raadsvoorstel aangegeven willen wij een aanpak uitwerken om de raad vroegtijdig te betrekken bij plannen en initiatieven in het buitengebied. Specifiek 10. Naar verwachting gaat veel afhangen van plannen die in de naaste toekomst ontwikkeld worden. Wispelturig – agrarisch - beleid belemmert continuïteit en daarmee langdurige verdienmodellen met alle gevolgen zoals onderbouwing van mogelijkheden als financiering voor de sector. Daarmee dreigt de agrarische sector als cruciale steunpilaar en economische drager van alle andere pijlers weg te vallen. Is die constatering juist? Deelt u die opvatting? ANTWOORD Die opvatting delen wij niet. Als wij ons gebied samen met andere gemeenten het Middengebied verder willen ontwikkelen tot Groene Long dan houdt in ook in dat de duurzame kwaliteitslandbouw verder ontwikkeld moet worden. Dit houdt ook in dat er aan nieuwe verdienmodellen voor de agrarische sector nodig zijn. Dit is niet alleen een aandachtspunt op lokaal niveau maar ook op nationaal en Europees niveau.

11. Bovenstaande onderkennende: bent u bereid hetzij vooruitlopend op het omgevingsplan dit nu opnemen in het Manifest, hetzij een uitspraak te doen over de wijze waarop dit element wordt meegenomen in alle nog op te stellen uitvoeringsplannen om te voorkomen dat de landbouwsector geconfronteerd wordt met wispelturig agrarisch beleid; ANTWOORD Zie bovenstaand antwoord.

12. In de nieuwe natuurzonering van POVI worden de natura 2000-gebieden samengevoegd met de huidige overgangszones tot de blauwgroene zones: dit is niet wenselijk. Kan er voor gezorgd worden dat er overgangszones blijven van normaal gebied naar natura 2000gebied zonder dat alles op één groenblauwe hoop geveegd wordt; ANTWOORD De constatering dat natura 2000 gebieden worden samengevoegd met de huidige overgangszones tot blauwgroene zones is niet juist. In de ontwerp POVI worden de huidige goudgroene zones, waaronder de Natura 2000 gebieden, benoemd als Natuurnetwerk. De huidige zilvergroene zones en bronsgroene zones, worden in de ontwerp POVI benoemd als Blauw groene mantel. Het overig landelijk gebied is en blijft benoemd als Buitengebied.

4

13. Om een goede inzage te krijgen in het totaal is een overzicht van de gebiedsdifferentiatie essentieel, om een betere afweging te kunnen maken en om een afweging te kunnen maken tussen de omgevingsbelangen en de RES locaties die binnenkort vastgesteld moeten worden. Binnen welke termijn, in ieder geval voor de behandeling van de RES-locaties, mogen we een gebiedsdifferentiatiekaart verwachten; ANTWOORD De Gebiedsdifferentiatiekaart Buitengebied wordt opgepakt nadat de raad de Richtinggevende uitspraken heeft vastgesteld en zal in het Uitvoeringsprogramma opgenomen worden, voorzien van benodigd budget. Daarnaast is de provincie momenteel in het kader van de RES een uitvraag aan het voorbereiden voor het laten opstellen van een kwalitatieve landschappelijke beschrijving van het grondgebied ZuidLimburg ( met speciale aandacht voor het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap ZuidLimburg) in landschapstypen, landschappelijke en cultuurhistorische kernwaarden, kwetsbaarheden, etc.. Het Handvat Kernkwaliteiten NLZL biedt voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg de basis. 14. Enkele zienswijzen verwijzen naar kaarten: de beantwoording is ons daardoor niet geheel duidelijk.

Kunnen deze nog worden toegevoegd of bestaat er de mogelijkheid er anderszins kennis van te nemen; ANTWOORD Het betreft de volgende kaarten: - Digitale kaart voor meldingen verkeersveiligheid GVVP Verwerking opmerkingen (arcgis.com) - Bomenkaart - Kaart bestemmingsplannen met kleine landschapselementen. Deze kaart is voor de bestemmingsplannen Buitengebied Eijsden en Buitengebied Margraten te vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl bij plannen: buitengebied Margraten of buitengebied Eijsden - Soortenkaart grote brandnetel

5

15. Het document spreekt steeds over een manifest daar waar wij de indruk krijgen dat dit een gedeeltelijke omgevingsvisie voor het buitengebied is. Klopt dit beeld: ligt een beleidskader voor dat nog bijgesteld kan worden of een “omgevingsvisie buitengebied” welke de onderlegger wordt voor het omgevingsplan? ANTWOORD Zoals al eerder aangegeven geven de Richtinggevende uitspraken, die zijn samengevat in het Manifest, de richting aan voor de op te stellen Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie zullen deze richtinggevende uitspraken verder uitgewerkt worden. Het Omgevingsplan geeft vervolgens het juridisch kader weer. 16. Wij zijn bevreesd zoals door meerdere indieners van de zienswijzen is aangegeven, dat straks geen weg meer terug is en bij het vaststellen van het omgevingsplan wordt gesteld: ‘Uw raad heeft daar 18 maart 2021 mee ingestemd’. Zien wij dit verkeerd? Er wordt vrij gemakkelijk omgegaan met de vragen van de indieners van de zenswijzen en verwezen naar de eerste mogelijkheid tot indien van bezwaren bij de vaststelling van het omgevingsplan. Daar ligt nu net de crux. Dan wordt waarschijnlijk gezegd dat de raad de uitgangspunten van beleid in het manifest (lees omgevingsvisie) buitengebied heeft vastgesteld. Waar blijven dan de belangen van onze hoeders van het buitengebied?

6

ANTWOORD Deze regels zijn beleidsregels en zoals eerder al aangehaald niet bindend voor burgers. Dit betekent echter niet dat het bestuur vrijblijvend van deze regels kan afwijken. Er is in die zin dus geen sprake van vrijblijvendheid. Er kan afgeweken worden maar dan zal dit goed gemotiveerd moeten worden waarom wordt afgeweken. Het Omgevingsplan is het plan dat de burger wel rechtstreeks bindt. Tegen dit plan is dan ook beroep mogelijk. 17. Het Manifest betreft de eerste contouren van de beleidsuitgangspunten: waarom? ANTWOORD Bij de start is het proces weergegeven. Dit proces hebben wij schematisch neergelegd in de infographic die nu ook weer in het raadsvoorstel is toegevoegd. Daarin is aangegeven dat het Manifest en de Richtinggevende uitspraken de input vormen voor het opstellen van een visie. In het kader van de nieuwe Omgevingswet, wordt dit de Omgevingsvisie. 18. wordt in de tussenliggende tijd tot vaststelling omgevingsplan, deze uitgangspunten bij elke aanvraag in het buitengebied, wordt getoetst? Betekent dit bijvoorbeeld dat ook geen enkele uitbreiding van industriegebieden meer mogelijk is? Dit naar onze mening omdat deze veelal grenzen aan het buitengebied. Er wordt immers gesteld dat geen uitbreidingen in het buitengebied meer mogelijk zijn. ANTWOORD Aanvragen in het buitengebied worden in eerste instantie getoetst aan de geldende bestemmingsplannen.

Immers deze binden de burgers en overheid rechtstreeks. Past een aanvraag binnen het geldend bestemmingsplan dan moet op de aanvraag positief beslist worden ( en mits aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand/ bouwtechnische- milieutechnische eisen). Bij aanvragen die niet voldoen aan het geldende bestemmingsplan vindt een toets plaats aan beleid, dus aan de Richtinggevende uitspraken zoals deze nu, voor vaststelling ,voor liggen. 19. Bovendien: de inventarisatie van de waardevolle landschapselementen. Ook hier dreigt straks een document te liggen welk onderdeel gaat uitmaken van het omgevingsplan en dus elke wijziging over verandering op slot zet. Worden alle belanghebbenden hierbij betrokken en in kennis gesteld? ANTWOORD Correct de kaart met landschapselementen wordt inderdaad een bijlage in het omgevingsplan en landschapselementen worden ook middels dat plan beschermd. Voor het doen van aanpassingen aan het landschapselement of het verwijderen ervan is een vergunning of misschien een ontheffing nodig onder voorwaarden. Uiteraard zal onderhoud hiervan vrijgesteld worden. Via de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan worden belanghebbende bij de vaststelling betrokken. In welke vorm is afhankelijk van de participatiegraad die in het omgevingsplan wordt gevolgd.

7

Raadvoorstel 20. pag. 2, regel 6: Wat wordt bedoeld met “het renderende landschap”? ANTWOORD Deze passage geeft aan wat in het Raadsprogramma “Anders durven doen. Op weg naar een gezonde balans 2018 – 2022” is opgenomen. In dit raadsprogramma staat hierbij het volgende vermeld: Landschap wordt onderhouden uit de revenuen van het land zelf. De opbrengst die het land genereert vloeit terug naar het landschap zelf en voorziet de ondernemer/ beheerder van levensonderhoud volgens de principes van een duurzaam economisch model. De bedrijfsactiviteiten tasten het landschap niet aan, maar bevorderen juist de karakteristieke uitstraling ervan en het landschap wordt duurzaam onderhouden. 21. pag. 2, laatste alinea: Er wordt gesproken over stakeholders en shareholders. Engelse termen verhullen vaak iets. Kan aangegeven worden wie onder de shareholders vallen? ANTWOORD Stakeholders, zijn belangenorganisaties, overheden, deskundigen. Shareholders betekent iedereen die belangstelling heeft. Dit is dus een veel ruimer begrip dan stakeholders. Iedereen die aan dit proces heeft deelgenomen is een shareholder. 22. pag. 2: Hoe definieert u een duurzame balans? ANTWOORD Ook hierbij refereren wij aan het Raadsprogramma “Anders durven doen. Op weg naar een gezonde balans 2018 – 2022” is opgenomen.

Daarin is ten aanzien van het buitengebied aangegeven dat de raad een gezonde, duurzame balans wenst tussen landschappelijke en economische waarden in het buitengebied, met ruimte voor toerisme, recreatie en ontwikkeling van de agrarische sector. Wat wordt verstaan onder een duurzame balans: Om het bestaan te verzekeren voor de huidige en toekomstige generaties is het noodzakelijk om mens ( People), planeet ( Planet) en economie ( Profit) in balans te houden. De aarde moet leefbaar blijven voor de mens, de mens en de economie moeten de aarde niet onomkeerbaar uitputten, maar de mens moet wel in zijn behoeften kunnen voorzien. 23. pag. 3: Vanuit Europa wordt ingezet op toekomstbestendig (duurzaam) boeren. Hoe legt onze gemeente dat in de praktijk uit? ANTWOORD In de raadsvergadering van 25 augustus jl. heeft u ingestemd met de aanpak ten aanzien van de agrarische bouwkavels. Daarin is aangegeven hoe wij de agrarische ondernemer willen faciliteren/ ondersteunen in het kader van de landbouwtransitie.

8

24. pag. 4: Term Cittaslow duikt hier op. Wat is toegevoegde waarde van dit concept in het kader van Buitengewoon Buitengebied? ANTWOORD Wij zijn Cittaslow gemeente en hebben in dat kader samen met de lijn 50 gemeenten gezamenlijk waarden opgesteld. Deze waarden: Authenticiteit, Gastvriendelijk, Fijnschaligheid, Unieke ligging en Aandacht voor elkaar, zijn waarden die we in dit beleidsstuk terugzien. 25. pag. 5: tweede bolletje: Er wordt een zin in de Richtinggevende uitspraken vervangen door: “De landbouwtransitie is een proces dat tientallen jaren in beslag neemt”. Tientallen jaren is wel een heel erg lange termijn. De noodzaak voor urgentie lijkt verdwenen. ANTWOORD De noodzaak voor urgentie is juist niet verdwenen. Alleen zal ook de landbouwtransitie, net zoals andere maatschappelijke opgaven tijd vergen alsmede aanpassing van alle betrokken actoren. 26. Waarom is voor deze formulering gekozen? ANTWOORD Dit is mede gedaan naar aanleiding van de ingebrachte reacties en omdat deze formulering ook realistisch is.

27. pag. 5: Waarom staat de zin Tegen beleidsuitspraken staat geen beroep open in deze tekst. ANTWOORD Dit is opgenomen om te duiden dat de voorliggende documenten beleidsuitspraken inhouden waar tegen niet de mogelijkheid van beroep open staat. 28. pag. 7, tweede alinea: wat betreft de personele capaciteit: Wordt die met interne (vaste) ambtenaren gevuld of met externe mensen? ANTWOORD Zoals al aangegeven wordt dit opgenomen in het Uitvoeringsprogramma prioritaire thema’s en zal ook het benodigde budget/ personeel daarin worden meegenomen. 29. Hoe gaat u in een paar maanden een uitvoeringsorganisatie optuigen met inhuurkrachten en vaste mensen, werving, selectie, opleiding… ANTWOORD Wij gaan geen uitvoeringsorganisatie optuigen. Er ligt nu ook al een Uitvoeringsprogramma prioritaire thema’s waaraan gewerkt wordt. Op te pakken activiteiten die voortvloeien uit het document Richtinggevende uitspraken zullen hierin worden opgenomen en voorzien van budget/ personeel. Manifest Buitengewoon Buitengebied 30. Onder Natuur en Landschap sub punt 2 wordt gesproken over “zorg en wonen”. Betekent dit dat alleen ruimte is voor mensen die zorg nodig hebben en hun begeleiding, of is wonen voor andere mensen ook mogelijk?

9

ANTWOORD Er is een opsomming gegeven van mogelijke functies, waaronder zorg en waaronder wonen, maar zorg en wonen in combinatie zou ook een mogelijkheid zijn. 31. Onder Landbouw wordt gesproken over een “inclusieve lokale economie”. Wat wordt hiermee bedoeld? ANTWOORD Dat wil zeggen een economie, waarin ook de consumenten bewust en actief meedoen. Normaal wordt in beleid eenzijdig de focus gelegd op ondernemers die invloed hebben op de economie. In dit geval worden ook burgers aangesproken verantwoordelijkheid te nemen voor de lokale economie. Kortom alle bewoners zijn verantwoordelijk voor de lokale economie. Bewustwording daarover is van belang om burgers als consument ook andere keuzes te laten maken. 32. Onder Toerisme en recreatie: “Wij zoeken naar een goede balans tussen enerzijds de voordelen die het hebben van evenementen voor de toeristische economie met zich meebrengt, anderzijds de nadelen die natuur, landschap en omgeving kunnen ondervinden van evenementen.” Worden onder “omgeving” ook de inwoners verstaan? ANTWOORD Ja. 33. Onder Wonen: Er wordt met betrekking tot geluidsoverlast enkel gesproken over vliegverkeer. Wordt ook lobby gevoerd tegen extensief motorlawaai? ANTWOORD Binnen het project Verantwoord op Weg! Is dit een van de aandachtspunten, in hoeverre we daar als gemeente op kunnen sturen is moeilijk te bepalen.

Het aantal db dat een motor mag produceren is per motor verschillend en vastgelegd door het rijk. Dit geldt ook voor de omliggende landen. Er is een lobby richting Den haag en Europa om deze normen uniformer en lager te krijgen zoals bij auto’s. Doordat iedere motor zijn eigen db-nrom kent is het moeilijk voor de politie om hierop te handhaven. Binnen onze basiseenheid van de politie is dit wel een van de speerpunten. N.a.v. zienswijzen 34. Welke lokale mogelijkheden bestaan er om boeren te helpen met de stikstofproblematiek om te gaan. ANTWOORD Lokale mogelijkheden zijn beperkt. Wel zijn er mogelijkheden op bijvoorbeeld provinciaal niveau ( Aanvalsplan stikstof). De gemeente kan hierin wel faciliteren, als bijvoorbeeld gronden benodigd zijn om activiteiten te verplaatsen van gevoelige gebieden naar minder gevoelige gebieden. 35. Wat is de toegevoegde waarde van de vitaliteitsmanager ten opzichte van de vele adviseurs en specialisten die nu binnen de agrarische sector actief zijn? ANTWOORD De vitaliteitsmanager is een verbinder tussen overheid en ondernemer, maar ook iemand die de ondernemer kan helpen.

10

In den lande zijn goede ervaringen opgedaan met een vitaliteitsmanager ( hier ook wel ervencoach genoemd). Mensen worden geholpen om na te denken over hun toekomst. Ze kunnen agrariërs informatie geven over alle mogelijke regeling en beleid rondom stoppen of omvormen van hun bedrijf. In de provincie Overrijssel bijvoorbeeld heeft de provincie 2 miljoen ingezet om deze coaches in de hele provincie te kunnen inzetten. Wij willen nu starten in het Middengebied, met één bedrijf per gemeente. Aan de hand daarvan kan bezien worden of de positieve ervaringen, zoals bijvoorbeeld opgedaan in Overrijssel ook bij ons van toepassing zijn en kan aan de hand daarvan bepaald worden of hieraan vervolg gegeven wordt. 36. Wat is de waarde van een eigengemaakt keurmerk? Of is het een goedgekeurd lokaal keurmerk? (Voedingscentrum: Etiket Keurmerken voor streekproducten De Europese commissie heeft een wet gemaakt voor regionale producten. Als producten aan de criteria voldoen kunnen ze een keurmerk krijgen. Daarin wordt onderscheidt gemaakt tussen de keurmerken Beschermde Geografische Aanduiding en Beschermde Oorsprongs Benaming. Naast deze keurmerken bestaat een paraplukenmerk voor verschillende keurmerken: Het Erkend Streekproduct.

Producten met het Erkend Streekproduct-keurmerk voldoen vaak ook aan de eisen van het EKO-keurmerk of het keurmerk On the way to PlanetProof.) ANTWOORD Met een keurmerk kun je krachten bundelen. Dit is bewezen in Sud-Tirol maar ook op andere plaatsen. Of het onder welke noemer dit keurmerk dan gaan organiseren en promoten is nog aan onderzoek onderhevig. 37. Eijsden-Margraten lijkt niet de aangewezen partij om deze onderwerpen aan te pakken. Dat vraagt een groter verband. Hoe is aan de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking vormgegeven? ANTWOORD De samenwerking is verwoord in het Uitvoeringsprogramma Middengebied, waarbij is aangegeven dat wij als Middengebied willen inzetten op ketensamenwerking, met aandacht voor regionale en lokale productie en een circulaire distributieketen. Ook is hierin opgenomen dat we bekijken hoe we een lokaal (keur)merk kunnen organiseren en promoten voor de eigen inwoner en toerist. 38. Bij provincie (ca 200mjn) en rijk (ca 800 mjn) is nogal wat budget voor dit soort plannen. Hoe haken we daarbij aan om geld vrij te krijgen voor deze plannen? ANTWOORD De Minister van BZK heeft bij brief aan de Tweede Kamer van 17 februari 2021 NOVI-gebied Zuid Limburg de definitieve status toegekend. Dat betekent langjarig commitment van het Rijk om samen met de regio de grote opgaven in dit gebied aan te pakken.

NOVI-gebied Zuid-Limburg is het resultaat van een gezamenlijke lobby van de zestien ZuidLimburgse gemeenten, Provincie Limburg en Waterschap Limburg. Deze Zuid-Limburgse lobby is actief ondersteund door de triple-helix organisatie Economische Samenwerking Zuid-Limburg én door Waalse, Vlaamse en Duitse partners.

11

In Zuid-Limburg staan drie hoofdopgaven centraal, met het benutten van grensoverschrijdende kansen als rode draad daar doorheen. 1. Naar een grensoverschrijdende innovatieve en circulaire economie; 2. Sterke en gezonde steden in Zuid-Limburg; 3. Versterken uniek Nationaal Landschap als groene long voor Zuid-Limburg. Wij zien in dat verband zeker kansen, niet alleen voor wat betreft de financiële kant, maar ook voor het samenbrengen van deskundigheid. 39. Het document “richtinggevende uitspraken” ontbreekt bij de stukken ANTWOORD Dit document was abusievelijk niet op IBAB’s geplaatst maar is op 24 februari door de Griffie alsnog toegevoegd. Nota Reacties, pagina 2 : 40. In beginsel zien wij dan ook kansen in vormen van agrarische bedrijfsvoering zoals bijvoorbeeld paardenhouderijen en wijnteelt. Op welk onderliggend beleid/raadsbesluit baseert deze uitspraak? Welke kaders zijn hiervoor afgesproken? ANTWOORD Zowel paardenhouderijen als wijnteelt, zijn agrarische activiteiten, die bij kunnen dragen aan het herbenutten van agrarische bouwkavels en aan het beheer van ons landschap. Er zijn binnen onze gemeente geen specifieke kaders afgesproken over deze vormen van agrarische bedrijvigheid. 41.

Na de ophef en publieke verontwaardiging omtrent bijvoorbeeld de Paardenkathedraal in Bemelen, de manege in Banholt, zijn toezeggingen gedaan, zijn die vastgelegd in kaders? ANTWOORD Kunt u concreet aanduiden over welke toezeggingen u het heeft? Onderstaand een kort overzicht wat ten grondslag heeft gelegen aan het nu voorliggende Manifest/ Document Richtinggevende uitspraken. In de raadsvergadering van 5 november 2015 heeft de raad een amendement van D66 aangenomen om de dialoog met het buitengebied aan te gaan. Dit heeft in eerste instantie geresulteerd in een inspiratiesessie op 27 januari 2017 met als thema “Dialoog Buitengewoon Agrarisch Buitengebied”. In de raadsvergadering van 17 september 2017 zijn als vervolg hierop een tweetal bestuursopdrachten vastgesteld. In het raadsvoorstel dienaangaande is het volgende opgenomen: “Politiek heeft het buitengebied en de diverse belangen in het buitengebied veel daadacht gehad de laatste maanden mede naar aanleiding van concrete gevallen, die voorlagen bij de raad. Tevens heeft de raad inmiddels twee moties aangenomen betreffende het buitengebied. Een motie van de PvdA in de vergadering van 8 november 2016 – Inpassen agrarische bedrijven in het landschap – en onlangs in de vergadering van 11 juli 2017 een motie van CDA, PGE-M en PvdA – Verzwaard welstandstoezicht” De twee bestuursopdrachten zijn uitgevoerd.

In de raadsvergadering van 25 augustus jl. bent u geïnformeerd over de aanpak agrarische bouwkavels. Het nu voorliggend Manifest en het document Richtinggevende uitspraken is het resultaat van de eerste bestuursopdracht. .

12

42. U zegt: Met een landschap inclusief omgevingsbeleid willen wij aan de voorkant van een ontwikkeling afwegen of deze op een bepaalde locatie wenselijk is. (pag 24 nota zienswijzen). Op Vroelen is een ondernemer begonnen met het illegaal kappen van beschermde bosopstanden voor een wijngaard, zonder daarbij de omwonenden erin te kennen. De gemeente is “aan de voorkant” betrokken bij de ontwikkeling van deze plannen. Hoe past hier de praktijk in de theorie? ANTWOORD In dit kader gaan wij niet in op een concrete casus. Zoals aangegeven staat bij een landschapinclusief omgevingsbeleid voorop dat aan de voorkant wordt gewogen of een ontwikkeling mogelijk is en/of wenselijk is. 43. Worden de ecologische en archeologische gevolgen van wijnbouw onderzocht? Wijngaarden en maneges sec zijn eventueel nog in te passen in het landschap, maar ondernemers willen daarnaast nadrukkelijk deze activiteiten exploiteren in een toeristisch kader, met evenementen, etc hetgeen onvermijdelijk leidt tot meer (overlast van?) bezoekers, ook in bijvoorbeeld stiltegebieden en andere kwetsbare gebieden. In ons omringende gemeenten leidt dit al op verschillend plekken tot fel bewonersprotest tegen plannen van wijngaard bezitters.

Hoe wordt hiermee in de praktijk rekening gehouden? ANTWOORD Als zich een casus voordoet, zijn bovengenoemde aspecten, aspecten waarmee rekening gehouden wordt en die bij de afweging om wel of geen medewerking te verlenen aan een initiatief meegewogen moeten worden. Zoals al aangegeven willen wij ook uw raad eerder meenemen in deze initiatieven, zodat u aan de voorkant kunt sturen. Wij zullen u daartoe een aanpak voorstellen. 44. U zegt: Door gebiedsgericht te werken, en waar mogelijk activiteiten evenementen te prioriteren of te verbieden (keuzes te maken op basis van aansluiting op onze kernwaarden) en te verdelen willen we deze balans zo goed mogelijk bewaken (nota zienswijzen pag 24). En: Bij de concrete uitwerking in het omgevingsplan zullen wij de exacte scherpte van onze beleidsregels bepalen (nota zienswijze pag 25) Hoe gaat dan gebeuren? Welke kaders? Wanneer en door wie worden die vastgesteld? ANTWOORD Zoals al aangegeven moet dit concreet worden uitgewerkt. Het Omgevingsplan wordt vastgesteld door de Raad. De inventarisatie ten behoeve van dit Omgevingsplan wordt opgestart in 2022. Naar verwachting kan het Omgevingsplan in 2024 worden vastgesteld.

13

Richtinggevende uitspraken 45. U zegt: Richtinggevende uitspraken, pag 19: Wij faciliteren agrariërs die hun bedrijfsvoering ( verder) willen verbreden dan wel nevenactiviteiten willen ontplooien... Dit wel onder de voorwaarden dat deze activiteiten van ondergeschikte aard zijn… En u zegt nota zienswijzen, pag 26: Er is een onderscheid tussen verbreding van de activiteiten op een agrarische bouwkavel, dan wel het herbestemmen. In het eerste geval blijft de agrarische functie de hoofdfunctie, in het tweede geval verdwijnt de agrarische functie voor een andere functie. Vaak biedt omzetten naar een andere functie, zoals een toeristische functie ook kansen. In de richtinggevende uitspraken faciliteert de gemeente verbreding, in de nota zienswijzen faciliteert de gemeente omzetting naar een nadere functie (zoals bijvoorbeeld de Kleine Peul, Heiweg 7) Wat is nu het beleid? En wat zijn de kaders? ANTWOORD Het voorgestelde beleid is dat een agrarisch bedrijf, dat wenst te verbreden dan wel nevenactiviteiten te ontplooien, hiertoe de mogelijkheid krijgt. Dit wel onder de voorwaarden dat deze activiteiten van ondergeschikte aard zijn. Als een agrarisch bedrijf stopt en de agrarische activiteiten worden beëindigd is omzetting naar een andere functie, bijvoorbeeld wonen, zorg, toerisme en recreatie, mogelijk.

Hierbij wordt verwezen naar hetgeen is opgenomen bij Vrijkomende agrarische bebouwing.

46. Graag ontvangen wij de motie(s) waarop de uitwerking resulterende in dit raadsvoorstel is gebaseerd. ANTWOORD Deze moties zijn bijgevoegd. Het betreft een motie van de PvdA in de vergadering van 8 november 2016 ‘Inpassen agrarische bedrijven in het landschap’ en in de vergadering van 11 juli 2017 een motie van CDA. PGE-M en PvdA ‘Verzwaard welstandstoezicht’. Vervolgens zijn een tweetal bestuursopdrachten vastgesteld door de raad. 47. Het voorstel lezende krijg je de indruk dat dit manifest concreter moet zijn in wat kan en niet kan. Moet dit manifest, dit raadsvoorstel concreter dan wel op welk moment in de uitwerking van dit manifest wordt het concreter. Deze vraag met name om de impact van dit raadsvoorstel duidelijk te hebben of te krijgen. ANTWOORD Het Manifest is een samenvatting van het Document Richtinggevende Uitspraken. Dit document ligt tevens voor ter vaststelling. Zoals al eerder aangegeven wordt de richting aangegeven. Deze richting zal nader geduid worden in de op te stellen Omgevingsvisie en zal concreet gemaakt worden in het te zijner tijd op te stellen Omgevingsplan.

14

48. Worden de personen, organisaties die de moeite hebben genomen te reageren op het manifest geïnformeerd over de wijze waarop hun mening wordt meegenomen? We zien dat opmerkingen zijn overgenomen en hebben geleid tot een gewijzigde tekst of een nadere nuancering. Een goede zaak. De bemerkingen nemen wij mee in de besluitvorming nu en bij toekomstige plannen. ANTWOORD Ja, iedereen die inbreng heeft geleverd wordt op de hoogte gesteld van het Raadsbesluit. Wij maken dit ook bekend in de Nieuwsbrief. Daarnaast wordt degenen die een reactie op het ontwerp-Manifest hebben ingediend, ook gevraagd of zij prijs stellen op een mondelinge toelichting. 49. Op welke wijze wordt vanaf nu, vanaf het moment dat over raadsvoorstel wordt beslist omgegaan met plannen van inwoners die betrekking hebben op dit buitengebied. ANTWOORD Aanvragen in het buitengebied worden in eerste instantie getoetst aan de geldende bestemmingsplannen. Immers deze binden de burgers en overheid rechtstreeks. Past een aanvraag binnen het geldend bestemmingsplan dan moet op de aanvraag positief beslist worden ( en mits aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand/ bouwtechnische- milieutechnische eisen). Bij aanvragen die niet voldoen aan het geldende bestemmingsplan vindt een toets plaats aan beleid, dus aan de Richtinggevende uitspraken zoals deze nu voor vaststelling voor liggen 50.

De raad wordt eerder betrokken bij plannen van inwoners. Een goed plan. Dit betekent iets voor bewustwording bij college, ambtenarij en raad. Hoe denkt u dit in organisatie te implanteren. Een tweede vraag hierbij: welke rol heeft de raad hierbij. Dit in het kader van het managen van verwachtingen. ANTWOORD Wij werken dit uit en leggen dit aan de raad voor. 51. De vitaliteitsmanager m/v wordt een belangrijke persoon. Welke taak krijgt deze persoon en welke kennis, kunde en vaardigheden zijn gewenst. Van wie krijgt hij/zij zijn/haar opdrachten. ANTWOORD In het kader van het Middengebied worden allereerst het profiel en de competenties van de vitaliteitsmanager vastgelegd. Hierbij betrekken wij ook de LLTB. De bedoeling is om per gemeente een casus voor te leggen waar de vitaliteitsmanager mee aan de slag gaat. De casussen worden in overleg met de gemeenten gekozen, maar er wordt wel gezorgd voor voldoende differentiatie in de casussen. De aansturing vanuit het Middengebied gebeurt door de Programmanager Landbouw en Landschap, en onze gemeente is hierbij in de lead. 52. Welke relatie heeft landelijk beleid, bijvoorbeeld inzake klimaat, stikstof bij de uitwerking van dit manifest. ANTWOORD Landelijk beleid is van invloed op de verdere uitwerking van dit Manifest. Evenals provinciaal beleid. 15

53. Zoals in één van de reacties verwoord, vragen aandacht voor de overgangszone grenzend aan de natura 2000-gebieden. In deze zone moet ruimte blijven voor ruimtelijke ontwikkelingen. ANTWOORD Zoals in het document Richtinggevende uitspraken opgenomen willen wij aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak/ zonering. Ook in het Ontwerp Povi komt deze zonering na voren Zo wordt er onderscheid gemaakt in de Natura 2000 gebieden, waar de absolute nadruk ligt op de natuurwaarden, de overige goudgroene gebieden, waar wordt ingezet op een goede kwaliteit en de bescherming van natuur ( beide gebieden samen genoemd het Natuurnetwerk). Dan de groenblauwe mantel ( nu zilvergroen en bronsgroen), waaronder het Maasdal, de steilere hellingen en beekdalen vallen en waarin goede combinaties mogelijk zijn voor duurzame vormen van (kringloop)landbouw en andere economische functies. Een derde zone die hierin wordt aangeduid is het zogenaamde Buitengebied. De plateaus vallen hier onder. Hier moet bij duurzame ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten 54. Op welke wijze wordt manifest vertaald in Omgevingsvisie en omgevingsplan? ANTWOORD Het document Richtinggevende Uitspraken, waarin de uitspraken in het Manifest nader geduid worden, vormt input voor de Omgevingsvisie.

Vervolgens wordt het beleid zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie juridisch vertaald in het Omgevingsplan.

pag.3 onder Landbouw. 55. Wat moeten we ons concreet voorstellen bij “Agrifood met ondersteuning van de Campussen”? ANTWOORD Agrifood betekent concreet in dit verband kennis van land- en tuinbouw koppelen aan expertise op het gebied van techniek, logistiek, gezonde voeding en ICT., zodat we gezonde en duurzame voeding kunnen produceren. Kennis en innovatie komen wij elkaar. De Brightlands Campus Greenport Venlo speelt hierin een belangrijke rol. Pag.5: complexe vraagstukken, trajecten als VTE en Green Destination, 56. Wanneer wordt het uitvoeringsprogramma VTE aan de raad gepresenteerd? ANTWOORD In regionaal verband wordt op basis van de Visie Vrijetijdseconomie ‘Bestemming Zuid-Limburg 2030’ geen specifiek Uitvoeringsprogramma vastgesteld en uitgevoerd. Er is gekozen voor een aanpak op projectbasis en met name het integreren van projecten in het kader van het Uitvoeringsprogramma Middengebied Zuid-Limburg (Toerisme van de Toekomst). Zoals u in de Raadsinformatiebrief van december 2020 heeft kunnen lezen worden daartoe inmiddels op basis van de gestelde opgaven in de visie regionaal projecten ontwikkeld en uitgevoerd zoals de oprichting van een regionaal 16

Sectorplatform Toerisme, de aanleg van een Zuid-Limburg wandelknooppuntennetwerk ‘Knopen Lopen’ en Vitaliteitsmanagement in de Verblijfssector. Lokaal integreren we ons jaarprogramma Toerisme & Recreatie, Vrijetijdseconomie zoveel mogelijk in de aanpak van onze prioritaire thema’s zodat optimale borging hiervan plaatsvindt. In Q2 wordt de raad tijdens de presentatie over de stand van zaken, planning en voortgang 2021 nader geïnformeerd. 57. Wat houdt Green Destination in voor onze gemeente? (zie ook pag.7 onder Maatschappelijke effecten) ANTWOORD De Ontwikkeling van Zuid-Limburg c.q. Eijsden-Margraten tot een Green Destination houdt in dat we streven naar transformatie van het aanbod naar kwalitatief, passende verblijfsaccommodaties , veelal in een kleinschalige context. Daarnaast hebben we aandacht voor het beheersbaar maken van recreatieve druk in kwetsbare gebieden en is er aandacht voor het duurzaam maken van de hele toeristische sector. Pag.5-6 58. Wat is het verschil tussen een vitaliteitsmanager en een ‘deskundige autoriteit’? ANTWOORD De vitaliteitsmanager is er voor ten behoeve van een concreet agrarisch bedrijf. Een deskundige autoriteit is iemand die verdieping en verbreding kan aanbrengen ten aanzien van een bepaalde materie en op zijn vakgebied een autoriteit is.

Denk bijvoorbeeld aan de Rijksadviseur fysieke leefomgeving, om mensen van het Planbureau voor de leefomgeving. 59. Wie bekostigt deze? ANTWOORD De vitaliteitsmanager, zoals nu door het Middengebied aan te stellen, wordt bekostigd door de deelnemende gemeenten. Als een deskundige autoriteit wordt verzocht om mee te denken, zal afhankelijk van het onderwerp bezien worden hoe deze bekostigd wordt. 60. Wat moeten we ons voorstellen bij het ‘vervolg van het EO Wijerstraject’? ANTWOORD Naar aanleiding van de EO Wijersprijs zijn onlangs een aantal partijen ( o.a. gemeenten, Eo Wijersstichting, provincie, Waterschap, Natuurmonumenten, Rijk, LLTB) bij elkaar gekomen om te bezien in hoeverre en op welke wijze hieraan een vervolg gegeven kan worden. Dit heeft geresulteerd in een tweetal acties. De eerste actie is om te bekijken of de principes, zoals door Liquid Commons in hun ontwerp aangegeven in praktijk uitgevoerd kunnen worden. Het Waterschap heeft in het Noordal een waterbuffer die niet voldoet. Deze vormt samen met het dal een zgn. hydrologisch knelpunt. Partijen willen gezamenlijk onderzoeken welke landschappelijke maatregelen stroomopwaarts kunnen worden genomen waardoor het knelpunt ruimtelijk en functioneel wordt opgelost. Het project moet een pilot worden voor een vitaal landelijk gebied.

Natuurmonumenten trekt hier de kar om te komen tot een projectvoorstel/haalbaarheidsstudie. De tweede actie is, mede ook in het licht van Zuid-Limburg NOVI gebied, te bezien of er een platform georganiseerd kan worden zodat er overzicht is welke projecten lopen, hoe we de samenwerking kunnen bevorderen en hoe we van elkaar kunnen leren

17

61. Wat is de stand van zaken t.a.v. het traject Agrarische bouwkavels? ANTWOORD Degenen die in 2018 hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van een bedrijfsbezoek, dan wel niet gereageerd hebben, hebben wij eind vorig jaar gevraagd of zij nog hierin interesse hebben. Dit heeft nog een aantal reacties opgeleverd. Bram Derikx van Adviesbureau Arvalis heeft inmiddels de bedrijfsbezoeken afgelegd en hierover gerapporteerd. Deze rapportage wordt momenteel geanalyseerd. Ten aanzien van de pilots zijn wij bezig met de voorbereiding. Een keuze is nog niet gemaakt, omdat we graag de analyse van de laatste bedrijfsbezoeken hierin willen meenemen. Ook heeft de LLTB leden opgeroepen om, als zij plannen hebben zich bij ons te melden. Dit heeft een aantal reacties opgeleverd en ook daar worden gesprekken gevoerd. 62. Wij hebben de afgelopen maanden geen melding meer ontvangen op dit gebied. Is er niets te melden of is men de belofte vergeten? ANTWOORD In november 2020 is een Raadsinformatiebrief ter zake verzonden en onlangs heeft u wederom een Raadsinformatie met informatie inzake het Buitengebied mogen ontvangen. Pag.7 63. Communicatie. Wie ontvangt deze Nieuwsbrief? ANTWOORD Iedereen die zich hiervoor heeft aangemeld. Pag.8 64. 10. ‘In de periode vanaf nu tot het vaststellen van de Omgevingsvisie (medio 2022?) zal in de geest van deze uitspraken gehandeld moeten worden.

Welke instrumenten heeft u daarvoor tot uw beschikking? ANTWOORD Waar wij in de geest van de uitspraken kunnen handelen willen wij dat doen. Dit zal zich met name voordoen in die gevallen waarin voor plannen wordt afgeweken van het bestemmingsplan. 4b Manifest Pag. 1 Vanwege de duidelijkheid de Uitspraken nummeren a.u.b. Wij zullen bij de definitieve versie een nummering opnemen. 65. Ook al gaat het om een visie in dit manifest, toch is de formulering zodanig dat het een bepaalde mate van vrijblijvendheid uitstraalt. Daarom: “We maken in principe geen nieuwe bouwlocaties in het buitengebied” : ‘In principe’ weglaten. Daarom: Bouwen in het buitengebied kan NIET (toevoegen), SLECHTS onder STRIKTE voorwaarden is dit toegestaan. ANTWOORD Het voorgestelde opnemen kan niet. Bouwen in het buitengebied binnen bestaande bestemmingsplannen is mogelijk. Nieuwe bouwlocaties willen wij in principe niet toestaan. In principe, omdat er omstandigheden denkbaar zijn dat er, na een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen en onder strikte voorwaarden toch bebouwing wordt toegestaan. Dit zou echter de uitzondering moeten zijn en niet de regel.

18

66. Kwaliteit RUST. Zijn de bestaande stiltegebieden in E-M niet alle planologisch verankerd? Welke niet en waarom niet? ANTWOORD Ze zijn planologisch verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied. In het kader van het Omgevingsplan zal bezien worden of de regels die hiervoor in het bestemmingsplan Buitengebied zijn opgenomen voldoende zijn. Pag.2 Landbouw 67. Wat is het onderscheid tussen faciliteren en ondersteunen? ANTWOORD Faciliteren houdt in zaken mogelijk maken door randvoorwaarden te vervullen. Ondersteunen is bijstaan. 68. Pag.3 Wonen. In voorlaatste zin over vliegverkeer: Waarom laat u het laatste gedeelte “die leidt tot een toename van de geluidsbelasting” niet weg? Het leidt immers tot meer dan toename van geluidsbelasting. ANTWOORD Met name door de shareholders is geluidsbelasting als een belangrijk aspect aangehaald. Overige aspecten van vliegverkeer kwamen minder vaak aan de orde. 4c Def. versie Manifest 69. De Richtinggevende Uitspraken hebben de juridische status van beleidsafspraken. Waarom noemt u ze niet Kaders? ANTWOORD Kaders en beleid worden in praktijk door elkaar heen gebruikt. Om toch de status te duiden is gekozen voor beleidsafspraken.

Immers in de Algemene wet bestuursrecht wordt niet over kaders gesproken maar wel over beleidsregels en wordt hier ook een definitie van gegeven die, vrij vertaald, er op neer komt dat het gaat om een door het bestuur vastgestelde regel, die geen algemeen verbindend voorschrift is en waar belangen zijn afgewogen. 4d Nota op reacties 4d.01 Steinbusch 70. Wanneer bent u van plan een Nota Paardenhouderij te ontwikkelen? ANTWOORD In de nota waarin wij op de reacties zijn ingegaan geven wij aan dat wij ontwikkelingen en initiatieven die bijdragen aan het behoud en versterking van het landschap en gericht zijn op een gesloten kringloop ( duurzaam) ondersteunen. Wij hebben hieraan toegevoegd dat wij in beginsel dan ook kansen zien voor bijvoorbeeld paardenhouderijen en wijnteelt. Op dit moment is er geen aanleiding om een nota, specifiek op de paardenhouderijen, op te stellen. 71. Ook het opkomend fenomeen Wijnbouw vraagt inmiddels om beleid. Wanneer kunnen we daarover een nota verwachten? ANTWOORD Zie hiervoor het vorige antwoord. Hier geldt hetzelfde.

19

4d.02 Maatschap Broex 72. Pag.10 VAB’s 2e alinea. De mogelijkheden behoeven heroverweging. Waarom moet daarmee gewacht worden tot de Omgevingsvisie en -Plan wordt opgepakt? ANTWOORD In de Omgevingsvisie en omgevingsplan kan het beleid en de regelgeving ten aanzien van het Buitengebied integraal worden vastgelegd en kunnen bestaand beleid en bestaande regels, voor zover nodig heroverwogen worden. Aan het opstellen van een nieuw bestemmingplan hangt een kostenplaatje en tijdsinvestering. Om dit nu alleen te doen voor het aspect Vrijkomende agrarische bebouwing, is niet efficiënt. 73. Pag.11 Maatwerk 2e alinea. Moet de wijziging van bestemming niet ook aan de raad worden voorgelegd? ANTWOORD In artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen dat in een bestemmingsplan bepaald kan worden dat burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kunnen wijzigen. In het bestemmingsplan Buitengebied is deze wijzigingsbevoegdheid bij een aantal bestemmingen opgenomen. 74. Hoe kunnen we kwetsbare gebieden via een gebiedsgerichte aanpak ontlasten met inzet van grond- en pachtbeleid. Over welk instrumentarium beschikken we nu al om te ontlasten? ANTWOORD We kunnen gronden ruilen of gronden inzetten om bijvoorbeeld agrariërs te verplaatsen. We kunnen bijvoorbeeld in de pachtvoorwaarden bepalingen opnemen over het gebruik van de percelen. 75.

Is de gemeente voornemens een uitspraak te doen over intensieve veehouderij? Wanneer gaan we spreken over intensieve veehouderij? Bij 350 zoogkoeien? 280 melkkoeien? ….? ANTWOORD Intensieve veehouderij is Niet-grondgebonden veehouderij. Dit zijn bedrijven die in tegenstelling tot bijvoorbeeld de melkveehouderij niet gebonden zijn aan land voor hun voedselvoorziening. De intensieve veehouderij heeft zich in Nederland voornamelijk ontwikkeld op de zandgrond. Typische intensieve veehouderijen zijn de varkenshouderij, pluimveehouderij en de vleeskalverhouderij. Het gaat dus niet om aantallen, maar om de vorm waarin dieren gehouden worden. Ook in het bestemmingsplan Buitengebied is een definitie voor intensieve veehouderij opgenomen. Deze luidt als volgt; het bedrijfsmatig houden van dieren zonder dat het bedrijf hoeft te beschikken over grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren. De dieren worden in stallen of hokken gehouden. Waar in dit bestemmingsplan wordt gesproken over intensieve veehouderij wordt onder meer gedoeld op varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, stieren voor de roodvleesproductie, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders; melkveehouderij wordt niet als intensieve veehouderij beschouwd. 4d.04 LLTB 76.

De opmerking van reclamant dat er reeds veel adviseurs en specialisten binnen de agrarische sector actief zijn, kunnen we ondersteunen. Welke toegevoegde waarde kan een zg. Vitaliteitsmanager nog bieden?

20

ANTWOORD De vitaliteitsmanager is een verbinder tussen overheid en ondernemer, maar ook iemand die de ondernemer kan helpen. In den lande zijn goede ervaringen opgedaan met een vitaliteitsmanager ( hier ook wel ervencoach genoemd). Mensen worden geholpen om na te denken over hun toekomst. Ze kunnen agrariërs informatie geven over alle mogelijke regeling en beleid rondom stoppen of omvormen van hun bedrijf. In de provincie Overrijssel bijvoorbeeld heeft de provincie 2 miljoen ingezet om deze coaches in de hele provincie te kunnen inzetten. Wij willen nu starten in het Middengebied, met één bedrijf per gemeente. Aan de hand daarvan kan bezien worden of de positieve ervaringen, zoals bijvoorbeeld opgedaan in Overrijssel ook bij ons van toepassing zijn en kan aan de hand daarvan bepaald worden of hieraan vervolg gegeven wordt. 4d.06 VTN Keer 77. pag.19. in het antwoord geeft u aan dat er voor 2024 40.000 bomen door ons worden geplant. Dat is prima, maar wanneer is dit streven eerder genoemd? Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat bestaande bomen worden gerooid? ANTWOORD Sinds 2019 wordt gewerkt aan een bomenplan dat in 2020 is vastgesteld. In 2010 en in 2012 heeft de gemeente een lijst laten vaststellen met waardevolle en monumentale bomen. Voor deze bomen geldt een ontheffingsplicht als deze gekapt worden.

Een van de voorwaarden bij deze ontheffing is dat er herplantplicht wordt bepaald 78. Hoewel Natuur in de titel van het hoofdstuk staat, is dat een ontbrekende term in de reeks die daaronder wordt opgesomd. Toch graag toevoegen. ANTWOORD Het is niet duidelijk waarnaar verwezen wordt. In het hoofdstuk Natuur en Landschap wordt op het natuuraspect ingegaan. 79. Pag.18 slip of the pen, Joep? De afspraak is gemaakt dat holle wegen, graften en andere landschapselementen worden geïnventariseerd. Waarom zou u dit nog moeten natrekken? ANTWOORD Een aandachtspunt van een van de stellers van het stuk is abusievelijk in het stuk blijven staan. Dit zal in de definitieve versie verwijderd worden. 80. Pag.20 8e. Als een kavel -het hele perceel- kwalitatief niet goed wordt ingepast heeft de gemeente nu geen instrument om op te treden. Wellicht kan de suggestie van VTN u laten nadenken over een mogelijkheid daartoe? ANTWOORD De suggestie van VTN passen wij al toe, zoals in de reactie ook aan gegeven. De nakoming tot inpassing van een kavel conform goedgekeurd inrichtingsplan wordt of in het bestemmingsplan geregeld (voorwaardelijke verplichting) dan wel in een anterieure overeenkomst. Wij hebben dus instrumenten om op te treden mocht niet aan een goedgekeurd inrichtingsplan worden voldaan. Stichting Grueles 81. Pag.22 2e alinea.

Welke problemen kunnen de geconstateerde tegenstrijdigheden tussen gebiedsvisie Middenterras en deze Richtinggevende Uitspraken opleveren? 21

ANTWOORD In onze reactie is abusievelijk vermeld dat wij tegenstrijdigheden constateren. Dit moet zijn dat wij geen tegenstrijdigheden constateren. Bij de Gebiedsvisie Middenterras zijn de kernwaarden, zoals eerder door uw raad benoemd, uitdrukkelijk meegenomen. Wij stellen voor om deze omissie uit de reactienota te halen. 82. Pag.23 onder 9c antwoord. 3e en 4e regel. “willen we tot gebiedsgerichte pilots komen.” Graag voorbeelden. ANTWOORD Zie hiervoor het antwoord bij vraag 60, waarin wordt ingegaan op de pilot Noordal. Pag 28. Stichting Natuurlijk Geuldal 83. Pag.26 10g antwoord 4e en 5e regel. Zetten we 1 of meerdere pilots op? Wanneer kunnen we die tegemoet zien? ANTWOORD Ten aanzien van de pilots zijn wij bezig met de voorbereiding. Een keuze is nog niet gemaakt, omdat we graag de analyse van de laatste bedrijfsbezoeken, hierin willen meenemen. Ook heeft de LLTB leden opgeroepen om, als zij plannen hebben zich bij ons te melden. Dit heeft een aantal reacties opgeleverd en ook daar worden gesprekken gevoerd. 84. Pag.26 10h Tekst laatste zin: de suggestie van SNG om ook te vermelden ‘Megastallen op industriegebieden’, graag overnemen. ANTWOORD Er is in de Reactienota voor gekozen om deze suggestie niet over te nemen. 85. 31. Pag.27 10j Antwoord laatste zin. “kunnen niet zomaar ongedaan worden”.

Waarom wordt er geen termijn verbonden aan te verstrekken -of verstrekte- ontwikkelingen? ANTWOORD De Wet ruimtelijke ordening voorziet hier niet in. 86. 32. Pag.28 10l. Antwoord laatste zin: deze is inderdaad vaag…. Graag duidelijkheid verschaffen en de “gevoelige balans tussen landschap, natuur en leefbaarheid” minder gevoelig maken. ANTWOORD De laatste zin is abusievelijk hier opgenomen. Nieuwe bouwlocaties willen wij in principe niet toestaan. In principe, omdat er omstandigheden denkbaar zijn dat er, na een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen en onder strikte voorwaarden toch bebouwing wordt toegestaan. Dit zou echter de uitzondering moeten zijn en niet de regel. Middels gebiedsdifferentiatie kunnen we gebieden aanwijzen waar bebouwing uitgesloten is en gebieden waar we in principe en onder strikte voorwaarden nieuwe bebouwing zouden toestaan

22

04a. RV Manifest buitengewoon buitengebied 87. Op blz.. 7 wordt gesproken over de Planning, uitvoering en evaluatie. Graag ontvangen wij voor al deze stappen een indicatie van de tijdsplanning. ANTWOORD Zoals aangegeven gaan wij over tot een verdere uitwerking en wij zullen u middels de Raadsinformatiebrief informeren over een concretere tijdsplanning. 04b. Manifest BB 88. 'Wonen in ons buitengebied blijft in principe beperkt tot bestaande kernen, gehuchten, lintbebouwing en solitaire woningen (zowel bedrijfswoningen bij agrarische bebouwing als in het verleden toegestane burgerwoningen). Doorkijken/onbebouwde gedeelten in de gehuchten en in de lintbebouwing moeten in stand blijven, omdat juist deze doorkijken zorgen voor ruimtelijke kwaliteit en het beeld bepalen van ons buitengebied'. Waarom is in de tweede regel 'in principe' wegelaten, hetgeen overigens in tegenspraak is met het gestelde in de eerste zin waar mogelijke bouwlocaties (met uiteraard ruimtelijke kwaliteitsafwegingen) niet op voorhand zijn uitgesloten ? ANTWOORD Nieuwe bouwlocaties willen wij in principe niet toestaan. In principe, omdat er omstandigheden denkbaar zijn dat er, na een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen en onder strikte voorwaarden toch bebouwing wordt toegestaan. Dit zou echter de uitzondering moeten zijn en niet de regel.

Middels gebiedsdifferentiatie kunnen we gebieden aanwijzen waar bebouwing uitgesloten is en gebieden waar we in principe en onder strikte voorwaarden nieuwe bebouwing zouden toestaan. Door het nu al benoemen van doorkijken en onbebouwde gedeelten in gehuchten en in lintbebouwing wordt nu al aangegeven dat daar nieuwe bebouwing niet wenselijk is. 89. Er is aangegeven dat er lobby gevoerd wordt tegen de uitbreiding van vliegbewegingen die leidt tot een toename van de geluidsbelasting. De totale geluidsbelasting wordt bepaald door het aantal vliegbewegingen keer de gemiddelde overlast per vliegbeweging. Als de gemiddelde overlast daalt dan kan het aantal vliegbewegingen toenemen zonder dat de totale geluidsbelasting groter wordt. Waarom is er niet gekozen voor de formulering “lobby tegen een toename van de geluidsbelasting” zodat de totale geluidsbelasting los gekoppeld wordt van het aantal vliegbewegingen? ANTWOORD U heeft gelijk. We zijn hier ook niet consequent geweest in het document Richtinggevende uitspraken. Onder wonen staat de bovengenoemde passage opgenomen, terwijl bij toerisme en recreatie is opgenomen dat wij ons samen met middengebied gemeenten blijven inzetten op het beperken van geluidsoverlast van vliegverkeer middels lobby activiteiten. Bij toerisme en recreatie is derhalve de lijn, zoals door u verwoord, weergegeven.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=ed773c32-f4ea-4b2e-864c-d513f1c15f0d